Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur | Staatscourant 2026, 3830 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur | Staatscourant 2026, 3830 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,
Gelet op
– verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en (EU) nr. 1307/2013 (PbEU 2021, L 435);
– verordening (EU) 2021/2116 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1306/2013;
– bijlage III, punt 3, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2017/1185 van de Commissie van 20 april 2017 tot vaststelling van voorschriften voor de toepassing van de Verordeningen (EU) nr. 1307/2013 en (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de aan de Commissie te melden informatie en documenten en tot wijziging en intrekking van diverse verordeningen van de Commissie;
– artikel 3, eerste, tweede en derde lid, van de Kaderwet EZ-, LVVN- en KGG-subsidies;
– artikelen 15, 17, 19, 27, 28 en 29 van de Landbouwwet;
Besluit:
De Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021 wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 5.6.1. worden in de alfabetische volgorde de volgende begripsbepalingen ingevoegd:
alle voor landbouwactiviteiten gebruikte en door een landbouwer beheerde registergoederen in juridisch eigendom of onder het recht van reguliere pacht of erfpacht;
landbouwer, niet zijnde een jonge landbouwer, die voor het eerst bedrijfshoofd is en beschikt over de vereiste passende opleiding of vaardigheden;
landbouwer die jonger is dan 40 jaar op 31 december van het jaar waarin de steun wordt aangevraagd en beschikt over de vereiste passende opleiding of vaardigheden;
een overeenkomst als bedoeld in de artikelen 7:317 tot en met 7:326 van het Burgerlijk Wetboek;
B
Artikel 5.6.2. wordt als volgt gewijzigd:
1. In het derde lid wordt na ‘jonge landbouwer’ toegevoegd ‘, potentiële jonge landbouwer of nieuwe landbouwer’.
2. In het zesde lid, onderdeel a, wordt na ‘jonge landbouwers’ ingevoegd ‘, potentiële jonge landbouwers en nieuwe landbouwers’.
3. In het achtste lid wordt in de aanhef ‘beschikt’ vervangen door ‘, potentiële jonge landbouwer en nieuwe landbouwer beschikken’ en vervalt in onderdeel b ‘, aangevuld met een diploma of een getuigschrift van een cursus op het gebied van bedrijfsovername of agrarische bedrijfsvoering’.
4. Het negende en tiende lid komen te luiden:
9. Een jonge landbouwer is bedrijfshoofd als bedoeld in artikel 5.1.1, eerste lid, en een nieuwe landbouwer is bedrijfshoofd als bedoeld in artikel 5.6.1, indien deze op de datum van indiening van de aanvraag:
a. voor ten minste 50 procent zeggenschap heeft in een landbouwbedrijf;
b. als natuurlijk persoon daadwerkelijke langdurige zeggenschap heeft in een landbouwbedrijf als bedoeld in artikel 16 van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 dat, behoudens de datum, bedoeld in het tweede lid van dat artikel, van overeenkomstige toepassing is; en
c. minimaal het aantal uren per kalenderjaar, genoemd in artikel 3.6, eerste lid, aanhef, van de Wet inkomstenbelasting 2021, werkzaam is in het bedrijf.
10. Van de 50 procent zeggenschap, bedoeld in het negende lid, onderdeel a, is sprake, ingeval een jonge landbouwer en nieuwe landbouwer:
a. ten minste 50 procent van een bedrijf juridisch in eigendom of onder het recht van reguliere pacht of erfpacht heeft; of
b. ten minste 50 procent van de aandelen bezit in geval van een naamloze vennootschap of besloten vennootschap.
5. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
12. Indien aan het landbouwbedrijf meerdere jonge landbouwers of nieuwe landbouwers als bedrijfshoofd deelnemen, dan hebben de jonge landbouwers of nieuwe landbouwers individueel de vereiste daadwerkelijke langdurige zeggenschap, bedoeld in het negende lid, onderdeel b, en gezamenlijk ten minste het percentage van de zeggenschap, bedoeld in het negende lid, onderdeel a.
C
In artikel 5.6.4 vervalt het zesde lid.
D
Aan artikel 5.6.10. worden twee leden toegevoegd, luidende:
9. Onverminderd het eerste lid bevat, indien aan de operationele groep een nieuwe landbouwer deelneemt, de aanvraag voor een project dat gericht is op de categorie, bedoeld in artikel 5.6.2, zesde lid, onderdeel a, een verklaring over het arbeidsverleden van de nieuwe landbouwer waaruit blijkt dat deze voor het eerst bedrijfshoofd is.
10. Onverminderd het eerste lid bevat de aanvraag voor een project dat gericht is op de categorie, bedoeld in artikel 5.6.2, zesde lid, onderdeel a, bewijsstukken in geval van reguliere pacht of erfpacht.
De tabel horende bij artikel 3, tweede lid, van de Regeling Openstelling EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2026 wordt als volgt gewijzigd:
1. In de rij met betrekking tot Titel 5.5 wordt ‘15-05-2026’ vervangen door ‘18-05-2026’.
2. In de opsomming van rijen met betrekking tot Titel 5.6 wordt de volgende rij ingevoegd:
|
5.6.2, eerste en zesde lid, onderdeel a |
Het aantrekken en behouden van jonge landbouwers, potentiële jonge landbouwers en nieuwe landbouwers en bevordering van duurzame bedrijfsontwikkeling in plattelandsgebieden |
19-05-2026 t/m 30-06-2026 |
€ 676.605,– |
Aan artikel 3, derde lid, van de Regeling prijs-, productie- en marktinformatie GLB worden, onder vervanging van de punt aan het slot van het laatste onderdeel door een puntkomma, drie onderdelen toegevoegd, luidende:
– het met hennep, als bedoeld in artikel 189, eerste lid, punt a, van Verordening (EU) nr. 1308/2013, beplante areaal voor het voorgaande verkoopseizoen en een raming voor het lopende verkoopseizoen, jaarlijks uiterlijk op 15 oktober voor het beplante areaal;
– de productie van hennepvezels voor het voorgaande verkoopseizoen en een raming voor het lopende verkoopseizoen, jaarlijks uiterlijk op 15 oktober;
– de gewogen gemiddelde prijzen, af fabriek, van het voorgaande verkoopseizoen, zoals genoteerd op de voornaamste representatieve markten voor hennepvezel, jaarlijks uiterlijk op 15 oktober.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 6 februari 2026
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, F.M. Wiersma
Met deze wijziging van de Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021 en de Regeling openstelling EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2026 wordt de subsidiemodule Samenwerken aan innovatie EIP (Hierna: EIP-regeling), submodule A Generatievernieuwing, gewijzigd en opengesteld.
Voorts wordt een beperkte technische aanvulling doorgevoerd in de Regeling prijs-, productie- en marktinformatie GLB. Ook wordt de openstellingsperiode van de Brede weersverzekering uit Titel 5.5 van de Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021 in de Regeling openstelling EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2026 verlengd van 15 mei 2026 tot en met 18 mei 2026. Zie voor de toelichting van dit onderdeel Artikel II van de artikelsgewijze toelichting.
De EIP-regeling bestaat uit vijf thematische EIP-modules die apart worden opengesteld voor het aanvragen van subsidie. De voorliggende wijziging gaat over de module voor ‘Generatievernieuwing’. Met de wijziging worden naast de bestaande doelgroep ‘jonge landbouwer’, twee nieuwe doelgroepen toegevoegd. Dit zijn de ‘potentiële jonge landbouwer’ en de ‘nieuwe landbouwer’.
Doel van de wijziging is het verruimen van de instapeisen voor het aanvragen van subsidie voor innovatieprojecten met als thema generatievernieuwing. Hierdoor kunnen ook nieuwe landbouwers en potentiële jonge landbouwers, waarvan deze laatste nog geen bedrijfshoofd is van een landbouwbedrijf, in aanmerking komen voor deze subsidie. Concreet betekent dit dat er in het samenwerkingsverband dat de subsidie aanvraagt, minimaal één van de drie doelgroepen – jonge landbouwer, nieuwe landbouwer of potentiële jonge landbouwer – deelneemt.
Door het verruimen van de doelgroep wordt een bredere groep aangesproken die kan bijdragen aan het doel ‘generatievernieuwing en duurzame bedrijfsontwikkeling in plattelandsgebieden’. Wat er verandert, is dat er specifieke aandacht komt voor een bredere groep zij-instromers. Dit is een term die gebruikt wordt in het werkveld en uit meerdere doelgroepen bestaat, waaronder ook de potentiële jonge landbouwer en nieuwe landbouwer. Zij zijn, ongeacht hun leeftijd, voor het eerst bedrijfshoofd van een landbouwbedrijf (nieuwe landbouwer) of zijn dat formeel nog niet en zijn jonger dan 40 jaar (potentiële jonge landbouwer), maar willen dat wel worden. Deze specifieke doelgroepen kennen andere barrières en behoeften dan de ‘jonge landbouwer’ of ‘landbouwer’. Met het toevoegen van de nieuwe doelgroepen, verbetert het doelbereik van deze module.
De Regeling prijs-, productie- en marktinformatie GLB bevat de bepalingen waarmee uitvoering wordt gegeven aan de regels van de Europese Unie om de markten in de landbouw- en voedselvoorzieningsketen transparanter te maken1. Met Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2024/23912 zijn wijzigingen in Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2017/1185 doorgevoerd.
Inzichten in de prijzen en marktgegevens moeten bijdragen aan transparantie in de prijsontwikkeling in de keten en daarmee tevens de positie van de boer in de waardeketen versterken. Vanwege het toegenomen belang van vezelgewassen in de landbouw en de bio-economie is ook bepaald dat voor hennep dezelfde mate van markttransparantie moet gelden als voor de andere vezelgewassen, namelijk vlas en katoen. Artikel 3, derde lid, van de Regeling prijs-, productie- en marktinformatie GLB wordt daartoe met enkele informatieverplichtingen inzake hennep, als bedoeld in Bijlage III, punt 3, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2017/1185, aangevuld. Recent is namelijk duidelijk geworden dat het hennepareaal in Nederland inmiddels is gegroeid naar meer dan 1.000 ha, waardoor voor Nederland, conform aangehaalde Bijlage III, punt 3, laatste alinea, onder c, ook voor hennep de meldingsverplichtingen gaan gelden. De uiterlijke jaarlijkse meldingsdatum van 15 oktober sluit aan bij de bestaande jaarlijkse meldingsverplichtingen voor vlas.
De wijzigingen als gevolg van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2024/2391 zijn besproken met de uitvoeringsorganisatie RVO en henneptelers zijn benaderd over de benodigde informatie.
De module EIP Generatievernieuwing, volgt dezelfde uitvoeringssystematiek als de andere modules van de EIP-regeling, waardoor de rekensom voor het berekenen van de regeldruk vergelijkbaar is. Voor de module EIP Generatievernieuwing is bij de openstelling in 2026, € 676.605,– beschikbaar. De gemiddelde projectomvang is ca. € 90.000,–. Dit levert ongeveer 7 projecten op die gesubsidieerd kunnen worden. Per project wordt gerekend op 60 uur aan administratieve lasten, waarvan 50% door de aanvragers zelf en 50% door ingehuurde adviseurs. Uitgaande van een uurtarief van € 50,– voor eigen arbeid en € 78,– voor adviseurs, komt dit neer op € 3.840,– per project. De regeldruk bedraagt voor deze module € 26.880,– (7*€ 3.840,–). Uitgedrukt in een percentage is dit 3,96% (€ 26.880,– / € 676.605,–)*100 Om de regeldruk te verlagen zijn ‘vereenvoudigde kostenopties’ (VKO’s) beschikbaar gesteld. Door het toepassen van de VKO voor arbeidskosten, kunnen de arbeidskosten berekend worden door 20% te berekenen over de overige kosten. Een andere optie is het toepassen van de VKO voor overige kosten. Hierbij kunnen de overige kosten berekend worden door 40% te berekenen over de kosten voor arbeid. Het voordeel hiervan is dat de aanvrager de overige kosten niet hoeft te onderbouwen met bewijsstukken. Andere ‘VKO’s’ zijn het gebruik van uurtarieven voor arbeid, zoals het vaste uurtarief voor eigen arbeid en het tarief dat kennisinstellingen kunnen berekenen en toepassen met behulp van de Integrale Kostensystematiek (IKS). Op basis van ervaringen met het beschikbaar stellen van VKO’s wordt de reductie van de administratieve lastendruk ingeschat op 15%. De totale regeldruk daalt hierdoor van 3,96% naar 3,38%. Dit is berekend door de eerder berekende regeldruk (€ 26.880,–) te verminderen met 15% (€ 22.848,–) en door dit bedrag te delen door het beschikbare budget van € 676.605.
De in deze regeling opgenomen wijzigingen van de Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021 zijn deels technisch, deels inhoudelijk van aard. Deze wijzigingen hebben geen effect op de berekende administratieve lasten van de oorspronkelijke regelgeving.
De wijzigingen als gevolg van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2024/2391 leiden tot vermindering van de administratieve lasten in de vlassector, omdat diverse maandelijkse meldingen zijn teruggebracht tot een jaarlijkse melding. Daarnaast is hennep aan de meldingsverplichtingen toegevoegd en valt door het inmiddels grotere hennepareaal in Nederland nu ook de levering van informatie vanuit deze sector onder de meldingsverplichtingen. De administratieve lastendruk neemt op dit punt daarmee beperkt toe. Rekening moet worden gehouden met één jaarlijkse melding van oppervlakte, productie en prijzen door de drie grootste henneptelers in Nederland. Dit vereist ongeveer een inzet van 0,5 uur tijd per jaar voor ca 3 bedrijven, wat neerkomt op ongeveer 150,– euro per jaar.
Het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) heeft besloten om geen formeel advies uit te brengen, omdat er geen of beperkte gevolgen zijn voor de regeldruk.
Middels onderdeel A worden verschillen begripsbepalingen toegevoegd aan artikel 5.6.1, namelijk van ‘bedrijf’, ‘reguliere pacht’, ‘nieuwe landbouwer’ en ‘potentiële jonge landbouwer’.
De begrippen ‘bedrijf’ en ‘reguliere pacht’ zijn overgenomen uit Titel 5.9 van de Regeling EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021, waarin de subsidie voor de vestiging van jonge landbouwers is opgenomen. De begrippen worden gebruikt om te beoordelen of er sprake is van daadwerkelijke langdurige zeggenschap, wat een vereiste is om als jonge landbouwer of nieuwe landbouwer te worden beschouwd als bedrijfshoofd. Reguliere pacht en erfpacht zijn veel voorkomende juridische titels voor (agrarisch) grondgebruik in Nederland. Om de subsidievoorwaarden beter af te stemmen op de praktijk rondom bedrijfsovername, wordt artikel 5.6.1 aangepast op die praktijk zodat het voortaan ook mogelijk is met een bedrijf onder het recht van reguliere pacht of erfpacht voor subsidie in aanmerking te komen. Deze wijziging is in lijn met het doel van de subsidiemodule. Voor erfpacht wordt verwezen naar het genotsrecht, bedoeld in titel 7 Erfpacht van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek (artikelen 85 tot en met 100), voor reguliere pacht is een begripsomschrijving toegevoegd waarin wordt verwezen naar de pachtovereenkomst als bedoeld in titel 5 Pacht van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (artikelen 317 tot en met 326).
De begrippen ‘nieuwe landbouwer’ en ‘potentiële jonge landbouwer’ worden toegevoegd omdat deze de omschrijving van de doelgroepen bevatten die worden toegevoegd als begunstigden van de EIP-regeling inzake generatievernieuwing. Een ‘nieuwe landbouwer’ is een landbouwer, niet zijnde een jonge landbouwer, die voor het eerst bedrijfshoofd is en beschikt over de vereiste passende opleiding of vaardigheden. De nieuwe landbouwer is, in tegenstelling tot de jonge landbouwer, ouder dan 40 jaar. Een ‘potentiële jonge landbouwer’ is een landbouwer die jonger is dan 40 jaar op 31 december van het jaar waarin de steun wordt aangevraagd (voor huidige openstelling is dit dus 2026) en beschikt over de vereiste passende opleiding of vaardigheden. Een potentiële jonge landbouwer is, in tegenstelling tot de jonge landbouwer, geen bedrijfshoofd.
In artikel 5.6.2, tweede, derde en achtste lid, worden in de regelingstekst de nieuwe landbouwer en de potentiële jonge landbouwer toegevoegd als doelgroep van de regeling. Een operationele groep moet ten minste bestaan uit een jonge landbouwer, nieuwe landbouwer of potentiële jonge landbouwer. Uiteraard mag een operationele groep bestaan uit een combinatie van bijvoorbeeld zowel een jonge landbouwer als een nieuwe landbouwer.
Om te kunnen kwalificeren als jonge landbouwer of nieuwe landbouwer moet iemand een ‘passende opleiding’ hebben en ‘bedrijfshoofd’ zijn. In navolging op de subsidie voor de vestiging van jonge landbouwers, bedoeld in Titel 5.9 van de REES 2021 wordt de invulling van deze begrippen aangepast.
Voor de passende opleiding vervalt in het achtste lid de eis dat een diploma of een getuigschrift van een cursus op het gebied van bedrijfsovername of agrarische bedrijfsvoering moet zijn gevolgd. Deze opleidingseis is niet van toegevoegde waarde. Om de administratieve lastendruk voor de subsidieaanvrager te verlagen, is deze eis geschrapt.
Het begrip bedrijfshoofd wordt in het negende en tiende lid aangepast. Beleidsmatig is het wenselijk dat bepaalde pachtvormen in het kader van bedrijfsovernames ook subsidiabel zijn binnen de subsidiemodule. Hoewel de jonge landbouwer op grond van een pachtconstructie niet het volledige bedrijf met bijbehorende grond en registergoederen ‘in eigendom’ verkrijgt, is dit een veel voorkomende constructie bij de start van een bedrijf of bij bedrijfsovernames. Vaak ook omdat degene die het bedrijf overdraagt zelf niet altijd het bedrijf volledig in eigendom heeft.
In het negende lid, onderdeel b, wordt de verwijzing naar artikel 16 van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 verduidelijkt. Voorts is onderdeel a (oud), van het negende lid geschrapt (aangaande het als natuurlijk persoon uitoefenen van een landbouwbedrijf in eigen naam), gezien dit een dubbeling is met de gestelde voorwaarden in het tiende lid, onderdeel a, en het niet nodig is om een dergelijke eis apart aan eenmanszaken te stellen.
Met de toevoeging van het elfde lid wordt verduidelijkt welke eisen aan jonge landbouwers en nieuwe landbouwers worden gesteld wanneer meerdere jonge of nieuwe landbouwers als bedrijfshoofd betrokken zijn bij een landbouwbedrijf. Zij moeten in dat geval individueel beschikken over de benodigde daadwerkelijke en langdurige zeggenschap, terwijl zij gezamenlijk voor 50% (juridische) zeggenschap in het bedrijf moeten hebben.
In het zesde lid van artikel 5.6.4. was geregeld dat investeringen gedaan door een jonge landbouwer voor 65% subsidiabel zijn in plaats van 40%. Dit is komen te vervallen, omdat het steunpercentage van 65% niet in overeenstemming is met het Nationaal Strategisch Plan GLB.
Bij de aanvraag overlegt de penvoerder ingevolge de wijziging van artikel 5.6.10 een verklaring over het arbeidsverleden van de nieuwe landbouwer, waaruit blijkt dat de nieuwe landbouwer voor het eerst bedrijfshoofd is. Dit kan in de vorm van een curriculum vitae tezamen met een verklaring in de samenwerkingsovereenkomst waarin de nieuwe landbouwer verklaart dat deze voor het eerst bedrijfshoofd is. Bij de beoordeling van de aanvraag kan aan de hand van (historische) gegevens uit het Handelsregister, worden gecontroleerd of de verklaring aannemelijk en juist is.
Indien er sprake is reguliere pacht of erfpacht bevat de aanvraag ingevolge het tiende lid bewijsstukken.
In artikel II wordt de openstelling van de EIP-regeling onderdeel A inzake generatievernieuwing geregeld. De openstellingsperiode is van 19 mei 2026 tot en met 10 juni 2026. Er is een bedrag van € 676.605,– beschikbaar.
Ook wordt de openstellingsperiode van de Brede weersverzekering uit Titel 5.5 van de Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021 in de Regeling openstelling EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2026 verlengd van 15 mei 2026 tot en met 18 mei 2026. De indiening van de aanvraag voor de Brede weersverzekering loopt via de Gecombineerde opgave. In 2026 loopt de indieningsperiode bij RVO van 1 maart 2026 tot en met 18 mei 2026. De sluitingsdatum van 18 mei 2026 is gekozen omdat 15 mei 2026 – de dag na Hemelvaartsdag – is gelijkgesteld met een algemeen erkende feestdag. Dit volgt uit artikel 1 van het Besluit gelijkstelling van 2 januari 2026, 15 mei 2026, 7 mei 2027, 28 april 2028 en 26 mei 2028 met een algemeen erkende feestdag. Middels deze wijziging wordt de openstellingsperiode van de Brede weersverzekering gelijkgesteld aan de indieningsperiode van de Gecombineerde opgave.
Middels artikel III wordt aan de Regeling prijs-, productie- en marktinformatie GLB hennep toegevoegd als product waarvoor informatieverplichtingen gelden. In paragraaf 2 van het algemeen deel van deze toelichting is dit nader toegelicht.
Deze regeling treedt in werking op 1 april 2026. Hiermee wordt de systematiek van vaste verandermomenten gevolgd. De regeling wordt niet twee maanden voor inwerkingtreding gepubliceerd. Dit is echter niet ten nadele van de doelgroepen, omdat de openstellingsperiode van deze regeling start op 19 mei 2026 en eindigt op 30 juni 2026. Er is dus voldoende tijd voor eventuele aanvragers om een aanvraag voor te bereiden en in te dienen. Voor wat betreft de meldingsverplichting voor hennep geldt een jaarlijkse melding, uiterlijk 15 oktober, waardoor ook hier voldoende voorbereidingstijd wordt geboden.
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, F.M. Wiersma
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2017/1185 van de Commissie van 20 april 2017 tot vaststelling van voorschriften voor de toepassing van de Verordeningen (EU) nr. 1307/2013 en (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de aan de Commissie te melden informatie en documenten en tot wijziging en intrekking van diverse verordeningen van de Commissie (PbEU 2017, L 317) en Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voorlandbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PbEU 2013, L 347).
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2024/2391 van de Commissie van 10 september 2024 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2017/1185 wat betreft bepaalde rapportagevereisten en bepaalde aan de Commissie te melden informatie en documenten in de sector landbouwmarkten (PbEU L 2024/2391).
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2017/1185 van de Commissie van 20 april 2017 tot vaststelling van voorschriften voor de toepassing van de Verordeningen (EU) nr. 1307/2013 en (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de aan de Commissie te melden informatie en documenten en tot wijziging en intrekking van diverse verordeningen van de Commissie (PbEU 2017, L 317) en Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voorlandbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PbEU 2013, L 347).
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2024/2391 van de Commissie van 10 september 2024 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2017/1185 wat betreft bepaalde rapportagevereisten en bepaalde aan de Commissie te melden informatie en documenten in de sector landbouwmarkten (PbEU L 2024/2391).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-3830.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.