Besluit van de Minister van Economische Zaken van 6 februari 2025 nr. WJZ/103520718, tot verlening van machtiging aan de directeur van het Nationaal Cyber Security Centrum van het Ministerie van Justitie en Veiligheid voor het verrichten van feitelijke handelingen die verband houden met de uitoefening van taken en bevoegdheden op grond van de Wet bevordering digitale weerbaarheid bedrijven

De Minister van Economische Zaken, met instemming van de directeur van het Nationaal Cyber Security Centrum van het Ministerie van Justitie en Veiligheid,

Gelet op de artikelen 2, 3 en 4, eerste tot en met het derde lid, van de Wet bevordering digitale weerbaarheid bedrijven (hierna: Wbdwb), en artikel 10:4, eerste lid, en artikel 10:12, van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

Artikel 1

Aan de directeur van het Nationaal Cyber Security Centrum (hierna: NCSC) van het Ministerie van Justitie en Veiligheid wordt machtiging verleend voor het namens de Minister van Economische Zaken verrichten van feitelijke handelingen die verband houden met de uitoefening van de taken en bevoegdheden van de Minister van Economische Zaken, bedoeld in de artikel 2, 3 en 4, eerste tot en met derde lid, van de Wbdwb.

Artikel 2

De directeur van het NCSC kan machtiging verlenen aan andere functionarissen van het NCSC voor het verrichten van de in artikel 1 bedoelde feitelijke handelingen.

Artikel 3

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit tot verlening van machtiging aan directeur NCSC voor het verrichten van feitelijke handelingen die verband houden met de uitoefening van taken en bevoegdheden op grond van de Wet bevordering digitale weerbaarheid bedrijven.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin deze wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2026.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 6 februari 2026

De Minister van Economische Zaken, V.P.G. Karremans

TOELICHTING

De Wet bevordering digitale weerbaarheid bedrijven (Wbdwb) regelt de taken en bevoegdheden van de Minister van Economische Zaken op het gebied van de versterking van de digitale weerbaarheid van het niet-vitale bedrijfsleven en de verdere versterking van de digitale weerbaarheid van de Nederlandse samenleving. De Minister van Economische Zaken heeft op grond van de Wbdwb onder meer tot taak om niet-vitale bedrijven te informeren en adviseren over dreigingen, kwetsbaarheden en incidenten met betrekking tot hun netwerk- en informatiesystemen, en ten behoeve hiervan analyses en onderzoeken van deze dreigingen, kwetsbaarheden en incidenten te verrichten (zie artikel 2, eerste lid).

Daarnaast heeft de Minister van Economische Zaken krachtens de Wbdwb onder meer ook de bevoegdheid om (organen van) rechtspersonen te verzoeken om gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de vervulling van de in artikel 2, eerste lid, genoemde taken (zie artikel 3, eerste lid), de taak om door bovenbedoelde analyses en onderzoeken verkregen gegevens over dreigingen en incidenten te verstrekken aan de Minister van JenV, ten behoeve van de uitvoering van diens taken als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen (zie artikel 2, tweede lid), en de bevoegdheid om in het kader van verstrekkingen in laatstgenoemde zin ook vertrouwelijke tot aanbieders herleidbare gegevens te verstrekken (zie artikel 4, tweede lid).

Voor de feitelijke handelingen die verband houden met de uitoefening van deze taken en bevoegdheden geldt dat zij tot nu toe in de praktijk worden uitgevoerd door het Digital Trust Center (hierna: DTC) van het Ministerie van Economische Zaken. In september 2022 is aangekondigd dat het NCSC, DTC en het CSIRT voor digitale diensten (CSIRT-DSP) samengaan in één nationale cybersecurityorganisatie.1 Besloten is om in het kader van deze samenvoeging de integratie van het DTC in het nieuwe NCSC per 1 januari 2026 te formaliseren. Met deze integratie zal de Minister van Economische Zaken onverminderd formeel verantwoordelijk blijven ten aanzien van het uitoefenen van de taken en bevoegdheden op grond van de betrokken artikelen in de Wbdwb (artikelen 2, 3 en 4, eerste tot en met derde lid). In de praktijk zullen de feitelijke handelingen die verband houden met de uitoefening van deze taken en bevoegdheden voortaan binnen het nieuwe NCSC worden uitgevoerd. Dit machtigingsbesluit voorziet erin om dit mogelijk te maken. Met deze machtiging wordt de directeur van het NCSC namelijk gemachtigd om genoemde feitelijke handelingen namens de Minister van Economische Zaken te verrichten.

Bij het verrichten van feitelijke handelingen in het kader van de uitvoering van de taken en bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 2, 3 en 4, eerste tot en met derde lid, van de Wbdwb, gaat het onder meer, maar niet uitsluitend, om het analyseren van dreigings- en incidentinformatie, het opstellen van berichten en het sturen van informatie hierover, waaronder notificaties, naar niet-vitale bedrijven, en het contact- en relatiebeheer, waaronder het organiseren van bijeenkomsten met niet-vitale bedrijven.

De Minister van Economische Zaken, V.P.G. Karremans


X Noot
1

Kamerstukken II 2021/22, 26 643, nr. 915 en 927.


X Noot
1

Kamerstukken II 2021/22, 26 643, nr. 915 en 927.

Naar boven