Besluit van de Minister van Klimaat en Groene Groei van 16 februari 2026, nr. KGG / 103766283 tot aanwijzing van NDW B.V. als vennootschap als bedoeld in artikel 12.7 van de Wet collectieve warmte (Besluit Aanwijzing NDW B.V. als Nationale Deelneming Warmte)

De Minister van Klimaat en Groene Groei,

Gelet op artikel 12.7 van de Wet collectieve warmte;

Besluit:

Artikel 1

NDW B.V. wordt aangewezen als vennootschap als bedoeld in artikel 12.7 van de Wet collectieve warmte.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 3

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit aanwijzing NDW B.V. als nationale deelneming warmte.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 16 februari 2025

De Minister van Klimaat en Groene Groei, namens deze: M.G. Heijdra, DG Klimaat en Energie

Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken binnen 6 weken na de dag van dagtekening van deze Staatscourant een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Klimaat en Groene Groei, Directie Wetgeving en Juridische Zaken, Postbus 20 401, 2500 EK ’s-Gravenhage.

TOELICHTING

De Wet collectieve warmte (Wcw) voorziet met artikel 12.7 in de mogelijkheid om een deelneming aan te wijzen die kan participeren in warmtebedrijven. Het moet een naamloze of een besloten vennootschap betreffen waarvan alle aandelen middellijk of onmiddellijk aan de Staat behoren.

Aanleiding voor mogelijke inzet van een deelneming is het voorschrift in de Wcw dat de meerderheid van de aandelen in een warmtebedrijf in de toekomst in handen moet zijn van één of meerdere publieke partijen, zoals gemeente, provincie of Rijk. Aan het verplichte publieke meerderheidsbelang kan alleen (op een goede manier) invulling worden gegeven als er sprake is van voldoende ‘publieke uitvoeringskracht’. Overheden moeten zowel financieel als organisatorisch in staat zijn het publieke aandeelhouderschap op zich te nemen.

Gelet op de lokale transitie-opgave is directe betrokkenheid van de gemeente bij een aan te wijzen warmtebedrijf wenselijk. Het ligt daarom voor de hand dat gemeenten het initiatief nemen bij het oprichten van een nieuw warmtebedrijf of bij het participeren in een bestaand warmtebedrijf. Er wordt voor de financiële opgave nadrukkelijk gekeken naar gemeenten en provincies als aandeelhouder van warmtebedrijven.

Uit verschillende onderzoeken naar de publieke uitvoeringskracht blijkt echter dat de investeringsopgave van zodanige omvang is dat lokale overheden niet in alle gevallen voldoende middelen kunnen inbrengen om – al dan niet in onderlinge samenwerking – de meerderheid van de aandelen in een publiek warmtebedrijf te verkrijgen. Ook ontbreekt het bij sommige lokale overheden nog aan voldoende expertise om op een goede manier invulling te geven aan het publieke aandeelhouderschap. Het maatschappelijke belang van een betrouwbare, betaalbare en duurzame warmtevoorziening wordt daarom onvoldoende door de markt of samenleving (de lokale overheden) geborgd. Met de betrokkenheid van het Rijk wordt er voldoende capaciteit gecreëerd om tijdig de noodzakelijke publieke uitvoeringskracht op te bouwen.

In de Kamerbrief van 10 oktober 20251 en het daarbij gevoegde afwegingskader is de conclusie gedeeld dat een deelneming een geschikt instrument is om de publieke belangen te borgen. Verder blijkt uit het afwegingskader dat het aangaan van een deelneming in beginsel rechtmatig, doeltreffend, doelmatig, uitvoerbaar en proportioneel is.

In de Kamerbrief van 7 oktober 20242 heeft het kabinet geconcludeerd dat Energie Beheer Nederland (EBN) de meest geschikte kandidaat zou zijn om de uitvoering op zich te nemen. NDW B.V. (Nationale Deelneming Warmte), gevestigd te Utrecht, is een besloten vennootschap waarvan alle aandelen middellijk tot de Staat behoren. Alle aandelen van NDW B.V. behoren toe aan EBN. De Staat is 100%-aandeelhouder van EBN.

Op grond van deze afweging wordt op grond van artikel 12.7 van de Wcw NDW B.V. aangewezen als nationale deelneming warmte. Deze deelneming heeft tot taak het mede-oprichten van warmtebedrijven met een publiek meerderheidsbelang, en kan als medeaandeelhouder actief deelnemen in deze warmtebedrijven. Dit gebeurt altijd als minderheidsaandeelhouder, tezamen met de betrokken medeoverheden en mogelijk ook andere (private) partijen zoals pensioenfondsen en infrastructuurbedrijven. Daarnaast heeft de deelneming tot taak om medeoverheden te adviseren over de oprichting of inrichting van warmtebedrijven met een publiek meerderheidsbelang.

De Minister van Klimaat en Groene Groei, namens deze: M.G. Heijdra, DG Klimaat en Energie


X Noot
1

Kamerstukken II 2025/2025, 36 576, nr. 118.

X Noot
2

Kamerstukken II 2024/2025, 36 378, nr. 47


X Noot
1

Kamerstukken II 2025/2025, 36 576, nr. 118.

X Noot
2

Kamerstukken II 2024/2025, 36 378, nr. 47

Naar boven