Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek | Staatscourant 2026, 3763 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek | Staatscourant 2026, 3763 | overige overheidsinformatie |
2026
|
1 |
Inleiding |
|
|
1.1 |
Achtergrond |
|
|
1.2 |
Beschikbaar budget |
|
|
1.3 |
Indieningsdeadlines |
|
|
2 |
Doel |
|
|
2.1 |
Doelstelling van het programma |
|
|
2.2 |
Inhoudelijk kader |
|
|
2.3 |
Maatschappelijke impact |
|
|
2.4 |
Consortiumvorming |
|
|
3 |
Voorwaarden voor aanvragers |
|
|
3.1 |
Wie kan aanvragen |
|
|
3.2 |
Wat kan worden aangevraagd |
|
|
3.3 |
Het opstellen en indienen van de aanvraag |
|
|
3.4 |
Indieningsvoorwaarden |
|
|
3.5 |
Subsidievoorwaarden |
|
|
4 |
Beoordelingsprocedure |
|
|
4.1 |
De San Francisco Declaration (DORA) |
|
|
4.2 |
Procedure |
|
|
4.3 |
Criteria |
|
|
5 |
Subsidieverplichtingen |
|
|
5.1 |
Inhoudelijke monitoring |
|
|
5.2 |
Verantwoording en afsluiting |
|
|
5.3 |
Programma-activiteiten |
|
|
5.4 |
Datamanagement |
|
|
5.5 |
Intellectueel eigendom en consortiumovereenkomst |
|
|
5.6 |
Maatschappelijk verantwoord licentiëren |
|
|
5.7 |
Commissie |
|
|
5.8 |
Open Access |
|
|
6 |
Contact en overige informatie |
|
|
6.1 |
Contact |
|
|
6.2 |
Overige informatie |
|
|
7 |
Bijlagen |
|
|
7.1 |
Toelichting op budgetmodules |
|
|
7.2 |
Indexering |
|
|
7.3 |
Onderzoekorganisaties |
|
In deze Call for proposals leest u hoe de aanvraagprocedure is ingericht voor de subsidieronde ‘Weerbare Digitale Ecosystemen’. Deze Call for proposals valt onder de verantwoordelijkheid van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).
U vindt in deze Call for proposals achtereenvolgens informatie over het doel van dit programma (hoofdstuk 2), de voorwaarden voor de subsidieaanvraag (hoofdstuk 3) en hoe uw aanvraag wordt beoordeeld (hoofdstuk 4). Deze informatie heeft u nodig om een aanvraag voor subsidie te kunnen indienen. In hoofdstuk 5 vindt u de subsidieverplichtingen die van toepassing zijn in geval van toewijzing. In hoofdstuk 6 staan de contactgegevens en in hoofdstuk 7 de bijlagen.
Wat wil Nederland weten? Vanuit die gedachte is de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) door een innovatief proces met de inbreng van burgers en wetenschappers tot stand gekomen: elke Nederlander kreeg de kans om online vragen aan de wetenschap te stellen. Deze oproep leverde maar liefst 11.700 vragen op, over de meest uiteenlopende onderwerpen. Deze zijn gebundeld in 140 grote vraagstukken, de zogeheten ‘clustervragen’. Rond deze clustervragen zijn vanuit onderzoekers en maatschappelijke organisaties 25 netwerken ontstaan, die de naam NWA-routes kregen. Deze netwerken kregen een eigen routemanagement en ontwikkelen, geïnspireerd door de clustervragen in de NWA-agenda, kennisagenda’s, organiseren bijeenkomsten en communicatieactiviteiten. De 25 NWA-routes en bijbehorende clustervragen zijn te vinden via Routes|NWO.
De NWA omvat complexe vraagstukken waar samenwerking tussen onderzoekers vanuit verschillende disciplinaire achtergronden en kennisorganisaties en maatschappelijke (publieke en private) organisaties meerwaarde heeft. Hierin stroomt nieuwe kennis door van onderzoeker naar gebruiker en nieuwe vragen vanuit de praktijk en de samenleving vinden een ingang in nieuw onderzoek. Het NWA-programma stimuleert daarom samenwerking tussen verschillende partners in de overtuiging dat men meer kan bereiken met elkaar dan ieder afzonderlijk.
De kernelementen van de NWA zijn:
– De Nationale Wetenschapsagenda die gevormd wordt door de 140 clustervragen en de 25 routes;
– Kennisketenbrede1 en interdisciplinaire consortia, waarin onderzoekers vanuit verschillende disciplinaire achtergronden en kennisorganisaties en maatschappelijke (publiek en private) organisaties en (waar relevant) burgers samenwerken aan de complexe vraagstukken;
– Maatschappelijke organisaties, samenleving en burgers hebben een duidelijke rol in het onderzoek;
– Het in dialoog en interactie delen van de resultaten met de samenleving.
De uitvoering van het programma voor de Nationale Wetenschapsagenda is door het Ministerie van OCW in 2018 belegd bij NWO. De NWA omvat vier programmalijnen2:
1. Onderzoek op Routes door Consortia (ORC);
2. Thematische programmering waarin wordt samengewerkt met overheden;
Deze Call for proposals ‘Weerbare Digitale Ecosystemen’ wordt gerealiseerd in het kader van programmalijn 2.
Bij deze Call for proposals zijn de Ministeries van Economische Zaken, Justitie en Veiligheid en Binnenlandse Zaken, het Nationaal Cyber Security Centrum en de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst de initiatiefnemers.
Het subsidieplafond voor deze Call for proposals bedraagt in totaal € 8.702.072. Dit budget is als volgt verdeeld over de twee fases van de Call for proposals:
Fase 1: voor deze fase is een bedrag van € 7.500.000 beschikbaar. Uit dit budget kan per aanvraag maximaal € 1.875.000 subsidie worden toegewezen. Binnen fase 1 van deze Call for proposals worden naar verwachting vier of vijf aanvragen toegewezen.
Fase 2: in deze fase kan één overkoepelend verbindingsproject worden toegewezen. Voor dit project kan maximaal € 1.202.072 aan subsidie worden toegewezen. Zie sectie 3.2 van deze Call for proposals voor meer informatie.
Bij het indienen van uw aanvraag in ISAAC dient u ook online nog gegevens in te voeren. Begin daarom ten minste één dag vóór de deadline van deze Call for proposals met het indienen van uw aanvraag.
Aanvragen die na de deadline worden ingediend, worden niet in behandeling genomen.
De matchmaking voor fase 1 vindt plaats op 23 april 2026. Meer informatie kunt u vinden op de webpagina van deze Call for proposals.
De deadline voor het indienen van een verzoek tot toetsing van in Nederland gevestigde organisaties in fase 1 is (zie paragraaf 3.1.1) is 18 augustus 2026 voor 14:00:00 CEST.
De deadline voor het indienen van een verzoek tot toetsing van buitenlandse organisaties voor fase 1 (zie paragraaf 7.1.1) is 18 augustus 2026, voor 14:00:00 CEST.
De deadline voor het indienen van aanvragen in fase 1 is 15 september 2026, voor 14:00:00 CEST.
De faciliterende sessies voor fase 2 vinden plaats rond april en mei 2029. Meer informatie kunt u vinden op de webpagina van deze Call for proposals.
De deadline voor het indienen van een verzoek tot toetsing van in Nederland gevestigde organisaties in fase 2 is (zie paragraaf 3.1.1) is 18 september 2029, voor 14:00:00 CEST.
De deadline voor het indienen van een verzoek tot toetsing van buitenlandse organisaties voor fase 2 (zie paragraaf 7.1.1) is 18 september 2029, voor 14:00:00 CEST.
De deadline voor het indienen van aanvragen in fase 2 is 16 oktober 2029, voor 14:00:00 CEST.
Dit hoofdstuk beschrijft de doelstelling van het programma en de maatschappelijke impact.
De snelle opkomst van nieuwe, digitale technologieën verandert onze samenleving ingrijpend. Digitale verbondenheid is een integraal onderdeel van de Nederlandse maatschappij geworden. Deze verbondenheid in cyberspace heeft geleid tot complexe digitale ecosystemen waarin burgers, overheden en bedrijven met elkaar vervlochten zijn geraakt. Hoewel uitwisseling van informatie, processen en diensten in cyberspace talloze voordelen biedt, maakt het de maatschappij ook kwetsbaar. In iedere schakel in het netwerk kunnen incidenten zoals verstoringen en cyberaanvallen plaatsvinden. Naast bestaande kwetsbaarheden zijn digitale ecosystemen ook vatbaar voor toekomstige kwetsbaarheden, geïntroduceerd door veranderende technologie of veranderende economische, sociale en politieke omstandigheden. Als zulke digitale ecosystemen in dienst staan van kritieke sectoren, kan een incident in een digitaal ecosysteem grote maatschappelijke ontwrichting teweegbrengen.
Het is daarom van groot belang dat digitale ecosystemen, met name in kritieke sectoren, weerbaar zijn tegen huidige en nieuwe cyberrisico’s. Deze weerbaarheid hangt af van de juiste implementatie van beveiligingstechnologie, maar ook van aspecten zoals vertrouwen, samenwerking en het gedrag van eindgebruikers. Ook governance, in de vorm van wet- en regelgeving, compliance en toezicht, speelt hier een grote rol. Tot slot is autonomie van belang: het is van groot belang na te denken over oplossingen die afhankelijkheden verminderen. Deze factoren sluiten aan bij het idee om systemen in het veiligheidsdomein te bezien vanuit de sociotechniek, waarbij alle onderdelen van een systeem – zoals mensen, technologie, en organisatorische structuren – in samenhang worden gezien.
Samenwerking tussen deze componenten is vereist ten behoeve van gezamenlijke optimalisatie. Het streven is een veerkrachtig systeem dat niet alleen problemen voorkomt, maar ook steeds beter wordt in het omgaan met en herstellen van verstoringen. Om effectief de cyberweerbaarheid van digitale ecosystemen te vergroten, is onderzoek nodig dat leidt tot socio-technische innovaties en handelingsperspectieven, waarin al deze aspecten dus worden meegenomen.
Onderzoek dat bijdraagt aan weerbare digitale ecosystemen is niet beperkt tot onderzoek naar het afweren van cyberaanvallen. Cyberweerbaarheid omvat de hele keten van besluit tot deelname aan een digitaal ecosysteem, het ontwerp ervan, de robuustheid en betrouwbaarheid ervan, de beveiliging ervan, de aanvallen erop, het gebruik ervan, het herstel ervan na incidenten en evaluatie van incidentrespons.3 Om deze brede weerbaarheid en toekomstbestendigheid van digitale ecosystemen te ondersteunen, wordt in deze Call for proposals een security by design en security by default aanpak aangemoedigd. Digitale ecosystemen waarbinnen van begin af aan de juiste technologische en sociale keuzes worden gemaakt, zorgen ervoor dat eindgebruikers op een vanzelfsprekende manier en met minimale veiligheidsrisico’s kunnen gebruikmaken van de mogelijkheden die een digitaal ecosysteem hen biedt.
Binnen het programma worden daarom vernieuwende inzichten gezocht over:
• welke socio-technische factoren bijdragen aan de weerbaarheid van digitale ecosystemen in kritieke sectoren, en hoe deze factoren versterkt kunnen worden, ook rekening houdend met economische, ethische, sociale en culturele overwegingen;
• welke factoren digitale ecosystemen juist kwetsbaar maken voor verstoringen, incidenten en cyberaanvallen;
• welke succesfactoren van weerbare digitale ecosystemen toegepast kunnen worden in andere digitale ecosystemen;
• wat stakeholders kunnen doen om de weerbaarheid van digitale ecosystemen te vergroten.
Het doel van deze Call for proposals is het ontwikkelen van kennis die leidt tot interventies en handelingsperspectieven voor het ontwikkelen en versterken van digitale ecosystemen. De Call for proposals kent een twee-fasenstructuur waarbij in de eerste fase onderzoek naar sectorspecifieke digitale ecosystemen gefinancierd wordt, en in de tweede fase een vertaalslag gemaakt wordt naar sector-overstijgende handelingsperspectieven voor stakeholders binnen sectoren en binnen de overheid, binnen één overkoepelend project. Daarnaast kunnen de uitkomsten gebruikt worden om interventies op te schalen en nieuwe digitale ecosystemen te vormen die in beginsel veilig en weerbaar zijn.
Binnen de Call for proposals wordt een diversiteit aan expertise en kennis samengebracht, uit onderzoek en uit de praktijk. Deze bundeling van krachten door netwerkvorming draagt er toe bij dat er, ook over de sectoren heen, van elkaar geleerd wordt waardoor het Nederlandse cybersecuritylandschap verder structureel wordt versterkt.
Deze Call for proposals roept kennisinstellingen en maatschappelijke partijen op tot het gezamenlijk ontwikkelen van wetenschappelijke en praktijkgeoriënteerde onderzoeksvoorstellen gericht op het thema weerbare digitale ecosystemen. De consortia werken multi- en interdisciplinair en zijn kennisketenbreed samengesteld. Kennisketenbreed houdt in dat het programma fundamenteel, toegepast en praktijkgericht onderzoek verbindt en voorziet in de kennisbehoefte vanuit de maatschappelijke partijen.
Deze Call for proposals past binnen de NWA-Route “Tussen conflict en coöperatie”. Binnen deze route wil het onderzoek bijdragen aan inzichten die helpen de digitale veiligheid van de maatschappij te garanderen.
Digitale ecosystemen
Binnen deze Call for proposals worden digitale ecosystemen gezien als netwerken van burgers, overheden en/of bedrijven die via digitale technologieën samenwerken om gezamenlijke waarde te creëren. Dit kunnen bijvoorbeeld toeleveringsketens zijn, logistieke ketens, of kennisecosystemen. Het gaat hierbij zowel om verticale ketensamenwerking (leveranciers of klanten) als om horizontale ketensamenwerking (samenwerking tussen organisaties van hetzelfde niveau).
Deze Call for proposals richt zich op digitale ecosystemen waarvan verstoring ontwrichtende effecten op de maatschappij heeft. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan digitale ecosystemen die essentieel zijn voor vitale processen zoals benoemd door de NCTV4, of de kritieke en belangrijke sectoren zoals beschreven in de concept Cyberbeveiligingswet (NIS2-richtlijn)5,6.
Het doel van deze Call for proposals is het ontwikkelen van kennis die leidt tot interventies en handelingsperspectieven voor het ontwikkelen en versterken van digitale ecosystemen.
In deze Call for proposals worden onderzoekers uitgenodigd om bij te dragen aan het verstevigen van digitale ecosystemen. Vanwege de verschillende volwassenheden van individuele digitale ecosystemen zijn daar verschillende aanpakken voor nodig. Afhankelijk van het digitale ecosysteem kan daarom worden gedacht aan:
– Het verkennen van kwetsbaarheden en sterke punten van specifieke digitale ecosystemen;
– Onderzoeken hoe interventies of handelingsperspectieven op digitaal ecosysteem-niveau werken;
– Methodeontwikkeling om deze interventies en handelingsperspectieven toe te passen, te testen en evalueren7;
– Het generaliseren en verbreden van interventie(s) en handelingsperspectieven voor toepasbaarheid in andere digitale ecosystemen.
Interventies en handelingsperspectieven kunnen van technische aard zijn, maar ook van organisatorische, economische, sociale, politieke, juridische en ethische aard. Om met deze interventies en handelingsperspectieven impact te creëren, is samenwerking en co-creatie nodig tussen onderzoekers uit verschillende disciplines, maatschappelijke partners en deelnemers aan digitale ecosystemen.
Twee fasen
De Call for proposals kent twee fasen. Aanvragen in de eerste fase richten zich op onderzoek naar interventies of handelingsperspectieven voor één of meerdere specifieke digitale ecosystemen. Projecten uit fase 1 vormen in fase 2 samen een overkoepelend project dat de projecten uit fase 1 overstijgt. Van aanvragers die een aanvraag toegewezen krijgen in fase 1, wordt verwacht dat zij deelnemen aan dit overkoepelende project.
Vanaf de start van de fase 1 projecten zal samenwerking worden gestimuleerd en gefaciliteerd door NWO, zodat het overkoepelende project zo efficiënt mogelijk de bredere inzichten kan ontwikkelen. Als onderdeel van de procedure van fase 2 organiseert NWO faciliterende workshops (zie paragraaf 2.4.2). Deelname aan deze faciliterende workshops is verplicht voor de hoofdaanvrager van het fase 2 project (zie ook paragraaf 3.1.1).
Fase 1: sectorspecifieke onderzoeksvragen
Aanvragen in fase 1 richten zich op het ontwikkelen van interventies of handelingsperspectieven voor één of meerdere specifieke digitale ecosystemen. Hierin spelen allerlei kennis-gerelateerde vragen. Mogelijke onderzoeksvragen die in deze fase in specifieke digitale ecosystemen spelen zijn:
• Hoe kan het toezichtstelsel voor cyberveiligheid en -weerbaarheid worden verbeterd?
• Hoe kan door middel van opleiden, trainen en oefenen de cyberweerbaarheid van digitale ecosystemen vergroot worden?
• Hoe kan de cyberweerbaarheid van een digitaal ecosysteem worden gemeten en getypeerd?
• Welke economische overwegingen en drijfveren spelen een rol bij besluit tot deelname aan een digitaal ecosysteem?
• Hoe kunnen best practices (zoals maturity models en risk management frameworks) met bewijs worden onderbouwd en hoe kan de effectiviteit worden aangetoond?
• Hoe kunnen afhankelijkheden in digitale ecosystemen inzichtelijk worden gemaakt (bijvoorbeeld op basis van SBOM en HBOM)?
• Welke benadering van ketenverantwoordelijkheid is nodig om de cyberweerbaarheid van digitale ecosystemen te verhogen?
• Hoe kunnen secure-by-design en secure-by-default architecturen ontworpen worden voor specifieke sectoren?
• Hoe kunnen digitale ecosystemen worden ingericht zodat digitale verstoringen, cybersecuritydreigingen en -incidenten effectief worden geïdentificeerd en geadresseerd?
• Hoe kunnen gedragswetenschappelijke inzichten over samenwerking binnen organisaties/tussen mensen toegepast worden om de weerbaarheid van digitale ecosystemen te verbeteren?
• Hoe kan innovatieve technologie ingezet worden om kwetsbaarheid van verouderde (legacy) systemen te verlagen?
• Hoe kan innovatieve technologie ingezet worden om het vertrouwen van burgers, consumenten en bedrijven in digitale ecosystemen, infrastructuur en ketens te verhogen?
• Welke aspecten op het gebied van inkoop of contractbeheer worden meegenomen in de besluitvorming rondom het toetreden tot een digitaal ecosysteem en hoe speelt cyberweerbaarheid daar een rol in?
• Hoe kan dreigingsinformatie en slachtoffernotificatie binnen digitale ecosystemen gemakkelijker worden gedeeld, zowel operationeel als qua governance?
• Hoe kunnen verbeterde tools voor forensisch onderzoek en verwerken van dreigingsinformatie bijdragen aan cyberweerbaarheid?
• Hoe kan nieuwe technologie bijdragen aan het vroegtijdig identificeren van kritieke, risicovolle en zwakke schakels?
• Hoe kan missie- en bedrijfscontinuïteit voor de meest kritieke processen binnen systemen gewaarborgd worden, om de impact van digitale verstoringen en cyberaanvallen te verkleinen?
• Hoe kan veiligheidscultuur versterkt worden, binnen een specifieke sector of digitaal ecosysteem?
• Welke AI-toepassingen versterken de weerbaarheid van kritieke sectoren, bijvoorbeeld door automatisch herstel na incidenten?
Het is niet verplicht om bovenstaande voorbeelden te gebruiken. Onderzoekers die andere onderzoeksvragen hebben, worden uitdrukkelijk uitgenodigd om een aanvraag in te dienen binnen deze Call for Proposals, mits uit de aanvraag duidelijk wordt op welke manier het onderzoek zal bijdragen aan het realiseren van het doel van de Call for proposals.
Fase 2: overkoepelend project
Het onderzoek in het overkoepelende project is gericht op het generaliseren en opschalen van de resultaten uit fase 1. Zodoende kunnen nieuw ontwikkelde inzichten en interventies die leiden tot weerbare digitale ecosystemen breed in de maatschappij worden ingezet. Voor deze opschaling is aansluiting bij de prioriteiten van de maatschappelijke partners essentieel.
Daarnaast faciliteert het overkoepelende project gedurende de looptijd van het programma het wederzijds leren van de casuïstiek over de onderzoeksprojecten heen. De consortiumpartners identificeren in het overkoepelende project gezamenlijk rode draden en tillen resultaten uit de onderzoeksprojecten in fase 1 naar een hoger plan. Zo dient het overkoepelende project om generieke aanbevelingen en handreikingen te ontwikkelen, vervolgvragen te identificeren en de inzichten breed toegankelijk te maken en te delen. Tenslotte draagt het overkoepelende project bij aan de ontwikkeling van aanbevelingen en handreikingen voor de overheid.
Nieuwe kennis en inzichten vanuit wetenschappelijk onderzoek kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken van vandaag én morgen. Denk aan de energietransitie, gezondheid en zorg, of klimaatverandering. Door interactie en afstemming tussen onderzoekers en mogelijke kennisgebruikers, neemt de kans op het toepassen van kennis toe en daarmee ook de kans op maatschappelijke impact. Maatschappelijke impact staat hier voor veranderingen die (mede) het gevolg zijn van door onderzoek gegenereerde kennis en kunde. Deze veranderingen dragen bij aan het welzijn van mens, planeet en maatschappij voor deze en toekomstige generaties. Via haar beleid op impact bevordert NWO de mogelijke bijdrage vanuit onderzoek aan maatschappelijke vraagstukken door het stimuleren van productieve interacties met maatschappelijke belanghebbenden. Zowel tijdens de ontwikkeling als in de uitvoering van het onderzoek. Dit doet zij op een manier die past bij het doel van het financieringsinstrument. NWO stimuleert onderzoekers om met een brede blik te kijken naar de mogelijke gewenste en ongewenste impact van hun onderzoek.
Afhankelijk van het doel van het financieringsinstrument kiest NWO een bijbehorende benadering die de kans op maatschappelijke impact optimaal ondersteunt. Het primaire doel van het financieringsinstrument bepaalt de keuze voor de benadering die NWO inzet om kennisbenutting in verschillende fases van het project (aanvraag, uitvoering, na afloop) te bevorderen en de inspanning die van aanvrager(s) en partners gevraagd wordt.
In dit programma wordt de Impact Plan benadering toegepast. Hiermee faciliteert NWO de ontwikkeling van een geïntegreerde strategie door onderzoekers en partners om doelgericht de kans op de gewenste maatschappelijk impact te vergroten.
NWO biedt een e-learning module aan die geïnteresseerden op weg kan helpen via Online impact workshops | NWO.
Voor meer informatie over het kennisbenuttingsbeleid van NWO zie de website: Kennisbenutting | NWO.
In de NWA richten de programma's zich op complexe vraagstukken waar afstemming en samenwerking meerwaarde heeft om wetenschappelijke en maatschappelijke doorbraken te realiseren. NWA stimuleert die samenwerking tussen verschillende partners, zodat het geheel meer is dan de som der delen en nieuwe kennis voor maatschappelijke vraagstukken ontwikkeld wordt.
Impact Plan benadering
De maatschappelijke impact is nooit alleen het resultaat van kennis en inzichten uit het onderzoek. Om de kans op maatschappelijke impact van het onderzoek te vergroten is aantoonbare betrokkenheid nodig van belangrijke stakeholders vanaf de vorming van het consortium tot en met afronding van het project en daarna. Maatschappelijke impact wordt immers vaak pas gerealiseerd in de jaren nádat een onderzoeksproject is afgesloten. Door vanaf het begin van de onderzoeksformulering (co-design) en gedurende de uitvoering van het onderzoek (co-creatie) te zorgen voor voortdurend afstemming tussen onderzoekers en mogelijke kennisgebruikers, neemt de kans op productieve interacties, en uiteindelijk impact, toe.
Consortia stellen samen met stakeholders een Impact Plan op, als onderdeel van de volledige aanvraag. Dat Impact Plan beschrijft hoe het consortium verwacht tot maatschappelijke impact te komen en de rol die productieve interacties daarbij spelen. Hieruit blijkt hoe het behalen van de beoogde impact geïntegreerd is in de onderzoeksopzet en welke rol consortiumpartners en stakeholders uit beleid, praktijk en bedrijfsleven daarin spelen.
Om de kans op impact van het onderzoek te vergroten, is samenwerking tussen onderzoekers, met onderzoekers van andere disciplines én met partners uit de maatschappij, zoals bedrijven en maatschappelijke organisaties nodig. In deze Call for proposals ondersteunt NWO de vorming van een consortium door 1) het organiseren van een matchmakingsbijeenkomst in fase 1 en 2) het organiseren van faciliterende workshops in fase 2. Deze methodes worden hieronder kort toegelicht. Meer informatie over consortiumvorming is te vinden op de NWO website.
Het doel van matchmaking is het samenbrengen van potentiële aanvragers, onderzoekers, samenwerkingspartners en stakeholders uit diverse werkvelden en sectoren om ideeën voor, of behoefte aan, onderzoek rond het thema en de beschreven impact in de Call for proposals uit te wisselen.
Tijdens de eenmalige matchmakingsbijeenkomst is er de mogelijkheid voor deelnemers om ideeën uit te wisselen, te netwerken en om eventueel ontbrekende expertises in kaart te brengen. Het is aan de deelnemers zelf vorm te geven aan het vervolg van de resultaten van de matchmaking.
Daarnaast wordt tijdens de matchmaking meer informatie gegeven over het aanvraagproces en de Impact benaderingen (zie ook paragraaf 2.3).
Verdere informatie over de matchmaking wordt op de webpagina van deze Call for proposals gepubliceerd. Deelname aan de matchmaking is niet verplicht.
Het doel van de faciliterende workshops is het bij elkaar brengen van de projectdeelnemers uit fase 1 en het stimuleren van samenwerking in één breed consortium. Het programma van de workshops wordt vormgegeven aan de hand van het thema van de Call for proposals, de expertises van de deelnemers en de verwachte bijdrage aan impact. Er worden twee workshops georganiseerd. NWO ondersteunt de onderlinge verkenning, maar partijen bepalen uiteindelijk zelf hoe ze de samenwerking vormgeven. Tijdens de workshops wordt samenwerking tussen de fase 1 projecten verkend en worden de eerste afspraken voor gezamenlijke uitwerking van de aanvraag voor fase 2 gemaakt. Na de workshops werkt het nieuw te vormen consortium de aanvraag verder uit.
Deelname aan de faciliterende workshops is verplicht voor de hoofdaanvrager van het fase 2 project (zie ook paragraaf 3.1.1). Voor meer informatie over de workshops, zie paragraaf 4.2.2 van deze Call for proposals.
Dit hoofdstuk bevat de voorwaarden die gelden voor uw subsidieaanvraag. Eerst wordt beschreven wie subsidie kan aanvragen (paragraaf 3.1) en waarvoor u subsidie kunt aanvragen (paragraaf 3.2). Vervolgens vindt u de voorwaarden voor het opstellen en indienen van de aanvraag (paragrafen 3.3 en 3.4) en specifieke subsidievoorwaarden (paragraaf 3.5).
Fase 1: Sectorspecifieke aanvragen
Aanvragen in fase 1 worden ingediend door een hoofdaanvrager namens het consortium.
Er worden vier categorieën van deelnemers aan een consortium onderscheiden:
1. Hoofdaanvrager
2. Medeaanvrager(s)
3. Samenwerkingspartner(s)
4. Cofinancier(s) (niet verplicht)
Een consortium in fase 1 dient te bestaan uit minimaal een hoofdaanvrager, medeaanvrager en samenwerkingspartner. De voorwaarden per deelnemer worden in de volgende paragrafen nader toegelicht.
Fase 2: Overkoepelend project
In fase 2 worden de hoofdaanvragers van de in fase 1 toegewezen onderzoeksprojecten uitgenodigd gezamenlijk een consortium te vormen voor een overkoepelend onderzoeksproject. Daarnaast kunnen medeaanvragers uit de onderliggende onderzoeksprojecten worden opgenomen in het consortium, voor zover hun betrokkenheid bijdraagt aan het realiseren van de doelstellingen van het overkoepelende verbindingsproject.
Het consortium kan in deze fase worden uitgebreid met nieuwe medeaanvragers, samenwerkingspartners en cofinanciers die in fase 1 nog niet waren betrokken. De samenstelling van het consortium en de onderbouwing van de gemaakte keuzes worden gemotiveerd in de aanvraag voor het overkoepelende verbindingsproject.
Hoofdaanvrager
Onderzoekers mogen als hoofdaanvrager optreden als zij in vaste dienst zijn (en derhalve een bezoldigd dienstverband voor onbepaalde tijd hebben8) of een tenure track overeenkomst hebben bij één van de onderstaande onderzoeksorganisaties:
– Universiteiten en hogescholen zoals bedoeld in artikel 1.8 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de universiteiten genoemd in de Beleidsregel Universiteiten in het Koninkrijk der Nederlanden;
– Universitair medische centra, waarmee wordt bedoeld de academische ziekenhuizen zoals bedoeld in artikel 1.13 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
– KNAW- en NWO-instituten;
– TO2-instituten;
– het Nederlands Kanker Instituut;
– het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek te Nijmegen;
– NCB Naturalis;
– Advanced Research Centre for NanoLithography (ARCNL);
– Prinses Máxima Centrum.
Het kan voorkomen dat de tenure track overeenkomst van de hoofdaanvrager eindigt vóór de beoogde afrondingsdatum van de fase van het project waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, of dat vóór die datum het vaste dienstverband van de hoofdaanvrager eindigt wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. In dat geval voegt de hoofdaanvrager een verklaring van diens werkgever bij, waarin de betreffende onderzoeksorganisatie garandeert dat het project en alle op het project werkzame personen voor wie subsidie wordt aangevraagd adequaat zullen worden begeleid voor de volledige duur van het project. Dit geldt voor zowel fase 1 als fase 2.
Ook de hoofdaanvrager in dienst van een hogeschool,TO2-instituut of Rijkskennisinstelling wiens dienstverband eindigt voor de beoogde afrondingsdatum van de fase van het project waarvoor subsidie wordt aangevraagd, moet een dergelijke verklaring bijvoegen. Dit geldt voor zowel fase 1 als fase 2.
Aanvragers met een deeltijdcontract moeten voldoende toezicht garanderen op het project en alle projectleden voor wie financiering wordt aangevraagd.
De hoofdaanvrager dient de aanvraag in via ISAAC, het elektronische indiensysteem van NWO. Tijdens het beoordelingsproces communiceert NWO met de hoofdaanvrager.
Na toewijzing van een aanvraag in fase 1 wordt de hoofdaanvrager projectleider en aanspreekpunt voor NWO. De onderzoeksorganisatie van de hoofdaanvrager is hoofdbegunstigde en wordt penvoerder.
Aanvullende voorwaarden:
– de hoofdaanvrager mag in deze Call for proposals slechts één aanvraag indienen in de hoedanigheid van hoofdaanvrager;
– de hoofdaanvrager mag daarnaast maximaal één keer als medeaanvrager deelnemen aan een ander consortium.
Voor fase 2 wijzen de hoofdaanvragers uit fase 1 gezamenlijk één penvoerder aan die namens het consortium de aanvraag voor het overkoepelend project indient. Deze hoofdaanvrager ontvangt de subsidie en is het aanspreekpunt voor NWO voor zowel de wetenschappelijke samenhang, de resultaten, als de financiële verantwoording van het overkoepelende verbindingsproject. Een hoofdaanvrager uit fase 1 mag optreden als hoofdaanvrager voor fase 2, maar dit mag ook een andere aanvrager zijn indien deze voldoet aan de voorwaarden die hierboven beschreven zijn. De hoofdaanvrager in fase 2 dient deelgenomen te hebben aan beide faciliterende workshops (zie 4.2.2). Indien een hoofdaanvrager verhinderd is, bijvoorbeeld in geval van overmacht zoals bedoeld in de NWO Tegemoetkomingsregeling bij overmacht, dient een door de hoofdaanvrager voorafgaand aan de betreffende workshop met name genoemde vervanger te hebben deelgenomen aan de workshops.
Medeaanvragers
Medeaanvragers hebben een actieve rol bij de uitvoering van het project. De (deel)projectleider(s) en begunstigde(n) zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de uitvoering van het gehele project.
Aanvullende voorwaarden:
– een medeaanvrager mag in fase 1 van deze Call for proposals maximaal in twee consortia als medeaanvrager deelnemen;
– Personen met een nuluren arbeidsovereenkomst of met een dienstverband voor bepaalde tijd (anders dan een tenure track en de hierboven genoemde uitzondering voor lectoren en onderzoekers in dienst van een TO2-instituut) zijn uitgesloten van indiening als medeaanvrager;
– een medeaanvrager dient ten minste te beschikken over een masterdiploma of een gelijkwaardige kwalificatie.
In deze Call for proposals zijn twee type medeaanvragers mogelijk: medeaanvragers verbonden aan onderzoeksorganisaties en medeaanvragers verbonden aan maatschappelijke organisaties.
Medeaanvragers verbonden aan maatschappelijke organisaties kunnen alleen als medeaanvrager optreden onder toepassing van de de-minimisverordening11.
Medeaanvragers verbonden aan onderzoeksorganisaties
Medeaanvragers kunnen verbonden zijn aan de onderzoeksorganisaties vermeld in deze paragraaf onder ‘Hoofdaanvrager’, aan onderzoeksorganisaties in het buitenland (zie paragraaf 7.1.1 voor de betreffende voorwaarden), aan de onderzoeksorganisaties vermeld in bijlage 7.3 en aan andere onderzoeksorganisaties zoals bedoeld in artikel 1.1, lid 4, van de NWO Subsidieregeling 2024 en die voldoen aan de volgende cumulatieve voorwaarden.
De organisatie dient:
– in Nederland gevestigd te zijn;
– een stichting, vereniging of publiekrechtelijke rechtspersoon te zijn;
– zich in de hoofdzaak zelf bezig te houden met het op onafhankelijke wijze verrichten van fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling of met het met het breed verspreiden van de resultaten van die activiteiten door middel van onderwijs, publicaties of kennisoverdracht
– te kunnen verklaren dat de organisatie een gescheiden boekhouding voert ten aanzien van economische/niet-economische activiteiten en dat ondernemingen met een beslissende invloed op de organisatie geen preferente toegang krijgen tot de onderzoeksresultaten van de organisatie.
Let op: Voorafgaand aan het indienen van een aanvraag wordt door NWO aan de hand van bovengenoemde voorwaarden getoetst of een organisatie aan artikel 1.1, lid 4, van de NWO Subsidieregeling 2024 voldoet en dus als medeaanvrager mag deelnemen. NWO voert deze toets mede uit om te controleren of er geen sprake is van het verlenen van verboden staatssteun.
De organisatie van de beoogde medeaanvrager levert ten behoeve van deze toetsing uiterlijk 20 werkdagen voor de deadline van indiening van vooraanmeldingen per e-mail aan nwa-cyber2025@nwo.nl (dus uiterlijk 18 augustus 2026 voor 14:00:00 CEST) de volgende documenten aan:
– een recent uittreksel van de kamer van koophandel;
– de oprichtingsakte en/of actuele statuten;
– de laatst beschikbare jaarrekening voorzien van een controleverklaring12;
– de ingevulde Verklaring Onderzoeksorganisatie, beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals.
Het is toegestaan om andere relevante documentatie toe te voegen. Tevens kan NWO om aanvullende informatie vragen als bovenstaande documenten niet voldoende uitsluitsel bieden om te bepalen of de organisatie mag optreden als medeaanvrager.
Als de organisatie van de beoogde medeaanvrager binnen een ander NWO programma is getoetst aan deze voorwaarden, neem dan tijdig contact op met NWO via het nwa-cyber2025@NWO.nl om af te stemmen of deze organisatie opnieuw moet worden getoetst.
Indien de organisatie van de beoogde medeaanvrager de voor de toets op de voorwaarden benodigde stukken niet op tijd aanlevert, kan NWO de betreffende organisatie niet als medeaanvrager accepteren.
Als in de aanvraag van het tweede fase project nieuwe medeaanvragers toegevoegd worden aan het consortium en deze nieuwe medeaanvragers niet verbonden zijn aan een onderzoeksorganisatie vermeld in paragraaf 3.1 dient ook voor deze organisatie(s) een toets op de voorwaarden plaats te vinden. Voor deze beoogde medeaanvragers geldt dat de organisatie uiterlijk 20 werkdagen voor de deadline van indiening van de aanvraag per e-mail (dus uiterlijk 18 september 2029 voor 14:00:00 CEST) in ieder geval de volgende documenten aanlevert:
– een recent uittreksel van de kamer van koophandel;
– de oprichtingsakte en/of actuele statuten;
– de laatst beschikbare jaarrekening voorzien van een controleverklaring13;
– de ingevulde Verklaring Onderzoeksorganisatie, beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals.
Een onderzoeksorganisatie die voorafgaand aan het indienen van een fase 1 aanvraag binnen deze Call for proposals is getoetst en goedgekeurd als medeaanvrager, hoeft voorafgaand aan het indienen van de fase 2 aanvraag niet nogmaals getoetst te worden.
Medeaanvragers verbonden aan maatschappelijke organisaties
Deze Call for proposals richt zich ook op kennis uit en ten behoeve van bredere maatschappelijke partijen. Maatschappelijke organisaties die ondersteuning bieden bij en/of expertise opbouwen over het opbouwen van cyberweerbaarheid kunnen als medeaanvrager optreden onder de de-minimisverordening (zie hieronder). Het betreft bijvoorbeeld expertisecentra, brancheverenigingen en belangenorganisaties, waarvan de praktijkkennis en onderzoeksgerelateerde activiteiten essentieel zijn om volwaardig onderzoek op te kunnen zetten. In de aanvraag dient te worden onderbouwd welke substantiële, actieve bijdrage de maatschappelijke organisatie levert aan het onderzoek. Dit wordt in het kader van het criterium op de kwaliteit van het consortium (zie paragraaf 4.3.2) beoordeeld door de beoordelingscommissie.
De-minimisdrempel voor maatschappelijke organisaties
Maatschappelijke organisaties die als medeaanvrager optreden ontvangen de subsidie van NWO via de hoofdaanvrager, met inachtneming van de de-minimisdrempel uit de de-minimisverordening (Verordening (EU) nr. 2023/2831 van de Europese Commissie van 13 december 2023). Op grond van de de-minimisverordening mag een organisatie maximaal € 300.000 aan de-minimissteun ontvangen over een periode van drie jaar.
Maatschappelijke organisaties dienen door het invullen van de verklaring de-minimissteun te verklaren dat de betreffende organisatie door het toewijzen van een subsidie door NWO de de-minimisgrens niet zal overschrijden. Indien een maatschappelijke organisatie constateert dat met de subsidie van NWO de de-minimisgrens wordt overschreden, kan de hoofdaanvrager voor deze maatschappelijke organisatie geen subsidie aanvragen bij NWO. De hoofdaanvrager dient hiermee bij het opstellen van zijn projectbegroting rekening te houden en dient dus per maatschappelijke organisatie die als medeaanvrager wil optreden na te gaan of met het aangevraagde subsidiebedrag de de-minimisdrempel niet wordt overschreden. De door elke maatschappelijke organisatie afzonderlijk ingevulde verklaring de-minimissteun is, indien van toepassing, een verplichte bijlage bij de aanvraag.
Samenwerkingspartners zijn binnen deze Call for proposals verplicht, omdat actieve betrokkenheid van maatschappelijke stakeholders van groot belang is bij het ontwikkelen van kennis over uitdagingen en mogelijke oplossingen. Maatschappelijke stakeholders zijn zowel publieke als private organisaties, en waar relevant ook burgers of een vertegenwoordiging daarvan. De organisatie van een maatschappelijke stakeholder is geen hoofd- of medeaanvrager of cofinancier.
Een samenwerkingspartner is gedurende het gehele traject actief betrokken, van het formuleren van onderzoeksvragen en de ontwikkeling van het project (co-design) tot de uitvoering van het onderzoek en/of de kennisbenutting (co-creatie). Een samenwerkingspartner kan worden opgenomen in de adviescommissie.
Let op: voor personeel van organisaties die als samenwerkingspartner deelnemen aan het consortium kan geen subsidie voor salaris- of onderzoekskosten als hoofd- of medeaanvrager worden aangevraagd. Wel is het mogelijk kosten te vergoeden door deze organisaties als derden in te huren via de modules ‘materiële kosten’, ‘kennisbenutting’ of ‘project management (zie paragraaf 3.2 en bijlage 7.1).
Cofinanciering is binnen deze Call for proposals niet verplicht. Cofinanciers zijn organisaties die deelnemen aan het consortium en cash en/of in kind bijdragen aan het project. Cofinanciers ontvangen nooit subsidie van NWO. De voorwaarden omtrent cofinanciering zijn gespecificeerd in paragraaf 3.5.6.
Organisaties waarvan onderzoekers conform de onder in 3.1 gegeven beschrijving als hoofdaanvrager deel mogen nemen, mogen in deze NWA Call for proposals niet deelnemen als cofinancier. Een uitzondering hierin wordt gemaakt voor TO2-instituten. Zij mogen in een consortium wel deelnemen als cofinancier, mits zij in hetzelfde consortium niet ook als hoofd- of medeaanvrager deelnemen.
Per aanvraag is in fase 1 minimaal € 1.500.000 en maximaal € 1.875.000 subsidie aan te vragen. Voor fase 1 is in totaal een bedrag van € 7.500.000 beschikbaar. De maximale looptijd van het voorgestelde project is 72 maanden. De aanvrager en medeaanvragers kunnen kosten opvoeren voor personeel, materieel, investeringen en kennisbenutting. Naar verwachting worden in fase 1 vier of vijf aanvagen toegewezen.
Voor het overkoepelende project in fase 2 is maximaal € 1.202.072 subsidie aan te vragen. Afhankelijk van het aantal toegekende projecten in fase 1 wordt het resterende budget uit fase 1 toegevoegd aan het budget van fase 2. De maximale looptijd van het voorgestelde project is 48 maanden. De aanvrager en medeaanvragers kunnen kosten opvoeren voor personeel, materieel, investeringen en kennisbenutting.
De beschikbare budgetmodules (inclusief de maximale bedragen) staan hieronder vermeld. Vraag alleen datgene aan wat essentieel is om het project uit te voeren. De tarieven en een toelichting op deze budgetmodules staan in bijlage 7.1.
Voor personeel dat een bijdrage levert aan het project, kan subsidie voor de loonkosten worden aangevraagd. Het bedrag hiervoor is afhankelijk van het type aanstelling en de organisatie waar het personeel werkt.
Voor personeel dat werkzaam is bij een universiteit in het Koninkrijk der Nederlanden, universitair medisch centrum (umc) of een andere onderzoeksorganisatie, genoemd in artikel 1.1, eerste lid, sub c tot en met h van de NWO Subsidieregeling 2024 kunnen loonkosten worden opgevoerd voor de volgende functies: promovendus, Engineering Doctorate, postdoc, niet-wetenschappelijk personeel (NWP) en voor de vervanging van de aanvrager(s).
Er kan voor een onbeperkt aantal posities worden aangevraagd voor dit type functie. Er kan in fase 1 voor ten hoogste 20% van het subsidiebedrag vervanging worden aangevraagd. In fase 2 kan voor ter hoogste van 30% van het subsidiebedrag vervanging worden aangevraagd.
Financiering voor de functie van een Engineering Doctorate (EngD) kan alleen worden aangevraagd als er ook financiering voor een promovendus of postdoc wordt aangevraagd.
Het is mogelijk om loonkosten op te voeren van personeel van hogescholen, onderwijsinstellingen, TO2-instituten en overige organisaties. Er kan voor een onbeperkt aantal posities worden aangevraagd voor dit type functie.
Het is mogelijk om studenten in te zetten voor het project als ze studeren aan een onderzoeksorganisatie genoemd in paragraaf 3.1. De kosten hiervan kunt u binnen het project opvoeren als materiële kosten. Er is geen maximum aan het aantal studenten dat kan meewerken in het project.
Het is mogelijk om loonkosten van buitenlandse onderzoeksorganisaties op te voeren voor wetenschappelijk personeel. Er kan maximaal 25% van het subsidiebedrag voor personeel worden aangevraagd voor personeel bij onderzoeksorganisaties in het buitenland.
Let op: voorafgaand aan het indienen van de aanvraag wordt door NWO getoetst of de buitenlandse organisatie aan artikel 1.1, leden 4 en 5 van de NWO Subsidieregeling 2024 voldoet (zie paragraaf 1.3 en paragraaf 7.1.1).
Financiering kan worden aangevraagd voor alle project-specifieke materiële kosten. Voor deze kosten geldt een maximum van 25% van het NWO subsidiebedrag. Van het materiële budget aangevraagd bij NWO mag maximaal 50% worden ingezet voor werk door derden. Er kan maximaal 25% van het subsidiebedrag voor materieel worden aangevraagd voor onderzoeksorganisaties in het buitenland.
Financiering kan worden aangevraagd voor investeringen in apparatuur, infrastructuur en andere onderzoeksmiddelen die na afloop van het project economische waarde hebben of kunnen worden hergebruikt. Loonkosten van personeel dat de apparatuur, infrastructuur en andere onderzoeksmiddelen in staat van gereedheid brengt, kan worden opgevoerd als onderdeel van de investering. De tarieven en voorwaarden van Personeel zijn hierbij van toepassing en de kosten moeten worden opgevoerd als Investering. Investeringen kunnen alleen worden gedaan bij onderzoeksorganisaties genoemd in paragraaf 3.1.
Er kan maximaal € 500.000 worden aangevraagd voor investeringen.
Financiering kan worden aangevraagd voor activiteiten die bevorderen dat kennis uit het onderzoek wordt benut,14 om zo de maatschappelijke impact van het onderzoek te vergroten.
Deze Call for proposals kent twee fases:
1. Het indienen van een aanvraag
2. Het indienen van een aanvraag voor een overkoepelend verbindingsproject
Let op: voor hoofdaanvragers in fase 2 is deelname aan de faciliterende workshops verplicht. Zie paragraaf 2.4.2 en 4.2.2 van deze Call for proposals.
Zie voor een volledig overzicht van alle indieningseisen paragraaf 3.4.1.
Het gebruik van generatieve AI is niet uitgesloten bij het opstellen van uw aanvraag, mits dit verantwoord gebeurt. De richtlijnen vindt u op de website (NWO-beleid op het gebruik van generatieve artificial intelligence (GAI) | NWO).
Het indienen van een aanvraag kan alleen via het online aanvraagsysteem ISAAC. Aanvragen die niet via ISAAC zijn ingediend, worden niet in behandeling genomen.
U bent als hoofdaanvrager verplicht een aanvraag via uw eigen persoonlijke ISAAC-account in te dienen.
Het is belangrijk om tijdig te beginnen met uw aanvraag in ISAAC:
– indien u nog geen ISAAC-account heeft, dient deze op tijd te worden aangemaakt om eventuele aanmeldproblemen te voorkomen;
– nieuwe onderzoeksorganisaties moeten eventueel nog door NWO toegevoegd worden aan ISAAC;
– u moet ook online nog gegevens invoeren.
Aanvragen die na de deadline worden ingediend, neemt NWO niet in behandeling.
Voor vragen van technische aard verzoeken wij u contact op te nemen met de ISAAC-helpdesk, zie contact (hoofdstuk 6).
Werkt een hoofd- en/of medeaanvrager bij een onderzoeksorganisatie die niet is opgenomen in de database van ISAAC? U kunt dit dan melden via relatiebeheer@nwo.nl zodat de onderzoeksorganisatie kan worden toegevoegd. Hier zijn enige dagen voor nodig. Daarom is het van belang dit uiterlijk een week voor de deadline te melden.
NWO gaat ervan uit dat de aanvrager de onderzoeksorganisatie waar zij/hij werkzaam is heeft geïnformeerd over het indienen van de aanvraag en dat de onderzoeksorganisatie de subsidievoorwaarden van deze Call for proposals aanvaardt.
Voor het opstellen van aanvragen in fase 1 en 2 doorloopt u de volgende stappen:
– download het aanvraagformulier vanuit het online aanvraagsysteem ISAAC of vanaf de website van NWO (op de website van het betreffende financieringsinstrument);
– vul het aanvraagformulier in;
– sla het formulier op als pdf en dien het met de eventueel verplichte bijlage(n) in ISAAC in;
– vul de online in ISAAC gevraagde gegevens in.
Verplichte bijlagen:
– begroting;
– steunverklaringen samenwerkingspartner(s);
– verklaring cofinancier(s) (verplicht indien van toepassing);
– garantstelling voor continuïteit in de projectbegeleiding (verplicht indien van toepassing, zie paragraaf 3.1);
– formulier ‘Statement and signature”
– verklaring de-minimissteun (verplicht indien van toepassing)
– verklaring ‘Kennisveiligheid’
De aanvraag en bijlagen dienen conform het door NWO aangeboden template opgesteld te worden. Bijlagen dienen los van de aanvraag in ISAAC geüpload te worden. Alle bijlagen, met uitzondering van de begroting, dienen als pdf-bestand (zonder beveiliging) te worden ingediend. De begroting moet als Excel-bestand worden ingediend in ISAAC.
Indien er cofinanciering wordt bijgedragen dient op het moment van indienen in de bijgesloten verklaringen cofinanciering de volledige cofinanciering te zijn toegezegd volgens de voorwaarden beschreven in paragraaf 3.5.6. Andere bijlagen dan hierboven vermelde bijlagen zijn niet toegestaan.
Alle hoofd- en medeaanvragers van fase 1 projecten worden uitgenodigd deel te nemen aan de faciliterende workshops voor fase 2. Ook samenwerkingspartners en co-financiers worden uitgenodigd. Een aanmelding voor de workshops wordt ingediend via een formulier op de webpagina van deze Call for proposals.
De aanmeldingen worden voorafgaand aan de workshops gedeeld met de andere deelnemers.
Om op te treden als hoofdaanvrager in fase 2 van deze Call for proposals moet een beoogd hoofdaanvrager (of diens met name genoemde vervanger) aan beide faciliterende workshops hebben deelgenomen. Indien een deelnemer zich laat vervangen, stelt deze NWO, uiterlijk op de dag van de workshop vóór de start van de betreffende workshop, hiervan via e-mail (nwa-cyber2025@nwo.nl) op de hoogte. Een vervanger mag maximaal één hoofdaanvrager per keer vervangen en dient zich aan te melden voor de workshops.
NWO toetst uw aanvraag op alle in deze Call for proposals gestelde voorwaarden, inclusief onderstaande voorwaarden. Alleen als uw aanvraag aan deze voorwaarden voldoet, wordt deze toegelaten tot de beoordelingsprocedure. U wordt gevraagd om na indiening van een aanvraag beschikbaar te zijn om eventuele administratieve correcties door te voeren en zo (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening.
Deze voorwaarden gelden voor beide fases van deze Call for Proposals:
– de hoofdaanvrager en medeaanvrager(s) voldoen aan de in paragraaf 3.1 gestelde voorwaarden en bijlage 7.1.1
– de cofinanciers voldoen aan de in paragraaf 3.1.3 gestelde voorwaarden;
– de aanvraag voldoet aan de DORA-richtlijnen zoals beschreven in paragraaf 4.1;
– de aanvraag is ingediend via het ISAAC-account van de hoofdaanvrager;
– de aanvraag is ontvangen voor de gestelde deadline;
– de aanvraag is in het Engels opgesteld;
– de begroting in de aanvraag is volgens de voorwaarden van deze Call for proposals opgesteld (gebruikmakend van het beschikbaar gestelde format dat de meest recente tarieven bevat);
– alle vereiste bijlagen zijn, na eventueel verzoek tot aanvulling of wijziging, compleet en volgens de instructies ingevuld en conform de voorwaarden van deze Call for proposals opgesteld en ingediend.
Specifiek voor fase 1 van deze Call for Proposals geldt:
– het voorgestelde project heeft een looptijd van minimaal 48 en maximaal 72 maanden.
Specifiek voor fase 2 van deze Call for proposals geldt:
– het voorgestelde project heeft een looptijd van minimaal 36 en maximaal 48 maanden;
– in het consortium is vertegenwoordiging vanuit ieder fase 1 project aanwezig. Dit kunnen hoofdaanvragers en medeaanvragers uit deze eerdere projecten zijn.
– de hoofdaanvrager of diens vervanger (zie paragraaf 3.3.1) is aanwezig geweest bij de faciliterende workshop (zie paragraaf 2.4, 3.3.1 en 4.2.2).
Op alle aanvragen zijn de NWO Subsidieregeling 2024 en het Akkoord bekostiging wetenschappelijk onderzoek van toepassing.
In de Nationale leidraad kennisveiligheid hebben de Nederlandse kennissector (waaronder NWO) en verschillende onderdelen van de Rijksoverheid handvatten vastgelegd voor wie binnen onderzoeksorganisaties te maken heeft met internationale samenwerking en daarbij kansen en (veiligheids-)risico’s tegen elkaar moet afwegen. Bij de aanpak van kennisveiligheid binnen Nederland staat zelfregulering door de kennissector centraal.
NWO verwacht van aanvragers dat zij zich conformeren aan het kennisveiligheidsbeleid van de onderzoeksorganisatie. Indien NWO signalen ontvangt dat een aanvraag of toegewezen project kennisveiligheidsrisico’s met zich meebrengt, kan NWO de aanvrager of projectleider verzoeken inzicht te geven in de risico mitigerende maatregelen. Daarnaast kan NWO besluiten om in de toewijzingsbrief nadere voorwaarden op te nemen ter bescherming van de kennisveiligheid.
De Nationale leidraad kennisveiligheid vindt u op de website van de Rijksoverheid: Home | Loket Kennisveiligheid.
De hoofdaanvrager dient door middel van een ondertekende verklaring (zie hoofdstuk 7) te verklaren dat de aanvraag is opgesteld met in achtneming van het kennisveiligheidsbeleid van de onderzoeksorganisatie en dat er daartoe contact is opgenomen met de kennisveiligheidsverantwoordelijke binnen de onderzoeksorganisatie. Deze verklaring dient als bijlage bij de volledige aanvraag te worden meegestuurd.
Resultaten van wetenschappelijk onderzoek moeten kunnen worden gerepliceerd, geverifieerd en gefalsifieerd. In het digitale tijdperk betekent dit dat behalve publicaties ook onderzoeksdata zo veel mogelijk vrij toegankelijk moeten zijn. NWO verwacht dat de onderzoeksdata die voortkomen uit projecten die door NWO zijn gefinancierd zo veel mogelijk vrij beschikbaar komen voor hergebruik door andere onderzoekers. NWO hanteert daarbij het principe: “zo open als mogelijk, beschermd indien nodig”. Van onderzoekers wordt verwacht dat zij ten minste die data en/of niet-numerieke resultaten die ten grondslag liggen aan de conclusies van binnen het project gepubliceerde werken openbaar maken, gelijktijdig met de publicatie zelf. Eventuele kosten die hiervoor worden gemaakt, kunnen worden meegenomen in de projectbegroting. Onderzoekers maken kenbaar hoe met data voortkomend uit het project wordt omgegaan aan de hand van de datamanagementparagraaf in de aanvraag, en het datamanagementplan na toewijzing van subsidie.
Datamanagementparagraaf
De datamanagementparagraaf maakt deel uit van de aanvraag. Onderzoekers wordt gevraagd reeds voor aanvang van het onderzoek te bedenken hoe de verzamelde data geordend en gecategoriseerd moeten worden zodat zij vrij beschikbaar kunnen worden gesteld. Vaak zullen al vóór het tot stand komen van de data en de analyse daarvan maatregelen getroffen moeten worden om opslag en deling later mogelijk te maken. Indien niet alle data voortkomende uit het project openbaar gemaakt kunnen worden, bijvoorbeeld om redenen van privacy, ethiek of valorisatie, dient de aanvrager dit beargumenteerd kenbaar te maken in de datamanagementparagraaf.
De datamanagementparagraaf wordt niet beoordeeld en daarom ook niet meegewogen in de beslissing om een aanvraag al dan niet toe te wijzen. Zowel de referenten als de commissie kunnen wel advies geven met betrekking tot de datamanagementparagraaf.
Het project dat NWO financiert moet, conform de NWO Subsidieregeling 2024, worden uitgevoerd in overeenstemming met de nationaal en internationaal aanvaarde normen van wetenschappelijk handelen zoals neergelegd in de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit (2018). Met het indienen van de aanvraag committeert de aanvrager zich aan deze code. In geval van (mogelijke) schending van deze normen bij een door NWO gefinancierd project, dient de aanvrager NWO hiervan onverwijld op de hoogte te stellen en dient deze alle ter zake relevante documenten aan NWO te overleggen. Meer informatie over de gedragscode en het beleid op het gebied van wetenschappelijke integriteit vindt u op de website: Wetenschappelijke integriteit | NWO.
Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om na te gaan of voor de uitvoering van het voorgestelde project een ethische verklaring of vergunning noodzakelijk is. De aanvrager dient ervoor te zorgen dat deze tijdig wordt verkregen bij de relevante instelling of ethische commissie. Het wel of niet hebben van een ethische verklaring of vergunning op het moment van het aanvraagproces heeft geen invloed op de beoordeling van de aanvraag. Als er een ethische verklaring of vergunning nodig is voor (een deel van) het onderzoek dan moet de projectleider een kopie van deze verklaring of vergunning aan NWO verstrekken nadat het project is toegewezen, en in ieder geval uiterlijk voordat de uitvoering van het onderdeel van het project waarvoor de verklaring nodig is van start gaat. Het deel van het project waarvoor de verklaring en/of vergunning vereist is, kan uiteraard (nog) niet worden uitgevoerd zolang er geen verklaring of vergunning is verstrekt.
Het Nagoya Protocol zorgt voor een eerlijke en billijke verdeling van voordelen voortvloeiende uit het gebruik van genetische rijkdommen (Access and Benefit Sharing; ABS). Onderzoekers die voor hun onderzoek gebruikmaken van genetische bronnen in/uit het buitenland dienen zich op de hoogte te stellen van het Nagoya Protocol (Home | ABS Focal Point). NWO gaat ervan uit dat zij de noodzakelijke acties ten aanzien van het Nagoya Protocol nemen.
Op alle aanvragen is de Regeling Cofinanciering | NWO van toepassing.
Aanvullende definities:
– In kind cofinanciering: gekapitaliseerde personele en/of materiële bijdragen van gebruikers;
– Cash cofinanciering wordt gebruikt ter dekking van een deel van de totale projectkosten en vormt samen met de door NWO verstrekte subsidie de benodigde financiële middelen.
Cofinanciering is in deze Call for proposals niet verplicht. Het is wel mogelijk cofinanciers toe te voegen in de aanvraag. Onderscheid wordt gemaakt tussen cash cofinanciering (te innen door de hoofdaanvrager), die dient als dekking voor de begroting van de projectactiviteiten beschreven in de aanvraag, en in kind cofinanciering, die kan bestaan uit personele en/of materiële inbreng van de betrokken organisaties.
Voor cofinanciering gelden de volgende uitgangspunten:
– NWO is hoofdfinancier van een aanvraag. Aanvragen waarbij de cofinanciering van de cofinanciers meer dan 50% van de totale projectkosten bedraagt, worden niet in behandeling genomen;
– in kind bijdragen worden alleen geaccepteerd onder de voorwaarde dat het gedeelte dat door de cofinancier wordt ingebracht integraal onderdeel is van de projectactiviteiten en als identificeerbare inspanning kan worden gevolgd of aangemerkt. Bij vragen kan NWO verzoeken om nadere motivering en bewijsstukken van de gehanteerde tarieven en eveneens om aanpassing. Daarnaast mogen eventuele in kind bijdragen in de vorm van diensten en know how niet reeds bij de kenninstelling(en) van de aanvrager(s) beschikbaar of voorhanden zijn;
– voor het kapitaliseren van de personele inbreng (mensuren) aan een project worden vaste integrale uurtarieven gebruikt. Voor de tarieven, zie de Handleiding Overheidstarieven (HOT), tabel 2 onder 2.2 ‘gemiddelde totale loonkosten per salarisschaal’, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’. Hierbij dient het tarief te worden gebruikt dat de werkelijke loonkosten het dichtst benadert;
– cash cofinanciering is het netto bedrag dat een cofinancier betaalt aan de hoofdaanvrager. De hoofdaanvrager factureert cash cofinanciering en eventuele btw aan de cofinancier.
Niet toelaatbaar als cash/in kind cofinanciering zijn15:
– door NWO verstrekte subsidie;
– cofinanciering mag niet afkomstig zijn van partijen die op grond van deze Call for proposals een aanvraag bij NWO kunnen indienen;
– kosten m.b.t. overhead, begeleiding, consultancyen/of deelname aan de begeleidingscommissie.
Verklaring cofinanciering deelnemende cofinanciers
In een verklaring cofinanciering spreekt de cofinancier inhoudelijke en/of financiële steun uit aan het project en bevestigt deze de toegezegde cofinanciering. Verklaringen cofinanciering van cofinanciers die worden genoemd in de aanvraag zijn verplichte bijlagen bij het indienen van de aanvraag. De verklaring cofinanciering moet zijn ondertekend door een tekenbevoegd persoon van de cofinancier. NWO stelt een verplicht format voor de verklaring cofinanciering beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals op de NWO website en in ISAAC.
In geval van toewijzing dient de cofinancier zijn bijdrage(n) te bevestigen in de consortiumovereenkomst In deze overeenkomst worden ook verdere afspraken gemaakt tussen de cofinancier(s) en de aanvrager(s) (zie paragraaf 5.1).
Verantwoording cash en in kind cofinanciering
De verhouding cofinanciering (zowel cash als in kind) en de door NWO verstrekte subsidie in deze Call for proposals, is van toepassing vanaf het indienen van een aanvraag tot en met de vaststelling van de subsidie. Cash cofinanciering heeft invloed op het subsidiebedrag dat NWO verstrekt omdat zowel de bijdrage van NWO als cash cofinanciering voor dezelfde projectspecifieke kosten gebruikt worden (in tegenstelling tot cofinanciering in kind).
Ambtshalve indexeren als gevolg wijziging van de tarieven na indiening van een aanvraag heeft geen invloed op de verhouding en cofinancieringseis voor de NWO bijdrage. NWO gaat uit van de verhouding in de door NWO toegewezen aanvraagbegrotingen.
Bij vaststelling van een project wordt het definitieve subsidiebedrag bepaald aan hand van de eindverantwoording, de financiële voorwaarden en de verhouding cofinanciering zoals vermeld in de aanvraagbegroting.
In geval van gedeeltelijk geleverde cash cofinanciering (door onvoorziene omstandigheden, zoals faillissementen) gaat NWO voor haar bijdrage uit van de oorspronkelijke subsidieverlening, rekening houdend met de wel geleverde cash cofinanciering en de geldende minimale cofinancieringseis, indien deze van toepassing is.
Cash cofinanciering boven de cofinancieringseis heeft invloed op de gehanteerde verhouding tussen cofinanciering en door NWO verstrekte subsidie. Indien een project cash cofinanciering kent boven de cofinancieringseis en er bij vaststelling sprake is van gedeeltelijk geleverde cash cofinanciering, is de NWO bijdrage nooit hoger dan de oorspronkelijke bijdrage uit de subsidieverlening. De verhouding van de NWO bijdrage is dan maximaal de bijdrage die volgt uit de cofinancieringseis.
Te allen tijde dient NWO onverwijld op de hoogte gesteld te worden van problemen in verwachte cofinanciering (cash en/of in kind). Naast financiële gevolgen voor een project, kan NWO ook adequate wijzigingen in een project verlangen als wijzigingsverzoek, zodat het onderzoek naar beste vermogen vervolgd kan worden.
In een steunverklaring (zonder co financiering) spreekt de samenwerkingspartner steun uit aan het project en beschrijft diens rol binnen het project. NWO stelt een standaard format beschikbaar op de financieringspagina.
In geval van toekenning dient de samenwerkingspartner diens deelname aan het project te bevestigen in de consortiumovereenkomst. Tevens worden in deze overeenkomst verdere afspraken gemaakt tussen de samenwerkingspartner(s) en de aanvrager(s) (zie ook paragraaf 5.1).
Dit hoofdstuk beschrijft allereerst de beoordeling volgens de DORA-principes (paragraaf 4.1) en hoe de beoordelingsprocedure verloopt (paragraaf 4.2). Vervolgens somt het de criteria op waaraan de beoordelingscommissie uw aanvraag toetst (paragraaf 4.3).
Voor alle bij de beoordeling en/of besluitvorming betrokken personen en betrokken NWO-medewerkers is de NWO Code Persoonlijke Belangen van toepassing (Code persoonlijke belangen | NWO).
Het gebruik van generatieve AI is volledig uitgesloten bij de beoordeling van een aanvraag. Meer informatie over het beleid op generatieve AI vindt u op de website (NWO-beleid op het gebruik van generatieve artificial intelligence (GAI) | NWO).
NWO streeft naar een inclusieve cultuur, waarin geen plaats is voor bewuste of onbewuste barrières vanwege culturele, etnische of religieuze achtergrond, gender, seksuele oriëntatie, gezondheid of leeftijd (Diversiteit en inclusie | NWO). NWO stimuleert leden van een beoordelingscommissie actief om zich bewust te worden van impliciete associaties en te proberen deze te minimaliseren. NWO voorziet hen van informatie over concrete manieren om de beoordeling van een aanvraag te verbeteren.
NWO is ondertekenaar van de San Francisco Declaration on Research Assessment (DORA). DORA is een wereldwijd initiatief dat beoogt de manier waarop onderzoek en onderzoekers worden beoordeeld te verbeteren. DORA bevat aanbevelingen voor onderzoeksfinanciers, onderzoeksorganisaties, wetenschappelijke tijdschriften en andere partijen.
DORA richt zich op het terugdringen van het onkritisch gebruik van bibliometrische indicatoren en het wegnemen van onbewuste vooringenomenheid (unconscious bias) bij de beoordeling van onderzoek en onderzoekers. Overkoepelende filosofie van DORA is dat onderzoek moet worden beoordeeld op zijn eigen kwaliteiten en verdiensten in plaats van op basis van afgeleide indicatoren, zoals het tijdschrift waarin het onderzoek wordt gepubliceerd.
NWO gaat bij het beoordelen van het wetenschappelijk track record van aanvragers uit van een brede definitie van wetenschappelijke output.
NWO verzoekt commissieleden bij de beoordeling van aanvragen niet af te gaan op indicatoren als de Journal Impact Factor of de h-index. U mag deze niet vermelden in uw aanvraag. Wel mag u naast publicaties ook andere wetenschappelijk producten vermelden, zoals datasets, patenten, software en code enzovoort.
Voor meer informatie over wat NWO doet om de principes van DORA te implementeren zie: DORA | NWO.
De aanvraagprocedure bestaat uit de volgende stappen:
Fase 1:
– matchmakingbijeenkomst
– indiening van de aanvraag;
– in behandeling nemen van de aanvraag;
– preadvisering beoordelingscommissie;
– interviewselectie;
– interview;
– vergadering van de beoordelingscommissie;
– besluitvorming.
Fase 2:
– faciliterende workshops
– indiening van de aanvraag;
– in behandeling nemen van de aanvraag;
– preadvisering beoordelingscommissie;
– interview;
– vergadering van de beoordelingscommissie;
– indien advies tot niet toewijzen: herstelmogelijkheid en tweede vergadering beoordelingscommissie;
– besluitvorming.
Beoordelingscommissie
Voor deze Call for proposals wordt door de raad van bestuur van NWO een externe, onafhankelijke, breed samengestelde beoordelingscommissie ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers uit de wetenschap en de gehele kennisketen, inclusief maatschappelijke stakeholders en vertegenwoordigers vanuit de doelgroep, met kennis van het vakgebied. De taak van de beoordelingscommissie is om de aanvragen en de daarop betrekking hebbende stukken in onderlinge samenhang en op eigen merites te beoordelen op basis van de beoordelingscriteria in deze Call for proposals.
Vanwege het bijzondere karakter van de Call for proposals en de in de beoordelingscommissie aanwezige expertise, heeft NWO besloten om bij de beoordeling van de aanvragen gebruik te maken van de mogelijkheid gegeven in artikel 2.2.4, lid 2, van de NWO Subsidieregeling 2024, om de beoordelingsprocedure uit te voeren zonder referenten in te schakelen.
Op 23 april 2026 organiseert NWO een matchmaking voor deze Call for proposals. Deelname aan deze activiteit wordt aanbevolen maar is niet verplicht.
Verdere informatie over de invulling en planning van de matchmaking zal bekend worden gemaakt via webpagina van deze Call for Proposals en de NWO nieuwsbrieven.
Voor het overkoepelende verbindingsproject in fase 2 organiseert NWO workshops, om de ontwikkeling van de overkoepelende aanvraag en de vorming van het bijbehorende consortium te stimuleren. Deelname aan deze faciliterende workshops is verplicht: per fase 1-project dient afvaardiging aanwezig te zijn, met minimaal een projectleider of een werkpakketleider. De preliminaire resultaten van de toegekende projecten uit fase 1, en de plannen om de resultaten te generaliseren zijn daarbij het uitgangspunt. Bij deze sessies wordt ook de begeleidingscommissie van de projecten uit fase 1 betrokken (zie paragraaf 5.1). Tijdens deze sessie(s) wordt onder begeleiding van één of meerdere facilitatoren aandacht besteed aan de volgende onderdelen:
• Regie, management van het project:
○ Vaststellen wie hoofdaanvrager wordt van het consortium
○ Vaststellen wie medeaanvragers worden in het consortium
○ Vaststellen wie optreedt als samenwerkingspartner en of eventuele nieuwe samenwerkingspartners en cofinanciers zullen worden toegevoegd.
• Opzetten van een kader om tot opschaalbaarheid en generalisering van resultaten van de verschillende onderzoeksprojecten de komen.
• Dwarsdoorsnijdende activiteiten (communicatie, disseminatie, bijeenkomsten).
• Plan rond kennisbenutting (inzet van bestaande kennis, het vertalen van kennis van onderzoek naar praktijk en vice versa, inclusief de doorstroming van kennis naar ontwikkelaars en onderzoekers)
• Definitieve vorm, planning, doelstellingen en deliverables van het overkoepelend verbindingsproject.
De workshops dienen ter ondersteuning van de uitwerking van de aanvraag. Van aanvragers wordt verwacht dat ze buiten de workshops ook voldoende tijd en capaciteit reserveren voor verdere ontwikkeling van het projectvoorstel, onderlinge afstemming en het schrijven van de aanvraag.
Indien tijdens of na de workshops blijkt dat noodzakelijke expertise of consortiumpartners ontbreken, dan kunnen samenwerkingspartners of cofinanciers aan het consortium worden toegevoegd, mits goed onderbouwd in de aanvraag.
NWO zal over de organisatie van deze workshops tijdig communiceren met de projectleiders van fase 1 projecten.
Voor indiening van de aanvraag is een standaardformulier beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals op de NWO website. In uw aanvraag moet u zich houden aan de vragen die in dit formulier staan en aan de werkwijze die in de toelichting staat. Ook moet u zich houden aan de voorwaarden voor het maximale aantal woorden en pagina’s.
Uw ingevulde aanvraagformulier moet voor de deadline via ISAAC zijn ontvangen (zie paragraaf 1.3). Na dit tijdstip kunt u geen aanvraag meer indienen. De hoofdaanvrager ontvangt na indiening van de aanvraag een ontvangstbevestiging.
Zo snel mogelijk nadat u uw aanvraag heeft ingediend, hoort u of NWO uw aanvraag in behandeling neemt. NWO bepaalt dit aan de hand van een aantal administratief-technische criteria (zie de formele voorwaarden voor indiening, paragraaf 3.4). Alleen als uw aanvraag hieraan voldoet, kan NWO deze in behandeling nemen.
Houdt er rekening mee dat NWO u binnen twee weken na de indieningsdeadline kan benaderen om eventuele administratieve correcties door te voeren om (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening. U krijgt één keer de gelegenheid om de correcties door te voeren, hiervoor krijgt u vijf werkdagen de tijd.
Hierna wordt uw aanvraag voor commentaar voorgelegd aan enkele leden van de beoordelingscommissie (de preadviseurs). De preadviseurs geven schriftelijk een inhoudelijk en beargumenteerd commentaar op de aanvraag. Zij formuleren dit commentaar aan de hand van de inhoudelijke beoordelingscriteria (zie paragraaf 4.3.1) en geven de aanvraag per beoordelingscriterium een cijfermatige score. Hierbij wordt de NWO scoretabel gehanteerd (op een schaal van 1 tot 9, waarbij ‘1’ excellent is en ‘9’ ontoereikend). De preadviseurs inventariseren daarnaast welke onderdelen tijdens het interview verhelderd, toegelicht of verdiept dienen te worden.
In principe worden alle consortia die een aanvraag hebben ingediend uitgenodigd voor een interview met de beoordelingscommissie. Indien het aantal aanvragen driemaal het verwachte aantal toe te wijzen aanvragen overschrijdt, dan kan de beoordelingscommissie besluiten om alleen een selectie van de consortia op interview uit te nodigen.
Om tot deze selectie te komen worden de aanvragen aan de beoordelingscommissie voorgelegd. De beoordelingscommissie maakt op basis hiervan een eigen afweging die resulteert in een ranglijst.
Vervolgens ontvangen de hoogst geprioriteerde aanvragers een uitnodiging voor een interview. Dit zal maximaal driemaal het verwachte aantal toe te wijzen aanvragen betreffen. Als na de interviewselectie blijkt dat twee of meer aanvragen op basis van hun gewogen totaalscore niet van elkaar te onderscheiden zijn, dan is er sprake van een ex aequo-situatie (zie paragraaf 4.2.9).
Tijdens het interview heeft de beoordelingscommissie de gelegenheid om vragen te stellen. Het consortium kan hier tijdens het interview in de discussie met de commissie op reageren. Op deze wijze wordt hoor- en wederhoor toegepast. Het interview is een belangrijk onderdeel van de beoordelingen en kan leiden tot bijstelling van de beoordeling en de score van de aanvraag tot dan toe.
De beoordelingscommissie maakt op basis van het beschikbare materiaal een eigen afweging.
De commissie stelt naar aanleiding van de bespreking een schriftelijk advies op aan de raad van bestuur over de kwaliteit en prioritering van de aanvragen. Dit advies baseert zij op de beoordelingscriteria. De aanvraag als geheel moet tenminste de kwalificatie ‘zeer goed’ krijgen om in aanmerking te komen voor de subsidie. Daarnaast moet de aanvraag tevens op elk van de afzonderlijke beoordelingscriteria tenminste de kwalificatie ‘goed’ krijgen.
Voor meer informatie over de kwalificaties zie Financiering aanvragen, hoe werkt dat? | NWO.
Als na de bespreking van de aanvragen blijkt dat twee of meer aanvragen op basis van hun gewogen totaalscore niet van elkaar te onderscheiden zijn, dan is er sprake van een ex aequo-situatie (zie paragraaf over ex aequo).
Onder ex aequo verstaat NWO de situatie waarin twee of meer aanvragen op basis van hun gewogen score niet van elkaar te onderscheiden zijn. Een ex aequo situatie is relevant rondom de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens. Of er sprake is van een ex aequo situatie wordt als volgt bepaald. Het uitgangspunt is de door de beoordelingscommissie opgestelde prioritering, met eindscores afgerond op 2 decimalen. De referentiescore is de score van de laagst geprioriteerde aanvraag binnen de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens. Alle aanvragen met een score die 0,05 of minder van de referentiescore afliggen, worden in overweging genomen. Zo worden de aanvragen geselecteerd die binnen 0,10 gelijk zijn. Indien een ex aequo situatie zich voordoet op de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens, dan zal de aanvraag met de hoogste score op het criterium ‘Probleemstelling en -analyse’ als hoogste eindigen. Als de ex aequo situatie daarmee niet wordt doorbroken, zal de aanvraag met de hoogste score op het criterium ‘Kwaliteit van het consortium’ als hoogste eindigen. Als ook dan aanvragen gelijk eindigen bepaalt de beoordelingscommissie met behulp van een (anonieme) meerderheidsstemming de prioritering (conform artikel 2.2.6, vijfde lid, van de NWO Subsidieregeling 2024). Als ook stemming geen uitsluitsel biedt, of niet gewenst is, wordt de ex aequo situatie doorgestuurd naar de raad van bestuur van NWO.
In het geval van een advies tot niet toewijzen, kan de beoordelingscommissie schriftelijk aangeven welke elementen onvoldoende zijn en verbeterpunten aandragen. Het consortium heeft eenmalig de kans een herziene aanvraag in te dienen die de verbeterpunten adresseert. De hoofdaanvrager krijgt na dagtekening van het verzoek twee maanden de tijd om de herziene aanvraag in te dienen. Wanneer de beoordelingscommissie het aantrekken van een of meerdere cofinanciers of samenwerkingspartners in het consortium als verbeterpunt aandraagt, krijgt de hoofdaanvrager drie maanden de tijd voor indiening van de gewijzigde aanvraag.
Na ontvangst van de herziene aanvraag wordt een interview met een aantal vertegenwoordigers vanuit het consortium ter bespreking van het voorstel met de beoordelingscommissie ingepland. Na het interview stelt de beoordelingscommissie een definitief advies vast.
Tot slot toetst de raad van bestuur van NWO de gevolgde procedure en het advies van de beoordelingscommissie. Vervolgens stelt het bestuur de definitieve kwalificaties vast en besluit over toe- en afwijzing van de aanvragen.
Hieronder treft u de tijdpaden aan voor deze Call for proposals. Het kan zijn dat NWO het noodzakelijk acht om tijdens de lopende procedure nog aanpassingen in het tijdpad van deze Call for proposals aan te brengen. Uiteraard ontvangt u hierover op tijd bericht.
Voor fase 1 geldt het volgende tijdpad:
|
18 augustus 2026, 14:00:00 CEST |
Deadline verzoek toetsing (buitenlandse) organisatie (fase 1) |
|
15 september 2026, 14:00:00 CEST |
Deadline aanvragen fase 1 |
|
November 2026 – januari 2027 |
Interviewselectie, interviews, en vergadering beoordelingscommissie |
|
Februari – maart 2027 |
Besluit bestuur |
Voor fase 2 geldt het volgende indicatieve tijdpad:
|
April 2029 |
Faciliterende sessie 1 |
|
Mei 2029 |
Faciliterende sessie 2 |
|
18 september 2029, 14:00:00 CEST |
Deadline verzoek toetsing (buitenlandse) organisatie (fase 2) |
|
16 oktober 2029, 14:00:00 CEST |
Deadline aanvragen fase 2 |
|
Oktober 2029 |
Toetsing voor in behandelingname |
|
November – december 2029 |
Interview en beoordeling door beoordelingscommissie |
|
Januari 2030 |
Besluit bestuur |
De aanvragen die binnen deze Call for proposals worden ingediend worden in beide fases16 inhoudelijk beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:
1. Probleemstelling en -analyse (20%)
2. Verwachte impact en route naar impact (20%)
3. Kwaliteit van het consortium (30%)
4. Kwaliteit van het onderzoek (30%)
Binnen de vier beoordelingscriteria worden de volgende aspecten onderscheiden:
1. Probleemstelling en -analyse
– Helder geformuleerde probleemstelling en resulterende kennishiaten, logisch gerelateerd en bijdragend aan de doelstelling van de Call for proposals
– Maatschappelijke en wetenschappelijke urgentie en relevantie van de probleemstelling.
– Interdisciplinaire en transdisciplinaire karakter van de probleemstelling en de kennishiaten.
– Aanvullend voor fase 2: In de aanvraag wordt beschreven hoe vanuit het overkoepelende project wordt gewerkt aan het sectoroverstijgend verder brengen van de resultaten.
2. Beoogde impact en route naar impact
– De beoogde wetenschappelijke en maatschappelijke impact is helder gedefinieerd en volgt logisch uit het/de geïdentificeerde probleem of vraag.
– De Impact pathway beschrijft een heldere route richting de maatschappelijke, impact, inclusief de rol van de betrokken partners.
– Passende strategische activiteiten ten behoeve van het bereiken van de beoogde impact, zoals stakeholder engagement, communicatie, monitoring en evaluatie en capaciteitsontwikkeling.
– Voldoende aandacht voor de belangrijkste risico’s op ongewenste maatschappelijke impact en de voorgenomen maatregelen om dit te voorkomen of mitigeren en de kans op gewenste impact te vergroten.
3. Kwaliteit van het consortium
– Samenstelling van het consortium sluit logisch aan bij het beoogde project. Het is interdisciplinair met betrokkenheid van relevante maatschappelijke stakeholders en/of burgers en is kennisketenbreed.
– Kwaliteit van de consortiumpartners voor wat betreft benodigde kennis, vaardigheden en expertise voor de uitvoering van het project.
– Actieve betrokkenheid van de partners bij de ontwikkeling van het project (co-design), vanaf de articulatie van de probleemstelling en de kennishiaten, en bij de uitvoering (co-creatie).
– Heldere taak- en rolverdeling binnen het consortium bij uitvoering van het onderzoek en de governance.
– Aanvullend voor fase 2: De consortia van de projecten uit fase 1 zijn vertegenwoordigd in het consortium en leveren een relevante bijdrage aan het overkoepelende project.
4. Kwaliteit van het onderzoek
– De wetenschappelijke vraagstelling volgt logisch uit de probleemanalyse en is origineel en vernieuwend voor de betrokken disciplines.
– De voorgestelde aanpak en methodologie zijn geschikt om de concreet geformuleerde doelstellingen te behalen en de vraagstelling te beantwoorden. Het consortium hanteert in de uitvoering zowel een fundamentele als toepassings- en praktijkgerichte aanpak.
– Het geïntegreerde karakter van het interdisciplinaire onderzoek.
– Opzet van het voorgestelde onderzoeksplan: helder omschreven werkpakketten in logische samenhang; passende, goed gemotiveerde, begroting; risico analyse en eventueel back-up plan.
In dit hoofdstuk worden de verschillende subsidieverplichtingen toegelicht die – in aanvulling op de in paragraaf 3.5 genoemde subsidievoorwaarden – van toepassing zijn na toewijzing.
NWO draagt zorg voor de inhoudelijke monitoring van de toegewezen aanvragen. Tijdens de looptijd van dit programma organiseert NWO programmabijeenkomsten. Alle projecten binnen dit thema van de Call for proposals zullen worden uitgenodigd om hieraan deel te nemen.
Begeleidingscommissie
Ter versterking van de monitoring en om het draagvlak voor de uitvoering van de projecten te vergroten, zal een begeleidingscommissie worden ingesteld. De begeleidingscommissie monitort de verbinding tussen de verschillende thema’s, monitort de voortgang van alle projecten en de behaalde resultaten met een focus op kennisoverdracht, kennisbenutting en toepassing van de resultaten. Ook kan de begeleidingscommissie input geven over de opbouw van het fase 2 project. Er zullen geregeld bijeenkomsten worden georganiseerd. Voor de bijeenkomsten van de begeleidingscommissie worden vertegenwoordigers van alle consortia gevraagd om input en deelname aan de bijeenkomsten. Waar gewenst worden experts uitgenodigd.
Verantwoording tijdens het project
Gedurende het project is de hoofdaanvrager verantwoordelijk voor rapportages over het project. NWO kan met het oog op monitoring van de voortgang van het project tussentijds inhoudelijk en financiële rapportages opvragen, evenals verantwoording van geleverde cofinanciering indien van toepassing.
Meer informatie hierover volgt in de toewijzingsbrief.
Afsluiting van een project
Bij afronding van een project zullen inhoudelijke- en financiële eindrapportages worden opgevraagd. Na goedkeuring daarvan wordt definitieve hoogte van de subsidie (en cofinanciering) vastgesteld.
Kick-off workshop
Na toewijzing van de aanvraag dient het project een kick-off workshop te organiseren, als onderdeel van de monitoring en evaluatie van het project. Deze kick-off moet in het voorgestelde budget opgenomen worden en dient binnen zes maanden na de start van het project plaats te vinden. Tijdens de kick-off bijeenkomst komt het gehele consortium samen om het project, de planning en de samenwerking te bespreken. Ook de plannen rondom het bereiken van maatschappelijke impact en communicatieactiviteiten kunnen besproken worden en indien nodig aangevuld.
Programmabijeenkomsten
Gedurende de looptijd van het programma komen de consortia van de sectorspecifieke projecten en later ook het overkoepelende project minstens eens per jaar bij elkaar in programmabijeenkomsten. Hierbij zal ook de begeleidingscommissie aanwezig zijn. De eerste bijeenkomst wordt ongeveer een jaar na de start van de fase 1 projecten georganiseerd. NWO heeft een faciliterende rol bij de organisatie van deze programmabijeenkomsten.
Midterm bijeenkomst
NWO faciliteert een midterm bijeenkomst rond de helft van het traject van het toegekende project. Deze bijeenkomst zal een specifieke focus hebben en zal in nauwe samenwerking met het consortium worden georganiseerd. Tijdens deze bijeenkomst zal onder andere aandacht zijn voor evaluatie van de ontwikkeling en implementatie van de Impact pathway van het onderzoeksproject. Consortiumleden worden geacht deel te nemen aan deze bijeenkomst deel te nemen. De bijeenkomst duurt (tenminste) twee dagdelen, waarbij het eerste deel focust op het project en het tweede deel een publieksdag is met relevante belanghebbenden om zichten en uitkomsten van het project onder de aandacht te brengen en belangstelling voor het thema van de Call te vergroten.
Afsluitende bijeenkomst
Tegen het einde van het project organiseert NWO in nauwe samenwerking met de projectbetrokkenen een afsluitende (publieks)bijeenkomst, bestaande uit een aantal dagdelen. Tijdens deze bijeenkomst bespreekt en identificeert het consortium de conclusies van het project. Hierbij worden de betrokken consortiumleden verwacht, maar ook andere relevante stakeholders met interesse en affiniteit met het thema van de Call for proposals zijn welkom bij deze bijeenkomst. Doel van de afsluitende bijeenkomst is het delen en borgen van de inzichten, uitkomsten en (waar mogelijk) impact van het project.
Na toewijzing van een aanvraag dient de aanvrager de datamanagementparagraaf uit te werken tot een datamanagementplan. Aanvragers kunnen hierbij gebruik maken van het advies van de referenten en commissie. De aanvrager beschrijft in het plan of gebruik gemaakt wordt van bestaande data of dat het om een nieuwe dataverzameling gaat en hoe de dataverzameling dan FAIR: vindbaar, toegankelijk, interoperabel en herbruikbaar gemaakt wordt. Het datamanagementplan dient voor indiening te zijn afgestemd met een data steward of vergelijkbare functionaris van de onderzoeksorganisatie waar het project wordt uitgevoerd. NWO beoordeelt het plan zo snel mogelijk. Goedkeuring van het datamanagementplan door NWO is voorwaarde voor de subsidieverlening. Het plan kan tijdens het onderzoek worden bijgesteld.
Meer informatie over het datamanagementprotocol van NWO staat op: Research datamanagement | NWO.
Met betrekking tot de intellectuele eigendom (IE) geldt het NWO IE-beleid. Het NWO IE-beleid is te vinden in hoofdstuk 4 van de NWO Subsidieregeling 2024.
Aanvragers moeten een door NWO gefinancierd project uitvoeren in de tijd dat ze voor de onderzoeksorganisatie werken. Indien een aanvrager of een door NWO gefinancierde onderzoeker bij meerdere werkgevers is aangesteld, dient de andere werkgever ten behoeve van de aanvrager afstand te doen van eventuele IE-rechten die uit het project voortvloeien.
NWO streeft na dat onderzoeksresultaten toepassing kunnen vinden bij de partners die bij het project zijn betrokken. NWO beoogt enerzijds dat de onderzoeksresultaten van door haar gefinancierde projecten publiek toegankelijk zijn, en anderzijds dat de verdere ontwikkeling van de onderzoeksresultaten wordt gestimuleerd door partijen de mogelijkheid te bieden om deze te exploiteren. Daarbij kan het wenselijk zijn om intellectuele eigendomsrechten over te dragen of een licentie te verlenen aan (een van) de bij het project betrokken private partijen. Het uitgangspunt is dat alle onderzoeksresultaten kunnen worden gepubliceerd met inachtneming van afspraken over publicatieprocedures.
Het afsluiten van een consortiumovereenkomst na toewijzing van de aanvraag is één van de voorwaarden voor de start van het project. In deze overeenkomst worden afspraken gemaakt over intellectueel eigendom en publicatie, kennisoverdracht, geheimhouding, betalingen van cofinanciering en voortgangs- en eindverslagen. Uploaden in ISAAC is noodzakelijk voordat een project kan starten.
De regie om tot de consortiumovereenkomst te komen ligt bij de aanvrager. De modelconsortiumovereenkomst die NWO beschikbaar stelt dient hiervoor gebruikt te worden. Deze modelovereenkomst is opgesteld conform de NWO Subsidieregeling 2024. NWO is geen partij bij de consortiumovereenkomst.
Partijen hebben de mogelijkheid om te kiezen voor de standaardtekst van NWO in de modelovereenkomst, en zij hebben ook de mogelijkheid om op de onderdelen IE en publicatieprocedure eigen afspraken te maken of reeds bestaande afspraken toe te passen. De model consortiumovereenkomst voorziet hierin.
Uit het project kan kennis voortkomen die geschikt is voor toepassing in de maatschappij. Bij het aangaan van afspraken over licentie- en/of overdracht van onder deze Call for proposals ontwikkelde onderzoeksresultaten dient rekening te worden gehouden met de tien principes voor maatschappelijk verantwoord licentiëren, zoals opgenomen in het UMCNL rapport “Tien Principes voor Maatschappelijk Verantwoord Liciënteren | UMCNL”.
Na toewijzing van de projecten zal een commissie conform artikel 3.3.2 van de NWO Subsidieregeling 2024 worden ingesteld ten behoeve van begeleiding en monitoring van het project. Meer informatie over deze commissie volgt in de toewijzingsbrief.
NWO heeft de Berlin Declaration (2003) ondertekend en is lid van cOAlitie S (2018) en zet zich in om de resultaten van wetenschappelijk onderzoek dat door NWO gefinancierd wordt vrij toegankelijk te maken via internet (Open Access). Daarmee geeft NWO invulling aan het beleid van de Nederlandse regering om al het publiek gefinancierde onderzoek Open Access beschikbaar te maken.
Wetenschappelijke publicaties van onderzoek dat is gefinancierd op basis van toewijzingen voortvloeiend uit deze Call for proposals dienen daarom Open Access beschikbaar te zijn volgens de Beleidsregel Open Access.
Wetenschappelijke artikelen
Voor wetenschappelijke artikelen geldt dat zij direct op het moment van publicatie (zonder embargo) Open Access beschikbaar gesteld moeten worden via één van de volgende routes:
– publicatie in een volledig open access tijdschrift of platform dat is geregistreerd in de DOAJ;
– publicatie in een abonnementstijdschrift en het deponeren van tenminste de auteursversie van het artikel in een Open Access repository die is geregistreerd in OpenDOAR;
– publicatie in een tijdschrift waarvoor een transformatieve Open Access overeenkomst beschikbaar is tussen de UNL en een uitgever. Zie daarover: Home | Open Access.
Boeken
Voor boeken, boekhoofdstukken en bundels gelden afwijkende voorwaarden. Zie daarover de Beleidsregel Open Access op Open Science | NWO.
CC BY licentie
Met het oog op een optimale verspreiding van publicaties moet tenminste een Creative Commons (CC BY) licentie worden toegepast. Bij de aanwezigheid van zwaarwegende belangen kan de auteur verzoeken om te publiceren onder toepassing van een CC BY-ND licentie. Voor boeken, bundels en boekhoofdstukken staat de keuze van een CC BY licentie vrij.
Kosten
Eventuele kosten voor publiceren in volledig Open Access tijdschriften kunnen worden begroot in de projectbegroting door gebruikmaking van de budgetmodule ‘materieel’. Kosten voor publicaties in hybride tijdschriften komen niet in aanmerking voor vergoeding door NWO. Voor Open Access boeken kan een beroep gedaan worden op het aparte NWO Open Access boekenfonds.
Voor een nadere toelichting op het Open Access beleid van NWO zie: Open Science | NWO.
Voor inhoudelijke vragen over deze Call for proposals neemt u contact op met:
Allert van Westen
Rondesecretaris NWA Weerbare Digitale Ecosystemen 070-349 45 04
nwa-cyber2025@nwo.nl
Bij technische vragen over het gebruik van ISAAC kunt u contact opnemen met de ISAAC-helpdesk. Raadpleeg eerst de handleiding voordat u de helpdesk om advies vraagt. De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur op telefoonnummer +31 (0) 70 34 40 600. U kunt uw vraag ook per e-mail stellen via isaac.helpdesk@nwo.nl. U ontvangt dan binnen twee werkdagen een reactie.
NWO verwerkt persoonsgegevens die zij in het kader van deze ronde ontvangt conform de NWO privacyverklaring, Privacyverklaring | NWO.
NWO kan aanvragers mogelijk benaderen voor een evaluatie van de procedure en/of het onderzoeksprogramma.
Voor genoemde salaristabellen en tarieven: zie Salaristabellen | NWO.
Promovendus
Een promovendus wordt 48 maanden voor 1,0 fte aangesteld bij een universiteit in het Koninkrijk der Nederlanden, umc of onderzoeksorganisatie zoals genoemd in artikel 1.1 van de NWO Subsidieregeling 2024. Het equivalent van 48 voltijdsmaanden, bijvoorbeeld een aanstelling van 60 maanden voor 0,8 fte, is ook mogelijk. Het is niet mogelijk financiering aan te vragen voor een promovendus die voor aanvang van de toewijzing met het te financieren project is gestart.
Gebruik de tarieven van een promovendus in de salaristabellen van UNL en UMCNL. Voor iedere promovendus is een eenmalige persoonsgebonden benchfee van € 5.000 beschikbaar ter stimulering van diens wetenschappelijke carrière.
Engineering Doctorate
Een Engineering Doctorate (EngD) wordt ten hoogste 24 maanden voor 1,0 fte aangesteld. De EngD is in dienst van de aanvragende instelling en kan voor bepaalde tijd werkzaamheden binnen het onderzoek bij een industriële partner uitvoeren.17
Financiering voor de aanstelling van een EngD kan alleen worden aangevraagd als er ook financiering voor een promovendus of postdoc wordt aangevraagd. Het is niet mogelijk financiering aan te vragen voor een EngD die voor aanvang van de toewijzing met het te financieren project is gestart.
Gebruik de tarieven van een promovendus in de salaristabellen van UNL en UMCNL. Voor iedere EngD is een eenmalige persoonsgebonden benchfee van € 5.000 beschikbaar ter stimulering van diens wetenschappelijke carrière.
Postdoc
Een postdoc wordt aangesteld bij een universiteit in het Koninkrijk der Nederlanden, umc of onderzoeksorganisatie zoals genoemd in paragraaf 3.1.1.
Gebruik de tarieven van een senior wetenschappelijk medewerker in de salaristabellen van UNL, en de tarieven van een postdoc bij een umc in de salaristabellen van UMCNL.
Het is niet mogelijk financiering aan te vragen voor een postdoc die voor aanvang van de toewijzing met het te financieren project is gestart.
Alleen een postdoc positie met een aanstelling van ten minste 12 maanden voor 0,5 fte kwalificeert als een aanstelling waarvoor een eenmalige persoonsgebonden benchfee van € 5.000 beschikbaar staat ter stimulering van diens wetenschappelijke carrière.
Niet-wetenschappelijk personeel
Financiering kan worden aangevraagd voor niet-wetenschappelijk personeel (NWP) dat nodig is voor de uitvoering van het project. Het kan bijvoorbeeld gaan om programmeurs, technisch assistenten, analisten of projectmanagers. De inzet van NWP moet worden beschreven in de aanvraag.
De duur van de aanstelling is niet langer dan de looptijd van het door NWO gefinancierde project. Afhankelijk van het functieniveau wordt gekozen uit de salaristabellen van het UNL of UMCNL voor NWP-mbo, NWP-hbo en NWP-academisch. Voor NWP is geen persoonsgebonden benchfee beschikbaar.
Vervanging van de aanvrager
Met deze budgetmodule kan financiering worden aangevraagd voor de kosten van de te vervangen hoofd- en medeaanvrager(s). Hiermee kan de werkgever van de betreffende aanvrager de kosten dekken om die vrij te stellen van onderwijs-, begeleidings-, bestuurs- of beheertaken (niet van onderzoekstaken). De aanvrager mag de tijd die vrijkomt door vervanging alleen inzetten voor werkzaamheden voor het project. In de aanvraag moet beschreven worden welke werkzaamheden in het kader van het project de aanvrager(s) in de vrijgestelde tijd zullen verrichten.
NWO financiert de vervanging op basis van de op de besluitdatum geldende salaristabellen voor een senior wetenschappelijk medewerker (UNL) of postdoc (UMCNL).
Personeel van hogescholen, TO2-instituten, onderwijsinstellingen en overige onderzoeksorganisaties
Financiering kan worden aangevraagd voor personeel van hogescholen, TO2-instituten, overige onderwijsinstellingen en overige onderzoeksorganisaties. De tarieven worden bepaald aan de hand van de Handleiding Overheidstarieven (HOT), tabel 2 onder 2.2 ‘gemiddelde totale loonkosten per salarisschaal’, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’. De salarisschaal van de aangevraagde functie bepaalt het tarief uit de HOT-tabel.
Voor organisaties die niet de cao Rijksoverheid of vergelijkbaar gebruiken (zoals de cao’s van hbo, mbo, vo en lagere overheden), dient het tarief te worden gebruikt dat de werkelijke loonkosten het dichtst benadert.
Wetenschappelijk personeel bij een onderzoeksorganisatie in het buitenland
Financiering kan worden aangevraagd voor loonkosten van personeel aan een buitenlandse onderzoeksorganisatie dat een bijdrage levert aan het project. De buitenlandse onderzoeksorganisatie moet voldoen aan de definitie van onderzoeksorganisatie van artikel 5.1 sub p van de NWO Subsidieregeling 2024.
Onderbouw overtuigend hoe de onderzoeker van de buitenlandse onderzoeksorganisatie specifieke expertise aan het project bijdraagt die in Nederland niet beschikbaar is op het niveau dat voor het project noodzakelijk is. De beoordelingscommissie beoordeelt deze onderbouwing als onderdeel van het criterium ‘Kwaliteit van het onderzoek’. Deze onderbouwing is niet nodig wanneer NWO een bilaterale overeenkomst omtrent Money follows cooperation heeft gesloten met de nationale onderzoeksfinancier van het land waar de buitenlandse onderzoeksorganisatie zich bevindt. Op de NWO-website staat met welke onderzoeksfinanciers NWO een dergelijke overeenkomst heeft gesloten. NWO verstrekt geen subsidie aan medeaanvragers in het buitenland die vallen onder toepasselijke sanctiewetgeving.
De hoofdaanvrager ontvangt de subsidie en is verantwoordelijk voor het overmaken van subsidiemiddelen aan de buitenlandse onderzoeksorganisatie van de medeaanvrager en voor de financiële verantwoording van de besteding van het buitenlandse deel van de subsidie. Het wisselkoersrisico ligt bij de aanvrager. Baten of lasten door wisselkoersen zijn niet subsidiabel.
Gebruik de UNL-tarieven gecorrigeerd voor de landencorrectiecoëfficiënten. Deze tarieven zijn maxima. Er is geen persoonsgebonden benchfee beschikbaar.
Als binnen deze budgetmodule meer dan € 125.000 per organisatie wordt aangevraagd, dan is een controleverklaring nodig bij de financiële eindverantwoording.
Voorwaarden buitenlandse onderzoeksorganisatie
De organisatie dient:
– een stichting, vereniging of publiekrechtelijke rechtspersoon te zijn, althans het equivalent daarvan in het land van vestiging van de buitenlandse organisatie (alle andere rechtsvormen, waaronder besloten en naamloze vennootschappen – althans het equivalent daarvan in het land van vestiging van de buitenlandse organisatie – zijn uitgesloten);
– zich in de hoofdzaak zelf bezig te houden met het op onafhankelijke wijze verrichten van fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling of met het met het breed verspreiden van de resultaten van de eigen onderzoeksactiviteiten door middel van onderwijs, publicaties of kennisoverdracht;
– te kunnen verklaren dat de organisatie een gescheiden boekhouding voert ten aanzien van economische/niet-economische activiteiten en dat ondernemingen met een beslissende invloed op de organisatie geen preferente toegang krijgen tot de onderzoeksresultaten van de organisatie.
Let op: Voorafgaand aan het indienen van een aanvraag wordt door NWO aan de hand van bovengenoemde voorwaarden getoetst of de buitenlandse organisatie aan artikel 1.1, leden 4 en 5 van de NWO Subsidieregeling 2024 voldoet en dus als medeaanvrager mag deelnemen.
NWO voert deze toets mede uit om te controleren of er geen sprake is van het verlenen van verboden staatssteun.
De hoofdaanvrager levert ten behoeve van deze toetsing uiterlijk 20 werkdagen voor de deadline van indiening per e-mail aan nwa-cyber2025@nwo.nl (dus uiterlijk 18 augustus 2026 voor 14:00:00 CEST) de volgende documenten aan van de buitenlandse onderzoeksorganisatie(s):
– een recent uittreksel van de kamer van koophandel, dan wel het equivalent daarvan in het land van vestiging van de buitenlandse organisatie;
– de oprichtingsakte en/of actuele statuten;
– de laatst beschikbare jaarrekening voorzien van een controleverklaring18;
– een door de buitenlandse organisatie ingevulde Verklaring Onderzoeksorganisatie, beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals;
– de documenten worden in het Engels of Nederlands aangeleverd.
Het is toegestaan om andere relevante documentatie toe te voegen. Tevens kan NWO om aanvullende informatie vragen als bovenstaande documenten niet voldoende uitsluitsel bieden om te bepalen of de organisatie mag optreden als medeaanvrager.
Als de organisatie van de beoogde medeaanvrager binnen een ander NWO programma is getoetst aan deze voorwaarden, neem dan tijdig contact op met NWO via het bovengenoemde e-mailadres om af te stemmen of deze organisatie opnieuw moet worden getoetst.
Indien de aanvrager de voor de toets op de voorwaarden benodigde stukken niet op tijd aanlevert, kan NWO de betreffende organisatie niet als medeaanvrager accepteren.
Een buitenlandse organisatie die voorafgaand aan het indienen van een fase 1 aanvraag binnen deze Call for proposals is getoetst en is goedgekeurd, hoeft voorafgaand aan het indienen van de fase 2 aanvraag niet nogmaals getoetst te worden.
Financiering kan worden aangevraagd voor alle project-specifieke kosten met betrekking tot onder meer verbruiksgoederen, inkoop van diensten, materialen, kleine instrumenten, toegang tot (inter)nationale faciliteiten, software en onderzoeksmiddelen die na gebruik geen economische waarde meer hebben. Reis- en verblijfkosten (nationaal en internationaal) voor alle mensen die aan het project werken incl. buitenlandse gastonderzoekers, kosten voor de organisatie van (internationale) workshops en symposia, kosten voor datamanagement, publicaties, en kosten in het kader van citizen science vallen eveneens onder deze module. Maximaal 50% van het bij NWO aangevraagde materiele budget kan ingezet worden voor werk door derden (bijvoorbeeld laboratoriumanalyses, dataverzameling enz.).
Reiskosten (nationaal en internationaal) worden alleen vergoed op basis van tweede klasse/economy class tarieven. Voor publicaties gelden de bepalingen in de paragraaf 5.1.6 Open access. Kosten voor een controleverklaring kunnen alleen worden opgevoerd voor instellingen die niet onderworpen zijn aan het onderwijsaccountantsprotocol van OCW voor maximaal € 5.000 per controleverklaring.
Het is niet toegestaan om kosten op te voeren voor:
– organisatie-infrastructuur en overhead, waaronder een volledig functionerende werkplek, huisvesting, kantoorautomatisering, personeelsadministratie, reiskosten woon-werk, opleiding, facilitair, HR-advies en bedrijfszorg, documentaire informatievoorziening en thuiswerkvergoeding;
– het gebruik en onderhoud van in eigen beheer ontwikkelde wetenschappelijke infrastructuur.
– reguliere onderwijsactiviteiten;
– leden van de begeleidingscommissie (zie paragraaf 5.1).
Let op: Indien financiering wordt aangevraagd voor bovenstaande project-specifieke kosten van buitenlandse organisaties dienen deze organisaties voor indiening getoetst te worden op de wijze omschreven in paragraaf 7.1.1 Wetenschappelijk personeel bij een onderzoeksorganisatie in het buitenland.
Financiering kan worden aangevraagd voor alle project-specifieke middelen ten behoeve van onderzoek of kosten met betrekking tot bouw of doorontwikkeling van wetenschappelijke infrastructuur die na afronding van het project economische waarde behouden, dan wel kunnen worden hergebruikt. De begunstigde verwerft na afloop van het project het eigendom over deze onderzoeksmiddelen. Indien de begunstigde winst realiseert uit het economisch eigendom van deze onderzoeksmiddelen, dan moeten deze winsten worden geïnvesteerd in primaire activiteiten van de begunstigde zoals bedoeld in artikel 3.1.4, lid 2, van de NWO Subsidieregeling 2024. Het gaat om de aanschaf van apparatuur met restwaarde voor de uitvoering van onderzoek en om investeringen in de opbouw of (verdere) ontwikkeling van wetenschappelijke infrastructuur. Loonkosten als onderdeel van de investering zijn op te voeren als personele kosten.
Indien apparatuur niet tijdens de volledige levensduur daarvan voor het voorgestelde project wordt gebruikt, komen alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het voorgestelde project, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen, voor subsidiëring in aanmerking.
De kosten voor investeringen dienen in de aanvraag adequaat gespecificeerd en gemotiveerd te worden.
Subsidiabel zijn:
– kosten voor investeringen in wetenschappelijke apparatuur.
– kosten voor investeringen in datasets.
– loonkosten voor medewerkers met essentiële technische expertise noodzakelijk voor de ontwikkeling of bouw van een investering.
Niet-subsidiabel zijn:
– kosten voor infrastructurele voorzieningen die tot de gebruikelijke infrastructuur gerekend kunnen worden zoals: volledig functionerende werkplek, huisvesting, kantoorautomatisering, personeelsadministratie, reiskosten woon-werk, opleiding, facilitair, HR-advies en bedrijfszorg, documentaire informatievoorziening, thuiswerkvergoeding).
– dataverzamelingen en eventuele bijbehorende software en bibliografieën die reeds op andere wijze beschikbaar zijn.
– overige personeelskosten, waaronder personeelskosten voor de exploitatie en het uitvoeren van onderzoek met de faciliteit.
– kosten voor onderhoud en gebruik van de apparatuur op een project. De kosten voor het gebruik van apparatuur op een project kunnen via het materieel budget aangevraagd worden.
Het aangevraagde budget dient in de aanvraag adequaat gespecificeerd te worden. Gebruik voor de bepaling van de tarieven de bepalingen van de budgetmodules Personeel (7.1.1) en Materieel (7.1.2).
Het is verplicht om bij het opstellen van een aanvraag gebruik te maken van deze module en minimaal 5% tot maximaal 20% van het subsidiebedrag in te zetten voor deze module.
In de projectbegroting staan binnen deze module in ieder geval kosten voor de volgende activiteiten:
– Specifieke activiteiten om kennisbenutting naar (intermediaire) partijen die niet in het project gefinancierd worden, zoals bijvoorbeeld kennisplatforms, te bevorderen. Deze activiteiten omvatten onder andere gezamenlijke leeractiviteiten, trainingen en communicatie-activiteiten.
– Belanghebbenden (‘stakeholders’) betrekken: activiteiten georganiseerd door het consortium gericht op het betrekken van stakeholders, zoals consultatie workshops, expert meetings, ronde tafel bijeenkomsten e.d.
– Communicatie: activiteiten georganiseerd door het consortium zoals (internationale) learning events, ontwikkeling van video’s, blogs, nieuwsbrieven en andere media uitingen. Het inhuren van communicatie expertise kan hier ook onder vallen.
– Ontwikkeling van vaardigheden: Activiteiten gericht op het ontwikkelen van vaardigheden die verder gaan dan de niveaus van de individuele studenten, promovendi of postdocs, zoals het ontwikkelen van cursussen voor stakeholders of masterstudenten.
– Monitoring en evaluatiemomenten waarin kennisbenutting onderwerp van discussie is: zoals bijvoorbeeld de tussentijdse evaluaties en de bijeenkomsten van commissies.
Let op: Indien financiering wordt aangevraagd voor bovenstaande project-specifieke kosten van buitenlandse organisaties dienen deze organisaties voor indiening getoetst te worden op de wijze omschreven in paragraaf 7.1.1 Wetenschappelijk personeel bij een onderzoeksorganisatie in het buitenland.
De module Projectmanagement geeft de mogelijkheid om een post voor projectmanagement aan te vragen tot maximaal 5% van het subsidiebedrag in fase 1 projecten, en maximaal 10% van het subsidiebedrag in het fase 2 project. De hoofdaanvrager moet deze post adequaat motiveren.
Onder projectmanagement wordt onder andere verstaan het optimaal vormgeven van de organisatiestructuur van het consortium, ondersteuning van het consortium en de hoofdaanvrager, het bewaken van de samenhang, voortgang en eenheid van het project, en de afstemming tussen de deelprojecten binnen het project. Deze taken mogen ook door externe partijen worden uitgevoerd zover niet beschikbaar op de kennisinstelling van de hoofdaanvrager. Onderzoeksorganisaties dienen bij de offerteprocedure tot het selecteren van een derde partij rekening te houden met de inkoopregels van de overheid en waar nodig een Europese aanbestedingsprocedure te volgen. De werkzaamheden van de hoofdaanvrager en aanvragers zelf in het kader van het project(management) mogen niet bekostigd worden uit deze budgetmodule.
Het voor projectmanagement aan te vragen budget kan bestaan uit materiële- of uitvoeringskosten en personele kosten. Voor personele kosten kan een maximaal tarief van € 121,– per uur worden opgevoerd. Het uurtarief van het aan te stellen personeel dient te zijn gebaseerd op een kostendekkend tarief en wordt berekend op basis van het gehanteerde standaard productief aantal uur van de organisatie. Het kostendekkend tarief omvat:
– (gemiddeld) brutoloon behorende bij de functie van de medewerker die zal bijdragen aan het project (op basis van de cao-inschaling van de betreffende medewerker);
– vakantiegeld en 13e maand (indien van toepassing in de geldende cao) naar rato van de inzet in fte;
– sociale lasten;
– pensioenlasten;
– overhead.
Het is toegestaan om taken in het kader van projectmanagement door externe partijen te laten uitvoeren, maar het deel van (commerciële) uurtarieven dat voornoemde tarieven overschrijdt, is niet subsidiabel en kan derhalve niet worden opgenomen in de begroting.
Het tarief op het moment van de besluitdatum is van toepassing. NWO past bij de toekenning zo nodig eenmalig ambtshalve een indexering toe van de loonkosten. Hierbij wordt de datum gehanteerd waarop de tarieven ingaan. Indien de datum van bekendmaking van de tarieven later is dan de ingangsdatum, wordt de datum van bekendmaking gehanteerd. De tarieven van de Universiteiten van Nederland (UNL) gaan doorgaans in op 1 juli, van de Nederlandse Federatie van Universitair medische centra (UMCNL) op 1 augustus en van de Handleiding Overheidstarieven (HOT) op 1 januari.
Ambtshalve indexering heeft geen invloed op het subsidieplafond en het maximaal aan te vragen subsidiebedrag. Het subsidieplafond en het maximaal aan te vragen subsidiebedrag blijven ongewijzigd tijdens de beoordelingsprocedure. Bij toewijzing wordt indexering toegepast op het subsidiebedrag.
Indien cofinanciering is vereist dan wel toegestaan, heeft de ambtshalve indexering geen gevolgen voor de eisen aan eigen bijdragen en cofinanciering, noch voor de IE-rechten die uit de cofinanciering kunnen voortvloeien.
De hieronder genoemde Rijkskennisinstellingen mogen als hoofdaanvrager optreden in een consortium. De toetsing zoals vermeld in paragraaf 3.1.1 is voor deze organisaties niet nodig.
1. KNMI – Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut
2. RIVM – Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
3. CBS – Centraal Bureau voor de Statistiek
De hieronder genoemde onderzoeksorganisaties mogen als medeaanvrager optreden in een consortium. De toetsing zoals vermeld in paragraaf 3.1.1 is voor deze organisaties niet nodig
4. IHE Delft Institute for Water Education
5. Waag Futurelab
6. SWOV – Instituut voor Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid
7. IMEC-NL
8. Nivel
9. NLDA – Nederlandse Defensie Academie
10. AMS Institute
11. Trimbos instituut
De brede kennisketen omvat een diversiteit aan publieke kennisinstellingen zoals hogescholen, universiteiten, NWO- en KNAW-instituten, universitair medisch centra en TO2-instituten.
Meer informatie over de verschillende programmalijnen is te vinden via Nationale Wetenschapsagenda | NWO.
Overzicht vitale processen | Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid | NCTV.nl
Voor zover mogelijk binnen de looptijd van dit programma. De ontwikkelde interventies en handelingsperspectieven moeten in ieder geval toepasbaar en/of testbaar en/of evalueerbaar zijn.
Voor onderzoekers in dienst van een hogeschool en onderzoekers in dienst van een TO2-instituut geldt dat zij ook als hoofdaanvrager mogen indienen met een bezoldigd dienstverband voor bepaalde tijd.
Personen met een nuluren arbeidsovereenkomst of met een dienstverband voor bepaalde tijd (anders dan een tenure track en de hierboven genoemde uitzondering voor lectoren en onderzoekers in dienst van een TO2-instituut) zijn uitgesloten van indiening als hoofdaanvrager.
Rijkskennisinstellingen mogen alleen als hoofdaanvrager optreden, mits zij na toetsing door NWO voldoen aan de cumulatieve voorwaarden om als onderzoeksorganisatie erkend te worden. Een overzicht van reeds getoetste en toegelaten Rijkskennisinstellingen vindt u in bijlage 7.3.
Een overzicht van alle Rijkskennisinstellingen vindt u op: Rijkskennisinstellingen | Rijksoverheid.
Verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de de-minimissteun. Zie: Verordening – EU – 2023/2831 – NL – EUR-Lex | Europa.eu.
Organisaties die niet wettelijk verplicht zijn hun jaarrekening te laten controleren, hoeven een dergelijke controleverklaring niet aan te leveren. Zij moeten daarbij wel kunnen aantonen dat deze wettelijke verplichting niet van toepassing is op de betreffende organisatie.
Organisaties die niet wettelijk verplicht zijn hun jaarrekening te laten controleren, hoeven een dergelijke controleverklaring niet aan te leveren. Zij moeten daarbij wel kunnen aantonen dat deze wettelijke verplichting niet van toepassing is op de betreffende organisatie.
Alle activiteiten die worden aangevraagd onder deze budgetmodule moeten passen binnen de definitie van ‘Activiteiten inzake kennisoverdracht’ die door de Europese Commissie wordt gehanteerd in de Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (PbEU 2022, C 414).
Organisaties die niet wettelijk verplicht zijn hun jaarrekening te laten controleren, hoeven een dergelijke controleverklaring niet aan te leveren. Zij moeten daarbij wel kunnen aantonen dat deze wettelijke verplichting niet van toepassing is op de betreffende organisatie.
De brede kennisketen omvat een diversiteit aan publieke kennisinstellingen zoals hogescholen, universiteiten, NWO- en KNAW-instituten, universitair medisch centra en TO2-instituten.
Meer informatie over de verschillende programmalijnen is te vinden via Nationale Wetenschapsagenda | NWO.
Overzicht vitale processen | Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid | NCTV.nl
Voor zover mogelijk binnen de looptijd van dit programma. De ontwikkelde interventies en handelingsperspectieven moeten in ieder geval toepasbaar en/of testbaar en/of evalueerbaar zijn.
Voor onderzoekers in dienst van een hogeschool en onderzoekers in dienst van een TO2-instituut geldt dat zij ook als hoofdaanvrager mogen indienen met een bezoldigd dienstverband voor bepaalde tijd.
Personen met een nuluren arbeidsovereenkomst of met een dienstverband voor bepaalde tijd (anders dan een tenure track en de hierboven genoemde uitzondering voor lectoren en onderzoekers in dienst van een TO2-instituut) zijn uitgesloten van indiening als hoofdaanvrager.
Rijkskennisinstellingen mogen alleen als hoofdaanvrager optreden, mits zij na toetsing door NWO voldoen aan de cumulatieve voorwaarden om als onderzoeksorganisatie erkend te worden. Een overzicht van reeds getoetste en toegelaten Rijkskennisinstellingen vindt u in bijlage 7.3.
Een overzicht van alle Rijkskennisinstellingen vindt u op: Rijkskennisinstellingen | Rijksoverheid.
Verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de de-minimissteun. Zie: Verordening – EU – 2023/2831 – NL – EUR-Lex | Europa.eu.
Organisaties die niet wettelijk verplicht zijn hun jaarrekening te laten controleren, hoeven een dergelijke controleverklaring niet aan te leveren. Zij moeten daarbij wel kunnen aantonen dat deze wettelijke verplichting niet van toepassing is op de betreffende organisatie.
Organisaties die niet wettelijk verplicht zijn hun jaarrekening te laten controleren, hoeven een dergelijke controleverklaring niet aan te leveren. Zij moeten daarbij wel kunnen aantonen dat deze wettelijke verplichting niet van toepassing is op de betreffende organisatie.
Alle activiteiten die worden aangevraagd onder deze budgetmodule moeten passen binnen de definitie van ‘Activiteiten inzake kennisoverdracht’ die door de Europese Commissie wordt gehanteerd in de Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (PbEU 2022, C 414).
Organisaties die niet wettelijk verplicht zijn hun jaarrekening te laten controleren, hoeven een dergelijke controleverklaring niet aan te leveren. Zij moeten daarbij wel kunnen aantonen dat deze wettelijke verplichting niet van toepassing is op de betreffende organisatie.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-3763.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.