Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | Staatscourant 2026, 7737 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | Staatscourant 2026, 7737 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
Besluit:
De Subsidieregeling Biotech Booster wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:
1. In de begripsomschrijving van ‘aanvrager’ wordt na ‘kennisinstelling’ ingevoegd ‘, innovatief startersbedrijf’.
2. In de begripsomschrijving van ‘Biotech Booster programma’ wordt toegevoegd ‘en de beoordeling van de adviescommissie NGF van juni 2025’.
B
Aan artikel 5 worden elf leden toegevoegd, die luiden:
5. Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor de derde aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel c, een totaalbedrag beschikbaar van € 23.300.000,–.
6. Het subsidieplafond voor de derde aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel c, bedraagt:
a. € 10.000.000,– voor proof of principle-projecten; en
b. € 13.300.000,– voor proof of concept-projecten.
7. Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor de vierde aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel d, een totaalbedrag beschikbaar van € 23.300.000,–.
8. Het subsidieplafond voor de vierde aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel d, bedraagt:
a. € 10.000.000,– voor proof of principle-projecten; en
b. € 13.300.000,– voor proof of concept-projecten.
9. Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor de vijfde aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel e, een totaalbedrag beschikbaar van € 23.300.000,–.
10. Het subsidieplafond voor de vijfde aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel e, bedraagt:
a. € 10.000.000,– voor proof of principle-projecten; en
b. € 13.300.000,– voor proof of concept-projecten.
11. Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor de zesde aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel f, een totaalbedrag beschikbaar van € 21.400.000,–.
12. Het subsidieplafond voor de zesde aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel f, bedraagt:
a. € 10.000.000,– voor proof of principle-projecten; en
b. € 11.400.000,– voor proof of concept-projecten.
13. Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor de zevende aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel g, een totaalbedrag beschikbaar van € 21.400.000,–.
14. Het subsidieplafond voor de zevende aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel g, bedraagt:
a. € 10.000.000,– voor proof of principle-projecten; en
b. € 11.400.000,– voor proof of concept-projecten.
15. Het subsidieplafond voor de aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel h, zal door wijziging van deze regeling aan deze regeling worden toegevoegd. Daarbij wordt eveneens een onderverdeling gemaakt tussen het bedrag dat beschikbaar is voor proof of principle-projecten, en het bedrag dat beschikbaar is voor proof of concept-projecten.
C
Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
1. De subsidie voor een proof of principle-project wordt, al dan niet namens een samenwerkingsverband, aangevraagd door:
a. een kennisinstelling; of
b. een innovatief startersbedrijf van wie de economische activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd rechtstreeks en onmiddellijk voortkomen uit kennis uit onderzoek van een kennisinstelling, hetgeen blijkt uit een overeenkomst gesloten tussen het innovatieve startersbedrijf en de kennisinstelling.
2. Onder vervanging van de punt aan het slot van het vierde lid, onderdeel b, door een puntkomma, worden aan het vierde lid zes onderdelen toegevoegd, die luiden:
c. in de derde aanvraagronde van 2 maart 2026 tot en met 15 september 2026;
d. in de vierde aanvraagronde van 1 maart 2027 tot en met 15 september 2027;
e. in de vijfde aanvraagronde van 1 maart 2028 tot en met 15 september 2028;
f. in de zesde aanvraagronde van 1 maart 2029 tot en met 14 september 2029;
g. in de zevende aanvraagronde van 1 maart 2030 tot en met 13 september 2030;
h. in de achtste aanvraagronde, gedurende een periode die op een later moment door wijziging van deze regeling aan deze regeling wordt toegevoegd.
D
In artikel 9, derde lid, onderdeel b, wordt na ‘indien’ ingevoegd ‘de aanvrager of’.
E
Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan het tweede lid, onderdeel a, wordt toegevoegd ‘en de locatie(s) van de activiteiten’.
2. Er worden drie leden toegevoegd, luidende:
4. Indien een aanvraag wordt ingediend door een innovatief startersbedrijf, wordt bij de aanvraag tevens een overeenkomst bijgevoegd gesloten tussen het innovatieve startersbedrijf en een kennisinstelling waaruit blijkt dat de economische activiteiten van het innovatieve startersbedrijf waarvoor subsidie wordt aangevraagd rechtstreeks en onmiddellijk voortkomen uit kennis uit onderzoek van die kennisinstelling, en die ten minste het volgende beschrijft:
a. de kennis of intellectueel eigendom die wordt overgedragen of waarvan het gebruiksrecht wordt verleend aan het innovatieve startersbedrijf;
b. de manier waarop de kennis of intellectueel eigendom wordt overgedragen of het gebruiksrecht wordt verleend;
c. de voorwaarden waaronder de overdracht gebeurt of het gebruiksrecht wordt verleend en waaruit volgt dat het innovatieve startersbedrijf in voldoende mate in staat wordt gesteld de kennis of intellectueel eigendom te benutten en deze commercieel te exploiteren;
d. de namen, titels, functies en contactgegevens van de tekenbevoegden van de kennisinstelling die partij is bij de overeenkomst.
5. De overeenkomst, bedoeld in het vierde lid, gaat vergezeld van een onderbouwd advies van een door de Biotech Booster B.V. gekozen onafhankelijk jurist op het gebied van het contractenrecht, waaruit blijkt of de overeenkomst aan de in het vierde lid genoemde criteria voldoet. In het advies bedoeld in onderdeel c. van het tweede lid, is een onderbouwd advies van de onafhankelijk jurist meegewogen.
6. Het onderbouwd advies, bedoeld in het vijfde lid, gaat vergezeld van een geheimhoudingsverklaring en integriteitsverklaring ondertekend door de onafhankelijk jurist die het onderbouwd advies heeft uitgebracht.
F
Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan het tweede lid, onderdeel a, wordt toegevoegd ‘en de locatie(s) van de activiteiten’.
2. Aan het tweede lid, onderdeel d, wordt toegevoegd ‘en de geheimhoudingsverklaringen en integriteitsverklaringen ondertekend door de leden van het Ondernemerspanel die het positief advies hebben uitgebracht’.
G
In artikel 22, tweede lid, wordt ‘1 maart 2029’ vervangen door ‘1 maart 2034’.
H
In Bijlage 1 komt de derde alinea te luiden:
De aanvraag gaat vergezeld van een onderbouwd positief advies van de TC-coördinator van de TC waar het project onder valt, aangevuld met ondersteunende verklaringen van één of twee andere TC-coördinatoren over het voldoen aan de onderstaande criteria. Ingeval de aanvraag wordt gedaan door een innovatief startersbedrijf gaat de aanvraag ook vergezeld van een onderbouwd advies van een door de Biotech Booster B.V. gekozen onafhankelijke jurist met expertise op het gebied van het contractenrecht die toetst of de over te leggen overeenkomst in de zin van artikel 10, vierde lid, voldoet aan de in dat lid gestelde eisen. De jurist die een aanvraag beoordeelt, ondertekent een geheimhoudingsverklaring, een integriteitsverklaring en conformeert zich aan de Code persoonlijk belangen van NWO. Deze verklaringen worden ook bij de subsidieaanvraag door de aanvrager ingediend. In het bovengenoemd positief advies van de TC-coördinator, aangevuld met één of twee ondersteunende verklaringen, wordt ingegaan op het advies van de onafhankelijk jurist.
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, G. Moes
Biotech Booster is een Nationaal Groeifonds-project voor valorisatie van kennis uit onderzoek met als doel om Nederland koploper in de wereldwijde biotechnologie te maken, onder meer door systeemfalen in valorisatie en marktfalen in financiering aan te pakken. Het Biotech Booster programma identificeert, begeleidt en financiert vroegefase ideeën op een bedrijfsmatige manier om ze versneld van idee naar de markt te brengen. Een landelijk team van 39 business- en impact developers selecteert in samenwerking met een panel van ondernemers de beste projecten voor het Biotech Booster programma. Het programma biedt de geselecteerde projecten financiering, begeleiding en expertise om de projecten in twee jaar tijd te ontwikkelen tot commerciële en/of investeerbare proposities. Dit moet leiden tot meer bedrijvigheid en meer biotech-toepassingen die sneller een positieve impact maken op onze maatschappij.
Het Biotech Booster programma is ingericht in drie opeenvolgende niveaus:
1. projecten die binnen landelijke Thematische Clusters (hierna: TC) van idee naar proof of principle toewerken;
2. projecten die met begeleiding vanuit Biotech Booster B.V. en onafhankelijke (oud)ondernemers in de biotech, van proof of principle naar proof of concept toewerken; en
3. scale-out.
In de tweede ronde van het Nationaal Groeifonds (hierna: NGF) is aan het NGF-project Biotech Booster een onvoorwaardelijke bijdrage van € 49.600.000,– uit het NGF toegekend en een voorwaardelijke bijdrage van € 196.400.000,–. De onvoorwaardelijke NGF-bijdrage was bestemd voor de eerste drie jaar van het NGF-project, bestaande uit de opbouwfase (2022), de implementatiefase (2023) en de eerste twee jaar van de uitvoerfase.
In de eerste helft van 2025 is de verplichte externe tussentijdse evaluatie van het Biotech Booster programma afgerond. De Adviescommissie van het NGF heeft aan de hand van het evaluatierapport en een daarop gebaseerd actieplan in juni 2025 geadviseerd de voorwaardelijk toegekende middelen van € 196.400.000,– voor het resterende deel van het programma om te zetten in onvoorwaardelijke middelen. Het kabinet heeft dit advies op 4 juli 2025 integraal overgenomen en de Tweede Kamer hierover geïnformeerd.1
De Subsidieregeling Biotech Booster (hierna: de subsidieregeling) ziet op subsidies voor niveau 1 en niveau 2 projecten in het Biotech Booster-programma (proof of principle- en proof of concept-projecten). In de eerste twee jaar van de uitvoerfase was vanuit de onvoorwaardelijke toekenning een eerste subsidieaanvraagronde beschikbaar in 2024 met een maximaal budget van € 19.500.000,–. Met een eerste wijzigingsregeling is een tweede subsidieaanvraagronde opengesteld van 1 maart 2025 tot en met 30 mei 2025 met een maximaal budget van € 4.900.000,–.2
Deze tweede wijzigingsregeling ziet op de openstelling van een derde tot en met een zevende aanvraagronde voor subsidieverstrekking. Voor de derde tot en met de vijfde subsidieronde is een maximaal budget van € 23.300.000,– per subsidieronde beschikbaar. Voor de zesde en de zevende subsidieronde is een maximaal budget van € 21.400.000,– per subsidieronde beschikbaar. Het tijdvak en subsidieplafond van de achtste subsidieronde zal op een later moment aan de subsidieregeling worden toegevoegd. Hiermee kan ingespeeld worden op mogelijke tussentijdse ontwikkelingen in het programma. De subsidies kunnen elk jaar van 2026 tot en met 2030 worden aangevraagd in de periode van begin maart tot en met medio september (de precieze aanvraagtijdvakken zijn uitgewerkt in artikel 6, vierde lid, van de subsidieregeling).
Naar aanleiding van de voornoemde tussentijdse evaluatie van het Biotech Booster programma wordt het vanaf de derde aanvraagronde voor subsidieverstrekking in 2026 mogelijk voor innovatieve startersbedrijven om als hoofdaanvrager op te treden voor proof of principle-projecten (niveau 1). In de eerste en tweede subsidieronde konden alleen kennisinstellingen optreden als hoofdaanvrager voor deze projecten, al dan niet voor een consortium met bijvoorbeeld een innovatief startersbedrijf en/of een andere kennisinstelling, dan wel een TO2-instituut (toegepast onderzoek organisatie). Voorwaarde voor een innovatief startersbedrijf om te kunnen optreden als hoofdaanvrager is dat de economische activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd rechtstreeks en onmiddellijk voortkomen uit kennis uit onderzoek van een kennisinstelling in de zin van de subsidieregeling. Samenwerking bij verder onderzoek is in beginsel gewenst maar in de praktijk niet altijd haalbaar of mogelijk. Door de hoofdaanvragers voor proof of principle-projecten uit te breiden met innovatieve startersbedrijven kan de valorisatie van kennis van kennisinstellingen ook via deze weg worden gestimuleerd.
Voor de uitwerking geldt daarom dat er bij de subsidieaanvraag een overeenkomst overlegd moet kunnen worden die is gesloten tussen het innovatieve startersbedrijf en een kennisinstelling wat betreft het gebruik van kennis uit onderzoek van die kennisinstelling. Deze overeenkomst moet voldoende waarborgen bieden dat het innovatieve startersbedrijf de kennis van de kennisinstelling kan benutten en deze kennis commercieel kan exploiteren. Om deze reden dient de overeenkomst vergezeld te gaan van een onderbouwd advies van een onafhankelijke jurist die toetst of de overeenkomst aan deze vereisten voldoet. De Biotech Booster B.V. is verantwoordelijk voor het aanwijzen van een jurist. De jurist dient een geheimhoudingsverklaring en een integriteitsverklaring te ondertekenen en dient zich te conformeren aan de Code persoonlijk belangen van NWO. Het advies van de onafhankelijke jurist dient te worden meegewogen in het positief advies van de TC-coördinator, bedoeld in artikel 10 lid 2 onderdeel c.
Artikel 5 wordt gewijzigd door het toevoegen van subsidieaanvraagrondes drie tot en met zeven. De nieuwe aanvraagrondes drie tot en met zeven hebben elk een overkoepelend subsidieplafond dat wordt verdeeld over proof of principle- en proof of concept-projecten. In het vijftiende lid wordt geregeld dat een achtste aanvraagronde aan de regeling wordt toegevoegd, waarvan het subsidieplafond en de verdeling over de twee soorten projecten op een later moment wordt vastgesteld.
De subsidie voor een proof of principle-project kan, naast door een kennisinstelling, ook door een innovatief startersbedrijf worden aangevraagd, al dan niet namens een samenwerkingsverband. Aan het innovatief startersbedrijf wordt het vereiste opgelegd dat deze bij de aanvraag een overeenkomst overlegt, waaruit volgt dat de economische activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd rechtstreeks en onmiddellijk voortkomen uit kennis uit onderzoek van een kennisinstelling.
Daarnaast worden de tijdvakken van openstelling van de derde tot en met de zevende subsidieaanvraagronde bepaald.
Deze wijziging vloeit voort uit de wijziging van artikel 6, eerste lid, onderdeel b, waarin wordt geregeld dat een innovatief startersbedrijf aanvrager kan zijn van een proof of principle-project.
Aan artikel 10 worden vereisten toegevoegd voor de aanvraag van een proof of principle-project ingeval de hoofdaanvrager een innovatief startersbedrijf is. Het vierde lid regelt dat de aanvraag vergezeld gaat van een overeenkomst waaruit volgt dat de economische activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd rechtstreeks en onmiddellijk voortkomen uit kennis uit onderzoek van een kennisinstelling. Het vierde lid noemt vier voorwaarden waaraan de overeenkomst moet voldoen. Om te beoordelen of de overeenkomst aan deze voorwaarden voldoet, regelt het vijfde lid dat de overeenkomst beoordeeld wordt door een onafhankelijk jurist die wordt aangewezen door de Biotech Booster B.V. Deze jurist brengt een onderbouwd advies uit over de overeenkomst, welk advies samen met de overeenkomst moet worden ingediend bij de aanvraag. Het onderbouwd advies van de jurist wordt tevens meegewogen in het advies van de desbetreffende TC-coördinator, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c van dit artikel. Om de onafhankelijkheid van het juridisch advies te waarborgen, dient de jurist die het advies uitbrengt een geheimhoudingsverklaring en integriteitsverklaring te ondertekenen. Het zesde lid regelt dat deze verklaringen ook bij de aanvraag moeten worden ingediend. Deze wijzigingen in artikel 10 worden ook toegevoegd aan het beoordelingskader in Bijlage 1.
In dit artikel wordt toegevoegd dat de geheimhoudingsverklaringen en integriteitsverklaringen van de leden van het Ondernemerspanel Biotech Booster die een positief advies uitbrengen over het betreffende project, worden ingediend bij de subsidieaanvraag. Dit vereiste was reeds geregeld in Bijlage 2.
De subsidieregeling wordt met vijf jaar verlengd van 1 maart 2029 naar 1 maart 2034, omdat de achtste aanvraagronde in 2031 zal plaatsvinden en subsidies voor een periode van twee jaar worden verstrekt.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, G. Moes
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-7737.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.