Besluit van de Autoriteit Consument en Markt van 5 februari 2026, kenmerk ACM/UIT/668129 op grond van artikel 3.121, vierde lid, van de Energiewet, tot vaststelling van de methoden en voorwaarden zoals bedoeld in artikel 3.119 van de Energiewet, van het codebesluit over de dimensionering van de frequentieherstelreserves

Zaaknummer: ACM/25/197796

De Autoriteit Consument en Markt,

Gelet op artikel 3.121 van de Energiewet;

Besluit:

ARTIKEL I

Besluit van de Autoriteit Consument en Markt van 22 januari 2026, kenmerk ACM/UIT/655793 tot wijziging van de voorwaarden als bedoeld in artikel 31 van de Elektriciteitswet 1998 juncto artikel 7.42 van de Energiewet betreffende de dimensionering van de frequentieherstelreserves wordt gewijzigd als volgt:

De volgende artikelen komen te vervallen:

  • 1. Artikel I

  • 2. Artikel II

ARTIKEL II

In de Systeemcode elektriciteit 2026 wordt artikel 9.48 vervangen door:

Artikel 9.48

  • 1. De transmissiesysteembeheerder bepaalt voor de komende dimensioneringsperiode de reservecapaciteit in de vorm van automatische frequentieherstelreserves en noodvermogen die verwacht wordt ten minste nodig te zijn op basis van de hoogste uitkomst van de volgende drie methoden:

    • a. een deterministische methode, namelijk door voor zowel de positieve als de negatieve richting afzonderlijk de grootst mogelijke uitval vast te stellen, die kan worden veroorzaakt door een elektriciteitsproductie-eenheid, een elektriciteitsopslageenheid, een verbruiksinstallatie, een HVDC-systeem of een verbinding binnen het landelijk hoogspanningsnet;

    • b. een stochastische methode, namelijk door voor zowel de positieve als de negatieve richting afzonderlijk vast te stellen wat de benodigde reserves waren geweest om in 99% van de tijd de onbalansen van het LFC-blok op te kunnen lossen gedurende de periode van een volledig jaar dat niet eerder is geëindigd dan een half jaar voorafgaand aan de berekeningsdatum;

    • c. een probabilistische methode, namelijk door voorspellingen te doen als bedoeld in het tweede lid, die kunnen leiden tot significante onbalansen van het LFC-blok.

  • 2. Voor de toepassing van de probabilistische methode, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, maakt de transmissiesysteembeheerder voorspellingen van onder andere:

    • a. de voorspellingsfout voor de productie uit windenergie, afgeleid van de voorspellingsfout van de weersverwachting voor wind;

    • b. de voorspellingsfout voor de productie uit zonne-energie, afgeleid van de voorspellingsfout van de weersverwachting voor zon;

    • c. de verwachte impact van de uitval van HVDC-systemen, gebaseerd op historische gegevens met betrekking tot ongeplande uitval;

    • d. de verwachte impact van de uitval van thermische productie-eenheden op het net van de transmissiesysteembeheerder, gebaseerd op historische gegevens met betrekking tot ongeplande uitval.

  • 3. De transmissiesysteembeheerder kan de overeenkomstig het eerste lid vastgestelde reservecapaciteit verminderen:

    • a. met een deel van het volume frequentieherstelreserves dat op grond van een overeenkomst met een transmissiesysteembeheerder van een aangrenzend LFC-blok wordt gedeeld, onder de in artikel 157, tweede lid, onderdelen j en k, en deel IV, Titel 8 van Verordening (EU) 2017/1485 (GL SO) bedoelde voorwaarden;

    • b. met een deel van het te verwachten volume aan vrijwillige biedingen automatische frequentieherstelreserves en noodvermogen, mits dit deel met voldoende zekerheid voor de gehele contractperiode beschikbaar is.

  • 4. De transmissiesysteembeheerder bepaalt de verdeling van de verwachte benodigde reservecapaciteit in de vorm van automatische frequentieherstelreserves en noodvermogen als bedoeld in het eerste lid, na eventuele vermindering op basis van het derde lid, als volgt:

    • a. voor automatische frequentieherstelreserves ten minste een hoeveelheid die ertoe leidt dat:

      • 1°. de positieve automatische frequentieherstelreserves groter zijn dan het 0,5e percentiel van het verschil tussen de eenminuutgemiddelde resterende ACE zonder bijdrage van activeringen van frequentiebegrenzingsreserves, onbalansnetting en activeringen van automatische frequentieherstelreserves, en de vijftienminutengemiddelde resterende ACE zonder bijdrage van activeringen van frequentiebegrenzingsreserves, onbalansnetting en activeringen van frequentieherstelreserves van het LFC-blok van hetzelfde kwartier;

      • 2°. de negatieve automatische frequentieherstelreserves groter zijn dan het 99,5e percentiel van het verschil tussen de eenminuutgemiddelde resterende ACE zonder bijdrage van activeringen van frequentiebegrenzingsreserves, onbalansnetting en activeringen van automatische frequentieherstelreserves, en de vijftienminutengemiddelde resterende ACE zonder bijdrage van activeringen van frequentiebegrenzingsreserves, onbalansnetting en activeringen van frequentieherstelreserves van het LFC-blok van hetzelfde kwartier;

    • b. voor noodvermogen voor het deel dat resteert na de onder a bepaalde hoeveelheid automatische frequentieherstelreserves in mindering te hebben gebracht op de overeenkomstig het eerste en derde lid vastgestelde totale benodigde hoeveelheid reservecapaciteit.

  • 5. De transmissiesysteembeheerder kan de overeenkomstig het vierde lid, onderdeel a, vastgestelde hoeveelheid reservecapaciteit automatische frequentieherstelreserves bijstellen indien operationele omstandigheden dit vereisen.

  • 6. De transmissiesysteembeheerder hanteert de door hem vast te stellen fallback-waarden, indien hij om technische redenen niet in staat is om overeenkomstig het eerste lid de totale benodigde hoeveelheid reservecapaciteit te bepalen.

ARTIKEL III

A

Artikel I treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst.

B

Artikel II treedt in werking per 1 maart 2026

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 5 februari 2026

Autoriteit Consument en Markt, namens deze: M.R. Leijten bestuurslid

Als u belanghebbende bent, kunt u bezwaar maken tegen dit besluit. Stuur uw gemotiveerde bezwaarschrift naar de Autoriteit Consument en Markt, Juridische Zaken, postbus 16326, 2500 BH Den Haag of naar acm-post@acm.nl. Dit moet u doen binnen zes weken na de dag waarop dit besluit bekend is gemaakt. In uw bezwaarschrift kunt u de Autoriteit Consument en Markt verzoeken in te stemmen met rechtstreeks beroep bij de bestuursrechter.

TOELICHTING

1 Samenvatting

  • 1. Vanwege de inwerkingtreding van de Energiewet per 1 januari 2026 moeten de codes worden aangepast. De scope van de codes is veranderd en begrippen en verwijzingen zijn veranderd. De ACM heeft daarom onder andere de Begrippencode elektriciteit en de Netcode elektriciteit vervangen door de Begrippencode elektriciteit 2026 en de Systeemcode elektriciteit 2026.

  • 2. Dit besluit betreft een codebesluit dat de ACM in het verleden heeft genomen en die nog niet in werking is getreden. Dit besluiten over de Energiewet betreffende de dimensionering van de frequentieherstelreserves moet worden aangepast. Dit besluit past dat aan. De ACM beoogt met dit besluit geen beleidsmatige wijzigingen in de codes aan te brengen.

2 Aanleiding en gevolgde procedure

  • 3. De ACM stelt op grond van artikel 3.121 van de Energiewet methoden of voorwaarden vast voor de energiemarkt, of keurt deze goed. De ACM stelt op grond van artikel 3.121, vierde lid, van de Energiewet onderhavige wijzigingen van de methoden en voorwaarden vast.

  • 4. Op 1 januari 2026 is de Energiewet in werking getreden. De Energiewet vervangt de Elektriciteitswet 1998 (hierna: E-wet) en Gaswet. De ACM stelde onder de E-wet en Gaswet tariefstructuren en voorwaarden vast, ook codes genoemd. Deze codes zijn onder te verdelen naar codes over tarieven en tariefstructuren, technische codes, codes over meten, codes over informatie-uitwisseling, en codes over de gebiedsindeling.

  • 5. De ACM heeft op 5 februari 2026 besluiten genomen om de codes aan te passen aan de Energiewet. Deze codes hebben andere citeertitels, nummering en begrippen.

3 Beoordeling

  • 6. De ACM heeft vóór 5 februari 2026 een codebesluit genomen dat de Netcode elektriciteit wijzigt, maar pas een inwerkingtreding heeft na 5 februari 2026. Het betreft het besluit van 22 januari 2026, kenmerk ACM/UIT/655793 betreffende de dimensionering van de frequentieherstelreserves. Dit besluit wijzigt daarmee een code die niet meer bestaat. Daarmee hebben dit besluit niet meer het effect wat door de ACM was beoogd.

  • 7. In onderhavig besluit wordt de toekomstige wijziging beleidsneutraal omgezet naar een wijziging van de nieuwe code, te weten de Systeemcode elektriciteit 2026, en met de nieuwe begrippen uit de Energiewet.

  • 8. De ACM komt tot het oordeel dat de wijzigingen niet in strijd zijn met de belangen, regels en eisen bedoeld in artikel 3.121, tweede lid, van de Energiewet en stelt deze vast.

Naar boven