Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Autoriteit Consument en Markt | Staatscourant 2026, 4090 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Autoriteit Consument en Markt | Staatscourant 2026, 4090 | overige overheidsinformatie |
Zaaknummer: ACM/25/197796
De Autoriteit Consument en Markt,
Gelet op artikel 3.121 van de Energiewet;
Besluit:
Deze code is onderdeel van de methoden of voorwaarden, bedoeld in artikel 3.119 van de Energiewet, voor zover die betrekking hebben op elektriciteit en bevat de nadere onderscheiding van de tarieven, de toedeling van kostensoorten aan deze tarieven en de wijze waarop de kostensoorten in aanmerking worden genomen, bedoeld in artikel 3.107, vierde lid, van de Energiewet.
1. Voor de toepassing van deze code gelden de begrippen en bijbehorende begripsbepalingen uit de Begrippencode elektriciteit 2026, de Energiewet, Verordening (EU) 2015/1222 (GL CACM), Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), Verordening (EU) 2016/1388 (ND DCC), Verordening (EU) 2026/1447 (NC HVDC), Verordening (EU) 2016/1719 (GL FCA), Verordening (EU) 2017/1485 (GL SO), Verordening (EU) 2017/2195 (GL EB), Verordening (EU) 2027/2196 (NC ER) en Verordening (EU) 2019/943.
2. In deze code wordt onder congestie, distributiesysteem, distributiesysteembeheerder, interconnectorsysteem, transmissiesysteem of transmissiesysteembeheerder telkens verstaan congestie, distributiesysteem, distributiesysteembeheerder, interconnectorsysteem, transmissiesysteem of transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit, tenzij anders vermeld.
3. In deze code wordt onder aangeslotene mede verstaan degene die om een aansluiting heeft verzocht.
4. In deze code wordt onder distributiesysteem en transmissiesysteem verstaan een distributiesysteem en een transmissiesysteem waarvoor op grond van artikel 3.2 van de Energiewet een distributiesysteembeheerder voor elektriciteit respectievelijk een transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit is aangewezen.
Indien een aansluit- en transportovereenkomst in de loop van de maand wordt aangegaan, gewijzigd of beëindigd, worden de maandelijks verschuldigde vergoedingen voor die maand op dagbasis bepaald en in rekening gebracht.
1. Met het oog op de uitvoering van artikel 3.106, eerste lid, van de Energiewet, voor zover dat lid betrekking heeft op het in rekening brengen van tarieven bij beheerders van transmissie- of distributiesystemen die via een systeemkoppeling zijn verbonden met zijn systeem, is deze code van overeenkomstige toepassing op het leveren van de dienst tussen systeembeheerders onderling die gepaard gaat met het realiseren, wijzigen en onderhouden van een systeemkoppeling alsmede op het leveren van de transportdienst tussen systeembeheerders onderling via een systeemkoppeling, waarbij voor ‘aansluiting’ ‘systeemkoppeling’ gelezen dient te worden en voor ‘aangeslotene’ ‘systeembeheerder wiens systeem via een systeemkoppeling is verbonden met zijn systeem’.
2. Voor de toepassing van deze code wordt in geval van een systeemkoppeling tussen twee systemen van een ongelijk spanningsniveau het systeem van het lagere spanningsniveau geacht te zijn gekoppeld met het systeem van het hogere spanningsniveau.
3. Voor de toepassing van deze code worden in geval van een systeemkoppeling tussen twee systemen van een gelijk spanningsniveau de systemen geacht over en weer met elkaar te zijn gekoppeld.
1. De transmissie- of distributiesysteembeheerder biedt aan iedere aangeslotene die een aansluiting op het door die transmissie- of distributiesysteembeheerder beheerde systeem heeft of daarom overeenkomstig artikel 3.38, eerste lid, van de Energiewet verzoekt de aansluitdienst aan.
2. De aansluitdienst omvat de volgende werkzaamheden die nodig zijn om een aansluiting op het systeem te realiseren, te wijzigen en te onderhouden:
a. het verbreken van het systeem van de desbetreffende systeembeheerder om een fysieke verbinding van de installatie of het systeem van een aangeslotene met dat systeem tot stand te brengen;
b. het installeren van voorzieningen om het systeem van de desbetreffende systeembeheerder te beveiligen en beveiligd te houden; en
c. het tot stand brengen en in stand houden van een verbinding tussen de plaats waar het systeem verbroken is en de voorzieningen om het systeem te beveiligen.
3. De aansluitdienst heeft betrekking op de aansluiting voor aangeslotenen met een door de aangeslotene gewenste aansluitcapaciteit.
4. Een aangeslotene heeft recht op een aansluiting op het door hem gevraagde spanningsniveau, tenzij dit om technische redenen redelijkerwijs niet van de systeembeheerder kan worden verlangd. De systeembeheerder en de aangeslotene overleggen over onder welke voorwaarden en tegen welke vergoeding de aansluiting in deze gevallen wordt gerealiseerd.
1. De systeembeheerder brengt voor het leveren van de aansluitdienst aan iedere aangeslotene het aansluittarief in rekening.
2. Indien de aansluiting op verzoek van de aangeslotene uit meerdere verbindingen bestaat, brengt de systeembeheerder tevens voor elke extra verbinding die geen deel uitmaakt van de standaardaansluiting het aansluittarief in rekening.
3. De systeembeheerder en de aangeslotene komen in overleg instandhoudingskosten overeen indien sprake is van:
a. een aansluiting bestaande uit meerdere verbindingen; en
b. de verbindingen zijn gerealiseerd voor 1 januari 2004; of
c. de verbindingen maken deel uit van een aansluiting groter dan 10 MVA of 1 MVA, indien de aangeslotene daar om verzocht heeft.
1. Indien een aangeslotene overeenkomstig artikel 3.39, eerste lid, van de Energiewet, aansluitingswerkzaamheden laat uitvoeren door een ander dan de systeembeheerder, brengt de systeembeheerder, in afwijking van artikel 2.2, geen aansluittarief in rekening voor de desbetreffende aansluiting, maar slechts de vergoeding, bedoeld in het derde lid.
2. In de overeenkomst, bedoeld in artikel 2.30, eerste tot en met derde lid, van de Systeemcode elektriciteit 2026, wordt vastgelegd welke met de aansluitingswerkzaamheden samenhangende taken als bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, de systeembeheerder heeft.
3. Voor de in het tweede lid bedoelde overeenkomst vastgelegde taken komen de aangeslotene en de systeembeheerder een redelijke vergoeding overeen die gespecificeerd wordt naar taak en gebaseerd is op het aantal door de systeembeheerder daaraan daadwerkelijk te besteden uren, waarbij tevens de loonkosten van de per taak bestede uren worden gespecificeerd.
1. Het aansluittarief dient ter bestrijding van de kosten die de systeembeheerder in verband met de in artikel 2.1, tweede lid, genoemde werkzaamheden maakt, en voor zover deze geen deel uitmaken van de transportkosten.
2. De in het eerste lid bedoelde kosten zijn te onderscheiden in:
a. initiële investeringskosten;
b. kosten voor het in stand houden van de aansluiting.
3. Met betrekking tot de in het tweede lid, onderdeel a, genoemde kosten geldt dat slechts de kosten van rechtstreeks met de totstandbrenging van de aansluiting gemoeide investeringen in aanmerking worden genomen, waarbij de systeembeheerder voor de standaardaansluitingen, zoals aangegeven in de tabel in bijlage 2 en nader omschreven in bijlage 1, uitgaat van gemiddelden.
Het aansluittarief bestaat uit ten hoogste drie tariefdragers:
a. een eenmalige bijdrage op basis van de initiële investeringskosten. Hieronder wordt verstaan de specifiek voor de desbetreffende nieuwe aansluiting gedane investering;
b. indien er sprake is van herbruikbare activa: een periodieke vergoeding ter dekking van de kapitaallasten van deze activa in Euro’s per maand of een andere tijdsperiode;
c. een periodieke vergoeding per maand ter dekking van de kosten voor het in stand houden van de aansluiting.
Het eenmalige aansluittarief bestaat uit een bedrag dat is opgebouwd uit:
a. een vast bedrag voor de verbreking van het systeem van de desbetreffende systeembeheerder om een fysieke verbinding van de installatie van een aangeslotene met dat systeem tot stand te brengen (de knip);
b. een vast bedrag voor het installeren van voorzieningen om het systeem van de desbetreffende systeembeheerder te beveiligen en beveiligd te houden (de beveiliging); en
c. een vast bedrag voor het tot stand brengen van een verbinding met een maximale kabellengte van 25 meter tussen de plaats waar het systeem verbroken is en de voorzieningen om het systeem te beveiligen (de verbinding), aangevuld met een bedrag per meter voor elke meter meer dan die 25 meter.
1. De periodieke vergoeding voor aansluitingen met een aansluitcapaciteit kleiner dan 3 MVA bestaat uit een bedrag ter dekking van de kosten:
a. van het instandhouden van de aansluiting;
b. voor elke meter meer dan de maximale kabellengte van 25 meter tussen de plaats waar het systeem verbroken is en voor de voorzieningen om het systeem te beveiligen (de verbinding).
2. De periodieke vergoeding voor aansluitingen met een aansluitcapaciteit groter dan of gelijk aan 3 MVA bestaat uit een bedrag ter dekking van de kosten van het instandhouden van de aansluiting, aangevuld met een bedrag per meter ter dekking van de kosten van het instandhouden voor elke meter meer dan die 25 meter.
1. Met inachtneming van de bijlagen 1 en 2 wordt het aansluittarief bepaald door de aansluitcapaciteit die de aangeslotene wenst.
2. Het is de systeembeheerder toegestaan om voor zijn gebied afwijkende grenzen vast te stellen.
3. De in het tweede lid bedoelde afwijkende grenzen liggen ter inzage bij de systeembeheerder en worden, ook bij wijzigingen ervan, schriftelijk gemeld bij de Autoriteit Consument en Markt.
4. Een voornemen tot het wijzigen van de in het tweede lid bedoelde grenzen wordt aan de Autoriteit Consument en Markt ter kennis gebracht, tegelijk met het voorstel voor de tarieven, bedoeld in artikel 3.110 van de Energiewet.
5. Wijzigingen van de in het tweede lid bedoelde grenzen zijn van toepassing met ingang van de datum waarop ook nieuw vastgestelde tarieven in werking treden.
1. Voor de volgende aansluitingen geldt een aansluittarief dat is gebaseerd op de voorcalculatorische projectkosten met betrekking tot een dergelijke aansluiting:
a. aansluitingen met een aansluitcapaciteit van meer dan 10 MVA;
b. aansluitingen met een aansluitcapaciteit van meer dan 1 MVA en waarbij de aangeslotene de systeembeheerder heeft verzocht om van de standaardaansluiting af te wijken;
c. tijdelijke aansluitingen zoals bouwaansluitingen en aansluitingen voor kermissen en andere kortstondige evenementen.
2. Voor het berekenen van de tarieven gebaseerd op de voorcalculatorische kosten wordt de standaardfactuur overeenkomstig bijlage 3 toegepast.
3. Indien de systeembeheerder de aanleg van de aansluiting aanbesteedt, biedt de systeembeheerder de aangeslotene inzicht in de criteria, de procedure en het resultaat van aanbesteding.
4. Het eerste tot en met derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op eenmalige werkzaamheden van de systeembeheerder ten behoeve van het aanpassen van de aansluiting en het realiseren van voorzieningen aan de aansluiting voor het kunnen toekennen van additionele allocatiepunten aan een aansluiting.
Het aansluittarief voor een systeemkoppeling is gebaseerd op de voorcalculatorische projectkosten met betrekking tot een dergelijke systeemkoppeling volgens bijlage 3.
1. Voor de instandhouding van de in artikel 2.9, eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde aansluitingen en de in artikel 2.10 bedoelde systeemkoppelingen verricht de systeembeheerder de in de tabel in bijlage 4 genoemde (categorieën) werkzaamheden.
2. De systeembeheerder stelt de periodieke vergoeding voor de instandhouding van de in artikel 2.9, eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde aansluitingen en de in artikel 2.10 bedoelde systeemkoppelingen vast en neemt daarbij de volgende uitgangspunten in acht:
a. voor de in de tabel in bijlage 4 onder “beheer” genoemde werkzaamheden wordt uitgegaan van de kosten die aan het beheer van de in artikel 2.9, eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde aansluitingen en de in artikel 2.10 bedoelde systeemkoppelingen zijn toe te rekenen (omslagstelsel). De periodieke aansluitvergoeding wordt initieel vastgesteld op basis van een door de systeembeheerder vastgesteld percentage van de met de aangeslotene overeengekomen investeringskosten;
b. voor de in de tabel in bijlage 4 onder “vervanging” genoemde werkzaamheden wordt uitgegaan van een vaste verhouding tussen de kosten van vervangingen en de met de aangeslotene overeengekomen investeringskosten. Deze verhouding is gebaseerd op de door de systeembeheerder gehanteerde vervangingstermijnen van de afzonderlijke componenten van de aansluiting, waarbij deze vervangingstermijnen zijn gebaseerd op de afschrijvingstermijnen uit de op dat moment geldende Regulatorische Accountingregels van de desbetreffende systeembeheerder;
c. indexering vindt plaats op basis van cpi, tenzij in de aansluit- en transportovereenkomst een andere indexeringsregeling is vastgelegd. De indexeringsregeling zorgt ervoor dat de initiële periodieke vergoeding voor de in de tabel in bijlage 4 onder “beheer” en “vervanging” genoemde werkzaamheden jaarlijks wordt geïndexeerd. Hiertoe wordt de met de aangeslotene overeengekomen investering jaarlijks met de indexering aangepast;
d. indien tussen de systeembeheerder en de aangeslotene instandhouding van de aansluiting zonder vervangingsverplichting wordt overeengekomen, wordt de periodieke aansluitvergoeding uitsluitend gebaseerd op de in de tabel in bijlage 4 onder “beheer” genoemde werkzaamheden. De kosten voor de in de tabel in bijlage 4 onder “vervanging” genoemde werkzaamheden zullen in dat geval separaat in rekening gebracht worden nadat deze kosten zich hebben voorgedaan;
e. indien voor een aansluiting in het verleden gekozen is voor instandhouding van de aansluiting zonder vervangingsverplichting en de aangeslotene terug wil keren naar instandhouding inclusief vervangingsverplichting, komen de systeembeheerder en de aangeslotene een terugkeerregeling overeen. Uitgangspunt voor de terugkeerregeling is dat het totaal van de reeds betaalde periodieke aansluitvergoeding en het te betalen bedrag bij de terugkeerregeling niet hoger is dan wat er voor deze aansluiting betaald zou zijn indien bij het oorspronkelijk afsluiten van de aansluit- en transportovereenkomst direct gekozen was voor instandhouding van de aansluiting inclusief vervangingsverplichting. Hierbij wordt rekening gehouden met onder meer de reeds in rekening gebrachte kosten, de verwachte levensduur van de componenten en de kwaliteit van de componenten;
f. indien voor een aansluiting in het verleden gekozen is voor instandhouding van de aansluiting inclusief vervangingsverplichting en de aangeslotene over wil gaan naar instandhouding zonder vervangingsverplichting, wordt de periodieke aansluitvergoeding opnieuw vastgesteld overeenkomstig onderdeel d. De nieuw vastgestelde periodieke aansluitvergoeding gaat in op de eerste dag van de kalendermaand die volgt op de maand waarin de systeembeheerder en de aangeslotene instandhouding van de aansluiting zonder vervangingsverplichting overeen zijn gekomen en geldt niet met terugwerkende kracht; en
g. zonder wijziging van de aansluiting, bedoeld in artikel 2.14, eerste lid, is een aanpassing van de periodieke aansluitvergoeding overeenkomstig hetzij onderdeel e hetzij onderdeel f slechts eenmaal mogelijk per aansluiting.
3. De periodieke aansluitvergoeding van de in artikel 2.9, eerste lid, onderdelen a en b, aansluitingen en artikel 2.10 bedoelde systeemkoppelingen wordt bij wijziging van de aansluiting of systeemkoppeling opnieuw op basis van bovengenoemde uitgangspunten vastgesteld.
4. Voor de periodieke aansluitvergoeding voor de instandhouding van de in artikel 2.9, eerste lid, onderdeel c, bedoelde aansluitingen zijn de standaardvergoedingen voor standaardaansluitingen met dezelfde aansluitcapaciteit verschuldigd.
5. De in de tabel in bijlage 4 onder “beheer” genoemde omschrijvingen hebben in deze tabel de volgende betekenis:
a. preventief onderhoud: het uitvoeren van periodieke of toestandsafhankelijke inspecties en het herstel van daarbij geconstateerde gebreken, waaronder begrepen alle werkzaamheden voor zover niet vallend onder de in de tabel in bijlage 4 onder “vervanging” genoemde werkzaamheden;
b. correctief onderhoud: het opheffen van storingen en werkzaamheden na een storing gericht op het herstellen van de functionaliteit van de aansluiting zowel primair als secundair, waaronder begrepen alle werkzaamheden voor zover niet vallend onder de in de tabel in bijlage 4 onder “vervanging” genoemde werkzaamheden;
c. werkzaamheden op initiatief derden: wijzigen van bestaande aansluitingen anders dan op verzoek van de aangeslotene voor zover de kosten daarvan niet worden gedekt door bijdragen van derden; en
d. overige operationele werkzaamheden: werkzaamheden met betrekking tot een bedrijfsvoeringscentrum, instandhouding van een storingsdienst en storingsvoorraad, het verrichten van diverse operationele werkzaamheden, het bijhouden van documentatie en het verstrekken van informatie over leidingen.
1. De in artikel 2.11, tweede lid, en bijlage 4 genoemde percentages betreffen voor alle in artikel 2.11 bedoelde aansluitingen van een systeembeheerder uniforme percentages.
2. De in het eerste lid bedoelde percentages worden periodiek door de systeembeheerder herijkt.
3. De herijkte percentages gelden vanaf dat moment voor alle in artikel 2.11 bedoelde aansluitingen.
1. Bij het verbreken of aflopen van de aansluit- en transportovereenkomst worden de kosten voor het uitgebruik nemen van de aansluiting via een eenmalige bijdrage in rekening gebracht bij de aangeslotene.
2. Bij het verlengen van de aansluit- en transportovereenkomst hoeven bestaande aansluitingen niet ingrijpend te worden aangepast, tenzij wijzigingen noodzakelijk zijn om de systeembeheerder in de gelegenheid te stellen zijn wettelijke taken uit te voeren.
1. Bij wijziging van een aansluiting op verzoek van aangeslotenen geldt een tarief gebaseerd op de voorcalculatorische projectkosten met betrekking tot een dergelijke wijziging tot een maximum van het aansluittarief dat geldt voor de nieuwe aansluiting volgens de tabel in bijlage 2 plus eventueel de eenmalige bijdrage conform artikel 2.13, eerste lid, voor het verwijderen van de oude aansluiting.
2. Voor het berekenen van de eenmalige bijdrage voor het uitgebruik nemen van de aansluiting, bedoeld in artikel 2.13, eerste lid, en voor het berekenen van de voorcalculatorische projectkosten voor het wijzigen van een aansluiting als bedoeld in het eerste lid wordt de wijze, zoals bepaald in artikel 2.9, tweede en derde lid, toegepast.
1. In het geval dat op een bestaande aansluiting een nieuwe aansluiting wordt gemaakt, zodat een deel van de aansluitkabel in een systeem verandert, zal de systeembeheerder onder de volgende voorwaarden overgaan tot restitutie van een deel van het door de “eerstaangeslotene” betaalde eenmalige aansluittarief:
a. de restitutie heeft slechts betrekking op het tarief dat is betaald voor de meerlengte van de verbinding boven de 25 meter;
b. de restitutie is van toepassing wanneer de afstand van de nieuwkomer hemelsbreed gemeten naar de aansluitkabel van de “eerstaangeslotene” korter is dan de afstand gemeten naar het voormalige systeem. De afstand wordt gemeten zoals bepaald is voor de standaardaansluiting;
c. de restitutieregeling is niet van toepassing op aansluitingen boven de 10 MVA, tijdelijke aansluitingen, aansluitingen ouder dan 25 jaar en aansluitingen waarvan de aansluitwerkzaamheden zijn uitbesteed aan derden;
d. voor de eerste zeven jaar wordt de restitutie op initiatief van de systeembeheerder verstrekt. Na zeven jaar wordt de restitutie verstrekt indien de “eerstaangeslotene” hiertoe een schriftelijk, met bewijsstukken ondersteund, verzoek bij de systeembeheerder indient; en
e. onder “eerstaangeslotene” wordt iedere aangeslotene verstaan op wiens aansluitkabel een nieuwe aansluiting wordt gemaakt.
2. De in het eerste lid bedoelde restitutie wordt als volgt berekend:
a. de hoogte van de restitutie wordt bepaald door de lengte van het gemeenschappelijke deel van de voormalige aansluitkabel van de “eerstaangeslotene” te vermenigvuldigen met het tarief voor de meerlengte van de aansluitkabel dat de “eerstaangeslotene” destijds betaald heeft; en
b. deze restitutie wordt toegepast bij elke nieuwe aansluiting waarbij weer een deel van de aansluitkabel van de “eerst-aangeslotene” verandert in systeem.
3. Voor aansluitingen groter dan 10 MVA, tijdelijke aansluitingen en aansluitingen waarvan de werkzaamheden zijn uitbesteed aan derden, zal tussen de systeembeheerder en de aangeslotene overleg worden gevoerd over de hoogte van restitutie.
4. Indien de bestaande en de nieuwe aansluiting, bedoeld in het eerste lid, betrekking hebben op hetzelfde WOZ-object, zijn het eerste tot en met derde lid niet van toepassing.
1. Voor het leveren van de transportdienst wordt het transportonafhankelijk transporttarief en het transportafhankelijk transporttarief in rekening gebracht per aansluiting van een aangeslotene die elektriciteit ontvangt.
2. Voor aansluitingen bestaande uit meer verbindingen geldt dat deze verbindingen voor het transporttarief als één aansluiting beschouwd worden voor zover de verbindingen in één en dezelfde tariefcategorie vallen en de overdrachtspunten van deze verbindingen liggen in delen van het systeem van de systeembeheerder die in de normale bedrijfstoestand galvanisch met elkaar verbonden zijn.
3. Indien door de in lid 2 bedoelde sommatie het gecontracteerd transportvermogen voor afname uitgaat boven de grenzen van de betreffende tariefcategorie volgens artikel 3.8, tweede lid, blijft toch de tariefcategorie, waarin de afzonderlijke verbindingen vallen, gelden.
4. In afwijking van het eerste tot en met derde lid geldt dat, indien sprake is van een groepstransportovereenkomst het transportonafhankelijk transporttarief en het transportafhankelijk transporttarief in rekening worden gebracht per groep, waarbij het transportonafhankelijk transporttarief bestaat uit de som van de transportonafhankelijke transporttarieven behorende bij de tariefcategorieën die overeenkomen met de systeemvlakken waarmee de individuele aan de groep deelnemende aansluitingen zijn verbonden.
1. Het transporttarief dient ter dekking van de kosten van de door de systeembeheerder beheerde infrastructuur.
2. De kosten, welke worden bepaald conform de normen en eisen van de Autoriteit Consument en Markt, worden ingedeeld in twee categorieën:
a. de transportafhankelijke kosten, zijnde:
1°. de afschrijvingslasten van de systeeminfrastructuur;
2°. een redelijk rendement op het geïnvesteerde vermogen in de systeeminfrastructuur;
3°. de kosten van aanleg en instandhouding van de systeeminfrastructuur;
4°. de kosten van inkoop van energie voor de dekking van systeemverliezen, het oplossen van fysieke congestie, het toepassen van congestiemanagement en de handhaving van de spannings- en blindvermogenshuishouding;
5°. de gecascadeerde kosten van netten op een hoger spanningsniveau;
6°. de operationele kosten in verband met het voorgaande;
7°. in geval van de transmissiesysteembeheerder: de kosten, bedoeld in het derde lid; en
8°. in geval van de transmissiesysteembeheerder: de kosten ten behoeve van de centrale filtering, bedoeld in artikel 2.8, derde lid, van de Systeemcode elektriciteit 2026;
b. de transportonafhankelijke kosten, zijnde:
1°. de kosten van verwerking van meetgegevens;
2°. de kosten voor beheer van het aansluitingenregister;
3°. de kosten voor allocatie, reconciliatie en validatie;
4°. de kosten voor factureren, klantenservice, incasso en klanten- en contractadministratie;
5°. de kosten voor het invullen van dataverzoeken van de Autoriteit Consument en Markt; en
6°. de kosten voor het afhandelen van switch- en verhuisberichten.
3. In aanvulling op het eerste lid dient het transporttarief van de transmissiesysteembeheerder tevens ter bestrijding van de kosten die de transmissiesysteembeheerder maakt ten behoeve van de taken en werkzaamheden genoemd in artikel 3.49 van de Energiewet, alsmede al hetgeen naast deze taken en werkzaamheden nodig is tot nakoming van in ENTSO-E-verband aangegane verplichtingen en tot nakoming van internationale verplichtingen voortkomend uit Verordening (EU) 2019/943 en de in hoofdstuk VII van Verordening (EU) 2019/943 bedoelde netcodes en richtsnoeren, te onderscheiden in:
a. de kosten voor automatische frequentieherstelreserves en noodvermogen, het MARI-product en frequentiebegrenzingsreserves;
b. de kosten voor black-startvoorzieningen;
c. de kosten verband houdend met het bewaken en handhaven van de robuustheidsfunctie van het transmissiesysteem;
d. de kosten van overige taken en werkzaamheden ten behoeve van het systeembeheer;
e. de interne operationele kosten van de transmissiesysteembeheerder voor zover toerekenbaar aan het uitvoeren van taken als bedoeld in artikel 3.49, eerste lid, van de Energiewet;
f. de kosten in verband met de garantstelling, bedoeld in artikel 4.5, vierde lid, van het Energiebesluit;
g. de kosten, bedoeld in artikel 10.35, tweede lid, van de Systeemcode elektriciteit 2026.
4. De kosten, bedoeld in het derde lid, worden toegerekend aan het systeemvlak, bedoeld in het vijfde lid, onderdeel a.
5. Voor de transportafhankelijke kosten wordt de volgende indeling van systeemvlakken gehanteerd:
a. extra hoogspanning (EHS) ≥ 220 kV (met inbegrip van transformator EHS/HS)
b. hoogspanning (HS) ≥ 110 kV en < 220 kV
c. tussenspanning (TS) ≥ 25 kV en < 110 kV (met inbegrip van transformator HS/TS)
d. transformator HS+TS / MS
e. middenspanning (MS) > 1 kV en < 25 kV
f. transformator MS/LS
g. laagspanning (LS) ≤ 1 kV
6. De 50 / 25 kV-systemen kunnen op grond van de specifieke systeemconfiguratie en in het verleden gevoerd beleid aan de systeemvlakken HS of MS worden toegerekend en voor de overige artikelen als zodanig worden beschouwd.
7. Met betrekking tot de 1 tot 25 kV-systemen kan op grond van de specifieke systeemconfiguratie en in het verleden gevoerde beleid in de kostentoerekening onderscheid wordt gemaakt tussen een systeemvlak MS-transport en een systeemvlak MS-distributie.
8. Indien een systeembeheerder van een of meer van de in het zesde of zevende lid geboden mogelijkheden gebruik wil maken, wordt het voornemen hiertoe aan de Autoriteit Consument en Markt ter kennis gebracht, tegelijk met het voorstel voor de tarieven, bedoeld in 3.110 van de Energiewet. Wijzigingen zijn van toepassing met ingang van de datum waarop ook nieuw vastgestelde tarieven in werking treden.
In de verhouding tussen systeembeheerders onderling geldt met betrekking tot de toerekening van de transportafhankelijke kosten van de systemen op de in artikel 3.2, vijfde lid, genoemde spanningsniveaus, dat:
a. in geval van een systeemkoppeling op verschillend spanningsniveau die niet door dezelfde systeembeheerder worden beheerd, de kosten van het systeem op het hogere spanningsniveau op overeenkomstige wijze als bepaald in artikel 3.7, derde lid, worden toegerekend aan het systeem op het lagere spanningsniveau;
b. in geval van een systeemkoppeling op gelijk spanningsniveau die niet door dezelfde systeembeheerder worden beheerd, de betrokken systeembeheerders in onderling overleg een kostentoerekening vaststellen;
c. in geval van een systeemkoppeling op verschillend spanningsniveau die niet door dezelfde systeembeheerder worden beheerd, de werkelijke kosten van fysieke congestie in die systeemkoppeling worden toegerekend aan het systeem op het lagere spanningsniveau; en
d. in geval van een koppeling tussen systemen op gelijk spanningsniveau die niet door dezelfde systeembeheerder worden beheerd, de betrokken systeembeheerders in onderling overleg vaststellen aan welk systeem de werkelijke kosten van fysieke congestie in die systeemkoppeling worden toegerekend.
1. De transporttarieven zijn:
a. het tarief voor transport, niet zijnde het onder b genoemde transport, beschreven in de artikelen 3.6 tot en met 3.16;
b. het tarief voor het transport van blindenergie, beschreven in artikel 3.17.
2. Het in het eerste lid, onderdeel a, genoemde tarief valt uiteen in een transportafhankelijk tarief, beschreven in de artikelen 3.6 tot en met 3.15, en een transportonafhankelijk tarief, beschreven in artikel 3.16.
1. Een streng van lichtmasten wordt voor de toepassing van het transporttarief beschouwd als één aansluiting waarbij de indeling in een transporttariefcategorie, conform artikel 3.8, tweede lid, wordt gebaseerd op (de som van) het gecontracteerd transportvermogen voor afname van de lichtmasten in deze streng.
2. Een “streng van lichtmasten” als bedoeld in het eerste lid wordt gedefinieerd als: Een aantal lichtmasten, niet zijnde een OV-installatie, dat wordt gevoed vanuit dezelfde laagspanningsrail in een transformatorstation en waarover slechts één aangeslotene kan beschikken.
Voor de bepaling van het transportafhankelijke tarief vindt een toerekening van de in artikel 3.2, tweede lid, onderdeel a, genoemde kosten plaats tussen producenten enerzijds, verbruikers anderzijds, aldus dat aangeslotenen die elektriciteit ontvangen 100 (honderd) procent van de som van de transportafhankelijke kosten van EHS- en HS-systemen alsmede de transportafhankelijke kosten met betrekking tot de overige systeemvlakken wordt toegerekend, een en ander volgens het cascadebeginsel, bedoeld in artikel 3.7.
1. Voor de kostentoerekening aan verbruikers worden kosten van een systeem op een hoger spanningsniveau toegerekend aan een systeem op een lager spanningsniveau naar rato van het aandeel van laatstgenoemd systeem in de totale afname van energie en/of vermogen van het eerstgenoemde systeem (het cascadebeginsel).
2. De verdeelsleutels voor de kostentoerekening volgens het cascadebeginsel zijn de volgende:
a. voor de toerekening van de kosten van het EHS-systeemvlak aan HS-systeemvlakken geldt:
(Afname van HS af EHS) / (Afname van HS af EHS + Afname verbruikers op EHS);
b. voor de toerekening van toegerekende kosten van HS-systeemvlakken aan gekoppelde TS-systeemvlakken geldt:
(Afname van TS af HS) / (Afname van TS af HS + Afname verbruikers op HS + Afname van Transformator-HS/MS af HS);
c. voor de toerekening van toegerekende kosten van HS-systeemvlakken aan gekoppelde Transformator HS+TS / MS geldt:
(Afname van Transformator HS/MS af HS) / (Afname van TS af HS + Afname verbruikers op HS + Afname van Transformator HS/MS af HS);
d. voor de toerekening van toegerekende kosten van TS-systeemvlakken aan gekoppelde Transformator HS+TS / MS geldt:
(Afname van Transformator TS/MS af TS) / (Afname van Transformator TS/MS af TS + Afname verbruikers op TS);
e. voor de toerekening van toegerekende kosten van Transformator HS+TS / MS aan gekoppelde MS-systeemvlakken geldt:
(Afname van MS af HS+TS / MS Transformator) / (Afname verbruikers op HS+TS / MS Transformator + Afname van MS af HS+TS/MS Transformator);
f. voor de toerekening van toegerekende kosten van MS-systeemvlakken gekoppelde LS-systeemvlakken geldt:
(Afname van LS af MS/LS Transformator) / (Afname verbruikers op MS + Afname verbruikers op MS/LS Transformator + Afname van LS af MS/LS Transformator); en
g. voor de toerekening van de kosten van Transformator MS / LS aan gekoppelde LS-systeemvlakken geldt:
(Afname van LS af MS/LS Transformator) / (Afname verbruikers op MS/LS Transformator + Afname van LS af MS/LS Transformator).
3. Voor de toepassing van de verdeelsleutels, bedoeld in het tweede lid, wordt:
a. ingeval van een systeem boven MS-niveau uitgegaan van de som van de individuele kWmax gemeten op de systeemkoppeling van het systeem met een lager spanningsniveau op met het systeem met een hoger spanningsniveau, waarbij uitsluitend het vermogen dat van het systeem met het hoge spanningsniveau naar het systeem met het lage spanningsniveau wordt geteld;
b. ingeval van een systeem op of onder MS-niveau uitgegaan van het saldo van de energie, uitgedrukt in kWh, die wordt uitgewisseld tussen een systeem op een hoger spanningsniveau en een systeem op een lager spanningsniveau, met een minimum van nul.
1. Met inachtneming van artikel 3.2, zesde tot en met achtste lid, worden voor de bepaling van het transportafhankelijke verbruikers-transporttarief (TAVT) de volgende tariefcategorieën onderscheiden:
a. EHS;
b. HS;
c. TS;
d. transformator HS+TS / MS;
e. MS;
f. transformator MS / LS;
g. LS; en
h. LS geschakeld.
2. Verbruikers worden ingedeeld in de in het eerste lid genoemde categorieën volgens onderstaande regels:
a. een verbruiker met een gecontracteerd transportvermogen voor afname en met een geschakelde aansluiting, beneden een door de systeembeheerder bepaalde minimumgrens wordt ingedeeld in de tariefcategorie LS geschakeld;
b. een verbruiker met een gecontracteerd transportvermogen voor afname beneden een door de systeembeheerder bepaalde minimumgrens wordt ingedeeld in de tariefcategorie LS;
c. een verbruiker met een gecontracteerd transportvermogen voor afname boven de onder b bedoelde ondergrens doch beneden een door de systeembeheerder bepaalde middengrens wordt ingedeeld in de tariefcategorie transformator MS/LS;
d. een verbruiker met een gecontracteerd transportvermogen voor afname boven de onder c bedoelde middengrens doch beneden een door de systeembeheerder bepaalde bovengrens wordt ingedeeld in de tariefcategorie MS;
e. een verbruiker met een gecontracteerd transportvermogen voor afname boven de onder d genoemde bovengrens wordt ingedeeld in de tariefcategorie die behoort bij het werkelijke spanningsniveau waarop hij is aangesloten;
f. een verbruiker met een aansluiting op het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee die geen elektriciteit opwekt anders dan voor eigen gebruik wordt ingedeeld in de tariefcategorie EHS.
3. Indien sprake is van een groepstransportovereenkomst geldt, in afwijking van het tweede lid, dat de groep wordt ingedeeld in de tariefcategorie die overeenkomt met het hoogste systeemvlak waarmee de aan de groep deelnemende individuele aansluitingen die elektriciteit mogen afnemen zijn verbonden.
4. De grenzen genoemd in het tweede lid komen overeen met de grenzen in de tabel in bijlage 2.
5. De verdeling van de aangeslotenen over de categorieën voor het gecontracteerd transportvermogen voor afname, bedoeld in het tweede lid, kan echter afwijken van die voor de gewenste aansluitcapaciteit, bedoeld in artikel 2.8 in die zin dat aangeslotenen voor het gecontracteerde transportvermogen voor afname op verzoek van de aangeslotene in een lagere categorie kunnen worden ingedeeld dan voor de gewenste aansluitcapaciteit.
1. De tariefdragers voor het TAVT voor verbruikers in de tariefcategorieën, bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, zijn voor afname:
a. voor de onderdelen a en b:
1°. kWgecontracteerd voor gecontracteerd transportvermogen voor afname ter dekking van 50% van de kosten die met toepassing van artikel 3.7, derde lid, worden toegerekend aan de in die tariefcategorieën genoemde systeemvlakken;
2° kWmaxgewogen per maand ter dekking van 50% van de kosten die met toepassing van artikel 3.7, derde lid, worden toegerekend aan de in die tariefcategorieën genoemde systeemvlakken;
b. voor de onderdelen c en d:
1°. kWgecontracteerd voor gecontracteerd transportvermogen voor afname ter dekking van 50% van de kosten die met toepassing van artikel 3.7, derde lid, worden toegerekend aan de in die tariefcategorieën genoemde systeemvlakken;
2° kWmax per maand ter dekking van 50% van de kosten die met toepassing van artikel 3.7, derde lid, worden toegerekend aan de in die tariefcategorieën genoemde systeemvlakken.
2. De tariefdragers voor het TAVT voor verbruikers met een bedrijfstijd (totaal aantal afgenomen kWh’s per jaar / maximaal afgenomen vermogen per jaar) van maximaal 600 uur in de tariefcategorieën, bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, zijn voor afname:
a. voor de onderdelen a en b:
1° 0,5 * kWgecontracteerd voor gecontracteerd transportvermogen voor afname;
2° kWmaxgewogen per week waarvoor het tarief gelijk is aan 18/52 * kWmaxgewogen per maand;
b. voor de onderdelen c en d:
1° 0,5 * kWgecontracteerd voor gecontracteerd transportvermogen voor afname;
2° kWmax per week waarvoor het tarief gelijk is aan 18/52 * kWmax per maand.
3. Onder week als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, subonderdeel 2° en het tweede lid, onderdeel b, subonderdeel 2° wordt verstaan een kalenderweek, die loopt van maandag 06:00 uur tot de volgende maandag 06:00 uur. Week 1 is de week, waarin de eerste donderdag van het jaar valt.
4. Op basis van het ingeschatte gebruik, dat wordt afgerekend met deze tariefdragers, dient een deel van de kosten, die met toepassing van artikel 3.7, derde lid, worden toegerekend aan de in die tariefcategorieën genoemde systeemvlakken, met de in dit artikel genoemde tariefdragers te worden gedekt.
5. De kWmaxgewogen wordt bepaald door elke kwartierwaarde van een maand of een week te vermenigvuldigen met de wegingsfactor van het desbetreffende moment van belasting, overeenkomstig bijlage 5 en van de resulterende reeks de hoogste waarde te nemen.
6. De tariefdragers voor het TAVT voor verbruikers als bedoeld in artikel 3.8, tweede lid, onderdeel f, in de tariefcategorieën, bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, onderdeel a, zijn voor afname:
a. kWgecontracteerd voor gecontracteerd transportvermogen voor afname waarbij het tarief gelijk is aan het tarief dat de transmissiesysteembeheerder in rekening brengt op grond van het eerste lid, onderdeel a, eerste subonderdeel;
b. kWmaxgewogen per maand waarbij het tarief gelijk is aan het tarief dat de transmissiesysteembeheerder in rekening brengt op grond van het eerste lid, onderdeel a, tweede subonderdeel.
7. De in het eerste lid, onderdelen a en b, beide subonderdeel 1°, en het tweede lid, onderdelen a en b, beide subonderdeel 1°, genoemde tariefdragers worden gebaseerd op de waarde van het gecontracteerd transportvermogen voor afname voor een kalenderjaar.
1. De tariefdragers voor het TAVT voor verbruikers in de tariefcategorie, bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, onderdeel e, zijn voor afname:
a. kWgecontracteerd voor gecontracteerd transportvermogen voor afname ter dekking van 25% van de kosten die met toepassing van artikel 3.7, derde lid, worden toegerekend aan het in die tariefcategorie genoemde systeemvlak;
b. kWmax per maand ter dekking van 25% van de kosten die met toepassing van artikel 3.7, derde lid, worden toegerekend aan het in die tariefcategorie genoemde systeemvlak;
c. kWh ter dekking van 50% van de kosten die met toepassing van artikel 3.7, derde lid, worden toegerekend aan het in die tariefcategorie genoemde systeemvlak.
2. De tariefdragers voor het TAVT voor verbruikers in de tariefcategorie, bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, onderdeel f, zijn voor afname:
a. kWgecontracteerd voor gecontracteerd transportvermogen voor afname gelijk aan het tarief, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, plus een verhoging ter dekking van de kosten die met toepassing van artikel 3.7, derde lid, zijn toegerekend aan transformator MS / LS;
b. kWmax per maand gelijk aan het tarief, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b;
c. kWh gelijk aan het tarief, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c.
3. Voor de in het eerste en tweede lid, telkens onderdeel a, bedoelde tariefdrager wordt uitgegaan van een waarde voor het gecontracteerd transportvermogen voor afname die voor onbepaalde tijd geldt.
1. De tariefdragers voor het TAVT, die met toepassing van artikel 3.7, derde lid, worden toegerekend aan verbruikers in de tariefcategorieën, bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, onderdelen g en h, zijn voor afname:
a. voor verbruikers met een aansluiting met een doorlaatwaarde groter dan 3x80A:
1° kWgecontracteerd voor gecontracteerd transportvermogen voor afname, ter dekking van 16% van de kosten;
2° kWh voor laaguren en een kWh voor normaaluren, ter dekking van 84% van de kosten.
b. voor verbruikers met een aansluiting met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x80A:
1° rekencapaciteit (kW) gebaseerd op de doorlaatwaarde van de aansluiting, ter dekking van 100% van de kosten.
2. Met betrekking tot de tariefdrager, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, geldt dat:
a. verbruikers met een dubbeltarief een op die tariefdrager gebaseerd gedifferentieerd tarief betalen al naar gelang sprake is van verbruik gedurende laaguren of verbruik gedurende normaaluren. De relatieve verhouding tussen de tarieven voor normaal uren en laaguren is door de systeembeheerder te bepalen;
b. verbruikers met een enkeltarief een op die tariefdrager gebaseerd tarief betalen waarbij de systeembeheerder de verhouding van het enkeltarief ten opzichte van het normaaltarief kan bepalen.
3. Het TAVT voor verbruikers met een aansluiting met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x80A wordt berekend door de totale toegerekende transportafhankelijke kosten te delen door de som van het aantal aansluitingen per categorie vermenigvuldigd met de rekencapaciteit van deze categorie overeenkomstig de tabel in bijlage 6. De rekencapaciteit wordt gebruikt om de capaciteitsafhankelijke tarieven voor de onderscheiden categorieën te bepalen.
Bij aangeslotenen met een aansluiting met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x80A in de tariefcategorie, bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, onderdeel g, en waarachter zich uitsluitend één of meer elektriciteitsproductie-eenheid/eenheden bevind(t)(en) en geen ander verbruik dan het eigen verbruik van de desbetreffende elektriciteitsproductie-eenheid/eenheden, wordt geen TAVT in rekening gebracht.
De systeembeheerder stelt, na overleg met de in zijn gebied actieve vergunninghouders, de laaguren en de normaaluren vast en gaat daarbij uit van de in het verleden gehanteerde schakeltijden.
1. In afwijking van artikel 3.9, eerste tot en met vierde lid, artikel 3.10, eerste en tweede lid, en artikel 3.11, eerste lid, onderdeel a, zijn de tariefdragers voor het TAVT voor verbruikers die overeenkomstig artikel 7.5 van de Systeemcode elektriciteit 2026 een aansluit- en transportovereenkomst zijn overeengekomen met een variabel recht op transport van elektriciteit:
a. voor verbruikers in de tariefcategorieën, genoemd in artikel 3.8, eerste lid, onderdelen a en b, kWmaxgewogen per maand waarvoor het tarief gelijk is aan 100% van het tarief, bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2°;
b. voor verbruikers in de tariefcategorieën, genoemd in artikel 3.8, eerste lid, onderdelen c en d, kWmax per maand waarvoor het tarief gelijk is aan 100% van het tarief, bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2°;
c. voor verbruikers in de tariefcategorieën, genoemd in artikel 3.8, eerste lid, onderdelen a en b, met een bedrijfstijd van maximaal 600 uur kWmaxgewogen per week waarvoor het tarief gelijk is aan 100% van het tarief, bedoeld in artikel 3.9, tweede lid, onderdeel a, subonderdeel 2°;
d. voor verbruikers in de tariefcategorieën, genoemd in artikel 3.8, eerste lid, onderdelen c en d, met een bedrijfstijd van maximaal 600 uur kWmax per week waarvoor het tarief gelijk is aan 100% van het tarief, bedoeld in artikel 3.9, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel 2°;
e. voor verbruikers in de tariefcategorie, genoemd in artikel 3.8, eerste lid, onderdeel e, kWmax per maand waarvoor het tarief gelijk is aan 100% van het tarief, bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, onderdeel b en kWh waarvoor het tarief gelijk is aan 100% van het tarief, bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, onderdeel c;
f. voor verbruikers in de tariefcategorie, genoemd in artikel 3.8, eerste lid, onderdeel f, kWmax per maand waarvoor het tarief gelijk is aan 100% van het tarief, bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, onderdeel b, en kWh waarvoor het tarief gelijk is aan 100% van het tarief, bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, onderdeel c;
g. voor verbruikers in de tariefcategorie, genoemd in artikel 3.8, eerste lid, onderdeel g, met een aansluiting met een doorlaatwaarde groter dan 3x80A, kWh waarvoor het tarief gelijk is aan 100% van het tarief, bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onderdeel a, tweede aandachtstreepje.
2. In afwijking van artikel 3.9, eerste tot en met vierde lid, zijn de tariefdragers voor het TAVT voor verbruikers die overeenkomstig artikel 7.6 van de Systeemcode elektriciteit 2026 een aansluit- en transportovereenkomst zijn overeengekomen met een tijdsduurgebonden recht op transport van elektriciteit:
a. voor verbruikers in de tariefcategorieën, genoemd in artikel 3.8, eerste lid, onderdelen a en b, kWmaxgewogen per maand waarvoor het tarief gelijk is aan 100% van het tarief, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2°;
b. voor verbruikers in de tariefcategorieën, genoemd in artikel 3.8, eerste lid, onderdelen a en b, met een bedrijfstijd van maximaal 600 uur, kWmaxgewogen per week waarvoor het tarief gelijk is aan 100% van het tarief, bedoeld in artikel het tweede lid, onderdeel b, subonderdeel 2°.
3. In afwijking van artikel 3.9, eerste tot en met vierde lid, artikel 3.10, eerste en tweede lid, en artikel 3.11, eerste lid, onderdeel a, zijn de tariefdragers voor het TAVT voor verbruikers die overeenkomstig artikel 7.7 van de Systeemcode elektriciteit 2026 een aansluit- en transportovereenkomst zijn overeengekomen met een tijdsblokgebonden recht op transport van elektriciteit:
a. voor verbruikers in de tariefcategorieën, genoemd in artikel 3.8, eerste lid, onderdelen c en d:
1°. t/24 maal kWgecontracteerd voor gecontracteerd transportvermogen voor afname waarvoor het tarief gelijk is aan het tarief, bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1°, waarbij t het gemiddelde aantal uren per kalenderdag is dat de verbruiker recht heeft op transport van elektriciteit; en
2°. kWmax per maand waarvoor het tarief gelijk is aan tarief, bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2°;
b. voor verbruikers in de tariefcategorieën, genoemd in artikel 3.8, eerste lid, onderdelen c en d met een bedrijfstijd van maximaal 600 uur:
1°. t/24 maal kWgecontracteerd voor gecontracteerd transportvermogen voor afname waarvoor het tarief gelijk is aan het tarief, bedoeld in artikel 3.9, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel 1°, waarbij t het gemiddelde aantal uren per kalenderdag is dat de verbruiker recht heeft op transport van elektriciteit; en
2°. kWmax per week waarvoor het tarief gelijk is aan het tarief, bedoeld in artikel 3.9, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel 2°;
c. voor verbruikers in de tariefcategorie, genoemd in artikel 3.8, eerste lid, onderdelen e en f:
1°. t/24 maal kWgecontracteerd voor gecontracteerd transportvermogen voor afname waarvoor het tarief gelijk is aan het tarief, bedoeld in artikel 3.10, eerste lid respectievelijk tweede lid, beide onderdeel a, waarbij t het gemiddelde aantal uren per kalenderdag is dat de verbruiker recht heeft op transport van elektriciteit;
2°. kWmax per maand waarvoor het tarief gelijk is aan het tarief, bedoeld in artikel 3.10, eerste respectievelijk tweede lid, beide onderdeel b; en
3°. kWh waarvoor het tarief gelijk is aan het tarief, bedoeld in artikel 3.10, eerste lid respectievelijk tweede lid, beide onderdeel c;
d. voor verbruikers in de tariefcategorie, genoemd in artikel 3.8, eerste lid, onderdeel g, met een doorlaatwaarde groter dan 3x80A:
1°. t/24 maal kWgecontracteerd voor gecontracteerd transportvermogen voor afname waarvoor het tarief gelijk is aan het tarief, bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onderdeel a, eerste subonderdeel, waarbij t het gemiddelde aantal uren per kalenderdag is dat de verbruiker recht heeft op transport van elektriciteit; en
2°. kWh waarvoor het tarief gelijk is aan het tarief, bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onderdeel a, tweede subonderdeel.
1. Indien sprake is van een groepstransportovereenkomst, wordt in artikel 3.9, eerste tot en met vierde lid, artikel 3.10, eerste en tweede lid, en artikel 3.14, eerste tot en met derde lid, voor het bepalen van de TAVT:
a. voor zover van toepassing de component kWgecontracteerd, toegepast op het transport over de aansluitingen van de groepsdeelnemers gezamenlijk waarbij voor groepen met gelijktijdige invoeding en afname wordt gerekend met het netto vermogensprofiel van de groep gebaseerd op een onbalansverrekeningsperiode van 15 minuten;
b. voor zover van toepassing de component kWmax of de component kWmaxgewogen toegepast op het transport over de aansluitingen van de groepsdeelnemers gezamenlijk waarbij voor groepen met gelijktijdige invoeding en afname wordt gerekend met het netto vermogensprofiel van de groep gebaseerd op een onbalansverrekeningsperiode van 15 minuten; en
c. voor zover van toepassing de component kWh toegepast op het totaal van het transport over elk van de afzonderlijke aansluitingen van de groepsdeelnemers.
2. In aanvulling op het eerste lid is, indien sprake is van een groepstransportovereenkomst waar aansluitingen behorend tot de aansluitcapaciteitscategorieën, bedoeld in bijlage 1, onderdeel 1.3 en onderdelen 1.4 of 1.5, deel van uitmaken, per maand 1/12 deel van de in artikel 3.10, tweede lid, onderdeel a, bedoelde verhoging van toepassing, vermenigvuldigd met de som van de kWmax waarden van alle aan de groep deelnemende aansluitingen behorend tot de aansluitcapaciteitscategorie, bedoeld in bijlage 1, onderdeel 1.3.
1. De transportonafhankelijke kosten worden toegerekend aan de in artikel 3.8, eerste lid, bedoelde tariefcategorieën naar de mate waarin zij in een tariefcategorie zijn veroorzaakt.
2. De transportonafhankelijke tarieven van alle systeembeheerders zijn per tariefcategorie aan elkaar gelijk.
1. Voor verbruikers geldt een blindenergietarief indien de uitgewisselde blindenergie, bedoeld in artikel 2.19 van de Systeemcode elektriciteit 2026, uitgaat boven de bij de arbeidsfactor van 0,85 (inductief) of 1.0 (capacitief) behorende hoeveelheid. Als tariefdrager geldt de kvarh.
2. Voor het blindenergietarief voor verbruikers worden twee tariefcategorieën gehanteerd:
a. verbruikers aangesloten op een spanningsniveau van MS en hoger; en
b. verbruikers aangesloten op een spanningsniveau lager dan MS.
3. Voor productie-eenheden aangesloten op:
a. systemen met een spanningsniveau van 1 kV en lager geldt een blindenergietarief met als tariefdrager kvarh indien de uitgewisselde blindenergie uitgaat boven de in artikel 3.4 van de Systeemcode elektriciteit 2026 genoemde grenzen; en
b. netten met een spanningsniveau van 1 kV tot 110 kV geldt een blindenergietarief met als tariefdrager kvarh indien de uitgewisselde blindenergie uitgaat boven de in artikel 3.13, eerste lid, van de Systeemcode elektriciteit 2026 genoemde grenzen.
4. Voor zover de betreffende blindenergie op verzoek van de systeembeheerder is uitgewisseld, geldt het tarief niet.
5. Voor de verrekening van de tussen systemen onderling uitgewisselde blindenergie stellen de gezamenlijke systeembeheerders een regeling vast die op een door hen te bepalen tijdstip in werking treedt.
1. De kostentoerekening en de vaststelling van de waarden van de tariefdragers vinden plaats op basis van door middel van een meetinrichting als bedoeld in artikel 2.46, eerste lid, van de Energiewet gemeten waarden. Uitgezonderd worden de waarden van de tariefdrager voor aangeslotenen in de tariefcategorieën genoemd in 3.8, eerste lid, onderdeel f met een aansluiting met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x80A en onderdeel g. Deze waarden worden bepaald volgens bijlage 6.
2. Over de in hoofdstuk 12 van de Systeemcode elektriciteit 2026 bedoelde gegevensuitwisseling tussen aangeslotenen en de systeembeheerders is geen vergoeding verschuldigd.
1. Indien distributiesysteembeheerders door faillissement van een leverancier als gevolg van toepassing van het leveranciersmodel, bedoeld in artikel 2.27 van de Energiewet, tariefinkomsten derven, mogen zij deze gederfde inkomsten gezamenlijk met alle aangeslotenen met een kleine aansluiting verrekenen, waarbij voor iedere kleine aansluiting een gelijk bedrag in rekening wordt gebracht bij de aangeslotene.
2. De in het eerste lid bedoelde verrekening heeft ten hoogste betrekking op de gederfde tariefinkomsten gedurende:
a. drie maanden voorafgaand aan de datum waarop de leverancier in staat van faillissement is verklaard; dit is de datum waarop melding wordt gemaakt van het betreffende faillissement in de Nederlandse Staatscourant; of, indien dit eerder is, drie maanden voorafgaand aan de datum waarop de beschikking tot intrekking van de vergunning is genomen; en
b. de periode tussen de datum waarop de vergunninghouder in staat van faillissement is verklaard of, indien dit eerder is, de datum waarop de beschikking tot intrekking van de vergunning is genomen, tot de datum waarop de beschikking in werking treedt.
3. De te verrekenen gederfde tariefinkomsten bedragen ten hoogste de overeenkomstig artikel 2.39 van de Energieregeling vastgestelde verplichting over de overeenkomstig het tweede lid vastgestelde periode minus de over die periode door distributiesysteembeheerders van de in het eerste lid bedoelde leverancier ontvangen afdrachten.
4. Het moment van de in het eerste lid bedoelde verrekening is twee jaar na het jaar waarin de vergunninghouder in staat van faillissement is verklaard. De systeembeheerder dient dit verzoek tot correctie voor gederfde transporttariefinkomsten te doen met het tariefvoorstel voor het betreffende jaar. Daarbij moet de systeembeheerder aan de Autoriteit Consument en Markt een overzicht overleggen, voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring, van de gederfde tariefinkomsten.
5. Indien een systeembeheerder als bedoeld in het eerste lid gederfde inkomsten verrekent, dient deze systeembeheerder in het jaar van het einde van het faillissement van de betreffende vergunninghouder een verklaring van de curator bij de Autoriteit Consument en Markt te overleggen van de uitkomsten van het faillissement. Het einde van een faillissement is de dag waarop het einde van een faillissement wordt gepubliceerd in de Nederlandse Staatscourant.
6. Inkomsten die de systeembeheerder alsnog heeft kunnen verhalen op de failliete boedel worden op gelijke wijze als bij de verrekening onder het eerste lid gezamenlijk in mindering gebracht op de tarieven twee jaar na het jaar van het einde van het faillissement.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 5 februari 2026
Autoriteit Consument en Markt, namens deze: M.R. Leijten bestuurslid
Als u belanghebbende bent, kunt u bezwaar maken tegen dit besluit. Stuur uw gemotiveerde bezwaarschrift naar de Autoriteit Consument en Markt, Juridische Zaken, postbus 16326, 2500 BH Den Haag of naar acm-post@acm.nl. Dit moet u doen binnen zes weken na de dag waarop dit besluit bekend is gemaakt. In uw bezwaarschrift kunt u de Autoriteit Consument en Markt verzoeken in te stemmen met rechtstreeks beroep bij de bestuursrechter.
Deze bijlage betreft een nadere omschrijving van de drie wettelijke elementen van de aansluiting (artikel 2.4, derde lid) per type aansluiting zoals gedefinieerd in de tabel in bijlage 2: de knip, de verbinding en de beveiliging. Voorts wordt in deze bijlage nader geregeld welke kosten voor het straatwerk in de aansluittarieven voor de verschillende typen standaardaansluitingen kunnen worden verwerkt. Deze bijlage heeft niet tot doel alle onderdelen van de aansluiting in detail te benoemen maar wel om duidelijk aan te geven waar de aansluiting begint en eindigt. Op basis hiervan kan de systeembeheerder bepalen welke materialen en werkzaamheden behoren tot de aansluiting en welke kosten gedekt worden door het aansluittarief (zowel de eenmalige bijdrage als de periodieke vergoeding voor onderhoud).
De standaard aansluitmethode voor aangeslotenen tot 1x6A is op de laagspanningskabel (figuur 1a), hulpader (figuur 1b) of o.v.kabel (figuur 1c) die deel uitmaken van het systeem van de systeembeheerder. De knip bestaat uit de aftakmof waarmee een aftakking wordt gemaakt op de laagspanningskabel, hulpader of o.v.kabel. De verbinding bestaat uit de laagspanningskabel die loopt vanaf de aftakmof tot aan de beveiliging. De beveiliging bevindt zich in een aansluitkast die in het object is gemonteerd. De aansluitkast wordt nog toegerekend tot de aansluitdienst van de systeembeheerder. De lengte van de verbinding die wordt gehanteerd bij het berekenen van het aansluittarief is de afstand gemeten over het hart van de openbare weg van het overdrachtspunt tot de dichtstbijzijnde laagspanningskabel, die deel uitmaakt van het systeem van de systeembeheerder.

Figuur 1. LS geschakeld aansluitingen (1x6A)
De standaard aansluitmethode voor aangeslotenen tot 60 kVA is op de laagspanningskabel. De knip bestaat uit de aftakmof waarmee een aftakking wordt gemaakt op de laagspanningskabel. De verbinding bestaat uit de laagspanningskabel die loopt vanaf de aftakmof tot aan de beveiliging. De beveiliging bevindt zich in de aansluitkast in de meterkast van de aangeslotene. De aansluitkast en het meterbord worden nog gerekend tot de aansluitdienst van de systeembeheerder. Ook het elektrisch aansluiten van de meetinrichting behoort tot de aansluitdienst van de systeembeheerder. De aangeslotene kan in de categorie tot 3x25A bij sommige systeembeheerders kiezen tussen bijvoorbeeld 3x25A, 1x35A of 1x25A. De lengte van de verbinding die wordt gehanteerd bij het berekenen van het aansluittarief is de afstand gemeten over het hart van de openbare weg van het overdrachtspunt tot de dichtstbijzijnde laagspanningskabel, die deel uitmaakt van het systeem van de systeembeheerder.

Figuur 2. LS-aansluiting (3x25A – 60 kVA)
De standaard aansluitmethode voor aangeslotenen vanaf 60 kVA tot en met 0,3 MVA is op het dichtstbijzijnde algemene LS-voedingspunt in het systeem van de systeembeheerder (MS/LS-transformatorstation). De knip ligt in het transformatorstation en begint vanaf de strook op het laagspanningsrek. De verbinding bestaat uit een laagspanningskabel die loopt vanaf het transformatorstation tot aan de beveiliging binnen de onroerende zaak van de aangeslotene. Het overdrachtspunt (beveiliging en scheiding) bevindt zich in de aansluitkast in de meterkast van de aangeslotene. Het meterbord wordt nog toegerekend aan de beveiliging op de onroerende zaak van de aangeslotene. De meettransformatoren dienen vergoed te worden middels het gereguleerde aansluittarief. Ook het elektrisch aansluiten van de meetinrichting behoort tot de aansluitdienst van de systeembeheerder. De lengte van de verbinding die wordt gehanteerd bij het berekenen van het aansluittarief is de afstand gemeten over het hart van de openbare weg van het overdrachtspunt tot het dichtstbijzijnde MS/LS-transformatorstation, dat deel uitmaakt van het systeem van de systeembeheerder.

Figuur 3. LS-aansluiting af LS-rek transformator (60 – 300 kVA)
De standaard aansluitmethode voor aansluitingen vanaf 0,3 MVA tot en met 3 MVA is inlussen in het middenspanningsnet. De knip bestaat dus uit de twee verbindingsmoffen die worden gebruikt om het systeem te verbreken en de aangeslotene in te lussen. De beveiliging bestaat uit een MS-schakelinstallatie met twee scheiders en een vermogensschakelaar en een MS-meetveld (inclusief meettransformatoren). De verbinding bestaat uit twee middenspanningskabels in één tracé. De MS-schakelinstallatie wordt ondergebracht in een ruimte die de aangeslotene ter beschikking dient te stellen. De lengte van de verbinding die wordt gehanteerd bij het berekenen van het aansluittarief is de afstand gemeten over het hart van de openbare weg van het overdrachtspunt tot de dichtstbijzijnde middenspanningskabel, die deel uitmaakt van het systeem van de systeembeheerder (figuur 4).

Figuur 4. Zuivere MS-aansluiting (0,3 – 3 MVA)
1.5.1 Deze aansluiting wordt gerealiseerd door een transformatiestap aan te bieden en te meten op laagspanning. Deze meting wordt teruggerekend naar een meting op middenspanningsniveau. Het transporttarief dat voor deze aangeslotene geldt, wordt door de keuze van de aangeslotene voor deze variant niet beïnvloed. Tot 630 kVA wordt vaak een compactstation gebruikt waarin transformator, schakelinstallatie en laagspanningsrek in een kleine behuizing bijeen zijn geplaatst. Deze oplossing (figuur 5) is voor de aangeslotene voordeliger dan het aanvragen van een zuivere middenspanningsaansluiting met een middenspanningsmeting en een vermogensschakelaar (figuur 4).
1.5.2 Systeembeheerders geven bij het uitbrengen van een offerte aan de aangeslotene aan dat de aangeslotene zelf zorg dient te dragen voor een transformator en bijbehorende behuizing (het compact station). De systeembeheerder stemt het aanleggen van de aansluiting af met de leverancier en/of installateur van de transformator en het compact station. De kosten van de transformator, de behuizing ten behoeve van deze transformator en alle andere onderdelen aan de installatiezijde van de beveiliging (b.v. het laagspanningsrek) dienen niet in het gereguleerde aansluittarief te worden opgenomen. Bij het indienen van voorstellen voor aansluittarieven dient de systeembeheerder duidelijk aan te geven dat de aangeslotene de transformator ook van een derde kan betrekken en dient de systeembeheerder expliciet rekening te houden met de plaatsing van een transformator door een derde partij.
1.5.3 Bij het aanbieden van zo’n middenspanningsaansluiting (figuur 5) is het gereguleerde aansluittarief opgebouwd uit de volgende elementen:
De knip bestaat uit de twee verbindingsmoffen die worden gebruikt om het systeem te verbreken en de aangeslotene in te lussen. De beveiliging bestaat uit een MS-schakelinstallatie met twee kabelscheiders en transformatorveld (KTK-installatie). Ook de meettransformatoren die aan de laagspanningskant van de aansluiting worden aangebracht behoren tot het gereguleerde aansluittarief. De verbinding bestaat uit twee middenspanningskabels in één tracé. De MS-schakelinstallatie wordt ondergebracht in een compactstation of een ruimte die de aangeslotene ter beschikking dient te stellen. De lengte van de verbinding die wordt gehanteerd bij het berekenen van het aansluittarief is de afstand gemeten over het hart van de openbare weg van het overdrachtspunt tot de dichtstbijzijnde middenspanningskabel, die deel uitmaakt van het systeem van de systeembeheerder.

Figuur 5. MS-aansluiting met meting op LS (0,3 – 1 MVA)
Systeembeheerders hebben de mogelijkheid boven 3 MVA op basis van voorcalculatorische projectkosten (maatwerk) aansluitkosten te bepalen. Voor de categorie aansluitingen tussen de 3 MVA en 10 MVA wordt dit alleen op verzoek van de aangeslotene gedaan. Voor de opgave van de kosten wordt de wijze, zoals bepaald in artikel 2.9, eerste lid, toegepast. Indien de aangeslotene geen verzoek doet geldt de standaard aansluitmethode. De standaard aansluitmethode voor aangeslotenen vanaf 3 MVA tot en met 10 MVA is op een middenspanningsrail van een HS/MS-, TS/MS-, MS/MS-transformatorstation met een technische capaciteit groter dan 13 MVA of op de MS stamvoeding. De knip bestaat in deze categorie uit twee of meer afgaande velden van een middenspannings- of tussenspanningsrail. De verbinding bestaat uit een N-1 veilige voeding bestaande uit twee of meer kabels in een tracé. De beveiliging bestaat uit minimaal twee vermogensschakelaars, een scheider en een meetveld aangeboden in één inkoopstation binnen de onroerende zaak van de aangeslotene. De lengte van de verbinding, die wordt gehanteerd bij het berekenen van het aansluittarief is de afstand gemeten over het hart van de openbare weg van het overdrachtspunt tot de dichtstbijzijnde MS rail in een HS/MS-, TS/MS- of MS/MS-transformatorstation met een technische capaciteit groter dan 13 MVA of de MS stamvoeding, dat deel uitmaakt van het systeem van de systeembeheerder.

Figuur 6. MS-aansluiting op MS rail (3 – 10 MVA)
Boven 10 MVA bepalen systeembeheerders het aansluittarief op basis van de voorcalculatorische projectkosten. Voor de bepaling van het aansluittarief wordt als uitgangspunt voor de offerte genomen het dichtstbijzijnde punt in het systeem van de systeembeheerder waar voldoende capaciteit beschikbaar is. De systeembeheerder dient mee te werken aan onderzoek dat door de aangeslotene of in opdracht van de aangeslotene wordt uitgevoerd ter controle van de plaats in het systeem waar voldoende capaciteit beschikbaar is. De aansluittarieven dienen non-discriminatoir en transparant te worden berekend en vooraf bekend gemaakt te worden. De systeembeheerder dient de standaardelementen van de aansluiting de knip, de verbinding en de beveiliging nader in te vullen in componenten. Voor de opgave van de kosten wordt de wijze, zoals bepaald in artikel 2.9, tweede lid, toegepast.
Onder straatwerk worden de werkzaamheden verstaan die de systeembeheerder aan de bestrating moet verrichten om een aansluiting te maken. De systeembeheerder onderhandelt met gemeenten en anderen over de kosten van het terugleggen van de definitieve bestrating zowel voor de bestrating ten behoeve van aansluitingen als ten behoeve van werkzaamheden aan het systeem van de systeembeheerder. De definitieve straatwerkkosten op de openbare weg en onroerende zaken van derden die ten behoeve van de aansluiting worden doorkruist, dienen gedekt te worden door middel van het standaardtarief. Daarbij dient de systeembeheerder in het standaard aansluittarief een gemiddelde op te nemen van de straatwerkkosten. Binnen de onroerende zaak van de aangeslotene valt alleen het openen en dichtvleien van open verharding onder het standaardtarief. Derhalve dient in de aansluittarieven een standaardopslag te worden opgenomen voor straatwerk, die bestaat uit:
– het opnemen, het dichtvleien en definitief terugleggen van alle soorten bestrating op de openbare weg en onroerende zaken van derden die doorkruist worden;
– het opnemen en het dichtvleien van open verharding op de onroerende zaak van de aangeslotene.
1. Het aansluittarief voor een aansluiting, niet zijnde een systeemkoppeling, is gebaseerd op de voorcalculatorische projectkosten met betrekking tot een dergelijke aansluiting volgens onderstaande tabel.
2. Indien de systeembeheerder in de onderstaande tabel afwijkende grenzen hanteert, dan worden die afwijkende grenzen eveneens gehanteerd in artikel 3.8, tweede lid.
3. In gebieden waar geen TS voorhanden is, wordt de aansluiting op het naast hogere of lagere spanningsniveau gerealiseerd.
|
Gewenste aansluitcapaciteit |
Nominale aansluitspanning |
Tarief voor de verbreking in het systeem (knip) |
Tarief voor het installeren van de beveiligingsvoorziening (beveiliging) |
Tarief voor de verbinding tussen de verbreking in het systeem en de beveiligingsvoorziening (verbinding) |
|
|---|---|---|---|---|---|
|
Kabellengte tot max. 25 meter |
Tarief per meter, voor afstanden > 25 meter |
||||
|
t/m 1x6A (geschakeld) |
0,4 kV |
||||
|
t/m 1x10A |
0,4 kV |
||||
|
1 fase >1x10A en 3 fase t/m 3x25A |
0,4 kV |
||||
|
>3x25A en t/m 3x35A |
0,4 kV |
||||
|
>3x35A en t/m 3x50A |
0,4 kV |
||||
|
>3x50A en t/m 3x63A |
0,4 kV |
||||
|
>3x63A en t/m 3x80A |
0,4 kV |
||||
|
>3x80A en t/m 60 kVA af LS-net |
0,4 kV |
||||
|
>60 kVA en t/m 0,3 MVA af sec. zijde LS-transf. |
0,4 kV |
||||
|
>0,3 MVA en t/m 3,0 MVA |
MS |
||||
|
>3,0 MVA en t/m 100 MVA |
TS |
||||
|
>100 MVA |
HS en EHS |
||||
Voor het berekenen van de tarieven gebaseerd op de voorcalculatorische kosten wordt onderstaande standaardfactuur toegepast.
|
Materiaal |
Component- beschrijving |
Hoeveelheid Componenten |
Kosten per eenheid comp. |
|
|
Materiaalkosten knip |
1. X 2. Y 3. Z etc. |
................... ................... ................... |
EURO......per...... EURO......per...... EURO......per...... |
EURO...... EURO...... EURO...... |
|
Materiaalkosten verbinding(en) |
1. X 2. Y 3. Z etc. |
................... ................... ................... |
EURO......per...... EURO......per...... EURO......per...... |
EURO...... EURO...... EURO...... |
|
Materiaalkosten beveiliging |
1. X 2. Y 3. Z etc. |
................... ................... ................... |
EURO......per...... EURO......per...... EURO......per...... |
EURO...... EURO...... EURO...... |
|
Overige materiaalkosten |
EURO...... |
|||
|
Totaal materiaalkosten |
EURO...... |
|||
|
Arbeid |
Aantal uur |
Loonkosten per uur |
||
|
Loonkosten knip |
................... |
EURO............ |
EURO...... |
|
|
Loonkosten verbinding(en) |
................... |
EURO............ |
EURO...... |
|
|
Loonkosten beveiliging |
................... |
EURO............ |
EURO...... |
|
|
Totaal loonkosten |
EURO...... |
|||
|
Bijzondere kosten |
Soortbeschrijving |
Hoeveelheid |
Kosten per eenheid |
|
|
1. X 2. Y 3. Z etc. |
................... ................... ................... |
EURO......per...... EURO......per...... EURO......per...... |
EURO...... EURO...... EURO...... |
|
|
Totaal voorcalculatorische projectkosten |
EURO...... |
|||
1. De systeembeheerder hanteert onderstaande tabel als standaardofferte voor de initiële vaststelling van de periodieke aansluitvergoeding.
2. Het initieel tarief van de met de aangeslotene overeengekomen investeringskosten kan gedifferentieerd worden voor de afzonderlijke componenten.
3. De omschrijvingen van “beheer” en “vervanging” in onderstaande tabel zijn uitsluitend van toepassing op de artikelen 2.11 en 2.12.
4. In onderstaande tabel worden de categorieën van werkzaamheden opgesplitst naar knip, verbinding en beveiliging.
|
Categorieën van werkzaamheden |
Omschrijving |
Initieel tarief in % van de met de aangeslotene overeengekomen investering |
Initieel tarief in € |
|---|---|---|---|
|
Beheer |
Preventief onderhoud + correctief onderhoud + werkzaamheden op initiatief derden + overige operationele werkzaamheden |
... % |
€ ... |
|
Vervanging |
Gehele en/of gedeeltelijke vervanging van de aansluiting met als doel levensduurverlenging van de aansluiting |
... % |
€ ... |
1. Onderstaande tabel toont de wegingsfactoren voor aangeslotenen aangesloten op het transmissiesysteem.
|
uur 1 |
uur 2 |
uur 3 |
uur 4 |
uur 5 |
uur 6 |
uur 7 |
uur 8 |
uur 9 |
uur 10 |
uur 11 |
uur 12 |
uur 13 |
uur 14 |
uur 15 |
uur 16 |
uur 17 |
uur 18 |
uur 19 |
uur 20 |
uur 21 |
uur 22 |
uur 23 |
uur 24 |
||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
Werkdagen |
jan |
0,7 |
0,7 |
0,7 |
0,7 |
0,7 |
0,7 |
0,8 |
0,9 |
1,0 |
1,0 |
1,0 |
1,0 |
1,0 |
1,0 |
1,0 |
1,0 |
1,0 |
1,0 |
1,0 |
1,0 |
1,0 |
1,0 |
0,9 |
0,8 |
|
feb |
0,7 |
0,7 |
0,7 |
0,7 |
0,7 |
0,7 |
0,8 |
0,9 |
1,0 |
1,0 |
1,0 |
1,0 |
1,0 |
1,0 |
1,0 |
1,0 |
1,0 |
1,0 |
1,0 |
1,0 |
1,0 |
1,0 |
0,9 |
0,8 |
|
|
mrt |
0,7 |
0,7 |
0,7 |
0,7 |
0,7 |
0,7 |
0,8 |
0,9 |
0,9 |
0,9 |
0,9 |
0,9 |
0,9 |
0,9 |
0,9 |
0,9 |
0,9 |
1,0 |
1,0 |
1,0 |
1,0 |
0,9 |
0,8 |
0,8 |
|
|
apr |
0,7 |
0,7 |
0,6 |
0,6 |
0,6 |
0,6 |
0,7 |
0,8 |
0,8 |
0,7 |
0,6 |
0,6 |
0,6 |
0,6 |
0,6 |
0,6 |
0,7 |
0,8 |
0,8 |
0,8 |
0,8 |
0,8 |
0,8 |
0,8 |
|
|
mei |
0,7 |
0,7 |
0,6 |
0,6 |
0,6 |
0,6 |
0,7 |
0,8 |
0,8 |
0,7 |
0,6 |
0,6 |
0,6 |
0,6 |
0,6 |
0,6 |
0,7 |
0,8 |
0,8 |
0,8 |
0,8 |
0,8 |
0,8 |
0,8 |
|
|
jun |
0,7 |
0,7 |
0,6 |
0,6 |
0,6 |
0,6 |
0,7 |
0,8 |
0,8 |
0,7 |
0,6 |
0,6 |
0,6 |
0,6 |
0,6 |
0,6 |
0,7 |
0,8 |
0,8 |
0,8 |
0,8 |
0,8 |
0,8 |
0,8 |
|
|
jul |
0,7 |
0,7 |
0,6 |
0,6 |
0,6 |
0,6 |
0,7 |
0,8 |
0,8 |
0,7 |
0,6 |
0,6 |
0,6 |
0,6 |
0,6 |
0,6 |
0,7 |
0,8 |
0,8 |
0,8 |
0,8 |
0,8 |
0,8 |
0,8 |
|
|
aug |
0,7 |
0,7 |
0,6 |
0,6 |
0,6 |
0,6 |
0,7 |
0,8 |
0,8 |
0,7 |
0,6 |
0,6 |
0,6 |
0,6 |
0,6 |
0,6 |
0,7 |
0,8 |
0,8 |
0,8 |
0,8 |
0,8 |
0,8 |
0,8 |
|
|
sep |
0,7 |
0,7 |
0,6 |
0,6 |
0,6 |
0,6 |
0,7 |
0,8 |
0,8 |
0,7 |
0,6 |
0,6 |
0,6 |
0,6 |
0,6 |
0,6 |
0,7 |
0,8 |
0,8 |
0,8 |
0,8 |
0,8 |
0,8 |
0,8 |
|
|
okt |
0,7 |
0,7 |
0,7 |
0,7 |
0,7 |
0,7 |
0,8 |
0,9 |
0,9 |
0,9 |
0,9 |
0,9 |
0,9 |
0,9 |
0,9 |
0,9 |
0,9 |
1,0 |
1,0 |
1,0 |
1,0 |
0,9 |
0,8 |
0,8 |
|
|
nov |
0,7 |
0,7 |
0,7 |
0,7 |
0,7 |
0,7 |
0,8 |
0,9 |
0,9 |
0,9 |
0,9 |
0,9 |
0,9 |
0,9 |
0,9 |
0,9 |
0,9 |
1,0 |
1,0 |
1,0 |
1,0 |
0,9 |
0,8 |
0,8 |
|
|
dec |
0,7 |
0,7 |
0,7 |
0,7 |
0,7 |
0,7 |
0,8 |
0,9 |
1,0 |
1,0 |
1,0 |
1,0 |
1,0 |
1,0 |
1,0 |
1,0 |
1,0 |
1,0 |
1,0 |
1,0 |
1,0 |
1,0 |
0,9 |
0,8 |
|
|
weekend/feestdagen |
0,7 |
0,7 |
0,6 |
0,6 |
0,6 |
0,6 |
0,7 |
0,8 |
0,8 |
0,7 |
0,6 |
0,6 |
0,6 |
0,6 |
0,6 |
0,6 |
0,7 |
0,8 |
0,8 |
0,8 |
0,8 |
0,8 |
0,8 |
0,8 |
|
2. Wegingsfactoren voor verbruikers als bedoeld in artikel 3.8, tweede lid, onderdeel f, aangesloten op het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee zijn elk uur van het jaar: 0,9.
1. Onderstaande tabel toont de rekencapaciteit bij kleine aansluitingen.
2. Bij categorieën 4 en 5 wordt de doorlaatwaarde van een aansluiting van 3x35A vervangen door 3x40A indien een schakelautomaat wordt toegepast.
|
Categorie |
Doorlaatwaarde van de aansluiting |
Rekencapaciteit [kW] |
|---|---|---|
|
1 |
t/m 1x6A geschakeld |
0,05 |
|
2 |
1-fase aansluitingen t/m 1x10A |
0,5 |
|
3 |
1-fase > 1x10A en 3-fase t/m 3x25A |
4 |
|
4 |
> 3x25A t/m 3x35A |
20 |
|
5 |
> 3x35A t/m 3x50A |
30 |
|
6 |
> 3x50A t/m 3x63A |
40 |
|
7 |
> 3x63A t/m 3x80A |
50 |
1. Vanwege de inwerkingtreding van de Energiewet per 1 januari 2026 moeten de codes worden aangepast. De scope van de codes, begrippen en verwijzingen zijn veranderd. De gezamenlijke systeembeheerders hebben hiertoe een voorstel ingediend. Hierbij zijn geen beleidsmatige wijzigingen van de codes beoogd. In dit besluit keurt de ACM de Tarievencode elektriciteit 2026 goed en stelt deze vast. Deze code vervangt Tarievencode elektriciteit, die met dit besluit wordt ingetrokken.
2. De ACM keurt op grond van artikel 3.121 van de Energiewet en artikel 36 van de Elektriciteitswet 1998 juncto artikel 7.42 van de Energiewet methoden of voorwaarden voor de energiemarkt goed, of stelt deze vast. Dit besluit is tot stand gekomen op basis van een voorstel van de gezamenlijke systeembeheerders dat de ACM op 22 december 2025 heeft ontvangen.
3. De ACM constateert dat het voorstel op 4 december 2025 in een overleg met representatieve organisaties is besproken. In het voorstel is een verslag opgenomen van dit overleg en de indieners hebben in het voorstel aangegeven welke gevolgtrekkingen zij hebben verbonden aan de zienswijzen die organisaties naar voren hebben gebracht. Naar het oordeel van de ACM voldoet het voorstel daarmee aan de vereisten bedoeld in artikel 3.120, tweede lid, van de Energiewet.
4. Op 1 januari 2026 is de Energiewet in werking getreden. De Energiewet vervangt de Elektriciteitswet 1998 (hierna: E-wet) en Gaswet. De ACM stelde onder de E-wet en Gaswet tariefstructuren en voorwaarden vast, ook codes genoemd. Deze codes zijn onder te verdelen naar codes over tarieven en tariefstructuren, technische codes, codes over meten, codes over informatie-uitwisseling, en codes over de gebiedsindeling.
5. De ACM blijft bevoegd om de codes over tarieven en tariefstructuren, en de technische codes op grond van artikel 3.121 van de Energiewet goed te keuren en vast te stellen. De codes die vastgesteld zijn onder de E-wet en Gaswet kunnen niet in de huidige vorm blijven bestaan, omdat de Energiewet begrippen dusdanig wijzigt dat een volledige herziening van de tekst en de titel van de codes noodzakelijk is.
6. Met dit besluit keurt de ACM het voorstel van de gezamenlijke systeembeheerders voor de Tarievencode elektriciteit 2026 goed en stelt deze vast. Deze code beschrijft hoofdzakelijke welke tarieven de afnemer aan de systeembeheerder dient te betalen, en hoe de systeembeheerder deze tarieven dient te berekenen.
7. De ACM beoogt met deze nieuwe code alleen beleidsneutrale wijzigingen ten opzichte van de oude Begrippencode elektriciteit. De inwerkingtreding van de Energiewet vereist ook codewijzingen die beleidskeuzes behoeven. Deze zullen later via een ander codevoorstel door de gezamenlijke systeembeheerders worden ingediend en door de ACM worden beoordeeld.
8. Zoals het voorstel aangeeft, zien de wijzigingen ten opzichte van de oude codetekst op de volgende onderdelen:
– de code is aangepast op het nieuwe begrippenkader in de Energiewet;
– wettelijke taken en verplichtingen die niet in de Energiewet terugkomen zijn uit de code verwijderd;
– inconsistenties tussen in de Energiewet en Europese verordeningen gedefinieerde begrippen zijn aangepast;
– opzet van de code is meer conform de Aanwijzingen voor de Regelgeving gemaakt;
– hoofdstukken, artikelen en bijlagen zijn vernummerd om deze in een logische volgorde te zetten; en
– kennelijke verschrijvingen en inconsistenties in de tekst zijn hersteld.
9. De meest in het oog springende begrippen die in de Energiewet zijn veranderd ten opzichte van de E-wet, zijn:
– een net wordt een systeem;
– de aansluiting van een systeem op een ander systeem wordt een systeemkoppeling, behalve in geval van een aansluiting van een gesloten systeem op een ander systeem;
– de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet wordt transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit;
– netbeheerder van het landelijk gastransportnet wordt transmissiesysteembeheerder voor gas; en
– de regionale netbeheerder wordt distributiesysteembeheerder.
10. De ACM verwijst voor een gedetailleerd overzicht van de wijzigingen naar het codevoorstel gepubliceerd op de website van de ACM. De bijlage bij dit besluit bevat een transponeringstabel van de Tarievencode elektriciteit naar de Tarievencode elektriciteit 2026.
11. Met dit besluit wordt de Tarievencode elektriciteit ingetrokken. Dit heeft de ACM in artikel 5.1 toegevoegd. Ook heeft de ACM in artikel 5.2 de datum van inwerkingtreding en in artikel 5.3 de citeertitel toegevoegd.
12. De ACM heeft grammatica, spelling en interpunctie in het codevoorstel waar nodig gecorrigeerd. Daarnaast heeft de ACM enkele tekstuele aanpassingen gedaan om de codebepalingen te verduidelijken.
13. De ACM komt tot het oordeel dat het codevoorstel van de gezamenlijke systeembeheerders niet in strijd is met de belangen, regels en eisen bedoeld in artikel 3.121, tweede lid, van de Energiewet en keurt dit daarom goed.
|
Hoofdstuk 1 |
||
|
nieuw |
oud |
|
|
– |
1.1 |
1.1 |
|
– |
1.2 |
1.2 |
|
– |
1.3 |
1.3 |
|
– |
1.4 |
1.4 |
|
Hoofdstuk 2 |
||
|
nieuw |
oud |
|
|
par 2.1 |
2.1 lid 1 |
2.1.1 |
|
“ |
2.1 lid 2 |
2.1.2 |
|
“ |
2.1 lid 3 |
2.1.3 |
|
“ |
2.2 lid 1–3 |
2.1.4 |
|
“ |
2.1 lid 4 |
2.1.5 |
|
“ |
2.3 lid 1 |
2.1.6 |
|
“ |
2.3 lid 2+3 |
2.1.7 |
|
par 2.2 |
2.4 lid 1+2 |
2.2.1 |
|
“ |
2.4 lid 3 |
2.2.2 |
|
par 2.3 |
2.5 |
2.3.1 |
|
“ |
2.6 |
2.3.2a |
|
“ |
2.7 |
2.3.2b |
|
“ |
2.8 |
2.3.3 |
|
“ |
2.9 |
2.3.3a |
|
“ |
2.10 |
2.3.3b |
|
“ |
2.9 lid 4 |
2.3.4 |
|
“ |
2.11 lid 1 |
2.3.5.1 |
|
“ |
2.11 lid 2 |
2.3.5.2 |
|
“ |
2.11 lid 3 |
2.3.5.3 |
|
“ |
2.11 lid 4 |
2.3.5.4 |
|
“ |
2.11 lid 5 |
2.3.5.6 |
|
“ |
2.12 |
2.3.5.7 |
|
par 2.4 |
2.13 lid 1 |
2.4.1 |
|
“ |
2.13 lid 2 |
2.4.2 |
|
“ |
2.14 lid 1 |
2.4.3 |
|
“ |
2.14 lid 2 |
2.4.4 |
|
“ |
2.15 lid 1 |
2.4.5 |
|
“ |
2.15 lid 2+3 |
2.4.6 |
|
“ |
2.15 lid 4 |
2.4.7 |
|
Hoofdstuk 3 |
||
|
nieuw |
oud |
|
|
par 3.1 |
3.1 lid 1–3 |
3.1.3 |
|
“ |
3.1 lid 4 |
3.1.3a |
|
par 3.2 |
3.2 lid 1 |
3.2.1 |
|
“ |
3.2 lid 2 |
3.2.2 |
|
“ |
3.2 lid 3 |
3.2.2a |
|
“ |
3.2 lid 4 |
3.2.2b |
|
“ |
3.2 lid 5 |
3.2.3 |
|
“ |
3.2 lid 6+7 |
3.2.4 |
|
“ |
3.2 lid 8 |
3.2.5 |
|
“ |
3.3 |
3.2.6 |
|
par 3.3 |
3.4 lid 1 |
3.3.1 |
|
“ |
3.4 lid 2 |
3.3.2 |
|
“ |
3.5 |
3.3.3 |
|
par 3.4 |
3.6 |
3.4.1 |
|
par 3.5 |
3.7 lid 1 |
3.6.1 |
|
“ |
3.7 lid 2 |
3.6.2 |
|
“ |
3.7 lid 3 |
3.6.3 |
|
“ |
3.7 lid 4 |
3.6.4 |
|
par 3.6 |
3.8 lid 1 |
3.7.1 |
|
“ |
3.8 lid 2 |
3.7.2 |
|
“ |
3.8 lid 3 |
3.7.2a |
|
“ |
3.8 lid 4+5 |
3.7.3 |
|
“ |
3.9 lid 1 |
3.7.5 |
|
“ |
3.9 lid 2–4 |
3.7.5a |
|
“ |
3.9 lid 5 |
3.7.5b |
|
“ |
3.9 lid 6 |
3.7.5c |
|
“ |
3.9 lid 7 |
3.7.6 |
|
“ |
3.10 lid 1 |
3.7.9 |
|
“ |
3.10 lid 2 |
3.7.10 |
|
“ |
3.10 lid 3 |
3.7.11 |
|
“ |
3.11 lid 1 |
3.7.12 |
|
“ |
3.11 lid 2 |
3.7.13 |
|
“ |
3.11 lid 3 |
3.7.13a |
|
“ |
3.12 |
3.7.13b |
|
“ |
3.13 |
3.7.14 |
|
“ |
3.14 lid 1 |
3.7.15 |
|
“ |
3.14 lid 2 |
3.7.16 |
|
“ |
3.14 lid 3 |
3.7.17 |
|
“ |
3.15 lid 1 |
3.7.18 |
|
“ |
3.15 lid 2 |
3.7.19 |
|
par 3.7 |
3.16 lid 1 |
3.8.1 |
|
“ |
3.16 lid 2 |
3.8.4 |
|
par 3.8 |
3.17 lid 1 |
3.9.1 |
|
“ |
3.17 lid 2 |
3.9.2 |
|
“ |
3.17 lid 3+4 |
3.9.3 |
|
“ |
3.17 lid 5 |
3.9.4 |
|
par 3.9 |
3.18 lid 1 |
3.10.1 |
|
“ |
3.18 lid 2 |
3.10.3 |
|
Hoofdstuk 4 |
||
|
nieuw |
oud |
|
|
– |
4.1 lid 1 |
5.1.1 |
|
– |
4.1 lid 2 |
5.1.2 |
|
– |
4.1 lid 3 |
5.1.3 |
|
– |
4.1 lid 4 |
5.1.4 |
|
– |
4.1 lid 5 |
5.1.5 |
|
Bijlagen |
||
|
nieuw |
oud |
|
|
bijlage 1 |
Bijlage A |
|
|
bijlage 2 |
Tabel uit artikel 2.3.3c |
|
|
bijlage 3 |
Tabel uit artikel 2.3.3a |
|
|
bijlage 4 |
Tabel uit artikel 2.3.5.5 |
|
|
bijlage 5 |
Bijlage B |
|
|
bijlage 6 |
Tabel uit artikel 3.7.13a |
|
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-4090.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.