Ruimte voor vernieuwing in de Wlz, ZonMw

Deze subsidieoproep komt voort uit het kennisprogramma Langdurige Zorg en Ondersteuning 2023–2027 (LZO II) en bestaat uit 2 fasen: een projectideefase en een uitgewerkte subsidieaanvraagfase. Deze oproep betreft de projectideefase. Omdat de fases onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, wordt ook al informatie verstrekt over de subsidieaanvraagfase.

Datum geplaatst: donderdag 29 oktober 2026

Deadline: dinsdag 12 januari 2027, 14.00 uur

Plaats: Den Haag

Inhoud

1. Samenvatting

2. Doel subsidieoproep

3. Hoeveel subsidie kunt u aanvragen en waarvoor?

4. Voorwaarden

4.1. Wie kunnen er aanspraak maken op subsidie?

4.2. Onrechtmatige staatssteun voorkomen

4.3. Samenwerking is een vereiste en bijdrage van derden

4.4. Praktische voorwaarden

5. Verplichtingen

6. Beoordeling en prioriteitstelling

6.1. Beoordelingsprocedure

6.2. Relevantiecriteria

6.3. Kwaliteitscriteria

6.4. Prioriteitstelling

5. Indienen van uw projectidee en uitgewerkte subsidieaanvraag

5.1. Indiening via Mijn ZonMw

5.2. Tips

5.3. Verklaring akkoord indienen bij een uitgewerkte subsidieaanvraag

5.4. Inhoudelijke vragen

5.5. Technische vragen

5.6. Downloads en links

6. Bijlagen

Bijlage 1 – Kennisprogramma Langdurige zorg en ondersteuning (LZO II)

Bijlage 2 – Praktijkgericht onderzoek

Bijlage 3 – Context

Bijlage 4 – Kwalificatie als onderzoeksorganisatie

Bijlage 5 – Staatssteun – de-minimisverordening

Bijlage 6 – Staatssteun – AGVV

1. Samenvatting

Wie

Het onderzoek wordt uitgevoerd in nauwe samenwerking tussen praktijk en onderzoek. De samenstelling van de projectgroep sluit aan bij het praktijkvraagstuk en de doelgroep waarop het onderzoek zich richt. Wlz-cliënten werken vanaf de start in co-creatie mee aan het onderzoek. Ze denken mee over de ontwikkeling en uitvoering. Afhankelijk van het praktijkvraagstuk worden daarnaast andere relevante stakeholders betrokken, zoals naasten, informele en formele zorgverleners of andere belanghebbenden. Betrokkenheid van onderwijsinstellingen wordt daarbij gestimuleerd.

Waarvoor

Het doel van deze subsidieoproep is vernieuwing binnen de Wet langdurige zorg (Wlz) te stimuleren, zodat de kwaliteit van leven van mensen die zorg ontvangen vanuit de Wlz verbetert en de zorg ook in de toekomst goed aansluit bij hun behoeften. Het onderzoek vertrekt vanuit een vraag, kans of uitdaging uit de praktijk en dient nieuwe oplossingen op te leveren. De projecten besteden vanaf de start aandacht aan het delen en toepasbaar maken van de ontwikkelde kennis en resultaten.

Wat

In deze subsidieronde is de totale omvang maximaal € 295.000,– per project voor een looptijd van maximaal 3 jaar. Het totale beschikbare subsidiebudget in deze subsidieronde bedraagt € 3.540.000,–. Partijen dienen een eigen bijdrage (cofinanciering) te leveren aan het totale budget. In deze fase van de subsidieronde kan een globaal projectidee worden ingediend. Op basis van het projectidee krijgen aanvragers een positief of negatief advies over de verdere uitwerking van hun projectidee tot een subsidieaanvraag.

Wanneer

Openstelling oproep

Donderdag 29 oktober 2026

Deadline indienen kwalificatie onderzoeksorganisatie (zie Bijlage 4)

Donderdag 12 november 2026 14.00 uur

Matchmaking en workshop 1: praktijkgericht onderzoek en co-creatie. Meld u aan via deze link.

Dinsdag 1 december 2026

Deadline indienen projectidee

Dinsdag 12 januari 2027, 14.00 uur

Herstelmogelijkheid projectidee na ontvangstcheck

Binnen 48 uur na ontvangst bericht van ZonMw

Ontvangst positief of negatief advies

Dinsdag 30 maart 2027

Workshop 2: CRJO en sparsessie (Zie Bijlage 2)

Dinsdag 13 april 2027

Deadline indienen uitgewerkte subsidieaanvraag

Dinsdag 1 juni 2027, 14.00 uur

Herstelmogelijkheid uitgewerkte subsidieaanvraag na ontvangstcheck

Binnen 48 uur na ontvangst bericht van ZonMw

Ontvangst commentaar referenten (hoor)

Dinsdag 6 juli 2027

Deadline indienen wederhoor

Woensdag 21 juli 2027

Ontvangst besluit

Eind oktober 2027

Uiterlijke startdatum

Max. 6 maanden na honorering

De planning is onder voorbehoud. Bij een groot aantal ingediende subsidieaanvragen kan ZonMw afwijken van deze planning.

Op 1 december 2026 wordt in Utrecht een live informatiebijeenkomst met matchmakingmogelijkheid georganiseerd, gecombineerd met de eerste workshop over de CRJO-methodiek. Wilt u deelnemen aan deze bijeenkomst op 1 december? Meld u dan nu aan via het aanmeldformulier matchmaking en workshop CRJO. Kunt u niet aanwezig zijn? Na openstelling van de subsidieoproep wordt een opname van het algemene informatiegedeelte beschikbaar gesteld via deze website. Deelname aan de bijeenkomst en workshop is niet verplicht, maar wordt wel sterk aangeraden.

2. Doel subsidieoproep

Het doel van deze subsidieoproep is vernieuwing binnen de Wet langdurige zorg (Wlz) te stimuleren, zodat de kwaliteit van die zorg van mensen die zorg ontvangen vanuit de Wlz verbetert en de zorg ook in de toekomst goed aansluit bij hun behoeften. Dit willen we bereiken met praktijkgericht onderzoek. Dit onderzoek vertrekt vanuit een concrete vraag, kans of uitdaging uit de praktijk en dient nieuwe oplossingen op te leveren. Met nieuwe oplossingen bedoelen we iets wat nog niet eerder is toegepast binnen een bepaalde zorgsector en setting. Dat hoeft niet groot, technologisch of systeem veranderend te zijn. Ook verbeteringen in bestaande werkwijzen, samenwerking, organisatie van zorg en ondersteuning of de dagelijkse praktijk kunnen vernieuwend zijn.

Deze oproep betreft de projectideefase van de subsidieronde.

3. Hoeveel subsidie kunt u aanvragen en waarvoor?

Dit hoofdstuk beschrijft het beschikbare subsidiebudget, het maximale subsidiebedrag per project en de financiële voorwaarden die gelden voor deze subsidie. Daarnaast bevat het hoofdstuk informatie over cofinanciering, accountantskosten en Open Access.

Het totale beschikbare subsidiebudget in deze subsidieronde bedraagt € 3.540.000,–

  • • Per project kan maximaal € 295.000,– subsidie worden aangevraagd. De maximale looptijd bedraagt 36 maanden. De totale projectkosten kunnen, afhankelijk van de toepasselijke steunintensiteit en financieringsvorm, hoger zijn dan het maximale subsidiebedrag.

  • • De subsidie is niet bedoeld voor het betalen van zorg, individuele ondersteuning of voorzieningen die bedoeld zijn om zorg of ondersteuning te bieden. Het maakt daarbij niet uit of deze zorg, ondersteuning of voorzieningen worden vergoed vanuit de Wmo, Zvw, Wlz, Jeugdwet, een aanvullende verzekering of op een andere manier.

  • • Onvoorziene kosten komen niet in voor subsidiering in aanmerking en kunnen daarom niet worden opgenomen in de begroting.

  • • Partijen dienen een eigen bijdrage (cofinanciering) te leveren aan het totale budget, zie 4.1.2. Staatssteun.

  • • Accountantskosten tot een maximum van € 5.000,– mogen bij projecten van € 125.000,– of meer opgenomen worden in de begroting. Na afronding van een project van € 125.000,– of meer moet naast de financiële eindverantwoording ook een controleverklaring van een accountant aangeleverd worden. Universiteiten en universitair medische centra mogen accountantskosten niet opnemen in de begroting. Met deze instellingen zijn aparte afspraken gemaakt over de vereiste accountantsverklaring. Neem hiervoor contact op met uw financiële afdeling.

  • • Indien u volgens de volledig gouden Open Access route publiceert, mag u kosten voor Open Access publicaties opnemen in de projectbegroting. Dit kan tot een maximumbedrag van € 5.000,–. In de begroting neemt u ‘Open Access’ als aparte budgetregel op. Zie voor meer informatie over Open Access hoofdstuk 6 en de ZonMw-webpagina Open Access. Het opnemen van kosten voor Open Access publiceren is niet toegestaan voor subsidie uitgezet onder de AGVV.

4. Voorwaarden

In dit hoofdstuk leest u aan welke voorwaarden uw aanvraag moet voldoen beschreven. In paragraaf 4.1 staat beschreven wie subsidie kan aanvragen. Paragraaf 4.2 beschrijft hoe u onrechtmatige staatssteun kunt voorkomen. In paragraaf 4.3 leest u welke voorwaarden gelden voor samenwerking. Tot slot vindt u in paragraaf 4.4 een overzicht van alle aanvraagvoorwaarden en de bijlagen die u bij uw subsidieaanvraag moet indienen.

Bij het aanvragen van subsidie bij ZonMw zijn er rechten, voorwaarden en verplichtingen om rekening mee te houden. Deze volgen uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Titel 4.2 van de Awb bevat specifieke bepalingen die van toepassing zijn op subsidies van ZonMw. Daarnaast zijn de Algemene subsidiebepalingen ZonMw van toepassing.

4.1. Wie kunnen er aanspraak maken op subsidie?

De volgende partij(en) kunnen/kan aanspraak maken op (een gedeelte van de) subsidie:

  • 1. Nederlandse onderzoeksorganisaties in de zin van het EU staatssteunrecht1.

  • 2. Kennisinstellingen

  • 3. Onderwijsinstellingen (hbo en mbo)

  • 4. (Een) praktijkorganisatie(s), aanbieders van Wlz-zorg en ondersteuning2

  • 5. Overige ondernemingen

Of de partij geheel of gedeeltelijk subsidie kunt ontvangen, hangt af van het type aanvrager. Dit wordt bepaald door de staatssteunregels. Hieronder lichten we dit verder toe.

4.2. Onrechtmatige staatssteun voorkomen

ZonMw verstrekt geen subsidie als dit leidt of kan leiden tot het verlenen van onrechtmatige staatssteun3. Door het inzetten van een staatssteuninstrument kan onrechtmatige staatssteun worden voorkomen. De activiteiten binnen deze subsidieronde vallen in de categorie onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten, vallend onder de noemer industrieel onderzoek. Voor industrieel onderzoek zijn er voor verschillende type aanvragers verschillende aandachtspunten met betrekking tot staatssteun:

Uw organisatie is een onderzoeksorganisatie.

Wanneer onderzoeksactiviteiten worden uitgevoerd door een onderzoeksorganisatie hebben de onderzoeksactiviteiten geen economisch karakter (zie nummer 19 onder a van de Kaderregeling O&O&I-kader). Dit betekent dat er geen sprake is van staatssteun. Deze activiteiten kunnen voor 100% worden gefinancierd binnen de kaders van deze subsidieoproep. Wanneer sprake is van economische activiteiten, zoals de verhuur van een laboratorium door onderzoeksorganisaties, kan wel sprake zijn van staatssteun.

Let op: Om in aanmerking te komen voor subsidie als ‘onderzoeksorganisatie’ onder het Europese O&O&I-kader, moet de juridische status van de organisatie vooraf worden vastgesteld om te voorkomen dat er onrechtmatige staatssteun wordt verleend. Meer informatie hierover is te vinden in Bijlage 4 Kwalificatie als onderzoeksorganisatie.

Uw organisatie is een hbo-instelling die onderzoek uitvoert vanuit haar wettelijke taak.

Indien een hbo-instelling subsidie aanvraagt voor onderzoek dat betrekking heeft op de uitvoering van hun wettelijke taak als bedoeld in artikel 1.3 WHW, is er geen sprake van staatssteun. Deze activiteiten worden door de Europese Commissie aangemerkt als niet-economische publieke taken.

Indien een hbo-instelling binnen het project ook economische activiteiten verricht, kunnen de staatssteunregels daarop van toepassing zijn. Deze activiteiten moeten duidelijk worden onderscheiden van de niet-economische activiteiten. Subsidie die zonder toepassing van een staatssteunmaatregel wordt verstrekt voor niet-economische activiteiten, mag onder geen beding worden ingezet voor andere of aanvullende economische activiteiten.

Uw organisatie is geen onderzoeksorganisatie of een hbo-instelling die onderzoek uitvoert vanuit haar wettelijke taak.

Voor aanvragers in deze categorie geldt dat zij als onderneming4 worden beschouwd in de zin van het Europese Staatssteunrecht. In dit geval is er sprake van staatssteun. Om deze steun rechtmatig te kunnen verlenen, maakt ZonMw binnen deze subsidieronde gebruik van de staatssteuninstrumenten de de-minimisverordening en de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (hierna te noemen ‘AGVV’) en.

Subsidie aan ondernemingen wordt in beginsel verleend op grond van de de-minimisverordening. Als dit niet mogelijk is, bijvoorbeeld omdat onvoldoende de-minimisruimte beschikbaar is, kan subsidie worden verleend op grond van de AGVV. In dat geval gelden de voorwaarden van de AGVV.

De-minimisverordening

Wanneer ondernemingen binnen deze subsidieronde aanspraak maken op subsidie, verstrekt ZonMw de subsidie onder de de-minimisverordening5. Dat betekent dat er specifieke financieringsvoorwaarden en regels voor de begroting zijn. Daarnaast bent u verplicht om over bepaalde gegevens te verklaren. In Bijlage 5 – Staatssteun – de-minimisverordening vindt u meer informatie over de de-minimisverordening, evenals de vereisten van de de-minimisverordening waaraan moet worden voldaan.

Hierbij is het belangrijk om zorgvuldig na te gaan of in uw geval de de-minimisplafond niet wordt overschreden. Handelen in strijd met de Europese staatssteunregels kan in het ergste geval betekenen dat u de subsidie moet terugbetalen, inclusief rente.

Als in het (recente) verleden subsidie is verstrekt als de-minimissteun, moet dat in de betreffende subsidiebeschikking zijn benoemd. Heeft u al eerder steun gehad voor hetzelfde project als waarvoor u nu subsidie aanvraagt? Dan moet u dat ook melden.

Het de-minimisplafond geldt voor 1 onderneming. Artikel 2 lid 2 van de de-minimisverordening geeft aan wanneer sprake is van 1 onderneming. Het kan namelijk voorkomen dat 2 (of meer) ondernemingen een bepaalde band met elkaar onderhouden en onder deze verordening als 1 onderneming worden gezien. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het hebben van de meerderheid van de stemrechten van de aandeelhouders van een andere onderneming, het recht om onder meer bestuursleden van een andere onderneming te benoemen/ontslaan en het recht een overheersende invloed op een andere onderneming uit te oefenen.

Dit is ook van belang wanneer u de subsidie aanvraagt als onderdeel van een samenwerking of consortium. Indien sprake is van een samenwerking of consortium, kan ZonMw de subsidie verlenen aan de (hoofd)aanvrager. De subsidie kan in dat geval ook staatssteun bevatten voor andere ondernemingen binnen het samenwerkingsverband. Iedere onderneming vult in zo’n geval een de-minimisverklaring in. Binnen deze subsidieronde kunt u onder de voorwaarden van de De-minimisverordening maximaal aanspraak maken op € 300.000,–.

Uw aanvraag voor subsidie wordt afgewezen als:

  • (a) Door toekenning van de gevraagde subsidie het de-minimisplafond voor uw onderneming zou worden overschreden; of

  • (b) Uw aanvraag anderszins niet voldoet aan de voorwaarden van de de-minimisverordening.

Tot slot geldt per 1 januari 2026 geldt een registratieplicht van alle de-minmissteun in een centraal register. ZonMw registreert deze steun conform de Europese verplichtingen. Meer informatie over staatssteun vindt u op de ZonMw-webpagina Vrijstellingverordeningen staatssteun.

Algemene groepsvrijstellingsverordening

In deze subsidieronde wordt gebruikgemaakt van de algemene groepsvrijstellingsverordening, waardoor er bij subsidieverlening op basis van deze subsidieoproep sprake is van een geoorloofde vorm van staatssteun. Dat betekent dat er financieringsvoorwaarden en regels voor de begroting zijn.

Over het algemeen mag ZonMw 50% van de subsidiabele kosten voor dit type onderzoek subsidiëren. Onder voorwaarden kan dit echter oplopen tot 80% (Tabel 1). Vanwege specifieke begrotingsregels gebruikt u het AGVV-begrotingsformat. Daarnaast bent u verplicht om over bepaalde gegevens te verklaren. In Bijlage 6 – Staatssteun – AGVV vindt u meer informatie over de AGVV, evenals de vereisten van de AGVV waaraan moet worden voldaan.

Als er sprake is van samenwerking, waarbij meerdere ondernemingen begunstigde van staatssteun kunnen zijn, dan moeten alle op subsidie aanspraak makende ondernemingen voldoen aan de voorwaarden van de AGVV. Dit betekent dat alle voorwaarden en verplichtingen die voortvloeien uit de AGVV eveneens in volle omvang van toepassing zijn op alle op subsidie aanspraak makende ondernemingen in het samenwerkingsverband. ZonMw stelt de Europese Commissie middels een kennisgeving zoals bedoeld in artikel 11 van de AGVV op de hoogte van deze subsidieoproep.

Tabel 1. Steunintensiteit per type onderneming
 

Kleine onderneming

Middelgrote onderneming

Kleine onderneming

Basis %

50%

50%

50%

KMO-opslag

0%

10%

20%

Opslag ruime verspreiding projectresultaten

15%

15%

10%

Maximale steunintensiteit

65%

75%

80%

Cofinanciering

35%

25%

20%

Om te bepalen of uw organisatie als kleine, middelgrote of grote onderneming6 wordt aangemerkt, vult u de EU SME Self Assessment Wizard in. Meer informatie hierover vindt u in de toelichting bij het AGVV-begrotingsformat.

4.3. Samenwerking is een vereiste en bijdrage van derden

ZonMw stimuleert samenwerking tussen en deelname van partijen. Daarbij geldt dat geen subsidie wordt verstrekt als afspraken leiden of kunnen leiden tot het verlenen van onrechtmatige staatssteun of als daardoor niet aan de Algemene subsidiebepalingen ZonMw of voorwaarden van de subsidieoproep kan worden voldaan.

Samenwerking is een vereiste. De samenwerking bestaat minstens uit:

  • ○ Een praktijkorganisatie (een aanbieder van Wlz-zorg en ondersteuning)

  • ○ Een organisatie die het onderzoek uitvoert (een kennisinstelling, mbo-instelling, hbo-instelling of universiteit)

Het is verplicht dat beide partijen vertegenwoordigd de projectgroep. Ook betrokkenheid van ervaringsdeskundigen en/of (vertegenwoordigers van) cliënten en naasten bij het project is verplicht.

In deze projectideefase moet duidelijk naar voren te komen:

  • • Met welke partijen samengewerkt wordt. Geef op hoofdlijnen aan welke partijen relevant zijn voor het project en welke rol zij naar verwachting gaan vervullen.

In de latere fase van de uitgewerkte subsidieaanvraag moet duidelijk naar voren komen:

  • • Met welke partijen samengewerkt wordt. Beschrijf per partij op welke manier deze actief bijdraagt aan het project. Dit zijn alle partijen die op de begroting voorkomen als een partij die aanspraak wenst te maken op een deel van de subsidie. Ook partijen die voor eigen rekening en risico actief bijdragen, maken onderdeel uit van de samenwerking.

  • • Met welke partij(en) een sponsorovereenkomst zal worden aangegaan en wat de in-natura of geldelijke bijdrage is.

  • • Welke partijen worden ingehuurd of indien dit nog niet bekend is, voor welke activiteiten wordt voorzien dat dit door derden zal worden uitgevoerd en de daarvoor te maken kosten (inclusief btw). Zie voor meer informatie en de voorwaarden voor inhuur/opdracht de ZonMw-webpagina Subsidies en samenwerking, bijdragen van derden.

Samenwerking en sponsoring moeten definitief geregeld zijn bij het indienen van de uitgewerkte subsidieaanvraag.

Letter of Commitment

Omdat ZonMw zeker wil weten dat samenwerkende partijen/sponsors van een project zich juridisch hebben verplicht tot de toegezegde bijdrage, is een Letter of Commitment per samenwerkende partij/sponsor bij het indienen van de uitgewerkte subsidieaanvraag verplicht. Gebruik hiervoor het voorbeeld op de ZonMw-webpagina Subsidies en samenwerking, bijdragen van derden.

Samenwerkings- en sponsorovereenkomst

Op de ZonMw-webpagina Subsidies en samenwerking, bijdragen van derden vindt u meer informatie over de verschillende vormen van samenwerken en bijdragen (sponsoring/opdracht), Er staan daar ook voorbeeldovereenkomsten die u kunt gebruiken als hulpmiddel bij het opstellen van de betreffende overeenkomst. Ook vindt u in de uitleg hierbij de voorwaarden waaraan de overeenkomst moet voldoen. De voorwaarden die op deze webpagina en in de uitleg staan, maken integraal onderdeel uit van deze subsidieoproep. Indien ZonMw concept samenwerkings- en/of sponsorovereenkomst(en) opvraagt, verleent zij de subsidie op voorwaarde dat de overeenkomst(en) door haar geaccepteerd wordt/worden.

4.4. Praktische voorwaarden

Deze subsidieoproep bestaat uit 2 fasen: een projectideefase en een uitgewerkte subsidie fase. Uw projectidee en ook de uiteindelijke subsidieaanvraag moet aan onderstaande voorwaarden voldoen om in behandeling te kunnen worden genomen:

Praktische voorwaarden projectidee fase

  • • U dient uiterlijk dinsdag 12 januari 2027, 14.00 uur uw projectidee in;

  • • Schrijf uw projectidee in het Nederlands.

  • • Beschrijf uw projectidee kort en bondig;

  • • Bij een projectidee kunt u géén bijlagen toevoegen.

Praktische voorwaarden uitgewerkte subsidieaanvraag

  • • U dient uiterlijk dinsdag 1 juni 2027, 14.00 uur uw uitgewerkte aanvraag in;

  • • Schrijf uw uitgewerkte subsidieaanvraag in het Nederlands.

  • • De uiterlijke startdatum van het project is 6 maanden na honorering;

  • • Voeg een begroting toe die voldoet aan de volgende voorwaarden:

    • ○ Het totale bedrag mag niet meer dan 15% afwijken dan het aangevraagde bedrag van het projectidee.

    • ○ In de begroting is minimaal 5% van uw projectbudget gereserveerd voor communicatie en implementatie.

    • ○ Samenwerkingspartners worden in de begroting opgenomen met hun bijdrage (in cash en/of in kind) ter onderbouwing van hun participatie.

    • ○ Vul het verplichte AGVV-begrotingsformat volledig in. Dit geldt zowel voor aanvragen die onder de AGVV vallen als voor aanvragen waarvoor de-minimissteun wordt aangevraagd.

      LET OP: bij dit begrotingsformat vult u per deelnemende organisatie een apart tabblad in. Bij bepaalde opties/keuzes (bijvoorbeeld over de grootte van uw onderneming) dient u een verklaring in te vullen waaruit dit blijkt. Begin daarom op tijd met het invullen van het format en opstellen van de verklaringen.

      Overige aandachtspunten:

      • ▪ Het tabblad ‘Toelichting’ bevat instructies voor het invullen van het begrotingsformat en de keuze van het type steun.

      • ▪ Start uw begroting door het tabblad ‘basisgegevens’ in te vullen. Hier selecteert u per deelnemer de juiste informatie (‘Type organisatie’, ‘Omvang organisatie’ en ‘Type steun’).

      • ▪ Vervolgens vult u voor elke aanvragende organisatie een eigen tabblad in (‘Dln 1’, ‘Dln 2’ etc.). De keuze voor het type steun hangt af van het type organisatie en de aard van de activiteiten.

        • – voor onderzoeksorganisaties kiest u ‘niet-economische activiteit’

        • – voor hbo-instellingen die activiteiten uitvoeren binnen hun wettelijke taak kiest u ‘niet-economische activiteit’

        • – voor ondernemingen kiest u uit ‘de-minimis’ of ‘AGVV art 25(2)(b) – Industrieel onderzoek (zie 4.2 Onrechtmatige staatssteun voorkomen voor toelichting)

      • ▪ Alleen de organisatie van de hoofdaanvrager dient de begroting te ondertekenen

      • ▪ U levert de begroting in als 1 PDF waarin alle door u ingevulde tabbladen zichtbaar zijn. Let daarbij op dat de inhoud goed leesbaar is.

  • • Voeg de volgende verplichte bijlage(n) toe:

    • ○ Een Letter of Commitment per project partner.

    • ○ Een overzicht van rollen en betrokkenheid. Hiermee maakt u inzichtelijk welke betrokkenen deelnemen aan het project, welke rol zij vervullen en hoe zij gedurende de verschillende fasen van het project worden betrokken.

    • ○ Staatssteun

      • ▪ indien er onder de AGVV-financiering wordt aangevraagd: Ingevulde en ondertekende AGVV-verklaring per project partner

      • ▪ Indien er onder de de-minimis financiering wordt aangevraagd: Ingevulde en ondertekende Verklaring de-minimissteun.

    • ○ Verklaring onderzoeksorganisatie (indien van toepassing (zie bijlage 4))

      • ▪ Bevestiging status onderzoeksorganisatie van UMC’s: Verklaring UMC’s

      • ▪ Bevestiging eerdere kwalificatie als onderzoeksorganisatie: Versnelde procedure

        Let op: Voor overige kennisinstellingen die als onderzoeksorganisatie een subsidie willen aanvragen geldt dat zij uiterlijk 12 november 2026 voor 14.00 uur via kwalificatieOO@zonmw.nl en met LZO@zonmw.nl in cc de vereiste stukken dienen aan te leveren.

    • ○ Maximaal 3 A4 met figuren en tabellen. Dit is optioneel.

Wanneer een bijlage niet verplicht is, wordt deze bijlage niet meegenomen bij de beoordeling van uw aanvraag. Uitzondering is een optionele bijlage waar figuren en/of tabellen aangeleverd worden. Deze bijlage is dan ook een onderdeel van de beoordeling.

5. Verplichtingen

Krijgt u subsidie toegekend? Dan moet u voldoen aan de Algemene subsidiebepalingen ZonMw.

Daarnaast zijn ook de volgende verplichtingen van toepassing:

  • • Open Access

    Alle publicaties die voortkomen uit (wetenschappelijk) onderzoek dat geheel of gedeeltelijk door ZonMw gefinancierd is, moeten Open Access beschikbaar gesteld worden (conform ZonMw Open Access beleid). ZonMw accepteert verschillende Open Access routes. Naast artikelen, moedigt ZonMw ook aan om andere type (wetenschappelijke) publicaties Open Access beschikbaar te stellen (zoals monographs, boeken, conference proceedings en grey literature), maar ook onderzoeksdata en kennisproducten van praktijkgericht onderzoek (zoals modellen, protocollen, prototypen, digitale tools, demonstraties). Voor meer informatie over het ZonMw Open Access beleid, de volledige voorwaarden en mogelijkheden, verwijzen we u naar onze website.

  • • Valorisatie

    ZonMw streeft naar brede toegankelijkheid van door haar gesubsidieerde projecten, daarom, dienen de tien principes voor Maatschappelijk Verantwoord Licentiëren (MVL) te worden toegepast bij licentiëring van resultaten. Beschrijf indien van toepassing hoe aanspraak op intellectueel eigendom is geregeld met samenwerkende partijen en eventueel derden. Geef ook aan hoe deze partijen de tien principes zullen naleven.

  • • Deelname aan bijeenkomsten

    ZonMw verplicht de projectleider deel te nemen aan bijeenkomsten (zoals kennisbijeenkomsten en (samen)werkbijeenkomsten) die binnen het programma LZO II worden georganiseerd. Overige projectleden nemen deel wanneer dit voor de inhoud of voortgang van het project relevant is. Deze bijeenkomsten zijn bedoeld om uitwisseling en samen leren te stimuleren, de samenwerking tussen onderzoeks-, praktijk en onderwijsorganisaties en ook cliënten/naasten/informele zorgverleners te versterken en de betrokkenheid van cliënten, formele en informele zorgverleners te borgen. Houd bij het opstellen van de begroting rekening met de benodigde tijdsinzet van projectgroepleden voor deelname aan deze bijeenkomsten, bijvoorbeeld gemiddeld circa 8 uur per jaar.

  • • Kennisdeling kennisplein ‘Zorg voor beter’ en andere relevante platformen

    Projecten die ZonMw financiert moeten impact hebben. Nieuwe kennis en kunde moeten gebruikt worden in praktijk, beleid, onderwijs en/of verder onderzoek. De opgeleverde kennis moet in een passende vorm verspreid wordt via relevante kennisplatformen en -kanalen, waaronder het Kennisplein Zorg voor beter, Vilans, Geron, het Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie (TvGG) en voor projecten binnen de langdurige geestelijke gezondheidszorg (LGGZ), het Trimbos-instituut. Voor projecten binnen de gehandicaptensector worden de resultaten gedeeld via het Kennisplein Gehandicaptensector. Meer informatie over het verspreiden van projectresultaten via dit online kennisplein vindt u hier: Projectresultaten verspreiden via het Kennisplein Gehandicaptensector. Meer informatie over het verspreiden van projectresultaten via het online kennisplein Zorg voor Beter vindt u hier: Projectresultaten verspreiden via online kennisplein Zorg voor Beter.

6. Beoordeling en prioriteitstelling

In dit hoofdstuk leest u hoe ZonMw uw subsidieaanvraag beoordeelt. In paragraaf 6.1 zijn de stappen van de beoordelingsprocedure op een rij gezet. In de paragrafen 6.2 en 6.3 zijn de relevantie- en kwaliteitscriteria opgesomd waarop uw aanvraag wordt beoordeeld. Tot slot leest u paragraaf 6.4 beschreven hoe ZonMw de verschillende subsidieaanvragen prioriteert.

6.1. Beoordelingsprocedure

Deze subsidieronde is opgebouwd uit 2 fases: projectideefase en subsidieaanvraagfase. Hieronder wordt per fase beschreven hoe de beoordelingsprocedure is ingericht, zodat u weet hoe en waarop uw aanvraag wordt beoordeeld. Bij de uitgewerkte aanvraagfase is er sprake van een prioritering systematiek.

Beoordelingsprocedure projectidee (januari 2027 – maart 2027)

  • 1. Projectidee indienen. U dient uw projectidee in via Mijn ZonMw. Dit doet u vóór de deadline van dinsdag 12 januari 2027, 14.00 uur.

  • 2. Reactie op volledigheid. Na het indienen van uw projectidee controleert ZonMw of uw projectidee volledig is en voldoet aan de voorwaarden zoals vermeld in hoofdstuk 3 en 4. U ontvangt binnen 1 week na de deadline bericht van ZonMw over de volledigheid. Als uw projectidee niet volledig is, krijgt u 48 uur de tijd om uw projectidee opnieuw en volledig in te dienen. Hierbij mag u nooit inhoudelijke aanpassingen doen. Het projectidee wordt alleen beoordeeld als het volledig is en aan alle voorwaarden voldoet.

  • 3. Beoordeling. Het projectidee wordt vervolgens beoordeeld door de beoordelingscommissie van LZO II aan de hand van relevantiecriteria zoals vermeld in 6.2. Daarnaast wordt de kwaliteit van het projectidee globaal beoordeeld. Projectideeën dienen minimaal als relevant te worden beoordeeld om in aanmerking te komen voor een positief advies voor uitwerking van de subsidieaanvraag.

  • 4. Advies. Op basis van de beoordeling ontvangt u een positief of negatief advies over het indienen van een uitgewerkte subsidieaanvraag.

Beoordelingsprocedure en prioritering uitgewerkte aanvragen (juni 2027 – oktober 2027)

  • 1. Subsidieaanvraag indienen. U dient uw uitgewerkte subsidieaanvraag in via Mijn ZonMw. Dit doet u vóór de deadline van dinsdag 1 juni 2027, 14.00 uur.

  • 2. Reactie op volledigheid. Na het indienen van uw subsidieaanvraag controleert ZonMw of uw subsidieaanvraag volledig is en voldoet aan de voorwaarden zoals vermeld in hoofdstuk 3 en 4. U ontvangt binnen 1 week na de deadline bericht van ZonMw over de volledigheid. Als uw uitgewerkte aanvraag niet volledig is, krijgt u 48 uur de tijd om uw uitgewerkte aanvraag opnieuw en volledig in te dienen. Hierbij mag u nooit inhoudelijke aanpassingen doen. De uitgewerkte aanvraag wordt alleen beoordeeld als het volledig is en aan alle voorwaarden voldoet.

  • 3. A. Beoordeling referenten. De subsidieaanvraag wordt beoordeeld door minimaal 2 externe referenten. Zij beoordelen de kwaliteit van uw aanvraag op basis van de kwaliteitscriteria zoals vermeld in 6.3.

  • 3. B. Beoordeling door ervaringsdeskundige referenten. Parallel wordt de subsidieaanvraag beoordeeld door ervaringsdeskundig referenten. Zij kijken daarbij vooral naar de participatie van cliënten, naasten en andere mensen met ervaringskennis in het project en de mate van relevantie voor de doelgroep.

  • 4. Gelegenheid tot wederhoor. U ontvangt de bevindingen en vragen van de referenten en ervaringsdeskundige referenten over uw subsidieaanvraag schriftelijk (hoor). U heeft de gelegenheid tot wederhoor. Dat betekent dat u een schriftelijke reactie kan geven op de beoordeling van referenten en ervaringsdeskundige referenten.

  • 5. Beoordeling commissie. De beoordelingscommissie van het programma LZO geeft een eindoordeel over uw aanvraag. Het relevantieoordeel en kwaliteitsoordeel stelt de beoordelingscommissie vast op basis van de subsidieaanvraag, het hoor en het wederhoor. Voor de prioritering van uitgewerkte aanvragen wordt gebruik gemaakt van de prioriteringsmatrix (Tabel 1).

  • 6. Besluit. Op basis van de beoordeling door de beoordelingscommissie besluit ZonMw of uw subsidieaanvraag wordt gehonoreerd of afgewezen.

Voor de procedures voor de beoordeling van subsidieaanvragen verwijzen we u naar de infographic ‘Subsidie aanvragen in 10 stappen’ en naar de procedurebrochure aanvragers.

6.2. Relevantiecriteria

De relevantiecriteria gelden voor zowel de beoordeling van het projectidee als de beoordeling van de uitgewerkte subsidieaanvraag.

6.2.1. Doelstelling van het project
  • • In de aanvraag is aannemelijk gemaakt dat het project aansluit bij het doel van de subsidieoproep: het stimuleren van vernieuwing binnen de Wlz, zodat de kwaliteit van leven voor mensen die gebruik maken van Wlz-zorg verbetert en de zorg ook in de toekomst goed aansluit bij hun behoeften.

  • • In de aanvraag is duidelijk beschreven in welke context de te onderzoeken vraag, kans of uitdaging speelt. Daarbij is informatie beschreven die van belang is om de praktijkvraag, omgeving en omstandigheden waarin het speelt te begrijpen.

  • • In de aanvraag is aannemelijk gemaakt waarom de praktijkvraag in deze context relevant is.

6.2.2. Toegevoegde waarde voor de praktijk
  • • In de aanvraag is onderbouwd welke vernieuwende bijdrage het project levert aan de langdurige zorg. Er is aannemelijk gemaakt dat het aangevraagde project als praktijkgericht onderzoek nog niet is uitgevoerd op dezelfde manier of in een vergelijkbare setting.

  • • In de aanvraag is beschreven op welke bestaande kennis, inzichten en ontwikkelingen in het werkveld (state of the art) het project voortbouwt.

  • • In de aanvraag is aannemelijk gemaakt dat het aangevraagde project concrete en praktisch toepasbare resultaten en producten oplevert.

  • • Ook is onderbouwd wat de directe of indirecte meerwaarde van deze resultaten en producten is voor de beoogde einddoelgroepen.

6.2.3. Betrokkenheid relevante stakeholders
  • • In de aanvraag wordt beschreven welke relevante stakeholders (inclusief de doelgroep) worden betrokken en waarom hun betrokkenheid relevant is.

6.3. Kwaliteitscriteria

De kwaliteitscriteria gelden voor zowel de beoordeling van het projectidee als de beoordeling van de uitgewerkte subsidieaanvraag. In de projectideefase wordt de kwaliteit van het projectidee globaal beoordeeld aan de hand van onderstaande kwaliteitscriteria.

6.3.1. Doelstelling en plan van aanpak
  • • De doelstelling(en) zijn helder beschreven en vertaald naar een concreet plan van aanpak.

  • • Het plan van aanpak beschrijft helder welke activiteiten worden ingezet passend bij de doelen.

  • • Het plan van aanpak beschrijft concreet hoe de resultaten in de praktijk toegepast kunnen worden.

  • • Het plan van aanpak heeft een helder tijdpad.

6.3.2. Rollen en taken van de projectgroep en samenwerkingspartners
  • • De projectstructuur, rollen, taken en verantwoordelijkheden binnen de projectgroep zijn helder beschreven in het plan van aanpak en het overzicht van rollen en betrokkenheid.

  • • De rollen en taken van de samenwerkingspartners zijn helder beschreven in het plan van aanpak en het overzicht van rollen en betrokkenheid.

  • • In de aanvraag is aannemelijk gemaakt dat (vertegenwoordigers van) Wlz-cliënten en andere relevante stakeholders op een passende manier worden betrokken bij komen tot een aanvraag en het praktijkonderzoek.

6.3.3 Haalbaarheid
  • • Het is aannemelijk gemaakt dat het doel van de aanvraag binnen de gestelde tijd wordt bereikt met de beschikbare expertise, menskracht, faciliteiten en middelen.

  • • Bevorderende en belemmerende factoren zijn beschreven om de haalbaarheid te onderbouwen. Ook is helder beschreven hoe er in het project rekening wordt gehouden met deze factoren.

6.3.4. Kennisdeling, benutting en borging
  • • De aanvraag bevat een realistische en onderbouwde aanpak voor het verspreiden, benutten en borgen van de opgedane kennis en (tussen)resultaten.

  • • In de aanvraag is beschreven welke doelgroepen worden bereikt, via welke activiteiten resultaten worden gedeeld en hoe deze, waar relevant, worden geïmplementeerd, opgeschaald of geborgd in praktijk, onderwijs en/of richtlijnen.

6.3.5. De begroting sluit aan bij het plan van aanpak.
  • • Er is een passende vergoeding opgenomen voor de projectgroepen en samenwerkingspartners in het project.

  • • De vergoeding voor de inzet van cliënten is passend en herkenbaar opgenomen in de begroting, bijvoorbeeld in de vorm van een vrijwilligersvergoeding.

6.4 Prioriteitstelling

Onderstaande prioriteringsmatrix wordt gebruikt voor de onderlinge weging van de relevantie voor het programma en de wetenschappelijke kwaliteit van honoreerbare subsidieaanvragen. De relevantie voor het programma weegt in deze matrix zwaarder dan de wetenschappelijke kwaliteit.

Tabel 1. Prioriteringsmatrix
 

Relevantie

Kwaliteit

Zeer relevant

Relevant

Laag relevant

Onvoldoende relevant

Zeer goed

1

4

Niet honoreerbaar

Niet honoreerbaar

Goed

2

5

Niet honoreerbaar

Niet honoreerbaar

Voldoende

3

6

Niet honoreerbaar

Niet honoreerbaar

Matig

Niet honoreerbaar

Niet honoreerbaar

Niet honoreerbaar

Niet honoreerbaar

Onvoldoende

Niet honoreerbaar

Niet honoreerbaar

Niet honoreerbaar

Niet honoreerbaar

Wanneer na toepassing van de prioriteringsmatrix het aantal honoreerbare aanvragen het beschikbare budget nog altijd overstijgt, dan zal de commissie de volgende aanvullende prioriteringscriteria hanteren:

  • • Vernieuwing

    Met het project wordt een vernieuwende bijdrage geleverd aan de kwaliteit en toekomstbestendigheid van de zorg en ondersteuning voor Wlz-cliënten, bijvoorbeeld door het ontwikkelen van nieuwe kennis, werkwijzen of toepassingen, of door bestaande kennis op een vernieuwende manier toe te passen.

  • • Verdeling over sectoren (langdurige GGZ, gehandicaptenzorg en ouderenzorg)

    We streven naar een gelijke verdeling (in aantal) van projecten over de sectoren heen en waar relevant, over verschillende cliëntgroepen. Bij een onevenwichtige verdeling kan prioriteit worden gegeven aan minder vertegenwoordigde cliëntgroepen.

  • • Onderwijs

    Om de resultaten te borgen in opleidingen en nascholing wordt het onderwijs betrokken, bijvoorbeeld door studenten actief te laten bijdragen aan het project of door inzichten en (kennis)producten te vertalen naar lesmateriaal, scholing en professionalisering.

  • • Diversiteit

    Nagegaan wordt of er in de aanvraag aandacht is voor diversiteit en differentiatie van mensen met een beperking naar kenmerken zoals de mate van de verstandelijke beperking/sociaal-emotionele leeftijd, sekse, migratie- en culturele achtergrond (voor zover die relevant zijn voor de thematiek van het project).

Meer informatie over de beoordelingscriteria vindt u in de procedurebrochure.

5. Indienen van uw projectidee en uitgewerkte subsidieaanvraag

5.1. Indiening via Mijn ZonMw

Projectideeën kunnen uitsluitend door de hoofdaanvrager ingediend worden via het online indiensysteem van ZonMw (Mijn ZonMw). Sluitingsdatum voor het indienen van het projectidee is dinsdag 12 januari 2027, 14.00 uur.

Het gehele tijdpad voor deze subsidieronde kunt u hier zien.

5.2. Tips

  • • Als u nog niet eerder met Mijn ZonMw heeft gewerkt, moet u zich eerst registreren als ‘Nieuwe gebruiker’.

  • • Zie voor meer informatie de Handleiding Mijn ZonMw.

  • • Wij raden u aan om, voordat u uw projectidee digitaal indient, een Word-versie van uw projectidee te printen (via Mijn ZonMw) en na te lopen op onregelmatigheden. Vooral als u uw projectidee eerst in Word heeft opgesteld en vervolgens naar Mijn ZonMw heeft gekopieerd, kan het voorkomen dat sommige tekens (zoals aanhalingstekens) niet goed worden omgezet. U kunt dit in Mijn ZonMw zelf corrigeren.

  • • Let op! Zorg dat de documenten die u uploadt niet beveiligd zijn. Begrotingen of andere bestanden die ondertekend zijn (bijvoorbeeld met ValidSign) hebben vaak automatisch een beveiliging. Zorg dat u deze eraf haalt vóór u het bestand uploadt, anders kan het systeem het bestand niet goed verwerken. U kunt controleren of uw PDF een beveiliging heeft door het te openen in Adobe Acrobat, op de rechtermuisknop te klikken, naar documenteigenschappen te gaan en dan naar het tabblad beveiliging te gaan. Daar kunt u zien of en hoe uw bestand beveiligd is. U kunt ook de PDF in een browser openen, indien uw bestand beveiligd is komt dit in een balkje bovenin te staan.

5.3. Verklaring akkoord indienen bij een uitgewerkte subsidieaanvraag

De ‘Verklaring akkoord indienen uitgewerkte subsidieaanvraag’ moet ondertekend worden door de bestuurlijk verantwoordelijke en hoofdaanvrager. De ondertekende verklaring kan toegevoegd worden aan de aanvraag in Mijn ZonMw of per mail gestuurd worden naar ZonMw, ter attentie van clusterondersteuning, LZO@zonmw.nl. De verklaring moet uiterlijk 1 week na indiening binnen zijn. Bij de fase van het projectidee hoeft geen verklaring te worden ingediend.

5.4. Inhoudelijke vragen

Neem voor inhoudelijke vragen contact op met het LZO II programmateam, 070 349 54 72, LZO@zonmw.nl.

5.5. Technische vragen

Neem voor technische vragen over het gebruik van het online indiensysteem van ZonMw contact op met de servicedesk: maandag t/m vrijdag van 8.00 tot 17.00 uur, 070 349 51 76, servicedesk@zonmw.nl. Vermeld in uw e-mail uw telefoonnummer, zodat wij indien nodig contact met u kunnen opnemen.

6. Bijlagen

  • • Bijlage 1 – Kennisprogramma Langdurige zorg en ondersteuning (LZOII)

  • • Bijlage 2 – Praktijkgericht onderzoek

  • • Bijlage 3 – Context

  • • Bijlage 4 – Kwalificatie als onderzoeksorganisatie

  • • Bijlage 5 – Staatssteun – AGVV

  • • Bijlage 6 – Staatssteun – de-minimisverordening

Bijlage 1 – Kennisprogramma Langdurige zorg en ondersteuning (LZO II)

Deze subsidieoproep komt voort uit het Kennisprogramma Langdurige Zorg en Ondersteuning 2023–2027 (LZO II). Het programma richt zich op het verbeteren van de kwaliteit van leven van mensen die behoefte hebben aan langdurige zorg en ondersteuning. Hiervoor is kennis nodig. Deze kennis wordt ontwikkeld en toegepast in samenwerking met partijen uit het onderzoek, onderwijs en de praktijk en sluit aan bij vraagstukken voor de lange(re) termijn en bij actuele ontwikkelingen.

Het programma LZO II kent 3 doelen:

  • 1. We ondersteunen zorgprofessionals, versterken hun vakmanschap en geven hun de middelen die zij nodig hebben. Zo kunnen zij van betekenis zijn voor mensen die langdurige professionele zorg en ondersteuning nodig hebben. Hiermee bereiden we de langdurige zorg ook voor op de toekomst. We willen goede zorg en ondersteuning blijven bieden, ook als er minder zorgprofessionals beschikbaar zijn. Daarom versterken we ook de samenwerking met naasten en het netwerk van mensen die zorg krijgen.

  • 2. We bouwen aan een stevigere kennisinfrastructuur voor de langdurige zorg. Dit doen we vanuit vragen uit de praktijk. We stimuleren onderzoek, bundelen kennis en delen deze kennis met zorgprofessionals, onderzoekers en onderwijsinstellingen. Ook zorgen we dat nieuwe kennis goed toepasbaar is in de praktijk en in het onderwijs. Daarbij hebben we ook aandacht voor de-implementatie: het planmatig stoppen met niet-zinvolle of ineffectieve zorg of werkwijzen.

  • 3. We maken zichtbaar wat de onderdelen en trajecten van het programma opleveren. We onderzoeken wat het programma betekent voor zorgprofessionals. Beschikken zij over meer kennis? En kunnen zij die kennis goed gebruiken in hun werk? Ook kijken we naar het effect op Wlz-cliënten. Draagt het programma bij aan hun kwaliteit van leven?

Aan deze doelstellingen wordt gewerkt in 3 programmalijnen: ‘Kennisontwikkeling’, ‘Kennisbenutting’ en ‘Leren en professionaliseren’. Deze subsidieoproep heeft betrekking op het eerste doel van het programma en de programmalijn ‘Kennisontwikkeling’.

Met de programmalijn ‘Kennisontwikkeling’ stelt het programma subsidie beschikbaar om kennis en producten te ontwikkelen die bijdragen aan de houdbaarheid van de langdurige zorg en aan de kwaliteit van leven van de mensen die deze zorg ontvangen. Onderzoeksorganisaties en zorgorganisaties werken in deze projecten altijd samen. Zo sluiten de nieuwe kennis en de ontwikkelde producten goed aan bij de praktijk. Ook worden de resultaten van de projecten zichtbaar en bruikbaar gemaakt zodat andere onderzoeks-, onderwijs- en zorgorganisaties de kennis en producten ook kunnen gebruiken. In de projecten wordt samengewerkt met de mensen om wie het gaat: cliënten en hun naasten. Voor een volledig overzicht en meer informatie kunt u terecht op de programmapagina van LZO: Kennisprogramma Langdurige Zorg en Ondersteuning | ZonMw.

Bijlage 2 – Praktijkgericht onderzoek

Wat verstaan we onder praktijkgericht onderzoek?

Praktijkgericht onderzoek staat centraal in deze subsidieronde. Dit type onderzoek vertrekt vanuit een concrete vraag of uitdaging uit de praktijk en is direct gericht op het verbeteren daarvan. De praktijkvraag heeft aantoonbare meerwaarde voor Wlz-cliënten, direct of indirect. Een praktijkvraag kan voortkomen uit een kans, een ervaren uitdaging of een actueel vraagstuk in de samenwerking, organisatie van zorg of dagelijkse praktijk. Het onderzoek draagt bij aan een betere kwaliteit van zorg en ondersteuning of aan een hogere kwaliteit van leven voor Wlz-cliënten. Het onderzoek richt zich niet alleen op het verzamelen van nieuwe inzichten, maar ook op het gezamenlijk benutten van bestaande en nieuwe kennis. Door deze aanpak worden knelpunten in de zorgpraktijk beter begrepen en aangepakt.

Betrokkenheid van stakeholders

Zoals hiervoor beschreven, wordt bij praktijkgericht onderzoek nauw samengewerkt met de praktijk. De betrokkenheid van stakeholders krijgt waar mogelijk vorm volgens het principe van co-creatie. Hierbij werken de verschillende betrokkenen vanuit hun eigen kennis en ervaring samen aan de totstandkoming van het onderzoek en de resultaten. Door deze perspectieven samen te brengen, sluit het onderzoek beter aan bij de praktijk en zijn de uitkomsten toepasbaar.

Cirkelen rond je onderzoek

Cirkelen Rond Je Onderzoek (CRJO) is een methodiek die onderzoekers ondersteunt bij het ontwikkelen van een subsidieaanvraag in co-creatie. De Hogeschool Utrecht heeft deze methodiek ontwikkelt binnen het ZonMw-programma Langdurige Zorg en Ondersteuning. CRJO helpt onderzoekers om samen met alle praktijkbetrokkenen te komen tot een gedragen en praktijkgerichte subsidieaanvraag. CRJO kan worden ingezet als een compleet proces, maar ook in delen worden gebruikt, passend binnen een eigen, op maat gemaakt proces. De CRJO-methodiek is erop gericht om doelen en behoeften van alle betrokkenen helder te krijgen en om gelijkwaardigheid en mede-eigenaarschap in de ontwikkeling van de subsidieaanvraag te stimuleren. Het toepassen van (elementen van) de methodiek kan behulpzaam zijn bij het ontwikkelen van de aanvraag. CRJO is echter nadrukkelijk niet de enige manier om invulling te geven aan co-creatie en participatie van stakeholders. Het is niet verplicht om deze methodiek te gebruiken.

Zie voor meer informatie de website Cirkelen Rond Je Onderzoek (Cirkelen Rond Je Onderzoek).

Workshops cirkelen rond je onderzoek

Om aanvragers van deze subsidie te ondersteunen, organiseren de ontwikkelaars van CRJO tijdens de openstelling van de subsidieoproep 2 workshops. In deze workshops lichten zij verschillende elementen van de methodiek toe. Ook is er ruimte om met de ontwikkelaars te sparren. De data van de workshops vindt u in de samenvatting. Het tweede deel van de CRJO-workshop wordt aangeboden aan aanvragers van projectideeën die een positief advies hebben ontvangen. Deelname aan deze workshops is niet verplicht, maar wordt wel sterk aangeraden.

Bijlage 3 – Context

Aanleiding en probleemschets

Mensen die 24 uur per dag zijn aangewezen op zorg of toezicht ontvangen deze vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz). De Wlz richt zich op zorgvragers in 3 sectoren: de langdurige geestelijke gezondheidszorg, de gehandicaptenzorg en de ouderenzorg. De zorg en ondersteuning die zorgprofessionals leveren, heeft grote invloed op de kwaliteit van leven van cliënten in de Wlz. Tegelijkertijd neemt de complexiteit van de zorgvraag toe, groeit de vraag naar zorg en neemt het aantal zorgverleners af.

Om in de toekomst goede zorg te kunnen blijven bieden, is een sterke kennisbasis nodig. Zorgverleners moeten gemakkelijk antwoord kunnen vinden op hun kennisvragen. Daarvoor is een goede kennisinfrastructuur in de langdurige zorg onmisbaar. In een kennisinfrastructuur worden kennisvragen uit de praktijk systematisch verzameld en vervolgens onderzocht. De onderzoeksresultaten worden in de kennisinfrastructuur vertaald naar toepasbare kennis en gedeeld, zodat kwalitatief goede zorg kan worden verleend. Om impact te maken, is het belangrijk dat de resultaten van het onderzoek toepasbaar zijn en ook in het onderwijs geborgd worden, zodat zij bijdragen aan de toekomstbestendigheid van de langdurige zorg.

Wet langdurige zorg

Deze subsidieoproep richt zich specifiek op zorg en ondersteuning binnen de Wlz. Het project kan betrekking hebben op zowel de intramurale als de extramurale setting. Voorbeelden van intramurale zorg zijn verpleeghuizen en woonzorgcentra. Voorbeelden van extramurale zorg zijn zorg thuis via een pgb, vpt of mpt, begeleiding bij zelfstandig wonen, dagbesteding, en ambulante specialistische zorg. De doelgroep bestaat uit mensen die een indicatie hebben vanuit de Wlz. Dit zijn mensen die vanwege hun aandoening, beperking of handicap een blijvende behoefte hebben aan permanent toezicht of die 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig hebben. Hun langdurige zorg- en ondersteuningsvraag komt voort uit een somatische, psychogeriatrische of psychiatrische aandoening. Ook kan het gaan om een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking. Ook vallen hieronder de specifieke doelgroepen laag volume, hoog complex, zoals NAH+, Huntington, Korsakov, D-ZEP et cetera. Daarmee richt deze subsidieoproep zich op praktijkvragen die leven in de langdurige geestelijke gezondheidszorg, gehandicaptenzorg en ouderenzorg.

Bijlage 4 – Kwalificatie als onderzoeksorganisatie

Om in aanmerking te komen voor subsidie als ‘onderzoeksorganisatie’ onder het Europese O&O&I-kader 7, moet de juridische status van de organisatie vooraf worden vastgesteld om te voorkomen dat er onrechtmatige staatssteun wordt verleend. Dit verloopt via twee routes:

Route 1: Directe instroom (universiteiten en UMC’s)

Deze organisaties doorlopen geen kwalificatietoets en kunnen direct een subsidieaanvraag indienen:

  • • Universiteiten worden ambtshalve als onderzoeksorganisatie aangemerkt in lijn met het O&O&I kader.

  • • UMC’s vinken in het aanvraagformulier aan, met expliciet mandaat van een KVK-tekenbevoegde, de specifieke activiteiten te verrichten als onderzoeksorganisatie in de zin van het O&O&I-kader.

Route 2: Kwalificatietoets (Overige organisaties)

Overige organisaties dienen in de eerste twee weken van de openstelling van de subsidieoproep de volgende stukken in:

  • • Deadline: Uiterlijk 12 november 2026 voor 14.00 CEST via kwalificatieOO@zonmw.nl en LZO@zonmw.nl in cc onder vermelding van de titel van deze subsidieoproep.

  • • Verplichte documenten:

    • 1. Ingevulde ‘Vragenlijst Kwalificatie Onderzoeksorganisatie’ (beschikbaar op de website van ZonMw);

    • 2. Uittreksel Handelsregister (KVK) – digitaal gewaarmerkt (maximaal 3 maanden oud);

    • 3. Oprichtingsakte en/of actuele statuten;

    • 4. Laatste en volledige, niet gepubliceerde jaarrekening met controleverklaring (indien wettelijk verplicht).

Het is toegestaan om andere relevante documentatie voor de kwalificatietoets toe te voegen. Tevens kan ZonMw om aanvullende informatie vragen als bovenstaande documenten niet voldoende uitsluitsel bieden om de juridische status vast te stellen.U ontvangt binnen twee weken na ontvangst van de stukken de uitkomst van de kwalificatietoets. NB. Gebruik kwalificatieOO@zonmw.nl alleen voor het insturen van de gevraagde documenten en vragen over de kwalificatietoets. Met overige vragen kunt u terecht bij LZO@zonmw.nl.

Versnelde procedure

Is uw organisatie in de afgelopen 12 maanden al door ZonMw aangemerkt als onderzoeksorganisatie (in de zin van het O&O&I kader) en zijn uw statuten en activiteiten sindsdien ongewijzigd? U kunt dan in het aanvraagformulier aanvinken dat uw organisatie al eerder is getoetst, de statuten en activiteiten ongewijzigd zijn. De datum van de beschikking met de kwalificatietoets is hiervoor leidend.

Gevolgen bij het niet kunnen vaststellen van de status

Als de documenten niet tijdig zijn aangeleverd, of als ZonMw de status van onderzoeksorganisatie niet positief kan vaststellen, kan de organisatie niet als onderzoeksorganisatie aanvragen.

Aanvragen is dan uitsluitend nog mogelijk als onderneming, onder de daarbij behorende staatssteunkaders en lagere financieringspercentages.

Wat

Wanneer

Deadline indienen kwalificatie onderzoeksorganisatie

12 november 2026 14.00 uur

Besluit uitkomst kwalificatietoets

Uiterlijk 26 november 2026

Alle relevante informatie is terug te vinden op onze webpagina: Onderzoeksorganisatie en subsidie aanvragen | ZonMw.

Bijlage 5 – Staatssteun – de-minimisverordening

Om in aanmerking te komen voor subsidie onder de de-minimisverordening moet, behalve aan de inhoudelijke criteria van de subsidieoproep, ook worden voldaan aan enkele specifieke vereisten die volgen uit de de-minimisverordening. Deze vindt u hieronder.

Op grond van de de-minimisverordening kan een onderneming van verschillende overheidsinstellingen maximaal € 300.000,– aan subsidie ontvangen over een periode van 3 jaar zonder dat dit ongeoorloofde staatssteun oplevert. Bij het indienen van de uitgewerkte subsidieaanvraag dient u een Verklaring de-minimissteun in waarin u alle de-minimissteun opgeeft die u over de twee voorgaande belastingjaren en in het lopende belastingjaar heeft ontvangen. Als in het (recente) verleden subsidie is verstrekt als de-minimissteun, zou dat in de betreffende subsidiebeschikking of andere document uitdrukkelijk moeten zijn aangegeven.

Als er sprake is van samenwerking, waarbij meerdere ondernemingen begunstigde van staatssteun kunnen zijn, dan moeten alle ondernemingen voldoen aan de voorwaarden van de de-minimisverordening. Dit betekent dat alle ondernemingen die binnen het project subsidie ontvangen een eigen de-minimisverklaring moeten aanleveren.

Het is belangrijk om zorgvuldig na te gaan of de de-minimisdrempel niet wordt overschreden. Handelen in strijd met de Europese staatssteunregels kan leiden tot terugvordering van de verleende steun, vermeerderd met wettelijke rente.

Het de-minimisplafond geldt voor één onderneming. Artikel 2 lid 2 van de de-minimisverordening (nr. 1407/2013) geeft aan wanneer sprake is van één onderneming. Het kan namelijk voorkomen dat twee (of meer) ondernemingen een bepaalde band met elkaar onderhouden en onder deze verordening als één onderneming worden gezien. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het hebben van de meerderheid van de stemrechten van de aandeelhouders van een andere onderneming, het recht om onder meer bestuursleden van een andere onderneming te benoemen/ontslaan en het recht een overheersende invloed op een andere onderneming uit te oefenen.

Uw aanvraag voor subsidie wordt afgewezen als:

  • a. één van de situaties bedoeld in artikel 1 van de de-minimisverordening zich voordoet waarbij toepassing van de de-minimisverordening is uitgesloten;

    of

  • b. door toekenning van de gevraagde subsidie het de-minimisplafond zou worden overschreden;

    of

  • c. uw aanvraag anderszins niet voldoet aan de voorwaarden van de de-minimisverordening.

Bijlage 6 – Staatssteun – AGVV

Om in aanmerking te komen voor subsidie onder de AGVV moet, behalve aan de inhoudelijke criteria van de subsidieoproep, ook worden voldaan aan enkele specifieke vereisten die volgen uit de AGVV. Deze vindt u hieronder.

  • • ZonMw verleent geen subsidie als het onvoldoende aannemelijk is dat uw aanvraag aan alle definities en voorwaarden van de AGVV voldoet, of als subsidieverstrekking naar het oordeel van ZonMw leidt tot het verlenen van ongeoorloofde staatssteun in de zin van artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.8

  • • ZonMw verleent geen subsidie als de datum van aanvang van de werkzaamheden aan het project of van aanvang van de activiteiten eerder is dan de datum van indiening van de subsidieaanvraag.9

  • • ZonMw verleent geen subsidie aan ondernemingen waartegen een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerder besluit van de Europese Commissie waarbij door Nederland toegekende steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard.10

  • • ZonMw verleent geen subsidie aan ondernemingen in moeilijkheden.11

  • • Cumulering van subsidies (of andere vormen van staatssteun) voor dezelfde – geheel of gedeeltelijk overlappende – in aanmerking komende kosten, mag er niet toe leiden dat de maximale steunintensiteit wordt overschreden. Heeft een bestuursorgaan of de Europese Commissie al subsidie verstrekt voor dezelfde kosten, of voor kosten die hiermee geheel of gedeeltelijk overlappen? Dan verstrekt ZonMw alleen subsidie voor zover het totale subsidiebedrag binnen het maximum dat op grond van AGVV is toegestaan.12

  • • Voeg bij het indienen van de subsidieaanvraag de AGVV-verklaring ZonMw ingevuld en ondertekend toe. Hiermee verklaart u dat uw organisatie voldoet aan bovenstaande AGVV-vereisten.


X Noot
1

Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie, (2014/C 198/01), artikel 15 onder ee).

X Noot
2

Definitie van een zorginstelling: artikel 5, Wet toelating zorginstellingen.

X Noot
3

Artikel 107 VWEU.

X Noot
4

Een onderneming in de zin van het EU staatssteunrecht betreft elke eenheid die een economische activiteit uitvoert, ongeacht rechtsvorm of wijze van financiering.

X Noot
5

Verordening (EU) Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun.

X Noot
6

Een kleine onderneming is een onderneming waar minder dan 50 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet of het jaarlijks balanstotaal 10 miljoen euro niet overschrijdt. Een middelgrote onderneming is een onderneming waar minder dan 250 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet 50 miljoen euro en/of het jaarlijks balanstotaal 43 miljoen euro niet overschrijdt. Een grote onderneming is een onderneming die niet voldoet aan de definitie van een kleine of middelgrote onderneming.

X Noot
7

Paragraaf 2.1. van de Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (2022/C 414/01) (hierna: Kaderregeling).

X Noot
8

Artikel 1 lid 5 AGVV

X Noot
9

Artikel 6 AGVV

X Noot
10

Artikel 1, lid 4, sub a AGVV

X Noot
11

Artikel 1, lid 4, sub c AGVV. Financiële moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, lid 18 van de AGVV

X Noot
12

Artikel 8 AGVV

Naar boven