Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties | Staatscourant 2026, 6808 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties | Staatscourant 2026, 6808 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
Gelet op artikel 2 van het Besluit regels vervolgfuncties bewindspersonen;
Besluit:
Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
Adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers als bedoeld in artikel 1 van de Wet adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers;
Besluit regels vervolgfuncties bewindspersonen;
Wet regels integriteit en vervolgfuncties bewindspersonen.
1. Een verzoek om advies als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet wordt door de bewindspersoon of gewezen bewindspersoon elektronisch ingediend door op de website van het adviescollege het in de bijlage bij dit artikel vastgestelde formulier in te vullen.
2. Het adviescollege brengt de bewindspersoon of gewezen bewindspersoon schriftelijk op de hoogte van het recht om te worden gehoord, bedoeld in artikel 2, vierde en zesde lid, van de wet.
1. Een verzoek om advies als bedoeld in de artikelen 3, derde lid, en 4, vierde lid, van de wet wordt schriftelijk door de Minister-President ingediend bij het adviescollege.
2. De bewindspersoon of gewezen bewindspersoon levert ten behoeve van de ontheffing als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de wet bij de Minister-President de reden voor de gewenste ontheffing aan, alsmede een motivering van waarom een ontheffing wenselijk is.
3. De bewindspersoon of gewezen bewindspersoon levert ten behoeve van de ontheffing als bedoeld in artikel 4, derde lid, van de wet bij de Minister-President de reden voor en reikwijdte van de gewenste ontheffing aan, en motiveert daarbij waarom een ontheffing wenselijk is.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, F. Rijkaart
VRAGENFORMULIER Wet regels integriteit en vervolgfuncties bewindspersonen
U DIENT DIT FORMULier NAAR WAARHEID en volledig IN TE VULLEN. HET aDVIESCOLLEGE RECHTSPOSITIE POLITIEKE AMBTSDRAGERS BASEERT ZIJN ADVIES OP DE DOOR U VERSTREKTE INFORMATIE
1. Persoonlijke Gegevens
• Naam:
[Vul in]
• Adres:
[Vul in]
• E-mailadres:
[Vul in]
• Telefoonnummer:
• [Vul in]
2. Ambtsvervulling(en) en ontslaggegevens
• Ambtsvervulling(en) in de twee jaar voorafgaand aan uw meest recente ontslag als bewindspersoon, en de bijbehorende ontslagdata:
• [Vul in]
• Beleidsterreinen van andere ministeries waarbij u in de twee jaar voorafgaand aan uw meest recente ontslag meer dan incidenteel betrokken bent geweest:
[Vul in]
3. Vervolgfunctie waarop dit adviesverzoek ziet
• Vervolgfunctie waarop dit adviesverzoek ziet:
[Vul in]
• Gegevens werkgever/opdrachtgever van de vervolgfunctie:
(Naam, website organisatie, standplaats)
[Vul in]
4. Beschrijving van verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden van de vervolgfunctie waarop dit adviesverzoek ziet:
[Vul in of voeg een (functie-)beschrijving bij]
Toetsing van de vervolgfunctie waarop dit adviesverzoek ziet
De wet vraagt het college om de vervolgfunctie van een voormalige bewindspersoon binnen twee jaar na ontslag te toetsen aan de navolgende criteria. In de bijlage bij dit formulier staat beschreven hoe het college deze criteria interpreteert.
• Risico op belangenverstrengeling;
• Risico op schenden van de geheimhoudingsplicht van bewindspersonen (art. 98 WvSr);
• Het “draaideurverbod”;
• Het “lobbyverbod”.
5. Vraag:
Acht u het denkbaar dat een of meer van deze criteria van toepassing zouden kunnen zijn op de vervolgfunctie waarop dit adviesverzoek ziet, dan wel dat de indruk zou kunnen ontstaan dat dit het geval is?
Gaarne toelichten. ( U kunt gebruik maken van de toelichting in de bijlage bij dit formulier voor het formuleren van uw afwegingen).
• Antwoord:
• [Vul in]
6. Vraag:
Zijn er andere zaken die u voor de beoordeling van uw adviesaanvraag belangrijk vindt?
• Antwoord:
• [Vul in]
7. Ondergetekende verklaart dat dit formulier naar waarheid en volledig is ingevuld,
Plaats:
Datum:
Naam:
[Vul in]
(Alle gegevens uit dit formulier worden zes weken na de aanvraag verwijderd)
Toelichting bij het vragenformulier wet regels integriteit en vervolgfuncties bewindspersonen
Na het ontslag van een bewindspersoon blijft hij of zij vaak nog enige tijd zichtbaar als boegbeeld van het openbaar bestuur. Gedurende een ‘afkoelperiode’ van twee jaar zijn er daarom wettelijke eisen van toepassing op zijn of haar vervolgloopbaan. Deze eisen beogen te voorkomen dat tijdens of na het politieke ambt onjuist gebruik wordt gemaakt van opgedane kennis en contacten, en dat daardoor een risico op of de indruk van belangenverstrengeling kan ontstaan.
De Wet regels integriteit en vervolgfuncties bewindspersonen (de wet) verplicht (voormalige) bewindspersonen die binnen twee jaar na hun ambtsperiode een nieuwe functie willen aannemen, om voorafgaand daaraan advies in te winnen bij het Adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers. Ook het “draaideurverbod” en het al bestaande “lobbyverbod” zijn formeel in de wet vastgelegd.
Vervolgfuncties en adviezen die daarop betrekking hebben worden openbaar gemaakt in het register op www.adviescollege-rpa.nl, tenzij de functie niet wordt aanvaard.
Een (voormalig) bewindspersoon heeft de verantwoordelijkheid om de geschiktheid van een beoogde vervolgfunctie allereerst zelf af te wegen, waarna er vervolgens advies moet worden gevraagd aan het adviescollege.
In het kader van het aanleveren van gegevens aan het adviescollege, kan de vraag zich voordoen hoe lang in de carrière van de betrokken bewindspersoon moet worden teruggekeken. Dit speelt temeer als een (gewezen) bewindspersoon meerdere ambten als bewindspersoon heeft bekleed – in hetzelfde kabinet of in opeenvolgende kabinetten. Met andere woorden: welke periode is relevant voor toetsing door het adviescollege? De wet bepaalt dat de adviesverplichting geldt voor een periode van twee jaar na ontslag als bewindspersoon (‘afkoelperiode’). Uitgangspunt is het ambt dat betrokkene op dat moment achter laat. Bij het aanleveren van gegevens aan het adviescollege dient in elk geval de gehele ambtsperiode van betrokkene in ogenschouw te worden genomen, ongeacht of die de volledige duur van het kabinet heeft bestreken dan wel korter. Indien bijvoorbeeld een bewindspersoon vier jaar lang Minister van Justitie en Veiligheid is geweest en hij binnen twee jaar na ontslag een bepaalde vervolgfunctie ambieert, dient hij voor wat betreft het aanleveren van gegevens aan het adviescollege terug te kijken over de gehele vier jaar. Indien zijn ministerschap als Minister van Justitie en Veiligheid korter heeft geduurd, bijvoorbeeld één jaar, en hij in de periode daarvoor een ander ambt als bewindspersoon heeft bekleed, dient hij de relevante gegevens uit die ambtsperiode ook bij het adviescollege aan te leveren, indien er nog geen twee jaar zijn verstreken (‘afkoelperiode’) na ontslag uit dat vorige ambt. Daarbij maakt het dus geen verschil of het andere ambt binnen hetzelfde kabinet of een voorgaand kabinet is bekleed. Indien er wel twee jaar zijn verstreken na ontslag, hoeft met betrekking tot een voorgaand ambt geen informatie te worden aangeleverd. Naast gegevens met betrekking tot voormalige ministerie(s) gaat het ook om beleidsterreinen van andere ministerie(s) waarop de (gewezen) bewindspersoon intensief en meer dan incidenteel betrokken is geweest.
Het adviescollege brengt advies uit aan de hand van de criteria die in de wet zijn opgenomen. Hieronder ziet u een aantal aandachtspunten die het adviescollege hanteert bij de invulling van deze criteria. Deze kunnen u helpen bij uw afweging en bij het beantwoorden van vragen 5 en 6.
A. Belangenverstrengeling
Belangenverstrengeling (of de indruk daarvan) kan bijvoorbeeld ontstaan in de volgende situaties:
• Handelingen tijdens het ambt om toekomstige kansen te vergroten (‘voorsorteren’).
• Betrokkenheid bij contacten tijdens het ambt met de toekomstige werkgever/opdrachtgever.
• Kennis van informatie die de nieuwe werkgever een concurrentievoordeel kan bieden.
• Aanvaarding van een functie die de indruk kan wekken een beloning te zijn voor verleende diensten (zoals tijdens het ambt verleende subsidies of schaarse vergunningen aan de nieuwe werk- of opdrachtgever).
• Aanvaarding van een vervolgfunctie waarbij sprake is van zakelijke vertegenwoordiging van (een) organisatie(s) met tegenstrijdige belangen ten opzichte van het ambt.
• Direct of indirect gebruik van vertrouwelijk verworven informatie voor persoonlijk voordeel.
Vragen die u zichzelf kunt stellen ter beantwoording van vragen 5 en 6 van het formulier: Ziet u gelet op de hierboven geschetste situaties een mogelijk risico op (de indruk van) belangenverstrengeling bij de beoogde vervolgfunctie?
1. Wat voor gevolgen zou (de indruk van) belangenverstrengeling met zich kunnen brengen?
2. Was er tijdens het ambt sprake van betrokkenheid uwerzijds bij contacten met de nieuwe werkgever/opdrachtgever? (N.B.: eventueel na te gaan met hulp van uw oude ministerie.)
3. Zijn er maatregelen denkbaar om bovenstaande risico’s te beperken?
B Geheimhoudingsplicht
Gewezen bewindspersonen moeten vertrouwelijke informatie die ze tijdens hun ambtsperiode hebben gekregen beschermen, zelfs na de afkoelperiode. Het college beoordeelt het risico dat vertrouwelijke informatie, bewust of onbewust, toch zou kunnen worden gebruikt in de nieuwe functie, bijvoorbeeld wanneer deze functie nauw samenhangt met de werkzaamheden in het vorige ambt.
Vragen die u zichzelf kunt stellen ter beantwoording van vragen 5 en 6 van het formulier:
1. Ziet u risico’s op schending van uw geheimhoudingsplicht?
2. Zo ja, zijn er volgens u maatregelen denkbaar om dat risico te beperken?
C. Draaideurverbod
Het draaideurverbod houdt tegen dat voormalige bewindspersonen gedurende de tweejarige afkoelperiode in dienst treden bij of een opdracht aanvaarden van hun voormalige ministerie of op een aanpalend beleidsterrein van een ander ministerie. Doel is ook hier het voorkomen van (de indruk van) belangenverstrengeling.
Vragen die u zichzelf kunt stellen ter beantwoording van vragen 5 en 6 van het formulier:
1. Dreigt er overtreding van het draaideurverbod (bijvoorbeeld door een dienstverband of door -latere- opdrachten)?
2. Is er volgens u aanleiding voor de aanvraag van een ontheffing1? Zo ja, kunt u aangeven op welke gronden?
D. Het in de nieuwe functie onderhouden van zakelijke contacten met uw vorige of met een aanpalend beleidsterrein van een ander ministerie (NB: dit is de wettelijke omschrijving van het zogenoemde ‘lobbyverbod’.)
Het onderhouden van zakelijke contacten met ambtenaren bij het voormalige ministerie, of bij andere ministeries voor zover er sprake was van beleidsterreinen waarbij u intensief en meer dan incidenteel betrokken bent geweest, kan (de indruk van) belangenverstrengeling veroorzaken. De wet verbiedt gedurende de tweejarige afkoelperiode ieder zakelijk contact met ambtenaren bij het vorige ministerie of op aanpalende beleidsterreinen van andere ministeries.
Vragen die u zichzelf kunt stellen ter beantwoording van vragen 5 en 6 van het formulier:
1. Ziet u in dit verband een risico in de vervolgfunctie?
2. Zouden er in het bijzonder redenen zijn om te veronderstellen dat er een beroep gedaan gaat worden op uw politiek/ambtelijke contacten of ervaringen bij het behartigen van de zakelijke relatie met de overheid van uw nieuwe werkgever/opdrachtgever?
3. Zijn er maatregelen mogelijk om de risico’s te beperken?
4. Is er volgens u aanleiding om een ontheffing van dit verbod aan te vragen bij de Minister-President? Zo ja, kunt u aangeven op welke gronden?
De Wet regels integriteit en vervolgfuncties bewindspersonen voorziet, voor een periode van twee jaar na het ontslag van een bewindspersoon, in een draaideurverbod, een lobbyverbod en een verplichting om over beoogde vervolgfuncties in de private en semipublieke sector onafhankelijk advies te vragen aan het Adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers (hierna: Arpa). In de wet is een delegatiegrondslag opgenomen om bij lagere regelgeving nadere regels te stellen omtrent de uitvoering van de wet. Dat is gebeurd in het Besluit vervolgfuncties bewindspersonen, dat regels bevat over bewaartermijnen en een grondslag biedt om bij ministeriële regeling regels te stellen over de procedure die moet worden gevolgd voor het vragen van advies aan het Arpa. De onderhavige regeling voorziet daarin.
Voor het aanvragen van advies over een beoogde vervolgfunctie dient de (voormalig) bewindspersoon het formulier in te vullen dat in de bijlage bij deze regeling is opgenomen. Dit formulier is in samenspraak met het Arpa tot stand gekomen. De vragen die in dit formulier worden gesteld, hebben als doel het Arpa in staat te stellen om aan de hand van de beantwoording en de wettelijke criteria te beoordelen of een beoogde vervolgfunctie al dan niet aanvaardbaar is, dan wel onder voorwaarden aanvaardbaar. Op de website van het Arpa (www.adviescollege-rpa.nl) kan dit formulier digitaal worden ingevuld en verzonden. Indien de (voormalig) bewindspersoon daar prijs op stelt, wordt hij door het Arpa gehoord. Hij kan de via het formulier verstrekte informatie dan desgewenst nader toelichten. Daartoe wordt hij door het Arpa in de gelegenheid gesteld.
Het Arpa adviseert voorts over verzoeken tot ontheffing die door een (voormalig) bewindspersoon kunnen worden ingediend bij de Minister-President inzake het draaideurverbod en het lobbyverbod. Voor die gevallen is geen formulier voorgeschreven. Wel schrijft de onderhavige regeling voor dat een dergelijk verzoek schriftelijk moet worden gedaan, onder vermelding van reden en motivering, en – wanneer het gaat om een verzoek tot ontheffing van het lobbyverbod – de reikwijdte van de beoogde ontheffing.
Deze regeling brengt geen additionele administratieve lasten met zich mee naast die zijn opgenomen in de Wet regels integriteit en vervolgfuncties bewindspersonen.
Deze regeling treedt in werking tegelijk met de Wet regels integriteit en vervolgfuncties bewindspersonen.
Het eerste lid bepaalt dat de (gewezen) bewindspersoon die een verzoek wil indienen voor een advies inzake een vervolgfunctie hiertoe online een formulier moet invullen op de website van het Arpa. In de bijlage bij deze regeling is dit formulier opgenomen.
Het tweede lid bepaalt dat de (gewezen) bewindspersoon door het Arpa er schriftelijk van op de hoogte wordt gesteld dat hij of zij kan worden gehoord. Dit is het geval bij de aanvraag van een advies (artikel 2, vierde lid, van de wet) en indien het Arpa voornemens is een negatief advies of een advies met voorwaarden uit te brengen (artikel 2, zesde lid, van de wet).
Het eerste lid bepaalt dat een verzoek tot een advies inzake een draaideur- of lobbyverbod door de Minister-President schriftelijk wordt ingediend bij het adviescollege.
De tweede en derde leden bepalen dat de bewindspersoon of gewezen bewindspersoon de benodigde informatie ter onderbouwing van een ontheffing van een draaideur- of lobbyverbod aanlevert bij de Minister-President.
Deze regeling treedt in werking tegelijk met de Wet regels integriteit en vervolgfuncties bewindspersonen.
Deze regeling is gebaseerd op de Wet regels integriteit en vervolgfuncties bewindspersonen. De citeertitel van deze regeling is Regeling vervolgfuncties bewindspersonen. Hiervoor is gekozen omdat deze regeling alleen regels bevat die betrekking hebben op vervolgfuncties.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, F. Rijkaart
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-6808.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.