Regeling van De Nederlandsche Bank N.V. van 4 februari 2026 tot wijziging van de Regeling specifieke bepalingen IFR en IFD in verband met het gebruik van zakelijke prognoses voor de berekening van K-factoren bij gebrek aan historische gegevens (Regeling gebruik zakelijke prognoses)

De Nederlandsche Bank N.V.,

Na overleg met de representatieve organisaties en consultatie;

Gelet op Verordening (EU) 2019/2033 van het Europees parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010, (EU) nr. 575/2013, (EU) nr. 600/2014 en (EU) nr. 806/2014, in het bijzonder de artikelen 17, tweede lid, 18, tweede lid, 19, derde lid, 20, derde lid, en 33, vierde lid;

BESLUIT:

ARTIKEL I

De Regeling specifieke bepalingen IFR en IFD wordt als volgt gewijzigd:

A

Na artikel 3:3 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 3:4. - Gebruik zakelijke prognoses bij gebrek aan historische gegevens

Een beleggingsonderneming vervangt ontbrekende historische gegevens als bedoeld in artikelen 17, tweede lid, 18, tweede lid, 19, derde lid, 20, derde lid, en 33, vierde lid, van de IFR door gegevens die gebaseerd zijn op de overeenkomstig artikel 7 van Richtlijn 2014/65/EU ingediende zakelijke prognoses van de beleggingsonderneming.

ARTIKEL 2

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst.

ARTIKEL 3

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling gebruik zakelijke prognoses.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Amsterdam, 4 februari 2026

De Nederlandsche Bank N.V. S.J. Maijoor Directeur Toezicht

TOELICHTING

De K-factoren K-AUM, K-CMH, K-ASA, K-COH, K-DTF, zoals bedoeld in deel 3 van de IFR, moeten door een beleggingsonderneming worden berekend op basis van het voortschrijdende gemiddelde van de, voor de betreffende K-factor, relevante historische gegevens. Als een beleggingsonderneming niet beschikt over historische gegevens, dan volgt uit de IFR dat zij historische gegevens moet gebruiken zodra deze beschikbaar zijn. Een dergelijke situatie kan zich voordoen wanneer de onderneming de betreffende beleggingsdienst of beleggingsactiviteit nog niet heeft verleend of verricht, of wanneer zij eerder als kleine en niet-verweven beleggingsonderneming kwalificeerde en daarom niet onderhevig was aan de berekening van de k-factoren voor het bepalen van haar kapitaalseisen.

Voor zover de historische gegevens nog niet beschikbaar zijn regelt het nieuwe artikel 3:4 dat een beleggingsonderneming de ontbrekende historische gegevens dient te vervangen door gegevens gebaseerd op de overeenkomstig artikel 7 van Richtlijn 2014/65/EU ingediende zakelijke prognoses. Het gebruik van zakelijke prognoses zal dus geleidelijk uitfaseren naarmate historische gegevens beschikbaar komen en zal niet meer toegelaten zijn zodra de beleggingsonderneming de K-factor kan berekenen op grond van de historische gegevens.

Wanneer een beleggingsonderneming op basis van artikel 3:4 zakelijke prognoses gebruikt voor de berekening van een K-factor, dan volgt uit artikel 7, eerste lid, IFR dat deze zakelijke prognoses ook gebruikt moeten worden voor de geaggregeerde berekening van de betreffende K-factorvereiste op geconsolideerde basis.

Door deze toezichthouderdiscreties in algemene zin toe te passen en in de Regeling specifieke bepalingen IFR en IFD op te nemen, beoogt DNB transparant te zijn over de toezichtpraktijk en de efficiëntie van het proces te vergroten.

Naar boven