Wijziging Regeling tegemoetkoming AOW-hiaat Defensie

23 september 2026

Nr. D2026-004477 / MINDEF20260064406

De Staatssecretaris van Defensie

Gelet op artikel 26 van het Inkomstenbesluit militairen en artikel 62 van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling tegemoetkoming AOW-hiaat Defensie wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. De begripsbepaling van ABP-ouderdomspensioen komt te luiden:

ABP-ouderdomspensioen:
  • 1. voor de belanghebbende die op of na 1 januari 2027 65 jaar wordt: het ouderdomspensioen, uitgaande van een ingangsleeftijd van 65 jaar, dat – zonder toepassing van individuele pensioenkeuzes – wordt berekend op basis van het pensioenvermogen dat op 65-jarige leeftijd bij ABP voor ouderdomspensioen is opgebouwd, waarbij voor de belanghebbende zonder partner het pensioenvermogen volledig wordt ingezet voor ouderdomspensioen;

  • 2. Voor de belanghebbende die op 1 januari 2027 een lopende tegemoetkoming AOW-hiaat ontvangt: het maandelijkse ouderdomspensioen, uitgaande van directe ingang, dat – zonder toepassing van individuele pensioenkeuzes – wordt berekend op basis van het pensioenvermogen dat ABP bij invaren op 1 januari 2027 vormt voor belanghebbende voor ouderdomspensioen;

2. In alfabetische volgorde worden de volgende begripsbepalingen ingevoegd:

gelijk aanpassingspercentage van ABP:

het uniforme percentage dat jaarlijks door ABP wordt vastgesteld om de ingegane pensioenen aan te passen;

inkooptarief levenslange pensioenuitkering van ABP:

de factor die de waarde van een levenslange ABP-ouderdomspensioenuitkering vanaf 65 jaar weergeeft en wordt vastgesteld op het moment dat de belanghebbende de leeftijd van 65 jaar bereikt;

inkooptarief tijdelijke pensioenuitkering van ABP:

de factor die de waarde van een tijdelijke ABP-ouderdomspensioenuitkering van 65 jaar tot de AOW-leeftijd weergeeft en wordt vastgesteld op het moment dat de belanghebbende de leeftijd van 65 jaar bereikt;

vaste vervroegingsfactor:

de factor die voor de gewezen burgerlijk ambtenaar op basis van diens ABP-pensioengegevens en alle pensioenjaren tot 65 jaar kort voor 1 januari 2027 eenmalig bij transitie wordt vastgesteld, zijnde het quotiënt waarbij de ‘teller’ de optelsom is van de aanspraken op ABP-ouderdomspensioen die ingaan bij 65 jaar, ervan uitgaande dat de pensioenrichtleeftijd 65 jaar zou zijn gebleven, en de ‘noemer’ de optelsom is van de aanspraken op ABP-ouderdomspensioen die ingaan bij 65 jaar, rekening houdend met de stijging van de pensioenrichtleeftijd op grond van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd;

3. De begripsbepaling van Voorlopige voorziening komt te vervallen.

B

Artikel 2 komt te luiden:

Artikel 2. Gerechtvaardigde aanspraak

  • 1. Onder de gerechtvaardigde aanspraak wordt verstaan het nettobedrag dat wordt berekend door het gecombineerde brutobedrag van het ABP-ouderdomspensioen en de AOW-uitkering te verminderen met de loonheffing en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet, zoals die van toepassing zouden zijn als de AOW-leeftijd nog steeds 65 jaar zou zijn.

  • 2. Het ABP-ouderdomspensioen, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks aangepast op basis van het gelijke aanpassingspercentage van ABP.

  • 3. Voor de toepassing van het eerste en tweede lid, wordt het ABP-ouderdomspensioen voor de gewezen burgerlijk ambtenaar vermenigvuldigd met de vaste vervroegingsfactor.

C

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Aan de belanghebbende wordt op diens aanvraag vanaf de leeftijd van 65 jaar tot het bereiken van diens geldende AOW-leeftijd een tegemoetkoming AOW-hiaat toegekend, op voorwaarde dat de belanghebbende machtiging verleent aan ABP om de benodigde pensioengegevens te verstrekken ten behoeve van de berekening van de uitkering op grond van deze regeling.

2. Het tweede lid, onderdeel b, komt te luiden:

  • b. Voor de gewezen burgerlijk ambtenaar: een bruto pensioencompensatie voor het vervroegd bij 65 jaar laten ingaan van het ABP-ouderdomspensioen ongeacht of de gewezen burgerlijk ambtenaar het ABP-ouderdomspensioen daadwerkelijk eerder laat ingaan. De waarde van de pensioencompensatie wordt berekend door het ABP-ouderdomspensioen te vermenigvuldigen met het verschil tussen de vaste vervroegingsfactor en 100% en vervolgens te vermenigvuldigen met het inkooptarief levenslange pensioenuitkering van ABP. De pensioencompensatie wordt in maandelijkse termijnen uitgekeerd in de periode tussen de leeftijd van 65 jaar en de voor de gewezen burgerlijk ambtenaar geldende AOW-leeftijd, door de waarde te verdelen in een in die periode gelijkblijvend bedrag, op basis van het inkooptarief tijdelijke pensioenuitkering van ABP.

3. Het derde lid komt te vervallen onder vernummering van het vierde tot het derde lid.

D

Onder vernummering van de artikelen 4 tot en met 6 tot de artikelen 5 tot en met 7, wordt na artikel 3 een nieuw artikel 4 ingevoegd, luidende:

Artikel 4. Uitkering bij overlijden

Na het overlijden van de belanghebbende, die op basis van een gehuwde status een tegemoetkoming AOW-hiaat ontving, wordt eenmalig een overlijdensuitkering uitbetaald, die gelijk is aan het bedrag van de component van de tegemoetkoming AOW-uitkering, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder a, over een periode van één maand.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst in werking met ingang van 1 januari 2027.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Defensie voor deze De Hoofddirecteur Personeel B.J. de Greeff

TOELICHTING

Algemeen

Op grond van de Regeling tegemoetkoming AOW-hiaat Defensie1 ontvangen gewezen militairen en gewezen burgerlijk ambtenaren een tegemoetkoming in de inkomensschade die zij lijden door het eindigen, bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar, van hun uitkering terwijl voor hen de AOW-uitkering nog niet ingaat. Deze tegemoetkoming AOW-hiaat wordt berekend op basis van het netto maandinkomen dat de belanghebbende zou hebben ontvangen in de situatie dat de AOW-leeftijd – en in geval van gewezen burgerambtenaren ook de pensioen- en pensioenrichtleeftijd – nog steeds 65 jaar zou zijn geweest. Dit maandinkomen wordt de gerechtvaardigde aanspraak genoemd en bestaat uit de AOW-uitkering en het APB-ouderdomspensioen, die beide op 65-jarige leeftijd zouden zijn ingegaan.

Per 1 januari 2027 gaat ABP ingevolge de Wet Toekomst Pensioenen over naar het nieuwe pensioenstelsel. Als gevolg van deze overgang moeten ook enkele wijzigingen worden doorgevoerd in de Regeling tegemoetkoming AOW-hiaat Defensie.

Ten aanzien van de eerste wijziging geldt het volgende. Bij de overgang naar de nieuwe ABP-pensioenregeling worden alle opgebouwde pensioenaanspraken omgezet in pensioenvermogens. Dit leidt ertoe dat informatie over het ABP-ouderdomspensioen dat de deelnemer bij 65 jaar kan laten ingaan niet meer direct beschikbaar is. In de regeling wordt daarom opgenomen dat dit ABP-ouderdomspensioen wordt berekend op basis van het pensioenvermogen dat belanghebbende op 65-jarige leeftijd bij het ABP voor ouderdomspensioen heeft opgebouwd, en het inkooptarief levenslange pensioenuitkering van ABP. Daarbij geldt dat in de berekening geen rekening wordt gehouden met individuele pensioenkeuzes (deeltijdpensioen, AOW-overbrugging en hoog-laag), met vermindering wegens echtscheiding (VPS), met spreiding van schokken (inkoop in het collectief) en met de solidariteitsreserve (aanvulling uitkering). Verder geldt – net als in de huidige regeling – dat voor de belanghebbende zonder partner het beschikbare pensioenvermogen voor ouderdoms- en partnerpensioen volledig wordt ingezet voor de berekening van het ABP-ouderdomspensioen.

In de nieuwe ABP-pensioenregeling worden de pensioenen van uitkeringsgerechtigden jaarlijks aangepast met een gelijk aanpassingspercentage. De facto is dit vergelijkbaar met de huidige situatie waarin de pensioenuitkering jaarlijks kan worden geïndexeerd (of gekort). Daarmee kan de uitvoeringspraktijk op dit punt worden voortgezet met de volgende werkwijze: Het pensioenbedrag dat de deelnemer op 65-jarige leeftijd had kunnen laten ingaan wordt aangepast op basis van het gelijke aanpassingspercentage van ABP. Met het aangepaste pensioenbedrag wordt de tegemoetkoming AOW-hiaat vervolgens herrekend.

Een tweede wijziging is nodig voor het volgende. Voor gewezen burgerambtenaren geldt dat het opgebouwde ABP-ouderdomspensioen dat op grond van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd is opgebouwd op basis van een hogere pensioenrichtleeftijd bij ingang op 65-jarige leeftijd zou worden verlaagd. Het vervroegingseffect dat hierdoor optreedt, wordt afgeleid van de pensioenaanspraken die zijn opgebouwd op basis van een pensioenrichtleeftijd van 65, 67 of 68 jaar.

Na de omzetting van opgebouwde pensioenaanspraken in pensioenvermogens is niet langer bekend welke pensioenaanspraken zijn opgebouwd en welke pensioenrichtleeftijd hierop van toepassing is (65, 67 of 68 jaar). Het gevolg is dat het vervroegingseffect na de omzetting niet meer kan worden vastgesteld. Daarom wordt voor de gewezen burgerambtenaar op basis van de laatst beschikbare gegevens, kort voor 1 januari 2027, het vervroegingseffect bepaald en vastgezet. Deze vaste vervroegingsfactor wordt gebruikt voor de berekening van de gerechtvaardigde aanspraak en de pensioencompensatie-component.

De uitvoering van de AOW-hiaatregeling kan vanaf 2027 niet meer binnen de pensioenadministratie van ABP worden uitgevoerd. De regeling wordt daarom in een gescheiden administratie ondergebracht. Ook in de nieuwe uitvoeringsvorm blijven pensioengegevens van belanghebbenden nodig om de AOW-hiaatregeling te kunnen uitvoeren. Teneinde over die gegevens te kunnen beschikken, wordt in de regeling opgenomen dat de belanghebbende een aanvraag voor de tegemoetkoming AOW-hiaat moet indienen. Hiermee geeft de belanghebbende tevens de machtiging om bij ABP de voor de uitvoering van de regeling benodigde pensioengegevens te kunnen opvragen.

Tot slot wordt in de regeling vanaf 2027 de toekenning van een overlijdensuitkering opgenomen. Voor de toekenning van de overlijdensuitkering voor overlijdensgevallen die vóór 2027 hebben plaatsgevonden, zal Defensie een separate uitvoeringsregeling treffen (zie toelichting hieronder).

Artikelsgewijze toelichting

Artikel I onderdeel A

ABP-ouderdomspensioen

Het ABP-ouderdomspensioen op een ingangsleeftijd van 65 jaar kan worden berekend door het pensioenvermogen voor ouderdomspensioen op 65 jaar te delen door het inkooptarief levenslange pensioenuitkering van ABP op dat moment. Daarbij wordt geen rekening gehouden met individuele pensioenkeuzes.

In de huidige regeling geldt voor de belanghebbende zonder partner dat het ABP-partnerpensioen automatisch wordt omgezet naar ABP-ouderdomspensioen. Analoog hieraan zal voor de berekening van het ABP-ouderdomspensioen van de belanghebbende zonder partner in de nieuwe regeling worden uitgegaan van het pensioenvermogen voor ouderdoms- en partnerpensioen.

Voor de belanghebbende die op 1 januari 2027 een lopende tegemoetkoming AOW-hiaat ontvangt wordt het maandelijkse ouderdomspensioen berekend op basis van het pensioenvermogen dat ABP bij invaren op 1 januari 2027 voor deze belanghebbende vormt ten behoeve van ouderdomspensioen. Het ABP-ouderdomspensioen op 1 januari 2027 wordt in deze situatie berekend door het pensioenvermogen voor ouderdomspensioen te delen door het inkooptarief levenslange pensioenuitkering van ABP dat behoort bij de leeftijd van de belanghebbende op 1 januari 2027.

inkooptarief levenslange pensioenuitkering van ABP:

de factor die de waarde van een levenslange ABP-ouderdomspensioenuitkering vanaf 65 jaar weergeeft en wordt vastgesteld op het moment dat de belanghebbende de leeftijd van 65 jaar bereikt;

inkooptarief tijdelijke pensioenuitkering ABP:

de factor die de waarde van een tijdelijke ABP-ouderdomspensioenuitkering van 65 jaar tot de AOW-leeftijd weergeeft en wordt vastgesteld op het moment dat de belanghebbende de leeftijd van 65 jaar bereikt;

Artikel I, onderdeel B

Onder de gerechtvaardigde aanspraak wordt verstaan het nettobedrag dat wordt berekend door het gecombineerde brutobedrag van het ABP-ouderdomspensioen en de AOW-uitkering te verminderen met de loonheffing en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet, zoals die van toepassing zouden zijn als de AOW-leeftijd nog steeds 65 jaar zou zijn.

Het ABP-ouderdomspensioen op een ingangsleeftijd van 65 jaar, dat op bovenstaande wijze is afgeleid, wordt jaarlijks aangepast op basis van het gelijke aanpassingspercentage van ABP (zie algemene toelichting).

Voor de berekening van de gerechtvaardigde aanspraak voor gewezen burgerambtenaren wordt het ABP-ouderdomspensioen verhoogd met een vaste vervroegingsfactor (zie algemene toelichting).

Artikel I, onderdeel C

Teneinde te kunnen beschikken over de voor de uitvoering van de AOW-hiaatregeling benodigde pensioengegevens bij ABP, wordt in de regeling opgenomen dat de belanghebbende een aanvraag voor de tegemoetkoming AOW-hiaat moet indienen, waarmee de belanghebbende ook machtiging verleent aan ABP om de benodigde pensioengegevens te kunnen verstrekken.

De tweede component van de tegemoetkoming AOW-hiaat betreft een pensioencompensatie voor de gewezen burgerlijk ambtenaar. Deze gewezen ambtenaren ontvangen een financiële compensatie voor het mogelijk vervroegd bij 65 jaar laten ingaan van hun ABP-ouderdomspensioen. Deze financiële compensatie wordt toegekend ongeacht of de gewezen burgerlijk ambtenaar het pensioen daadwerkelijk eerder laat ingaan. Voor gewezen militairen is het vervroegd laten ingaan van het ouderdomspensioen niet aan de orde, omdat voor de militairen die aanspraak maken op de tegemoetkoming AOW-hiaat de pensioenleeftijd nog steeds 65 jaar is en het pensioen dus op die leeftijd tot uitkering komt.

De pensioencompensatie voor gewezen burgerlijk ambtenaren wordt als volgt berekend. Zoals opgenomen in de algemene toelichting is niet langer bekend welke pensioenaanspraken zijn opgebouwd, en welke pensioenrichtleeftijd daarbij van toepassing is. Voor de berekening van de pensioencompensatie wordt derhalve gebruik gemaakt van de vaste vervroegingsfactor, die voor iedere belanghebbende kort voor 2027 is vastgesteld. Op basis hiervan wordt berekend hoeveel het ABP-ouderdomspensioen wordt verlaagd, als dit op 65 jaar zou ingaan. De waarde van deze verlaging is de pensioencompensatie die in maandelijks gelijkblijvende bedragen wordt uitgekeerd in de periode tussen de leeftijd van 65 jaar en de voor de gewezen burgerlijk ambtenaar geldende AOW-leeftijd. De omrekening in een gelijkblijvend bedrag geschiedt op basis van het inkooptarief tijdelijke pensioenuitkering ABP.

De situatie dat reeds eerdere betalingen, bijvoorbeeld op grond van de Voorlopige voorziening, in mindering worden gebracht op de tegemoetkoming AOW-hiaat kan zich nu niet meer voordoen. Daarom vervalt deze bepaling alsmede de begripsbepaling van Voorlopige voorziening.

Artikel I, onderdeel D

Bij het overlijden van de belanghebbende in de AOW-hiaat periode eindigt de tegemoetkoming AOW-hiaat. In het geval de overledene op basis van een gehuwde status een tegemoetkoming AOW-hiaat ontving, wordt eenmalig een overlijdensuitkering toegekend. De uitkering is gelijk aan de tegemoetkoming AOW-uitkering over één maand. Hiermee is de situatie vergelijkbaar met de extra maand AOW-uitkering die de Sociale Verzekeringsbank bij overlijden uitkeert. Voor de praktische uitvoerbaarheid van deze maatregel is ervoor gekozen om de overlijdensuitkering over te maken op het rekeningnummer van de overledene.

In de (geautomatiseerde) uitvoering van de regeling kan de overlijdensuitkering vanaf 2027 voor nieuwe overlijdensgevallen wordt toegekend. Zoals in de werkgroep Postactieven toegezegd, zal Defensie voor overlijdensgevallen vóór 2027 en terugwerkend tot en met 1 januari 2013 een separate uitvoeringsmaatregel treffen zodanig dat ook voor die gevallen zoveel mogelijk de overlijdensuitkering kan worden toegekend aan de partner.

De Staatssecretaris van Defensie voor deze De Hoofddirecteur Personeel B.J. de Greeff

Naar boven