Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Autoriteit Consument en Markt | Staatscourant 2026, 4099 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Autoriteit Consument en Markt | Staatscourant 2026, 4099 | overige overheidsinformatie |
De Autoriteit Consument en Markt,
Gelet op artikel 12f, eerste lid van de Gaswet en artikel 3.121 van de Energiewet;
Besluit:
1.1 Werkingssfeer en definities
1.1.1 Deze Aansluitcode gas TSB bevat de voorwaarden met betrekking tot de wijze waarop de transmissiesysteembeheerder en een direct aangeslotene de aansluiting en het transmissiesysteem technisch en operationeel compatibel laten zijn en blijven, zodanig dat de gasinstallatie van de direct aangeslotene veilig aan het transmissiesysteem verbonden is en blijft, en het gas in de aansluiting overeenkomstig de Meetcode Gas LNB kan worden gemeten en op gecontroleerde wijze aan het transmissiesysteem kan worden onttrokken. Deze Aansluitcode gas TSB beoogt de veiligheid, doelmatigheid en betrouwbaarheid van de aansluiting te waarborgen en het milieu te ontzien.
1.1.2 Begrippen, die in de Energiewet of de Begrippencode gas TSB en DSB zijn gedefinieerd, hebben de in de Energiewet of Begrippencode gas TSB en DSB gedefinieerde betekenis.
1.1.3 In deze code wordt verstaan onder:
a. distributiesysteem: distributiesysteem voor gas als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet
b. distributiesysteembeheerder: distributiesysteembeheerder voor gas als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet
c. transmissiesysteem: transmissiesysteem voor gas als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet
d. transmissiesysteembeheerder: transmissiesysteembeheerder als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet
e. balanceringsverantwoordelijke: balanceringsverantwoordelijke voor gas als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet.
1.2 Leverings-, aansluit- en transportovereenkomst
1.2.1 De transmissiesysteembeheerder stelt alleen gas via de aansluiting beschikbaar indien aan de beschikbaarstelling een leverings-, aansluit- en een transportovereenkomst ten grondslag liggen en een balanceringsverantwoordelijke de balanceringsverantwoordelijkheid draagt.
1.2.2 Indien één of meer van de in artikel 1.2.1 bedoelde overeenkomsten op enig moment is dan wel zijn beëindigd of opgeschort, zonder dat er aansluitend een nieuwe leverings-, aansluit- of transportovereenkomst is afgesloten, is aangeslotene verplicht de transmissiesysteembeheerder hierover onmiddellijk te informeren.
1.2.3 Indien een leverancier surseance van betaling is verleend of failliet is verklaard en de balanceringsverantwoordelijke zijn balanceringsverantwoordelijkheid tijdelijk continueert overeenkomstig artikel 3.3.6 van de Transportcode gas TSB, is aangeslotene gehouden tot het vergoeden van de extra kosten die de balanceringsverantwoordelijke in dit kader maakt.
2.1 [vervallen]
2.1.1 Aangeslotene dient er voor te zorgen dat de gasinstallatie (blijft) voldoe(n)t aan de bij of krachtens de wet gestelde voorwaarden op het gebied van veiligheid, opdat de gasinstallatie geen gevaar zal opleveren voor het ongestoord functioneren van het transmissiesysteem noch voor personeel van de transmissiesysteembeheerder noch voor door de transmissiesysteembeheerder ingeschakelde derden. In dat geval is het bepaalde in artikel 2.1.2 tot en met 2.1.5 van toepassing.
2.1.2 Alvorens een aansluiting in gebruik wordt gesteld, zal aangeslotene naar genoegen van de transmissiesysteembeheerder dienen aan te tonen dat de gasinstallatie voldoet aan het bepaalde in artikel 2.1.1.
2.1.3 Aangeslotene is voorts verplicht om aanpassingen aan de gasinstallatie, van zodanige aard dat deze van betekenis kunnen zijn voor de veiligheid of het ongestoord functioneren van het transmissiesysteem, tijdig voorafgaand aan het uitvoeren hiervan aan de transmissiesysteembeheerder te melden.
2.1.4 Bij gerede twijfel dient aangeslotene op ieder moment op verzoek en naar genoegen van de transmissiesysteembeheerder te kunnen aantonen dat zijn gasinstallatie voldoet aan de bij of krachtens artikel 2.1.1 gestelde voorwaarden, zo nodig onder verstrekking aan transmissiesysteembeheerder van alle gegevens met betrekking tot de bouw en het onderhoud van de gasinstallatie. Eventuele hieruit voortvloeiende kosten komen voor rekening van aangeslotene, indien blijkt dat de gasinstallatie inderdaad niet voldoet aan de bij of krachtens artikel 2.1.1 gestelde voorwaarden.
2.1.5
1. Wanneer aangeslotene niet voldoet aan het bepaalde in artikel 2.1.3 en/of artikel 2.1.4 is de transmissiesysteembeheerder bevoegd de gasinstallatie voor rekening van aangeslotene te (laten) onderzoeken.
2. Indien de gasinstallatie blijkens dit onderzoek naar het oordeel van de transmissiesysteembeheerder niet voldoet aan de bij of krachtens artikel 2.1.1 gestelde voorwaarden, is aangeslotene verplicht de gebreken voor zijn rekening binnen de door de transmissiesysteembeheerder opgegeven termijn en op de door de transmissiesysteembeheerder opgegeven wijze te herstellen.
3. Daarenboven heeft de transmissiesysteembeheerder de bevoegdheid om de aansluiting af te sluiten.
4. De transmissiesysteembeheerder kan aan het ongedaan maken van de afsluiting bedoeld in het derde lid nadere operationele voorwaarden verbinden.
5. De afsluiting bedoeld in het derde lid zal niet eerder ongedaan worden gemaakt dan nadat de reden voor het treffen van deze maatregel is weggenomen.
6. De transmissiesysteembeheerder is niet verplicht uit eigen beweging na te gaan of is voldaan aan het bepaalde in artikel 2.1.1 tot en met 2.1.5.
2.2 Aangeslotene staat er voor in dat de afname van gas niet zodanig is dat de veiligheid en/of doelmatige en betrouwbare werking van het transmissiesysteem in gevaar wordt dan wel kan worden gebracht. Aangeslotene is verplicht om, indien een dergelijke situatie zich toch voordoet of dreigt voor te doen, de transmissiesysteembeheerder zo spoedig mogelijk, tijdig voorafgaand aan die situatie te informeren en de door de transmissiesysteembeheerder ter zake gegeven aanwijzingen op te volgen.
3.1 Aanleg van de aansluiting en toegang
3.1.0
1. Een partij die een aansluiting wenst op het transmissiesysteem dient daartoe een aanvraag in bij de transmissiesysteembeheerder door middel van het invullen van het aanvraagformulier dat de transmissiesysteembeheerder op haar website beschikbaar stelt.
2. Na ontvangst van het verzoek zal de transmissiesysteembeheerder binnen vijf werkdagen met de verzoeker contact opnemen om het vervolgproces te bespreken en zal hierna starten met een onderzoek naar de mogelijkheden om de aansluiting op het transmissiesysteem te realiseren.
3. De aangeslotene dient de transmissiesysteembeheerder te voorzien van de informatie die voor de uitvoering van het onderzoek als bedoeld in het tweede lid nodig is.
4. Partijen zullen in goed overleg ernaar streven om zo spoedig mogelijk de overeenkomst ter realisatie van de aansluiting te kunnen ondertekenen.
3.1.1
1. Voordat de aangevraagde aansluiting zal worden gerealiseerd, dient aangeslotene de overeenkomst bedoeld in artikel 3.1.0 te ondertekenen.
2. Deze overeenkomst bevat onder meer de voorziene planning, de benodigde afspraken ten behoeve van het realiseren van de aansluiting, civielrechtelijke bepalingen en de specifieke kenmerken van de aansluiting, zoals, maar niet noodzakelijk beperkt tot, de locatie van de meet- en regelinstallatie en van het overdrachtspunt en de fysieke eigenschappen van de aansluiting waaronder in ieder geval de leveringsdruk en capaciteit.
3. De in het tweede lid bedoelde fysieke eigenschappen van de aansluiting worden opgenomen in de aansluitovereenkomst.
3.1.2 De transmissiesysteembeheerder en de aangeslotene bepalen in onderling overleg de termijn waarbinnen de aansluiting zal worden gerealiseerd. De transmissiesysteembeheerder en de aangeslotene zullen zich inspannen om zo spoedig mogelijk te beschikken over de vereiste vergunningen.
3.1.3 De transmissiesysteembeheerder bepaalt de locatie van de aansluiting met inachtneming van de geschikte druk en voldoende capaciteit van de door de afnemer aangevraagde aansluiting.
3.1.4 De aangeslotene draagt er zorg voor dat de toegang tot de aansluiting, alsmede tot het gebouw of deel van een gebouw waarin een meet- en regelinrichting van de aansluiting wordt opgesteld, voor de transmissiesysteembeheerder is gewaarborgd, voor zover dit voor de transmissiesysteembeheerder noodzakelijk is ter waarborging van de veiligheid van het gastransportsysteem en de systeemintegriteit.
3.2 Leveringsdruk
3.2.1 De transmissiesysteembeheerder en aangeslotene bepalen in onderling overleg de leveringsdruk. De transmissiesysteembeheerder zal het gas met de afgesproken leveringsdruk beschikbaar stellen op het overdrachtspunt, onverminderd het bepaalde in artikel 6.1.4.
3.2.2 [vervallen]
3.2.3 Indien door de transmissiesysteembeheerder of aangeslotene wordt vastgesteld dat het gas op het overdrachtspunt niet beschikbaar is gesteld met de afgesproken leveringsdruk, zullen de transmissiesysteembeheerder en aangeslotene elkaar daarover zo spoedig mogelijk informeren.
3.3 Gaskwaliteit
3.3.1 [vervallen]
3.3.2 [vervallen]
3.3.3
1. Indien aangeslotene een aansluiting heeft op een gedeelte van het transmissiesysteem dat H-gas transporteert, kunnen de transmissiesysteembeheerder en aangeslotene, indien en voor zover uit het door de transmissiesysteembeheerder uitgevoerde onderzoek blijkt dat dit mogelijk is, nadere afspraken maken over de Wobbe index en de overige kwaliteitsparameters binnen de in Bijlage 1, onderdeel C van de Energieregeling opgenomen bandbreedtes.
2. De transmissiesysteembeheerder kan met de aangeslotene nadere operationele voorwaarden overeenkomen die verband houden met de nadere afspraken over de Wobbe index en de overige kwaliteitsparameters.
3.3.4 [vervallen]
3.3.5 Indien door de transmissiesysteembeheerder of aangeslotene wordt vastgesteld dat het gas op het overdrachtspunt niet voldoet aan de (afgesproken) gaskwaliteit, zullen de transmissiesysteembeheerder en aangeslotene elkaar daarover zo spoedig mogelijk informeren.
3.4 Capaciteit
3.4.1 De contractuele capaciteit van de aansluiting, zijnde de hoeveelheid gas die maximaal per uur beschikbaar wordt gesteld, wordt op basis van de door aangeslotene verstrekte gegevens door de transmissiesysteembeheerder en aangeslotene in onderling overleg vastgesteld.
3.4.2 [vervallen]
3.4.3 Aangeslotene zal de in de aansluitovereenkomst vastgelegde capaciteit niet overschrijden, tenzij de overschrijding het rechtstreeks gevolg is van werkzaamheden als omschreven in artikelen 6.1.2 en 6.1.5. In geval aangeslotene de vastgelegde capaciteit overschrijdt, kan dit er toe leiden dat die capaciteit niet of niet met de afgesproken leveringsdruk ter beschikking kan worden gesteld.
3.4.4 Elke overschrijding van die de vastgestelde capaciteit wordt beschouwd als een situatie als bedoeld in artikel 2.2 en is de aangeslotene verplicht de transmissiesysteembeheerder voor zover redelijkerwijs mogelijk tijdig voorafgaand aan die situatie te informeren en de door de transmissiesysteembeheerder ter zake gegeven aanwijzingen op te volgen.
3.4.5 De transmissiesysteembeheerder kan bij overschrijdingen van de vastgelegde capaciteit eisen dat de vastgelegde capaciteit (aan de realiteit) wordt aangepast en kan met de aangeslotene operationele voorwaarden overeenkomen die verband houden met die gewijzigde capaciteit.
3.5 Beheer
3.5.1 Het is de aangeslotene niet toegestaan handelingen te verrichten of laten verrichten aan de aansluiting zonder uitdrukkelijke toestemming van de transmissiesysteembeheerder.
3.5.2 Tot het instellen, justeren, repareren en dergelijke van de apparatuur van de aansluiting zijn uitsluitend de transmissiesysteembeheerder of de door hem geautoriseerde personen bevoegd.
3.5.3 Bij (dreigende) calamiteiten dient aangeslotene onmiddellijk contact op te nemen met de transmissiesysteembeheerder en de instructies van de transmissiesysteembeheerder met betrekking tot het gebruik maken van de aansluiting op te volgen.
3.6 Overdrachtspunt
Het overdrachtspunt is het fysieke verbindingspunt tussen enerzijds het transmissiesysteem en anderzijds de installatie van de aangeslotene, of tussen enerzijds het transmissiesysteem en anderzijds de aansluiting van de aangeslotene, waar het gas het transmissiesysteem verlaat; dit verbindingspunt ligt (gezien vanuit het transmissiesysteem) één meter achter isolatiekoppeling van de aansluiting, tenzij de transmissiesysteembeheerder en de desbetreffende aangeslotene anders zijn overeengekomen of – indien de transmissiesysteembeheerder de aansluiting niet in beheer heeft op een tussen de systeembeheerder en de aangeslotene onderling overeengekomen verbindingspunt.
3.7 Wijzigingsaanvragen
1. Aangeslotene kan een verzoek indienen tot wijziging van de aansluiting door middel van het invullen van een formulier dat de transmissiesysteembeheerder hiervoor op haar website ter beschikking stelt.
2. Na ontvangst van het verzoek zal de transmissiesysteembeheerder binnen vijf werkdagen met de verzoeker contact opnemen om het vervolgproces te bespreken en zal hierna starten met een onderzoek naar de mogelijkheden om de benodigde wijziging te realiseren.
3. De aanvrager dient de transmissiesysteembeheerder te voorzien van de informatie die voor de uitvoering van dit onderzoek nodig is.
4. De transmissiesysteembeheerder kan met de aangeslotene operationele voorwaarden overeenkomen die verband houden met die wijziging.
5. Voordat de transmissiesysteembeheerder de wijziging zal realiseren dient de aangeslotene de hiertoe opgestelde overeenkomst te ondertekenen.
6. De aansluitovereenkomst zal dienovereenkomstig worden gewijzigd.
3.8 De transmissiesysteembeheerder zal een eventuele weigering om een aanvraag conform artikel 3.1.0 of 3.7 te realiseren binnen een redelijke termijn schriftelijk, en met redenen omkleed, toelichten.
4.1 Een meet- en regelinrichting is geplaatst in een gebouw of een deel van het gebouw dat door de aangeslotene ter beschikking is gesteld. Het onderhoud, het schoonmaken en het aanpassen van het gebouw en het terrein waar de aansluiting zich bevindt, geschiedt door aangeslotene volgens de door de transmissiesysteembeheerder gestelde eisen. Onderdeel van het gebouw zijn alle door aangeslotene in, aan of op het gebouw aangebrachte zaken – waaronder hijswerktuigen en verlichting – ongeacht of die zaken in opdracht, op aanwijzing of op verzoek van de transmissiesysteembeheerder zijn aangebracht, met uitzondering van de aansluiting zelf
4.2 De aanleg en het onderhoud van een, volgens de daarvoor geldende veiligheidsnormen, adequate elektriciteitsinstallatie, alsmede het verbruik van elektriciteit en water ten behoeve van het gebouw en de daarin geplaatste meet- en regelinrichting, komen ten laste van aangeslotene.
4.3 [Vervallen]
4.4 Ter waarborging van het veilig uitvoeren van werkzaamheden zal aangeslotene slechts werkzaamheden aan het gebouw verrichten in overleg met de transmissiesysteembeheerder.
5.1 De metingen in de aansluiting geschieden door de transmissiesysteembeheerder conform de Meetcode Gas LNB.
5.2 [vervallen]
5.3
1. De minimum meetcapaciteit, dit is de capaciteit waarbij de ondergrens van het meetbereik van de meet- en regelinrichting wordt bereikt, wordt in de aansluitovereenkomst vastgelegd op basis van de door aangeslotene aan de transmissiesysteembeheerder verstrekte gegevens.
2. Indien aangeslotene wijziging verlangt van de vastgelegde minimum meetcapaciteit, zal hij hierover tijdig met de transmissiesysteembeheerder in overleg treden.
3. Op basis van de door aangeslotene verstrekte gegevens, doet de transmissiesysteembeheerder onderzoek naar de mogelijkheden om de gewenste minimum meetcapaciteit te realiseren.
4. Een gewijzigde minimum meetcapaciteit wordt in overleg door de transmissiesysteembeheerder en aangeslotene in de aansluitovereenkomst vastgelegd.
5.4
1. Aangeslotene zal er voor zorgen dat de hoeveelheid afgenomen gas niet structureel of planmatig zal komen te liggen in het capaciteitsgebied tussen nul en de minimum meetcapaciteit en zodanige maatregelen nemen opdat een goede inzet van de meet- en regelinrichting wordt gewaarborgd.
2. Aangeslotene is verplicht om de transmissiesysteembeheerder, indien zich een situatie van een dergelijke onderschrijding voordoet of kan voordoen, te informeren, voor zover mogelijk tijdig voorafgaand aan die situatie, en de door de transmissiesysteembeheerder ter zake gegeven aanwijzingen op te volgen.
3. Voorts is aangeslotene verplicht, indien en voor zover hij structureel en/of planmatig de overeengekomen minimum meetcapaciteit onderschrijdt, met de transmissiesysteembeheerder in overleg te treden over een lagere minimum meetcapaciteit.
4. Op basis van de door desbetreffende aangeslotene verstrekte gegevens, doet de transmissiesysteembeheerder onderzoek naar de mogelijkheden om een lagere minimum meetcapaciteit te realiseren.
5. Een gewijzigde minimum meetcapaciteit wordt in overleg door de transmissiesysteembeheerder en aangeslotene vastgelegd.
5.5 Indien aangeslotene gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de meet- en regelinrichting niet correct functioneert of een afwijking vertoont, zal de transmissiesysteembeheerder de meet- en regelinrichting controleren en zonodig handelend optreden (justeren) volgens het bepaalde in de Meetcode gas LNB. De kosten hiervan komen voor rekening van de transmissiesysteembeheerder, tenzij een eventueel geconstateerde onnauwkeurigheid de toegestane afwijkingen, zoals gedefinieerd in de Meetcode gas LNB niet overschrijdt, in welk geval de kosten voor rekening van aangeslotene komen.
5.6 Indien wordt vastgesteld dat de meet- en regelinrichting niet correct functioneert, maar het tijdstip waarop dit niet-correct functioneren is begonnen niet kan worden bepaald, wordt het niet-correct functioneren geacht te zijn begonnen halverwege de datum waarop het niet-correct functioneren is vastgesteld en de datum van de laatste onbetwiste controle van de meet- en regelinrichting. De datum waarop het niet-correct functioneren is vastgesteld, wordt geacht te zijn de datum waarop de controle is uitgevoerd die het niet-correct functioneren volgens artikel 5.5 aantoonde. De door de meet- en regelinrichting gemaakte fout gedurende de periode tussen de datum waarop het niet-correct functioneren is begonnen, dan wel wordt geacht te zijn begonnen, en de datum waarop de meter weer naar behoren functioneert, zal in overleg met aangeslotene door de transmissiesysteembeheerder worden geschat. Correctie vindt evenwel slechts plaats binnen de termijnen zoals genoemd in de artikelen 2.4.1 en 2.5.1 van de Allocatiecode systeembeheerders gas.
6.1 Werkzaamheden
6.1.1 De transmissiesysteembeheerder en aangeslotene zullen te allen tijde voldoende informatie uitwisselen en maatregelen nemen, opdat de werkzaamheden aan en de in- en uitbedrijfname van (onderdelen van) de aansluiting, de gasinstallatie en/of het transmissiesysteem en/of de daarmee verband houdende telecommunicatievoorzieningen zodanig worden gecoördineerd dat eventuele verstoring van de reguliere beschikbaarstelling van gas tot een minimum wordt beperkt.
6.1.2 Waar redelijkerwijs noodzakelijk in verband met de veiligheid, doelmatigheid en betrouwbaarheid van het transmissiesysteem, zullen de transmissiesysteembeheerder en aangeslotene voor werkzaamheden aan de aansluiting, de gasinstallatie of het transmissiesysteem die gedurende een bepaalde periode een zekere gasafname of gasafnamepatroon op de aansluiting vereisen, met elkaar en met andere systeemgebruikers samenwerken teneinde gedurende deze periode een dergelijke gasafname of gasafnamepatroon te realiseren.
6.1.3 Door de transmissiesysteembeheerder te verrichten werkzaamheden aan en inspecties van de aansluiting zullen, zoveel als redelijkerwijs mogelijk, tijdens kantooruren, in overleg met en met inachtneming van het veiligheidsbeleid van aangeslotene worden verricht.
6.1.4 Aangeslotene staat er voor in dat de door de transmissiesysteembeheerder aan te wijzen personen te allen tijde toegang hebben tot het gebouw en de aansluiting voor het uitvoeren van werkzaamheden en het verrichten van inspecties aan de aansluiting waaronder inbegrepen de meet- en regelinstallatie, alsmede dat het gebouw en de aansluiting steeds goed bereikbaar zijn.
6.1.5 Indien de transmissiesysteembeheerder voornemens is om, buiten het geval van storing of calamiteiten, werkzaamheden te verrichten aan de aansluiting die kunnen leiden tot onderbreking, vermeerdering of vermindering van de beschikbaarstelling van gas dan wel tot verandering van de condities waaronder het gas beschikbaar wordt gesteld, zullen deze werkzaamheden niet eerder worden uitgevoerd dan nadat over het tijdstip en de tijdsduur van de onderbreking of de vermeerdering of vermindering van de beschikbaarstelling van gas dan wel de verandering van de condities waaronder het gas beschikbaar wordt gesteld, overleg met aangeslotene heeft plaatsgevonden. De transmissiesysteembeheerder zal bij planning en uitvoering van deze werkzaamheden zoveel als redelijkerwijs mogelijk met de belangen van aangeslotene rekening houden.
6.1.6 Indien een calamiteit of storing de aansluiting, de gasinstallatie en/of het ongestoorde functioneren van het transmissiesysteem dreigt, kan de transmissiesysteembeheerder de noodzakelijke werkzaamheden onverwijld en zonder voorafgaand overleg met aangeslotene uitvoeren. De transmissiesysteembeheerder en aangeslotene zullen in dat geval zoveel als redelijkerwijs mogelijk contact met elkaar onderhouden en samenwerken om de calamiteit of storing dan wel de gevolgen daarvan op te heffen.
6.1.7 De transmissiesysteembeheerder is bevoegd om zonder voorafgaande mededeling aan aangeslotene en andere betrokkenen de aansluiting af te sluiten indien dit vereist is wegens direct gevaar voor personen.
6.1.8 Aangeslotene of de transmissiesysteembeheerder zal noch door middel van de aansluiting en/of de gasinstallatie respectievelijk het transmissiesysteem noch anderszins hinder of schade veroorzaken voor het transmissiesysteem respectievelijk de aansluiting en/of de gasinstallatie. Aangeslotene zal de aansluiting niet gebruiken voor aarding van elektrische installaties, toestellen, bliksemafleiders en dergelijke, dan wel voor enig ander doel dan onder deze Aansluitcode gas TSB uitdrukkelijk is toegestaan. Aangeslotene zal de door of vanwege de transmissiesysteembeheerder op de aansluiting aangebrachte verzegelingen niet verbreken of laten verbreken.
6.2 Communicatie
6.2.1 Met betrekking tot het gebruik van de aansluiting zullen de transmissiesysteembeheerder en aangeslotene prioriteit geven aan de veiligheid, doelmatigheid en betrouwbaarheid van het transmissiesysteem. De transmissiesysteembeheerder en aangeslotene zullen elkaar de nodige medewerking te verlenen bij de toepassing en de uitvoering van het bepaalde in deze Aansluitcode gas TSB en de controle op de naleving daarvan. De transmissiesysteembeheerder en aangeslotene zijn verplicht elkaar zo spoedig mogelijk op de hoogte te stellen van alle gegevens, voorvallen en wijzigingen in omstandigheden of in de feitelijke situatie die voor de uitvoering van deze Aansluitcode gas TSB van belang (kunnen) zijn, waaronder waargenomen of vermoede (dreiging van) schade, gebreken of onregelmatigheden aan de aansluiting, de gasinstallatie, het gebouw en/of eventuele andere hulpmiddelen, verbreking van de verzegeling daaronder begrepen.
6.2.2 De transmissiesysteembeheerder en aangeslotene zijn, onder meer om hetgeen omschreven in 6.2.1 na te kunnen komen, vierentwintig uur per dag en elke dag van het jaar telefonisch dan wel via enig ander overeengekomen communicatiesysteem bereikbaar. Alle relevante adres- en communicatiegegevens worden vastgelegd. Indien deze gegevens wijzigen, dienen de transmissiesysteembeheerder en aangeslotene elkaar hierover uiterlijk tien werkdagen voorafgaand aan wijziging van de gegevens schriftelijk te informeren op het vastgelegde adres.
6.2.3 De transmissiesysteembeheerder en aangeslotene zullen zich voldoende inspannen te (blijven) beschikken over de benodigde vergunningen en elkaar over de inhoud van die vergunningen en de voorwaarden waaronder zij zijn afgegeven, te (blijven) informeren.
6.3 Continuïteit
6.3.1 Aangeslotene verstrekt jaarlijks op verzoek van de transmissiesysteembeheerder voor elke aansluiting informatie over de verwachte capaciteitsbehoefte in de komende vier jaren. Aangeslotene zal aan de transmissiesysteembeheerder, indien de transmissiesysteembeheerder, hierom verzoekt, nadere (achtergrond)informatie verstrekken over de door hem verstrekte gegevens. Aangeslotene staat er voor in dat de door hem verstrekte opgaven op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen en een zo goed mogelijke schatting geven van de toekomstige capaciteitsbehoefte. De transmissiesysteembeheerder en aangeslotene zullen de af te spreken capaciteit met name baseren op de door aangeslotene verstrekte gegevens.
7.1 [vervallen]
7.2 Compensatie bij ernstige storingen
7.2.1 Aangeslotene heeft recht op een financiële compensatie bij storingen die voor een periode langer dan 4 uren tot een onderbreking van het transport van gas leiden, met uitzondering van voorziene onderbrekingen.
7.2.2 De in artikel 7.2.1 genoemde termijn van 4 uren vangt voor alle door de onderbreking getroffen aangeslotenen aan op het moment dat de transmissiesysteembeheerder de eerste melding van een onderbreking van een aangeslotene ontvangt of, indien dat eerder is, op het moment van vaststelling van de onderbreking door de transmissiesysteembeheerder.
7.2.3 De in artikel 7.2.1 genoemde financiële compensatie bedraagt voor de aangeslotene € 910,– bij een onderbreking van 4 uur tot 8 uur, vermeerderd met € 500,– voor elke volgende aaneengesloten periode van 4 uur. De uitbetaling dient binnen drie maanden te geschieden.
7.2.4 De duur van onderbreking wordt voor alle door de onderbreking van het transport van gas getroffen aangeslotenen bepaald als de tijdsduur tussen de in artikel 7.2.2 gedefinieerde aanvang van de onderbreking en het moment dat het transport voor alle door de onderbreking van het transport van gas getroffen aangeslotenen is hersteld.
7.3 Voorwaarden aangaande beperking laagcalorisch gas
7.3.0 De artikelen in deze paragraaf bevatten voorwaarden met betrekking tot de wijze waarop de transmissiesysteembeheerder i en de aangeslotene nadere uitvoering geven aan de artikelen 3.70, 3.71 en artikelen 2.62 tot en met 2.65 van de Energiewet.
7.3.1
1. De aangeslotene doet een melding met als doel afsluiting als bedoeld in artikel 2.63, tweede lid van de Energiewet middels het meldingsformulier op de website van de transmissiesysteembeheerder.
2. De melding bedoeld in het eerste lid bevat in ieder geval de verwachte datum waarop de gasinstallatie van de aangeslotene gereed zal zijn voor de afsluiting, zodat het afsluiten op veilige wijze kan plaatsvinden.
3. Partijen zullen dienovereenkomstig de aansluitovereenkomst beëindigen.
7.3.2
1. De aangeslotene doet een melding met als doel omschakeling zoals bedoeld in artikel 2.63, tweede lid van de Energiewet middels het meldingsformulier op de website van de transmissiesysteembeheerder.
2. De melding bedoeld in het eerste lid bevat in ieder geval:
a. de verwachte datum waarop de gasinstallatie van de aangeslotene gereed zal zijn voor de omschakeling naar hoogcalorisch gas, zodat het omschakelen op veilige wijze kan plaatsvinden; en
b. alle overige gegevens die naar het oordeel van de aangeslotene relevant zijn voor een, voor de bedrijfsprocessen van de aangeslotene, doelmatige en efficiënte planning van het omschakelen.
3. Na ontvangst van de melding bedoeld in het eerste lid doet de transmissiesysteembeheerder onderzoek naar de mogelijkheden ten aanzien van de planning om, met inachtneming van de relevante gegevens bedoeld in het tweede lid, de omschakeling van de aansluiting te realiseren. De aangeslotene zal medewerking verlenen aan dit onderzoek.
4. De transmissiesysteembeheerder zal zich inspannen om binnen zes weken na ontvangst van de melding bedoeld in het eerste lid, inclusief de gegevens bedoeld in het tweede lid, de planning aan aangeslotene en aan de Minister te sturen.
5. Indien de transmissiesysteembeheerder voorziet dat hij er niet in slaagt om binnen zes weken na ontvangst van de melding een planning op te sturen, informeert hij de aangeslotene hier uiterlijk vier weken na ontvangst van de melding bedoeld in het eerste lid over. Tevens vermeldt de transmissiesysteembeheerder hierbij de termijn waarbinnen hij voorziet dat de planning zal worden gestuurd.
6. Partijen leggen afspraken met betrekking tot het omschakelen vast in een omschakelovereenkomst.
7. Partijen nemen wijzigingen aan de aansluiting als gevolg van de omschakeling, waaronder de gewijzigde gaskwaliteit, op in de tussen partijen bestaande aansluitovereenkomst.
7.3.3 Partijen leggen de operationele voorwaarden die verband houden met de omschakeling bedoeld in artikel 2.63, tweede lid van de Energiewet vast in een omschakelovereenkomst. Een omschakelovereenkomst bevat in ieder geval:
a. de planning van de omschakeling;
b. de wijze van omschakeling; en
c. de werkzaamheden die de transmissiesysteembeheerder of de aangeslotene zal uitvoeren aan de aansluiting, de gasinstallatie en het gebouw of deel van een gebouw waarin een meet- en regelinrichting van de aansluiting wordt opgesteld.
7.3.4 Indien een aangeslotene op basis van artikel 2.65 van de Energiewet een verzoek indient om ontheffing van het verbod als bedoeld in artikel 2.63, eerste lid van de Energiewet verleent de transmissiesysteembeheerder op aanvraag van de aangeslotene medewerking om de voor de ontheffingsaanvraag noodzakelijke informatie aan te leveren.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 5 februari 2026
Autoriteit Consument en Markt, namens deze: M.R. Leijten bestuurslid
Als u belanghebbende bent, kunt u bezwaar maken tegen dit besluit. Stuur uw gemotiveerde bezwaarschrift naar de Autoriteit Consument en Markt, Juridische Zaken, postbus 16326, 2500 BH Den Haag of naar acm-post@acm.nl. Dit moet u doen binnen zes weken na de dag waarop dit besluit bekend is gemaakt. In uw bezwaarschrift kunt u de Autoriteit Consument en Markt verzoeken in te stemmen met rechtstreeks beroep bij de bestuursrechter.
1. Vanwege de inwerkingtreding van de Energiewet per 1 januari 2026 moeten de codes worden aangepast. De scope van de codes, begrippen en verwijzingen zijn veranderd. De gezamenlijke systeembeheerders hebben hiertoe een voorstel ingediend. Hierbij zijn geen beleidsmatige wijzigingen van de codes beoogd. In dit besluit keurt de ACM de Aansluitcode gas TSB goed en stelt deze vast. Deze code vervangt de Aansluitcode gas, die met dit besluit wordt ingetrokken.
2. De ACM keurt op grond van artikel 12f van de Gaswet jo. 7.42 van de Energiewet en artikel 3.121 van de Energiewet methoden of voorwaarden voor de energiemarkt goed, of stelt deze vast. Dit besluit is tot stand gekomen op basis van een voorstel van de gezamenlijke systeembeheerders dat de ACM op 22 december 2025 heeft ontvangen.
3. De ACM is van mening dat het voorstel geen technische voorschriften bevat bedoeld in Richtlijn 2015/1535. Om die reden zijn de voorwaarden in dit besluit niet in ontwerp ter notificatie aangeboden.
4. De ACM constateert dat het voorstel op 4 december 2025 in een overleg met representatieve organisaties is besproken. In het voorstel is een verslag opgenomen van dit overleg en de indieners hebben in het voorstel aangegeven welke gevolgtrekkingen zij hebben verbonden aan de zienswijzen die organisaties naar voren hebben gebracht. Naar het oordeel van de ACM voldoet het voorstel daarmee aan de vereisten bedoeld in artikel 12d van de Gaswet en artikel 3.120, tweede lid, van de Energiewet.
5. Op 1 januari 2026 is de Energiewet in werking getreden. De Energiewet vervangt de Elektriciteitswet 1998 (hierna: E-wet) en Gaswet. De ACM stelde onder de E-wet en Gaswet tariefstructuren en voorwaarden vast, ook codes genoemd. Deze codes zijn onder te verdelen naar codes over tarieven en tariefstructuren, technische codes, codes over meten, codes over informatie-uitwisseling, en codes over de gebiedsindeling.
6. De ACM blijft bevoegd om de codes over tarieven en tariefstructuren, en de technische codes op grond van artikel 3.121 van de Energiewet goed te keuren en vast te stellen. De codes die vastgesteld zijn onder de E-wet en Gaswet kunnen niet in de huidige vorm blijven bestaan, omdat de Energiewet begrippen dusdanig wijzigt dat een volledige herziening van de tekst en de titel van de codes noodzakelijk is.
7. Met dit besluit keurt de ACM het voorstel van de gezamenlijke systeembeheerders voor de Aansluitcodecode gas TSB goed en stelt deze vast. Deze code bevat de voorwaarden met betrekking tot de wijze waarop de transmissiesysteembeheerder en een direct aangeslotene de aansluiting en het transmissiesysteem technisch en operationeel compatibel laten zijn en blijven.
8. De ACM beoogt met deze nieuwe code alleen beleidsneutrale wijzigingen ten opzichte van de oude Aansluitcode gas. De inwerkingtreding van de Energiewet vereist ook codewijzingen die beleidskeuzes behoeven. Deze zullen later via een ander codevoorstel door de gezamenlijke systeembeheerders worden ingediend en door de ACM worden beoordeeld.
9. Zoals het voorstel aangeeft, zien de wijzigingen ten opzichte van de oude codetekst op de volgende onderdelen:
– de code is aangepast op het nieuwe begrippenkader in de Energiewet;
– wettelijke taken en verplichtingen die niet in de Energiewet terugkomen zijn uit de code verwijderd;
– inconsistenties tussen in de Energiewet en Europese verordeningen gedefinieerde begrippen zijn aangepast;
– opzet van de code is meer conform de Aanwijzingen voor de Regelgeving gemaakt;
– hoofdstukken, artikelen en bijlagen zijn vernummerd om deze in een logische volgorde te zetten; en
– kennelijke verschrijvingen en inconsistenties in de tekst zijn hersteld.
10. De meest in het oog springende begrippen die in de Energiewet zijn veranderd ten opzichte van de Gaswet, zijn:
– een net wordt een systeem;
– de aansluiting van een systeem op een ander systeem wordt een systeemkoppeling, behalve in geval van een aansluiting van een gesloten systeem op een ander systeem;
– netbeheerder van het landelijk gastransportnet wordt transmissiesysteembeheerder voor gas; en
– de regionale netbeheerder wordt distributiesysteembeheerder.
11. De ACM verwijst voor een gedetailleerd overzicht van de wijzigingen naar het codevoorstel gepubliceerd op www.acm.nl.
12. Met dit besluit wordt de Aansluitcode gas ingetrokken. Dit heeft de ACM in artikel 8.1 opgenomen. Ook heeft de ACM in artikel 8.2 de datum van inwerkingtreding en in artikel 8.3 de citeertitel toegevoegd.
13. De ACM heeft grammatica, spelling en interpunctie in het codevoorstel waar nodig gecorrigeerd. Daarnaast heeft de ACM enkele tekstuele aanpassingen gedaan om de codebepalingen te verduidelijken.
14. De ACM komt tot het oordeel dat de wijzigingen die de gezamenlijke systeembeheerders voorstellen niet in strijd zijn met de belangen, regels en eisen bedoeld in artikel 12f, eerste en tweede lid van de Gaswet noch met artikel 3.121 van de Energiewet en keurt deze derhalve goed.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-4099.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.