Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Stichting Nederlands Letterenfonds | Staatscourant 2026, 7730 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Stichting Nederlands Letterenfonds | Staatscourant 2026, 7730 | ander besluit van algemene strekking |
Het bestuur van de Stichting Nederlands Letterenfonds,
gelet op de Algemene wet bestuursrecht,
gelet op artikel 10, vierde lid, van de Wet op het specifiek cultuurbeleid,
gelet op het Algemeen reglement Nederlands Letterenfonds,
besluit: de volgende Tijdelijke overbruggingsregeling projectsubsidies voor makers van boeken vast te stellen
In deze regeling wordt verstaan onder:
het bestuur van het Letterenfonds;
een oorspronkelijk literair werk in boekvorm in de Nederlandse, Engelse, Papiamentse of Friese taal in de genres: proza, non-fictie, poëzie, kinder- en jeugdliteratuur, toneel of beeldverhaal, waaronder graphic novels, geïllustreerde kinder- en jeugdliteratuur en prentenboeken
hoogst verleende subsidiebedrag aan aanvrager van de laatste drie toekenningen op basis van Regeling projectsubsidie voor publicaties of de regeling Schrijverslevens, biografieregeling Nederlands Letterenfonds;
Stichting Nederlands Letterenfonds;
een non-fictieboek over het leven en werk van één of meer hoofdpersonen die toonaangevend dan wel van groot belang zijn of zijn geweest voor de Nederlandse letterkunde en waarbij sprake is van een afgerond werkzaam leven;
een overeenkomst tussen auteur en uitgeverij betreffende de exploitatierechten op de boekpublicatie waarin minimaal de bepalingen over het royaltypercentage en de licentie zijn overeengekomen, zoals geregeld in het Modelcontract GAU/Auteursbond voor de uitgave van oorspronkelijk Nederlandstalig literair werk;
de website van het Letterenfonds, zijnde www.letterenfonds.nl.
Het Letterenfonds wil met deze overbruggingsregeling tijdelijk ondersteuning bieden aan auteurs die nadelige gevolgen ondervinden van de per 1 januari 2026 in werking getreden regeling Projectsubsidies voor makers van boeken.
1. Aanvragers kunnen op basis van deze overbruggingsregeling eenmalig subsidie ontvangen in de volgende situaties:
a. aanvrager heeft voor een boekpublicatie subsidie aangevraagd op grond van de regeling Projectsubsidies voor makers van boeken en deze aanvraag is op basis van inhoudelijke of budgettaire gronden afgewezen;
b. aanvrager kan voor een boekpublicatie geen subsidie ontvangen op grond van de regeling Projectsubsidies voor makers van boeken vanwege de eis in artikel 3, eerste lid, onder c, van die regeling, te weten dat de aanvrager op het moment van aanvragen geen gesubsidieerd project onder handen mag hebben waarvan het te schrijven boek nog niet is gepubliceerd;
c. aanvrager heeft voor een boekpublicatie subsidie ontvangen op grond van de regeling Projectsubsidies voor makers van boeken, maar het verleende bedrag voor deze boekpublicatie is lager dan het ijkbedrag.
2. Als aanvrager bezwaar heeft gemaakt of beroep heeft ingesteld over een subsidiebeschikking op basis van de regeling Projectsubsidies voor makers van boeken, dan wordt de aanvraag voor een subsidie op basis van deze overbruggingsregeling aangehouden tot het moment dat er onherroepelijk over het bestreden subsidiebesluit is beslist.
1. De aanvrager voor subsidie voldoet aan de volgende voorwaarden:
a. aanvrager heeft sinds 1 januari 2013 minimaal drie projectsubsidies ontvangen op basis van de Regeling projectsubsidies voor publicaties of Schrijverslevens, biografieregeling Nederlands Letterenfonds, waarvan de laatste toekenning na 1 januari 2021 was;
b. het gemiddelde belastbaar verzamelinkomen van aanvrager in het tijdvak waarvoor het subsidiebedrag wordt verleend, is naar verwachting niet hoger dan de inkomensgrens die het Letterenfonds vaststelt. Het tijdvak beslaat maximaal drie jaar. De hoogte van de inkomensgrens wordt bekendgemaakt in de Staatscourant en op de website van het Letterenfonds.
1. Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend via de website met gebruikmaking van het op de website ter beschikking gestelde aanvraagformulier via ’Start je aanvraag’.
2. Het aanvraagformulier is naar waarheid, volledig en volgens de richtlijnen in de toelichting bij het aanvraagformulier ingevuld en voorzien van alle bijlagen. De aanvraag moet in het Nederlands of Engels zijn opgesteld.
3. Een aanvraag bestaat uit de volgende onderdelen:
a. een volledig ingevuld aanvraagformulier, via ’Start je aanvraag’ op de website;
b. een kopie van de uitgaveovereenkomst met de uitgever dan wel een intentieverklaring van de uitgever waaruit blijkt dat deze een uitgaveovereenkomst met de aanvrager zal afsluiten voor de te schrijven boekpublicatie;
c. een kopie van de uitgaveovereenkomst met de uitgever voor de laatste boekpublicatie; en
d. de laatste definitieve aanslag inkomstenbelasting.
4. In afwijking van het derde lid, onder b, moet een aanvrager als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, een kopie van de uitgaveovereenkomst overleggen als in 2025 geen aanvraag van de aanvrager is beoordeeld. Een intentieverklaring volstaat dan niet.
5. Het derde lid, onder d, is niet van toepassing op de aanvrager die subsidie aanvraagt voor een letterkundige biografie.
Een aanvraag voor subsidie kan worden afgewezen:
a. als de aanvrager niet aantoonbaar heeft voldaan aan voorschriften gesteld aan eerder door het Letterenfonds toegekende subsidies, dan wel toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van één of meer verplichtingen verbonden aan een eerdere subsidieverlening door het Letterenfonds;
b. als voor de activiteiten waarvoor een subsidie wordt aangevraagd door het Letterenfonds of Literatuur Vlaanderen al subsidie is verleend;
c. als de boekpublicatie ten tijde van de subsidieverlening al is gerealiseerd;
d. als de aanvrager niet voldoet aan de vereisten in artikel 4;
e. als de aanvraag niet voldoet aan de vereisten in artikel 5;
f. als de aanvraag betrekking heeft op een boekpublicatie die wordt uitgegeven in eigen beheer;
g. als de aanvrager zelf in de productie-, promotie- of distributiekosten participeert of als de aanvrager zelf een bepaald aantal exemplaren afneemt tegen betaling; of
h. indien het subsidieplafond is bereikt.
1. Als aanvrager subsidie heeft aangevraagd op grond van de regeling Projectsubsidies voor makers van boeken en deze aanvraag is op basis van inhoudelijke of budgettaire gronden afgewezen, dan wordt de hoogte van het subsidiebedrag op basis van deze overbruggingsregeling bepaald op 75% van het ijkbedrag, maar ten minste op € 12.500.
2. Als aanvrager een lager subsidiebedrag dan het ijkbedrag heeft ontvangen voor een boekpublicatie, dan wordt de hoogte van het subsidiebedrag op grond van deze overbruggingsregeling bepaald op 75% van het ijkbedrag, minus het voor de boekpublicatie verleende subsidiebedrag op grond van de regeling Projectsubsidies voor makers van boeken.
3. Als aanvrager geen subsidie kan aanvragen op grond van de regeling Projectsubsidies voor makers van boeken, omdat aanvrager nog een gesubsidieerd project onder handen heeft waarvan het te schrijven boek nog niet is gepubliceerd, dan wordt de hoogte van het subsidiebedrag op grond van deze overbruggingsregeling bepaald op € 12.500.
4. In afwijking van het derde lid, wordt de hoogte van het subsidiebedrag bepaald op 75% van het ijkbedrag als voor de boekpublicatie tevens in 2025 een subsidie is aangevraagd op basis van Regeling projectsubsidies voor publicatiesen die aanvraag is afgewezen op budgettaire gronden, op basis van de prioriteringsregels.
1. Het Letterenfonds behandelt de aanvragen in de jaren 2026 en 2027 doorlopend op volgorde van binnenkomst. Aanvragen kunnen worden ingediend tot en met 1 december 2027. In afwijking van artikel 11, zesde lid, van het Algemeen reglement Nederlands Letterenfonds geldt het moment waarop sprake is van een complete aanvraag als moment van indiening.
2. Het subsidieplafond voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling bedraagt € 1.960.000.
3. Als een aanvraag niet kan worden gehonoreerd als gevolg van overschrijding van het subsidieplafond, dan wordt de aanvraag afgewezen.
1. De subsidieontvanger besteedt de subsidie aan de totstandkoming van de in de aanvraag omschreven publicatie.
2. De subsidieontvanger informeert het Letterenfonds te allen tijde juist en waarheidsgetrouw.
3. De subsidieontvanger maakt geen inbreuk op auteursrechten van derden.
4. De subsidieontvanger stelt het Letterenfonds onverwijld in kennis van ingrijpende wijzigingen in het bij de aanvraag overgelegde plan.
5. Als de subsidieontvanger het plan niet kan of zal voltooien binnen de in de aanvraag vermelde periode, stelt hij onverwijld het Letterenfonds hiervan in kennis onder vermelding van de redenen.
6. Als een subsidieontvanger subsidies of andere geldelijke middelen van derde partijen voor de publicatie heeft ontvangen, stelt hij het Letterenfonds hiervan onverwijld in kennis.
7. De subsidieontvanger is verplicht de publicatie direct na publicatie toe te zenden of laten zenden aan het Letterenfonds in de vorm van één papieren exemplaar of het door de uitgever uitgebrachte e-book.
8. In de publicatie is het Letterenfonds vermeld als subsidieverstrekker zoals aangegeven in de toekenningentoolkit op de website.
9. Als de inkomensgrens, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, is overschreden in het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend, meldt de subsidieontvanger dit onverwijld aan het Letterenfonds na ontvangst van de definitieve aanslag inkomstenbelasting over de jaren in het desbetreffende tijdvak.
10. Als bij de aanvraag een intentieverklaring van de uitgever is gevoegd, dient de uitgaveovereenkomst uiterlijk te worden overgelegd bij verschijnen van de publicatie.
11. De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens het Letterenfonds ingesteld onderzoek dat erop is gericht het Letterenfonds inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid.
1. Het bestuur beslist binnen 6 weken na het moment waarop de aanvraag is ingediend.
2. Bij het verlenen van de subsidie geeft het bestuur direct een beschikking tot subsidievaststelling.
3. In de beschikking wordt de wijze van betaling van de subsidie bepaald.
1. Het bestuur kan de subsidievaststelling intrekken of wijzigen als de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de subsidie verbonden verplichtingen.
2. Als het bestuur constateert dat substantiële wijzigingen zijn opgetreden ten opzichte van de bij de aanvraag verstrekte gegevens, kan het bestuur de subsidievaststelling intrekken of wijzigen.
3. Het bestuur kan de subsidievaststelling wijzigen of intrekken als de activiteiten niet binnen drie jaar na de subsidieverlening hebben plaatsgevonden en de subsidieontvanger naar het oordeel van het bestuur hiervoor geen gegronde redenen heeft kunnen aanvoeren.
4. Het bestuur kan de subsidievaststelling wijzigen dan wel intrekken wegens het overlijden van de subsidieontvanger.
5. De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is vastgesteld, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald.
6. Het bedrag waarmee de subsidie eventueel wordt verlaagd, wordt verrekend met eventueel nog te betalen gedeelten van de subsidie of teruggevorderd
Het bestuur kan, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, een artikel van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en gepubliceerd op de website.
Het bestuur van het Nederlands Letterenfonds, Voor deze, R.N. de Bildt, directeur-bestuurder
Met ingang van 1 januari 2026 voert het Nederlands Letterenfonds een herziening door van de Regeling projectsubsidies voor publicaties. De aanleiding ligt in veranderingen in het literaire veld, in de praktijk van het schrijverschap en in de ambities uit het beleidsplan 2025–2028. Dat beleid richt zich enerzijds op het versterken van de positie van literaire makers – van beginnend talent tot gevestigde namen – en anderzijds op het vereenvoudigen van regelingen, zodat het aanvragen van subsidie toegankelijker wordt.
De vernieuwde Regeling projectsubsidies voor makers van boeken staat open voor makers die tot nu toe buiten beeld bleven, zoals debutanten, graphic novelists, illustratoren van kinderboeken en schrijvers uit het Caribisch deel van het Koninkrijk. Daarnaast kunnen schrijvers voortaan kiezen uit twee vaste bedragen: 15.000 euro en 30.000 euro, afhankelijk van de duur van het project. Een deel van de aanvragers krijgt binnen de nieuwe regeling een lager bedrag dan in de oude regelingen het geval was geweest. De mogelijkheid om meerdere projecten tegelijk te laten subsidiëren vervalt, zodat het budget verdeeld kan worden over een bredere groep makers. De voorheen aparte regeling voor biografieën is in de nieuwe regeling opgenomen, met een aangepaste puntentelling om de ondersteuning van letterkundige biografieën te borgen. Het belangrijkste beoordelingscriterium blijft literaire kwaliteit, met daarbij meer nadruk op recent werk. Daarnaast weegt mee wat het project toevoegt aan de diversiteit van het Nederlandstalige literaire aanbod – in zowel literaire, culturele als maatschappelijke zin.
Het Letterenfonds gaat met deze aanpassingen een grotere groep makers ondersteunen. Hoewel dit voor makers die tot nu toe niet in aanmerking kwamen een positieve ontwikkeling is, realiseert het Letterenfonds zich dat deze herziening nadelig kan uitpakken voor sommige makers die in het verleden met regelmaat op subsidie konden rekenen. Om de overgang zorgvuldig te laten verlopen, biedt het Letterenfonds een eenmalige overbruggingssubsidie aan voor makers die sinds de start van de oude Regeling projectsubsidies voor publicaties in 2013 minimaal drie keer subsidie hebben ontvangen, waarvan de meest recente toekenning na 1 januari 2021 plaatsvond.
De aanvraag- en toetsingsprocedure is eenvoudig met lage administratieve lasten voor de aanvrager en beperkte uitvoeringskosten voor het Letterenfonds.
Makers die sinds de start van de oude Regeling projectsubsidies voor publicaties in 2013 minimaal drie projectsubsidies voor publicaties hebben ontvangen waarvan de laatste toekenning na 1 januari 2021. Ook toekenningen binnen Schrijverslevens, biografieregeling Nederlands Letterenfonds tellen mee.
– aanvrager heeft voor een boekpublicatie subsidie aangevraagd op grond van de regeling Projectsubsidies voor makers van boeken en deze aanvraag is op basis van inhoudelijke of budgettaire gronden afgewezen;
– aanvrager kan voor een boekpublicatie geen subsidie ontvangen op grond van de regeling Projectsubsidies voor makers van boeken vanwege de eis dat de aanvrager op het moment van aanvragen geen gesubsidieerd project onder handen mag hebben waarvan het te schrijven boek nog niet is gepubliceerd;
– aanvrager heeft voor een boekpublicatie subsidie ontvangen op grond van de regeling Projectsubsidies voor makers van boeken, maar het verleende bedrag voor deze boekpublicatie is lager dan naar verwachting zou zijn verkregen op basis van de ingetrokken regelingen Regeling projectsubsidies voor publicaties en Schrijverslevens, biografieregeling Nederlands Letterenfonds.
Aanvragen voor een overbruggingssubsidie kunnen doorlopend worden ingediend via het online formulier op de website van het Letterenfonds, tot het subsidieplafond van de regeling bereikt is. Een aanvraag bestaat uit:
• een volledig ingevuld aanvraagformulier;
• een kopie van de uitgaveovereenkomst met de uitgever, óf een intentieverklaring waaruit blijkt dat de uitgever bereid is een overeenkomst aan te gaan voor de te schrijven publicatie;
• een kopie van de uitgaveovereenkomst voor de meest recente boekpublicatie;
• de meest recente definitieve aanslag inkomstenbelasting.
Het fonds gaat uit van de hoogste subsidietoekenning van de laatste drie toekenningen binnen de Regeling projectsubsidie voor publicaties of de regeling Schrijverslevens, biografieregeling Nederlands Letterenfonds. De toekenningen uit beide regelingen tellen mee. Dat subsidiebedrag is het ijkpunt voor de verdere berekeningen, het zogenoemde ijkbedrag.
– Bij een afwijzing voor projectsubsidie wordt 75% van het ijkbedrag als overbruggingssubsidie toegekend, maar ten minste € 12.500.
– In het geval dat een maker een lagere projectsubsidie ontvangt dan in het verleden, wordt de hoogte van het subsidiebedrag op grond van deze overbruggingsregeling bepaald op 75% van het ijkbedrag, minus het voor de boekpublicatie verleende subsidiebedrag binnen de regeling Projectsubsidies voor makers van boeken.
– Voor makers die géén aanvraag kunnen indienen binnen de nieuwe Regeling projectsubsidies voor makers van boeken, omdat zij nog een gesubsidieerd project onder handen hebben waarvan het te schrijven boek nog niet is gepubliceerd, bedraagt het subsidiebedrag op grond van deze overbruggingsregeling € 12.500.
– Voor makers die in 2025 een subsidie hebben aangevraagd op basis van de Regeling projectsubsidies voor publicaties en van wie de aanvraag is afgewezen op budgettaire gronden, op basis van de prioriteringsregels, wordt het subsidiebedrag op basis van deze overbruggingsregeling bepaald op 75% van het ijkbedrag.
Binnengekomen aanvragen worden getoetst op ontvankelijkheid. Als de aanvrager voldoet aan de drempelvoorwaarden zoals beschreven in artikel 4, wordt de aanvraag in behandeling genomen en binnen zes weken afgehandeld.
Let op: wie overbruggingssubsidie aanvraagt voor een project, kan voor datzelfde project niet nog eens aanvragen binnen de Regeling projectsubsidies voor makers van boeken. Een project kan slechts eenmaal ondersteund worden.
Aanvragen kunnen doorlopend worden ingediend tot en met 1 december 2027 via het online aanvraagformulier op de website van het Letterenfonds. Aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld. Als het subsidieplafond van de regeling eerder wordt bereikt, sluit het aanvraagloket.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-7730.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.