Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur | Staatscourant 2026, 3726 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur | Staatscourant 2026, 3726 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,
Gelet op artikel 5, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet;
Besluit:
Bijlage Aa van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan onderdeel I worden twee reststoffen toegevoegd, luidende:
39. Reststof die is vrijgekomen bij schapenhouderij en die bestaat uit ruwe, onbehandelde Nederlandse schapenwol, verpulverd en geperst tot wolpellets (wolpellets).
40. Reststof die is vrijgekomen bij het lokaal vermalen en vervolgens vergisten van voedselresten van horecagelegenheden en die bestaat uit gehygiëniseerd digestaat van voedselresten (gehygiëniseerd digestaat van voedselresten).
2. Aan onderdeel II wordt een reststof toegevoegd, luidende:
4. Reststof die is vrijgekomen bij de chemische reiniging van proceslucht uit een zuivelfabriek door middel van het wassen met een verdunde oplossing van salpeterzuur en die bestaat uit een zure oplossing van ammoniumnitraat in water (ammoniumnitraatoplossing van chemische luchtwassers van zuivelfabrieken).
3. Aan onderdeel III wordt een reststof toegevoegd, luidende:
9. Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige productie van alcohol door fermentatie van melasse die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwerking van suikerbieten en die bestaat uit een donkerbruine stroperige vloeistof (vinassekali) of bestaat uit een ingedikte donkerbruine stroperige vloeistof (ingedikte vinassekali).
4. Onderdeel IV, categorie 1, onder C1, wordt als volgt gewijzigd:
a. De reststoffen met nummers 9, 11 en 27 tot en met 29 vervallen.
b. Onder vernummering van de reststof met nummer 10 tot 9, de reststoffen met nummers 12 tot en met 26 tot 10 tot en met 24 en de reststoffen met nummers 30 tot en met 43 tot 25 tot en met 38 worden zeven reststoffen toegevoegd, luidende:
39. Reststof die is vrijgekomen bij het verwerken van aardappelen, groenten en/of fruit, verkregen door louter mechanische bewerkingsstappen en/of hittebehandeling waarbij enkel water is gebruikt als additief, en die bestaat uit (resten van) aardappelen, groenten en/of fruit en die vrij is van verpakkingsmateriaal (resten van aardappelen, groente en/of fruit).
40. Reststof uit de graanverwerkende industrieën, verkregen door louter mechanische bewerkingsstappen en waarbij enkel water is gebruikt als additief, en die bestaat uit droge graanresten (droge graanresten).
41. Reststof uit de graanverwerkende industrieën, verkregen door het mouten en/of gisten van graan(kiemen), en die bestaat uit gemoute en/of vergiste graandeeltjes (gemoute en/of vergiste graandeeltjes).
42. Reststof die is vrijgekomen bij de productie van suiker uit plantaardige grondstoffen en die bestaat uit vloeibare suikers, melasse en/of glucose (suiker of melasse).
43. Reststof die is vrijgekomen bij de verwerking van sojabonen en die hoofdzakelijk bestaat uit suiker of melasse (sojasuiker of -melasse).
44. Reststof die is vrijgekomen bij de productie van cacaoboter en die bestaat uit een cacaovetemulsie in water (cacaovetemulsie in water).
45. Reststof die als mengsel is vrijgekomen bij het fabrieksmatig uitpakken door een daartoe gespecialiseerd bedrijf van uitsluitend verpakte plantaardige voedingsmiddelen die afkomstig zijn van detailhandel, groothandel of producenten en uitsluitend wegens overschrijding van de houdbaarheidsdatum, verpakkingsfouten of verkeerde bewaring ongeschikt zijn geworden voor humane consumptie. Het mengsel bestaat uit uitgepakte voedingsmiddelen van plantaardige oorsprong die oorspronkelijk bestemd waren voor humane consumptie en is vrij van verpakkingsmateriaal en reinigingswater (uitgepakte plantaardige voedingsmiddelen voor humane consumptie).
5. In onderdeel IV, categorie 1, onder C2, wordt in de beschrijving van reststof nummer 10 ‘kaasfabriek’ telkens vervangen door ‘zuivelfabriek’.
6. Aan onderdeel IV, categorie 1, onder E, wordt een reststof toegevoegd, luidende:
3. Reststof die is vrijgekomen bij de productie van mycelium en die bestaat uit een substraat van stro, meel, water en citroenzuur waar lignivore schimmels in hebben gegroeid (mycelium substraat).
7. Onderdeel IV, categorie 1, onder G1, wordt als volgt gewijzigd:
a. De reststoffen met nummers 1, 2, 9, 10 tot en met 19, 21, 25 tot en met 28, 41 tot en met 46, 53, 54 en 64 vervallen.
b. De reststoffen met nummers 3 tot en met 8 worden vernummerd tot 1 tot en met 6, de reststof met nummer 20 tot 7, de reststoffen met nummers 22 tot en met 24 tot 8 tot en met 10, de reststoffen met nummers 29 tot en met 40 tot 11 tot en met 22, de reststoffen met nummers 47 tot en met 52 tot 23 tot en met 28, de reststoffen met nummers 55 tot en met 63 tot 29 tot en met 37 en de reststof met nummer 65 tot 38.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 6 februari 2026
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, F.M. Wiersma
Deze regeling wijzigt bijlage Aa van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet (Urm). Er wordt een aantal stoffen toegevoegd aan bijlage Aa, zodat deze als meststof of covergistingsmateriaal gebruikt kunnen worden. Daarnaast worden meerdere bestaande omschrijvingen samengevoegd om de bijlage te vereenvoudigen. Hieronder worden de wijzigingen uitgebreider toegelicht.
Bijlage Aa bevat een lijst met reststoffen die als meststof of covergistingsmateriaal gebruikt kunnen worden. In het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet worden algemene kaders gesteld waaraan deze stoffen moeten voldoen om op deze lijst te worden opgenomen. Op basis van een dossier, dat door de aanvrager wordt aangeleverd, wordt een beoordeling gedaan door de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (hierna: CDM). Deze wijzigingsregeling vult Bijlage Aa aan met diverse stoffen en voegt daarnaast verschillende reststoffen samen.
Aan onderdeel I van bijlage Aa zijn wolpellets en gehygiëniseerd digestaat van voedselresten toegevoegd. De CDM heeft deze stoffen getoetst conform het Protocol beoordeling stoffen Meststoffenwet, versie 3.2 en is tot een positief oordeel gekomen. Deze stoffen kunnen direct gebruikt worden als meststof.
Aan onderdeel II is ammoniumnitraatoplossing van chemische luchtwassers van zuivelfabrieken toegevoegd. Deze stof komt vrij bij de chemische reiniging van proceslucht uit een zuivelfabriek door middel van het wassen met een verdunde oplossing van salpeterzuur. De CDM heeft deze stof getoetst conform het Protocol beoordeling stoffen Meststoffenwet, versie 3.2 en is tot een positief oordeel gekomen om deze reststof aan onderdeel I toe te voegen. Er wordt afgeweken van het advies van de CDM om het in onderdeel I op te nemen, omdat onder onderdeel II al andere spuiwaters uit luchtwassers staan waar deze stof beter bij past. Deze stof kan direct worden gebruikt als meststof.
Aan onderdeel III is ingedikte vinassekali toegevoegd. De CDM heeft deze stof niet verder beoordeeld, omdat deze stof al na een positief oordeel is opgenomen in onderdeel I van bijlage Aa onder nummer 8 en daarmee al als meststof gebruikt mag worden. Door deze stof ook onder III te plaatsen, kan deze stof gebruikt worden bij de productie van meststoffen.
Aan onderdeel IV, categorie 1, onder C1, zijn cacaovetemulsie in water (nummer 44) en uitgepakte plantaardige voedingsmiddelen voor humane consumptie (nummer 45) toegevoegd. Deze stoffen kunnen gebruikt worden als covergistingsmateriaal. De toevoeging van een aparte definitie voor uitgepakte plantaardige voedingsmiddelen voor humane consumptie is een verduidelijking van de al bestaande omschrijving in onderdeel IV, categorie 1, onder C2, nummer 3 (uitgepakte voedingsmiddelen voor humane consumptie), omdat deze dierlijke producten uitsluit. Het gaat ook hier om voedingsmiddelen die ongeschikt voor consumptie zijn geworden toe te staan als meststof. Hierbij kan het ook gaan voedingsmiddelen die als gevolg van het ongeschikt voor consumptie worden, schadelijk voor de gezondheid zijn geworden. Voedingsmiddelen die op zichzelf niet schadelijk zijn, kunnen immers omdat zij ongeschikt zijn geworden voor consumptie – door bijvoorbeeld verkeerde bewaring of overschrijding van de houdbaarheidsdatum – ook schadelijk zijn geworden. Ook is er één stof uit de productie van schimmels voor humane consumptie toegevoegd: myceliumsubstraat. Deze stoffen zijn door de CDM getoetst conform het Protocol beoordeling stoffen Meststoffenwet, versie 3.2, en de CDM is tot een positief oordeel gekomen.
In onderdeel IV, categorie 1, onder C1, zijn daarnaast wijzigingen aangebracht als gevolg van het samenvoegen van omschrijvingen van meerdere reststoffen vanuit de subonderdelen C1 en G1 van onderdeel IV om de bijlage consistenter te maken. Hierbij zijn bestaande omschrijvingen op advies van de CDM samengevoegd onder nieuwe, bredere omschrijvingen. Omdat er bestaande omschrijvingen vervallen door deze samenvoegingen, is de nummering van de stoffen onder C1 en G1 gewijzigd. Het gaat om:
– het samenvoegen van zes bestaande omschrijvingen (oude nummers 9 en 11 onder C1 en 1, 2, 53 en 54 onder G1) tot één nieuwe omschrijving voor resten van aardappelen, groente en/of fruit onder C1, nummer 39 (nieuw);
– het samenvoegen van 23 bestaande omschrijvingen (oude nummers 27 tot en met 29 onder C1 en nummers 9 tot en met 21, 25 tot en met 28, 41, 42 en 64 onder G1) tot twee nieuwe omschrijvingen voor mechanisch behandelde graanresten en gemoute en/of vergiste graanresten onder C1, nummers 40 en 41 (nieuw). De bestaande omschrijving voor tarwe-eiwit (oude nummer 20 onder G1) blijft hierbij ook behouden (onder nummer 7);
– het samenvoegen van vier bestaande omschrijvingen (oude nummers 43 tot en met 46 onder G1) tot twee nieuwe omschrijvingen voor suiker of melasse en sojasuiker of -melasse onder C1, nummers 42 en 43 (nieuw).
Tot slot is in de omschrijving van zuiveringsslib van kaasfabriek (onderdeel IV, categorie 1, onder C2, nummer 10) ‘kaasfabriek’ vervangen door ‘zuivelfabriek’. Het advies van de CDM luidde om voor zuiveringsslib uit een zuivelfabriek de stof apart te beoordelen, omdat de samenstelling van het slib en de bijbehorende risico's kunnen verschillen tussen zuiveringsslib van een kaasfabriek en van een zuivelfabriek. Toch is ervoor gekozen hiervan af te wijken, omdat het verschil tussen een kaasfabriek en een zuivelfabriek in dit kader door de handhaving niet te maken is. Met deze wijziging valt ook zuiveringsslib uit een zuivelfabriek die geen kaas maakt onder deze omschrijving.
De wijzigingen in deze wijzigingsregeling zien op het toevoegen van reststoffen en samenvoegen van reeds op de lijst opgenomen reststoffen. Daarnaast wordt een enkele bestaande omschrijvingen in bijlage Aa gewijzigd. Hierdoor verandert de nummering van de omschrijvingen op de bijlage, wat tijdelijk tot extra administratieve handelingen bij de sector leidt. Dit leidt tot eenmalige kosten voor de sector (landbouwers, intermediairs en adviseurs) van € 3.552. Structureel hebben de aanpassingen een verlichting van de regeldruk voor de sector tot gevolg.
Een ontwerp van deze wijzigingsregeling is voorgelegd aan het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR). De regeldruk is voldoende in kaart is gebracht, ATR heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies omdat het geen significante gevolgen voorziet voor de regeldruk.
De effecten voor uitvoering en handhaving zijn beperkt. Waar deze aan de orde zijn, dragen zij in positieve zin bij aan de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid. De NVWA en RVO achten een uitvoerings- en handhavingstoets niet noodzakelijk.
De ontwerpregeling is voor internetconsultatie aangeboden in de periode 14 juli 2025 tot en met 28 augustus 2025. Er zijn zes consultatiereacties ontvangen. De consultatie heeft niet geleid tot een aanpassing van de ontwerpregeling
Twee reacties stellen vragen over de veiligheid van het gebruik van gehygiëniseerd digestaat van voedselresten (onderdeel I, nummer 40) in verband met vervuiling van deze stroom met plastic en glas. Hierover wordt opgemerkt dat deze stof door de CDM is getoetst conform het Protocol beoordeling stoffen Meststoffenwet, versie 3.2. Onderdeel van deze toetsing is het risico op verontreinigingen die schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid van mens, dier en milieu. Aangezien de stof een positief oordeel heeft gekregen, is op basis van de uitgevoerde analyses beoordeeld dat de stof niet verontreinigd is.
Ook worden er vragen gesteld over de beoordeling van de proceseisen voor het gehygiëniseerd digestaat. De hygiënisatiestap is voldoende bevonden om het risico op contaminatie met pathogenen te reduceren, omdat nationale regels over hygiënisatie worden nageleefd.
Daarnaast worden in deze reacties over de stof uitgepakte plantaardige voedingsmiddelen voor humane consumptie (onderdeel IV, categorie 1, onder C1, nummer 45) zorgen geuit over mogelijke contaminatie van de stroom met dierlijke producten en wordt voorgesteld deze stof alleen toe te staan voor bedrijven die uitsluitend plantaardig materiaal verwerken. Hierover wordt opgemerkt dat met de toevoeging van deze aparte definitie de al bestaande omschrijving voor uitgepakte voedingsmiddelen voor humane consumptie (onderdeel IV, categorie 1, onder C2, nummer 3) verduidelijkt wordt, omdat plantaardige en dierlijke stromen gescheiden worden gehouden en zodoende risico's op verontreiniging met dierlijk materiaal worden vermeden. Voor uitgepakte plantaardige voedingsmiddelen wordt vanuit het protocol ook getoetst of de EU-regels en nationale regels over sanitatie van stoffen worden nageleefd, gelet op de aard en de herkomst van het te toetsen covergistingsmateriaal. Op basis van het positief oordeel van de CDM is beoordeeld dat hieraan wordt voldaan.
Over beide bovengenoemde stoffen zijn daarnaast vragen gesteld over de toepassing van de gebruiksnormen. Omdat het gaat om overige organische meststoffen, tellen deze conform de Meststoffenwet mee voor stikstof- en fosfaatgebruiksnormen.
De overige reacties gaan over het gebruik van mestvergisting in het algemeen en zien niet op de voorgestelde toevoeging van nieuwe en wijziging van de omschrijving van bestaande stoffen. Mestvergisting is een manier om methaanemissies uit mest om te zetten tot biogas. Uit biogas kan groen gas worden gemaakt, wat ingezet kan worden om gas uit fossiele bronnen te vervangen. In Nederland is ervoor gekozen om mest(co)vergisting te stimuleren om bij te dragen aan de landelijke opgave voor groen gasproductie.
De aanpassingen in de bijlage Aa vormen technische voorschriften in de zin van richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEU 2015, L 241). Notificatie heeft plaatsgevonden onder nummer 2025/0527/NL. De ontwerpregeling is op 18 september 2025 ingevolge artikel 5, eerste lid, van Richtlijn (EU) 2015/1535 voorgelegd aan de Europese Commissie. Op de ontwerpregeling is een reactie van de Europese Commissie ontvangen over het aan onderdeel IV, categorie 1, onder C1, toegevoegde ‘uitgepakte plantaardige voedingsmiddelen voor humane consumptie’ (nummer 45). Naar aanleiding daarvan is in de toelichting verduidelijkt dat deze stof ziet op voedingsmiddelen die als gevolg van verkeerde bewaring, overschrijding van de houdbaarheidsdatum of verpakkingsfouten, ongeschikt voor menselijke consumptie zijn geworden. Hierbij kan het ook gaan om voedingsmiddelen die als gevolg van het ongeschikt voor consumptie worden, schadelijk voor de gezondheid zijn geworden. Voedingsmiddelen die op zichzelf niet schadelijk zijn, kunnen immers omdat zij – door bijvoorbeeld verkeerde bewaring of overschrijding van de houdbaarheidsdatum – ongeschikt zijn geworden voor consumptie, ook schadelijk voor de gezondheid zijn geworden als deze voedingsmiddelen worden geconsumeerd.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Hiermee wordt afgeweken van de het kabinetsbeleid over de vaste verandermomenten en minimum invoeringstermijn. Dat is in dit geval gerechtvaardigd, omdat de sector is gebaat bij spoedige inwerkingtreding.
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, F.M. Wiersma
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-3726.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.