Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nederlandse Zorgautoriteit | Staatscourant 2026, 67 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nederlandse Zorgautoriteit | Staatscourant 2026, 67 | beleidsregel |
WB/REG-2026-11
Vastgesteld op 22 december 2025
Overwegende dat:
• de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), gelet op artikel 57, eerste lid, onderdeel e, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), beleidsregels vaststelt met betrekking tot het uitoefenen van de bevoegdheid tot het toekennen van een beschikbaarheidbijdrage als bedoeld in artikel 56a van de Wmg;
• het College van beroep voor het bedrijfsleven (CBb) op 14 oktober 2025 (ECLI:NL:CBB:2025:550) een uitspraak heeft gedaan waaruit volgt dat de Minister van VWS op basis van de geldende regelgeving niet bevoegd is om instroomplaatsen aan individuele zorginstellingen toe te kennen;
• er voor gekozen is deze bevoegdheid te beleggen bij toekomt aan de NZa en de regelgeving hierop aangepast dient te worden;
Gelet op:
• de artikelen 56a en 57, eerste lid, onderdeel e, van de Wmg;
• het Besluit beschikbaarheidbijdrage Wmg:
• de aanwijzing van 10 december 2025 met kenmerk 4315913-1091949-PZo van de Minister van VWS;
Besluit:
De Beleidsregel Beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2026, met kenmerk BR/REG-26138, wordt gewijzigd als volgt:
A
Artikel 1, lid 25 komt te luiden:
1.25 Verdeeloverzicht
Overzicht met de aan individuele zorgaanbieders door de NZa toegekende instroomplaatsen en bijbehorende fte per opleiding voor het jaar t, te vinden in de bijlage bij de verleningsbeschikking.
B
Aan artikel 1 worden twee leden toegevoegd, luidende:
1.30 Instroombeschikking
Beschikking met de aan de individuele zorgaanbieder door de NZa toegekende instroomplaatsen en bijbehorende fte per opleiding voor het jaar t, opgenomen in de verleningsbeschikking.
1.31 OOR
Onderwijs- en Opleidingsregio waarin universitaire medische centra samenwerken in een regionaal opleidingsnetwerk.
C
Artikel 6.1 komt te luiden:
6.1
Bij het verdelen van de instroomplaatsen over individuele zorgaanbieders houdt de NZa zich aan de maximale instroomaantallen, fte en criteria zoals opgenomen in de aanwijzing van de Minister van VWS van 10 december 2025 met kenmerk 4315913-1091949-PZo. Hierbij betrekt de NZa de toewijzingsvoorstellen van TOP Opleidingsplaatsen en Stichting BOLS. Voor de opleidingen tot huisarts, specialist ouderengeneeskunde, arts voor verstandelijk gehandicapten en verslavingsarts baseert de NZa zich op de instroomaantallen in voornoemde aanwijzing. Vervolgens kent de NZa deze instroomplaatsen toe aan de individuele zorgaanbieders.
D
Aan artikel 10, lid 4 wordt een nieuw onderdeel toegevoegd, luidende:
d. In de aanvraag tot vaststelling van de in artikel 1.22 sub a genoemde werkgever voor de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde en huisarts wordt het vergoedingsbedrag opgehoogd met de btw-kosten voor de opleidingsinstituten. De btw-kosten worden alleen opgevoerd in de vaststellingsaanvraag als de btw-aangifte van een subsidiejaar volledig is afgerond en niet eerder al is opgegeven. In de vaststellingsaanvraag voegt de zorgaanbieder per opleidingsinstituut in ieder geval de volgende stukken toe:
○ btw-factuur van het betreffende subsidiejaar;
○ berekening van de btw-kosten;
○ schriftelijke afspraken met de Belastingdienst over de btw.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2026. Indien de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 januari 2026 dan treedt dit besluit in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 januari 2026.
Dit besluit en de beleidsregels liggen ter inzage bij de NZa en zijn te raadplegen op www.nza.nl.
Nederlandse Zorgautoriteit, G.J.C.M. Engwirda-Kromwijk voorzitter Raad van Bestuur
De Raad van Bestuur van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft op 22 december 2025 besloten tot aanpassing van de Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2026, met kenmerk BR/REG-26138.
Op 14 oktober 2025 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) uitspraak gedaan in de zaak van de OOR Noord West Nederland tegen de Minister inzake de vaststelling door de Minister van het aantal beschikbare instroomplaatsen voor de (medische) vervolgopleidingen voor 2024 en 2025.1 Het CBb heeft geoordeeld dat er geen bevoegdheid is voor zowel de Minister als de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) om een verdeeloverzicht vast te stellen voor de beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen. De Minister is enkel bevoegd om verdeelcriteria en de totale instroomaantallen per opleiding vast te leggen, zoals in de aanwijzing van 10 december 2025 wordt gedaan. Daarnaast stelt de rechter dat het in de huidige systematiek van de Wmg passend zou zijn als de NZa deze verdeling van instroomplaatsen op zorgaanbiederniveau zou doen. Deze opdracht aan de NZa voor 2026 is vastgelegd in de aanwijzing van 10 december 2025. Dit wijzigingsbesluit beschrijft het proces van de NZa voor de verdeling van instroomplaatsen over zorgaanbieders, zodat de NZa handelt in lijn met de uitspraak van het CBb.
Voor het subsidiejaar 2026 stelt de Minister geen verdeeloverzicht meer op, maar maakt de NZa de verdeling van opleidingsplaatsen kenbaar in de instroombeschikking voor 2026. In een instroombeschikking kent de NZa de instroomplaatsen en aantallen fte per opleiding per zorgaanbieder toe, dit is voor 2026 opgenomen in de verleningsbeschikking. Ook het verdeeloverzicht is opgenomen als bijlage bij de verleningsbeschikking.
Vanwege de uitspraak van het CBb en de aanwijzing van de Minister van 10 december 2025, in combinatie met de tijdslijnen in deze beleidsregel, wordt voor het subsidiejaar 2026 de instroombeschikking gelijktijdig met de verleningsbeschikking afgegeven.
In de aanwijzing van de Minister aan de NZa van 10 december 2025 staan criteria waar de NZa zich aan moet houden bij het verdelen van de maximale aantallen instroomplaatsen en bijbehorende fte over de opleidende zorgaanbieders. Dit betreffen de volgende criteria:
– bij het verdelen van de medisch-specialistische instroomplaatsen2 over de OOR’s, houdt de NZa een verdeling aan op basis van het criterium 100% adherentie alle instellingen (de basisverdeling). Dit houdt in dat bij de verdeling van de medisch-specialistische instroomplaatsen over de OOR’s wordt gekeken naar de omvang van de zorgvraag van de bevolking in het verzorgingsgebied voor alle instellingen binnen de OOR's. Om grote schommelingen in de instroomverdeling per OOR per jaar te voorkomen houdt de NZa bij invulling van het criterium 100% adherentie alle instellingen rekening met:
○ een ondergrens van 10% van de landelijke instroom per OOR. Voor het in stand houden van de infrastructuur die nodig is voor het opleiden van artsen in opleiding tot (medisch) specialist. Als deze grens in een OOR niet wordt bereikt, wijst de NZa aan de betreffende OOR instroomplaatsen van andere OOR’s toe. Dit dient naar rato verrekend te worden over de andere OOR’s.
○ de mogelijkheid om te schuiven met maximaal 30 instroomplaatsen tussen OOR’s ten opzichte van de basisverdeling, met een bandbreedte van maximaal -8 tot +10 plaatsen per OOR. Het criterium 100% adherentie alle instellingen met de aandachtspunten hierbij, geldt niet voor de opleidingen psychiatrie, sportgeneeskunde en orthodontie.
– Voor de opleidingen tot gezondheidszorgpsycholoog, klinisch psycholoog, klinisch neuropsycholoog, psychotherapeut en verpleegkundig specialist GGZ houdt de NZa rekening met de volgende uitgangspunten:
○ de instroomplaatsen worden verdeeld per sector, gebruikmakend van de ramingen van het Capaciteitsorgaan;
○ instroomplaatsen waarvoor geen beschikbaarheidbijdrage is verleend in een vorig jaar, worden niet meegeteld indien er in de verdeling van de instroomplaatsen rekening wordt gehouden met het historisch opleidingsvolume;
○ zowel bestaande als nieuwe opleidende zorgaanbieders komen in aanmerking voor instroomplaatsen;
○ gestimuleerd wordt dat in samenwerkingsverbanden wordt opgeleid waaraan ten minste één zorgaanbieder deelneemt, die gespecialiseerde geïntegreerde ggz (specialistische ggz – ambulante en klinische zorg) levert en beschikt over een geldig kwaliteitsstatuut, sectie III (Instellingen).
– De NZa betrekt bij de verdeling van de opleidingsplekken de toewijzingsvoorstellen van TOP Opleidingsplaatsen en Stichting BOLS. Voor de opleiding tot huisarts, specialist ouderengeneeskunde, arts voor verstandelijk gehandicapten en verslavingsarts baseert de NZa zich op de aantallen in de aanwijzing van 10 december 2025 met kenmerk 4315913-1091949-PZo.
Gelet op de reeds aangehaalde uitspraak van het CBb van 14 oktober 2025 en de aanwijzing van de Minister van 10 december 2025 moeten de wijzigingen (met terugwerkende kracht) met ingang van 1 januari 2026 in werking treden.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-67.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.