Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rijkswaterstaat | Staatscourant 2026, 77 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rijkswaterstaat | Staatscourant 2026, 77 | ander besluit van algemene strekking |
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat maakt bekend dat hij op 22 december 2025, op grond van artikel 15.36, eerste lid, van de Wet milieubeheer heeft besloten om de overeenkomst inzake de afvalbeheerbijdrage voor AEEA algemeen verbindend te verklaren van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
Het verzoek is ingediend door Stichting Organisatie Producentenverantwoordelijkheid E-waste Nederland (Stichting OPEN). De overeenkomst is gesloten tussen Stichting Belangen A/V Producenten en Importeurs, Stichting NL digital, Stichting LightRec Nederland, Stichting Metalektro Recycling, Stichting Verantwoord recyclen van Elektrische gereedschappen, APPLiA Nederland en Stichting Zonne-energie Recycling Nederland, die de belangen behartigen van de bij hen aangesloten producenten met betrekking tot de afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, en Stichting OPEN.
De Overeenkomst vormt een financiële basis voor de invulling, instandhouding en uitvoering van de afvalbeheerstructuur voor AEEA. Partijen bij de Overeenkomst AEEA hebben een afvalbeheerstructuur opgezet. Met deze afvalbeheerstructuur zijn de betrokken producenten voornemens collectief aan hun verplichtingen op grond van de Regeling afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (hierna: Regeling AEEA) te voldoen. De afvalbeheerstructuur bouwt voort op een (deel van de) bestaande afvalbeheerstructuur en beoogt deze, onder centrale regie van de betrokken producentenorganisatie te optimaliseren. De Overeenkomst vormt de financiële basis voor de realisatie van deze afvalbeheerstructuur.
De avv is nodig om te bewerkstelligen dat ook de producenten, die niet vrijwillig partij zijn bij de Overeenkomst verplicht worden de afvalbeheerbijdrage af te dragen die nodig is om de voorgestelde afvalbeheerstructuur in stand te houden.
Van het ontwerpbesluit is op 4 november 2025 mededeling gedaan in de Staatscourant (Stcrt-nr. 2025-37966). Het ontwerpbesluit en de bijbehorende stukken hebben van 4 november 2025 tot en met 15 december 2025 ter inzage gelegen. Naar aanleiding hiervan zijn 4 zienswijzen ingediend.
Het definitieve besluit en bijbehorende stukken liggen vanaf de eerste werkdag na de dag van publicatie van het besluit in de Staatscourant gedurende zes weken ter inzage bij Rijkswaterstaat Leefomgeving, afdeling Circulaire Economie & Afval, Griffioenlaan 2, 3526 LA te Utrecht. U dient vooraf echter wel een afspraak te maken via producentenverantwoordelijkheid@rws.nl.
Tevens is er de mogelijkheid het dossier te downloaden op https://open.rijkswaterstaat.nl/ter-inzage/overige-terinzageleggingen/.
Gelet op artikel 15.37, vierde lid, van de Wet milieubeheer zijn hieronder de tekst van het besluit en de algemeen verbindend verklaarde overeenkomst opgenomen.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat neemt het volgende in overweging:
Stichting Organisatie Producentenverantwoordelijkheid E-waste Nederland (hierna ook: Stichting OPEN), gevestigd te Zoetermeer, vertegenwoordigd door de algemeen directeur, heeft op 4 april 2025 een verzoek ingediend tot algemeen verbindend verklaring (hierna: avv) als bedoeld in artikel 15.36 van de Wet milieubeheer (hierna: Wm) van de Afvalbeheerbijdrageovereenkomst met betrekking tot AEEA (hierna: Overeenkomst).
Het verzoek tot avv is ingediend mede namens de andere ondertekenaars van de Overeenkomst, zijnde organisaties die de belangen van de bij hen aangesloten producenten (waaronder mede inbegrepen importeurs) van elektrische en elektornische apparatuur vertegenwoordigen. Deze aldus vertegenwoordigde producenten vormen naar mijn oordeel een belangrijke meerderheid van degenen die elektrische en elektronsche apparatuur (hierna: EEA) in Nederland in de handel brengen.
De Overeenkomst is gesloten tussen:
– Stichting Belangen A/V Producenten en Importeurs, statutair gevestigd te Voorburg, met adres Zwartepad 5, 2272 BT te Voorburg, met Kamer van Koophandelnummer 28079527;
– Stichting NL digital, vereniging van bedrijven in de sectoren digitalisering, informatietechnologie, telecommunicatie, kantoorautomatisering en aanverwante sectoren, statutair gevestigd te Stichtse Vecht, met adres De Corridor 5, 3621 ZA te Breukelen, met Kamer van Koophandelnummer 30174840;
– Stichting LightRec Nederland, statutair gevestigd te Zoetermeer, met adres Zilverstraat 69, 2718 RP te Zoetermeer, met Kamer van Koophandelnummer 271864457;
– Stichting Metalektro Recycling, statutair gevestigd te Zoetermeer, met adres Zilverstraat 69, 2718 RP te Zoetermeer, met Kamer van Koophandelnummer 27186445;
– Stichting Verantwoord Recyclen van Elektrische Gereedschappen, statutair gevestigd te Zoetermeer, met adres Zilverstraat 69, 2718 RP te Zoetermeer, met Kamer van Koophandelnummer 27184005;
– APPLiA Nederland – Stichting E-waste Circulair, statutair gevestigd te Zoetermeer, met adres Meander 901, 6825 MH te Arnhem, met Kamer van Koophandelnummer 27174030;
– Stichting Zonne-energie Recycling Nederland, statutair gevestigd te Utrecht, met adres Arthur van Schendelstraat 600D, 3511 MJ te Utrecht, met Kamer van Koophandelnummer 63913658,
en,
– Stichting Organisatie Producentenverantwoordelijkeheid E-waste Nederland, statutair gevestigd te Zoetermeer, met adres Baron de Coubertinlaan 7, 2719 EN te Zoetermeer, met Kamer van Koophandelnummer 76846563.
De Overeenkomst vormt een financiële basis voor de invulling, instandhouding en uitvoering van de afvalbeheerstructuur voor Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparatuur (hierna: AEEA). Partijen bij de Overeenkomst hebben een afvalbeheerstructuur opgezet. Met deze afvalbeheerstructuur zijn de betrokken producenten voornemens collectief aan hun verplichtingen op grond van de Regeling afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (hierna: Regeling AEEA) te voldoen. De afvalbeheerstructuur bouwt voort op de bestaande afvalbeheerstructuur en beoogt deze, onder centrale regie van de betrokken producentenorganisatie, te optimaliseren.
De avv is nodig om te bewerkstelligen dat ook de producenten die niet vrijwillig partij zijn bij de Overeenkomst, verplicht worden de afvalbeheerbijdrage af te dragen die nodig is om de voorgestelde afvalbeheerstructuur in stand te houden.
Door de Overeenkomst algemeen verbindend te verklaren gaat de Overeenkomst voor alle producenten gelden, ongeacht of ze reeds aangesloten zijn bij de Overeenkomst. Hierdoor dragen alle producenten op gelijke wijze bij aan het afvalbeheer.
De looptijd van de Overeenkomst is van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030. Het verzoek is om de Overeenkomst voor een periode van vijf jaar algemeen verbindend te verklaren ter vervanging van de huidig algemeen verbindend verklaarde Overeenkomst, welke geldig is tot 31 december 2025.
Gelet op artikel 15.36 van de Wet milieubeheer en onderstaande overwegingen en motivering;
BESLUIT:
de Afvalbeheerbijdrageovereenkomst met betrekking tot AEEA algemeen verbindend te verklaren van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030 of zoveel eerder als de Overeenkomst voortijdig eindigt.
DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT – OPENBAAR VERVOER EN MILIEU, namens deze, DIRECTEUR-GENERAAL MILIEU EN INTERNATIONAAL, A. van Rijn
Het besluit tot vaststelling van de algemeen verbindend verklaring en de tekst van de overeenkomst worden bekendgemaakt in de Staatscourant.
Het verzoek tot avv bestaat uit de Overeenkomst en diverse bijlagen en is ontvangen op 4 april 2025.
Voorbereiding
Op de voorbereiding van het besluit tot avv is de uitgebreide procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing op grond van artikel 15.37 van de Wm.
Op 11 juni 2025 is een verzoek om aanvullende gegevens aan Stichting OPEN verzonden. Het verzoek om aanvullende gegevens heeft onder andere betrekking op de reikwijdte, looptijd en inwerkingtreding van de overeenkomst, vertrouwelijkheid van bepaalde gegevens, mededinging, toepassing van tariefdifferentiatie en het behalen van de doelstellingen.
Het verzoek tot avv is door Stichting OPEN op 8 juli en 21 juli 2025 aangevuld. Op 13 augustus 2025 is nogmaals om aanvullende gegevens verzocht, met betrekking op de ondertekening en hierop heeft Stichting OPEN op 13 augustus 2025 het verzoek aangevuld. Op 12 september 2025 is door Stichting OPEN de uiteindelijke ondertekende overeenkomst aangeleverd.
De beslistermijn van het verzoek tot avv is opgeschort vanaf de dag na verzending van het verzoek om aanvullingen tot de dag dat de aanvullingen ontvangen zijn. Dit betekent dat de beslistermijn is opgeschort met 40 dagen.
Vertrouwelijke behandeling gegevens.
In het verzoek wordt verzocht om vertrouwelijke behandeling van gegevens.
Het verzoek om vertrouwelijke behandeling heeft betrekking op de volgende stukken;
– de persoonsgegevens in de volmachten (bijlage 5 van het verzoek);
– handtekeningenpagina bij de overeenkomst (bijlage 8 van het verzoek);
Vertrouwelijke behandeling is mogelijk als de uitzonderingsgronden van artikel 5.1 Wet open overheid dit rechtvaardigen.
Openbaarmaking van handtekeningen en persoonsgegevens kunnen achterwege gelaten worden ter eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen. Met de tweede tekst aangaande het weglaten van de handtekening in de aanbiedingsbrief, wordt het weglaten van de handtekeningen in de Overeenkomst en bijlage 2 goedgekeurd omdat het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer zwaarder weegt dan het belang van openbaarmaking. Deze persoonsgegevens dragen niet bij aan een beoordeling van het verzoek en de overeenkomst door derden.
Ter inzage
Het verzoek tot avv, waaronder de Overeenkomst, het ontwerpbesluit en de overige van belang zijnde stukken hebben van 4 november 2025 tot en met 15 december 2025 ter inzage gelegen bij Rijkswaterstaat – Water, Verkeer en Leefomgeving, afdeling Circulaire Economie en Afval, Griffioenlaan 2, 3526 LA te Utrecht.
De kennisgeving over de terinzagelegging is op 4 november 2025 gepubliceerd in de Staatscourant (Stcrt-2025-37966).
Naar aanleiding van het ontwerpbesluit zijn er 4 zienswijzen ontvangen.
Stichting OPEN is van de inhoud hiervan op de hoogte gebracht en gevraagd op de zienswijzen te reageren.
Op 18 december 2025 is hierop een reactie ontvangen van Stichting OPEN.
In onderdeel 5 van dit besluit wordt ingegaan op de inhoud van de ingediende zienswijzen. De zienswijzen geven geen aanleiding tot wijziging van het voorgenomen besluit.
Inleiding
Een verzoek tot avv moet aan een aantal eisen voldoen om te kunnen worden ingewilligd. Ten eerste moet een verzoek tot avv zijn ingediend door een belangrijke meerderheid van producenten die een bepaald product (voor het eerst) in de handel brengen. Dit is geregeld in artikel 15.37 van de Wm. Voorts moet een avv, en daarmee de overeenkomst waarvoor een avv is verzocht, in het belang zijn van een doelmatig afvalbeheer. Dit is geregeld in artikel 15.36, eerste lid, van de Wm. De beoordeling van deze aspecten komen terug in hoofdstuk 3 van dit besluit.
Regeling verzoek algemeen verbindend verklaren overeenkomst afvalbeheerbijdrage
Daarnaast moet het verzoek tot avv en de overeenkomst bepaalde informatie bevatten voor een zorgvuldige en adequate beoordeling van het verzoek tot avv. In de voorgelegde overeenkomst moeten bepaalde onderwerpen aan de orde komen en bij het verzoek tot avv moeten naast de overeenkomst ook gegevens worden overgelegd, waaronder over de verzoeker(s), betrokken actoren bij het afvalbeheer, de organisatiestructuur en de voorbereiding van het verzoek tot avv. Dit is geregeld in artikel 15.36, tweede lid, van de Wm en de Regeling verzoek algemeen verbindend verklaren overeenkomst afvalbeheerbijdrage (hierna: Regeling avv). Deze beoordeling wordt beschreven in hoofdstuk 4 van dit besluit.
Artikel 8 bis van de Kaderrichtlijn afvalstoffen
Een te verlenen avv moet ingevolge artikel 15.36, eerste lid, van de Wm ook in overeenstemming zijn met artikel 8 bis van de Kaderrichtlijn afvalstoffen (hierna: Kra) waarin de minimumvereisten voor regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (hierna: UPV) zijn geregeld. Dit betekent dat de inhoud van de overeenkomst en overige gegevens bij een verzoek tot avv dienen te voorzien in de benodigde informatie ter beoordeling van de minimumvereisten van artikel 8 bis van de Kra. De vereisten uit artikel 8 bis van de Kra komen terug in de Regeling avv en worden beschreven in hoofdstuk 4 van dit besluit.
Regeling afgedankte elektrische en elektronische apparatuur
Producenten van EEA moeten voldoen aan de eisen gesteld in de Regeling AEEA. De Regeling AEEA stelt producenten van EEA verantwoordelijk voor het beheer van dat product in de afvalfase. De Regeling AEEA dient ter implementatie van richtlijn nr. 2012/19/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (PbEU 2012, L 197) (hierna: WEEE-richtlijn). De WEEE-richtlijn heeft ten doel bij te dragen aan duurzame productie en consumptie van EEA. In de eerste plaats gebeurt dat door preventie van het ontstaan van AEEA. Daarnaast worden hergebruik, recycling en andere vormen van nuttige toepassing aangewend teneinde de hoeveelheid te verwijderen afval te verminderen en bij te dragen aan efficiënter hulpbronnengebruik en de terugwinning van waardevolle secundaire grondstoffen. Voorts bevat de WEEE-richtlijn de door producenten te behalen doelstellingen voor AEEA (zie onderdeel 3b van dit besluit).
In artikel 15.37, eerste lid, van de Wm is opgenomen dat een verzoek tot algemeen verbindend verklaring van een overeenkomst over de afvalbeheerbijdrage slechts kan worden ingediend door degenen die, onderscheidenlijk organisaties van degenen die wat betreft de gezamenlijke omzet van de betrokken stoffen, preparaten of producten een naar het oordeel van Onze Minister belangrijke meerderheid vormen van degenen die deze stoffen, preparaten of producten in Nederland invoeren of op de markt aanbieden.
Onze Minister beoordeelt of sprake is van een belangrijke meerderheid zoals aangegeven in de toelichting op de Regeling avv. In de toelichting is aangegeven dat een belangrijke meerderheid wordt aangetoond op basis van het aantal producenten en de hoeveelheid in de handel gebrachte producten (gerekend naar gewicht, aantal of grootte van de producten). Een uitgangspunt is dat beide maatstaven ten minste 55% moeten zijn. Daarnaast moet ten minste een van beiden hoger zijn dan of gelijk zijn aan 75%.
Met behulp van onderstaande twee formules M1 en M2 kan de belangrijke meerderheid van producenten worden aangetoond.
|
A: aantal producenten dat het verzoek tot avv steunt; B: aantal producenten dat een afvalbeheerbijdrage onder de avv zou moeten afdragen maar niet bij het verzoek tot avv bedoeld onder A betrokken zijn; A+B: totaal aantal producenten; M1: A / (A+B) x100 = vertegenwoordiging producenten |
|
C: hoeveelheid in de handel gebrachte producten (gerekend naar gewicht, aantal of grootte) door producenten bedoeld onder A in het jaar voorafgaand aan het verzoek; D: hoeveelheid in de handel gebrachte producten (gerekend naar gewicht, aantal of grootte) door producenten bedoeld onder B in het jaar voorafgaand aan het verzoek; C+D: totale hoeveelheid in de handel gebracht; M2: C / (C+D) x100 = vertegenwoordiging in de handel gebrachte hoeveelheden |
|
M1 + M2 ≥130, waarbij ten minste M1 of M2 ≥75 |
In het kader van doelmatig afvalbeheer kan de minister gemotiveerd afwijken van deze methodiek of van de daarin gehanteerde percentages.
Stichting OPEN vraagt de avv aan namens de zes stichtingen en de bij hen aangesloten producenten van AEEA. De producenten hebben in het kader van hun jaarlijkse opgave bij Stichting OPEN door middel van een opt-in functie de mogelijkheid gekregen om aan te geven of zij in wilden stemmen met het verzoek tot avv. Er zijn geen producenten bekend die individueel uitvoering geven aan de UPV-verplichtingen.
Bij het verzoek is door Stichting OPEN een lijst aangeleverd met 4.343 producenten en importeurs (inclusief Kamer van Koophandelnummer voorzover het in Nederland gevestigde bedrijven betreft) die het verzoek tot avv ondersteunen (opt-in). Tevens is bij het verzoek een lijst aangeleverd met 408 producenten en importeurs, die het verzoek niet ondersteunen (opt out). Deze lijst bestaat uit 145 producenten die het verzoek expliciet niet steunden en 263 producenten die niet gereageerd hebben.
|
Producenten (aantallen) |
Hoeveelheid op de markt aangeboden (tonnen) |
|
|---|---|---|
|
Aangesloten bij Stichting OPEN die het verzoek om avv steunen |
4.343 |
650.519 kg |
|
Totaal aantal geregistreerde |
4751 |
670.000 kg |
|
Percentage |
91% |
97% |
De gegevens uit tabel 2 ingevuld in de formule uit tabel 1 geeft aan dat de vertegenwoordiging van producenten (M1) uitkomt op 91%. De vertegenwoordigde hoeveelheid op de markt aangeboden EEA (M2) komt dit op 97%. De som hiervan (M1+M2) bedraagt 188%.
De verzoeker heeft hiermee aannemelijk gemaakt dat is voldaan aan het belangrijke meerderheidsvereiste als bepaald in artikel 15.37, eerst lid, van de Wm.
Op grond van artikel 15.36, eerste lid, van de Wm beoordeelt de minister op basis van de Overeenkomst en de daarbij overgelegde gegevens de doelmatigheid van het afvalbeheer voor het betrokken product.
Bij het beoordelen van de doelmatigheid van het afvalbeheer gaat het met name om de doelstellingen met betrekking tot het afvalbeheer, de meerwaarde daarvan ten opzichte van de huidige situatie, de efficiënte wijze waarop invulling wordt gegeven aan de organisatie van het afvalbeheer om de gestelde doelen te (kunnen) behalen en de mate waarin kan worden aangetoond dat het in het vooruitzicht gestelde afvalbeheer uitvoerbaar is en blijft. De hiervoor bedoelde meerwaarde kan naast betere inzameling en verwerking, bijvoorbeeld ook betrekking hebben op meer afvalpreventie, voorkoming van dumpen van afval of voorkoming van (illegale) lekstromen. Die meerwaarde kan gebaat zijn bij de betrokkenheid van alle producenten bij het afvalbeheer (grootschaligheid) in verhouding tot de beperkte lasten die daarmee gemoeid zijn voor niet aangesloten producenten. De kenmerken of kwaliteiten van het afvalbeheer vertalen zich ook in de werking, reikwijdte en toegankelijkheid (voor gebruikers) van het inzamel- of verwerkingssysteem als onderdeel van de afvalbeheerstructuur in relatie tot de doelstellingen van inzameling of verwerking. Voorts moet blijken dat producenten en de bij het afvalbeheer betrokken actoren zich aantoonbaar voldoende hebben gecommitteerd aan de doelstellingen of uitvoering van de afvalbeheerstructuur. Daarnaast kan doelmatigheid ook breder worden beoordeeld op basis van een milieubeschermende en economische meerwaarde van het afvalbeheer, bijvoorbeeld door in de logistiek of bedrijfsuitvoering circulair of klimaatneutraal te opereren.
Collectieve uitvoering
In de Overeenkomst is bepaald dat Stichting OPEN met de afvalbeheerstructuur, namens de bij haar aangesloten producenten, collectief zal voldoen aan de op hen rustende wettelijke verplichtingen. Na het verlenen van de avv zijn alle producenten die EEA aanbieden op de markt verplicht tot naleving van de Overeenkomst.
Stichting OPEN fungeert als centraal aanspreekpunt voor de naleving van de verplichtingen uit de Regeling AEEA die genoemd zijn in de Overeenkomst.
In 2021 is (voor het eerst) een avv verleend aan Stichting OPEN met het doel om centrale regie te kunnen voeren op het bereiken van de wettelijke doelstellingen. Om dit adequaat uit te voeren is destijds door Stichting OPEN een avv aangevraagd.
De basis van de Overeenkomst is een afvalbeheerstructuur opgezet op initiatief van een groot deel van de sector zelf waarin alle producenten naar rato bijdragen aan het doelmatig afvalbeheer en voorzien wordt in een stabiele en slagvaardige uitvoering van producentenverantwoordelijkheid voor AEEA.
De Overeenkomst heeft betrekking op alle EEA zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 1, sub f van de Regeling AEEA. Wegens technologische vooruitgang kan gedurende de looptijd van de Overeenkomst een soort EEA in de handel worden gebracht die bij aanvang van de Overeenkomst nog niet bestond, zogenoemde ‘nieuwe EEA’. Kenmerkend voor een deel van AEEA is belemmeringen bij inzameling door onder andere het incorrect ontdoen of export voor hergebruik. Het is ook mogelijk dat nieuwe EEA hierdoor gekenmerkt wordt. Om te voorkomen dat de afvalbeheerstructuur onevenredig belast wordt door bepaalde nieuwe EEA, zoals omschreven in de Overeenkomst, heeft Stichting OPEN verzocht om een bepaalde inloopperiode toe te passen voor deze specifieke nieuwe EEA. De inloopperiode biedt Stichting OPEN mogelijkheid waar nodig de afvalbeheerstructuur aan te passen op de inzameling van deze nieuwe EEA.
Inzameldoelstelling
Op basis van de Europese WEEE-richtlijn zijn er doelstellingen bepaald voor het inzamelen en verwerken van AEEA. In artikel 10 van de Regeling AEEA is over het te behalen inzamelpercentage opgenomen dat een producent er zorg draagt voor dat jaarlijks:
– minimaal 65% van de gemiddelde gewichtshoeveelheid elektrische en elektronische apparatuur die door hem in de voorgaande drie jaren in Nederland in de handel is gebracht, aan afgedankte elektrische en elektronische apparatuur namens hem wordt ingezameld en verwerkt (hierna: 65% ‘put on market’-doelstelling), of
– minimaal 85% van de door hem in het betreffende jaar in Nederland geproduceerde gewichtshoeveelheid elektrische en elektronische apparatuur aan afgedankte elektrische en elektronische apparatuur namens hem wordt ingezameld en verwerkt (hierna: 85% ‘WEEE generated’-doelstelling).
Met de voorgaande avv voor AEEA heeft Stichting OPEN met behulp van onder andere het Actieplan 65% zich ingespannen om het wettelijke inzamelpercentage te realiseren van minimaal 65% inzameling ten opzichte van de hoeveelheid in de handel gebrachte producten in de voorgaande 3 jaren (de 65% ‘put on market’-doelstelling). Het Actieplan 65% omvatte stapsgewijs maatregelen voor de nadere uitwerking van financiële en organisatorische middelen. Het gaf de nadere invulling aan en was de basis voor de uitvoering van de aanbevelingen uit de evaluatie van het oorspronkelijke 'Plan van Aanpak ter verhoging van het inzamelpercentage AEEA 2018' (hierna: Plan van Aanpak 65%).
Dit heeft geleid tot meer inzameling en heeft ook geleid tot de oprichting van een landelijk dekkende inzamelstructuur voor bedrijfsmatig AEEA. Uit de cijfers van het Nationaal WEEE Register (hierna: NWR) alsmede uit de cijfers van Stichting OPEN zelf, blijkt dat de doelstelling niet is gehaald. Ondanks maatregelen die op grond van het Actieplan 65% en het Plan van Aanpak 65% zijn uitgevoerd in de looptijd van de voorgaande avv wordt geconstateerd dat die maatregelen niet het gewenste resultaat hebben gehad.
Stichting OPEN heeft een Actieplan 2025–2030 opgesteld ter verbetering van de voorgaande plannen. Wat verschilt met de eerdere actieplannen is dat wordt uitgegaan van het behalen van de doelstellingen volgens de 85% ‘WEEE generated’-doelstelling. Deze methodiek is een berekeningsmethodiek die leidt tot betere uitgangspunten dan de methodiek die gehanteerd wordt bij de berekening voor de 65% ‘put on market’-doelstelling. Deze methodiek omvat een rekenmodel dat door de Europese Commissie is vastgesteld en is ontwikkeld door Unitar.
Wanneer nieuwe soorten producten op de Nederlandse markt gebracht worden, die er voorheen niet waren en dus geen oude apparaten vervangen, zoals in het verleden bijvoorbeeld elektrische fietsen, zonnepanelen en warmtepompen, duurt het enige tijd (afhankelijk van de levensduur van de producten) totdat deze producten worden afgedankt en als afval kunnen worden ingezameld en verwerkt. Dit effect treedt ook op wanneer er veel meer producten op de markt komen dan voorheen. De 65% ‘put on market’-doelstelling houdt geen rekening met de lange levensduur van nieuwe producten en de grote toename van de verkoop van EEA.
Ook is sprake van verschillende lekstromen. Deze lekstromen worden geanalyseerd en benoemd in het Actieplan 2025–2030. In de berekeningsmethodiek passend bij de 65% ‘put-on market’-doelstelling uit de WEEE-richtlijn is het slecht mogelijk hiermee rekening te houden. Een van de gevolgen is geweest dat, ondanks de toepassing van de interventies uit het Actieplan 65%, deze 65% ‘put on market’-doelstelling met de komst van dit soort producten steeds moeilijker te realiseren was. Voor de toekomst zal de inzameldoelstelling berekend worden aan de hand van de 85% ‘WEEE generated’-doelstelling. Bij deze nieuwe methodiek kan beter rekening worden gehouden met de levensduur en verlenging van de levensduur door onder andere hergebruik, reparatie of voorbereiden voor hergebruik. Dit is in de Kamerbrief van 17 december 20241 uiteengezet.
De Inspectie Leefomgeving en Transport (hierna: ILT) heeft Stichting OPEN eind februari 2025 onder verscherpt toezicht gesteld. In mei 2024 gaf de ILT eerder een waarschuwing aan Stichting OPEN en verzocht haar om een Actieplan 2025–2030 op te stellen ter verbetering van de voorgaande plannen.
Bij dit verzoek tot avv is het Actieplan 2025–2030 gevoegd. In dit actieplan worden maatregelen beschreven met het doel de inzameldoelstellingen te behalen (medio 2028) Het Actieplan 2025–2030 en de financieel-economische onderbouwing daarvan, zijn zodanig uitgewerkt dat op nakoming van de daarin opgenomen acties en maatregelen kan worden toegezien. In het Actieplan 2025–2030 is gewaarborgd dat een transparante regie op de uitvoering van een doelmatige afvalbeheerstructuur wordt bewerkstelligd.
Met de maatregelen uit het Actieplan 2025–2030 is het voldoende aannemelijk gemaakt dat Stichting OPEN zal gaan voldoen aan de wettelijke doelstelling bij volledige, aantoonbare uitvoering van het Actieplan. Met de avv is een stabiele financiële grondslag gelegd voor het kunnen nakomen van de wettelijke verplichtingen en deze in de toekomst te behalen.
De gekozen route om de doelstellingen te behalen middels een avv heeft tot een aantal bevindingen geleid. De centrale aanpak en regie-organisatie lijkt te werken. Het leidt tot de situatie dat meer ingezet kan worden richting verantwoorde en hoogwaardige verwerking van AEEA. Er kan worden ingezet op meer voorbereiding voor hergebruik van AEEA en om de terugwinning van kritieke grondstoffen uit AEEA mogelijk te maken. Door Stichting OPEN als regievoerder worden alle gewichten van AEEA geregistreerd (inleverlocaties, sorteerlocaties, eindverwerking) waardoor er een gedetailleerd beeld is van de inzamelresultaten, sorteer- en verwerkingsprestaties voor geheel Nederland.
Als de voorgenomen acties en maatregelen op goede wijze worden uitgevoerd door Stichting OPEN acht ik het in het belang van een doelmatig afvalbeheer de avv te verlenen.
Verwerking
Uit het jaarlijkse verslag van Stichting OPEN over de behaalde resultaten, zoals bedoeld in artikel 19 van de Regeling AEEA, blijkt dat de ingezamelde AEEA overeenkomstig de Regeling AEEA en de streefcijfers uit de WEEE-richtlijn wordt verwerkt.
Overeenkomstig artikel 11 van de Regeling AEEA worden de gescheiden ingezamelde AEEA passend verwerkt volgens de minimale streefcijfers voor nuttige toepassing uit bijlage V van de WEEE-richtlijn.
In het Nationaal Programma Circulaire Economie 2023–2030 (hierna: NPCE) zijn maatregelen beschreven om de komende jaren zuiniger om te gaan met grondstoffen en grondstoffen zo veel mogelijk te behouden. Hierbij wordt gestreefd naar zo hoogwaardig mogelijke recycling van afgedankte producenten. In het NPCE zijn enkele productgroep specifieke maatregelen beschreven, waaronder voor EEA. Stichting OPEN geeft in het verzoek aan dat zij zullen bijdragen aan het verbeteren van voorbereiden voor hergebruik van AEEA. Dit ligt in lijn met de doelstellingen uit het NPCE om levensduurverlenging van EEA te bewerkstelligen. Daarnaast geeft Stichting OPEN in het verzoek aan meer aandacht te besteden aan hoogwaardige verwerking van AEEA. De komende jaren zal de aandacht voor het behoud van kritieke grondstoffen toenemen, Stichting OPEN zal hieraan bijdragen. Deze acties sluiten aan bij de doelstelling in het NPCE om AEEA hoogwaardig te recyclen.
Naast de inzet op levensduurverlenging en hoogwaardige recycling neemt Stichting OPEN de uitvoering van de verplichtingen inzake de F-gassenverordening op zich.
Hiermee is aannemelijk gemaakt dat de voorgenomen wijze van verwerking van de ingezamelde AEEA bijdraagt aan het realiseren van de doelstellingen voor de verwerking.
Uitvoering afvalbeheerstructuur
De afvalbeheerstructuur bestaat uit 7.859 inleverpunten en 17.366 servicepunten.
Bij de inzameling wordt een aantal verschillende soorten inzamelkanalen onderscheiden:
– Gemeentelijk, waaronder milieustraten en kringloopbedrijven
– Retail, waaronder inzameling in winkelfilialen en distributiecentra
– Maatschappelijk, waaronder scholen en kinderboerderijen
– Bedrijfsmatig, waaronder inzameling door installateurs, bij groothandels en via bouw- en sloop.
Een uitgebreide beschrijving is opgenomen in paragraaf 4c van dit besluit.
Daarnaast wordt de ingezamelde AEEA verwerkt door bedrijven die over een Cenelec- Of WEEELABEX-certificaat en de juiste omgevingsvergunningen beschikken.
Daarbij zal naar verwachting in 2026 de afgifteplicht AEEA2 in werking treden.
De afgifteplicht AEEA is een wijziging in het Besluit activiteiten leefomgeving, het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen en het Besluit inzamelen afvalstoffen met het doel om de route van inzameling naar verwerking van AEEA wettelijk te borgen.
In nauwe samenwerking met bovengenoemde stakeholders wordt de afvalbeheerstructuur onderhouden. Aan de basis van deze samenwerking liggen overeenkomsten ten grondslag. Deze zijn bij het verzoek gevoegd. Ook wordt aan innovatie en kennisontwikkeling gewerkt middels circulairekennis.nl.
Bestendigheid afvalbeheerstructuur
De Overeenkomst voorziet in de financiering van de afvalbeheerstructuur. De afvalbeheersstructuur wordt bekostigd door de afvalbeheerbijdragen die worden afgedragen door producenten aan Stichting OPEN. De hoogte van de afvalbeheerbijdrage wordt periodiek vastgesteld door Stichting OPEN op basis van de ingeschatte kosten volgens de berekeningswijze zoals vastgelegd in bijlage 3 van de Overeenkomst.
Stichting OPEN heeft momenteel voor de financiering van de afvalbeheerstructuur als uitgangspunt een omslagstelsel ter dekking van de operationele kosten van AEEA, in combinatie met een omslagstelsel voor de systeemkosten. Uitgangspunt is dat de kosten in een jaar gedekt worden door de opbrengsten van de afvalbeheerbijdrage in een jaar. Enkel voor zonnepanelen hanteert Stichting OPEN een ander financieringsstelsel.
Geleidelijk zal Stichting OPEN voor bepaalde soorten EEA overstappen naar een hybride spaarstelsel. Dit betekent dat een voorziening zal worden gevormd om toekomstige operationele kosten te dekken. Dit heeft te maken met een toename van EEA die bijdragen aan onder andere de energietransitie. Deze EEA zijn relatief nieuw en hebben een lange levensduur. Ook blijkt dat een zuiver omslagstelsel leidt tot grotere fluctuaties in de afvalbeheerbijdrage. In het verzoek en paragraaf 4d van dit besluit wordt deze overgang nader uitgelegd. Het opbouwen van deze voorziening draagt bij om op lange termijn te voldoen aan de verplichtingen van de regeling voor UPV, rekening houdend met de levensduur van de EEA.
Stichting OPEN heeft een meerjarenbegroting aangeleverd om aan te geven hoe zij gedurende de looptijd van de avv aan de verplichtingen van de UPV zal voldoen.
In de Overeenkomst is beschreven hoe Stichting OPEN zorg draagt voor het toezicht en de controle van de aangeleverde gegevens door producenten. Indien nodig kan Stichting OPEN de opgave controleren. Ook is de opsporing van producenten en controle en toezicht op de afdracht van de afvalbeheerbijdrage in de Overeenkomst geborgd. De bestendigheid en werkzaamheid van de afvalbeheerstructuur alsook de adequaatheid van een mechanisme voor zelfbeheer, worden in het verzoek voldoende onderbouwd ter realisatie van de afvalbeheerstructuur.
Verzoeker heeft hiermee aannemelijk gemaakt dat is voldaan aan een doelmatig afvalbeheer volgens artikel 15.36, eerste lid, van de Wm.
In de toelichting van de Regeling avv staat: ‘Over het algemeen zal vanuit het belang van gelijke mededinging, indien relevant bij een bepaald verzoek tot avv, mede worden gekeken naar hoe de doelmatigheid van de afvalbeheerstructuur en het daarmee gemoeide economische en milieubelang bij een besluit tot avv zich verhoudt tot een eventuele inbreuk op de vrije mededinging, bijvoorbeeld jegens (nog) niet aan die overeenkomst gebonden bedrijven. Voorts kan in aanmerking worden genomen of een maatregel zoals een avv geschikt, noodzakelijk en evenredig is met betrekking tot het behalen van bepaalde milieudoelen. In het kader van deze regeling is het van belang dat de te overleggen gegevens en bescheiden bij een verzoek tot avv voldoende zijn voor het kunnen beoordelen van voornoemde aspecten.’
Argumentatie verzoeker
Bij het verzoek is in bijlage 3 een notitie opgenomen van advocatenkantoor De Brauw, Blackstone en Westbroek van 3 april 2025 over de mededingingsaspecten van de algemeenverbindendverklaring van de Afvalbeheerbijdrageovereenkomst AEEA.
De notitie is op 8 juli 2025 aangevuld door Stichting OPEN met een aanvullende notitie van De Brauw, Blackstone en Westbroek. Bij de aanvulling is beargumenteerd dat de gemaakte afspraken in de Overeenkomst niet zullen leiden tot een (merkbare) mededingingsbeperking in de zin van artikel 6 lid 1 van de Mededingingswet. De Overeenkomst raakt volgens de argumentatie niet aan belangrijke concurrentieparameters van de deelnemende producenten. De producenten wordt gevraagd een afvalbeheerbijdrage te voldoen voor het treffen van maatregelen die vanuit milieuoogpunt wettelijk verplicht zijn, maar die individuele producenten veelal niet en niet efficiënt kunnen treffen. Er is hierbij geen verplichting om de afvalbeheerbijdrage door te rekenen aan klanten. Hierover worden dan ook in de Overeenkomst geen afspraken gemaakt en geen informatie uitgewisseld door de producenten of Stichting OPEN. De mededinging op basis van prijs, kwaliteit, variëteit en distributiewijze zal naar verwachting niet merkbaar worden beïnvloed.
Deelname aan de collectieve afvalbeheerstructuur staat open voor alle producenten van EEA. Met een avv worden alle producenten van EEA gebonden aan de Overeenkomst. Van uitsluiting van enige marktpartij is geen sprake. Producenten kunnen wel een ontheffing verzoeken op de avv, indien zij beschikken over een ten minste gelijkwaardig systeem.
Vanuit haar regierol hanteert Stichting OPEN een inkoopbeleid voor diensten die zij inkoopt bij de diverse spelers uit de afvalbeheerketen. Deze selectie van afvalbeheerder vindt op een transparante en non-discriminatoire wijze plaats. Hierdoor wordt volgens de argumentatie het risico op uitsluiting van spelers in de afvalbeheerketen beperkt.
In artikel 7 van de Overeenkomst is bepaald dat Stichting OPEN, de beheersorganisatie en de bij de collectieve afvalbeheerstructuur betrokken organisaties alle van producenten afkomstige bedrijfsvertrouwelijke informatie vertrouwelijk dienen te behandelen en dat producenten geen inzage krijgen in elkaars opgaven. Ook om deze reden is er geen aanleiding te twijfelen aan de mededingingsrechtelijke toelaatbaarheid van de Overeenkomst.
De mate van innovatie is één van de wegingscriteria voor het selecteren van spelers uit de afvalbeheerketen. Hierdoor is volgens de argumentatie innovatie een prikkel voor spelers in de afvalbeheerketen. Ook de producenten worden niet belemmerd in het ontwikkelen van duurzame(re) alternatieven.
Volgens de argumentatie valt de Overeenkomst niet onder het kartelverbod van artikel 6 lid 1 van de Mededingingswet. Tot slot wordt beargumenteerd dat de Overeenkomst zou voldoen aan de vier cumulatieve voorwaarden voor vrijstelling van artikel 6 lid 3 van de Mededingingswet.
Avv in relatie tot de mededinging
De uitvoering van de Overeenkomst door Stichting OPEN dient te allen tijde te voldoen aan wet- en regelgeving, waaronder ook de mededingingsregelgeving. De voorwaarden waaronder andere marktpartijen kunnen deelnemen aan de afvalbeheerstructuur mogen niet zodanig belemmerend zijn dat de mededinging onnodig of onredelijk wordt beperkt. Indien na vaststelling van de avv blijkt dat onder de avv de toetreding tot de markt merkbaar en onredelijk wordt belemmerd, kan met het oog op de mededingingsrechtelijke gevolgen, al dan niet na overleg met de Autoriteit Consument en Markt (ACM), de avv worden ingetrokken.3
Dat laat onverlet dat ik op grond van het verzoek en de grondslag daarvoor in de Wet milieubeheer een verzoek om avv primair beoordeel op het belang van een avv voor een doelmatig afvalbeheer, de daaraan gepaard gaande efficiëntievoordelen en de daarmee gemoeide milieuwinst, waaronder het doen naleven van de Europese inzameldoelstelling. Met een avv wordt voor een gezamenlijke en effectieve aanpak van het afvalbeheer door alle producenten, aanvullend toepassing gegeven aan het Europese beginsel van producentenverantwoordelijkheid. Een avv geeft immers uitvoering aan artikel 8 en 8 bis van de EU-Kaderrichtlijn afvalstoffen waarbij producenten en marktdeelnemers in de afvalbeheerketen gezamenlijk taken en verantwoordelijkheden van producentenverantwoordelijkheid voor een bepaalde afvalstroom op zich nemen. Dit omvat mede permante beschikbaarheid en een adequate geografische spreiding van inzamelsystemen ongeacht de verlies- of winstgevendheid van het afvalbeheer. Hierdoor kunnen verschillen in de financiële lasten van afvalbeheer voor ondernemers worden geminimaliseerd en geoptimaliseerd. Een avv brengt voor maximaal 5 jaar een zodanige stabiliteit en rechtszekerheid dat taken en verantwoordelijkheden in het kader van producentenverantwoordelijkheid kunnen worden waargemaakt. Op basis van de bij het verzoek aangeleverde stukken zie ik vooralsnog geen onaanvaardbare strijdigheid met een eventuele inbreuk op de mededinging optreden.
De verantwoordelijkheid om in lijn met de mededingingsregels te handelen ligt bij partijen bij de Overeenkomst.
De Overeenkomst en de overige aangeleverde gegevens voldoen aan de Regeling avv. Dit hoofdstuk omschrijft de afvalbeheerstructuur aan de hand van enkele onderwerpen. Deze onderwerpen zijn gekozen op basis van de onderwerpen die in een overeenkomst over een afvalbeheerbijdrage dienen te staan en de overige gegevens die bij een verzoek tot avv moeten worden aangeleverd.
In artikel 4.1 van de Overeenkomst is opgenomen dat producenten een afvalbeheerbijdrage verschuldigd zijn over door hen op de markt aangeboden EEA per kalenderjaar.
Hierbij is EEA gedefinieerd als elektrische of elektronische apparatuur als bedoeld in artikel 1 lid 1 sub f van de Regeling AEEA die zijn opgenomen in de Productenbijlage. Dit betreffen elektrische of elektronische apparaten die afhankelijk zijn van elektrische stromen of elektromagnetische velden om naar behoren te werken en apparaten voor het opwekken, overbrengen en meten van die stromen en velden die bedoeld zijn voor gebruik met een spanning van maximaal 1.000 volt bij wisselstroom en 1.500 volt bij gelijkstroom. De Productenbijlage is als Bijlage 1 bij deze Overeenkomst gevoegd. De productenbijlage omvat alle EEA die nu en gedurende de looptijd van de avv in de handel wordt gebracht en binnen de reikwijdte van de WEEE-richtlijn valt.
In artikel 2.5 van de Overeenkomst is aangegeven dat de afvalbeheerstructuur betrekking heeft op AEEA, ongeacht of dit afkomstig is van huishoudens of bedrijven. AEEA zijn elektrische of elektronische apparatuur die afvalstoffen zijn in de zin van artikel 3, punt 1, van Richtlijn 2008/98/EG (hierna: Kaderrichtlijn afvalstoffen), daaronder begrepen alle onderdelen, subeenheden en verbruiksmaterialen die deel uitmaken van het product op het moment dat het wordt afgedankt. De Regeling AEEA bepaalt het toepassingsbereik van de regeling voor UPV.
EEA worden ingedeeld in de volgende zes categorieën uit bijlage III van de WEEE-richtlijn:
|
1 |
Warmte- of koude-uitwisselende apparatuur |
|
2 |
Schermen |
|
3 |
Lampen |
|
4 |
Grote apparatuur (incl. zonnepanelen) |
|
5 |
Kleine apparatuur |
|
6 |
Kleine ICT-apparatuur |
De afvalbeheerstructuur heeft betrekking op de AEEA in alle zes voornoemde categorieën, inclusief de open scope. Apparatuur vallend onder ‘open scope’ wil zeggen dat deze apparatuur nog moet worden ingedeeld in één van de overige 6 categorieën. Tot die tijd wordt de open scope apparatuur wel meegeteld, maar nog niet bij de categorieën. Deze apparaten zijn integraal onderdeel van de verplichtingen om deze in te zamelen en te verwerken. In het verzoek tot avv en de overige van belang zijnde stukken bij het verzoek worden voor open scope ook de termen niet-beperkende lijst en open toepassingsgebied gebruikt.
In de Overeenkomst is een definitie opgenomen van nieuwe EEA. Dit betreft EEA die voor aanvang van de looptijd van deze Overeenkomst nog niet op de markt werd aangeboden, maar na aanvang van deze Overeenkomst wel. Stichting OPEN wil graag de mogelijkheid om, onder voorwaarden, voor bepaalde nieuwe EEA, langer de tijd krijgen om de UPV-verplichtingen en de afvalbeheersstructuur voor deze producten te organiseren. Stichting OPEN definieert dit als een inloopperiode. In het geval Stichting OPEN een dergelijke inloopperiode zou willen aanwenden moet er een daartoe strekkend en onderbouwd verzoek volgen aan de bevoegde minister, welke hier al dan niet mee instemt. De aard, omvang en rechtsgevolgen van de inloopperiode worden per geval bepaald. Dit is een aspect voor toezicht en handhaving. Stichting OPEN wordt hierbij in geen geval ontslagen van hun UPV-verplichting ten aanzien van deze producten, maar het biedt Stichting OPEN voldoende mogelijkheid om in gesprek te gaan over wat er nodig is om een goede afvalbeheerstructuur daarvoor op te zetten.
De producenten zijn gehouden een afvalbeheerbijdrage te betalen als het product op de markt wordt aangeboden. In de Overeenkomst wordt hiervoor verwezen naar de definitie van producent in artikel 1 lid 1 sub p van de Regeling AEEA. Een producent is een natuurlijke persoon of rechtspersoon die ongeacht de verkooptechniek, met inbegrip van communicatie op afstand in de zin van richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 1997 betreffende de bescherming van de consument bij op afstand gesloten overeenkomsten (PbEU 1997, L 144):
1. is gevestigd in Nederland en onder zijn eigen naam of merk elektrische en elektronische apparatuur vervaardigt, of elektrische en elektronische apparatuur laat ontwerpen of vervaardigen die hij onder zijn naam of merk in Nederland verhandelt,
2. is gevestigd in Nederland en in Nederland onder zijn eigen naam of handelsmerk apparatuur wederverkoopt die door andere leveranciers is geproduceerd waarbij de wederverkoper niet als producent wordt aangemerkt wanneer het merkteken van de producent zoals bepaald in onderdeel 1°, op het apparaat zichtbaar is,
3. is gevestigd in Nederland en beroepsmatig elektrische en elektronische apparatuur uit een derde land of een andere lidstaat van de Europese Unie invoert en het in Nederland in de handel brengt, of
4. via verkoop op afstand elektrische en elektronische apparatuur rechtstreeks verkoopt aan particuliere huishoudens of aan andere gebruikers dan particuliere huishoudens in Nederland, en is gevestigd in een ander land dan Nederland.
Er dienen minimumdoelstellingen voor afvalbeheer van het product te worden opgenomen in een overeenkomst over een afvalbeheerbijdrage. Deze doelstellingen kunnen zowel kwalitatief als kwantitatief van aard zijn. Bij het bepalen van deze doelstellingen dient rekening gehouden te worden met de afvalhiërarchie van artikel 10.4 van de Wm.
In de statuten van Stichting OPEN is opgenomen dat de stichting tot doel heeft om namens producenten collectief uitvoering te geven aan de verantwoordelijkheden en verplichtingen uit hoofde van de Regeling AEEA en te streven naar uitvoering hiervan tegen zo laag mogelijke kosten met betrekking tot de (organisatie van) de inzameling en de bewerking en/of verwerking en/of nuttige toepassing of milieuhygiënisch verantwoorde verwijdering van AEEA. De stichting verricht voorts al wat met het vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.
Stichting OPEN probeert dit doel te bereiken door:
– het opzetten en in stand houden van een landelijk dekkende afvalbeheerstructuur en een heffingsorganisatie ter inning van de middelen van de stichting voor collectieve uitvoering van de verplichtingen van producenten uit hoofde van de Regeling AEEA;
– het periodiek vaststellen van de tarieven en bedragen van de afvalbeheerbijdrage en eventuele andere heffingen conform de daarvoor binnen de stichting geldende procedures en methodes;
– het innen van de afvalbeheerbijdrage ter bekostiging van het opzetten, in stand houden en het uitvoeren van de afvalbeheerstructuur en de organisatie daarvan;
– het (laten) monitoren van en rapporteren over de inzameling, de toepassing en het hergebruik van AEEA;
– het verstrekken van informatie aan afvalstoffenhouders;
– het (doen) registreren van (al dan niet afgedankte) EEA die beschikbaar zijn voor inzameling en/of de daaropvolgende bewerking en/of verwerking en/of nuttige toepassing of milieuhygiënisch verantwoorde verwijdering;
– het uitvoeren van onderzoek ten behoeve van de bewerking en/of verwerking en/of nuttige toepassing of milieuhygiënisch verantwoorde verwijdering van bepaalde producten in het afvalstadium;
– het aangaan en sluiten van contracten met gemeenten, retailers en andere partijen die verantwoordelijk zijn voor het (gescheiden) inzamelen van afgedankte elektronische en elektrische apparaten, dan wel met organisaties die verantwoordelijk zijn voor het bewerken en/of verwerken van AEEA;
– het verzorgen van voorlichting en het verrichten van onderzoek en andere activiteiten die met het duurzaam omgaan met afgedankte elektronische en elektrische apparaten in Nederland verband houden.
In 2021 heeft Stichting OPEN aangegeven dat de versnippering van regie over de uitvoering van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid toentertijd de optimalisering van de organisatie van de inzameling en recycling van AEEA in de weg stond. Dit zou volgens Stichting OPEN op termijn leiden tot een afname van de landelijke dekking van het inzamelsysteem en tot uitholling van de kwaliteit van de recycling. Daarmee stond het halen van de inzameldoelstellingen en doelstellingen voor verantwoord afvalbeheer van AEEA onder druk.
De avv was nodig om verandering te brengen in het versnipperde speelveld waarmee uitvoering werd gegeven aan de verplichtingen van de Regeling AEEA en waarmee het wettelijk vereiste inzamelpercentage behaald zou gaan worden. Ondanks het Plan van Aanpak 65% is deze doelstelling niet gehaald. Dit plan van aanpak was in 2018 op verzoek van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat opgesteld door de gezamenlijke producentenorganisaties, gericht op de verhoging van het inzamelpercentage AEEA naar 65%. Deze doelstelling is tot op heden niet gehaald (zie onderdeel 3b van dit besluit).
In de loop van de jaren is meer AEEA ingezameld. In tabel 4 zijn de inzamelresultaten van Stichting OPEN gegeven, zowel met de 65% ‘put on market’-doelstelling als met de 85% ‘WEEE generated’-doelstelling.
Stichting OPEN heeft in 2024 een plan ingediend om maatregelen te treffen om de doelstelling alsnog te behalen, het Actieplan 2025–2030 welke onderdeel is van dit verzoek om avv. In dit actieplan zijn 15 prioritaire acties uitgewerkt op basis waarvan Stichting OPEN de inzameldoelstellingen volgend uit de Regeling AEEA beoogt te halen. Wat verschilt met de eerdere actieplannen is dat in dit Actieplan Stichting OPEN aangeeft voornemens te zijn om de 85% ‘WEEE generated’-doelstelling te behalen. Met deze doelstelling zal Stichting OPEN namens de producenten minimaal 85% van geproduceerde gewichtshoeveelheid EEA aan AEEA inzamelen en verwerken. Deze doelstelling houdt meer rekening met de levensduur van EEA. In de Kamerbrief4 van 12 december 2024 spreek ik ook uit om de doelstelling te berekenen aan de hand van de 85%-doelstelling.
|
Jaar |
Ingezameld ton AEEA |
Percentage 65% put on market (PoM) |
Percentage 85% WEEE generated |
|---|---|---|---|
|
2021 |
191.985 ton |
43% |
64% |
|
2022 |
200.578 ton |
31% |
56% |
|
2023 |
219.456 ton |
28% |
56% |
|
2024 |
246.626 ton |
29% |
60% |
Stichting OPEN gaat de inzamelresultaten gebaseerd op zowel de verkoopcijfers van de afgelopen drie jaren (PoM65%) als op de 85% ‘WEEE generated’-doelstelling (WG85%) rapporteren. Tevens sluit deze methodiek aan op de doelstellingen binnen het NPCE, die gericht zijn op hergebruik en levensduurverlenging.
In de Overeenkomst moeten de organisatorische en technische opzet van de afvalbeheerstructuur worden opgenomen. De bij de (uitvoering van de) afvalbeheerstructuur betrokken actoren in de keten en hun taken dienen hierbij aan bod te komen. Ook wordt de financieel-economische opzet en het mechanisme voor zelfbeheer beschreven.
In het verzoek is aangegeven dat de bestaande infrastructuur voor inzamel-, sorteer- en verwerkingsactiviteiten zoals deze in de periode 2021–2025 is opgericht, in stand zal worden gehouden en verder zal worden uitgebouwd door Stichting OPEN. Met het oog op het voldoen aan de UPV-verplichtingen zal de afvalbeheerstructuur extra activiteiten ten opzichte van de bestaande infrastructuur en activiteiten omvatten. Daar waar in Actieplan 2025–2030 acties zijn beschreven, zullen die worden uitgevoerd en opgezet en toegevoegd aan de structuur.
In het Actieplan is op basis van de monitoringsgegevens en inzichten een analyse gemaakt van de lekstromen en zijn mogelijke verbetermaatregelen geïnventariseerd. Aan de hand van de impact daarvan op het vergroten van de inzameling, de haalbaarheid van de uitvoering en de kosten zijn een vijftiental maatregelen geselecteerd die volgens planning worden uitgevoerd. Voorbeelden van maatregelen zijn het vergroten van de inzameling bij bouw- en sloopbedrijven, meer aandacht voor grote ontdoeners, fijnmazigere inzameling van kleine AEEA bij burgers. Ook probeert Stichting OPEN meer zicht te krijgen op de export voor hergebruik.
Organisatorische en technische opzet
Inzameling
Alle AEEA worden op gecontracteerde inzamellocaties opgehaald, gesorteerd en vervolgens verwerkt. Bij de inzameling wordt een aantal verschillende soorten inzamelkanalen onderscheiden:
– Gemeentelijk, waaronder milieustraten en kringloopbedrijven
– Retail, waaronder inzameling in winkelfilialen en distributiecentra
– Maatschappelijk, waaronder scholen en kinderboerderijen
– Bedrijfsmatig, waaronder inzameling door van installateurs, bij groothandels en via bouw- en sloop.
Gemeentelijke inzamelkanalen (circa 500 locaties)
Bij de milieustraten vindt de inzameling plaats door het innemen van ongesorteerde AEEA via ter beschikking gestelde, gesloten magazijncontainers. Deze worden door gecontracteerde, vergunde, regionaal opererende afvalinzamelaars opgehaald en naar gecontracteerde sorteercentra vervoerd. De inzamelfrequentie is wekelijks en zo nodig hoger. Uitzondering hierop zijn ingeleverde lampen. Deze worden apart ingezameld in speciale inzamelmiddelen. Inwoners kunnen AEEA altijd kosteloos afgeven op de milieustraat. Bij kringloopwinkels wordt afhankelijk van de grootte en hoeveelheid op dezelfde wijze ingezameld als bij milieustraten of via de retail.
Inzamelkanalen via de retail (circa 14.000 locaties)
Bij retailers kan door consumenten in de meeste gevallen AEEA worden ingeleverd in door Stichting OPEN ter beschikking gestelde inzamelmeubels. Met een fijnmazige retail inzameling voorziet de inzamelstructuur bij grotere bedrijven voor inzameling op maat. Voor grotere hoeveelheden van retail distributiecentra gaat de AEEA rechtstreeks vanaf het inzamelpunt naar verwerking.
Maatschappelijke inzamelkanalen
Bij deze servicepunten ligt de focus op educatie en niet per se op de hoeveelheid inzameling. Vanwege veiligheid is de inzameling binnen het maatschappelijke kanaal beperkt tot kleine elektrische apparaten. Voorbeeld is de jaarlijkse scholenactie en de E-waste Race, waarbij meerdere scholen in een gemeente trachten in korte tijd zoveel mogelijk AEEA in te zamelen en kinderen tevens op het belang van goede inlevering worden gewezen.
Bedrijfsmatige inzamelkanalen
Met ‘Wecycle voor Bedrijven’ heeft Stichting OPEN een landelijke gratis inzameldienst van AEEA voor bedrijven en producenten. De inzameling bij installateurs vindt plaats door heel Nederland waar AEEA door installateurs tijdens vervanging ingenomen wordt. Bij bouw- en slooplocaties worden materialen ingenomen die vrijkomen uit bouw- of verbouwactiviteiten.
In totaal omvat de inzamelstructuur 7.859 inleverpunten en 17.366 servicepunten.
Transport
Het transport van de ingezamelde AEEA naar sorteercentra wordt uitgevoerd door gecontracteerde transporteurs. Deze transporteurs zijn NIWO-gecertificeerd (VIHB) en voldoen aan alle noodzakelijke kwaliteitseisen. Afhankelijk van de gevarenklasse van de ingezamelde AEEA is tevens ADR-certificering vereist voor het transport. Al het transport vindt plaats met inachtneming van geldende wet- en regelgeving.
Sortering
De sortering van de ingezamelde AEEA in de inzamelstructuur vindt plaats in regionale sorteercentra. Daar worden ingezamelde AEEA gesorteerd. De afvalbeheerstructuur omvat circa 15 sorteerlocaties voor AEEA afkomstig van de inzameling van gemeentelijke inzamellocaties. De afvalbeheerstructuur omvat circa 5 sorteerlocaties voor AEEA afkomstig van de inzameling via detailhandel. De structuur omvat circa 30 sorteerlocaties voor AEEA afkomstig van inzameling in distributiecentra van retailers.
Op de sorteercentra wordt de ingezamelde AEEA gesorteerd in 7 hoofdfracties; koel-/vries apparatuur, beeldbuishoudende tv’s en monitoren, platte televisies en monitoren, groot witgoed, zonnepanelen, lampen en kleine huishoudelijke apparaten en ICT. Deze laatste categorie wordt verder gesorteerd in 13 deelfracties. Na sortering worden de deelfracties wederom getransporteerd naar verwerkers volgens bovengenoemde eisen aan transport.
Verwerking
Met inachtneming van het NPCE en de afvalhiërarchie, heeft hergebruik en voorbereiding voor hergebruik de voorkeur boven recycling van AEEA. In Nederland bestaat reeds een netwerk voor hergebruik en reparatie van (A)EEA, met onder andere kringloopwinkels, online platforms en professionele reparateurs en repair-cafés. Stichting OPEN heeft hierbij een faciliterende rol waaronder (financiële) ondersteuning aan repair cafés en andere initiatieven, campagnes en het gratis ophalen van onderdelen die bij reparatie overblijven Door het contracteren van partijen met een CENELEC-certificaat beoogt de stichting een impuls te geven aan levensduurverlening en preventie van afvalstoffen.
Via regionale servicecentra worden ambities van gemeenten op het gebied van Social Return On Investment ondersteund. Op deze WEEELABEX-/CENELEC-gecertificeerde locaties vindt sortering en demontage van AEEA plaats, waarbij ook mensen met een afstand tot de reguliere arbeidsmarkt worden ingezet. Zij doen arbeidsritme en -ervaring op. Jaarlijks stromen zo’n 30–45 mensen via de service centra door naar een reguliere baan of studie. Ook bij de (gemeentelijke) kringloopbedrijven werken mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.
De verwerking van gesorteerde fracties AEEA vindt uitsluitend plaats bij verwerkers die in het bezit zijn van geldige CENELEC-certificering. De verwerking wordt uitgevoerd op servicecentra en bij CENELEC-gecertificeerde verwerkingslocaties in Nederland, Duitsland en België. Alleen indien recycling vanuit gezondheidsperspectief niet gewenst is, worden materialen thermisch verwerkt in een daartoe geschikte verbrandingsinstallatie. Dit betreft uitsluitend materialen die geen mechanische recycling kunnen of mogen doorlopen.
Bij een aantal servicecentra vindt handmatige (voor)demontage van AEEA plaats, waarbij ook mensen met een afstand tot de reguliere arbeidsmarkt worden ingezet. Deze locaties zijn in het bezit van een CENELEC-type I certificering. De recycling door mechanische verwerking van de gesorteerde AEEA fracties gebeurt conform de richtlijnen van de CENELEC-type II certificering.
De afvalbeheerstructuur bevat circa 12 recyclingbedrijven en meer dan 15 andere verwerkers van reststromen die vrijkomen uit de eerste behandelingsstap. Alle gecontracteerde verwerkers maken gebruik van best beschikbare technieken en hebben een Milieu verantwoord ondernemen (MVO) en calamiteitenplan beschikbaar.
De terugwinning en/of vernietiging van gefluoreerde broeikasgassen uit EEA conform Verordening (EU) 2024/573 betreffende gefluorideerde broeikasgassen (F-gassen) is integraal onderdeel van de verwerking van apparatuur waarin deze gassen zitten en die door Stichting OPEN worden ingezameld. Dit geldt voor alle partijen die conform de CENELEC-normen deze materialen verwerken en dat is ook de voorwaarde die Stichting OPEN stelt aan haar verwerkingspartners voor deze stroom. De kosten worden doorberekend aan producenten voor de betreffende productcategorieën.
Met het kennisnetwerk van www.circulairekennis.nl zet Stichting OPEN zich in voor het stimuleren van circulair gedrag door kennis te ontsluiten.
Financiële opzet
Begroting afvalbeheerstructuur
Door verzoeker moet een begroting worden overgelegd waaruit blijkt dat er een ketendeficit is of dreigt, dat gedekt dient te worden uit de opbrengsten van de afvalbeheerbijdrage en andere opbrengsten. In de gegevens bij het verzoek dient duidelijk gemaakt te worden hoe de afvalbeheerstructuur financieel is verantwoord. In de begroting dienen in ieder geval de volgende punten aan de orde te komen: de financiële verantwoording van de afvalbeheerstructuur, waarbij ingegaan wordt op de kosten van het afvalbeheer, vermogen, baten en het ketendeficit; de voorziening en het fonds, dat wil zeggen de voorziene en onvoorziene kosten van de afvalbeheerstructuur.
Voor de financiële sturing van de bestaande afvalbeheerstructuur stelt Stichting OPEN jaarlijks voor aanvang van het jaar een begroting op en na afloop van het jaar een jaarrekening vast. De jaarrekening omvat de geconsolideerde inkomsten en uitgaven en is voorzien van een controleverklaring van een onafhankelijke accountant. Bij het verzoek is een meerjarenbegroting bijgevoegd die ziet over de periode 2025 tot en met 2030.
Inkomsten
De afvalbeheerstructuur wordt bekostigd door middel van afvalbeheerbijdragen die worden afgedragen door producenten aan Stichting OPEN. De hoogte van de afvalbeheerbijdrage wordt periodiek vastgesteld op basis van de ingeschatte kosten volgens de berekeningswijze zoals vastgelegd in Bijlage 1 ‘Berekening Afvalbeheerbijdrage’ van de Overeenkomst.
In de begroting van Stichting OPEN is dit als volgt opgenomen:
|
Uitgaven |
Inkomsten |
|---|---|
|
Operationele kosten: 100.217.000 euro Systeemkosten: 10.290.000 euro Overige kosten: 950.000 euro Dotatie voorziening: 20.000.000 euro |
Afvalbeheerbijdragen: 131.457.000 euro |
|
Totaal 131.457.000 euro |
Totaal 131.457.000 euro |
Uitgaven
De afvalbeheerbijdragen dienen ter dekking van de operationele kosten, de systeemkosten en de (eventuele) vaste bijdragen.
Indien in een jaar voor een bepaald soort AEEA een groter of kleiner bedrag aan afvalbeheerbijdragen is geheven dan noodzakelijk ter dekking van de operationele kosten, de systeemkosten, de overige kosten en de dotatie voor de voorziening, zullen tekorten of overschotten verrekend worden met overschotten of tekorten over voorgaande jaren. In geval van een (dreigend) overschot of een tekort kunnen de tarieven, al dan niet gedurende een jaar, worden aangepast. De hoogte van de afvalbeheerbijdrage wordt periodiek vastgesteld door Stichting OPEN op basis van de ingeschatte kosten volgens de berekeningswijze zoals vastgelegd in Bijlage 3 ‘Berekening Afvalbeheerbijdrage’ van de Overeenkomst.
Fonds en voorziening – Spaarstelsel en omslagstelsel
In de Overeenkomst is voor de financiering van de afvalbeheerstructuur per EEA voorzien in een financieringsstelsel: een omslagstelsel, een spaarstelsel, dan wel een combinatie van beide (hybride).
Bij een omslagstelsel worden de kosten voor de inname en verwerking van de AEEA in een boekjaar in rekening gebracht bij (ofwel: omgeslagen over) de producenten die in het desbetreffende jaar EEA op de markt aanbieden. Dit stelsel is de dominante variant in de financiering van de afvalbeheerstructuur door Stichting OPEN.
Bij een spaarstelsel wordt ten aanzien van EEA die op de markt wordt aangeboden een bepaalde afvalbeheerbijdrage geïnd ten behoeve van voorzienbare kosten die in de toekomst moeten worden gemaakt om de desbetreffende EEA als AEEA op een passende wijze in te nemen en te verwerken. Dat op te sparen gedeelte van de geheven afvalbeheerbijdrage wordt toegevoegd aan een voorziening die beschikbaar is in de periode dat de desbetreffende EEA als AEEA vrijkomt.
Op het moment van indiening van het verzoek tot avv hanteert Stichting OPEN voor de financiering van de afvalbeheerstructuur voor alle EEA (uitgezonderd zonnepanelen) een zuiver omslagstelsel ter dekking van zowel de systeemkosten, de operationele kosten en de overige kosten van de EEA in het jaar waarop deze voor het eerst op de Nederlandse markt worden aangeboden. Het bestuur van Stichting OPEN heeft medio 2025 besloten om voor bepaalde soorten EEA een (hybride) spaarstelsel te gaan hanteren en in dat kader een voorziening te vormen. Dat kan passend zijn in geval van soorten EEA met een relatief nieuwe en wisselende populatie van producenten en/of soorten EEA met een relatief hoog volume op de markt aangeboden EEA die pas op de middellange termijn vrijkomen als AEEA.
De overgang van een omslagstelsel naar een meer hybride stelsel door Stichting OPEN is een wenselijke ontwikkeling. Een spaarvoorziening garandeert de aanwezigheid van voldoende middelen om toekomstige verwerkingskosten te dekken. Ook zorgt de opbouw van een voorziening er voor dat alle producenten van EEA met een lange levensduur evenredig bijdragen aan de verwerking van deze EEA wanneer het afgedankt wordt. Door een spaar- of hybride stelsel te hanteren dragen producenten altijd bij voor de verwerking van EEA die zij op de markt hebben gebracht, ongeacht of zij ten tijde van deze verwerking nog actief zijn op deze markt. Daarnaast zorgt een spaarstelsel er voor dat grote fluctuaties in de afvalbeheerbijdrage voor EEA met lange levensduur gedempt worden.
Het direct introduceren van een spaarstelsel is kostbaar. Er wordt daarom voor bepaalde productgroepen geleidelijk overgestapt van een omslagstelsel naar een spaarstelsel of een hybridestelsel. Voor andere productgroepen kan een omslagstelsel gehanteerd blijven worden. Er wordt geleidelijk een voorziening opgebouwd.
Voor zonnepanelen wordt reeds een hybride stelsel gehanteerd ter dekking van de toekomstige operationele kosten van zonnepanelen. Dit is in verband met de lange levensuur van zonnepanelen. Een deel van de afvalbeheerbijdrage wordt als voorziening door Stichting OPEN aangehouden, zodat dat opgespaarde gedeelte van de afvalbeheerbijdrage later kan worden aangewend ter dekking van deze toekomstige operationele kosten. De omvang van de benodigde voorziening zal periodiek worden herijkt op basis van actuele parameters, onder meer de in de opvolgende jaren te verwachten operationele kosten met betrekking tot de inzameling en verwerking van de zonnepanelen. De systeemkosten en vaste kosten zullen jaarlijks worden omgeslagen en niet worden gedekt door middel van een spaarstelsel. Er is sprake van een hybride stelsel met spaar- en omslagelementen voor de zonnepanelen. Naar verwachting zal niet eerder dan 2045 sprake zijn van marktomstandigheden waarbij de hoeveelheid op de markt aangeboden zonnepanelen in evenwicht raakt met de hoeveelheid ingezamelde zonnepanelen.
In de Overeenkomst is de wijze van berekenen van de afvalbeheerbijdrage geregeld. Op basis van deze wijze van berekenen, stelt Stichting OPEN de hoogte van de afvalbeheerbijdrage per soort EEA periodiek vast, gebaseerd op stuks of per gewichtseenheid.
Stichting OPEN stelt de hoogte van de afvalbeheerbijdrage vast aan de hand van de berekening voor de afvalbeheerbijdrage in artikel 3 en bijlage 3 van de Overeenkomst.
De afvalbeheerbijdrage die de producenten moeten afdragen aan Stichting OPEN is gebaseerd op de volgende componenten:
• operationele kosten (een netto kostenpost)
• systeemkosten; en,
• vaste kosten.
Stichting OPEN stelt periodiek de tarieven en vaste kosten voor de afvalbeheerbijdrage vast. Het tarief dat Stichting OPEN vaststelt per soort EEA is een optelsom van het tarief voor operationele kosten van die soort EEA en het tarief voor de systeemkosten dat aan die soort EEA wordt toegerekend. Bij elk tarief stelt Stichting OPEN de tariefgrondslag vast, zijnde het aantal stuks EEA of een gewichtshoeveelheid EEA. De afvalbeheerbijdrage kan mede gebaseerd worden op een vast bedrag per producent ter dekking van bepaalde vaste kosten die niet in de operationele kosten en de systeemkosten zijn begrepen, zoals de bijdrage aan het Nationaal (W)EEE Register. Bij de vaststelling van het tarief voor een bepaald soort EEA worden begrote operationele kosten en systeemkosten betrokken die betrekking hebben op het desbetreffende soort EEA in het afvalstadium. Indien bepaalde operationele kosten of systeemkosten voor rekening van meer soorten EEA behoren te komen worden door Stichting OPEN verdeelsleutels vastgesteld om te komen tot een redelijke toerekening van die kosten aan elke betrokken soort EEA.
In artikel 3.3 van de Overeenkomst is omschreven dat indien onderzoeken daartoe aanleiding geven, de wijze van berekening van de afvalbeheerbijdrage zoals beschreven in dit artikel 3 en de Bijlage 1 door de ondertekenaars van de Overeenkomst en Stichting OPEN gezamenlijk kan worden aangepast.
Indien voor bepaalde productgroepen overgestapt wordt naar een spaarstelsel of hybridestelsel zal als onderdeel van de operationele kosten, een component bijdrage opbouw voorziening gehanteerd worden als onderdeel van de afvalbeheerbijdrage.
Om de bijdrage opbouw voorziening te kunnen begroten zal onder meer rekening gehouden worden met de volgende parameters:
• de verblijfstijd in de maatschappij van de soort EEA;
• de hoeveelheid van de soort EEA die op de markt wordt aangeboden;
• de hoeveelheid AEEA die vrijkomt en leidt tot operationele kosten;
• de operationele kosten, waaronder de kosten van be- en verwerking en marktprijzen.
Aan de hand van de WEEE generated Weibull curves5 die in opdracht van de Europese Commissie (EC) zijn uitgewerkt door Unitar en zijn vastgesteld door de EC, kan bepaald worden wat de terugkomtijd is van EEA die in een jaar op de markt wordt aangeboden. Aan de hand hiervan kan worden uitgerekend wat de opbouw van de voorziening moet zijn ter dekking van de toekomstige operationele kosten van EEA die in dat jaar op de markt wordt aangeboden. Het percentage van de toekomstige operationele kosten waarvoor een voorziening wordt opgebouwd middels het hybride spaarstelsel is afhankelijk van een risico inschatting die wordt gemaakt voor het nakomen van de UPV-verplichtingen in de toekomst. Bij het maken van de risico inschatting worden de volgende criteria meegenomen:
• verblijfsduur op de markt;
• betreft het een nieuw product met een mogelijk fluctuerende aanbod op de markt in de toekomst of een vervangingsproduct;
• stabiliteit van het marktaandeel van producenten.
Tariefdifferentiatie
Stichting OPEN past indien mogelijk tariefdifferentiatie toe tussen verschillende productgroepen. De productgroepen bestaan uit verzamelingen van producten die qua aard, inzamelings- en verwerkingskosten, verwerkingstechniek en de achterliggende producentenstructuur goed op elkaar aansluiten. Door deze clustering wordt een kostendekkend en doelmatig tarief geborgd, passend bij de specifieke kenmerken van de EEA binnen die groep. Deze indeling maakt het mogelijk om voor verschillende producten gerichte differentiatie toe te passen, afhankelijk van bijvoorbeeld de verwerkingstechniek, demontage-inspanningen en inzamelkosten.
Met ecomodulatie wordt het differentiëren van afvalbeheerbijdragen binnen eenzelfde productgroep/soort product op basis van milieuprestaties bedoeld. Stichting OPEN geeft aan dat waar mogelijk, een aanvang is gemaakt om invulling te geven aan ecomodulatie. Zo vindt binnen bepaalde productgroepen differentiatie plaats, bijvoorbeeld bij schermen (LCD versus LED), bij wasdrogers (warmtepomp versus conventioneel) en bij verlichting (SPL versus LED). Daarnaast wordt in artikel 1.10 van bijlage 3 van de Overeenkomst rekening gehouden met aspecten zoals duurzaamheid, repareerbaarheid, herbruikbaarheid, recyclebaarheid, de aanwezigheid van kritieke grondstoffen en/of gevaarlijke stoffen. Stichting OPEN zal, waar mogelijk, bij de vaststelling van tarieven nadere differentiatie toepassen op basis van deze criteria. Hierbij wordt ook aansluiting gezocht bij systemen in andere EU-lidstaten, om een geharmoniseerde aanpak te stimuleren. Stichting OPEN zal in de komende avv-periode nader onderzoeken of, en zo ja voor welke specifieke productgroepen en producten, ecomodulatie als instrument aanvullend kan worden ingezet. De uitkomsten van deze onderzoeken zullen met het ministerie worden gedeeld.
Een goede voorlichting aan de producenten, actoren binnen de afvalbeheerstructuur en afvalstoffenhouders en eindgebruikers is van cruciaal belang voor een geslaagde invoering van de afvalbeheerbijdrage. Daarnaast moet aangegeven worden hoe jaarlijks verslag wordt gedaan over de vraag of is voldaan aan de doelstellingen en over de inzet van maatregelen op basis waarvan het besluit tot avv mede is verleend.
Stichting OPEN streeft ernaar de inzameling via de in de afvalbeheerstructuur aangegeven huishoudelijke (en professionele) inzamelkanalen structureel te bevorderen. Daartoe zal Stichting OPEN zich onder andere actief inzetten op het versterken van de door haar gefinancierde en te financieren communicatie-initiatieven gericht op (onder meer) consumenten.
Deze initiatieven zullen zien op landelijke (consumenten)campagnes gericht op een brede promotie van de afvalbeheerstructuur waaronder de inleverpunten van AEEA, het promoten van retourservices voor AEEA bij via webshops verkregen EEA en op specifieke stromen AEEA waarbij inzameling kan worden verbeterd.
Consumenten zullen ook voorgelicht worden over de afvalbeheerstructuur via landelijke initiatieven waar (lokale) stakeholders op kunnen aanhaken en initiatieven gericht op het bereiken van specifieke communicatiedoelstellingen met een lokale insteek (bijvoorbeeld bij scholen en kinderboerderijen voor educatie).
Naast bovenstaande zullen jaarlijks door Stichting OPEN rapportages uitgebracht worden. Deze rapportages zijn een vertaling van de monitoringsrapportages (zoals beschreven in paragraaf 4.7.4) die Stichting OPEN jaarlijks zal uitbrengen aan de Minister over de afvalbeheerstructuur. Deze rapportages worden op de websites van Stichting OPEN gepubliceerd en zijn openbaar, waardoor ze voor een breed publiek, waaronder alle (eind)gebruikers, toegankelijk zijn.
De communicatie-initiatieven van Stichting OPEN hebben tot doel:
het verhogen van het kennisniveau van de consumenten en andere (eind)gebruikers van het systeem en het verbeteren van de houding van consumenten en andere (eind)gebruikers. Daarnaast heeft het ten doel het stimuleren van gewenst gedrag door het opzetten van inzamelacties en andere prikkels.
Verslaglegging
Stichting OPEN rapporteert jaarlijks voor het in de op dat moment toepasselijke regelgeving genoemde moment aan de Minister namens de bij Stichting OPEN aangesloten producenten. Jaarlijks brengt Stichting OPEN verslag uit aan de Minister over de afvalbeheerstructuur met gebruikmaking van het wettelijk voorgeschreven format. Stichting OPEN zal in periodiek overleg met het ministerie en de ILT ook tussentijds de voortgang bespreken en evalueren.
Naar aanleiding van het ontwerpbesluit zijn 4 zienswijzen ontvangen.
De zienswijzen zijn hieronder beschreven en beantwoord. De ingediende zienswijzen gaven geen aanleiding tot wijziging van het ontwerpbesluit.
Op 4 december 2025 is van Fair Resource foundation (hierna: FRF), binnen de daarvoor geldende termijn een zienswijze ontvangen.
Hieronder is de zienswijze samengevat.
Samenvatting van de zienswijze:
De zienswijze richt zich op vier kernpunten: (1) de governance binnen de Stichting OPEN, (2) de circulariteitsambitie van het Actieplan 2025–2030, (3) de werking van het avv-instrument en (4) de consultatieprocedure en de mate waarin stakeholders daadwerkelijk invloed kunnen uitoefenen op het ontwerpbesluit dat nu voorligt.
De governancestructuur van Stichting OPEN is volgens FRF beperkt transparant en biedt onvoldoende participatiemogelijkheden voor ketenpartners. Andere partijen dan de producenten, zoals gemeenten en reparateurs, zouden volgens FRF een rol moeten krijgen in het bestuur van Stichting OPEN. Ketenpartners vervullen een belangrijke rol in het behalen van de doelstellingen. Ook zijn er signalen van onvoldoende transparantie in de tarief- en kostenopbouw binnen Stichting OPEN, terwijl transparantie volgens FRF essentieel is om de beschikbaarheid van betrouwbare informatie, duidelijke financiële afspraken en mogelijkheid tot handhaving te waarborgen.
FRF stelt in haar zienswijze dat er in het Actieplan beperkt aandacht is voor (voorbereiding op) hergebruik. Het Actieplan is primair gericht op inzameling en recycling en minder op het behalen van de hogere R-strategieën (preventie, levensduurverlenging, hergebruik en circulair ontwerp). Terwijl de grotere potentie voor Stichting OPEN volgens FRF ligt in het actief bevorderen van circulariteit in de gehele elektronicaketen, niet alleen in de afvalfase. Het opnemen van een verplichte hergebruik doelstelling voor Stichting OPEN zou hierbij kunnen helpen.
FRF stelt de vraag in haar zienswijze of het verstrekken van een monopoliepositie aan een partij daadwerkelijk leidt tot beter presterende UPV-systemen en of producenten zich voldoende vertegenwoordigd voelen in de situatie waarin een partij een monopoliepositie heeft. Ook constateert zij dat het criterium doelmatig afvalbeheer in het beoordelingskader voor een avv vaak wordt ingevuld als efficiënte inzameling en recycling van afval. FRF stelt dat het doelmatigheidscriterium onvoldoende scherp wordt toegepast, aangezien Stichting OPEN de doelstellingen niet heeft behaald, de hoogste stappen van de R-ladder niet meeneemt en er weinig consequenties zijn wanneer Stichting OPEN de doelstellingen structureel niet haalt.
FRF vraagt of er in de praktijk daadwerkelijke invloedmogelijkheden zijn in de consultatieperiode van het ontwerpbesluit, aangezien veel beoordelingen al worden gedaan vóór de consultatieperiode. Ook geeft zij aan dat partijen bij de totstandkoming van UPV-regelingen niet op gelijke wijze worden betrokken. Als voorbeeld wordt genoemd dat de beoordeling op het punt van mededinging lijkt te zijn gebaseerd op een juridische analyse die door Stichting OPEN zelf is ingebracht, zonder een bredere consultatie van marktpartijen. Ook zouden de resultaten van de analyse ‘meerderheid van producenten’ aanzienlijk lager uitvallen, als je de groep free-riders in mindering brengt.
FRF concludeert dat zij graag had gezien dat de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat bij deze beoordeling kritisch zou hebben gekeken naar de wijze waarop Stichting OPEN in gaat zetten op het versnellen van de circulaire transitie en benadrukt dat het besluitvormingsproces rondom deze en toekomstige avv-aanvragen is gebaat bij een kritischere weging van governance, transparantie en representativiteit.
Op 8 december 2025 is van Nederlandse Vereniging voor Afval- en Reinigingsdiensten (hierna: NVRD), binnen de daarvoor geldende termijn een zienswijze ontvangen.
Hieronder is de zienswijze samengevat.
Samenvatting van de zienswijze:
De NVRD heeft haar zienswijze ingediend op de volgende 4 hoofdpunten: (1) de intensivering van circulariteit, (2) de rol van gemeenten in de inzameling van AEEA, (3) ruimte voor sociale en circulaire innovatie en (4) de inzet op gelijkwaardige governance.
De leden van de NVRD streven naar een circulaire samenleving. Via milieustraten of in samenwerking met partners wordt opschaling nagestreefd van reparatie en hergebruik mede als ondersteuning van Stichting OPEN. De NVRD waardeert de inzet van Stichting OPEN voor haar financiële en faciliterende rol voor het bestaande netwerk. Deze faciliterende rol is onvoldoende, Stichting OPEN moet in haar rol de circulaire economie juist aanjagen. De NVRD vraagt om in de avv de Stichting OPEN via afdwingbare doelen de inzet op circulariteit te doen intensiveren. Hoe langer producten in omloop blijven, hoe minder afval ontstaat. Dit zou in de afvalbeheerbijdrage van producenten aan Stichting OPEN ook een rol moeten spelen. De NVRD roept op om levensduur- en circulariteitsaspecten expliciet mee te nemen in de financieringssystematiek door Stichting OPEN meer in te laten zetten op tariefdifferentiatie.
De NVRD geeft aan dat het essentieel is dat de uitvoering van haar wettelijke inzameltaak kostendekkend kan plaatsvinden. Zij vraagt daarom een onafhankelijk tweejaarlijks onderzoek te laten doen naar de inzamelkosten en dit de basis te laten vormen voor de tariefvergoedingen aan gemeenten. NRVD beschouwt het als positief dat Stichting OPEN over aanvullende taken op de (mobiele) milieustraten en de vergoedingen hiervoor in gesprek wil en samen wil onderzoeken hoe de lekstromen op milieustraten verminderd kunnen worden.
Om ruimte te bieden voor koplopers en ruimte te creëren voor innovatie stelt de NVRD de oprichting van een innovatiefonds voor. Ketenpartners kunnen aanspraak maken op een financiële vergoeding voor bijvoorbeeld nieuwe inzamelconcepten met oog voor sociale werkgelegenheid. Mogelijk kan dit fonds gefinancierd worden uit de meeropbrengst door tariefdifferentiatie voor minder circulaire producten.
De samenwerking tussen (de leden van) de NVRD en Stichting OPEN wordt intensief en constructief genoemd. Gevraagd wordt door de NVRD om de rol van gemeenten in de governance-structuur expliciet te borgen, waarbij publieke en private partijen daadwerkelijk invloed hebben en kunnen meebeslissen over strategische keuzes en uitvoeringsafspraken binnen deze UPV.
Op 11 december 2025 is van Branchevereniging Kringloop Nederland (hierna: BKN), binnen de daarvoor geldende termijn een zienswijze ontvangen.
Hieronder is de zienswijze samengevat en is reactie gegeven.
Samenvatting van de zienswijzen:
De BKN heeft haar zienswijze ingediend op de volgende 5 hoofdpunten: (1) AVV – principebesluit, proces en governance, (2) grondstoffenbeheerstructuur, (3) doelstellingen (4) hergebruik en (5) inclusieve en circulaire economie.
BKN begrijpt dat verzoek tot avv is ingediend door Stichting OPEN en benadrukt het belang van constructieve afspraken in het belang van een inclusieve en circulaire economie.
Het ministerie is momenteel bezig met een doorontwikkeltraject UPV. BKN vraagt zich af of dit invloed heeft op dit verzoek tot avv en of de nieuwste inzichten terugkomen in dit besluit.
Ketenpartijen worden pas aan het einde van de besluitvormingsprocedure betrokken bij dit besluit. Dit leidt volgens BKN tot een gebrek aan inspraak. Ketenpartijen zouden intensiever betrokken moeten worden bij een verzoek tot avv door zowel de producentenorganisatie als de overheid.
BKN verzoekt het ministerie de rol van ketenpartijen te institutionaliseren. De kennis van ketenpartijen is onmisbaar en kan ingezet worden ter bevordering van een circulaire keten. Zij moeten daadwerkelijk kunnen meedenken binnen de organisatie van Stichting OPEN. Zo zouden niet enkel bedrijfseconomische belangen, maar ook maatschappelijke en circulaire belangen worden gewaarborgd.
De avv is volgens BKN sterk gericht op afvalstoffen en inzamelen en te weinig op circulariteit. Er wordt gesproken van een afvalbeheerstructuur in plaats van een grondstoffenbeheerstructuur. De grondstoffenbeheerstructuur moet worden gedemocratiseerd.
BKN is van mening dat in de vergoeding aan ketenpartijen hun bijdrage aan de R-ladder terug te zien moet zijn. Levensduur- en circulariteitsaspecten moeten sterk sturend en dwingend betrokken worden bij de keuze over de tariefdifferentiatie, de financieringssystematiek en de verdere ontwikkeling van de afvalbeheerstructuur. Zo kan circulair ontwerp gestimuleerd worden.
Kringloopwinkels worden nu vaak gezien als onderdeel van een gemeente, maar ze hebben een unieke positie en hebben verschillende rechts- en ondernemingsvormen. Volgens BKN zou het goed zijn om samen met Stichting OPEN te werken aan de erkenning van deze positie in de afvalbeheersstructuur.
BKN vraagt het ministerie om toe te lichten dat met het Actieplan de doelstellingen behaald zullen worden. Samenwerking is belangrijk bij het behalen van de doelstelling. De oorzaak van het niet behalen van de doelstelling is de stijgende hoeveelheid EEA die geproduceerd wordt. Het ministerie moet volgens BKN haar beleid richten op het minderen van deze (over-)consumptie.
BKN ondersteunt de afgifteplicht en stimuleert kringloopwinkels om AEEA op juiste wijze af te geven en te verwerken in samenwerking met Stichting OPEN. Toch wringt het voor BKN dat Stichting OPEN 50 miljoen heeft teruggegeven aan producenten. Verzocht wordt om de wetgeving zo aan te passen dat geïnde bijdragen enkel terug kunnen vloeien aan producenten als doelstellingen gehaald worden.
Hergebruik komt onvoldoende naar voren in het verzoek tot avv volgens BKN. Ook het behoud van kritieke grondstoffen is onderbelicht. Reparatie en levensduur kunnen bijdragen aan circulariteit. BKN geeft aan dat kringlooporganisaties moeite hebben met het behalen van een CENELEC-certificaat, zowel door de kosten als de vereiste organisatie-eisen. Het invoeren van een CENELEC-light verbetert de uitvoerbaarheid voor de branche. Kannibaliseren, repareren en het terugwinnen van onderdelen en bruikbare componenten zijn manieren om te zorgen dat EEA niet de afvalstatus hoeven te bereiken of snel, makkelijk en veilig de einde-afvalstatus kunnen bereiken. BKN roept het ministerie op om een hergebruikdoelstelling voor AEEA op te nemen.
BKN geeft aan dat we een circulaire economie pas bereiken als we tegelijkertijd werken aan een inclusieve economie. Kringlooporganisaties werken vol overtuiging aan beide opgaven. BKN roept het ministerie op hoe inclusief werkgeverschap een plek kan krijgen binnen het definitieve besluit. Concreet wordt voorgesteld om een innovatiefonds in te richten om bij te dragen aan circulaire inclusieve initiatieven en te investeren in de opleidingen van mensen.
Op 12 december 2025 is van Techniek Nederland, Thuiswinkel.org, de Raad Nederlandse detailhandel en Koninklijke INretail, binnen de daarvoor geldende termijn een gezamenlijke zienswijze ontvangen.
Hieronder is de zienswijze samengevat.
Samenvatting van de zienswijze:
Techniek Nederland, Thuiswinkel.org, de Raad Nederlandse detailhandel en Koninklijke INretail hebben gezamenlijk hun zienswijze ingediend met 6 verbeterpunten en een aantal vragen vanuit de ondernemerspraktijk om de circulariteit in de avv te borgen. De indieners stellen dat (i) het huidige afvalbeheersysteem zo is ingericht dat zoveel mogelijk volume voor afgifte aan laagwaardige en niet helder gespecificeerde verwerking wordt nagestreefd, (ii) die verwerking kan laagwaardiger zijn dan maatschappelijk wenselijk is. Andere waardevollere mogelijkheden, zoals bijvoorbeeld refurbishment of het ‘onderdelen-harvesting’ zouden niet of onvoldoende worden gestimuleerd of mogelijk gemaakt. In de voorgestelde avv zou de link tussen de Ecodesign-verordening, die gevolgen gaat hebben voor de inrichting van de circulaire keten van de afvalbeheerinfrastructuur, en de producentenverantwoordelijkheid ontbreken. Die zal gedurende de looptijd veranderen om hergebruik, reparatie, onderhoud en hoogwaardige terugwinning te stimuleren.
De avv richt zich vooral op inzameling voor recycling. Vanuit duurzaamheidsperspectief, én de noodzaak om Nederland minder afhankelijk te maken van (kritieke) grondstoffen, is het essentieel dat regelgeving de waarde van producten zo hoog mogelijk op de R-ladder behoudt.
In het NPCE is als streefdoel opgenomen dat het circulair potentieel van AEEA maximaal wordt benut. Dit betekent dat apparatuur, die hergebruikt kan worden, ook daadwerkelijk moet worden hergebruikt.
De indieners benadrukken dat de avv hergebruik, reparatie of refurbishment niet moet hinderen en rechtstreeks zou moeten aansluiten bij doelstellingen van het NPCE, de Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR), de Circular Economy Act en het recht op reparatie. De doelstellingen gaan uitsluitend over inzameling, wat een prikkel geeft aan producenten om – lineair – nieuwe producten op de markt te blijven zetten zonder echt naar een circulair businessmodel over te gaan en zich te houden aan de Ecodesign-verordening.
De huidige avv zou onvoldoende ruimte voor triage, hergebruik en refurbishment bieden vóór een product de afvalstatus krijgt. Hierdoor ontstaat een inconsistentie tussen beleidsdoelen (meer hergebruik) en regelgeving (verplichte afgifte zonder triage). De mogelijkheid voor reparatie en hergebruik, ongeacht afvalstatus en zonder CENELEC-certificatie voor mkb-ondernemers, zou moeten terugkomen in de handreiking ‘Hergebruik en voorbereiden voor hergebruik van (afgedankte) elektrische en elektronische apparatuur’ met praktijkvoorbeelden.
Hergebruik van onderdelen is een essentieel onderdeel van de circulaire elektronica-keten. Onderdelen die economisch en technisch herbruikbaar zijn, mogen niet automatisch als afval worden beschouwd. De avv kan deze werkzaamheden belemmeren volgens de indieners wanneer niet expliciet duidelijk is gemaakt dat hergebruik door en met onderdelen mogelijk blijft. De avv moet borgen dat onderdelenstromen voor reparatie, revisie of refurbishment niet worden geblokkeerd, maar worden aangemoedigd en dat hergebruik van componenten expliciet is toegestaan binnen de wettelijke kaders. Stichting OPEN zou de samenwerking met de markt moeten opzoeken om innovatieve methoden van verwerking en inzameling te onderzoeken. In de avv moet volgens de indieners duidelijk worden dat veilige, technisch herbruikbare onderdelen niet onder een toekomstige afgifteplicht AEEA vallen.
In het huidige inzamelsysteem gaan volgens de indieners veel apparaten en onderdelen verloren voor hergebruik omdat ze vroegtijdig in de recyclingstroom verdwijnen. Triage zou ook eerder in het inzamelproces mogelijk moeten zijn.
Retailers, installateurs en soms reparateurs ontvangen geen kostendekkende vergoeding om retourstromen te organiseren. Voor een duurzaam en effectief systeem zou voor alle ketenpartijen een kostendekkend vergoedingenbeleid moeten zijn. Een doelmatig inzamelsysteem zorgt voor meer inzameling tegen lagere kosten. Voor kwalitatief betere inzameling helpt een lagere basisvergoeding voor retail in combinatie met financiële prikkels die extra inspanningen belonen.
Alle producenten zouden moeten afdragen aan het systeem. Stichting OPEN zou meer afgerekend moeten worden op haar beleid voor freeriding. Verder zou de transparantie van de kosten en berekening van de afvalbeheerbijdrage beter mogen.
Voor een écht circulaire elektronica-keten zijn alle partijen in de keten nodig; producenten, installateurs, retailers, reparateurs, refurbishers, kringloopbedrijven en grondstofverwerkers. In het proces van totstandkoming van de avv is de mogelijkheid voor consultatie of input voor andere partijen in de keten, anders dan producenten, niet gebruikt. Onder de huidige governance hebben de retail- en de installatie-sector en andere betrokken partijen in de keten onvoldoende formele invloed of dwingend adviesrecht op het beleid van Stichting OPEN. De governance onder Stichting OPEN zou aangepast moeten worden, zodat de inspraak van alle ketenpartijen geborgd is.
De indieners pleiten ervoor om (i) alle ketenpartners structureel en tijdig te consulteren, te informeren of te betrekken in de besluitvorming, inclusief tariefstelling (ii) onafhankelijke audits van begrotingen te borgen en (iii) multi-stakeholdergovernance te formaliseren, in lijn met het NPCE en eerdere aanbevelingen.
Hieronder is op de verschillende punten die in de zienswijzen naar voren zijn gekomen reactie gegeven.
Voorbereiding besluitvorming avv
In de zienswijzen worden zorgen naar voren gebracht of er daadwerkelijk inspraakmogelijkheden zijn voor het besluit tot avv van de afvalbeheerbijdrageovereenkomst.
Op de voorbereiding van dit besluit tot avv is de uitgebreide procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing op grond van artikel 15.37 van de Wm. Dit betekent dat eenieder gelegenheid heeft om zienswijzen naar voren te brengen naar aanleiding van een ontwerpbesluit. Deze zienswijzen kunnen aanleiding geven tot aanpassing van het ontwerpbesluit in een definitief besluit. Deze procedure is één van de voorbereidingsprocedures om een zorgvuldige besluitvorming te waarborgen. Er wordt voldaan aan de wettelijke eisen voor de voorbereiding van dit besluit.
Stichting OPEN heeft in haar reactie op de zienswijzen aangegeven ervoor open te staan om waar nodig of gewenst bepaalde onderwerpen nader te bespreken met het Ministerie, RWS en de indieners en desgewenst aanvullend te reageren.
Er wordt gevraagd of het doorontwikkeltraject UPV6 invloed heeft op dit besluit tot avv en of de nieuwste inzichten zijn meegenomen. Dit verzoek tot avv is beoordeeld aan de hand van de geldende wettelijke kaders. Wanneer er relevante wijzigingen plaatsvinden gedurende de looptijd van deze avv, bijvoorbeeld naar aanleiding van het doorontwikkeltraject of de herziening van de WEEE-Richtlijn dan wel de verwachte EU Circular Economy Act, zullen de gevolgen voor dit besluit bezien worden. Indien daar aanleiding toe is kan dit besluit worden ingetrokken op grond van artikel 15.39 Wm.
In de zienswijzen wordt daarnaast aangegeven dat de berekening van de belangrijke meerderheid op onjuiste wijze heeft plaatsgevonden.
In het verzoek is gebruik gemaakt van een verouderde formule. Uit de toelichting op de Regeling verzoek avv kan worden opgemaakt dat de freeriders niet meegenomen hoeven te worden bij de berekening van de belangrijke meerderheid, zie paragraaf 7.1 van de toelichting. De reden hiervan is dat bij de berekening uitgegaan moet worden van gegevens die te verifiëren zijn. Het aantal freeriders op een markt is onbekend en niet met zekerheid te bepalen en wordt daarom niet meegenomen.
Governance
In de verschillende zienswijzen komt naar voren dat onvoldoende participatie van ketenpartijen, zoals gemeenten, reparateurs, kringloopbedrijven, detailhandel en installateurs, wordt ervaren in de governance van Stichting OPEN. Ook is gevraagd of het betrekken van stakeholders een toetsingsgrond is voor de avv beoordeling.
Een verzoek tot avv heeft betrekking op een overeenkomst die gesloten wordt tussen partijen. Partijen zijn vrij om een overeenkomst aan te gaan. Deze overeenkomst kan de Minister algemeen verbindend verklaren als de overeenkomst en het verzoek voldoen aan het toetsingskader, zoals beschrijven in hoofdstuk 3 van dit besluit. Op grond van artikel 2, lid 2 onder f van de Regeling verzoek avv dient Stichting OPEN aan te geven hoe producenten en afvalstoffenhouders betrokken zijn bij het indienen van het verzoek tot avv. In de aanvullende gegevens van 8 juli 2025 onder 3.3. tot en met 3.5 en haar reactie op de zienswijzen heeft Stichting OPEN aangegeven hoe zij actoren betrekt bij de afvalbeheerstructuur. Voor de beoordeling van voorliggend avv verzoek wordt dit als voldoende beschouwd.
Er worden geen eisen gesteld aan de samenstelling van het bestuur van een producentenorganisatie of besluitvorming binnen een producentenorganisatie. Dit neemt niet weg dat voor een goede uitvoering van de afvalbeheerstructuur, samenwerking vanuit ieders verantwoordelijkheid essentieel. Het juridisch kader voor avv biedt echter geen verdere aanknopingspunten om eisen te stellen aan de governance van producentenorganisaties. Hoe de samenwerking tussen producentenorganisaties en andere ketenpartijen verbeterd kan worden is onderdeel van het doorontwikkeltraject UPV7.
Vergoedingen
In de zienswijzen wordt gesteld dat er onvoldoende transparantie is over de tarief- en kostenopbouw die Stichting OPEN hanteert. Vergoedingen zijn volgens reclamanten onvoldoende kostendekkend.
In de beoordeling van dit verzoek tot avv is bekeken hoe de afvalbeheerstructuur financieel is verantwoord. Vraag die hierbij centraal staat is of de opbrengsten van de afvalbeheerbijdrage en andere opbrengsten zullen volstaan om de kosten van het afvalbeheer te dekken. De gegevens die hiervoor door Stichting OPEN zijn aangeleverd leiden tot een positieve beoordeling.
Onderdeel van de beoordeling is niet of de vergoedingen die Stichting OPEN hanteert voor de inzameling en verwerking van AEEA voldoende kostendekkend zijn. In beginsel sluiten actoren zelf een privaatrechtelijke overeenkomst met Stichting OPEN over deze inzameling en verwerking.
Met betrekking tot transparantie vereist artikel 6, lid 6 van het Besluit UPV dat een producenten de volgende gegevens openbaar maakt;
• een overzicht van de eigenaren en leden van de producentenorganisatie;
• de door de producenten betaalde financiële bijdragen, en
• de selectieprocedure voor de afvalbeheerders.
De wens voor meer transparantie over de financiële stromen in UPVs is bekend en vormt onderdeel van het doorontwikkeltraject UPV8. Ook wordt daarin onderzocht wat de mogelijkheden zijn om in wetgeving aanvullende vereisten op te nemen aan de besteding van de geïnde bijdragen, in navolging van de moties Gabriëls9 en Bamenga10.
Meer sturen op circulariteit
In de zienswijzen wordt aangegeven dat de afvalbeheerbijdrageovereenkomst een eenzijdige focus zou hebben op inzameling en recycling en te weinig gefocust zou zijn op de circulariteitsstrategieën hoger op de R-ladder. In de beoordeling van dit verzoek tot avv is gekeken in hoeverre het algemeen verbindend verklaren van de afvalbeheerbijdrageovereenkomst zou leiden tot doelmatig afvalbeheer.
In de Regeling AEEA zijn inzameldoelstellingen- en opgenomen en wordt passende verwerking van AEEA vereist. In de WEEE-richtlijn zijn streefcijfers voor nuttige toepassing opgenomen. Er is geen wettelijke plicht tot hergebruik of voorbereiden voor hergebruik. Daarom zijn alleen deze doelstellingen relevant voor de beoordeling van het avv verzoek. Het ministerie deelt evenwel de wens om meer te sturen op circulariteit en ziet opname van een hergebruikdoelstelling dan ook als prioriteit voor de herziening van de WEEE-richtlijn11. In het kader van het doorontwikkeltraject UPV12 heeft CE Delft onderzoek gedaan naar prikkels op onder andere reparatie. De Kamerbrief van 12 december 202413 onderschrijft het nut van reparatie en hergebruik van elektronica. In paragraaf 3b van dit besluit wordt het doelmatig afvalbeheer beoordeeld. Met de avv wordt, met uitzondering van de inzameldoelstelling uit artikel 10 van de Regeling AEEA, voldaan wet- en regelgeving. Daarnaast faciliteert en ondersteunt Stichting OPEN initiatieven en bedrijven die hergebruik en voorbereiden voor hergebruik uitvoeren. In een besluit tot avv kunnen geen voorschriften, aanvullende voorwaarden of beperkingen worden opgenomen. Het is niet mogelijk om een doelstelling voor hergebruik op te nemen of te bepalen dat een innovatiefonds wordt opgericht.
Wat betreft het (verder) invoeren van tariefdifferentiatie heeft Stichting OPEN aangegeven de komende avv-periode te onderzoek of, en zo ja voor welke specifieke productgroepen en producten, ecomodulatie aanvullend kan worden ingezet. De uitkomsten worden gedeeld met het ministerie.
In de zienswijzen worden verder enkele concrete knelpunten aan het licht gebracht die hergebruik in de weg zouden zitten en voorstellen voor oplossingen gedaan, zoals het inzetten van een innovatiefonds om de circulaire en sociale economie te ondersteunen, het invoeren van een alternatief voor CENELEC-certificering voor kringlopen en mkb-ondernemers, het niet automatisch als afval beschouwen van onderdelen die economisch en technisch hergebruik zijn, het bieden van meer ruimte voor triage eerder in het inzamelproces en het voldoen van producteisen onder de Ecodesign-verordening. Voor al deze suggesties geldt dat zij geen betrekking hebben op de beoordelingsgronden voor een avv en dus geen rol spelen in de beoordeling van voorliggend verzoek. Veel van de genoemde aspecten worden overigens wel meegenomen in andere beleidstrajecten, zoals de doorontwikkeling van UPV en de EU beleidsontwikkelingen in het kader van de ESPR. De vraag of er sprake is van een afvalstof of niet wordt behandeld in de Handreiking hergebruik en voorbereiden voor hergebruik van (afgedankte) elektrische en elektronische apparaten14. De handreiking beschrijft relevante feiten en omstandigheden om een goede beoordeling te kunnen maken en geeft inzicht in de relevante wet- en regelgeving. Op grond van vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie dient per geval en met inachtneming van alle relevante omstandigheden een beoordeling gemaakt te worden of sprake is van een afvalstof. In deze reactie op de zienswijzen kan hier geen uitspraak over gedaan worden. Een avv richt zich op het organiseren en financieren van de inzameling en verwerking van afgedankte producten en is daarmee primair gericht op afvalbeheer.
Doelstellingen
Er worden vragen gesteld of de beoordeling op het doelmatigheidscriterium voldoende scherp is toegepast, aangezien de doelstellingen door Stichting OPEN niet zijn behaald in de vorige avv-periode. De beoordeling op het doelmatigheidscriterium is terug te vinden in hoofdstuk 3 van dit besluit. Met het Actieplan heeft Stichting OPEN voldoende aannemelijk gemaakt dat zij de doelstellingen kan halen. De ILT zal toezien of Stichting OPEN het Actieplan uitvoert.
De zienswijzen geven geen aanleiding tot aanpassing van het besluit.
tussen
Belangenbehartigers
en
Stichting Organisatie Producentenverantwoordelijkheid E-waste Nederland
met betrekking tot AEEA
INHOUD
|
1. |
DEFINITIES EN INTERPRETATIE |
26 |
|
2. |
AFVALBEHEERSTRUCTUUR |
27 |
|
3. |
AFVALBEHEERBIJDRAGE |
28 |
|
4. |
GRONDSLAG EN BETALINGSVOORWAARDEN |
28 |
|
5. |
INFORMATIEVERSTREKKING, ADMINISTRATIE EN CONTROLE |
29 |
|
6. |
BOETEREGELING |
29 |
|
7. |
GEHEIMHOUDING EN VERTROUWELIJKHEID |
29 |
|
8. |
DUUR, VERLENGING EN BEEINDIGING |
30 |
|
9. |
TOEPASSELIJK RECHT |
30 |
|
10. |
GESCHILBESLECHTING |
30 |
|
11. |
OVERDRACHT RECHTEN EN VERPLICHTINGEN |
30 |
|
12. |
VERBINDENDE KRACHT, VOLLEDIGHEID WIJZIGINGEN |
30 |
|
13. |
OVERGANGSBEPALING |
31 |
|
• |
Bijlage 1. Productenbijlage |
32 |
|
• |
Bijlage 2. UPV-Verplichtingen |
33 |
|
• |
Bijlage 3. Berekening Afvalbeheerbijdrage |
34 |
|
• |
Bijlage 4. Betalingsvoorwaarden |
36 |
|
• |
Bijlage 5. Boetereglement |
39 |
Deze Afvalbeheerbijdrageovereenkomst (de Overeenkomst) is aangegaan op 4 april 2025
TUSSEN
1. Stichting Belangen A/V Producenten en Importeurs, statutair gevestigd te Voorburg, met adres Zwartepad 5, 2272 BT Voorburg, en geregistreerd bij de Kamer van Koophandel onder nummer 28079527;
2. Vereniging NLdigital, vereniging van bedrijven in de sectoren digitalisering, informatietechnologie, telecommunicatie, kantoorautomatisering en aanverwante sectoren, statutair gevestigd te Stichtse Vecht, met adres De Corridor 5, 3621 ZA Breukelen, en geregistreerd bij de Kamer van Koophandel onder nummer 30174840;
3. Stichting Lightrec Nederland, statutair gevestigd te Zoetermeer, met adres Zilverstraat 69, 2718 RP Zoetermeer, en geregistreerd bij de Kamer van Koophandel onder nummer 27264457;
4. Stichting Metalektro Recycling, statutair gevestigd te Zoetermeer, met adres Zilverstraat 69, 2718 RP Zoetermeer, en geregistreerd bij de Kamer van Koophandel onder nummer 27186445;
5. Stichting Verantwoord recyclen van Elektrische Gereedschappen, statutair gevestigd te Zoetermeer, met adres Zilverstraat 69, 2718 RP Zoetermeer en geregistreerd bij de Kamer van Koophandel onder nummer 27184005;
6. APPLiA Nederland – Stichting E-waste Circulair, statutair gevestigd te Zoetermeer, met adres Meander 901, 6825 MH Arnhem, en geregistreerd bij de Kamer van Koophandel onder nummer 27174030;
7. Stichting Zonne-energie Recycling Nederland, statutair gevestigd te Utrecht, met adres Arthur van Schendelstraat 600D, 3511 MJ Utrecht, en geregistreerd bij de Kamer van Koophandel onder nummer 63913658;
welke Belangenbehartigers de belangen van de producenten met betrekking tot de AEEA behartigen; en,
8. Stichting Organisatie Producentenverantwoordelijkheid E-waste Nederland, statutair gevestigd te Zoetermeer, met adres Baron de Coubertinlaan 7, 2719 EN Zoetermeer, en geregistreerd bij de Kamer van Koophandel onder nummer 76846563 (Stichting OPEN).
De Belangenbehartigers en Stichting OPEN worden hierna gezamenlijk aangeduid als de Partijen.
OVERWEGINGEN
A. De AEEA Richtlijn heeft ten doel bij te dragen aan duurzame productie en consumptie van EEA, in de eerste plaats door preventie van AEEA. In de tweede plaats door hergebruik, recycling en andere vormen van nuttige toepassing van AEEA te bevorderen, indachtig de afvalhiërarchie die in de Europese Unie wordt gehanteerd. Voorts beoogt de AEEA Richtlijn een verbetering van de milieuprestaties van alle marktdeelnemers die rechtstreeks bij de levenscyclus van AEEA betrokken zijn. In dit kader voorziet de AEEA Richtlijn onder meer in de verplichting voor Producenten tot inzameling en verwerking van door hen op de markt gebrachte EEA op het moment dat de desbetreffende EEA worden afgedankt. De AEEA Richtlijn is geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving door de Regeling AEEA.
B. De Regeling AEEA legt aan Producenten de verplichting op om milieudoelstellingen te behalen en de daarmee gemoeide kosten te dragen.
C. De Belangenbehartigers behartigen de belangen van de Producenten met betrekking tot AEEA. In dit kader hebben zij met het oog op het behalen van de in de Regeling AEEA geformuleerde milieudoelstellingen en verplichtingen in samenwerking met Stichting OPEN de Afvalbeheerstructuur opgezet. Door middel van de Afvalbeheerstructuur voldoen Producenten op een zo effectief en kostenefficiënt mogelijke wijze aan de in Bijlage 2 opgenomen UPV-verplichtingen, waaronder de milieudoelstellingen.
D. Ter bevordering van het behalen van de milieudoelstellingen volgend uit de Regeling AEEA heeft Stichting OPEN een actieplan opgesteld. In het actieplan staat uitgewerkt hoe Stichting OPEN via de Afvalbeheerstructuur zorgdraagt voor additionele inzamelactiviteiten. Het actieplan zal op voortgang worden gemonitord door Stichting OPEN en waar nodig worden aangepast op basis van de behaalde resultaten.
E. De Regeling AEEA schrijft in artikel 11 voor dat verwerkers gescheiden ingezameld AEEA passend dienen te verwerken overeenkomstig de minimale streefcijfers inzake nuttige toepassing van bijlage V van de AEEA Richtlijn. De Afvalbeheerstructuur bestaat daarom onder meer uit passende verwerking door verwerkers van AEEA in verband met nuttige toepassing en product- en materiaalhergebruik van AEEA en met inachtneming van het bepaalde in artikel 11 van de Regeling AEEA.
F. Deze Overeenkomst vormt ten behoeve van de Producenten de financiële basis voor de realisatie van de Afvalbeheerstructuur en de uitvoering van de verplichtingen van Stichting OPEN in dat kader, mits deze Overeenkomst onder gebruikmaking van artikel 15.36 Wet Milieubeheer algemeen verbindend wordt verklaard.
G. Deze Overeenkomst waarborgt de continuïteit in de (aansturing van de) Afvalbeheersstructuur en de uitvoering van de UPV-Verplichtingen door Producenten via Stichting OPEN. Het systeem dat onder de Afvalbeheerbijdrageovereenkomst AEEA 2021–2025 gold, wordt gecontinueerd en waar nodig aangevuld (en/of gewijzigd), mede in verband met de regelgeving voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.
H. Deze Overeenkomst wordt medeondertekend door Stichting OPEN aangezien Stichting OPEN verantwoordelijk is voor de collectieve uitvoering van de Afvalbeheerstructuur in plaats van de individuele bij Stichting OPEN aangesloten Producenten.
KOMEN OVEREEN
1.1 In deze Overeenkomst hebben de navolgende met een hoofdletter geschreven woorden de daarbij vermelde betekenis, tenzij uitdrukkelijk anders aangegeven:
|
Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparatuur of AEEA |
EEA genoemd in de Productenbijlage die afvalstoffen zijn in de zin van artikel 3, punt 1, van Richtlijn 2008/98/EG, daaronder begrepen alle onderdelen, sub-eenheden en verbruiksmaterialen die deel uitmaken van de EEA op het moment dat het wordt afgedankt. |
|
Afvalbeheerbijdrage |
Het bedrag dat iedere Producent op grond van deze Overeenkomst verplicht is af te dragen aan Stichting OPEN ter dekking van de kosten van de Afvalbeheerstructuur. |
|
Afvalbeheerbijdrageovereenkomst AEEA 2021–2025 |
De afvalbeheerbijdrageovereenkomst AEEA van 1 maart 2021 tussen Stichting OPEN en de Belangenbehartigers die door de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat algemeen verbindend is verklaard voor de periode 1 maart 2021 tot en met 31 december 2025. |
|
Afvalbeheerstructuur |
De collectieve structuur zoals bedoeld in artikel 2 die wordt gefinancierd uit de Afvalbeheerbijdrage zoals voorzien in deze Overeenkomst. |
|
AEEA Richtlijn |
De Europese Richtlijn 2012/19/EUR betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, geconsolideerde versie d.d. 8 april 2024. |
|
Beheerorganisatie |
Organisatie waaraan Stichting OPEN conform artikel 2.10 de uitvoering van de Afvalbeheerstructuur geheel of gedeeltelijk heeft opgedragen. |
|
Belangenbehartigers |
De onder Ondergetekenden nrs 1 tot en met 7 genoemde Partijen. |
|
Betalingsvoorwaarden |
De door Stichting OPEN op enig moment vastgestelde betalingsvoorwaarden. De betalingsvoorwaarden zoals die luiden ten tijde van het sluiten van deze Overeenkomst zijn als Bijlage 4 bij deze Overeenkomst gevoegd. |
|
Bijlagen |
De bijlagen bij deze Overeenkomst. |
|
Boetereglement |
Het door Stichting OPEN op enig moment vastgestelde boetereglement. Het boetereglement zoals dat luidt ten tijde van het sluiten van deze Overeenkomst is als Bijlage 5 bij deze Overeenkomst gevoegd. |
|
EEA |
Elektrische of elektronische apparatuur als bedoeld in artikel 1 lid 1 sub f van de Regeling AEEA die zijn opgenomen in de Productenbijlage. Dit betreffen elektrische of elektrische apparaten die afhankelijk zijn van elektrische stromen of elektromagnetische velden om naar behoren te werken en apparaten voor het opwekken, overbrengen en meten van die stromen en velden die bedoeld zijn voor gebruik met een spanning van maximaal 1.000 volt bij wisselstroom en 1.500 volt bij gelijkstroom. De Productenbijlage is als Bijlage 1 bij deze Overeenkomst gevoegd. |
|
Inloopperiode |
De periode zoals bedoeld in artikellid 2.9 waarin Stichting OPEN de gelegenheid krijgt om de UPV-verplichtingen voor Nieuwe EEA zorgvuldig voor te bereiden en in te richten in de Afvalbeheerstructuur. |
|
Nieuwe EEA |
EEA zoals bedoeld in artikellid 2.9. |
|
Op de markt aanbieden |
Het voor het eerst verstrekken van EEA in het kader van een commerciële activiteit, al dan niet tegen betaling, aan een derde, in Nederland, met het oog op de distributie, consumptie of gebruik op de Nederlandse markt, waaronder begrepen in de handel brengen als bedoeld in artikel 1 sub k van de Regeling AEEA. |
|
Operationele Kosten |
De netto kosten zoals bedoeld in artikellid 1.3 van Bijlage 3. |
|
Overeenkomst |
Deze afvalbeheerbijdrageovereenkomst. |
|
Partij(en) |
Een partij of de partijen bij deze Overeenkomst. |
|
Productenbijlage |
Bijlage 1 bij deze Overeenkomst. |
|
Producent |
Producenten als bedoeld in artikel 1 lid 1 sub p van de Regeling AEEA. |
|
Regeling AEEA |
De Regeling afgedankte elektrische en elektronische apparatuur. |
|
Systeemkosten |
De kosten die Stichting OPEN en de Beheerorganisaties moeten maken voor het opzetten, uitvoeren en in stand houden van de Afvalbeheerstructuur, zoals bedoeld in artikellid 1.4 van Bijlage 3. |
|
UPV-Verplichtingen |
De verplichtingen voor Producenten uit hoofde van wet- en regelgeving zoals expliciet benoemd in Bijlage 2 die bij deze Overeenkomst is gevoegd. |
|
Vaste Bijdrage |
De Vaste Bijdrage zoals gedefinieerd in artikellid 1.5 van Bijlage 3. |
|
Voorziening |
De door of via Stichting OPEN aangehouden gelden ter dekking van toekomstige Operationele Kosten met betrekking tot bepaalde door Stichting OPEN vast te stellen soorten EEA. |
1.2 Geen bepaling in deze Overeenkomst zal ten nadele van een van de Partijen worden uitgelegd uitsluitend vanwege het feit dat die Partij verantwoordelijk was voor het opstellen van de betreffende bepaling.
1.3 Een verwijzing in deze Overeenkomst naar een artikel is een verwijzing naar een artikel van deze Overeenkomst, tenzij uit de context anders blijkt.
1.4 De Bijlagen maken deel uit van deze Overeenkomst.
1.5 De titels in deze Overeenkomst dienen slechts ter identificatie en zijn niet van invloed op de uitleg van deze Overeenkomst.
1.6 Begrippen in enkelvoud hebben dezelfde betekenis in meervoud en vice versa.
2.1 Deze Overeenkomst heeft betrekking op de Producenten van de in de Productenbijlage opgenomen EEA. De Productenbijlage is als Bijlage 1 bij deze Overeenkomst gevoegd.
2.2 Door middel van de Afvalbeheerstructuur voldoen Producenten collectief aan de UPV Verplichtingen met betrekking tot de in de Productenbijlage opgenomen EEA.
2.3 De Afvalbeheerstructuur bestaat uit:
2.3.1 een in Nederland landelijk dekkend systeem ten behoeve van de gescheiden inzameling van AEEA, zonder dat systeem te beperken tot de gebieden waar de inzameling en het beheer van AEEA het winstgevendst of het minst verlieslatend is. Voornoemd systeem van gescheiden inzameling is het gehele jaar op passende wijze beschikbaar en stelt degene die zich van AEEA wil ontdoen in staat om de AEEA kosteloos bij het innamesysteem in te leveren;
2.3.2 sortering van ingezamelde AEEA;
2.3.3 passende verwerking van AEEA in verband met nuttige toepassing en product- en materiaalhergebruik van AEEA en met inachtneming van het bepaalde in de Regeling AEEA en de UPV-Verplichtingen;
2.3.4 voorbereiding voor hergebruik van AEEA;
2.3.5 monitoring van de inzameling, voorbereiding voor hergebruik en verwerking van AEEA;
2.3.6 rapportage- en meldingsverplichtingen;
2.3.7 verstrekking van gegevens aan verwerkers van AEEA;
2.3.8 inning van de Afvalbeheerbijdrage ter bekostiging van het opzetten, in stand houden en uitvoeren van de Afvalbeheerstructuur;
2.3.9 handhaving van de Afvalbeheerstructuur ten behoeve van de effectiviteit van de structuur en ter voorkoming van free rider gedrag. In dat kader is voorzien in een adequaat mechanisme voor zelfbeheer, ondersteund door regelmatige onafhankelijke controles voor de beoordeling van het financiële beheer en de kwaliteit van de gegevens ten behoeve van rapportages, meldingen en monitoring;
2.3.10 voorlichting met betrekking tot de Afvalbeheerstructuur en de met de Afvalbeheerstructuur te behalen milieudoelstellingen, waaronder het aanbieden van een website waarop de werking van de Afvalbeheerstructuur en de rol van de bij de Afvalbeheerstructuur betrokken partijen wordt toegelicht;
2.3.11 onderzoek en andere activiteiten ten behoeve van de uitvoering van de Regeling AEEA en de AEEA Richtlijn en andere ten behoeve van onder meer UPV-Verplichtingen relevante wet- en regelgeving;
2.4 Met inachtneming van het in artikel 7 van de Regeling AEEA bepaalde, kan Stichting OPEN AEEA dat bij gebruik is verontreinigd en daardoor een risico voor de gezondheid of veiligheid oplevert voor medewerkers van degene die inneemt weigeren van de inzameling en het achterlaten, zoals bedoeld in de artikelen 3 tot en met 5 van de Regeling AEEA.
2.5 De Afvalbeheerstructuur heeft betrekking op AEEA, ongeacht of deze in huishoudelijke of bedrijfsafvalstromen voorkomen.
2.6 Producenten verstrekken aan Stichting OPEN de informatie als bedoeld in artikel 16 lid 1 en 2 van de Regeling AEEA, op een door Stichting OPEN voorgeschreven wijze en binnen de daartoe in de Regeling AEEA genoemde termijn, dan wel een eerdere termijn indien zulks door Stichting OPEN kenbaar is gemaakt. De informatie, bedoeld in de vorige volzin, wordt door Stichting OPEN in de vorm van (elektronische) handboeken of via elektronische media verstrekt aan entiteiten als bedoeld in artikel 16 lid 3 van de Regeling AEEA.
2.7 Deze Overeenkomst voorziet in de financiële basis voor het opzetten, in stand houden en uitvoeren van de Afvalbeheerstructuur.
2.8 Producenten nemen deel aan de Afvalbeheerstructuur en sluiten zich daartoe aan bij Stichting OPEN. Aansluiting bij Stichting OPEN geschiedt via een schriftelijke melding aan Stichting OPEN conform daartoe door Stichting OPEN te stellen regels.
2.9 Ten aanzien van een soort EEA die voor aanvang van de looptijd van deze Overeenkomst nog niet Op de markt werd aangeboden, maar na aanvang van deze Overeenkomst wel (Nieuwe EEA), kan een bepaalde inloopperiode (de Inloopperiode) van toepassing zijn. Een besluit om een Inloopperiode toe te passen, evenals, de aard, de omvang en de (rechts)gevolgen daarvan, vereist instemming van de bevoegde minister op een daartoe strekkend en onderbouwd verzoek van Stichting OPEN. De Inloopperiode is voor Stichting OPEN bedoeld om:
2.9.1 te kunnen waarborgen dat de continuïteit van de nakoming van deze Overeenkomst ten behoeve van Producenten die niet de Nieuwe EEA Op de Markt aanbieden, niet in het gedrang komt ten gevolge van de verplichtingen van Stichting OPEN samenhangend met de Nieuwe EEA en/of de Producenten daarvan; en,
2.9.2 bij Nieuwe EEA adequate voorbereidingen te kunnen treffen ten aanzien van:
2.9.2.1. de inzameling en be- en/of verwerking van de Nieuwe EEA via de Afvalbeheerstructuur en de heffing van de Afvalbeheerbijdrage bij de desbetreffende Producenten door Stichting OPEN; en/of,
2.9.2.2. het maken van nadere (uitvoerings)afspraken met andere producentenorganisaties waarbij die andere producentenorganisaties geheel of gedeeltelijk zorgdragen voor de inzameling en be- en/of verwerking van de Nieuwe EEA via hun afvalbeheerstructuur en/of de heffing van een afvalbeheerbijdrage bij de desbetreffende Producenten van Nieuwe EEA.
2.10 Stichting OPEN kan de uitvoering van de Afvalbeheerstructuur geheel of gedeeltelijk opdragen aan een of meer, door Stichting OPEN aangewezen, Beheerorganisaties.
2.11 Stichting OPEN kan ter uitwerking van de Overeenkomst nadere regels stellen in door haar op te stellen beleid.
3.1 De Afvalbeheerbijdrage die de Producenten moeten afdragen aan Stichting OPEN is gebaseerd op de volgende componenten:
(1) Operationele Kosten;
(2) Systeemkosten; en,
(3) Vaste Bijdrage.
3.2 Stichting OPEN stelt de hoogte van de Afvalbeheerbijdrage voor de Producenten bindend vast aan de hand van de in Bijlage 3 (Berekening Afvalbeheerbijdrage) opgenomen formules.
3.3 Indien onderzoeken en/of wijzigingen in relevante wet- en regelgeving daartoe aanleiding geven, kan de wijze van berekening van de Afvalbeheerbijdrage zoals beschreven in dit artikel 3 en de Bijlage 3 door de Belangenbehartigers en Stichting OPEN gezamenlijk worden aangepast.
4.1 Producenten zijn een Afvalbeheerbijdrage verschuldigd aan Stichting OPEN over hun Op de markt aangeboden EEA per kalenderjaar.
4.2 Producenten dragen de door hen verschuldigde Afvalbeheerbijdrage af aan Stichting OPEN.
4.3 De voorwaarden voor betaling van de Afvalbeheerbijdrage zijn neergelegd in de Betalingsvoorwaarden (Bijlage 4).
4.4 Op alle betalingen aan Stichting OPEN genoemd in deze Overeenkomst zijn de Betalingsvoorwaarden (Bijlage 4) van toepassing.
4.5 Op door Stichting OPEN opgelegde boetes is, in afwijking van het bepaalde in artikellid 4.4, het Boetereglement (Bijlage 5) van toepassing.
5.1 Producenten verstrekken aan Stichting OPEN en de Beheerorganisatie(s) de door hen opgevraagde informatie die nodig is voor realisatie en uitvoering van deze Overeenkomst of de Afvalbeheerstructuur binnen de gestelde termijn en op een door Stichting OPEN voorgeschreven wijze.
5.2 Stichting OPEN heeft te allen tijde het recht de juistheid en volledigheid van de verstrekte informatie te laten controleren, en kan daarbij gebruik maken van externe en onafhankelijke adviseurs, zoals accountants. Producenten zijn gehouden de daartoe door Stichting OPEN aangewezen personen toe te laten tot hun bedrijf en administratie, en alle in het kader van de controle op de juiste afdracht van de Afvalbeheerbijdrage verzochte informatie binnen de gestelde termijn te verstrekken.
5.3 Producenten hebben een meldingsplicht bij Stichting OPEN ter uitvoering van artikellid 2.8.
5.4 Alle aangemelde Producenten die over een bepaald kalenderjaar de Afvalbeheerbijdrage zijn verschuldigd, worden vermeld op de website van Stichting OPEN, met uitzondering van eenmanszaken. Per kalenderjaar zal door Stichting OPEN een overzicht worden gepubliceerd met daarin de bedrijfsnamen van de Producenten en, indien van toepassing, KvK-nummers, evenals eventuele regelingen of brancheafspraken waarvan in het betreffende kalenderjaar gebruik wordt gemaakt. Indien sprake is van een fiscale eenheid voor de omzetbelasting, kan in overleg met Stichting OPEN worden overeengekomen dat slechts een deel van de binnen die fiscale eenheid voor de omzetbelasting vallende bedrijfsnamen en KvK-nummers wordt vermeld.
5.5 Indien een Producent de verplichting onder artikellid 5.1 niet nakomt, kan Stichting OPEN een forfaitaire Afvalbeheerbijdrage opleggen, die zoveel mogelijk wordt vastgesteld aan de hand van in het verleden door de betreffende Producent opgegeven informatie.
5.6 De Producent verschaft Stichting OPEN en/of de Beheerorganisatie op diens verzoek alle redelijkerwijs noodzakelijke informatie, waaronder ook begrepen de informatie als bedoeld in artikel 16 van de Regeling AEEA, en zal alle redelijkerwijs noodzakelijke medewerking verlenen die vereist is in verband met de nakoming van de verplichtingen uit hoofde van deze Overeenkomst of de Afvalbeheerstructuur.
6.1 Indien een Producent de hem opgelegde Afvalbeheerbijdrage niet voldoet of niet voldoet aan de verplichtingen neergelegd in de artikelen 2.8, 4 en 5, zoals nader uitgewerkt in de Bijlage Berekening Afvalbeheerbijdrage (Bijlage 3) en de Betalingsvoorwaarden (Bijlage 4), kan Stichting OPEN de Producent door middel van een schriftelijke mededeling alsnog manen zijn verplichtingen binnen een daarin opgenomen redelijke termijn na te komen. Ingeval de Producent zijn verplichtingen binnen die gestelde termijn niet nakomt, kan Stichting OPEN hem een boete opleggen volgens het Boetereglement (Bijlage 5).
6.2 Voortdurende of herhaalde niet-nakoming van de Overeenkomst kan leiden tot uitsluiting van aansluiting bij Stichting OPEN. Stichting OPEN voldoet dan niet langer collectief aan de UPV-Verplichtingen van de betreffende Producent. Deze Producent kan dan worden onderworpen aan handhaving conform het bepaalde bij of krachtens de Wet milieubeheer of deze Overeenkomst, dan wel dient deze Producent ontheffing van de algemeenverbindendverklaring aan te vragen bij de bevoegde minister teneinde individueel te voldoen aan de UPV-Verplichtingen.
7.1 Stichting OPEN, de Beheerorganisatie(s) en alle personen zoals bedoeld in artikellid 5.2, zijn gehouden om alle aan hen op basis van of in verband met de Overeenkomst verstrekte bedrijfsvertrouwelijke informatie vertrouwelijk te behandelen.
7.2 Stichting OPEN en de Beheerorganisatie(s) zien erop toe dat bestuursleden van Stichting OPEN en/of de Beheerorganisaties en andere bij hen betrokken personen die werkzaam zijn voor of benoemd zijn door individuele Producenten, geen inzage krijgen in gegevens die inzicht verschaffen in de hoeveelheid door individuele Producenten Op de markt aangeboden EEA.
7.3 Het bepaalde in artikellid 7.1 geldt niet voor Stichting OPEN en de Beheerorganisaties ten aanzien van:
7.3.1 de uitwisseling van gegevens tussen Stichting OPEN en de Beheerorganisatie(s) voor zover deze noodzakelijk is voor een goede uitvoering van de Overeenkomst;
7.3.2 gebruik van of openbaarmaking aan onder andere de Inspectie Leefomgeving en Transport en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat van aan Stichting OPEN en de Beheerorganisatie(s) op basis van of in verband met de Overeenkomst verstrekte bedrijfsvertrouwelijke informatie ten behoeve van het waarborgen van de naleving van de Overeenkomst en de Regeling AEEA;
7.3.3 openbaarmaking van aan Stichting OPEN en de Beheerorganisatie(s) op basis van of in verband met de Overeenkomst verstrekte bedrijfsvertrouwelijke informatie aan de rechter, een scheidsgerecht of mediator in een procedure in verband met de Overeenkomst;
7.3.4 gebruik of openbaarmaking van aan Stichting OPEN en de Beheerorganisatie(s) op basis van of in verband met de Overeenkomst verstrekte bedrijfsvertrouwelijke informatie waartoe Stichting OPEN of een Beheerorganisatie verplicht is op grond van de wet of een uitspraak van de rechter of een ander bevoegd overheidsorgaan.
7.4 Artikellid 7.1 geldt niet voor de in artikellid 5.2 bedoelde personen ten aanzien van de in artikellid 7.3.1 en 7.3.4 genoemde gevallen.
7.5 Producenten wisselen onderling geen informatie uit over individuele opgaven of andere concurrentiegevoelige onderwerpen. Evenmin verstrekt Stichting OPEN deze verkregen informatie aan Producenten.
8.1 De looptijd van de Overeenkomst is vijf jaar vanaf inwerkingtreding.
8.2 De Overeenkomst treedt slechts in werking indien een besluit tot algemeenverbindendverklaring van deze Overeenkomst van kracht wordt.
8.3 De Overeenkomst treedt in werking op de dag dat het besluit aangeduid in artikellid 8.2 van kracht wordt.
8.4 Stichting OPEN heeft het recht de Overeenkomst eenzijdig te beëindigen indien (i) de algemeenverbindendverklaring vervalt en/of indien (ii) zij vaststelt dat niet langer sprake is van een collectieve Afvalbeheerstructuur omdat bepaalde EEA daaraan (deels) onttrokken worden.
8.5 Indien de Overeenkomst eindigt of wordt beëindigd vangt een overgangsfase aan waarin Stichting OPEN voor zover mogelijk tot afwikkeling zal overgaan. Gedurende deze overgangsfase, blijven de artikelen 5 (met uitzondering van artikellid 5.3), 6, 7, 8, 9 en 11 en de Bijlagen bij de Overeenkomst van kracht. Artikel 7 blijft ook na deze overgangsfase van kracht.
9.1 Deze Overeenkomst is uitsluitend onderworpen aan Nederlands recht.
10.1 Alle geschillen die in verband met deze Overeenkomst ontstaan, geschillen over het bestaan en de geldigheid daarvan daaronder begrepen, zullen worden beslecht door de bevoegde rechter in ’s-Gravenhage, tenzij tussen de betrokken partijen arbitrage of mediation is overeengekomen. Indien een geschil door middel van mediation niet tot een voor de betrokken partijen acceptabele oplossing gebracht wordt, zal het geschil alsnog door middel van arbitrage of door de bevoegde rechter in ’s-Gravenhage beslecht worden.
11.1 Rechten of verplichtingen of de rechtsverhouding uit deze Overeenkomst kunnen alleen met voorafgaande schriftelijke toestemming van Stichting OPEN worden overgedragen aan respectievelijk worden overgenomen door een derde. Stichting OPEN kan aan dergelijke toestemming voorwaarden verbinden.
12.1 Is of wordt deze Overeenkomst gedeeltelijk ongeldig of onverbindend, dan blijven de Partijen en Producenten aan het overblijvende gedeelte gebonden. De Belangenbehartigers en Stichting OPEN zullen het ongeldige of onverbindende gedeelte vervangen door bedingen die wel geldig en verbindend zijn en waarvan de rechtsgevolgen, gelet op de inhoud en strekking van deze Overeenkomst, zo veel mogelijk overeenstemmen met die van het ongeldige of onverbindende gedeelte.
12.2 Deze Overeenkomst kan alleen worden gewijzigd of aangevuld met voorafgaande schriftelijke instemming van de Belangenbehartigers en Stichting OPEN.
12.3 Indien wijziging van enig onderdeel van deze Overeenkomst:
12.3.1 moet plaatsvinden vanwege wetswijzigingen, wijzigingen van de Regeling AEEA daaronder begrepen, of ander overheidsingrepen; of,
12.3.2 gewenst is als gevolg van onderzoeken of andere activiteiten binnen de Afvalbeheerstructuur; zijn de Belangenbehartigers en Stichting OPEN gehouden te goeder trouw met elkaar te onderhandelen teneinde een resultaat te bereiken dat zoveel mogelijk aansluit bij hetgeen de Belangenbehartigers en Stichting OPEN met deze Overeenkomst hebben beoogd, met inachtneming van de gewijzigde omstandigheden zoals benoemd in dit artikellid onder artikel 12.3.1 en 12.3.2.
12.4 Een wijziging van deze Overeenkomst als bedoeld in dit artikel 12 treedt in werking op de dag dat het besluit tot algemeenverbindendverklaring van de betreffende wijziging van kracht wordt.
13.1 Alle rechten en verplichtingen onder de Afvalbeheerbijdrageovereenkomst AEEA 2021–2025, waaronder de verplichtingen van openstaande rekeningen, het doen van aangifte en het recht op ontvangst van geldsommen, worden gecontinueerd onder de Overeenkomst. Eventuele opgebouwde reserves, voorzieningen of tekorten ten aanzien van de inzameling en verwerking, worden als schuld of vordering meegenomen onder de Overeenkomst, met inachtneming van hetgeen in Bijlage 3 Berekening Afvalbeheerbijdrage is bepaald.
13.2 Alle Producenten die aangesloten waren onder de Afvalbeheerbijdrageovereenkomst AEEA 2021–2025, blijven aangemeld onder de Overeenkomst. Deze Producenten hoeven zich niet opnieuw aan te melden onder de Overeenkomst.
OVEREENGEKOMEN EN ONDERTEKEND DOOR:
APPLiA Nederland – Stichting E-waste Circulair
Stichting Belangen A/V Producenten en Importeurs
Vereniging NLDigital
Stichting Lightrec Nederland
Stichting Metalektro Recycling
Stichting Verantwoord recyclen van Elektrische Gereedschappen
Stichting Zonne-energie Recycling Nederland
Stichting OPEN
Deze Productenbijlage is een Bijlage bij artikellid 2.1 van de Overeenkomst. In deze Productenbijlage is uitgewerkt op welke EEA de Overeenkomst ziet.
In deze Bijlage gebruikte termen die met een hoofdletter zijn geschreven, hebben de betekenis die daaraan is toegekend in artikellid 1.1 van de Overeenkomst, tenzij in deze Bijlage een specifieke definitie is opgenomen in welk geval de desbetreffende definitie geldt in het kader van deze Bijlage.
Producten
Deze Overeenkomst kent geen beperking op bepaalde soorten EEA en omvat derhalve alle EEA, zijnde elektrische of elektronische apparatuur als bedoeld in artikel 1 lid 1 sub f van de Regeling AEEA. Ten aanzien van Nieuwe EEA kan sprake zijn van een Inloopperiode als bedoeld in artikellid 2.9 van de Overeenkomst.
Dit betreft de UPV-Verplichtingen Bijlage bij artikellid 2.2 van de Overeenkomst. In deze Bijlage is beschreven aan welke specifieke UPV-Verplichtingen de Producenten collectief invulling geven onder de Overeenkomst.
UPV-Verplichtingen
Door middel van de Afvalbeheerstructuur voldoen Producenten collectief aan de volgende verplichtingen:
1. het in artikel 6 van de Regeling AEEA bepaalde met betrekking tot de mogelijkheid voor Producenten om innamesystemen voor AEEA van particuliere huishoudens in te voeren en te exploiteren mits deze systemen in overeenstemming zijn met de doelstellingen van de AEEA Richtlijn;
2. het in artikel 8 van de Regeling AEEA bepaalde met betrekking tot gescheiden inzameling van AEEA, niet zijnde AEEA van particuliere huishoudens;
3. het in artikel 9 lid 1 van de Regeling AEEA bepaalde ten aanzien van de gescheiden inzameling van AEEA en het vervoer van die gescheiden ingezamelde AEEA op een zodanige manier dat de inzameling en het vervoer van AEEA zodanig plaatsvindt dat de voorbereiding voor hergebruik, recycling van die gescheiden ingezamelde AEEA of de inperking van gevaarlijke stoffen optimaal kan plaatsvinden;
4. het in artikel 9 lid 2 van de Regeling AEEA bepaalde dat AEEA die moet worden voorbereid hergebruik, waar dit passend is in de inzamelpunten van inzamelingssystemen of inzamelfaciliteiten gescheiden wordt van andere ingezamelde AEEA, met name door personeel van gecertificeerde hergebruikcentra toegang ertoe te verlenen.
5. het in artikel 10 sub c van de Regeling AEEA ten aanzien van de inzameling van AEEA bepaalde;
6. een passende financiële regeling voor de inzameling, verwerking, nuttige toepassing en milieu hygiënisch verantwoorde verwijdering van AEEA waarmee wordt voldaan aan de verplichtingen uit hoofde van de artikelen 13 en 14 lid 1 en lid 3 van de Regeling AEEA. Uiterlijk op 31 december 2027 wordt tevens voldaan aan de aanvullende verplichting volgend uit artikel 9 van Verordening (EU) 2024/573 om een passende financiering te hebben voor de terugwinning, de recycling, regeneratie of vernietiging van de in de bijlage I en II van de bij de Verordening (EU) 2024/573 vermelde gefluoreerde broeikasgassen uit AEEA die vanaf 11 maart 2024 in de handel zijn gebracht.
7. het doen van verslag aan de bevoegde minister van de met de Afvalbeheerstructuur behaalde resultaten ten behoeve van de UPV-Verplichtingen, waaronder mede wordt begrepen het doen plaatsvinden van de registratie, informatieverstrekking en rapportage conform artikel 19 van de Regeling AEEA, al dan niet door verstrekking van de noodzakelijke informatie aan het Register als bedoeld in artikel 18 lid 3 van de Regeling AEEA.
Op grond van artikel 3 van de Overeenkomst hanteert Stichting OPEN de volgende wijze van berekening van de Afvalbeheerbijdrage. In deze Bijlage gebruikte termen die met een hoofdletter zijn geschreven, hebben de betekenis zoals opgenomen in artikellid 1.1 van de Overeenkomst, tenzij expliciet anders aangegeven.
1.1 Stichting OPEN stelt periodiek de tarieven en bedragen voor de Afvalbeheerbijdrage vast.
1.2 Op grond van artikel 3 van de Overeenkomst, is het tarief dat Stichting OPEN vaststelt per soort EEA (het Tarief) een optelsom van het tarief voor Operationele Kosten van die soort EEA (Tarief OK) en het tarief voor de Systeemkosten dat aan die soort EEA wordt toegerekend (Tarief Systeemkosten). Bij elk Tarief stelt Stichting OPEN de tariefgrondslag vast, zijnde het aantal stuks of een gewichtshoeveelheid Op de markt aangeboden EEA in het desbetreffende kalenderjaar (de Tariefgrondslag).
1.3 De Operationele Kosten hebben betrekking op:
1.3.1. vergoedingen aan derden, waaronder gemeenten;
1.3.2. inzameling en sortering;
1.3.3. transport (inclusief inzamelmiddelen;
1.3.4. voorbereiding voor hergebruik;
1.3.5. verwerking, na aftrek van eventuele opbrengsten; en,
1.3.6. overige operationele activiteiten, waaronder kosten die gemaakt worden voor additionele inzameling.
1.4 De Systeemkosten hebben betrekking op:
1.4.1. personeel en organisatie;
1.4.2. communicatie;
1.4.3. onderzoek;
1.4.4. controles en audits;
1.4.5. rapportage en verantwoording.
1.5 De Afvalbeheerbijdrage kan mede gebaseerd worden op een bedrag per Producent ter dekking van bepaalde vaste of registratie kosten die niet in de Operationele Kosten en de Systeemkosten zijn begrepen (de Vaste Bijdrage).
1.6 Het Tarief OK en het Tarief Systeemkosten worden aan de hand van de volgende formules vastgesteld.
1.6.1 Voor de Operationele Kosten wordt een Tarief per soort EEA als volgt vastgesteld: Tarief OK voor een soort EEA = begrote totale Operationele Kosten voor die soort EEA in een kalenderjaar gedeeld door – afhankelijk van de Tariefgrondslag – het geschatte totale aantal stuks of de totale gewichtshoeveelheid van die soort EEA die in Nederland in het desbetreffende kalenderjaar Op de markt wordt aangeboden;
1.6.2 Voor de Systeemkosten wordt een Tarief per soort EEA vastgesteld als volgt:
Tarief Systeemkosten voor een soort EEA = begrote totale Systeemkosten voor die soort EEA gedeeld door – afhankelijk van de Tariefgrondslag – het geschatte totale aantal stuks of de totale gewichtshoeveelheid van die soort EEA die in Nederland in het desbetreffende kalenderjaar Op de markt wordt aangeboden.
1.7 Bij de vaststelling van het Tarief voor een bepaald soort EEA worden begrote Operationele Kosten en Systeemkosten betrokken die betrekking hebben op het desbetreffende soort EEA in het afvalstadium. Indien bepaalde Operationele Kosten of Systeemkosten voor rekening van meer soorten EEA behoren te komen worden door Stichting OPEN verdeelsleutels vastgesteld om te komen tot een redelijke toerekening van die kosten aan elke betrokken soort EEA.
1.8 Stichting OPEN kan er ten aanzien van een of meer EEA van een bepaalde soort voor kiezen om een Voorziening te vormen in verband met de toekomstige Operationele Kosten voor de inname en verwerking van de desbetreffende EEA van die soort wanneer die EEA als AEEA vrijkomt. Bij de vorming van een dergelijke Voorziening worden de toekomstige Operationele Kosten zo goed als mogelijk begroot volgens een nader door Stichting OPEN vast te stellen systematiek. De bijdrage ten behoeve van de Voorziening is begrepen in het Tarief.
1.9 Stichting OPEN kan ervoor kiezen om een passende reserve aan te leggen ten behoeve van risico- en continuïteitsdekking alsmede een dekking voor afwikkelingskosten gedurende periode als bedoeld in artikellid 8.5 van de Overeenkomst. De bijdrage ten behoeve van voornoemde buffer is begrepen in het Tarief. Voorts geldt dat de buffer als hiervoor bedoeld niet meer zal bedragen dan 1,5 keer de voor een kalenderjaar begrote Operationele Kosten.
1.10 Met het oog op de UPV-Verplichtingen zal Stichting OPEN indien mogelijk bij de vaststelling van Tarieven een nadere differentiatie toepassen – in afwijking van het bepaalde in artikellid 1.5 – rekening houdend met onder meer duurzaamheid, repareerbaarheid, herbruikbaarheid, recyclebaarheid van de stoffen, mengsels of producten, de beoogde vorm van nuttige toepassing, de aanwezigheid van kritieke grondstoffen en/of gevaarlijke stoffen. Waar mogelijk dient aansluiting te worden gezocht bij toegepaste systemen in andere lidstaten van de Europese Unie.
1.11 Uitgezonderd een besluit van Stichting OPEN om ten aanzien van een bepaalde soort EEA een Voorziening te vormen als bedoeld in artikellid 1.8, streeft Stichting OPEN niet naar vermogensvorming. Jaarlijks zal een tekort of een overschot ontstaan, als gevolg van het verschil tussen de in een kalenderjaar daadwerkelijk gemaakte Operationele Kosten en Systeemkosten enerzijds en de ontvangen Afvalbeheerbijdrage zoals geheven van Producenten. Voor zover mogelijk, worden tekorten of overschotten verrekend met overschotten of tekorten over voorgaande jaren. In geval van een (dreigend) overschot of een tekort kunnen de Tarieven, al dan niet gedurende een jaar, worden aangepast.
1.12 Indien een tekort niet verrekend kan worden met overschotten over voorgaande jaren, ontstaat er een vordering. Na vaststelling van het tekort, kan Stichting OPEN deze vordering op een nader door Stichting OPEN te bepalen wijze verrekenen met en verdisconteren in het op grond van artikellid 1.5 vast te stellen Tarief.
1.13 Indien een overschot niet verrekend kan worden met tekorten over voorgaande jaren, ontstaat er een schuld. Na vaststelling van het overschot, is Stichting OPEN verplicht deze schuld zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk doch uiterlijk verdeeld over de eerstvolgende vijf kalenderjaren te verrekenen met en te verdisconteren in het op grond van artikellid 1.5 vast te stellen Tarief.
1.14 Indien de Overeenkomst niet langer van kracht is en er tussen Partijen geen opvolgende, vergelijkbare overeenkomst in werking treedt, worden de openstaande vorderingen geïnd en de openstaande schulden terugbetaald. Vorderingen en schulden worden geïnd en terugbetaald naar rato van de gemiddeld over de laatste drie kalenderjaren van de algemeenverbindendverklaring verschuldigde Afvalbeheerbijdrage per individuele Producent voor zover deze is gebaseerd op het op grond van artikellid 1.5 vastgestelde Tarief.
2.1 De door een individuele Producent verschuldigde Afvalbeheerbijdrage wordt als volgt berekend. De verschuldigde Afvalbeheerbijdrage per Producent is een optelsom van de volgende componenten:
2.1.1. per soort EEA van die Producent, de Tariefgrondslag van de individuele Producent in een kalenderjaar vermenigvuldigd met het vastgestelde Tarief OK;
2.1.2. per soort EEA van die Producent, de Tariefgrondslag van de individuele Producent in een kalenderjaar vermenigvuldigd met het vastgestelde Tarief Systeemkosten; en,
2.1.3. de Vaste Bijdrage, indien vastgesteld door Stichting OPEN.
2.2 Indien toepassing wordt gegeven aan artikelleden 1.9 tot en met 1.13, wordt ten behoeve van de toepassing van artikellid 2.1 gerekend met de overeenkomstig het betreffende artikellid aangepaste Tarieven.
2.3 Stichting OPEN kan in zijn beleid rekening houden met een teruggave van de Afvalbeheerbijdrage, onder meer voor export van EEA. Stichting OPEN kan bij de vaststelling van een Afvalbeheerbijdrage voor een soort EEA rekening houden met bijdragen van derden. Stichting OPEN kan in regelingen, in brancheafspraken en in maatwerkovereenkomsten, en in onderlinge afstemming met (vertegenwoordigers van) de betrokken Producenten, voorzien in een verlegging van de bijdrageplicht en voorzien in een additionele heffing van Producenten die in de aan de algemeenverbindendverklaring van de Overeenkomst voorafgaande jaren onvoldoende hebben bijgedragen aan het behalen van de op de Producent rustende UPV-Verplichtingen. Het in dit artikellid bepaalde geldt alleen voor zover de belangen van een gelijk speelveld, evenredige bijdrages in de kosten van de Afvalbeheerstructuur en de nauwkeurigheid van de informatieverstrekking daaraan niet redelijkerwijs in de weg staan.
Deze betalingsvoorwaarden zijn een Bijlage bij artikel 4 van Overeenkomst. In deze Bijlage gebruikte termen die met een hoofdletter zijn geschreven, hebben de betekenis die daaraan is toegekend in artikellid 1.1 van de Overeenkomst of in deze Bijlage 4, in welk laatste geval de betekenis van de gebruikte term is beperkt tot het bepaalde in deze Bijlage.
1.1 Producenten zijn de Afvalbeheerbijdrage verschuldigd over hun in Nederland Op de markt aangeboden EEA per kalenderjaar.
1.2 Onder Producent wordt, indien een Producent behoort tot een fiscale eenheid voor de omzetbelasting, tevens verstaan alle Producenten die tot die fiscale eenheid voor de omzetbelasting behoren. Dit brengt met zich dat:
(1) de totale Op de markt aangeboden EEA op jaarbasis van de gehele fiscale eenheid voor de omzetbelasting de basis vormt voor de af te dragen Afvalbeheerbijdrage;
(2) iedere Producent die tot een fiscale eenheid voor de omzetbelasting behoort, verplicht is namens de gehele fiscale eenheid te voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de Overeenkomst, tenzij reeds aan deze verplichting is voldaan door een andere Producent die tot dezelfde fiscale eenheid behoort.
1.3 Stichting OPEN kan, op gezamenlijk verzoek van twee of meer Producenten die niet tot een fiscale eenheid maar wel tot een concern behoren, besluiten deze Producenten te behandelen overeenkomstig het vorige artikellid 1.2. Stichting OPEN kan tevens besluiten om twee of meer Producenten, bij het vaststellen door Stichting OPEN of aan de voorwaarden van een fiscale eenheid (zoals vastgelegd in de Wet op de omzetbelasting) is voldaan, te behandelen overeenkomstig het vorige artikellid 1.2. ondanks de afwezigheid van een in dat kader door de Belastingdienst afgegeven beschikking.
2.1 Het tijdvak waarover de Afvalbeheerbijdrage moet worden betaald is het kalenderjaar.
2.2 Een Afvalbeheerbijdrage is verschuldigd vanaf inwerkingtreding van de Overeenkomst.
3.1 Stichting OPEN kan een nader te bepalen ondergrens instellen op grond waarvan Producenten al dan niet per soort EEA geheel of gedeeltelijk vrijgesteld kunnen worden van de verplichting tot het voldoen van de Afvalbeheerbijdrage.
4.1 Producenten doen jaarlijks uiterlijk 1 april na afloop van een kalenderjaar bij Stichting OPEN opgave van de gewichtshoeveelheid en het aantal stuks Op de markt aangeboden EEA in dat laatst verstreken kalenderjaar (de Opgave).
4.2 De Opgave vindt plaats op een door Stichting OPEN op te geven wijze.
4.3 Stichting OPEN kan een Producent verzoeken een inschatting op te geven van de gewichtshoeveelheid EEA en het aantal Op de markt aan te bieden EEA over het lopende of het aankomende kalenderjaar, indien:
(1) Stichting OPEN verwacht dat de gewichtshoeveelheid EEA en/of het aantal stuks EEA van een Producent over het lopende of aankomende kalenderjaar significant zal afwijken van de laatste Opgave van de Producent; of,
(2) de Producent een nader in beleid vast te stellen minimum gewichtshoeveelheid EEA en/of aantal stuks EEA in het voorgaande kalenderjaar Op de markt heeft aangeboden.
De Producent dient de in dit artikellid bedoelde inschatting uiterlijk 1 oktober in bij Stichting OPEN op een door Stichting OPEN aan te geven wijze.
5.1 Stichting OPEN kan bij de Producenten een voorschot op de Afvalbeheerbijdrage in rekening brengen in welk geval de Producenten een dergelijk voorschot verschuldigd zijn aan Stichting OPEN (een Voorschotbedrag). Stichting OPEN bepaalt een Voorschotbedrag op basis van (i) de laatste Opgave van de Producent en (ii) de tarieven en bedragen die voor de Afvalbeheerbijdrage zijn vastgesteld uit hoofde van artikel 3 en Bijlage 3 van de Overeenkomst.
5.2 Betaling van een Voorschotbedrag geschiedt in door Stichting OPEN vast te stellen termijnen (de Voorschotbetalingen). Betaling van een Voorschotbedrag moet uiterlijk 30 kalenderdagen na factuurdatum voldaan zijn.
5.3 Indien uit de inschatting als bedoeld in artikellid 4.3 een significante afwijking van de laatste Opgave van de Producent blijkt, wordt een Voorschotbedrag van de Producent door Stichting OPEN vastgesteld met inachtneming van die significante afwijking.
5.4 Producenten die voor het eerst over een kalenderjaar een Afvalbeheerbijdrage moeten betalen, doen in geval van een Voorschotbedrag opgave van de met betrekking tot de in het kalenderjaar geschatte gewichtshoeveelheid en aantal stuks Op de markt aan te bieden EEA (de Eerste Opgave). In afwijking van het bepaalde in de laatste volzin van artikellid 5.1 wordt een Voorschotbedrag voor Producenten als bedoeld in de eerste volzin van dit artikellid bepaald op basis van de Eerste Opgave.
5.5 Stichting OPEN kan toestemming geven Voorschotbetalingen te doen ter grootte van een ander bedrag en kan tevens de hoogte van een Voorschotbedrag aanpassen, dan wel van het in rekening brengen van een Voorschotbedrag afzien.
6.1 De Afvalbeheerbijdrage die een Producent verschuldigd is over een kalenderjaar als bedoeld in artikellid 4.1 van de Overeenkomst wordt na afloop van dat kalenderjaar vastgesteld op basis van (i) de Opgave van de Producent over dat kalenderjaar en (ii) de tarieven en bedragen die voor de Afvalbeheerbijdrage van het desbetreffende kalenderjaar zijn vastgesteld uit hoofde van artikel 3 en Bijlage 3 van de Overeenkomst (inclusief eventuele tarieven en bedragen die betrekking hebben op de vorming van een Voorziening).
6.2 Indien en voor zover geen Voorschotbetalingen door Stichting OPEN in rekening zijn gebracht, dan wel door de Producent geen Voorschotbetalingen zijn voldaan, voldoet de Producent de definitieve Afvalbeheerbijdrage aan Stichting OPEN. Deze betaling moet uiterlijk 30 kalenderdagen na factuurdatum voldaan zijn.
6.3 Indien definitieve Afvalbeheerbijdrage over een kalenderjaar het totaal van de door de Producent voldane Voorschotbetalingen met betrekking tot dat kalenderjaar overschrijdt, voldoet de betreffende Producent het verschil tussen het totaal van de reeds voldane Voorschotbetalingen en definitieve Afvalbeheerbijdrage aan Stichting OPEN. Deze betaling moet uiterlijk 30 kalenderdagen na factuurdatum voldaan zijn.
6.4 Indien definitieve Afvalbeheerbijdrage over een kalenderjaar lager is dan het totaal van de door de Producent voldane Voorschotbetalingen met betrekking tot dat kalenderjaar, stort Stichting OPEN binnen een redelijke termijn het teveel betaalde terug naar de betreffende Producent.
6.5 Stichting OPEN kan een Opgave tot vijf jaar na het moment waarop deze Opgave is gedaan, op juistheid en volledigheid (laten) controleren en, indien deze controle daartoe aanleiding geeft, een naheffing opleggen, conform een door Stichting OPEN opgesteld controleprotocol, tenzij anders door Stichting OPEN aangegeven.
7.1 Indien een Voorschotbetaling als bedoeld in artikel 5 of een betaling als bedoeld in artikel 6 niet tijdig is voldaan, zal Stichting OPEN schriftelijk een redelijke termijn bieden aan de Producent om alsnog tot betaling over te gaan. Na het verlopen van deze redelijke termijn kan Stichting OPEN de vordering overdragen aan een incassobureau en/of gerechtelijke stappen ondernemen. Dit alles laat onverlet de mogelijkheid voor Stichting OPEN om boetes op te leggen overeenkomstig het Boetereglement (Bijlage 5).
7.2 Stichting OPEN kan aan een Producent uitstel van betaling verlenen, indien een Producent Stichting OPEN daar schriftelijk om verzoekt.
8.1 Alle kosten die Stichting OPEN in of buiten rechte moet maken met betrekking tot de invordering van de door een Producent verschuldigde en niet tijdig betaalde Afvalbeheerbijdrage, waaronder begrepen de Voorschotbetalingen, komen voor rekening van de betreffende Producent.
8.2 De door de betreffende Producent te betalen vergoeding voor de in artikellid 8.1 bedoelde kosten, voor zover deze invordering buiten rechte betreffen, wordt vastgesteld op basis van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.
9.1 Voor door Stichting OPEN opgelegde boetes gelden andere betalingstermijnen dan in deze Bijlage opgenomen. De betalingstermijnen ten aanzien van boetes zijn opgenomen in het Boetereglement (Bijlage 5).
10.1 Een Producent kan binnen vier weken na de Opgave, of na een naheffing als bedoeld in artikellid 6.4, schriftelijk bezwaar indienen tegen de door hem op basis van die Opgave verschuldigde Afvalbeheerbijdrage bij Stichting OPEN. Stichting OPEN zal binnen een redelijke termijn beslissen op het schriftelijke bezwaar van de Producent.
10.2 Het aantekenen van bezwaar tegen een opgelegde Afvalbeheerbijdrage ontslaat een Producent niet van de verplichtingen zoals vastgelegd in deze Bijlage.
11.1 Stichting OPEN heeft te allen tijde het recht de in deze Bijlage opgenomen Betalingsvoorwaarden te wijzigen.
11.2 Van een wijziging als voorzien in artikellid 11.1, doet Stichting OPEN tijdig mededeling.
Dit Boetereglement is een Bijlage bij artikel 6 van de Overeenkomst. In deze Bijlage gebruikte termen die met een hoofdletter zijn geschreven, hebben de betekenis die daaraan is toegekend in artikellid 1.1 van de Overeenkomst, tenzij expliciet anders is aangegeven. Op grond van dit Boetereglement kan Stichting OPEN boetes opleggen aan Producenten die niet hebben voldaan aan de verplichtingen zoals vastgesteld in de artikelen 4 en 5 van Overeenkomst, zoals uitgewerkt in de Betalingsvoorwaarden (Bijlage 3) en de Berekening Afvalbeheerbijdrage (Bijlage 2).
1.1 Indien een Producent zijn verplichtingen op grond van de artikelen 4 en 5 van de Overeenkomst, de Betalingsvoorwaarden en de Berekening Afvalbeheerbijdrage niet, niet tijdig of niet geheel nakomt, kan Stichting OPEN de betreffende Producent aanmanen, waarbij hem een redelijke termijn wordt gegund om alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen.
1.2 De redelijke termijn die een Producent geboden wordt conform artikel 7.1 van de Betalingsvoorwaarden ten aanzien van de verplichting tot het voldoen van betalingen op grond van de artikelen 5 en 6 van de Betalingsvoorwaarden, geldt als aanmaning als bedoeld in artikel 1.1.
1.3 Indien een Producent binnen de hem gestelde redelijke termijn als bedoeld in artikel 1.1 niet alsnog aan de op hem rustende verplichtingen van de artikelen 4 en 5 van de Overeenkomst en de Betalingsvoorwaarden heeft voldaan, is de betreffende Producent een verzuimboete verschuldigd (de Verzuimboete), die Stichting OPEN met inachtneming van artikel 2 door middel van een factuur in rekening kan brengen bij de betreffende Producent (de Eerste Verzuimboete Factuur).
2.1 De Verzuimboete bedraagt maximaal 10% van de Afvalbeheerbijdrage die de betreffende Producent in het jaar waarop het verzuim ziet, verschuldigd is, met een minimum van EUR 500 en een maximum van EUR 10.000.
2.2 Stichting OPEN kan van de minimum- en maximum Verzuimboete als bedoeld in artikel 1 afwijken al naar gelang de ernst van het verzuim.
2.3 Indien Stichting OPEN de Afvalbeheerbijdrage die een Producent verschuldigd is niet kan bepalen op basis van een recente en correcte opgave die de Producent op grond van de Betalingsvoorwaarden (Bijlage 3) aan Stichting OPEN dient te verstrekken, bepaalt Stichting OPEN de Afvalbeheerbijdrage op basis van de door Stichting OPEN geschatte gewichtshoeveelheid en het aantal Op de markt aan te bieden EEA per kalenderjaar van de betreffende Producent.
3.1 Indien Stichting OPEN constateert dat een Producent wegens opzet of grove schuld van de zijde van de betreffende Producent, niet, niet tijdig of niet geheel aan zijn verplichtingen op grond van de artikelen 4 en 5 van de Overeenkomst en de Betalingsvoorwaarden heeft voldaan, is die Producent een vergrijpboete verschuldigd (de Vergrijpboete).
3.2 De hoogte van de Vergrijpboete wordt vastgesteld op maximaal 100% van de Afvalbeheerbijdrage die de betreffende Producent over het kalenderjaar waarin de overtreding heeft plaatsgevonden, verschuldigd zou zijn.
3.3 Stichting OPEN stelt de Vergrijpboete vast en brengt deze door middel van een factuur in rekening (de Eerste Vergrijpboete Factuur). Voordat Stichting OPEN overgaat tot het in rekening brengen van de Vergrijpboete, stelt Stichting OPEN de betreffende Producent op de hoogte van het voornemen een Vergrijpboete in rekening te brengen. De betreffende Producent wordt hierbij in de gelegenheid gesteld om binnen veertien kalenderdagen na dagtekening van het bericht van Stichting OPEN schriftelijk op het voornemen te reageren.
3.4 Indien Stichting OPEN de Afvalbeheerbijdrage die een Producent verschuldigd zou zijn niet kan bepalen op basis van een recente en correcte opgave door de betreffende Producent, bepaalt Stichting OPEN deze op basis van door Stichting OPEN geschatte gewichtshoeveelheid en/of het aantal Op de markt aangeboden EEA van de Producent.
3.5 Een Vergrijpboete kan tevens worden opgelegd aan degene die wegens opzet of grove schuld een incorrect verzoek tot teruggave voor indirecte export heeft gedaan, voor zover Stichting OPEN in haar beleid in de mogelijkheid tot een dergelijk verzoek voorziet. In dit geval wordt de hoogte van de Vergrijpboete vastgesteld op maximaal 100% van de onterecht teruggevraagde Afvalbeheerbijdrage.
4.1 Het voldoen van een opgelegde boete conform dit Boetereglement, ontslaat de Producent niet van de verplichtingen op grond van de artikelen 4 en 5 van de Overeenkomst en de Betalingsvoorwaarden (Bijlage 3).
5.1 De Verzuimboete en de Vergrijpboete kunnen worden verhoogd:
a) met 50% indien:
een Producent zijn verplichtingen op grond van de artikelen 4 en 5 van de Overeenkomst en de Betalingsvoorwaarden (Bijlage 3) niet alsnog binnen 30 kalenderdagen nakomt; of,
Stichting OPEN betaling van de Verzuimboete, dan wel de Vergrijpboete niet binnen 30 kalenderdagen na dagtekening van de Eerste Verzuimboete Factuur of de Eerste Vergrijpboete Factuur heeft ontvangen.
b) met 200% van de oorspronkelijke boete indien:
i. een Producent zijn verplichtingen op grond van de artikelen 4 en 5 van de Overeenkomst en de Betalingsvoorwaarden (Bijlage 3) niet alsnog binnen 45 kalenderdagen nakomt; of,
ii. Stichting OPEN betaling van de boete niet binnen 60 kalenderdagen na dagtekening van de Eerste Verzuimboete Factuur of de Eerste Vergrijpboete Factuur heeft ontvangen.
5.2 Indien betaling van een boete niet binnen 60 kalenderdagen na dagtekening van de Eerste Verzuimboete Factuur of de Eerste Vergrijpboete Factuur door Stichting OPEN is ontvangen, kan de vordering ter incasso worden overgedragen. Alle kosten die Stichting OPEN in verband hiermee moet maken, zowel gerechtelijk als buitengerechtelijk, komen ten laste van de betreffende Producent.
6.1 Bij voortdurende of herhaalde niet-nakoming van de verplichtingen van de Overeenkomst, kan Stichting OPEN een Producent uitsluiten van aansluiting bij Stichting OPEN zoals bedoeld in artikellid 6.2 van de Overeenkomst.
6.2 Van voortdurende of herhaalde niet-nakoming als bedoeld in artikel 6 is in ieder geval sprake indien een Producent:
a) voor de tweede maal een Vergrijpboete en/of voor derde maal een Verzuimboete is opgelegd; of
b) na 120 kalenderdagen nadat een verplichting op grond van de Overeenkomst voor de betreffende Producent ontstond, nog altijd niet aan de betreffende verplichting heeft voldaan; of,
c) voor derde maal in een periode van twee jaar niet, niet geheel of niet tijdig heeft voldaan aan een op de betreffende Producent rustende verplichting onder de Overeenkomst.
6.3 Tegen een beslissing van Stichting OPEN tot uitsluiting van aansluiting van een Producent kan de betreffende Producent binnen vier weken na verzending van de beslissing schriftelijk bezwaar aantekenen bij het bestuur van Stichting OPEN. Het bestuur van Stichting OPEN heroverweegt de beslissing tot uitsluiting van aansluiting op basis van de door de betreffende Producent aangevoerde bezwaren en neemt binnen zes weken na ontvangst van het bezwaar een nieuwe beslissing. Het aantekenen van bezwaar zoals bedoeld in dit artikellid, schorst de werking van de beslissing tot uitsluiting niet. Indien Stichting OPEN na het ingediende bezwaar oordeelt dat de betreffende Producent toch niet wordt uitgesloten van aansluiting bij Stichting OPEN, dan kan Stichting OPEN nadere eisen stellen aan de voortdurende aansluiting bij Stichting OPEN, zoals bijvoorbeeld het verlangen van een bankgarantie of een doorlopende waarborg.
6.4 Indien een Producent wordt uitgesloten van aansluiting bij Stichting OPEN, voldoet Stichting OPEN niet langer in plaats van de betreffende Producent aan de UPV-Verplichtingen. De betreffende Producent dient dan individueel te voldoen aan zijn UPV-Verplichtingen. Deze Producent kan dan worden onderworpen aan handhaving conform het bepaalde bij of krachtens de Wet milieubeheer of de Overeenkomst, dan wel dient deze Producent ontheffing van de algemeenverbindendverklaring aan te vragen teneinde individueel te voldoen aan zijn UPV-Verplichtingen.
6.5 Indien een Producent wordt uitgesloten van aansluiting bij Stichting OPEN, dan doet Stichting OPEN hiervan melding aan de Inspectie Leefomgeving en Transport. Stichting OPEN kan de bij hem bekende gegevens ten aanzien van de betreffende Producent, inclusief bedrijfsvertrouwelijke gegevens zoals bedoeld in artikel 7 van de Overeenkomst, overdragen aan de Inspectie Leefomgeving en Transport.
6.6 Uitsluiting van aansluiting bij Stichting OPEN ontslaat de desbetreffende Producent niet van de verplichting te voldoen aan de op hem rustende UPV-Verplichtingen.
Artikel 15.39, tweede lid, aanhef en onder c, van de Wet milieubeheer biedt een grondslag voor de intrekking van een AVV indien verdragsrechtelijke bepalingen hiertoe verplichten.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-77.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.