Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| ZonMw | Staatscourant 2026, 35590 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| ZonMw | Staatscourant 2026, 35590 | overige overheidsinformatie |
Datum geplaatst: 13 oktober 2026
Deadline: zie publicatiepagina ZonMw
Plaats: Den Haag
|
1. |
Samenvatting |
|
2. |
Doel subsidieoproep |
|
2.1 |
Doel subsidieoproep |
|
2.2 |
Aanleiding |
|
2.3 |
Inhoudelijke kaders |
|
3. |
Voorwaarden en verplichtingen |
|
3.1. |
Voorwaarden |
|
3.1.1. |
Wie kunnen er aanspraak maken op subsidie? |
|
3.1.2. |
Staatssteun voorkomen |
|
3.1.3. |
Samenwerking en bijdrage van derden |
|
3.1.4. |
Welk bedrag kunt u aanvragen? |
|
3.1.5. |
Praktische voorwaarden |
|
3.2. |
Verplichtingen |
|
4. |
Beoordeling en prioriteitstelling |
|
4.1. |
Beoordelingsprocedure |
|
4.2. |
Relevantiecriteria |
|
4.3. |
Kwaliteitscriteria |
|
4.4. |
Prioriteitstelling |
|
5. |
Indienen |
|
5.1 |
Indiening via Mijn ZonMw |
|
5.2 |
Tips |
|
5.3 |
Informatiebijeenkomsten |
|
5.4 |
Verklaring akkoord indienen uitgewerkte subsidieaanvraag |
|
5.5 |
Inhoudelijke vragen |
|
5.6 |
Technische vragen |
|
5.7 |
Downloads en links |
|
Bijlage 1. |
Overzicht projecten Actieprogramma Grip op Onbegrip |
|
Bijlage 2. |
Algemene toelichting staatssteun |
Wie
Per veiligheidsregio kan subsidie worden aangevraagd voor subsidie borgen van kennis, interventies en infrastructuren voor de aanpak onbegrepen gedrag. Er moet worden samengewerkt met de projecten uit de rondes ‘Domein overstijgend samenwerken in hotspots en veiligheidsregio’s’, ‘Vroeg signalering en opvolging in de wijk’ en ‘Regionale Kenniswerkplaatsen Onbegrepen Gedrag’.
Waarvoor
Het doel van de subsidieoproep is de toepassing van eerder ontwikkelde kennis, interventies en infrastructuren om daarmee toe te werken naar integrale en duurzame regionale lerende netwerken gericht op het verbeteren van de persoonsgerichte aanpak voor mensen met onbegrepen gedrag. De subsidiemiddelen dragen bij aan het realiseren van condities (inhoudelijk, procesmatig, organisatorisch en financieel) om dit doel te behalen. Concreet dienen de subsidiemiddelen voor de volgende twee doelen, afhankelijk van de behoeften in de regio:
1. Het borgen van de eerder ontwikkelde interventies en bijbehorende samenwerkingsvormen;
2. Het faciliteren en bestendigen van kennisuitwisseling tussen verschillende partijen in de regio.
Wat
Er is voor elke veiligheidsregio in Nederland budget beschikbaar. Per veiligheidsregio kan er 1 aanvraag worden gehonoreerd. Voor elke regio is € 480.000 beschikbaar. In het geval meerdere projecten uit een regio aanspraak willen maken op de subsidie, moeten zij gezamenlijk 1 aanvraag doen. De projecten hebben een maximale looptijd t/m 31-12-2027.
Wanneer
Zie publicatiepagina ZonMw.
Het doel van de subsidieoproep is de toepassing van eerder ontwikkelde kennis, interventies en infrastructuren om daarmee toe te werken naar integrale en duurzame regionale lerende netwerken gericht op het verbeteren van de persoonsgerichte aanpak voor mensen met onbegrepen gedrag. De subsidiemiddelen dragen bij aan het realiseren van condities (inhoudelijk, procesmatig, organisatorisch en financieel) om dit doel te behalen.
Concreet dienen de subsidiemiddelen voor de volgende 2 subdoelen te worden ingezet. Afhankelijk van de behoeften van de projecten in de regio en de regionale opgaven kan de verhouding tussen- en de nadruk op onderdelen variëren:
• Het borgen van de eerder ontwikkelde interventies en/of samenwerkingsvormen binnen de rondes ‘Domein overstijgend samenwerken in hotspots en veiligheidsregio’s’ en ‘Vroeg signalering en opvolging in de wijk’ en ‘Regionale Kenniswerkplaatsen Onbegrepen Gedrag’. De ontwikkeling van nieuwe interventies of samenwerkingsvormen wordt niet gesubsidieerd.
• Het faciliteren en bestendigen van kennisuitwisseling tussen verschillende partijen in de regio. Hierbij zijn aanvragers verplicht om ten minste samen te werken met de projecten uit de rondes: ‘Domein overstijgend samenwerken in hotspots en veiligheidsregio’s’, ‘Vroeg signalering en opvolging in de wijk’, ‘Regionale Kenniswerkplaatsen Onbegrepen Gedrag’.
Er is voor elke veiligheidsregio1 in Nederland budget beschikbaar. Per veiligheidsregio kan er 1 aanvraag worden gehonoreerd. Het gaat hier slechts om de geografische indeling van de veiligheidsregio’s, er wordt geen rol van de entiteit verwacht. Dit betekent in het geval dat meerdere projecten uit een veiligheidsregio aanspraak willen maken op de subsidie, zij gezamenlijk 1 aanvraag moeten doen via 1 hoofdaanvrager. Enkel gemeenten kunnen hoofdaanvrager zijn.
Op de Rijksbegroting staan structurele middelen voor de aanpak personen met verward gedrag en onbegrepen gedrag. De inzet hiervan wordt bepaald door de besluitvorming in het kader van prioriteit 3 van de interdepartementale brede Aanpak verward en onbegrepen gedrag (Voortgangsbrief aanpak verward en onbegrepen gedrag december 2025 | Rijksoverheid.nl). Het hangt dus samen met de inrichting van het landschap en wie welke rol, taak en bevoegdheid krijgt. Het doel is dat de aanpak minder versnipperd en adhoc gaat zijn. Daarvoor moet de financiering, als randvoorwaarde, ondersteunend in zijn.
Het Actieprogramma Grip op Onbegrip loopt tot en met 2027. De start- en eindtijden van de projecten verschillen echter. Voor die projecten die al eerder stoppen hebben het Ministerie van Justitie en Veiligheid en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport subsidie beschikbaar gesteld. Daarmee worden projecten uit de rondes ‘Domein overstijgend samenwerken in hotspots en veiligheidsregio’s’ en ‘Vroeg signalering en opvolging in de wijk’ en ‘Regionale Kenniswerkplaatsen Onbegrepen Gedrag’ (een deel van de inzet) binnen het beschikbare budget gefaciliteerd in het verlengen en inbedden.
Het (zowel direct als indirect) ontvangen van de subsidie geeft geen indicatie of de aanvrager wel of niet in aanmerking komt voor structurele middelen voor de aanpak onbegrepen/verward gedrag vanuit het Rijk.
Van experimenteren, naar regionaliseren, naar borgen
Voorafgaand aan het Actieprogramma Grip op Onbegrip liep het Actieprogramma Verward Gedrag. Binnen dit programma stond experimenteren centraal. In 2021 startte het Actieprogramma Grip op Onbegrip. Het huidige programma zet in op regionalisering. Met daarbij specifieke aandacht voor het versterken van een lerende omgeving en verbetercyclus in de regio, voor het zorg-, veiligheids- en sociaal domein.
Binnen de regio’s is er al een belangrijke basis gelegd voor het ontwikkelen van regionale lerende netwerken. Alle projecten binnen de rondes ‘Domein overstijgend samenwerken in hotspots en veiligheidsregio’s’ en ‘Regionale Kenniswerkplaatsen Onbegrepen Gedrag (RKOG)’ en ‘Vroeg signalering en opvolging in de wijk’ werken op verschillende manieren aan het verbeteren van een lokale of regionale leercyclus. Daarbij zijn de projecten gevraagd om te verbinden met andere initiatieven in de regio, met in het bijzonder samenwerking met de regionale kenniswerkplaats uit de regio.
Om de volgende stap te zetten richting integrale en duurzame regionale netwerken, is meer tijd en gerichte inzet nodig op de toepassing en borging van al ontwikkelde kennis, interventies en infrastructuren. Daarmee kunnen de huidige interventies en samenwerkingsvormen hun weg vinden van pilot en projectmatig naar onderdeel van de reguliere werkwijze. De samenhang tussen initiatieven, interventies en samenwerkingsvormen binnen een regio, via kennisuitwisseling vraagt daarbij ook aandacht.
Regionale lerende netwerken hebben infrastructuren nodig waar ze op kunnen draaien. Achter projecten uit het Actieprogramma Grip op Onbegrip liggen al waardevolle infrastructuren. Deze oproep bouwt daarom voort op deze bestaande infrastructuren
In de inhoudelijke kaders worden belangrijke termen uitgewerkt en belangrijke (contextuele) informatie gegeven. Hiermee worden er kaders gegeven waarbinnen de aanvraag dient te blijven.
Persoonsgerichte aanpak
Onbegrepen gedrag zal altijd in enige mate bestaan en er zullen geen eenduidige oplossingen voor zijn. De complexiteit zit vaak in de situatie en niet enkel in de persoon. Dit vraagt om een focus op een persoonsgerichte aanpak die de leefwereld van de persoon centraal stelt, waarbij breder wordt gekeken dan alleen medische steun. Het gaat om het ondersteunen van persoonlijk en maatschappelijk herstel, in plaats van alleen het terugdringen van ziekte en raakt het sociaal maatschappelijk werkveld in de volle breedte.
Dit vraagt om een domein overstijgende samenwerking tussen ten minste de domeinen zorg, sociaal domein en veiligheid. Waarbij de leefwereld van mensen met onbegrepen gedrag centraal moet blijven staan. Alle projecten gehonoreerd binnen het Actieprogramma Grip op Onbegrip hebben aan dit inhoudelijke kader voldaan. Wij verwachten daarmee dat dit ook een gegevens is binnen uw project.
Inzet ervaringsdeskundigheid
Om te werken vanuit de leefwereld is het onder meer belangrijk dat de inbreng van de mensen om wie het gaat wordt meegenomen bij zowel de opzet als uitvoering van een project. In alle fasen is daarbij nadrukkelijk aandacht voor het perspectief van mensen die (dreigen) de grip op hun leven te verliezen en voor de behoeften van hun naasten en omgeving. Ervaringsdeskundigen en/of (vertegenwoordiging van) cliënten- en naasten dienen actief betrokken te zijn en nemen onder andere deel aan het project, waarvoor zij ook een passende vergoeding ontvangen.
Binnen de projecten die tot nog toe zijn gefinancierd binnen het Actieprogramma Grip op Onbegrip, wordt zichtbaar dat ervaringsdeskundigheid steeds vanzelfsprekender wordt meegenomen en dat dit bijdraagt aan persoonsgerichtere zorg en ondersteuning. Gezien deze ontwikkeling binnen de huidige projecten al in gang is gezet, wordt daarom verwacht dat co-creatie met ervaringsdeskundigen gedurende zowel het ontwikkelen van de subsidieaanvraag als het uitvoeren van het project goed is ingebed.
Verlenging en inbedden interventies en bijhorende samenwerkingsvormen
Er zijn afgelopen jaren diverse interventies ontwikkeld om de persoonsgerichte zorg en ondersteuning voor mensen met onbegrepen gedrag te verbeteren. Met de subsidiemiddelen wordt een extra impuls gegeven zodat interventies en samenwerkingsvormen en kennisuitwisseling zoals die zijn (door)ontwikkeld binnen de rondes ‘Vroeg signalering en opvolging in de wijk’ en ‘Domein overstijgend samenwerken in hotspots en veiligheidsregio’s’ en ‘Regionale Kenniswerkplaatsen Onbegrepen Gedrag’ in 2027 de nodige tijd krijgen om de borging verder te organiseren.
Binnen deze rondes zijn grofweg 2 groepen interventies gefinancierd:
• Gericht op vroeg signalering. Denk hierbij aan de Wijk-GGD.
• Gericht op domein overstijgend samenwerken. Denk hierbij aan (straat)triage, vormen van integrale samenwerking tussen politie, GGZ, en vaak gemeente (bijvoorbeeld regionale crisisinterventie), casus- en procesregie, crisis en/of time-out voorziening en (tijdelijke) woonvoorzieningen.
Binnen de genoemde rondes zijn de afgelopen jaren meerdere interventies en samenwerkingsvormen ontwikkeld. Vaak ook binnen 1 regio. In de aanvraag moet een analyse worden opgenomen waar de continuerings- en borgingsopgaven liggen. De aanvrager maakt hierin een onderbouwde keuze welke interventies en samenwerkingsvormen in de regio een extra impuls nodig hebben voor verlenging en borging.
Onder borging wordt verstaan dat de interventie en samenwerkingsvorm een vaste plek krijgt in (regionaal) beleid en/of vast onderdeel wordt van routines of werkwijzen. Hieronder valt nadrukkelijk ook financiële borging. Er kan een aanvraag worden gedaan voor bijvoorbeeld:
• Het (tijdelijk of deels) verlengen van een pilot, experiment of project voor zover dit bijdraagt aan toewerken naar borging. De ontwikkeling van nieuwe interventies of samenwerkingsvormen wordt niet gesubsidieerd.
• Het aantonen van de meerwaarde van een interventie
• Het uitvoeren van evaluatieonderzoek
• Het creëren van draagvlak en het uitvoeren van een contextanalyse
• Afspraken en structuren tot stand brengen of aanpassen om als basis te dienen voor structurele inbedding en financiering.
Kennisuitwisseling binnen de regio
De subsidieoproep versterkt de al ingezette beweging: het versterken van een lerende omgeving en verbetercyclus in de regio, voor het zorg-, veiligheids- en sociaal domein. Binnen de regio’s is er al een basis gelegd voor regionale lerende netwerken. Alle projecten binnen de rondes ‘Domein overstijgend samenwerken in hotspots en veiligheidsregio’s’ en ‘Regionale Kenniswerkplaatsen Onbegrepen Gedrag (RKOG)’ en ‘Vroeg signalering en opvolging in de wijk’ hebben op verschillende manieren gewerkt aan het verbeteren van een lokale of regionale leercyclus. Daarnaast zijn de projecten geacht om verbinding te zoeken met andere initiatieven in de regio, waarbij zij specifiek de samenwerking moeten zoeken met de regionale kenniswerkplaats uit de regio.
De doorontwikkeling van de al ingezette beweging richt zich op het versterken van de samenhang tussen de verschillende structuren in de regio, via kennisuitwisseling. Deze samenhang is vanwege een aantal redenen van belang. Ten eerste bevordert de uitwisseling van kennis over wat wel en niet werkt efficiëntie en kwaliteit. Het wiel hoeft immers niet telkens opnieuw uit te worden uitgevonden. Ten tweede draagt de uitwisseling tussen de diverse structuren bij aan meer aandacht voor de samenhang en overdracht tussen diverse vormen van zorg- en ondersteuningsaanbod. Het is bijvoorbeeld waardevol om beter te signaleren, maar vereist dat er vervolgens genoeg passend aanbod beschikbaar is om mensen daadwerkelijk verder te helpen. Deze kennis(uitwisseling) is essentieel om toe te werken naar een samenhangend geheel aan voorzieningen. Ten derde kan betere uitwisseling leiden tot geïntegreerde of aansluitende structuren en afspraken die kunnen bijdragen aan structurele borging van vergaarde kennis, competenties en capaciteiten om interventies toe te passen.
De mate van uitwisseling en samenhang tussen de structuren verschilt per regio. Het is aan de aanvragers om te bepalen waar zij staan in deze ontwikkeling, hoe ze dit kunnen continueren en welke vervolgstappen zij gedurende de subsidieperiode kunnen zetten. Denk hierbij bijvoorbeeld aan activiteiten gericht op het verbinden van de diverse structuren, bevorderen van gezamenlijk leren binnen de regio of borging/ontsluiting van bestaande kennis. Om kennisuitwisseling te verbeteren, zoekt het project ten minste de samenwerking met de Regionale Kenniswerkplaats Onbegrepen Gedrag (RKOG) uit de regio. Daarnaast wordt er goed gekeken welke partijen in de regio betrokken moeten worden om te zorgen voor uitwisseling in de regio.
Zie hiervoor onder andere de projecten zoals zichtbaar op de overzichtspagina van Platform Sociaal Domein Initiatieven binnen regio’s en op de interactieve landkaart van AGO zoals te vinden op de pagina Actieprogramma Grip op Onbegrip | ZonMw. Voor meer informatie of vragen over de lopende projecten in uw regio kunt u altijd contact opnemen met gripoponbegrip@zonmw.nl.
Betrokkenheid gemeenten
De subsidie wordt per veiligheidsregio aangevraagd door een gemeente die betrokken is bij een project uit een van de rondes ‘Domein overstijgend samenwerken in hotspots en veiligheidsregio’s’, in principe als hoofdaanvrager of medeaanvrager.
Gemeenten dragen vanuit hun wettelijke taken verantwoordelijkheid voor het bieden van maatschappelijke ondersteuning aan hun inwoners en voor het bewaken van de continuïteit en kwaliteit van voorzieningen. Daarnaast zijn zij betrokken bij de Zorg- en Veiligheidshuizen en vervullen zij in veel gevallen een rol in de beheerorganisatie hiervan. Ook zijn gemeenten op dit moment al intensief betrokken, vaak als hoofdaanvrager, bij projecten uit de rondes ‘Domein overstijgend samenwerken in hotspots en veiligheidsregio’s’.
Als er binnen een veiligheidsregio geen gemeente betrokken was als hoofd- of medeaanvrager bij een project uit een van de rondes ‘Domein overstijgend samenwerken in hotspots en veiligheidsregio’s’, dan dient een gemeente die aantoonbaar betrokken is (geweest) bij een project uit een van de rondes ‘Domein overstijgend samenwerken in hotspots en veiligheidsregio’s’ hoofdaanvrager te zijn. Dit wordt dan duidelijk toegelicht in de aanvraag.
Waar relevant wordt er gezorgd voor draagvlak en samenwerkingsafspraken met andere (centrum)gemeenten om de projectactiviteiten uit te voeren en indien nodig regionale regie te voeren.
Bij het aanvragen van subsidie bij ZonMw zijn er rechten, voorwaarden en verplichtingen om rekening mee te houden. Deze volgen uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Titel 4.2 van de Awb bevat specifieke bepalingen die van toepassing zijn op subsidies van ZonMw. Daarnaast zijn de Algemene subsidiebepalingen ZonMw van toepassing.
Uw subsidieaanvraag moet aan onderstaande voorwaarden voldoen om in behandeling te kunnen worden genomen.
De volgende partij(en) kunnen/kan aanspraak maken op (een gedeelte van de) subsidie:
− In Nederland gevestigde publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersonen kunnen subsidie aanvragen.
− Enkel een gemeente die betrokken is (geweest) als hoofdaanvrager of mede-aanvrager2 bij een project uit een van de rondes ‘Domein overstijgend samenwerken in hotspots en veiligheidsregio’s’3 kan aanspraak maken op de subsidie. Wanneer er binnen een veiligheidsregio geen gemeente betrokken is (geweest) als hoofd- of medeaanvrager bij een project een van de rondes ‘Domein overstijgend samenwerken in hotspots’, geldt er een uitzondering. In dat geval dient dan een gemeente die aantoonbaar betrokken is (geweest) bij een project uit een van de rondes ‘Domein overstijgend samenwerken in hotspots en veiligheidsregio’s’ een aanvraag in. Deze betrokkenheid wordt duidelijk gemaakt in de aanvraag.
− De bestuurlijk verantwoordelijke en hoofdaanvrager dienen bij voorkeur van dezelfde organisatie afkomstig te zijn. Wanneer dit niet het geval is, dient een samenwerkingsovereenkomst over de uitvoering van de desbetreffende subsidieaanvraag te worden afgesloten.
− Per veiligheidsregio kan er 1 subsidieaanvraag worden gehonoreerd.
− Als er meerdere aanvragen uit een regio zijn ingediend, brengt ZonMw alle aanvragers uit de desbetreffende regio met elkaar in contact om te komen tot een gezamenlijke aanvraag. Hiervoor zullen contactgegevens van de hoofdaanvrager en projectleider gedeeld worden met de andere aanvrager(s) uit dezelfde regio.
− De aanvrager voert de activiteiten uit op basis van hun wettelijke taken.
− De hoofdaanvrager is een gemeente. Deze partij fungeert als hoofdaanvrager en bestuurlijk verantwoordelijke (subsidiebegunstigde). De projectleider kan extern worden aangesteld of intern worden geworven. Na honorering van de aanvraag verloopt communicatie tussen ZonMw en het project via de projectleider.
− Het is verplicht om samen te werken met de projecten uit de rondes ‘Domein overstijgend samenwerken in hotspots en veiligheidsregio’s’, ‘Vroeg signalering en opvolging in de wijk’ en ‘Regionale Kenniswerkplaatsen Onbegrepen Gedrag’ (wanneer aanwezig) van de desbetreffende regio. Dit wordt toegelicht in het aanvraagformulier.
Alleen gemeenten kunnen aanspraak maken op subsidie. Andere betrokken partijen kunnen deelnemen aan het project via opdrachtverlening of voor eigen rekening. Bij opdrachtverlenging door de gemeente gelden de reguliere aanbestedingsregels. De kosten voor opdrachtverlening kunnen worden opgenomen op de begroting bij overige kosten (materiële kosten, apparatuurskosten, implementatiekosten en/of overige kosten).
ZonMw verstrekt geen subsidie als dit leidt of kan leiden tot het verlenen van onrechtmatige staatssteun4. Voor deze subsidieronde is geen sprake van ongeoorloofde staatssteun omdat de gemeenten op grond van de Wmo 2015 en de WvGGZ een wettelijke verantwoordelijkheid hebben voor het realiseren van maatschappelijke ondersteuning en het bevorderen van een samenhangende en integrale aanpak.
Meer informatie over staatssteun vindt u op de ZonMw-webpagina Vrijstellingverordeningen staatssteun.
ZonMw stimuleert samenwerking tussen en deelname van partijen. Daarbij geldt dat geen subsidie wordt verstrekt als afspraken leiden of kunnen leiden tot het verlenen van onrechtmatige staatssteun of als daardoor niet aan de Algemene subsidiebepalingen ZonMw of voorwaarden van de subsidieoproep kan worden voldaan.
Uit de subsidieaanvraag en begroting moet duidelijk naar voren komen:
− Met welke partijen samengewerkt wordt. Beschrijf per partij op welke manier deze actief bijdraagt aan het project. Ook partijen die voor eigen rekening en risico actief bijdragen maken onderdeel uit van de samenwerking.
− Met welke partij(en) een sponsorovereenkomst zal worden aangegaan en wat de in-natura of geldelijke bijdrage is.
− Welke partijen worden ingehuurd of indien dit nog niet bekend is, voor welke activiteiten wordt voorzien dat dit door derden zal worden uitgevoerd en de daarvoor te maken kosten (inclusief btw). Zie voor meer informatie en de voorwaarden voor inhuur/opdracht de ZonMw-webpagina Subsidies en samenwerking, bijdragen van derden.
Als er sprake is van sponsoring (bijvoorbeeld cofinanciering), moet die definitief geregeld zijn bij het indienen van de uitgewerkte subsidieaanvraag.
Letter of Commitment verplicht bij cofinanciering
Omdat ZonMw zeker wil weten dat, wanneer van toepassing, samenwerkende partijen/sponsors van een project zich juridisch hebben verplicht tot de toegezegde bijdrage (in het geval van cofinanciering), is een Letter of Commitment per samenwerkende partij/sponsor bij het indienen van de uitgewerkte subsidieaanvraag verplicht. Gebruik hiervoor het voorbeeld op de ZonMw-webpagina Subsidies en samenwerking, bijdragen van derden.
(Concept) samenwerkings- en sponsorovereenkomst of intentieverklaring verplicht
Bij indiening van de subsidieaanvraag ontvangt ZonMw bij voorkeur een (concept) samenwerkingsovereenkomst, maar ten minste een intentieverklaring van zoveel mogelijk betrokken partners. De intentieverklaring is vormvrij. De definitieve samenwerkingsovereenkomst dient 6 maanden na de startdatum van het project binnen te zijn.
Op de ZonMw-webpagina Subsidies en samenwerking, bijdragen van derden vindt u meer informatie over de verschillende vormen van samenwerken en bijdragen (sponsoring/opdracht) met voorbeeldovereenkomsten als hulpmiddel bij het opstellen van de betreffende overeenkomst en de voorwaarden waaraan de overeenkomst moet voldoen in de daarbij horende uitleg. De op deze webpagina en in de uitleg genoemde voorwaarden maken integraal onderdeel uit van deze subsidieoproep. Indien ZonMw concept samenwerkings- en/of sponsorovereenkomst(en) opvraagt, verleent zij de subsidie op voorwaarde dat de overeenkomst(en) door haar geaccepteerd wordt/worden.
Mocht u eerder al een samenwerkingsovereenkomst hebben opgesteld, dan mag u daar de nieuwe overeenkomst op baseren en/of werken met een addendum. Zie als leidraad daarvoor naast de voorbeeldovereenkomsten ook het Format Samenwerkingsovereenkomst of format Addendum (+ Uitleg addendum) waarin u de nieuwe afspraken in het kader van deze subsidieaanvraag vastlegt.
In deze subsidieronde kan er per veiligheidsregio maximaal € 480.000 worden aangevraagd voor een looptijd t/m maximaal 31 december 2027. Het totale beschikbare subsidiebudget in deze subsidieronde bedraagt € 12.000.000.
Accountantskosten
Accountantskosten tot een maximum van € 5.000,– mogen bij projecten van € 125.000,– of meer opgenomen worden in de begroting. Door de wijziging van de Algemene subsidiebepalingen ZonMw per 1 april 2022 moet er na afronding van een project van € 125.000,– of meer naast de financiële eindverantwoording ook een controleverklaring van een accountant aangeleverd worden.
Universiteiten en universitair medische centra mogen accountantskosten niet opnemen in de begroting. Met deze instellingen zijn aparte afspraken gemaakt over de vereiste accountantsverklaring. Neem hiervoor contact op met uw financiële afdeling.
Kosten zijn honorabel vanaf het moment van indienen (wel voor eigen risico)
Er kunnen projectkosten worden opgevoerd vanaf het moment van indienen van de subsidieaanvraag. Dit doet u op eigen risico:
○ Als de aanvraag wordt gehonoreerd, dan worden projectkosten bekostigd vanaf het moment van indiening.
○ Als de aanvraag niet wordt gehonoreerd, dan worden de kosten niet met terugwerkende kracht vergoed.
1. Taal: Schrijf uw aanvraag in het Nederlands.
2. Begroting: Het is verplicht om een begroting toe te voegen volgens het format Begroting Overige Instellingen. Let op: de begroting moet ondertekend worden.
3. Letter of Commitment: Wanneer er sprake is van samenwerking en/of sponsoring voegt u verplicht bij: Letter(s) of Commitment.
4. (Concept) samenwerkingsovereenkomst en/of addendum of intentieverklaring: Wanneer er sprake is van samenwerking en/of sponsoring voegt u bij: een (concept) samenwerkingsovereenkomst en/of addendum. Als u dit nog niet gereed heeft, voegt de intentieverklaring(en) toe van de betrokken partners waarin de betrokkenen hun intentie tot deelname uitspreken. Let op: voeg deze documenten samen tot 1 pdf-bestand.
5. Overzicht regionale samenwerking: In het aanvraagformulier geeft u aan welke projecten er in uw regio zijn (noem dossiernummers en type project: zie hiervoor de bijlage in de subsidieoproep), of u contact heeft gehad met deze projecten in aanloop naar deze subsidieaanvraag, in hoeverre en/of op welke wijze u met deze projecten samenwerkt in het kader van deze subsidieaanvraag en/of daarbuiten, en op basis waarvan u deze afweging heeft gemaakt.
6. Bijlagen: Optioneel mag u maximaal 2 A4 aan overige bijlagen toevoegen.
7. Verklaring akkoord: De ‘Verklaring akkoord indienen uitgewerkte subsidieaanvraag’ moet ondertekend worden door de bestuurlijk verantwoordelijke en de hoofdaanvrager.
Verplichtingen zijn van toepassing wanneer u een subsidie krijgt toegekend. Hiervoor volgt ZonMw de Algemene subsidiebepalingen ZonMw. Daarnaast zijn ook de volgende verplichtingen van toepassing:
− Communicatie: ZonMw wil gedurende de projectuitvoering op verhalende wijze de impact van de projecten (publiekelijk) delen. Bijvoorbeeld in een interview- en/of videoreeks. Het is verplicht om hieraan deel te nemen.
− Open Access
• Alle publicaties die voortkomen uit (wetenschappelijk) onderzoek dat geheel of gedeeltelijk door ZonMw gefinancierd is, moeten Open Access beschikbaar gesteld worden (conform ZonMw Open Access beleid). ZonMw accepteert verschillende Open Access routes. Naast artikelen, moedigt ZonMw ook aan om andere type (wetenschappelijke) publicaties Open Access beschikbaar te stellen (zoals monographs, boeken, conference proceedings en grey literature), maar ook onderzoeksdata en kennisproducten van praktijkgericht onderzoek (zoals modellen, protocollen, prototypen, digitale tools, demonstraties).
• Indien er volgens de volledig gouden Open Access route wordt gepubliceerd, mogen kosten voor Open Access publicaties tot een maximumbedrag van € 5.000,– worden opgenomen in de projectbegroting
• Omschrijving activiteiten subsidie:
■ Activiteit 1: Het realiseren van condities voor samenwerking voor een latere integrale aanpak.
■ Activiteit 2: Het realiseren van condities voor borging.
■ In beiden gevallen gaat het om validatie- en controleactiviteiten.
• Voor meer informatie over het ZonMw Open Access beleid, de volledige voorwaarden en mogelijkheden, verwijzen we u naar onze website.
− Voorwaarden voor valorisatie
ZonMw streeft naar brede toegankelijkheid van door haar gesubsidieerde projecten, daarom, dienen de tien principes voor Maatschappelijk Verantwoord Licentiëren (MVL) te worden toegepast bij licentiëring van resultaten. Beschrijf indien van toepassing hoe aanspraak op intellectueel eigendom is geregeld met samenwerkende partijen en eventueel derden. Geef ook aan hoe deze partijen de tien principes zullen naleven.
• De beoordelingsprocedure bestaat uit een schriftelijke beoordeling van de relevantie en de kwaliteit van de aanvraag door de programmacommissie.
• U krijgt deze beoordelingen ter inzage en voorbereiding op het mondeling wederhoor. Het mondeling wederhoor vindt plaats in de vorm van een presentatie en vraaggesprek tijdens de beoordelingsvergaderingen. Zowel de presentatie als het vraaggesprek duren ongeveer 15 minuten (totaal 30 minuten).
• Voorafgaand aan de vergaderweek stuurt u ZonMw uw presentatie toe. De presentatie bevat een toelichting op uw project en uw reactie op de beoordeling van de programmacommissie. Let op: de commissie ziet uw presentatie niet van tevoren.
• Na de presentatie en het vraaggesprek komt de commissie tot een besluitadvies. Eventueel wordt een aanvullend wederhoor bij u opgevraagd.
• De programmacommissie beoordeelt de relevantie, kwaliteit en begroting van alle aanvragen. De begroting wordt bij een positief besluitadvies van de programmacommissie ook beoordeeld door de financiële afdeling van ZonMw.
Voor de procedures voor de beoordeling van subsidieaanvragen verwijzen we u naar de infographic ‘Subsidie aanvragen in 10 stappen’ en naar de procedurebrochure aanvragers.
Hieronder staan relevantie- en kwaliteitscriteria genoemd die van toepassing zijn.
Meer informatie over deze criteria vindt u in de procedurebrochure.
Inhoudelijke doelstellingen
− De aanvraag sluit aan bij de doelstelling en inhoudelijke kaders van de subsidieoproep.
− De aanvraag geeft een heldere uitwerking op welke manier(en) het project bijdraagt aan het verbeteren van de persoonsgerichte aanpak van mensen met onbegrepen gedrag in de regio.
− De aanvraag overtuigt dat deze voortbouwt op bestaande kennis en infrastructuren in de regio. Hierin is er speciale aandacht voor projecten uit de rondes ‘Domein overstijgend samenwerken in hotspots en veiligheidsregio’s’, ‘Vroeg signalering en opvolging in de wijk’ en ‘Regionale Kenniswerkplaatsen Onbegrepen Gedrag’.
Noodzaak tot overbrugging
− De noodzaak voor de subsidie tot en met 2027 is duidelijk omschreven.
− De doelstelling sluit aan bij de geschetste noodzaak.
− Als het project samenwerkt met projecten die gedurende de subsidieperiode nog subsidiemiddelen uit het Actieprogramma Grip op Onbegrip ontvangen, werkt de aanvraag duidelijk uit hoe de activiteiten aanvullend zijn. In het geval dat deze lopende projecten aanspraak willen maken op middelen uit deze subsidieaanvraag wordt er duidelijk uitgelegd waarom er geen sprake is van dubbelfinanciering.
Aansluiting op vragen en behoeften mensen met onbegrepen gedrag
− Uit de aanvraag blijkt hoe ervaringsdeskundigen en/of (vertegenwoordigers van) cliënten en naasten participeren in het project. Hiermee bedoelen we concreet het raadplegen, advies inwinnen, samenwerken en/of laten (mee)beslissen van betrokkenen bij het opstellen van de subsidieaanvraag en het uitvoeren van het project. Zie ook Participatie.
− Binnen het project staat de leefwereld altijd centraal. Daarbij is een goede balans tussen systeem- en leefwereld.
Probleem en doelstelling
− De probleem- en doelstelling is duidelijk beschreven.
− De (sub)doelstelling(en) en de beoogde resultaten zijn helder en concreet uitgewerkt.
Plan van aanpak
− In het plan van aanpak staat duidelijk beschreven welke activiteiten er ondernomen worden en hoe deze leiden tot het behalen van de beoogde (sub)doelstelling(en) en beoogde resultaten. Borging (voor zowel interventies, samenwerkingsvormen als verbeteren kennisuitwisseling in de regio) is hier een onderdeel van.
− Het plan van aanpak hanteert een flexibele aanpak waarbij ruimte is om tussentijds bij te sturen.
− Het plan van aanpak bevat een reflectie op geleerde lessen uit andere ZonMw-projecten, waarbij ook aandacht is voor een minder succesvol of ander verloop.
Haalbaarheid
− Het plan van aanpak bevat een duidelijke en realistische planning per fase van het project. In de planning en fasering zijn deze rollen, taken en verantwoordelijkheden per partner concreet beschreven.
− De projectactiviteiten zijn realistisch en haalbaar.
− Er wordt aannemelijk gemaakt dat de doelstelling(en) van de subsidieaanvraag binnen de gestelde looptijd wordt bereikt met de beschikbare expertise, menskracht, faciliteiten en middelen.
− De bevorderende en belemmerende factoren zijn in kaart gebracht en er zijn passende maatregelen geformuleerd.
Expertise en ervaring van projectgroep en samenwerkingspartners
− Samenwerkingspartners die nodig zijn voor zowel de borging van de interventies en samenwerkingsvormen, als voor de projectresultaten met betrekking tot kennisuitwisseling, zijn betrokken bij het project. Hierin wordt passend samengewerkt met projecten uit de rondes ‘Domein overstijgend samenwerken in hotspots en veiligheidsregio’s’, ‘Vroeg signalering en opvolging in de wijk’ en ‘Regionale Kenniswerkplaatsen Onbegrepen Gedrag’.
− Uit de aanvraag blijkt wie er in de projectgroep deelneemt.
− Uit de aanvraag blijkt wie de bredere betrokken samenwerkingspartners zijn.
− Er is een duidelijke omschrijving van de rollen, taken en verantwoordelijkheden van zowel de projectgroep als andere samenwerkingspartners.
− Ervaringsdeskundigen en/of (vertegenwoordigers van) cliënten en naasten zijn betrokken bij de opzet en uitvoering van het project als gelijkwaardige partners. Het is duidelijk op welke niveaus zij betrokken worden en welke rollen zij vervullen binnen het project.
Leren en verbeteren
− De inrichting van het leer- en verbeterproces ten behoeve van kennisuitwisseling is helder beschreven.
− Uit de aanvraag blijkt dat er regelmatig afstemming is tussen de samenwerkingspartners.
− Ervaringsdeskundigen en/of (vertegenwoordigers van) cliënten en naasten worden betrokken bij het leer- en verbeterproces.
Borging en draagvlak
− Er wordt aannemelijk gemaakt dat de subsidie bijdraagt aan het bestendigen van kennisuitwisseling binnen de regio.
− Er wordt aannemelijk gemaakt dat de subsidie bijdraagt aan duurzame borging van een of meerdere interventie(s) en samenwerkingsvormen in de regio. In deze uitwerking wordt financiële borging expliciet meegenomen. Er is binnen de regio voldoende draagvlak aanwezig voor de uitvoering van de projectactiviteiten en indien nodig regionale regie te voeren. Indien dit draagvlak nog niet voldoende aanwezig is, beschrijft de aanvraag concreet hoe gedurende de projectperiode wordt gewerkt aan het creëren van het benodigde draagvlak.
Begroting
− Het aangevraagde budget is realistisch onderbouwd op basis van de omvang van het project.
− Het aangevraagde budget past binnen de kaders van de subsidieoproep.
− In de begroting is een passende marktconforme vergoeding opgenomen voor de inzet van ervaringsdeskundigen en/of (vertegenwoordigers van) cliënten en naasten.
De programmacommissie geeft op basis van de gestelde relevantie- en kwaliteitscriteria een eindoordeel over de relevantie en kwaliteit van de subsidieaanvragen. Alle aanvragen dienen minimaal als relevant en van voldoende kwaliteit beoordeeld te worden om voor honorering in aanmerking te komen.
Subsidieaanvragen met een relevantiescore ‘relevant’ of ‘zeer relevant’ én een kwaliteitsscore ‘voldoende’, ‘goed’ of ‘zeer goed’ komen dus in aanmerking voor honorering. Dat betekent dat subsidieaanvragen met een relevantiescore ‘niet relevant’ of een kwaliteitsscore ‘onvoldoende’ of ‘matig’ niet voor honorering in aanmerking komen.
Wanneer er sprake mocht zijn van prioritering van de subsidieaanvragen, weegt de relevantiebeoordeling zwaarder dan de kwaliteitsbeoordeling. De volgende matrix zal dan gehanteerd worden:
|
Relevantie |
Zeer relevant |
Relevant |
Laag relevant |
Niet relevant |
|---|---|---|---|---|
|
Kwaliteit |
||||
|
Zeer goed |
1 |
4 |
– |
– |
|
Goed |
2 |
5 |
– |
– |
|
Voldoende |
3 |
6 |
– |
– |
|
Matig |
– |
– |
– |
– |
|
Onvoldoende |
– |
– |
– |
– |
Wanneer na toepassing van de prioriteringsmatrix het aantal honoreerbare aanvragen het beschikbare budget overstijgt, dan zal de commissie de volgende aanvullende afwegingsgronden hanteren:
− Eerst wordt gekeken naar het relevantiecriterium ‘Aansluiting op vragen en behoeften mensen met onbegrepen gedrag’.
− Vervolgens wordt gekeken naar het relevantiecriterium ‘Inhoudelijke doelstellingen’.
− Wanneer er op de voorgaande criteria geen keuze gemaakt kan worden, wordt er gekeken naar het kwaliteitscriterium ‘Noodzaak tot overbrugging’.
− Wanneer er op de voorgaande criteria geen keuze gemaakt kan worden, wordt er gekeken naar het kwaliteitscriterium ‘Haalbaarheid’.
Subsidieaanvragen kunnen uitsluitend door de hoofdaanvrager ingediend worden via het online-indiensysteem van ZonMw (Mijn ZonMw). De sluitingsdatum voor het indienen van subsidieaanvraag en het gehele tijdpad is te zien op de publicatiepagina ZonMw.
− Als u nog niet eerder met Mijn ZonMw heeft gewerkt moet u zich eerst registreren als 'Nieuwe gebruiker'.
− Zie voor meer informatie de Handleiding Mijn ZonMw.
− Wij raden u aan om, voordat u uw aanvraag digitaal indient, een Word-versie van uw aanvraag te printen (via Mijn ZonMw) en na te lopen op onregelmatigheden. Vooral als u uw aanvraag eerst in Word heeft opgesteld en vervolgens naar Mijn ZonMw heeft gekopieerd, kan het voorkomen dat sommige tekens (zoals aanhalingstekens) niet goed worden omgezet. U kunt dit in Mijn ZonMw zelf corrigeren.
Let op! Zorg dat de documenten die u uploadt niet beveiligd zijn. Begrotingen of andere bestanden die ondertekend zijn (bijvoorbeeld met Valid Sign) hebben vaak automatisch een beveiliging. Zorg dat u deze eraf haalt vóór u het bestand uploadt, anders kan het systeem het bestand niet goed verwerken.
U kunt controleren of uw PDF een beveiliging heeft door het te openen in Adobe Acrobat, op de rechtermuisknop te klikken, naar documenteigenschappen te gaan en dan naar het tabblad beveiliging te gaan. Daar kunt u zien of en hoe uw bestand beveiligd is. U kunt ook de PDF in een browser openen. Als uw bestand beveiligd is, komt dit in een balkje bovenin te staan.
In augustus en september zullen er digitale informatiebijeenkomsten plaatsvinden. Hierin geven wij een toelichting op de subsidieoproep en kunt u uw vragen stellen. De inhoud van beide bijeenkomsten zal ongeveer hetzelfde zijn.
Voor precieze data, tijdstip en opgave kunt u de webpagina waarop de subsidieoproep is gepubliceerd in de gaten houden. Bij vragen kunt u mailen naar gripoponbegrip@zonmw.nl.
De ‘Verklaring akkoord indienen uitgewerkte subsidieaanvraag’ moet ondertekend worden door de bestuurlijk verantwoordelijke en de hoofdaanvrager. De ondertekende verklaring dient toegevoegd te worden aan de aanvraag in Mijn ZonMw.
Neem voor inhoudelijke vragen contact op met: Anouk de Loos via 070-3495061 of via gripoponbegrip@zonmw.nl t.a.v. Anouk de Loos.
Neem voor technische vragen over het gebruik van het online indiensysteem van ZonMw contact op met de Servicedesk: maandag t/m vrijdag van 8.00 tot 17.00 uur, 070 349 51 76, servicedesk@zonmw.nl. Vermeld in uw e-mail uw telefoonnummer, zodat wij indien nodig contact met u kunnen opnemen.
Op de ZonMw website leest u meer over:
Het overzicht van bij ZonMw bekende projecten is te vinden via deze link: Overzicht projecten AGO.
Deze bijlage is opgenomen als algemene toelichting over staatssteun.
In het begrotingsformat moet u bij sommige subsidieoproepen vooraf aangeven onder welke hoedanigheid u subsidie aanvraagt. Deze keuze bepaalt welke staatssteunvrijstelling van toepassing is op uw project. Het onjuist invullen kan leiden tot vertraging in de beoordeling of het moeten herzien van uw begroting.
Let op: Indien u in de begroting invult dat uw organisatie als onderzoeksorganisatie kwalificeert, óf dat uw organisatie niet-economische activiteiten verricht, dan dient u dit altijd schriftelijk te motiveren.
Niet iedere organisatie die onderzoek doet, is volgens de geldende Europese staatssteunrecht een 'organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding'. De formele definitie vindt u in de AGVV (art. 2 lid 83) en de Europese O&O&I-Kaderregeling. Kort samengevat moet uw organisatie voldoen aan drie harde eisen:
1. Het hoofddoel van de organisatie moet zijn: het onafhankelijk doen van fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling. De organisatie moet dit onderzoek ook zelf doen. Het verspreiden van de resultaten van dat onderzoek kan daarop een aanvulling zijn.
2. Indien u ook economische activiteiten verricht. Dan houdt u een boekhouding bij met een scheiding tussen economische en niet-economische activiteiten.
3. Private partijen (zoals bedrijven) hebben geen bevoorrechte toegang tot de onderzoekscapaciteit of de onderzoeksresultaten.
Vraagt uw organisatie subsidie aan als onderzoeksorganisatie? Dan dient u aan te tonen dat uw organisatie onlangs door ZonMw als zodanig is aangemerkt. Is dit niet het geval? Dan vragen wij u vóór indiening contact met ons op te nemen.
Deze categorie is bedoeld voor organisaties die geen erkende onderzoeksorganisatie zijn (zoals gemeenten, zorginstellingen of specifieke stichtingen), maar binnen dit project wel activiteiten uitvoeren zonder commercieel karakter. Bij niet-economische activiteiten is er geen sprake van marktwerking of verstoring van de concurrentie.
Bij subsidieoproepen is vooraf al bepaald welke activiteiten niet-economisch van aard zijn. Bent u van mening dat uw organisatie in het kader van deze subsidieoproep niet-economische activiteiten verricht? Dan levert u bij uw aanvraag een heldere onderbouwing aan. Licht hierin concreet toe op basis van welke argumenten en criteria u tot de kwalificatie ‘niet-economische activiteiten’ bent gekomen.
NB. Voor bekostigde onderwijsinstellingen (zoals mbo- en hogescholen) geldt dat hun reguliere, wettelijke onderwijstaken in beginsel als niet-economisch worden aangemerkt. Voor hogescholen geldt daarnaast dat aan de wettelijke onderwijstaak gekoppeld onafhankelijk praktijkonderzoek (zoals binnen lectoraten) in beginsel als niet-economisch worden aangemerkt.
AGO hanteerde eerder de indeling van de veiligheidsregio’s. Indeling veiligheidsregio’s volgens overzicht op Veiligheidsregio’s | Rijksoverheid.nl.
Een mede-aanvrager is een organisatie die is opgenomen als projectpartner en/of begroting op de gehonoreerde aanvraag.
Of een van de eerdere namen van deze ronde zoals ‘Grip op onbegrip: domein overstijgend samenwerken in hotspots en veiligheidsregio’s’ of ‘Zorg en Veiligheid – Domein overstijgend samenwerken’.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-35590.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.