Regeling van de Minister van Justitie en Veiligheid van 27 oktober 2026, nr. 8064321 houdende wijziging van de Regeling ontslaguitkering vliegers Landelijke eenheid in verband met de wijziging van de berekeningswijze van het pensioengevend inkomen

De Minister van Justitie en Veiligheid,

Gelet op artikel 88a, vijfde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling ontslaguitkering vliegers Landelijke eenheid wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 3a komt te luiden:

Artikel 3a

  • 1. De betrokkene die in een kalenderjaar een pensioengevend inkomen heeft dat, zonder het bepaalde in hoofdstuk 3.1 van het Pensioenreglement, het voor dat jaar geldende bedrag, genoemd in artikel 18ga, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 overschrijdt, ontvangt een uitkering.

  • 2. De uitkering bedraagt de in het eerste lid bedoelde overschrijding, vermenigvuldigd met de voor dat kalenderjaar geldende premiepercentages voor inleg in het pensioenvermogen, partnerpensioen bij overlijden voor pensioendatum, wezenpensioen, premievrije pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid en een kostenopslag, genoemd in hoofdstuk 11 van het Pensioenreglement, voor zover het betreft het werkgeversdeel.

  • 3. Van januari tot en met november ontvangt de betrokkene maandelijks een twaalfde deel van de uitkering van het voorgaande kalenderjaar, indien van toepassing gecorrigeerd voor de wijziging van de in het tweede lid bedoelde premiepercentages, met in december een eindafrekening, rekening houdend met de overschrijding in het actuele kalenderjaar.

  • 4. In afwijking van het derde lid, wordt voor de betrokkene in het eerste jaar dat zijn pensioengevend inkomen het bedrag, bedoeld in het eerste lid, overschrijdt, de uitkering eenmalig vastgesteld in de maand december van dat kalenderjaar.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2027.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel

TOELICHTING

De wijziging van artikel 3a, tweede lid, van de Regeling ontslaguitkering vliegers LE is noodzakelijk vanwege de wijziging van de berekeningswijze van het maximum pensioengevend inkomen (aftopping pensioengevend inkomen) per 1 januari 2027. De huidige jaarsystematiek, waarbij de aftopping wordt gebaseerd op het inkomen op 1 januari, wordt vervangen door een maandsystematiek, waarbij wordt uitgegaan van het feitelijk per maand genoten pensioengevend inkomen. Deze wijziging vloeit voort uit de per 1 januari 2027 gewijzigde pensioenregeling van het ABP en is opgenomen in het vanaf die datum geldende pensioenreglement.

Het Besluit bezoldiging politie bevat in artikel 12g een compensatieregeling voor de gevolgen van de aftopping van het pensioengevend inkomen voor de pensioenopbouw. Op grond daarvan ontvangt de betrokkene een vergoeding ter hoogte van het werkgeversdeel van de pensioenpremie over het afgetopte inkomen. Deze regeling is gebaseerd op de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Politie 2015–2017, waarin is afgesproken dat het werkgeversvoordeel als gevolg van de aftopping van het pensioengevend inkomen vanaf 1 januari 2016 wordt teruggegeven aan de betrokken doelgroep. Omdat deze compensatieregeling geldt voor de doelgroep als bedoeld in deze regeling, wordt artikel 3a, tweede lid, conform de berekeningswijze per 1 januari 2027, gewijzigd.

Artikel 3a Bbp is vanaf 1 januari 2027 gelijkluidend aan de tekst van artikel 12g van het Besluit bezoldiging politie (Bbp). Beide artikelen beogen hetzelfde te regelen.

De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel

Naar boven