Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | Staatscourant 2026, 4147 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | Staatscourant 2026, 4147 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Gelet op artikel 9.3 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
Besluit:
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1 van de wet;
medezeggenschapsraad als bedoeld in artikel 3 van de Wet medezeggenschap op scholen;
Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 2.8 van de wet;
school of scholengemeenschap voor voortgezet onderwijs waar openbaar of uit de openbare kas bekostigd bijzonder onderwijs wordt verzorgd als bedoeld in de artikelen 2.7 en 2.8 van de wet;
verklaring als bedoeld in artikel 2.30 van de wet;
voorbereidend beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 2.7 van de wet;
Wet voortgezet onderwijs 2020;
zeer zwakke school als bedoeld in artikel 2.94 van de wet.
1. Het doel van deze beleidsregel is om pro-scholen in samenwerking met vbo-scholen, in afwijking van de artikelen 2.8 en 2.29 van de wet, de mogelijkheid te geven een onderbouwklas pro/vbo aan te bieden. Daartoe kan de minister op aanvraag toestaan dat een pro-school en een of meerdere vbo-scholen een dergelijke klas inrichten.
2. De onderbouwklas pro/vbo biedt maatwerk voor leerlingen, van wie bij aanvang van hun eerste leerjaar in het voortgezet onderwijs niet meteen duidelijk is of zij beter tot hun recht komen in het pro dan wel in het vbo.
1. De bevoegde gezagen van de pro-school en vbo-school of scholen zorgen er gezamenlijk voor dat het onderwijs in de onderbouwklas zo is ingericht, dat:
a. leerlingen naar de kerndoelen van de onderbouw in het vbo toe kunnen werken;
b. leerlingen in twee of drie jaar worden voorbereid op basisberoepsgerichte of kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo als bedoeld in artikel 2.26 van de wet;
c. het programma aansluit op minstens één van de vbo-profielen die de vbo-school of scholen verzorgt als bedoeld in artikel 2.26 van de wet; en
d. alle leerlingen staan ingeschreven in het pro en over een toelaatbaarheidsverklaring beschikken.
2. Het bevoegd gezag van de pro-school beschrijft in samenwerking met het bevoegd gezag van de vbo-school of scholen in de schoolgids:
a. hoe de pro-school waarborgt dat leerlingen die in staat zijn om door te stromen naar de bovenbouw van het vbo, na twee of drie jaar ook daadwerkelijk in staat zijn dat te doen; en
b. hoe de begeleiding van de leerlingen die overstappen naar het vbo wordt geregeld.
3. De onderbouwklas wordt aangeboden op de pro-school. Het onderwijsprogramma kan voor ten hoogste 500 klokuren plaatsvinden op de vbo-school of scholen of gezamenlijk met vbo-leerlingen in één klaslokaal.
1. Het bevoegd gezag van de pro-school dient een aanvraag in bij de minister voor het starten van een onderbouwklas op uiterlijk 31 maart van het daaraan voorafgaande schooljaar.
2. De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, omvat:
a. de contactgegevens van de samenwerkende bevoegde gezagsorganen;
b. een bewijsstuk van instemming van de medezeggenschapsraad van de pro-school en vbo-school of scholen; en
c. een bewijsstuk dat het samenwerkingsverband waartoe de pro-school behoort is geïnformeerd en in de gelegenheid is gesteld advies uit te brengen.
3. Scholen met het oordeel zeer zwak als bedoeld in artikel 2.94 van de wet komen niet in aanmerking voor de aanvraag voor het aanbieden van de onderbouwklas.
1. De minister besluit binnen zes weken na afloop van de uiterste aanvraagdatum, bedoeld in artikel 4, eerste lid, op aanvragen tot het starten van een onderbouwklas.
2. De minister wijst een aanvraag af indien van een van de scholen van de deelnemende bevoegde gezagsorganen blijkens het meest recente inspectierapport, als bedoeld in artikel 20 van de Wet op het onderwijstoezicht, is vastgesteld dat de school het oordeel zeer zwak heeft als bedoeld in artikel 2.94 van de wet.
1. De minister kan de toestemming tot het aanbieden van de onderbouwklas pro/vbo intrekken, indien in een inspectierapport als bedoeld in artikel 20 van de Wet op het onderwijstoezicht, wordt vastgesteld dat de pro-school of vbo-school als zeer zwakke school is beoordeeld als bedoeld in artikel 2.94 van de wet, en de voortzetting van de onderbouwklas naar het oordeel van de minister niet in het belang van de leerlingen zou zijn. De minister raadpleegt de Inspectie van het onderwijs voorafgaand aan het intrekken van de toestemming.
2. Indien de minister besluit de toestemming in te trekken, nemen de leerlingen op een nader door de Minister te bepalen tijdstip deel aan het reguliere onderwijsprogramma voor pro-scholen.
Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, K. Becking
Het blijkt bij de start van een leerling in het voortgezet onderwijs niet altijd duidelijk waar een leerling het beste op zijn of haar plaats is. Daarom bieden scholen regelmatig verschillende vormen van maatwerk aan, zoals gemengde brugklassen. Ook in het praktijkonderwijs (pro) is er behoefte aan mogelijkheden tot maatwerk voor de groep leerlingen die zich op het snijvlak pro/voorbereidend beroepsonderwijs (vbo) bevindt. Om leerlingen in het pro meer kansen te kunnen bieden en scholen voor pro meer ruimte voor maatwerk te bieden is in september 2019 de pilot onderbouwklas pro/vbo gestart.1 Dankzij deze pilot werd het tijdelijk en formeel mogelijk dat vbo-scholen en scholen voor pro samen onderwijs konden verzorgen voor kinderen voor wie het nog niet direct duidelijk was welke van de twee schoolsoorten het beste bij hen paste.
Zoals in de Beleidsregel pilot pro/vbo uit 2019 is aangekondigd, is de beleidsregel geëvalueerd om te bezien of de pro/vbo-onderbouwklas tegemoet komt aan de behoefte voor meer maatwerk in het pro. Uit de evaluatie van SEO (2024) blijkt dat de pilot als zeer positief wordt beschouwd.2 De onderbouwklas heeft zich bewezen als een waardevol maatwerktraject voor zowel leerlingen, ouders, docenten, scholen als samenwerkingsverbanden. De positieve impact ligt vooral in het bieden van rust/tijd, maatwerk en een geleidelijke overgang naar het vbo, terwijl er tegelijkertijd aandacht blijft voor de individuele behoeften en ontwikkeling van de leerlingen. Voor leerlingen die na de onderbouwklas hun opleiding vervolgen in het praktijkonderwijs, geldt dat de meerwaarde is dat voor hen duidelijk is geworden dat het pro het meest passend is. Verder heeft de onderbouwklas ook een positief effect op de motivatie en eigenwaarde en het zelfvertrouwen van de leerlingen.
Daarom is de regering voornemens om deze onderbouwklas structureel te borgen in wet- en regelgeving.3 De Tweede Kamer heeft de motie van het lid Rooderkerk c.s. (D66) aangenomen die vraagt om de beleidsregel open te stellen voor meer scholen, vooruitlopend op het structureel borgen van deze mogelijkheid in het stelsel.4
Naar aanleiding van de aangenomen motie is deze beleidsregel tot stand gekomen. Via deze beleidsregel wordt het mogelijk dat alle scholen voor pro die dat willen, gezamenlijk met een vbo-school, een onderbouwklas vorm kunnen geven. Dit omdat het de intentie is om via de voorgenomen wetswijziging het mogelijk te maken dat alle pro-scholen deze onderbouwklas aan kunnen bieden.
De samenwerking kan bestaan tussen één pro-school en één of meerdere vbo-scholen. De scholen bepalen gezamenlijk hoe ze de onderbouwklas inrichten. Het staat scholen daarbij vrij om afspraken te maken over de inzet van docenten, welke vakken er op vbo-niveau worden aangeboden en hoe en wanneer er naar het vbo over wordt gestapt. En om een onderlinge verdeling van het budget voor leerlingen die ook onderwijs op de school voor vbo volgen te maken. Er is ook nu gekozen om niet voor te schrijven welk deel van het onderwijsprogramma op het vbo gevolgd kan of dient te worden. Het precieze aantal uren wordt overgelaten aan het eigen inzicht van de scholen, maar mag ten hoogste 500 klokuren zijn op de vbo-school of gezamenlijk met vbo-leerlingen in één klaslokaal.
Caribisch Nederland
Bonaire en daarmee de Scholengemeenschap Bonaire kent dezelfde onderwijs- en exameninrichting als in Europees Nederland. Deze beleidsregel geldt daarmee ook voor Bonaire.
Saba, de Saba Comprehensive School en Sint Eustatius, de Gwendoline van Puttenschool, hebben een Caribische onderwijs- en exameninrichting van de Carribbean Examinations Council (CXC). Dit is voor beide scholen geregeld in het Besluit Saba Comprehensive School en de Gwendoline van Puttenschool (het Besluit). Op hoofdlijnen is de beleidsregel ook van toepassing op de beide scholen, met dien verstande dat er daar waar er sprake is van leerwegen van het vmbo en kerndoelen, dit moet worden ingevuld met het CVQ 1 of onderdelen daarvan.
Aanvraag
Het bevoegd gezag van de pro-school dient namens de samenwerkende bevoegde gezagsorganen de aanvraag in. De aanvraag wordt ingediend bij het Ministerie van OCW, directie Kansengelijkheid en Onderwijsondersteuning (secretariaatKO@minocw.nl) onder vermelding van: Aanvraag beleidsregel pro/vbo. De aanvraag moet uiterlijk op 31 maart binnen zijn voorafgaand aan het schooljaar dat de school wil starten met de onderbouwklas. In afwijking van artikel 9.3, derde lid, van de wet, waarin een beslistermijn van 26 weken is opgenomen, neemt de Minister het besluit binnen zes weken na afloop van de uiterste aanvraagdatum, zodat de bevoegde gezagen hierover zo spoedig mogelijk kunnen worden geïnformeerd.
Administratieve lasten/regeldruk
Administratieve lasten worden gedefinieerd als de kosten om te voldoen aan informatieverplichtingen aan de overheid, voortvloeiend uit wet- en regelgeving van de overheid. Bij de voorbereiding bij dit beleidskader is nagegaan of sprake is van administratieve lasten voor instellingen, bedrijfsleven of burgers. De administratieve lasten voor scholen die gemoeid zijn met dit beleidskader zijn beperkt. Het gaat om de volgende lasten:
− Het indienen van een aanvraag. Bestaande uit bewijs van de medezeggenschapsraad, als bedoeld in artikel 10, onderdeel a, van de Wet medezeggenschap op scholen, en een bewijs dat het samenwerkingsverband passend onderwijs waartoe de pro-school behoort is geïnformeerd en in de gelegenheid is gesteld advies uit te brengen.
− Informatie over de onderbouwklas dient opgenomen te worden in de schoolgids die jaarlijks bijgewerkt dient te worden. Dat valt daarmee onder reguliere werkzaamheden.
De administratieve lasten voor het doen van een aanvraag voor pro- en vbo-scholen worden geraamd op basis van een verwachte tijd die het kost om de aanvraag in te dienen. Deze lasten worden geraamd op maximaal 4 uur met een uurtarief van € 45. De geraamde kosten voor een aanvraag komen daarmee op € 180,–.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, K. Becking
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-4147.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.