Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek | Staatscourant 2026, 38178 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek | Staatscourant 2026, 38178 | overige overheidsinformatie |
Regieorgaan SIA
Maart 2027
Inhoudsopgave
|
1 |
Overzicht en inleiding |
|
1.1 |
Kort overzicht |
|
1.2 |
Inleiding |
|
1.3 |
Achtergrond |
|
2 |
Doel |
|
2.1 |
Doelstelling van het programma |
|
2.2 |
Doelstelling van de regeling |
|
2.3 |
Maatschappelijke impact van onderzoek |
|
3 |
Opstellen en indienen |
|
3.1 |
Tijdpad |
|
3.2 |
Wie kan aanvragen |
|
3.3 |
Wat kan worden aangevraagd |
|
3.4 |
Aanvraag opstellen en indienen in ISAAC |
|
3.5 |
Voorwaarden voor in behandeling nemen |
|
4 |
Beoordeling |
|
4.1 |
Criteria |
|
4.2 |
Beoordelingsprocedure |
|
4.3 |
Richtlijnen en kaders voor de beoordeling |
|
5 |
Na de toewijzing |
|
5.1 |
Start van het project |
|
5.2 |
Monitoring en projectbeheer |
|
5.3 |
Richtlijnen en kaders voor uitvoering van het project |
|
5.4 |
Onderzoeksresultaten – Open Science |
|
5.5 |
Afronding |
|
5.6 |
Evaluatie |
|
6 |
Contact |
|
6.1 |
Vragen over de financiering van aanvragen? |
|
6.2 |
Vragen over de inhoud van deze ronde? |
|
6.3 |
Technische vragen over ISAAC? |
|
7 |
Voorwaarden en tarieven in budgetmodules |
|
7.1 |
Personeel (behorend bij paragraaf 3.3.1) |
|
7.2 |
Materieel (behorend bij paragraaf 3.3.2) |
|
7.3 |
Waardebepaling cofinanciering |
|
7.4 |
Indexering |
In dit hoofdstuk vindt u een kort overzicht van deze subsidieronde (hierna ronde), een inleiding bij deze Call for proposals en de achtergrond van deze ronde.
Doel: Het doel van de regeling Netwerkontwikkeling Richting Europa is om onderzoekers van hogescholen in staat te stellen om een Europees samenwerkingsverband te ontwikkelen. Dit samenwerkingsverband verbindt regionale en nationale expertise met relevante Europese ontwikkelingen en vormt een basis voor duurzame toekomstige onderzoekssamenwerking. Subsidie kan aangevraagd worden voor een project waarin het netwerk gezamenlijk werkt aan een aanvraag voor een Europese onderzoekssubsidie.
Budget: Het subsidieplafond voor deze subsidieronde bedraagt in totaal € 1.200.000. De aan te vragen subsidie per project bedraagt maximaal € 40.000. Binnen deze ronde worden naar verwachting maximaal 30 aanvragen toegewezen.
Consortium en cofinanciering: Het consortium bestaat naast de aanvrager uit ten minste: 2 in het buitenland gevestigde kennisinstellingen uit verschillende landen binnen Europa, of 1 in het buitenland gevestigde kennisinstelling en 1 in het buitenland gevestigde praktijkpartner, beide uit verschillende landen in Europa. De vereiste eigen bijdrage en cofinanciering bedragen bij elkaar ten minste 25% van het subsidiebedrag.
Indieningsdeadline(s): De deadline voor het indienen van aanvragen is 9 maart 2027 vóór 14:00:00 uur CET.
Procedure: Alle aanvragen die in behandeling worden genomen, worden voorgelegd aan een beoordelingscommissie voor een schriftelijke beoordeling. De commissie komt vervolgens in een beoordelingsvergadering gezamenlijk tot een definitieve beoordeling. De commissie stelt naar aanleiding van de bespreking een schriftelijk advies op aan het bestuur van Regieorgaan SIA. Het bestuur van Regieorgaan SIA besluit op basis van het commissieadvies over toewijzing of afwijzing van de aanvraag.
Lees voor de volledige voorwaarden het gehele document.
Deze Call for proposals valt onder de verantwoordelijkheid van het Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA (hierna Regieorgaan SIA). Regieorgaan SIA stimuleert de kwaliteit en de impact van het praktijkgericht onderzoek van hogescholen en is onderdeel van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).
Deze Call for proposals beschrijft hoe het aanvraagproces voor de ronde Netwerkontwikkeling Richting Europa is ingericht en bestaat uit 7 hoofdstukken.
Regieorgaan SIA verwerkt persoonsgegevens die hij in het kader van deze ronde ontvangt conform de privacyverklaring van NWO.
Hogescholen spelen een cruciale rol in het versterken van de Europese kennis- en innovatie-ecosystemen. Deze systemen zijn noodzakelijk voor het ontwikkelen van Nederland en Europa als kenniseconomie en het bijdragen aan het oplossen van de urgente maatschappelijke opgaven waar we nu voor staan. De niveaus waarop deze systemen en opgaven zich voordoen grijpen in elkaar: enerzijds zien we in heel Europa veel maatschappelijke opgaven van dezelfde aard, anderzijds vraagt het effectief aanpakken van deze opgaven om aandacht voor de lokale en regionale context. Op regionaal niveau is er behoefte aan onderzoeksorganisaties die intensief samenwerken met het veranderende werkveld en in continue verbinding staan met de maatschappij. Hogescholen zijn bij uitstek in staat om onderwijs, onderzoek en de (regionale) beroepspraktijk met elkaar te verbinden. Gezamenlijk kunnen zij tot kennis en innovaties komen die bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. Door het verbinden van de beroepspraktijk met kennisinstellingen vormt het praktijkgericht onderzoek van de hogescholen een belangrijke schakel in het versterken van de relatie tussen de kennis- en innovatie-ecosystemen op regionaal, nationaal en Europees niveau.
Het bevorderen van de deelname van hogescholen in het Europese kennis en innovatie-ecosysteem vormt daarom een belangrijk onderdeel in de beweging om de verbinding tussen regionale, nationale en Europese te versterken om maatschappelijke opgave aan te pakken. Dit past bij de strategische uitgangspunten van Regieorgaan SIA om netwerkvorming te bevorderen en hoogwaardig onderzoek van hogescholen met doorwerking in onderwijs en praktijk te stimuleren.
In dit hoofdstuk leest u meer over de doelstelling van het programma, de doelstelling van de regeling en de maatschappelijke impact.
Het doel van het programma Richting Europa is groei in deelname van praktijkgerichte onderzoeksgroepen van Nederlandse hogescholen in Europese consortia die bijdragen aan oplossingen voor grote maatschappelijke opgaven. Een verhoogde deelname leidt uiteindelijk tot beter praktijkgericht onderzoek doordat kennis gedeeld wordt en talent zich beter kan ontwikkelen, en toename van praktijkgericht onderzoek omdat er meer Europese middelen beschikbaar komen, en meer impact omdat de effecten tegelijkertijd zichtbaar zijn in de regio, in Nederland én in andere Europese regio’s en landen.
De rol van Regieorgaan SIA bestaat uit het stimuleren en financieren van de hogescholen om Europese onderzoekssamenwerking(en) aan te gaan en succesvol projectfinanciering aan te vragen in Europese programma’s. Het programma spitst zich daarom toe op het duurzaam stimuleren van hogescholen die ambitie hebben (of ontwikkelen) om op Europees niveau toekomstbestendige onderzoekssamenwerkingen aan te gaan. Het programma richt zich daarbij zowel op onderzoekers, beleidsmakers, programmamanagers en subsidieadviseurs om te professionaliseren, financieren en te positioneren.
Naast de regeling Netwerkontwikkeling Richting Europa participeert Regieorgaan SIA in Europese partnerschappen met geoormerkt geld voor deelname van hogescholen.
Daarnaast organiseert Regieorgaan SIA bijeenkomsten voor betrokkenen om kennisdeling en netwerkvorming te stimuleren.
Het doel van de regeling Netwerkontwikkeling Richting Europa is om onderzoekers van hogescholen in staat te stellen een Europees samenwerkingsverband te ontwikkelen. Dit netwerk verbindt regionale en nationale expertise met relevante Europese ontwikkelingen en vormt een basis voor duurzame toekomstige onderzoekssamenwerking, bijvoorbeeld in de vorm van een aanvraag voor een (Europese) onderzoekssubsidie. De activiteiten binnen een lopend project zijn daarom niet gericht op onderzoeksactiviteiten, maar op de ontwikkeling van een netwerk tussen Nederlandse onderzoekers en Europese partners.
Netwerkontwikkeling
Aansluiting bij het Europese kennis- en innovatie-ecosysteem vraagt om samenwerking met partners in Europa. Niet alleen is het binnen de meeste Europese programma’s voor kennis en innovatie een vereiste om in een Europees consortium samen te werken, ook is dergelijke kennisdeling een voorwaarde voor het oplossen van de grensoverschrijdende maatschappelijke opgaven. In de aanvraag wordt beschreven welk soort onderzoeksnetwerk de onderzoeker wil opbouwen of bij wat voor netwerk de onderzoeker wil aansluiten en wat de voorwaarden daarvoor zijn. Daarnaast wordt in de aanvraag toegelicht hoe dit netwerk aansluit en voortbouwt op ontwikkelingen (beleid/strategie) binnen de hogeschool en verbindingen legt tussen regionale, nationale en Europese onderzoekzwaartepunten.
Verbinding tussen regionale, nationale en Europese onderzoekzwaartepunt(en)
Om een goede invulling te kunnen geven aan de rol van schakel tussen regionale, nationale en Europese schaalniveaus is het van belang dat de hogeschool de juiste expertise in huis heeft en het draagvlak is geborgd. De aanvrager beschrijft bij het indienen dan ook hoe het beoogde netwerk aansluit en voortbouwt op bestaande initiatieven en onderzoek/innovatie- agenda’s op deze verschillende schaalniveaus.
Duurzaamheid van de samenwerking
De aanvraagprocedures bij Europese programma’s voor kennis en innovatie zijn vaak lang en de looptijd van projecten is meestal meerjarig. In de aanvraag moet duurzame betrokkenheid van de relevante partners worden gewaarborgd. Ook dient gemotiveerd te worden op welke Europese programma’s het netwerk wil gaan indienen.
In Nederland, in Europa en wereldwijd staan we voor grote uitdagingen rondom bijvoorbeeld biodiversiteit, de energietransitie en gezondheid. Deze uitdagingen kennen geen landsgrenzen. De Verenigde Naties hebben met de Sustainable Development Goals een plan opgesteld voor het aanpakken van deze uitdagingen. Dit plan staat aan de basis van de Europese onderzoek- en innovatiestrategie 2025-2028.
De regeling Netwerkontwikkeling Richting Europa stelt de onderzoekers in staat om oplossingen te vinden voor de Europese dimensies binnen de lokale, regionale en nationale maatschappelijke opgaven. Door het verbinden van hun lokale en regionale expertise met kennis en ontwikkelingen uit het buitenland dragen de hogescholen op een unieke manier bij aan het oplossen van deze grote uitdagingen.
In dit hoofdstuk staat informatie over het opstellen en indienen van een aanvraag.
Bij het behandelen van de aanvragen wordt het principe van first come, first served gehanteerd. Hierbij worden alle aanvragen met een positief oordeel in een prioritering gezet op volgorde van indieningsdatum en -tijdstip. Indien de aanvraag direct voldoet aan de voorwaarden voor indiening (zie paragraaf 3.5), geldt het moment van indiening in ISAAC voor de volgorde van binnenkomst. Als de aanvraag moet worden aangepast om te voldoen aan de voorwaarden voor indiening, geldt het moment waarop de aanvraag volledig en juist is ingediend in ISAAC als het moment van binnenkomst. Als het budget niet toereikend is, worden de aanvragen met de hoogste prioritering eerst toegewezen, tot het budget op is.
Hieronder staan de indieningsdeadline en het tijdpad van de beoordelingsprocedure van deze ronde. Het kan zijn dat Regieorgaan SIA het noodzakelijk acht om tijdens de lopende procedure aanpassingen in het tijdpad aan te brengen. De aanvrager wordt hierover geïnformeerd.
Regieorgaan SIA toetst de aanvragen op de formele voorwaarden voor indiening (zie paragraaf 3.5). Als de aanvraag daaraan voldoet, wordt de aanvraag in behandeling genomen. Aanvragen die na de indieningsdeadline worden ingediend, neemt Regieorgaan SIA niet in behandeling.
Aanvragen deadline en tijdpad behandeling aanvragen
• 9 maart 2027 vóór 14:00 CET: Indieningsdeadline
• Maart 2027: Toets op voorwaarden voor indiening
• April 2027: Vergadering beoordelingscommissie
• Juni 2027: Besluit door het bestuur van Regieorgaan SIA en kennisgeving
• Augustus 2027: Bekendmaking van het besluit
Alleen door de overheid bekostigde hogescholen kunnen een aanvraag indienen. Dit zijn hogescholen zoals bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW).
Voor een hogeschool geldt dat de persoon die de aanvraag indient in ISAAC wordt geacht hiertoe te zijn gemachtigd door het College van Bestuur van de aanvragende hogeschool.
Elke hogeschool mag in deze ronde maximaal 3 aanvragen indienen. Er zit geen limiet op het aantal keren dat een hogeschool kan deelnemen als consortiumpartner niet zijnde aanvrager.
De aanvraag is opgesteld onder verantwoordelijkheid van een lector of senior onderzoeker, in dienst van de aanvragende hogeschool.
Het consortium bestaat naast de aanvrager uit minimaal de volgende consortiumpartners:
2 in het buitenland gevestigde kennisinstellingen uit verschillende landen, OF
1 in het buitenland gevestigde kennisinstelling en 1 in het buitenland gevestigde praktijkpartner, beide uit verschillende landen.
De kennisinstellingen uit het buitenland dienen te zijn gevestigd in lidstaten van de Europese Unie en/of landen die geassocieerd zijn aan het Horizon Europe-programma.
De landen die zijn geassocieerd aan het Horizon Europe-programma zijn te vinden deze website: Horizon Europe country profiles - Research and innovation
Onder praktijkpartners worden verstaan publieke organisaties, maatschappelijke organisaties (zoals NGO en stichtingen), mkb, private partijen en koepel- en brancheorganisaties. Ook de praktijkpartners moeten gevestigd zijn in lidstaten van de Europese Unie en/of landen die geassocieerd zijn aan het Horizon Europe-programma.
De consortiumpartners bevestigen hun deelname aan het consortium door middel van een handtekening op het aanvraagformulier van de subsidieaanvraag.
De consortiumpartners worden opgenomen in de begroting. Alle consortiumpartners leveren cofinanciering zoals verder uitgelegd in paragraaf 3.3.4.
Partijen die niet op de begroting staan maar wel bijdragen aan het project kunt u aangeven in het aanvraagformulier onder overige betrokken partijen.
Het subsidieplafond voor deze ronde bedraagt in totaal € 1.200.000. De aan te vragen subsidie per project bedraagt maximaal € 40.000. Binnen deze ronde worden naar verwachting maximaal 30 aanvragen toegewezen.
De subsidie is alleen te besteden aan kosten van Nederlandse hogescholen zoals bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) en aan reis- en verblijfkosten van de consortiumpartners. De aanvrager kan kosten opvoeren voor personeel en materieel. Kosten van (deel)activiteiten die al zijn gefinancierd vanuit andere subsidies, kunnen niet worden opgevoerd.
De beschikbare budgetmodules (inclusief de maximale bedragen) staan hieronder vermeld. Voer alleen de kosten op die essentieel zijn om het project uit te voeren. De volledige voorwaarden en tarieven op deze budgetmodules staan in Hoofdstuk 7. Alle op te voeren kosten zijn exclusief btw, tenzij het niet-verrekenbare btw betreft.
Voor personeel dat een bijdrage levert aan het project, kan subsidie voor de loonkosten worden aangevraagd. Het bedrag hiervoor is afhankelijk van het type aanstelling en de organisatie waar het personeel werkt.
Voor projectmanagement mag maximaal 10% van de totale projectkosten worden opgevoerd.
Het is mogelijk om loonkosten op te voeren van personeel van Nederlandse hogescholen zoals bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW). Zie voor meer informatie paragraaf 7.1.1.
Het is mogelijk om studenten in te zetten voor het project als ze studeren aan een hogeschool zoals genoemd in paragraaf 3.2. De kosten hiervan kunt u binnen het project opvoeren als materiële kosten. Er is geen maximum aan het aantal studenten dat kan meewerken in het project. Zie voor meer informatie paragraaf 7.1.2.
Subsidie kan worden aangevraagd voor alle projectspecifieke materiële kosten van hogescholen. Er kan maximaal 50% van het subsidiebedrag voor materiële kosten worden aangevraagd voor de inhuur van derden en de reis- en verblijfkosten van buitenlandse consortiumpartners. Zie voor meer informatie paragraaf 7.2.
Alle consortiumpartners dragen bij aan de uitvoering van het project.
De aanvrager van het betreffende project levert een eigen bijdrage. De overige consortiumpartners leveren cofinanciering. Deze consortiumpartners bevestigen hun cofinanciering door middel van ondertekening van de verklaring cofinanciering in het aanvraagformulier van de subsidieaanvraag. Hiervoor geldt de Regeling Cofinanciering.
Eigen bijdragen, cash en in kind cofinanciering kunnen worden ingebracht voor dekking van de kosten van de betrokken organisaties. Aangegeven moet worden welke kosten van de project/trajectactiviteiten hiermee worden gefinancierd.
De vereiste eigen bijdrage(n) en cofinanciering bedragen bij elkaar ten minste 25% van het subsidiebedrag.
Rekenvoorbeeld:
Bij een gevraagde subsidie van € 40.000 bedragen de totale projectkosten minimaal € 50.000. De minimale eigen bijdrage en cofinanciering hierbij is € 10.000.
De omvang van de eigen bijdrage(n) en cofinanciering geeft u aan in de begroting. Niet toelaatbaar als cofinanciering is door NWO verstrekte subsidie. Niet toelaatbare cofinanciering in kind is verder beschreven in de Regeling Cofinanciering.
In sommige gevallen (zie paragraaf 7.4) wijst Regieorgaan SIA meer subsidie voor loonkosten toe dan aangevraagd, als gevolg van ambtshalve indexering. Tegenover dit extra bedrag hoeft geen aanvullende eigen bijdrage of cofinanciering te staan.
De subsidie van Regieorgaan SIA is nooit meer dan de toegewezen subsidie uit het subsidiebesluit.
Te allen tijde dient Regieorgaan SIA op de hoogte gesteld te worden van problemen in verwachte cofinanciering en eigen bijdragen. Naast financiële gevolgen voor een project, kan Regieorgaan SIA ook adequate wijzigingen in een project verlangen als wijzigingsverzoek, zodat het project naar beste vermogen vervolgd kan worden.
Regieorgaan SIA werkt met het systeem ISAAC. Begin tijdig met de aanvraag in ISAAC.
• Maak een account aan of update indien nodig de gegevens als u al een account heeft.
• Download het aanvraagformulier en de drie formats voor bijlagen in ISAAC.
• Vul het aanvraagformulier in.
• Vul de consortiumpartnertabel inclusief verklaring cofinanciering in het aanvraagformulier in. Als er meer dan 1 consortiumpartner is, vul dan zo vaak als nodig het losse consortiumpartnerformulier in.
• Sla het aanvraagformulier en consortiumpartnerformulieren op als 1 pdf en dien het in ISAAC in. Dien apart de bijlagen in.
• In ISAAC vult u daarnaast de gevraagde gegevens in, onder andere een samenvatting en een publiekssamenvatting. De samenvatting bedraagt 50-300 woorden (welke achteraf niet meer gewijzigd kan worden) en de publiekssamenvatting bedraagt 50-100 woorden, beide moeten toegankelijk geschreven zijn voor een brede doelgroep. Zonder expliciet bezwaar wordt de samenvatting in geval van toewijzing van uw aanvraag gepubliceerd op www.sia-projecten.nl en www.publinova.nl en de publiekssamenvatting op www.nwo.nl.
Ook kan Regieorgaan SIA deze samenvattingen bij een nieuwsbericht over de toewijzingen van de subsidie publiceren.
Voorzie de aanvraag van de volgende verplichte bijlagen door deze te uploaden in ISAAC:
• projectvoorstel (pdf)
• begroting (Excel-bestand)
• formulier projectbetrokkenen (Excel-bestand)
Gebruik voor de bijlagen alleen de door Regieorgaan SIA aangeboden formats. Andere bijlagen dan hierboven vermeld zijn niet toegestaan.
Het gebruik van generatieve AI is niet uitgesloten bij het opstellen van uw aanvraag, mits dit verantwoord gebeurt. De richtlijnen vindt u op de website (NWO-beleid op het gebruik van generatieve artificial intelligence (GAI) | NWO).
U kunt uw aanvraag alleen indienen via ISAAC. Aanvragen die niet via ISAAC zijn ingediend, worden niet in behandeling genomen.
Taal van de aanvraag is Nederlands of Engels. Binnen het aanvraag- en beoordelingsproces correspondeert Regieorgaan SIA altijd in het Nederlands, ook als u uw aanvraag in het Engels opstelt.
Voor vragen over ISAAC kan de handleiding ISAAC worden geraadpleegd (te vinden via de knop ‘help’ in ISAAC) of kan er contact worden opgenomen met de ISAAC-helpdesk. De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur op telefoonnummer +31 (0) 70 34 40 600. Mailen kan naar isaac.helpdesk@nwo.nl. Een reactie volgt binnen 2 werkdagen.
Bekijk de ronde en alle documenten in ISAAC.
Op het aanvraagformulier vragen wij u aan te geven bij welke thema’s en beleidslijnen uw aanvraag aansluit. Deze informatie ondersteunt ons onder meer bij het maken van beleidskeuzes. Meer informatie hierover vindt u op onze webpagina Informatieverzameling en monitoring. De door u verstrekte informatie wordt niet meegenomen in het beoordelingsproces.
De Vereniging Hogescholen (VH) maakt onderscheid tussen 7 hbo-sectoren, ook wel “onderwijssectoren” genoemd. Regieorgaan SIA wenst geïnformeerd te worden over de aansluiting van het project bij deze onderwijssectoren.
Regieorgaan SIA zet zich actief in om hogescholen optimaal mee te laten doen met praktijkgericht onderzoek binnen de verschillende routes van de Nationale Wetenschapsagenda (NWA). Indien van toepassing geeft u in de aanvraag daarom aan bij welke NWA-route het project aansluit.
Regieorgaan SIA wil hogescholen en onderzoekers aan universiteiten en overige onderzoeksorganisaties in staat stellen een waardevolle bijdrage te leveren aan het Missiegedreven Innovatiebeleid, onder andere met Netwerkontwikkeling Richting Europa.
Als aanvrager geeft u op het aanvraagformulier aan bij welke van de 8 Kennis en Innovatie Agenda’s (KIA’s) het project aansluit.
1. Klimaat en Energie
2. Circulaire Economie
3. Landbouw, Water, Voedsel
4. Gezondheid en Zorg
5. Veiligheid
6. Sleuteltechnologieën
7. Digitalisering
8. Maatschappelijk Verdienvermogen
Informatie over de KIA’s vindt u op de website (Kennis en Innovatieagenda’s | NWO).
Regieorgaan SIA wil hogescholen en onderzoekers aan universiteiten en overige onderzoeksorganisaties in staat stellen een waardevolle bijdrage te leveren aan Horizon Europe en overige Europese subsidieprogramma’s. Als aanvrager geeft u op het aanvraagformulier aan bij welk onderdeel van het Horizon Europe-programma en/of overige Europese subsidieprogramma’s uw project aansluit.
Regieorgaan SIA toetst een aanvraag op onderstaande voorwaarden. Alleen als de aanvraag aan deze voorwaarden voldoet, wordt de aanvraag toegelaten tot de beoordelingsprocedure.
Voorwaarden:
• De aanvraag is ontvangen voor de gestelde deadline.
• De aanvraag is ingediend via het ISAAC-account van de aanvrager.
• De aanvraag is opgesteld met de formulieren die beschikbaar zijn gesteld in ISAAC.
• Het aanvraagformulier en de verplichte bijlagen zijn, na eventueel eenmalig verzoek tot aanvulling of wijziging, juist, compleet en volgens de instructies ingevuld en bijgevoegd.
• De aanvrager voldoet aan de in paragraaf 3.2 gestelde voorwaarden.
• Het consortium voldoet aan de consortiumeisen zoals beschreven in paragraaf 3.2.1.2
• De begroting in de aanvraag is opgesteld volgens de voorwaarden van paragraaf 3.3 en hoofdstuk 7.
• De aanvraag voldoet aan de DORA-richtlijnen zoals beschreven in paragraaf 4.3.4.
• De aanvraag is opgesteld in het Nederlands of Engels.
• Het voorgestelde project heeft een looptijd van maximaal 12 maanden en start uiterlijk binnen 3 maanden na het subsidiebesluit maar niet eerder dan 1 september 2027.
Indien het maximaal aantal van 3 aanvragen per hogeschool is bereikt, worden de vierde en volgende aanvragen van de betreffende hogeschool niet in behandeling genomen.
In het aanvraagformulier kunnen toelichtingen, werkwijzen en vragen staan die nodig zijn om het formulier correct te kunnen invullen.
Zo snel mogelijk nadat de benodigde stukken zijn ingediend, ontvangt de aanvrager bericht of Regieorgaan SIA de aanvraag in behandeling neemt. Houd er rekening mee dat Regieorgaan SIA de aanvrager binnen 2 weken na de indieningsdeadline kan benaderen om eventuele administratieve correcties door te voeren om (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening. De aanvrager krijgt 1 keer de gelegenheid om binnen maximaal 4 werkdagen de correcties door te voeren. Als blijkt dat gecorrigeerde stukken wederom niet volledig en/of juist zijn, neemt Regieorgaan SIA de aanvraag niet in behandeling.
Over de aanvraag communiceert Regieorgaan SIA van indiening tot en met besluit met de volgende personen:
• Met de aanvrager (indiener in ISAAC) communiceert Regieorgaan SIA over: toets op indieningsvoorwaarden en subsidiebesluit.
• Met de contactpersoon opgegeven in het aanvraagformulier communiceert Regieorgaan SIA over: kennisgevingsbericht, subsidiebesluit.
• Met het College van Bestuur communiceert Regieorgaan SIA over: subsidiebesluit.
In dit hoofdstuk staat informatie over de beoordelingsprocedure van een aanvraag.
De beoordeling vindt plaats aan de hand van inhoudelijke beoordelingscriteria en nadat de aanvraag is toegelaten tot de beoordelingsprocedure.
De aanvragen worden inhoudelijk beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:
1. Netwerkvorming
De aanvraag wordt beoordeeld op de mate waarin:
• het beoogde netwerk helder en overtuigend is beschreven in relatie tot de doelstelling van het project;
• de consortiumpartners een actieve rol hebben in de uitvoering van het project en aantoonbaar voldoende kennis en kwaliteit om het project uit te voeren. Er wordt duidelijk beschreven welke inhoudelijke bijdrage van elke partner wordt gevraagd.
2. Verbinding met regionale, nationale en Europese onderzoekzwaartepunt(en) De aanvraag wordt beoordeeld op de mate waarin:
• er beschreven en gemotiveerd wordt op welke (Europese) programma’s het netwerk wil gaan indienen;
• het beoogde netwerk een verbinding vormt tussen het gekozen onderzoekszwaartepunt van de hogeschool, de ontwikkelingen op regionaal en/of nationaal niveau en de Europese thema’s voor onderzoek en innovatie;
• het voorstel een duidelijk overzicht bevat van beoogde doorwerking van de samenwerking richting de eigen hogeschool en de regio na afronding van het project.
3. Kwaliteit van het projectplan
De aanvraag wordt beoordeeld op de mate waarin:
• er een heldere, afgebakende doelstelling voor het project is geformuleerd;
• de projectactiviteiten duidelijk uiteengezet, doelgericht en haalbaar zijn;
• de gevraagde middelen in verhouding staan tot de aard van het project;
• er een overtuigend monitoring en evaluatieplan is beschreven.
Elk van de criteria wordt door de beoordelingscommissie beoordeeld met een voldoende of onvoldoende. Ieder beoordelingscriterium weegt even zwaar mee. Om een positief oordeel te krijgen dient een aanvraag op elk van de criteria een voldoende te scoren. Alleen aanvragen met een positief oordeel kunnen in aanmerking komen voor subsidie.
De beoordelingsprocedure van de aanvraag bestaat uit de volgende stappen volgens het tijdpad zoals wordt vermeld in paragraaf 3.1:
• voorlopige beoordeling door de beoordelingscommissie
• vergadering van de beoordelingscommissie
• besluitvorming
Het bestuur van Regieorgaan SIA stelt voor deze ronde een externe, onafhankelijke beoordelingscommissie in. De leden hiervan zijn afkomstig uit de onderzoekswereld en praktijk met kennis op het thema. De taak van de beoordelingscommissie is om de ingediende aanvragen te beoordelen aan de hand van de beoordelingscriteria. Iedere aanvraag wordt op zichzelf staand beoordeeld.
De aanvraag wordt voorgelegd aan de beoordelingscommissie. De commissieleden formuleren in een schriftelijk beoordeling commentaar aan de hand van de inhoudelijke beoordelingscriteria (zie paragraaf 4.1) en geven de aanvraag per beoordelingscriterium een voldoende of onvoldoende.
De aanvraag en de schriftelijke beoordeling van de beoordelingscommissie van de beoordelingscommissie fungeren als startpunt voor de plenaire bespreking van de aanvragen door de beoordelingscommissie. De leden van de beoordelingscommissie maken op basis van de aanvraagformulieren, de schriftelijke beoordelingen en de plenaire bespreking, een afweging. De beoordelingscommissie geeft per criterium een voldoende of onvoldoende, wat leidt tot een gezamenlijk eindoordeel per aanvraag.
Het oordeel baseert zij op de beoordelingscriteria. De aanvraag moet op elk van de afzonderlijke beoordelingscriteria een voldoende scoren om in aanmerking te komen voor subsidie. De beoordelingscommissie stelt naar aanleiding van de bespreking een schriftelijk advies op aan het bestuur van Regieorgaan SIA. Het advies komt tot stand op basis van het oordeel van de aanvraag, de volgorde van binnenkomst en het maximaal beschikbare budget (subsidieplafond) voor deze ronde. Als een aanvraag een positief oordeel heeft en het subsidieplafond nog niet is bereikt, dan zal de beoordelingscommissie aan het bestuur van Regieorgaan SIA adviseren om de gevraagde subsidie toe te kennen.
Het bestuur van Regieorgaan SIA toetst de gevolgde procedure en het advies van de beoordelingscommissie. Het bestuur besluit op basis van het advies van de beoordelingscommissie over het al dan niet toewijzen van de subsidie. De aanvrager ontvangt daarna een brief per e-mail met daarin het besluit.
Als het beschikbare budget ontoereikend is om alle aanvragen met een positief oordeel toe te wijzen, is de volgorde van binnenkomst bepalend. Hierbij wordt het principe van first come, first served gehanteerd.
Onderstaande richtlijnen en kaders zijn van toepassing tijdens de beoordeling van uw aanvraag.
Voor alle bij de beoordeling en/of besluitvorming betrokken personen en betrokken medewerkers van Regieorgaan SIA is de NWO Code Persoonlijke Belangen van toepassing.
Het gebruik van generatieve AI is volledig uitgesloten bij de beoordeling van een aanvraag. Meer informatie over het beleid op generatieve AI vindt u op de website (NWO-beleid op het gebruik van generatieve artificial intelligence (GAI) | NWO).
Regieorgaan SIA streeft naar een inclusieve cultuur, waarin geen plaats is voor bewuste of onbewuste barrières vanwege culturele, etnische of religieuze achtergrond, gender, seksuele oriëntatie, gezondheid of leeftijd (Diversiteit en inclusie | NWO). Regieorgaan SIA biedt leden van een beoordelingscommissie handvatten voor het inclusief beoordelen bij de schriftelijke beoordeling en bij de vergadering van de beoordelingscommissie (Inclusief beoordelen | NWO).
Regieorgaan SIA hanteert bij het beoordelen van het wetenschappelijke track record van aanvragers een brede definitie van wetenschappelijke output.
Regieorgaan SIA verzoekt de beoordelingscommissieleden bij de beoordeling van de aanvragen niet af te gaan op indicatoren als de Journal Impact Factor of de h-index. Deze mogen niet worden vermeld in de aanvraag. Wel mogen naast publicaties ook andere wetenschappelijk producten worden vermeld, zoals datasets, patenten, software, code enzovoort.
De basis voor dit beleid ligt in de ‘San Francisco Declaration on Research Assessment’ (DORA | NWO), ondertekend door NWO. DORA is een wereldwijd initiatief dat beoogt de manier te verbeteren waarop onderzoek en onderzoekers worden beoordeeld. DORA bevat aanbevelingen voor onderzoeksfinanciers, onderzoeksorganisaties, wetenschappelijke tijdschriften en andere partijen.
DORA richt zich op het terugdringen van het onkritisch gebruik van bibliometrische indicatoren en het wegnemen van onbewuste vooringenomenheid bij de beoordeling van onderzoek en onderzoekers. Overkoepelende filosofie van DORA is dat onderzoek moet worden beoordeeld op zijn eigen kwaliteiten en verdiensten, en niet op basis van afgeleide indicatoren, zoals het tijdschrift waarin het onderzoek is gepubliceerd.
In dit hoofdstuk staan de voorwaarden en verplichtingen die gelden na toewijzing van de subsidie. Dit hoofdstuk is hoofdzakelijk relevant voor aanvragers van toegewezen aanvragen.
De aanvrager is verantwoordelijk voor de uitvoering van het gehele project en treedt op als penvoerder. Regieorgaan SIA communiceert met de aanvrager (indiener in ISAAC) over het project. Deze persoon is tijdens het traject het formeel aanspreekpunt tenzij de aanvrager via ISAAC een wijziging doorgeeft.
De aanvrager van het project ontvangt namens het bestuur van Regieorgaan SIA een toewijzingsbrief.
De aanvrager (indiener in ISAAC) kan anderen machtigen om administratieve acties voor het project uit te voeren in het ISAAC-systeem. Meer informatie over de machtigingsregeling is te vinden in de ISAAC-handleiding.
Tijdens de loop van het project houdt de penvoerder Regieorgaan SIA op de hoogte van de voortgang. Na afloop van het project deelt de penvoerder de resultaten. In het subsidiebesluit staat op welke manier dit gebeurt.
Regieorgaan SIA organiseert bijeenkomsten waarbij de penvoerder aanwezig moeten zijn. Binnen deze ronde zijn de volgende bijeenkomsten gepland:
• Oktober 2027: Kick-off projecten
• April 2028: Richting Europa Dag
Regieorgaan SIA raadt de penvoerder aan om in de begroting een budget te alloceren voor deelname aan deze bijeenkomsten.
Hieronder staan de richtlijnen en kaders die van toepassing zijn op de uitvoering van het project.
Onderzoek dient volgens de normen van de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit te worden uitgevoerd. In geval van (mogelijke) schending van deze normen, moet de penvoerder Regieorgaan SIA hiervan onmiddellijk op de hoogte stellen en alle relevante documenten aan Regieorgaan SIA overleggen. Onderzoekers kunnen ook een klacht indienen bij de Commissie Wetenschappelijke Integriteit van hun instelling of bij het NWO Meldpunt wetenschappelijke integriteit.
Regieorgaan SIA hecht grote waarde aan de wetenschappelijke integriteit van door haar gefinancierd onderzoek en spant zich in om integriteitsschendingen te voorkomen en te signaleren. Niet-integer onderzoek kan immers leiden tot directe schade (bijvoorbeeld aan de omgeving of patiënten), en kan het publieke vertrouwen in de wetenschap en het vertrouwen tussen wetenschappers onderling aantasten.
In de Nationale leidraad kennisveiligheid hebben de Nederlandse kennissector (waaronder NWO) en verschillende onderdelen van de rijksoverheid handvatten vastgelegd voor wie binnen onderzoeksorganisaties te maken heeft met internationale samenwerking en daarbij kansen en (veiligheids-)risico’s tegen elkaar moet afwegen. Bij de aanpak van kennisveiligheid binnen Nederland staat zelfregulering door de kennissector centraal.
NWO verwacht van aanvragers dat zij zich conformeren aan het kennisveiligheidsbeleid van de onderzoeksorganisatie. Indien NWO signalen ontvangt dat een aanvraag of toegewezen project kennisveiligheidsrisico’s met zich meebrengt, kan NWO de aanvrager of projectleider verzoeken inzicht te geven in de risico mitigerende maatregelen. Daarnaast kan NWO besluiten om in de toewijzingsbrief nadere voorwaarden op te nemen ter bescherming van de kennisveiligheid.
De Nationale leidraad kennisveiligheid vindt u op de website van de rijksoverheid: Home | Loket Kennisveiligheid.
Uit het project kan kennis voortkomen die geschikt is voor toepassing in de maatschappij. Bij het aangaan van afspraken over licentie- en/of overdracht van onderzoeksresultaten dient rekening te worden gehouden met de 10 principes voor maatschappelijk verantwoord licentiëren, die te vinden zijn op de website van UMCNL.
Onderzoekers moeten de noodzakelijke acties ten aanzien van het Nagoya Protocol nemen. Het Nagoya Protocol zorgt voor een eerlijke verdeling van voordelen die voortvloeien uit het gebruik van genetische bronnen, inclusief (traditionele) kennis over deze bronnen (Access and Benefit Sharing; ABS). Onderzoekers die gebruik maken van deze bronnen (in of uit het buitenland) dienen zich op de hoogte te stellen van het Nagoya Protocol (ABS Focal Point - ABS Focal Point).
Het beleid van Regieorgaan SIA met betrekking tot intellectueel eigendom (IE) is te vinden in de NWO Subsidieregeling 2024.
Open Science is de beweging die staat voor een meer open en participatieve onderzoekspraktijk waarbij publicaties, data, software en andere vormen van wetenschappelijke informatie in een zo vroeg mogelijk stadium gedeeld worden en voor hergebruik beschikbaar gesteld worden.
Wetenschappelijke publicaties over het project dienen bij publicatie open access beschikbaar te zijn volgens de Beleidsregel Open Access. Op de website van NWO staat beschreven welke specifieke voorwaarden er zijn voor het open access beschikbaar maken van verschillende typen publicaties zoals wetenschappelijke artikelen, boeken en boekhoofdstukken en proefschriften. Op de NWO-website staat ook informatie over welke open licenties toegepast kunnen worden per publicatietypen. Eventuele kosten voor open access publiceren dienen te worden begroot als onderdeel van de aanvraagbegroting.
Kosten voor publicaties in zogenaamde ‘hybride open access tijdschriften’ komen niet in aanmerking voor vergoeding door NWO. Voor open access boeken kan een beroep gedaan worden op het aparte NWO Open Access boekenfonds.
Leidt onderzoek dat door Regieorgaan SIA is gefinancierd tot een publicatie of andere relevante onderzoeksoutput? Dan moet de penvoerder Regieorgaan SIA noemen als financier.
Kijk voor meer informatie op Regieorgaan SIA | Financiering.
Op de webpagina Netwerkontwikkeling Richting Europa op de website van Regieorgaan SIA vindt u de meest recente informatie over deze Call for proposals. U vindt hier ook contactgegevens van de programmamanager.
Voor vragen over ISAAC kan de handleiding ISAAC worden geraadpleegd (te vinden via de knop ‘help’ in ISAAC). Daarnaast kan er contact opgenomen worden met de ISAAC-helpdesk. De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur CE(S)T op telefoonnummer +31 (0) 70 34 40 600. U kunt uw vraag ook per e-mail stellen via isaac.helpdesk@nwo.nl. U ontvangt dan binnen 2 werkdagen een reactie.
Financiering kan worden aangevraagd voor personeel van hogescholen. De tarieven worden bepaald aan de hand van de Handleiding Overheidstarieven (HOT), tabel 2 onder 2.2 ‘gemiddelde totale loonkosten per salarisschaal’, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’. De salarisschaal van de aangevraagde functie bepaalt het tarief uit de HOT-tabel. Dit tarief geldt voor de gehele looptijd van het project.
In het onderzoek kunnen studenten worden ingezet. Indien de studenten bijdragen als onderdeel van hun curriculum, geldt het tarief volgens de gebruikelijke stagevergoeding van de hogeschool.
Indien de studenten als bijbaan naast hun studie als student-assistent bijdragen, geldt het tarief volgens Handleiding Overheidstarieven (HOT), tabel 2 onder 2.2 ‘gemiddelde totale loonkosten per salarisschaal’, kolom ‘Uurtarief productieve uren, exclusief btw’, schaal 1.
Financiering kan worden aangevraagd voor alle kosten voor het project en de doorwerking ervan met betrekking tot onder meer verbruiksgoederen, inkoop van diensten, materialen, kleine instrumenten, toegang tot (inter)nationale faciliteiten, software en onderzoeksmiddelen die na gebruik geen economische waarde meer hebben. Reis- en verblijfkosten (nationaal en internationaal) voor alle mensen die aan het project werken incl. buitenlandse gastonderzoekers, kosten voor de organisatie van (internationale) workshops en symposia, kosten voor datamanagement, publicaties, en kosten in het kader van Citizen science vallen eveneens onder deze module.
Reiskosten (nationaal en internationaal) worden alleen vergoed op basis van tweede klasse/economy class tarieven. Voor publicaties gelden de bepalingen in paragraaf 4.5 Onderzoeksresultaten – Open science. Kosten voor een controleverklaring kunnen alleen worden opgevoerd, wanneer die vereist is volgens paragraaf 5.5.
Het is niet toegestaan om kosten op te voeren voor:
• organisatie-infrastructuur en overhead, waaronder een volledig functionerende werkplek, huisvesting, kantoorautomatisering, personeelsadministratie, reiskosten woon-werk, opleiding, facilitair, HR-advies en bedrijfszorg, documentaire informatievoorziening en thuiswerkvergoeding;
• het gebruik en onderhoud van in eigen beheer ontwikkelde wetenschappelijke infrastructuur;
• reguliere onderwijsactiviteiten.
Cofinanciering in kind kan worden opgevoerd in de vorm van loonkosten en materiële kosten. Voor het opvoeren van materiële kosten als cofinanciering gelden dezelfde voorwaarden als in 7.2 benoemd.
In kind cofinanciering kan worden opgevoerd voor loonkosten van personeel aan een buitenlandse onderzoeksorganisatie dat een bijdrage levert aan het project. Voor de berekening van de tarieven, gebruik de UNL-tarieven gecorrigeerd voor de landencorrectiecoëfficiënten. Deze tarieven zijn maxima. Er is geen persoonsgebonden benchfee beschikbaar.
In kind cofinanciering kan worden opgevoerd voor loonkosten van personeel van overige Nederlandse en buitenlandse organisaties dat een bijdrage levert aan het project.
Voor organisaties die de cao rijksoverheid of een vergelijkbare cao gebruiken (zoals de cao’s van hbo, mbo, vo en lagere overheden) worden de tarieven bepaald aan de hand van de Handleiding Overheidstarieven (HOT), tabel 2 gemiddelde totale loonkosten per salarisschaal, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’. De salarisschaal van de aangevraagde functie bepaalt het tarief uit de HOT-tabel. Dit tarief geldt voor de gehele looptijd van het project.
Voor andere organisaties gelden de volgende salarisschalen van HOT-tabel 2, kolommen productieve uren. Projectondersteuner: schaal 6. Junior (onderzoeker): schaal 10. Medior (onderzoeker): schaal 12. Senior (onderzoeker): schaal 13. Directeur: schaal 16.
Het tarief op het moment van de besluitdatum is van toepassing. Regieorgaan SIA past bij de toekenning zo nodig eenmalig ambtshalve een indexering toe van de loonkosten. Hierbij wordt de datum gehanteerd dat de tarieven ingaan. Indien de datum van bekendmaking van de tarieven later is dan de ingangsdatum, wordt de datum van bekendmaking gehanteerd. De tarieven van de Universiteiten van Nederland (UNL) gaan doorgaans in op 1 juli, van de Universitair Medische Centra Nederland (UMCNL) op 1 augustus en van de Handleiding Overheidstarieven (HOT) op 1 januari.
Ambtshalve indexering heeft geen invloed op het subsidieplafond en het maximaal aan te vragen subsidiebedrag. Het subsidieplafond en het maximaal aan te vragen subsidiebedrag blijven ongewijzigd tijdens de beoordelingsprocedure. Bij toewijzing wordt indexering toegepast op het subsidiebedrag.
De ambtshalve indexering heeft geen gevolgen voor de eisen aan eigen bijdragen en/of cofinanciering, noch voor de IE-rechten die uit de eigen bijdragen en/of cofinanciering kunnen voortvloeien.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-38178.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.