Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur | Staatscourant 2026, 564 | convenant |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur | Staatscourant 2026, 564 | convenant |
In het kader van de samenwerking op toezicht en handhaving
(Domein II: milieu, welzijn en infrastructuur)
Ondergetekenden,
1. Minister van Infrastructuur en Waterstaat, namens deze: de hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat Noord-Nederland (IenW)
2. Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, alsmede vertegenwoordigd door de Waddenunit (LVVN)
3. College van Gedeputeerde Staten Fryslân
4. College van Gedeputeerde Staten Noord Holland, alsmede vertegenwoordigd door Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (ODNHN)
5. College van Gedeputeerde Staten Groningen
6. Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO)
7. Staatsbosbeheer Groningen
8. Staatsbosbeheer Friesland
9. Staatsbosbeheer Noord-Holland
10. Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten
11. lt Fryske Gea
12. Het Groninger Landschap
13. Landschap Noord-Holland
14. College van Burgemeester en Wethouders Texel
15. College van Burgemeester en Wethouders Vlieland
16. College van Burgemeester en Wethouders Terschelling
17. College van Burgemeester en Wethouders Ameland
18. College van Burgemeester en Wethouders Schiermonnikoog
19. College van Burgemeester en Wethouders Den Helder
20. College van Burgemeester en Wethouders Súdwest-Fryslân
21. College van Burgemeester en Wethouders Harlingen
22. College van Burgemeester en Wethouders Het Hogeland
23. College van Burgemeester en Wethouders Eemsdelta
24. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier
25. Wetterskip Fryslân
26. Waterschap Noorderzijlvest
Hierna, tenzij uitdrukkelijk anders is aangegeven, gezamenlijk te noemen: Partij(en),
Aanleiding
Handhaving en toezicht op de Waddenzee kent naast betrokken en deskundige partijen ook diverse uitdagingen. Bijvoorbeeld: de coördinatie tussen betrokken organisaties die verspreid zijn over het gebied, het verbaliseren op het ‘verstoren’ van de natuur binnen de Omgevingswet en de hoeveelheid aan taken die buitengewoon opsporingsambtenaren (hierna: BOA’s) hebben in (soms) grote gebieden. Daarbij zijn BOA’s beperkt tot het specifieke grondgebied dat in hun respectievelijke akte staat (Art. 23 Besluit BOA). In het veld bestaat een brede behoefte om die geografische beperking weg te nemen, zodat het beter mogelijk wordt om integraal samen te werken. Met dit BOA convenant wordt dit probleem geadresseerd. Op grond van artikel 4.2 van de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar moeten dergelijke afspraken worden afgestemd en vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst, ook wel samenwerkingsconvenant genoemd. Om te voorkomen dat het wiel opnieuw wordt uitgevonden is daarbij gebruik gemaakt van vergelijkbare en actuele BOA convenanten. Bijkomend voordeel is dat dit type overeenkomst bekend is en dat er positieve ervaringen mee zijn.
Vanuit haar verantwoordelijkheid om meer samenhang aan te brengen in vis-, water- en natuurbeheer van de Waddenzee, draagt de Beheerautoriteit Waddenzee (BAW) zorg voor de totstandkoming van dit convenant. Met een integrale benadering van beheer-aspecten wordt samen met alle beheerders invulling gegeven aan deze opgave.
Doelstelling Convenant
Diverse partijen in het gebied zijn verantwoordelijk voor toezicht- en handhavingstaken vanuit het eigen referentiekader. Meer gecoördineerde samenwerking moet leiden tot effectievere en efficiëntere inzet van capaciteit en tot meer zichtbaar optreden. Optimale bescherming van de Waddenzee vraagt om bundeling van expertise en inzet.
Daarom regelt dit convenant dat BOA’s gerechtigd zijn om toezicht, opsporingsactiviteiten en opsporings- bevoegdheden uit te oefenen in het werkgebied van alle deelnemende instanties, binnen het grondgebied van de deelnemende partijen, in het kader van geplande en gecoördineerde handhavingsacties (m.b.t. Domein II van het BOA stelsel). Dit is nu niet toegestaan, terwijl dit voorwaardelijk is voor gezamenlijke handhavingsacties waar vanuit betrokken partijen behoefte aan is.
Bestaande samenwerking versterken
Om de unieke waarden van de Waddenzee te beschermen wordt al geruime tijd samengewerkt op het gebied van toezicht en handhaving. Dit is echter ad hoc en te vrijblijvend. Versterking en formalisering van de samenwerking is nodig om effectiever bij te dragen aan zowel de bescherming, als de verbetering van de natuur. Dit convenant is daar onderdeel van. Andere verbeteracties – die elkaar versterken – zijn onder andere:
– Afstemmen van werkwijzen
– Kennis delen
– Verbeterde informatie-uitwisseling (streven naar één BOA registratie systeem)
– Gezamenlijke BOA trainingen
– Het opstellen van een jaarlijkse handhavingskalender
– Actualisering van Vergunningverlening, Toezicht en Handhavings-plan voor de Waddenzee (vaststellen taken en rollen in operationele uitvoering)
Toelichting tot slot
– Partijen worden gevraagd te tekenen in de capaciteit als BOA werkgever (Domein II) of vanwege hun respectievelijke gebiedsverantwoordelijkheid, of omdat dit beide het geval is of kan worden
– Met dit samenwerkingsconvenant wordt geen wijziging gebracht in de bestaande gezagsverhouding tussen BOA werkgevers en hun werknemers
– De rechtspositieregelingen van de BOA’s blijven onverkort van toepassing indien de BOA’s deelnemen aan handhavingsacties buiten hun eigen werkgebied
Overwegende dat:
a. Partijen kennis hebben genomen van
i. het Besluit Buitengewoon Opsporingsambtenaar;
ii. de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar;
iii. de Ambtsinstructie voor politie, de Koninklijke Marechaussee en andere opsporingsambtenaren;
iv. de Regeling Toetsing Geweldsbeheersing buitengewoon opsporingsambtenaar en ambtenaren van bijzondere opsporingsdiensten; en
v. de Algemene Verordening Gegevensbescherming en de Wet politiegegevens, voor zover in het kader van de groene handhavingssamenwerking gegevens worden uitgewisseld;
b. De Nederlandse natuur gebaat is bij de naleving van de wet- en regelgeving, ter instandhouding van de natuur en behoud van de kwaliteit van de leefomgeving;
c. Naleving van de wet- en regelgeving niet vanzelfsprekend is en handhaving vereist;
d. Partijen een rol vervullen bij handhaving van de groene- en andere wet- en regelgeving en dat handhaving daarom effectiever en efficiënter zal zijn, naarmate zij beter afstemmen en samenwerken. Hierdoor wordt een wezenlijke bijdrage geleverd aan de instandhouding van de natuur, veiligheid en leefbaarheid in de buitengebieden;
e. RWS Noord-Nederland1 een regierol heeft om afstemming en samenwerking tussen partijen op het gebied van handhaving te organiseren en te stimuleren. De Waddenunit de operationele regie heeft voor de samenwerking op toezicht en handhaving in het Waddengebied (zie Bijlage 2 voor deelgebieden van de Waddenunit);
f. Het voor een kwalitatief hoogwaardige uitvoering van handhaving van de in het gebied geldende regelgeving van groot belang is dat er voldoende op hun taak berekende en voor hun taak toegeruste BOA’s zijn, zowel in dienst van de overheid als in dienst van de private organisaties;
g. Het werkgebied van de samenwerking de gehele Waddenzee is (conform Natura 2000 afbakening, zie bijlage 1), met als toevoegingen de Razende Bol bij Texel en het land tot boven aan de dijken (primaire keringen); en
h. Partijen het ter borging van een adequate opsporing en handhaving noodzakelijk achten de BOA’s (zoals bedoeld in artikel 1.b), telkens met inachtneming van hun wettelijke bevoegdheden en functie gerelateerde BOA-taak vanuit de werkgever, in te kunnen zetten op elkaars grondgebied.
Komen het volgende overeen:
In dit convenant gelden onderstaande begripsbepalingen.
BOA convenant Natuurhandhaving Waddenzee.
de buitengewoon opsporingsambtenaar in Domein II, ex. artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering, telkens voor zover de handhaving van die wetgeving binnen de reikwijdte van de aan hem of haar verstrekte opsporingsbevoegdheid en functieomschrijving valt, en die BOA een aanstelling heeft bij één van de in dit convenant genoemde deelnemende partijen.
de toezichthouder in Domein II, als bedoeld in artikel 36 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, te weten de hoofdofficier van justitie van het Functioneel Parket.
de korpschef van de politie, als bedoeld in artikel 36, lid 3 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar. De politiechef van de desbetreffende politie-eenheid is door de korpschef gemandateerd om het direct toezicht, ingevolge artikel 39 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, uit te oefenen. De politiechef Midden-Nederland is direct toezichthouder van de BOA’s van Natuurmonumenten en van Staatsbosbeheer.
de privaatrechtelijke of publiekrechtelijke rechtspersoon waar de BOA een arbeids- en/of vrijwilligersovereenkomst mee heeft afgesloten, of een aanstelling heeft.
betreft de Natura 2000 afbakening (zie bijlage 1), met als toevoegingen de Razende Bol bij Texel en het land tot boven aan de dijken (primaire keringen).
zij die dit convenant ondertekend hebben.
geplande handhavingsacties voor een specifiek thema of gebied op basis van gezamenlijke prioriteiten, waarbij BOA’s van één of meer partijen op basis van dit convenant worden ingezet. Partijen kiezen aan welke acties zij al dan niet deelnemen.
2.1 De BOA’s in dienst bij de samenwerkingspartijen kunnen worden ingezet voor vooraf gecoördineerde handhavingsacties in gebieden van de samenwerkende Partijen (in overleg en op vrijwillige basis), voor zover passend binnen hun aanwijzing als BOA domein II.
2.2 De coördinator van de handhavingsacties informeert alle Partijen op voorhand over de geplande acties en over waar die gaan plaatsvinden. Achteraf worden alle Partijen op de hoogte gesteld over de uitvoering en resultaten.
2.3 Werkgevers, blijven verantwoordelijk voor de ‘eigen BOA’ en zien erop toe dat de BOA zijn werk bevoegd uitvoert, in overeenstemming met de voor hem geldende instructie als bedoeld in Hoofdstuk 5 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, ook indien de BOA taken uitvoert in het kader van de in het eerste lid (2.1) bedoelde samenwerking.
3.1 BOA’s zijn gerechtigd toezicht, opsporingsactiviteiten en opsporingsbevoegdheden uit te oefenen in het werkgebied van alle deelnemende instanties, binnen het grondgebied van de deelnemende Partijen in het kader van gezamenlijke handhavingsacties, projecten of programma´s;
3.2 De BOA legt de resultaten van zijn werk direct na afloop vast in een proces-verbaal van bevindingen. In het kader van de informatie-uitwisseling wordt gestreefd naar het gebruik van één registratiesysteem.
3.3 Politiebevoegdheden en geweldsmiddelen:
a. De BOA die assistentie verleent, aan wie de bevoegdheid bedoeld in artikel 7 lid 1 en/of 3 van de Politiewet 2012 is toegekend (gebruik van geweld respectievelijk veiligheidsfouillering) en/of aan wie geweldsmiddelen ter beschikking zijn gesteld, oefent die bevoegdhe(i)d(en) uit en draagt dat/die geweldsmiddel(en) in zijn totale werkgebied2.
b. Het hiervoor gestelde onder a. kan worden beperkt indien de assistentie verzoekende instantie hier nadrukkelijk bezwaar tegen maakt. Dat bezwaar wordt alsdan ter kennis gebracht van de assistentie verlenende instantie, de toezichthouder en de direct toezichthouder. Dit bezwaar gebeurt schriftelijk en heeft betrekking op structurele situaties, niet op afzonderlijke assistentie-verzoeken.
c. De BOA wendt geen bevoegdheden aan welke buiten de aan zijn functieomschrijving gerelateerde taken vallen. Daarbij is de functieomschrijving van de werkgever waaraan de BOA zijn bevoegdheid ontleent (akte van opsporingsbevoegdheid) bepalend.
4.1 Iedere BOA werkgever spreekt door ondertekening van dit convenant uit dat de samenwerking met de andere samenwerkingspartijen onderdeel is van de taakopvatting, van de onder hem ressorterende BOA’s.
4.2 Klachten worden gemeld bij de eigen werkgever, deze geeft dit door aan de ‘eigen’ direct toezichthouder en bij de toezichthouder.
4.3 Klachten over de BOA worden conform artikel 42 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar en de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar afgehandeld.
4.4 Iedere werkgever bepaalt zelf de ureninzet van de eigen BOA.
5.1 De samenwerking tijdens handhavingsacties gebeurt op basis van een gesloten beurs.
5.2 Voor bijzondere projecten kunnen deelnemende Partijen een kostenverdeling afspreken.
5.3 Iedere Partij draagt zijn eigen schade.
6.1 Dit convenant wordt aangegaan voor een periode van vier jaar.
6.2 Wijziging, toetreding of aanvulling van dit convenant geschiedt schriftelijk bij gezamenlijk besluit van alle tekenende Partijen en met schriftelijke toestemming van de toezichthouder en de direct toezichthouder.
6.3 Wijzigingsverzoeken moeten schriftelijk worden ingediend bij de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, per adres: de hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat Noord Nederland.
6.4 Door ondertekening van dit convenant besluiten deelnemende Partijen en de (direct) toezichthouders dat, in geval van het aansluiten van andere partijen die bijdragen aan de doelstelling van dit convenant, dit mogelijk is door toevoeging van een addendum bij dit convenant.
6.5 Rijkswaterstaat Noord-Nederland is verantwoordelijk voor de coördinatie van uitbreiding van dit convenant. De coördinatie wordt uitgevoerd door of namens de hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat Noord-Nederland. Deelnemende Partijen worden onverwijld op de hoogte gesteld van uitbreiding van dit convenant.
6.6 Een Partij kan zich terugtrekken uit het convenant. Hiervoor geldt een opzegtermijn van 2 maanden. De opzegging moet schriftelijk geschieden bij de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, per adres: de hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat Noord Nederland.
6.7 Dit convenant vervalt onmiddellijk nadat de toezichthouder of de direct toezichthouder dit schriftelijk meldt bij Rijkswaterstaat Noord-Nederland.
7.1 Partijen zullen, indien sprake is van een geschil, trachten dit geschil bij te leggen door middel van overleg, vóórdat zij zich wenden tot de rechter.
7.2 Een jaar na inwerkingtreding van het convenant wordt de werking geëvalueerd op initiatief van Rijkswaterstaat Noord-Nederland, om eventuele onvolkomenheden te repareren. De toezichthouder en de direct toezichthouder worden bij deze evaluatie betrokken.
7.3 Dit convenant treedt in werking met ingang van 1 januari 2026. De werking van het ondertekende convenant beperkt zich tot de partijen die het convenant hebben getekend.
7.4 Het origineel van dit samenwerkingsconvenant, met daarop de handtekeningen van de Partijen, wordt bewaard door Rijkswaterstaat Noord-Nederland. Rijkswaterstaat Noord-Nederland draagt, binnen vier weken na ondertekening daarvan, zorg voor verspreiding van gewaarmerkte kopieën van het ondertekende exemplaar naar de toezichthouder en de direct toezichthouder. Dit geldt ook voor eventuele wijzigingen in de partijen van het convenant.
7.5 Binnen dertig werkdagen na de laatste ondertekening van deze overeenkomst wordt dit convenant door het Ministerie van LVVN gepubliceerd in de Staatscourant.

(Natura 2000-gebied de Waddenzee inclusief de Razende Bol en het land tot boven aan de dijken)
(https://geocontent.rvo.nl/Natura2000/Gebiedskaart/index.html?gebiednaam=Waddenzee)
Ter verduidelijking: heeft een ‘bezoekende’ BOA zelf geweldsmiddelen, maar werkt hij/zij in een gebied waar de BOA dat niet heeft; dan heeft de ‘bezoekende’ BOA het ook niet. Andersom geldt hetzelfde: heeft de BOA geen geweldsbevoegdheid, dan krijgt hij/zij het niet meteen als hij in een gebied werkt waar zijn collega’s het wel hebben.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-564.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.