Convenant bestuurlijke afspraken voor de vestiging van Eli Lilly en gebiedsontwikkeling in Katwijk

Partijen,

1. De Minister van Economische Zaken en Klimaat, handelend in de hoedanigheid van bestuursorgaan en vertegenwoordiger van de Staat der Nederlanden, mevrouw H. Herbert;

2. De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, handelend in hoedanigheid van bestuursorgaan en vertegenwoordiger van de Staat der Nederlanden, namens deze: mevrouw M. Smit, plv. DG Mobiliteit;

3. De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, handelend in de hoedanigheid van bestuursorgaan en vertegenwoordiger van de Staat der Nederlanden, mevrouw E.F. Boekholt-O’Sullivan;

Partijen genoemd onder 1 tot en met 3 gezamenlijk te noemen: het Rijk.

4. Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland, handelend als bestuursorgaan, in deze vertegenwoordigd door gedeputeerde de heer M. Stolk, en de commissaris van de Koning van provincie Zuid-Holland, handelend als vertegenwoordiger van de provincie Zuid-Holland, namens deze de heer A.W. Kolff (hierna aangeduid als de provincie Zuid-Holland);

en

5. De gemeente Katwijk, voor zover het bestuursbevoegdheden betreft, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Katwijk, in deze vertegenwoordigd door de heer I.G. Mostert en de burgemeester van gemeente Katwijk, handelend als vertegenwoordiger van gemeente Katwijk, namens deze de heer P.N. Middelkoop (hierna aangeduid als de gemeente Katwijk).

Partijen genoemd onder 4 en 5 gezamenlijk te noemen: de regio.

Partijen genoemd onder 1 tot en met 5 gezamenlijk te noemen: Partijen.

Overwegen het volgende:

  • A. Vanwege strategische regionale en nationale (economische) belangen van de vestiging van het bedrijf Eli Lilly (een internationaal opererend Amerikaans farmaceutisch bedrijf) in Nederland, hebben Partijen in het bestuurlijk overleg MIRT van 5 januari 2026 een gezamenlijke, integrale en gebiedsgerichte aanpak afgesproken waarbij de Minister van Economische Zaken en Klimaat en haar ministerie een coördinerende rol heeft en waar een structurele dialoog met de regio onderdeel van is;

  • B. Het bedrijf Eli Lilly heeft aangegeven een productielocatie in de gemeente Katwijk te willen vestigen en heeft daartoe op 3 april 2026 een vergunningsaanvraag bij de gemeente Katwijk ingediend;

  • C. Partijen zien de vestiging gelet op de aard en omvang van dit bedrijf, zowel qua economische effecten als qua werkgelegenheid, van nationaal belang en van groot economisch belang met een regionale spin-off;

  • D. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Katwijk is het bevoegde gezag voor het verlenen van een BOPA-vergunning (Buitenplanse Omgevingsplan Activiteit in het kader van de Omgevingswet) aan het bedrijf Eli Lilly waarbij het bindend adviesrecht van de gemeenteraad in acht dient te worden genomen;

  • E. De gemeenteraad van de gemeente Katwijk heeft op 18 juni 2026 een voorlopig positief bindend advies gegeven over de BOPA-vergunningaanvraag van Eli Lilly;

  • F. Op 16 mei 2025 is een Comfortletter van kracht geworden die is ondertekend op 16 april 2025 door de gemeente Katwijk, provincie Zuid-Holland, en de Ministers van Economische Zaken, Infrastructuur en Waterstaat en Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening;

  • G. In de Comfortletter is uitgesproken om de intenties genummerd A tot en met F als gezamenlijke opgave met elkaar uit te werken in de vorm van bestuurlijke afspraken en voor zover nodig vast te leggen in één of meerdere convenanten;

  • H. Een in opdracht van de gemeente Katwijk uitgevoerd verkennend verkeersonderzoek naar de mobiliteitseffecten van de werkgelegenheids- en woningbouwontwikkeling op en rond de locaties Valkenhorst en Zijlhoek – De Woerd wijst op een toename in verkeersdruk naast het grotere – autonome – effect op het regionale wegennet in de periode tot en met 2040. Op basis van de uitkomsten van dit verkennend verkeersonderzoek wil de gemeente Katwijk infrastructurele maatregelen nemen ten behoeve van de doorstroming van het verkeer en de leefbaarheid in de gemeente;

  • I. In het bestuurlijk overleg van 18 juni 2026 zijn tussen het Rijk, provincie Zuid-Holland en gemeente Katwijk bestuurlijke afspraken gemaakt, gebaseerd op de Comfortletter, die in dit convenant worden vastgelegd.

Spreken het volgende af,

Artikel 1: Definities

In dit convenant (en de daarbij behorende bijlagen) wordt door Partijen verstaan onder:

‘’Betaalbare woning’’:
  • a. sociale huurwoning: huurwoning met een aanvangshuurprijs onder de grens, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag;

  • b. huurwoningen voor middenhuur: huurwoning met een aanvangshuurprijs van ten minste het bedrag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, en ten hoogste:

    • 1. het bedrag, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Besluit huurprijzen woonruimte;

    • 2. het onder i bedoelde bedrag met inbegrip van een vermeerdering als bedoeld in artikel 8a, eerste, derde, vierde of vijfde lid, van het Besluit huurprijzen woonruimte, indien het gaat om een huurwoning als bedoeld in die leden;

  • c. betaalbare koopwoning: koopwoning met een koopprijs vrij op naam bij eerste verkoop van ten hoogste de bovengrens, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Huisvestingswet 2014; of

  • d. een gebouw bestaande uit onzelfstandige woonruimten;

‘’BOPA’’:

buitenplanse omgevingsplanactiviteit;

‘’Comfortletter’’:

het op 16 april 2025 door gemeente Katwijk, provincie Zuid-Holland, en de Ministeries van Economische Zaken en Klimaat, Infrastructuur en Waterstaat en Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening ondertekende document waarin gezamenlijke intenties, genummerd onder A tot en met F, zijn opgeschreven met als doel om de vestiging van Eli Lilly en de bouw van circa 1.000 tot 1.700 woningen in plangebied Zijlhoek – De Woerd, de woningbouwopgave in Valkenhorst en (eventuele) infrastructurele maatregelen voor het oplossen van (toekomstige) mobiliteits- en bereikbaarheidsissues mogelijk te maken en dat in werking is getreden op 16 mei 2025;

‘’MIRT’’:

Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport;

‘’NFIA’’:

Netherlands Foreign Investment Agency van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat;

‘’RCE’’:

Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, agentschap van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 2: Doel

Het doel van dit convenant is om de in het bestuurlijk overleg van 18 juni 2026 gemaakte afspraken over de onderdelen A tot en met F van de Comfortletter vast te leggen. De letterlijke tekst van deze onderdelen uit de Comfortletter is:

A. De komst van de bedrijfsbebouwing van Lilly in het Plangebied, hierbij rekening houdend met de ruimtebehoefte van het bedrijf op korte- en lange termijn;

B.De woningbouwontwikkeling waarvan voldoende betaalbaar dient te zijn van het in totaal te realiseren aantal (variërend van circa 1.000 tot 1.700) woningen;

C.De goede ruimtelijke ordening inpassing van hiervoor genoemde sub A en B door Katwijk en de provincie Zuid-Holland;

D.Het reserveren van voldoende ruimte voor energie infrastructuur (t.b.v. sub A en B) in Katwijk en het respecteren van de contouren van UNESCO werelderfgoed Limes;

E.Het verhogen van het aandeel betaalbare woningen in het nabijgelegen plangebied Valkenhorst, dit in combinatie met het verhogen van het totaal aantal woningen in dit gebied; en

F.De door de lokale en regionale infrastructuurbeheerders te onderzoeken bereikbaarheidseffecten als gevolg van genoemde ruimtelijke ontwikkelingen (welke zullen leiden tot een toename van de mobiliteitsdruk in en rond het Plangebied, met name op de provinciale weg N206). Deze ruimtelijke ontwikkelingen en bereikbaarheidseffecten zijn het vertrekpunt voor (eventuele) infrastructurele maatregelen voor het oplossen van (toekomstige) mobiliteits- en bereikbaarheidsissues.

Artikel 3: Afspraak over intentie A uit de Comfortletter “de komst van de bedrijfsbebouwing van Lilly in het Plangebied, hierbij rekening houdend met de ruimtebehoefte van het bedrijf op korte- en lange termijn”

Onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Economische Zaken en Klimaat spant het NFIA zich in om Eli Lilly ook na de vergunningaanvraag te begeleiden conform haar gebruikelijke werkwijze tot aan het moment dat de bedrijfsbebouwing van Eli Lilly in gebruik is genomen. Daarna begeleidt NFIA het bedrijf Eli Lilly als strategisch account conform hun gebruikelijke systematiek.

Artikel 4: Afspraak over intentie B uit de Comfortletter “de woningbouwontwikkeling waarvan voldoende betaalbaar dient te zijn van het in totaal te realiseren aantal (variërend van circa 1.000 tot 1.700) woningen in plangebied Zijlhoek de Woerd“

  • 1. De gemeente Katwijk spant zich in om 1.590 woningen te doen realiseren in combinatie met de vestiging van Eli Lilly in het plangebied Zijlhoek – De Woerd.

  • 2. De gemeente Katwijk spant zich in dat op uiterlijk 31 december 2027 een stedenbouwkundig plan is uitgewerkt voor het plangebied Zijlhoek – De Woerd, met het in het eerste lid genoemd aantal woningen en waarvan 2/3 Betaalbare woningen zijn.

  • 3. Het stedenbouwkundige plan, zoals bedoeld in het tweede lid, is waar nodig vooraf afgestemd met de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en haar Rijksvastgoedbedrijf en de provincie Zuid-Holland voor wat betreft de programmering en de realisatie in de tijd met naastgelegen woningbouwontwikkeling Valkenhorst.

Artikel 5: Afspraken over intentie C uit de Comfortletter “de goede ruimtelijke ordening inpassing van hiervoor genoemde sub A en B door Katwijk en de provincie Zuid-Holland”

De gemeente Katwijk en de provincie Zuid-Holland spannen zich, vanuit hun taak en bevoegdheid in het ruimtelijk beleid, in om de komst van Eli Lilly mogelijk te maken. Evenals de verdere gebiedsontwikkeling Zijlhoek – De Woerd. Dit vergt van de gemeente het opstellen van een daarvoor bedoeld Omgevingsplan en, waar noodzakelijk, het door de provincie doen van aanpassingen aan het provinciaal omgevingsbeleid. De gemeente Katwijk heeft het Omgevingsprogramma Zijlhoek – De Woerd inmiddels vastgesteld.

Artikel 6: Afspraken over intentie D uit de Comfortletter “het reserveren van voldoende ruimte voor energie infrastructuur (t.b.v. sub A en B) in Katwijk en het respecteren van de contouren van UNESCO werelderfgoed Limes”

  • 1. De Minister van Economische Zaken en Klimaat in afstemming met de Minister van Klimaat en Groene Groei, de provincie Zuid-Holland en het NFIA voeren, in wisselende samenstellingen, gesprekken met Dunea, Tennet, Liander en Gasunie om de vestiging van Eli Lilly in Zijlhoek – De Woerd te ondersteunen zonder daarbij de eigen verantwoordelijkheden van Eli Lilly over te nemen.

  • 2. De Provincie Zuid-Holland en de gemeente Katwijk zullen voldoen aan de UNESCO-randvoorwaarden voor het werelderfgoed ‘Neder-Germaanse Limes’ van Nederland en Duitsland, zoals opgenomen in de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, om tot ontwikkeling van de woningbouwopgave en de vestiging van Eli Lilly in Zijlhoek – De Woerd te komen. Hiervoor wordt voor het plangebied Zijlhoek – De Woerd nauw met RCE samengewerkt. Betrokkenheid van de RCE is vereist vanwege Europese jurisprudentie m.b.t. gebiedsontwikkeling en de connectie met UNESCO.

Artikel 7. Afspraken over intentie E uit de Comfortletter “het verhogen van het aandeel betaalbare woningen in het nabijgelegen plangebied Valkenhorst, dit in combinatie met het verhogen van het totaal aantal woningen in dit gebied”

  • 1. De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening committeert zich aan een verhoging van het aandeel betaalbare woningen naar minimaal 50% en gezamenlijk met haar Rijksvastgoedbedrijf en de gemeente Katwijk dit versneld te realiseren.

  • 2. De gemeente Katwijk, de provincie Zuid-Holland, de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en haar Rijksvastgoedbedrijf hebben de intentie de woningbouwontwikkeling Valkenhorst versneld te realiseren. Bij het realiseren van deze woningbouwontwikkeling blijven de vigerende afspraken tussen de gemeente Katwijk en het Rijksvastgoedbedrijf onverkort van kracht totdat deze partijen anders overeenkomen.

  • 3. De gemeente Katwijk, de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en haar Rijksvastgoedbedrijf committeren zich om het aandeel Betaalbare woningen in de woningbouwontwikkeling Valkenhorst te verhogen naar minimaal 50 procent van het totale aantal te realiseren woningen en de overeengekomen stedenbouwkundige kwaliteit te waarborgen.

  • 4. Met het oog op het gezamenlijk commitment bedoeld in het derde lid, werken de gemeente Katwijk, de provincie Zuid-Holland, de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en haar Rijksvastgoedbedrijf uiterlijk 31 december 2027 gezamenlijke scenario’s voor meer Betaalbare woningen uit door omzetting van vrijesectorwoningen en verdichting/toevoegen van woningen

  • 5. Om de doorbraak te bereiken, draagt het Rijk bij door het financiële resultaat uit de grondexploitatie van de gebiedsontwikkeling Valkenhorst, als gevolg van de omzetting van de vrijesectorwoningen naar Betaalbare woningen geheel voor haar rekening te nemen. Zodat minimaal 50 procent aan Betaalbare woningen wordt gerealiseerd.

  • 6. De uitwerking van de gezamenlijke scenario’s zijn het vervolg op de reeds uitgevoerde verkenning door de gemeente Katwijken het Rijksvastgoedbedrijf naar diverse scenario’s naar meer Betaalbare woningen. Zo spoedig mogelijk na ondertekening van dit convenant starten de in het tweede lid genoemde partijen met het nader uitwerken van de gezamenlijke scenario’s.

  • 7. De partijen uit het tweede lid streven ernaar om uiterlijk op 31 december 2027 gezamenlijk op bestuurlijk niveau een voorkeursscenario vast te stellen.

  • 8. Hieraan voorafgaand zal de gemeenteraad over het in het zevende lid genoemde voorkeursscenario een besluit nemen.

  • 9. De uitkomst van de besluitvorming van partijen, bedoeld in het zevende lid, vormt de basis van nadere bestuurlijke afspraken.

Artikel 8: Afspraken over intentie F uit de Comfortletter “de door de lokale en regionale infrastructuurbeheerders te onderzoeken bereikbaarheidseffecten als gevolg van genoemde ruimtelijke ontwikkelingen (welke zullen leiden tot een toename van de mobiliteitsdruk in en rond het Plangebied, met name op de provinciale weg N206). Deze ruimtelijke ontwikkelingen en bereikbaarheidseffecten zijn het vertrekpunt voor (eventuele) infrastructurele maatregelen voor het oplossen van (toekomstige) mobiliteits- en bereikbaarheidsissues’’

Op grond van de uitkomsten van het door de gemeente Katwijk uitgevoerd verkennend verkeersonderzoek naar de mobiliteitseffecten van de werkgelegenheids- en woningbouwontwikkeling op en rond de locaties Valkenhorst en Zijlhoek – De Woerd, spreken Partijen het volgende af ten aanzien van de infrastructurele maatregelen en/of verkeersmitigerende maatregelen, in het bijzonder voor de financiering daarvan:

  • a) Partijen onderschrijven daartoe:

    • 1. dat de vestiging van Lilly in het plangebied zien als zijnde van nationaal belang en van groot economisch belang met een regionale spin-off;

    • 2. het belang van een gezamenlijke, gebiedsgerichte en integrale aanpak op en rond de genoemde locaties; en

    • 3. het belang van het oplossen van (toekomstige) mobiliteits- en bereikbaarheidsissues als gevolg van de toename van de verkeersdruk in omvang en in tijd die wordt bepaald door de ontwikkelingen zoals genoemd in artikelen 3, 4 eerste lid, 7, eerste en tweede lid en de resultante van de scenario’s zoals genoemd in artikel 7, vierde lid.

  • b) De provincie Zuid-Holland en de gemeente Katwijk spannen zich in om nieuwe passende verkeersmitigerende en/of infrastructurele maatregel(en) te realiseren die vermindering van de verkeersdruk opleveren en de leefbaarheid verbeteren, specifiek rond de kruising N206/Molentuinweg. Daartoe doen de provincie Zuid-Holland en de gemeente Katwijk een onderzoek naar inrichtingsvarianten en doen een voorstel samen met de wegbeheerder aan Partijen voor een voorkeursalternatief. Partijen stemmen gezamenlijk het voorkeursalternatief voor de kruising N206/Molentuinweg in samenhang met voorstellen voor infrastructurele maatregelen voor de in de Comfortletter genoemde mobiliteitsmaatregelen (zijnde: kruising N206-Molentuinweg, auto ontsluiting Zijlhoek – De Woerd vanaf N206, onderdoorgang langzaam verkeer, fietsbrug over de Oude Rijn) in een bestuurlijk overleg af. De uitkomst van dit overleg, ten aanzien van het voorkeursalternatief en de voorstellen voor de genoemde mobiliteitsmaatregelen inclusief de bekostiging van de realisatie ervan, wordt vastgelegd in een bestuurlijk convenant uiterlijk op 31 december 2027 zoals bedoeld in artikel 10, derde lid.

  • c) De financiële rijksbijdrage, waarover in artikel 9 afspraken worden gemaakt, is bedoeld voor de realisatie van het in artikel 8, sub b benoemde voorkeursalternatief, waarin doelmatige en effectieve maatregelen zijn opgenomen en andere in de Comfortletter genoemde mobiliteitsmaatregelen (zijnde: kruising N206-Molentuinweg, auto ontsluiting Zijlhoek – De Woerd vanaf N206, onderdoorgang langzaam verkeer, fietsbrug over de Oude Rijn) die door de betrokken wegbeheerders worden uitgevoerd in de periode tot en met 2040 ter vermindering van de verkeersdrukte en de leefbaarheid verbeteren.

  • d) Het Rijk, de provincie Zuid-Holland en de gemeente Katwijk blijven de komende jaren in een regulier bestuurlijk overleg over een oplossing voor de verwachte verkeersopgave in gesprek. Indien blijkt dat de financiële bijdragen genoemd in artikel 9, onvoldoende zijn, gaan de Partijen met elkaar in overleg over het gezamenlijk uit te werken en te kiezen voorkeursalternatief en de bekostiging daarvan inclusief van andere in de Comfortletter genoemde mobiliteitsmaatregelen (zijnde: kruising N206-Molentuinweg, auto ontsluiting Zijlhoek – De Woerd vanaf N206, onderdoorgang langzaam verkeer, fietsbrug over de Oude Rijn). In de tussentijd worden geen onomkeerbare keuzes gemaakt of beslissingen genomen die van invloed zijn op het te kiezen voorkeursalternatief.

Artikel 9: Afspraken over de financiële bijdragen

  • 1. Het Rijk zegt een financiële bijdrage toe van € 36 miljoen voor de uitvoering van hetgeen is vastgelegd in artikel 8, sub c.

  • 2. De beschikbaarstelling van de rijksbijdrage is onder voorbehoud dat de in de begroting opgenomen middelen door de Staten-Generaal wordt goedgekeurd. Het Rijk zal, gelet op de Financiële-verhoudingswet, in overleg treden met de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Financiën over de wijze van beschikbaarstelling van deze rijksbijdrage als specifieke uitkering(en) met inachtneming van de Financiële-verhoudingswet.

  • 3. Voor de beschikbaarstelling van de rijksbijdrage, bedoeld in het eerste lid, is het Rijk voornemens om voorwaarden te stellen zoals het voldoen aan hetgeen bepaald in artikel 8, sub c. De financiële voorwaarden voor de rijksbijdrage aan hetgeen is vastgelegd in artikel 8 sub c worden nader uitgewerkt en vastgelegd in de beschikking voor de uitkering(en) die onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Economische Zaken en Klimaat wordt opgesteld.

  • 4. Het Rijk zal de rijksbijdrage, bedoeld in artikel 9, eerste lid, jaarlijks indexeren conform de indexatie van het Ministerie van Financiën indien deze is toegekend aan de betreffende budgetten.

  • 5. De provincie Zuid-Holland zegt voor de uitvoering van hetgeen is vastgelegd in artikel 8, sub c, een financiële bijdrage toe ad € 36 miljoen. De beschikbaarstelling van de provinciale bijdrage is onder voorbehoud dat de in de begroting opgenomen middelen door de Provinciale Staten wordt goedgekeurd.

  • 6. De gemeente Katwijk zegt voor de uitvoering van hetgeen is vastgelegd in artikel 8, sub c, een financiële bijdrage toe ad € 31 miljoen. De beschikbaarstelling van de gemeentelijke bijdrage is onder voorbehoud dat de in de begroting opgenomen middelen door de gemeenteraad wordt goedgekeurd.

  • 7. De rijksbijdrage zoals genoemd in artikel 9, eerste lid is, indien van toepassing, inclusief BTW. Het Rijk spant zich in om eventuele BTW compensatieverliezen te voorkomen voor wat betreft de rijksbijdrage en overlegt daartoe met de gemeente Katwijk en de provincie Zuid-Holland.

Artikel 10: Voortgang

  • 1. Partijen spreken af dat zij over hetgeen is vastgelegd in dit convenant en de uitvoering daarvan regelmatig met elkaar in gesprek blijven en zetten daartoe de reeds opgezette governance voort, waarin Partijen via een ambtelijke werkgroep, een stuurgroep op directeursniveau en een bestuurlijk overleg samen werken. Daarbij vindt minimaal één keer per jaar een bestuurlijk overleg plaats onder leiding van de Minister van Economische Zaken en Klimaat.

  • 2. In het bestuurlijk overleg is de voortgang van de inhoud en uitvoering van dit convenant onderdeel van het overleg.

  • 3. De uitkomst van de afspraken opgenomen in of voortkomend uit artikel 4, 7 en 8 worden door Partijen nader uitgewerkt en vastgelegd in een nieuw, door Partijen ondertekend convenant, uiterlijk op 31 december 2027. Om te komen tot de in artikel 7 eerste en tweede lid genoemde versnelling van de woningbouwontwikkeling op Valkenhorst zullen de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, haar Rijksvastgoedbedrijf, de provincie Zuid-Holland en de gemeente Katwijk de afspraken die worden gemaakt in het kader van artikel 4 en 7 als onderdeel van en in lijn met dit nieuwe convenant, nader uitwerken in separate afspraken.

Artikel 11: Publiekrechtelijke medewerking

  • 1. Partijen spannen zich in om de voor de uitvoering van dit convenant benodigde publiekrechtelijke besluiten zodanig vast te stellen respectievelijk te nemen, dat de uitvoering van dit convenant publiekrechtelijk is toegestaan.

  • 2. Partijen bevorderen daarbij zoveel mogelijk, met inachtneming van wettelijke procedures en de te betrachten zorgvuldigheid jegens derden, dat de procedures tot het nemen van publiekrechtelijke besluiten met voortvarendheid worden doorlopen.

  • 3. Ingeval de in het tweede lid bedoelde procedures ertoe leiden dat de uitvoering van het convenant niet of althans niet op de door Partijen bij het aangaan van het convenant voorgestane wijze kan worden uitgevoerd, bezien Partijen of dit convenant wijziging, of (gedeeltelijke) beëindiging behoeft. De artikelen 12, 13 en 14 worden hierbij in acht genomen.

  • 4. De in het kader van dit convenant door Partijen te verlenen publiekrechtelijke medewerking laat de publiekrechtelijke positie en bevoegdheden van Partijen onverlet.

  • 5. Het niet verlenen van publiekrechtelijke medewerking maakt geen van de Partijen jegens een andere Partij schadeplichtig.

Artikel 12: Wijziging

  • 1. Elke Partij kan de andere Partijen schriftelijk verzoeken het convenant te wijzigen. De wijziging behoeft de schriftelijke instemming van alle Partijen.

  • 2. Partijen treden in overleg binnen 30 dagen nadat een Partij de wens daartoe aan de andere Partij(en) schriftelijk heeft meegedeeld.

  • 3. De wijziging en de verklaring(en) tot instemming worden als bijlage aan het convenant gehecht en gepubliceerd in de Staatscourant.

Artikel 13: Opzegging

  • 1. Elke Partij kan het convenant met inachtneming van een opzegtermijn van 60 dagen schriftelijk opzeggen, uitsluitend wanneer zich een van de volgende omstandigheden voordoet:

    • a) door het bevoegd gezag wordt geen vergunning of worden niet alle vergunningen verleend die nodig zijn voor de vestiging en exploitatie van Eli Lilly, dan wel worden vergunningen verleend onder zodanige beperkingen dat Eli Lilly naar het redelijk oordeel van Partijen niet overeenkomstig de beoogde opzet kan worden gevestigd of geëxploiteerd; of

    • b) de vestiging van Eli Lilly vindt om andere redenen niet plaats.

  • 2. Wanneer een Partij het convenant opzegt, blijft het convenant voor de overige Partijen in stand voor zover de inhoud en de strekking ervan zich daartegen niet verzet. De financiële afspraken van artikel 9 komen in ieder geval te vervallen indien de gemeente Katwijk het convenant opzegt.

  • 3. Ingeval van beëindiging van het convenant krachtens opzegging is geen van de Partijen jegens een andere Partij schadeplichtig.

Artikel 14: Onvoorziene omstandigheden

  • 1. Partijen treden met elkaar in overleg indien zich onvoorziene omstandigheden voordoen, die van dien aard zijn dat naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van dit convenant niet mag worden verwacht.

  • 2. Het in het eerste lid bedoelde overleg vindt plaats binnen 30 dagen nadat een Partij de wens hiertoe aan de andere Partijen schriftelijk kenbaar heeft gemaakt.

  • 3. Indien na het overleg niet binnen 3 maanden tot overeenstemming heeft geleid, mag elke Partij dit convenant met inachtneming van hetgeen bepaald in artikel 13 schriftelijk opzeggen.

Artikel 15: Escalatieregeling

  • 1. Indien een Partij aan de andere Partijen schriftelijk en gemotiveerd melding maakt dat er naar zijn oordeel een geschil is, treden de vertegenwoordigers van Partijen binnen 20 werkdagen na een zodanige melding eerst met elkaar in overleg om te bezien of in der minne een oplossing van het geschil kan worden gevonden.

  • 2. Indien het minnelijk overleg niet binnen 3 maanden leidt tot een oplossing van het geschil kunnen Partijen dit convenant beëindigen met inachtneming van artikel 13 van dit convenant.

Artikel 16: Geschillenbeslechting en bevoegde rechter

Alle geschillen in verband met dit convenant of met afspraken die daarmee samenhangen, worden beslecht door de bevoegde rechter te Den Haag. Een Partij kan zich echter pas op andere wijze dan in kort geding tot de rechter wenden, indien het geschil volgens de procedure van artikel 15, eerste lid, in der minne niet is opgelost.

Artikel 17: Ongeldigheid

Indien een bepaling van dit convenant in enige mate als nietig, vernietigbaar, ongeldig, onwettig of anderszins als niet-bindend moet worden beschouwd, wordt die bepaling, voor zover nodig, uit dit convenant verwijderd en gaan Partijen in gesprek over de vervanging door een bepaling die wel bindend en rechtsgeldig is en die de inhoud van de niet-geldige bepaling zoveel mogelijk benadert. Het overige deel van het convenant blijft in een dergelijke situatie ongewijzigd.

Artikel 18: Uitsluiting van derdenwerking

Aan dit convenant kunnen door derden op geen enkele wijze rechten worden ontleend, ook niet indien zij rechtstreeks of indirect belang hebben bij de uitvoering ervan waaronder Eli Lilly and Company, inclusief haar Nederlandse dochters.

Artikel 19: Gehele overeenkomst

Dit convenant bevat alle afspraken tussen Partijen en vervangt alle eerdere afspraken met betrekking tot het onderwerp van dit convenant.

Artikel 20: Inwerkingtreding en looptijd

Het convenant treedt in werking met ingang van de dag van ondertekening door alle Partijen. Het convenant eindigt bij ondertekening van het convenant zoals bedoeld in artikel 10, derde lid of dit convenant eindigt op 1 januari 2029, tenzij Partijen anders overeenkomen en het convenant wijzigen met in achtneming van artikel 12. Partijen treden uiterlijk 90 dagen voor laatstgenoemde datum in overleg over voortzetting van dit convenant.

Artikel 21: Toepasselijk recht

Op dit convenant is uitsluitend Nederlands recht van toepassing.

Artikel 22: Publicatie Staatscourant

  • 1. Binnen 30 dagen na ondertekening van dit convenant wordt de tekst daarvan door de Minister van Economische Zaken en Klimaat aangeboden ter publicatie in de Staatscourant.

  • 2. Bij wijzigingen in de zin van artikel 12 of opzegging in de zin van artikel 13 van het convenant vindt het eerste lid overeenkomstige toepassing.

Aldus overeengekomen en in vijfvoud ondertekend,

Minister van Economische Zaken en Klimaat, in de hoedanigheid van bestuursorgaan en vertegenwoordiger van de Staat der Nederlanden H. Herbert

Den Haag, 23 september 2026

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, in de hoedanigheid van bestuursorgaan en vertegenwoordiger van de Staat der Nederlanden Namens deze: M. Smit, plv. DG Mobiliteit

Den Haag, 23 september 2026

De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, in de hoedanigheid van bestuursorgaan en vertegenwoordiger van de Staat der Nederlanden E.F. Boekholt-O’Sullivan

Den Haag, 23 september 2026

Gedeputeerde Staten van de Provincie Zuid-Holland Namens deze: M. Stolk gedeputeerde

Den Haag, 23 september 2026

Commissaris van de Koning van de Provincie Zuid-Holland A.W. Kolff

Den Haag, 23 september 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Katwijk Namens deze: G. Mostert Wethouder

Den Haag, 23 september 2026

Burgemeester van de gemeente Katwijk Namens deze: P.N. Middelkoop

Den Haag, 23 september 2026

Naar boven