Besluit van de directeur-generaal Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie van Justitie en Veiligheid van 4 januari 2026, Digijust nummer 7001091, houdende wijziging van het Mandaatbesluit IND Ministerie van Justitie en Veiligheid 2022 in verband met de wijziging van de bevoegdheden om besluiten te nemen inzake buitenlandse dienstreizen

De directeur-generaal Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie van Justitie en Veiligheid,

Gelet op artikel 3, eerste lid onder b, van het Mandaatbesluit Ministerie van Justitie en Veiligheid;

Besluit:

ARTIKEL I

Het Mandaatbesluit IND Ministerie van Justitie en Veiligheid 2022 wordt als volgt gewijzigd:

A

Onder vernummering van de artikelen 6 tot en met 10 tot artikelen 7 tot en met 11 wordt na artikel 5 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 6

  • 1. Als bevoegd tot het nemen van besluiten inzake buitenlandse dienstreizen binnen Europa, uitgezonderd Turkije, worden ten aanzien van de onder hen ressorterende functionarissen aangewezen de functionarissen genoemd in artikel 1.

  • 2. Als bevoegd tot het nemen van besluiten inzake buitenlandse dienstreizen naar België en Luxemburg worden ten aanzien van de onder hen ressorterende functionarissen voorts aangewezen de functionarissen met de rol van ‘Tactisch manager – plv. Directeur’ of ‘Tactisch manager’ als genoemd in kolom B van bijlage 1.

  • 3. Als bevoegd tot het nemen van besluiten inzake buitenlandse dienstreizen naar landen buiten Europa en naar Turkije wordt ten aanzien van de onder hem ressorterende functionarissen, die op basis van Verordening (EU) 2019/1240 als ‘Immigration Liaison Officer’ tijdelijk in het buitenland werkzaam zijn, aangewezen de functionaris met de rol van ‘Hoofd Immigration Liaison Office’.

  • 4. Andere functionarissen dan genoemd in de voorgaande leden van dit artikel zijn niet bevoegd tot het nemen van besluiten inzake buitenlandse dienstreizen.

B

Artikel 7 (nieuw) wordt als volgt gewijzigd:

In het eerste lid komt onderdeel c te luiden:

  • c. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten inzake buitenlandse dienstreizen naar landen buiten Europa en naar Turkije, onverminderd het bepaalde in artikel 6, derde lid, van dit besluit;

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 maart 2026 en werkt voor wat betreft in artikel 6, derde lid, van dit besluit is bepaald terug tot en met 5 januari 2004.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 4 januari 2026

De directeur-generaal Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, R. Maas

TOELICHTING

Met dit besluit wordt voorzien in de behoefte om de directeur-generaal te ontlasten, de snelheid te verhogen, de administratieve lasten te beperken en grip op de besluitvorming te behouden, waar het gaat om het nemen van besluiten inzake buitenlandse diensten binnen de IND.

Voorheen moesten alle buitenlandse diensten, behalve die naar België en Luxemburg, ter goedkeuring aan de directeur-generaal worden voorgelegd. Bij de IND vinden de meeste buitenlandse dienstreizen plaats naar landen binnen Europa en dan vooral naar België en Luxemburg. Daarom is ervoor gekozen om de goedkeuring van de dienstreizen binnen Europa voortaan te beleggen bij de functionarissen genoemd in artikel 1, waarbij de dienstreizen naar België en Luxemburg ook mogen worden goedgekeurd door de tactisch managers.

De dienstreizen van de ‘Immigration Liaison Officer’ (ILO) naar landen buiten Europa en naar Turkije worden voor wat betreft veiligheid, uitvoerbaarheid en noodzaak altijd afgestemd met de leiding van de ambassade of consulaat-generaal alwaar de ILO is geplaatst. Gelet hierop, gelet voorts op het relatief grote aantal dienstreizen van de ILO’s en om de hiervoor bedoelde lastenverlichting niet teniet te doen, is ervoor gekozen om binnen de IND de goedkeuring van deze dienstreizen formeel te beleggen bij het ‘Hoofd Immigration Liaison Office’. Sinds jaar en dag werden deze dienstreizen feitelijk door de laatstgenoemde functionaris goedgekeurd. Om deze goedkeuringen te formaliseren is aan het nieuwe artikel 6, derde lid, van dit besluit terugwerkende kracht toegekend. Met het oog op het vorenstaande is ook artikel 4, vierde lid, van het Mandaatbesluit hoofden taakorganisaties Ministerie van Justitie en Veiligheid aangepast (zie: Staatscourant 2025 nr. 39130).

Om mogelijke misverstanden te voorkomen is in het mandaatbesluit uitdrukkelijk vastgelegd dat andere functionarissen dan hiervoor genoemd niet de bevoegdheid hebben om buitenlandse dienstreizen goed te keuren. In het nieuwe artikel 6 zijn deze wijzigingen vastgelegd.

De goedkeuring van de (overige) buitenlandse dienstreizen naar landen buiten Europa en naar Turkije blijft voorbehouden aan de directeur-generaal. In (het vernummerde) artikel 7, eerste lid, onderdeel c, blijft dit voorbehoud vastgelegd, zij het dat de tekst van dit artikelonderdeel met het oog op het nieuwe artikel 6, derde lid, is aangepast.

Voor het overige is dit mandaatbesluit ongewijzigd gebleven.

Den Haag, 4 januari 2026

De directeur-generaal Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, R. Maas

Naar boven