Doe- het- zelfbranche 2025/2026

Verbindendverklaring gewijzigde cao-bepalingen

MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 6 januari 2026 tot wijziging van het besluit tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst voor de Doe-het-zelfbranche

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelezen het verzoek van RND namens de partijen bij bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, strekkende tot algemeenverbindendverklaring van gewijzigde bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst;

Partij ter ener zijde: de Vereniging van Winkelketens in de Doe-het-Zelfbranche (VWDHZ);

Partijen ter andere zijde: FNV en CNV.

Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;

Besluit:

Dictum I

Het besluit tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst voor de Doe-het-zelfbranche1 wordt met inachtneming van dictum II als volgt gewijzigd:

A

De onder dictum I opgenomen bepalingen worden als volgt gewijzigd:

Artikel 5.2 komt te luiden:

‘Artikel 5.2 Overwerk

  • 1. Van overwerk is sprake indien de werknemer, na overleg tussen de werkgever en de werknemer, opdracht heeft gekregen arbeid te verrichten:

    • op meer dan 9 uur per dag, of

    • op meer dan 40 uur per week, berekend over een periode van 4 aaneensluitende weken.

    Een incidentele overschrijding van de dagelijkse ingeroosterde arbeidsduur van een kwartier of minder wordt niet tot overwerk gerekend.

  • 2. Overwerk zal zo min mogelijk worden opgedragen.

  • 3. Voor parttime werknemers gelden de overwerkgrenzen van de fulltime werknemers. De gewerkte uren voor een parttime werknemer van zijn contracturen tot aan de overwerkgrenzen van de fulltime werknemer gelden als meeruren. Deze meeruren worden beloond in tijd of in geld.

  • 4. Overwerk is ook van toepassing voor de bedrijfsleider/bouwmarktmanager met een loon onder € 42.434,81 op jaarbasis. Per 1 januari 2026 bedraagt de grens € 50.588,27 op jaarbasis. In individuele gevallen mag er een verrekening plaatsvinden met de in individuele arbeidsovereenkomsten van bedrijfsleiders/bouwmarktmanagers opgenomen compensaties voor het niet ontvangen van overwerktoeslag. Ook kan in nieuwe arbeidsovereenkomsten anders worden overeengekomen.

  • 5. Gewerkte overuren tellen maar eenmaal mee voor het vaststellen of er sprake is van overwerk.

  • 6. Indien door de werkgever wordt bepaald dat overwerk noodzakelijk is en daardoor een rusttijd in de onderneming nodig wordt om overschrijding van de wettelijke regels betreffende de werktijden te voorkomen, wordt deze rusttijd als overwerk vergoed met een maximum van een half uur.

  • 7. Onder overwerk wordt niet verstaan de arbeid verricht door een werknemer met een loon boven € 50.588,27 op jaarbasis.’

Artikel 8.2, lid 2 komt te luiden:

‘Artikel 8.2 Werken op bijzondere uren

  • 2.

    • a. Deze regeling is niet van toepassing voor werknemers met een loon boven € 50.588,27 op jaarbasis.

    • b. De toeslagen uit lid 1 van dit artikel gelden ook voor de bedrijfsleider/bouwmarkt-leider met een inkomen onder € 50.588,27 op jaarbasis. In individuele gevallen mag er een verrekening plaatsvinden met de in individuele arbeidsovereenkomsten van bedrijfsleiders/bouwmarkt-managers opgenomen compensatie voor het niet ontvangen van toeslagen bijzondere uren. Ook kan in nieuwe arbeidsovereenkomsten anders worden overeengekomen. Zie artikel 5.2.4.’

Bijlage 2 komt te luiden:

‘BIJLAGE 2 LOONSCHALEN

Loonschalen per 1 januari 2026

Referentiebedragen per maand o.b.v. 260 dagen

 

leeftijd/functiejr.

schaal 11

schaal 21

schaal 3

schaal 4

schaal 5

schaal 6

18

1.211,95

1.236,65

1.248,18

1.272,88

1.295,93

1.345,33

19

1.454,01

1.483,65

1.498,47

1.526,46

1.556,10

1.613,74

20

1.938,13

1.977,65

1.997,41

2.035,28

2.074,80

2.152,20

21

2.422,25

2.471,65

2.496,35

2.544,10

2.591,86

2.689,01

-1-

 

2.491,41

2.521,05

2.573,74

2.633,02

2.754,88

-2-

 

2.511,17

2.545,75

2.603,38

2.672,54

2.819,10

-3-

 

2.530,93

2.570,45

2.634,67

2.712,06

2.884,96

-4-

   

2.595,15

2.664,31

2.753,23

2.949,18

-5-

   

2.621,50

2.693,95

2.792,75

3.015,05

-6-

     

2.723,59

2.832,27

3.079,27

-7-

     

2.754,88

2.873,44

3.145,14

-8-

       

2.912,96

3.209,36

X Noot
1

Het maandloon in de loonschalen 1 en 2 wordt bepaald door het totaal aantal door de werknemer te werken arbeidsuren in het betreffende kalenderjaar te delen door 12, waarbij ten minste het voor de werknemer geldende minimumuurloon dient te worden betaald. Werknemers die meer dan 260 dagen (maal 7,6 uur per dag = 1976 arbeidsuren) in het kalenderjaar werkzaam zijn, dienen voor alle (extra) uren ten minste het minimumuurloon te ontvangen. Bij wijzigingen van de arbeidsuren in enig jaar dient het maandloon te worden herberekend.

Bedragen per 4 weken

           

leeftijd/functiejr.

schaal 1

schaal 2

schaal 3

schaal 4

schaal 5

schaal 6

18

1.118,72

1.141,52

1.152,16

1.174,96

1.196,24

1.241,84

19

1.342,16

1.369,52

1.383,20

1.409,04

1.436,40

1.489,60

20

1.789,04

1.825,52

1.843,76

1.878,72

1.915,20

1.986,64

21

2.235,92

2.281,52

2.304,32

2.348,40

2.392,48

2.482,16

-1-

 

2.299,76

2.327,12

2.375,76

2.430,48

2.542,96

-2-

 

2.318,00

2.349,92

2.403,12

2.466,96

2.602,24

-3-

 

2.336,24

2.372,72

2.432,00

2.503,44

2.663,04

-4-

   

2.395,52

2.459,36

2.541,44

2.722,32

-5-

   

2.419,84

2.486,72

2.577,92

2.783,12

-6-

     

2.514,08

2.614,40

2.842,40

-7-

     

2.542,96

2.652,40

2.903,20

-8-

       

2.688,88

2.962,48

Bedragen per uur

           

leeftijd/functiejr.

schaal 1

schaal 2

schaal 3

schaal 4

schaal 5

schaal 6

18

7,36

7,51

7,58

7,73

7,87

8,17

19

8,83

9,01

9,10

9,27

9,45

9,80

20

11,77

12,01

12,13

12,36

12,60

13,07

21

14,71

15,01

15,16

15,45

15,74

16,33

-1-

 

15,13

15,31

15,63

15,99

16,73

-2-

 

15,25

15,46

15,81

16,23

17,12

-3-

 

15,37

15,61

16,00

16,47

17,52

-4-

   

15,76

16,18

16,72

17,91

-5-

   

15,92

16,36

16,96

18,31

-6-

     

16,54

17,20

18,70

-7-

     

16,73

17,45

19,10

-8-

       

17,69

19,49

N.B. De bedragen van groep 1 zijn de wettelijke minimumuurlonen per 1 januari 2026’

Dictum II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en heeft geen terugwerkende kracht.

’s-Gravenhage, 6 januari 2026

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens deze, De directeur Collectieve arbeidsovereenkomsten, P.S. Nanhekhan


X Noot
1

Stcrt. 9 juli 2024, nr. 17399; laatstelijk gewijzigd bij besluit van 28 juli 2025 (Stcrt. 2025, nr. 22685).

Naar boven