Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| ZonMw | Staatscourant 2026, 33893 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| ZonMw | Staatscourant 2026, 33893 | overige overheidsinformatie |
Datum geplaatst: 5 oktober 2026
Deadline: 10 december 2026, 14.00 uur
Plaats: Den Haag
1. Samenvatting
2. Doel subsidieoproep
2.1. Aanleiding en probleemschets
2.1.1. Ervaringen van cliënten, naasten en professionals
2.1.2. Kennisbehoefte
2.2. Doel
2.2.1. Scope
2.2.2. Klankbordgroep
3. Voorwaarden en verplichtingen
3.1. Voorwaarden
3.1.1. Wie kunnen er aanspraak maken op subsidie?
3.1.2. Welk bedrag kunt u aanvragen?
3.1.3. Staatssteun voorkomen
3.1.4. Samenwerking en bijdrage van derden
3.1.5. Voorwaarden
3.1.6. Overzicht bijlagen subsidieaanvraag
3.2. Verplichtingen
4. Beoordeling en prioriteitstelling
4.1. Beoordelingsprocedure
4.2. Relevantiecriteria
4.3. Kwaliteitscriteria
4.4. Prioriteitstelling
5. Indienen
5.1. Indiening via Mijn ZonMw
5.2. Tips
5.3. Verklaring akkoord indienen uitgewerkte subsidieaanvraag
5.4. Inhoudelijke vragen
5.5. Technische vragen
5.6. Downloads en links
6. Bijlagen
Bijlage 1 – Kwalificatie als onderzoeksorganisatie
Bijlage 2 – De-minimisverordening en algemene groepsvrijstellingsverordening
De-minimisverordening
Algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV)
Waarvoor?
Binnen de kortdurende herstelgerichte zorg is niet altijd duidelijk welke zorg voor welke cliënt, op welk moment en onder welke omstandigheden het meest passend is. Tegelijkertijd hebben cliënten, naasten en professionals behoefte aan beter onderbouwde keuzes over de inrichting en inzet van zorg.
Het doel van deze subsidieoproep is kennis ontwikkelen over de effectiviteit van bestaande zorg- en organisatietrajecten1 binnen de kortdurende herstelgerichte zorg. Centraal staat de vraag welke bijdrage een traject levert aan uitkomsten die voor cliënten belangrijk zijn, zoals kwaliteit van leven, participatie, zelfredzaamheid en functioneren. Ook is er aandacht voor de vraag welke uitkomstmaten het meest geschikt zijn om de effectiviteit van kortdurende herstelgerichte zorg te meten.
De subsidieoproep richt zich op trajecten binnen de geriatrische revalidatiezorg (GRZ), het eerstelijnsverblijf (ELV), de geneeskundige zorg voor specifieke patiëntgroepen (GZSP) en andere aansluitende vormen van zorg in de ouderenzorg en gehandicaptenzorg. Het onderzochte zorg- of organisatietraject moet zich richten op kortdurende herstelgerichte zorg die geboden wordt vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw). Ook Wet langdurige zorg (Wlz)-cliënten mogen onderdeel zijn van het onderzoek, mits het gaat om kortdurende herstelgerichte zorgtrajecten (zoals VV9b). Reguliere langdurige zorg vanuit de Wlz valt buiten de scope van deze subsidieoproep.
De opgedane kennis moet bijdragen aan passende zorg. De resultaten worden vertaald naar praktische handvatten, tools en/of aanbevelingen voor cliënten, naasten, zorgaanbieders, professionals, verzekeraars en/of beleidsmakers.
Wie?
In Nederland gevestigde publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersonen kunnen subsidie aanvragen. 1 partij is de hoofdaanvrager.
Samenwerking tussen ten minste de volgende organisaties is een vereiste:
• 1 of meerdere kennisinstellingen, zoals een universiteit, hogeschool, universitair medisch centrum of kennisinstituut.
• 1 of meerdere organisaties die ten minste kortdurende herstelgerichte zorg bieden vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw).
Naast de projectgroep wordt verplicht een klankbordgroep gevormd met ten minste: (vertegenwoordigers van) cliënten en/of naasten, relevante zorgprofessionals, 1 of meerdere zorgverzekeraars en een lid van directie / bestuurd van 1 of meerdere aanbieders van zorg en/of ondersteuning. Waar passend worden ook systeempartijen en beroeps- en/of brancheverenigingen hieraan toegevoegd.
Wat?
Per subsidieaanvraag kan maximaal € 500.000,– worden aangevraagd voor een looptijd van maximaal 36 maanden. Het totale budget voor deze ronde bedraagt 2 miljoen euro.
Let op: voor onderzoeksorganisaties is er in deze subsidieronde geen sprake van staatssteun. Onderzoeksorganisaties kunnen daarom in aanmerking komen voor een subsidie van maximaal 100% van de subsidiabele kosten. Voor ondernemingen is er wel sprake van staatssteun. Daarom wordt in deze ronde gebruikgemaakt van de de-minimisverordening en de algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV).
|
Openstelling subsidieoproep |
5 oktober 2026 |
|
Online informatiesessie2 |
8 oktober 2026, 12:00 uur via MS Teams |
|
Deadline indienen kwalificatie onderzoeksorganisatie |
19 oktober 2026, 14.00 uur |
|
Besluit kwalificatie onderzoeksorganisatie |
Uiterlijk 2 november 2026 |
|
Deadline indienen subsidieaanvraag |
10 december 2026, 14.00 uur |
|
Mogelijkheid tot aanvullen subsidieaanvraag |
Binnen 48 uur na ontvangst bericht van ZonMw |
|
Ontvangst commentaar referenten |
7 januari 2027 |
|
Deadline indienen wederhoor (reactie op commentaar referenten) |
21 januari 2027, 14.00 uur |
|
Besluit |
April 2027 |
|
Uiterlijke startdatum project |
1 juli 2027 |
In dit hoofdstuk wordt het doel van de subsidieoproep toegelicht. Paragraaf 2.1 gaat in op de aanleiding voor deze subsidieoproep, daarvoor zijn cliëntreizen opgenomen. Daarna volgt de kennisbehoefte waarop deze subsidieoproep zich richt. In paragraaf 2.2 zijn het doel en de scope beschreven. Ook vindt u hier informatie over de klankbordgroep die ingericht en betrokken moet worden.
Binnen het ZonMw-programma Beter Thuis 2 zijn geriatrische revalidatiezorg (GRZ), eerstelijnsverblijf (ELV) en geneeskundige zorg voor specifieke patiëntgroepen (GZSP) de primaire zorgvormen binnen de kortdurende herstelgerichte zorg. Daarnaast biedt deze subsidieoproep ruimte voor onderzoek naar aansluitende vormen van kortdurende herstelgerichte zorg, zie de scope en lijst met voorbeelden in 2.2.
In de kortdurende herstelgerichte zorg maken professionals dagelijks keuzes over inzet, inhoud en organisatie van de zorg en ondersteuning. Deze keuzes hebben grote invloed op het herstel, het functioneren en de kwaliteit van leven van cliënten. Tegelijkertijd is niet altijd duidelijk welke zorg voor welke cliënt, op welke plek en op welk moment het meest passend is. Voor sommige cliëntgroepen ligt hierbij de nadruk op herstel, het verbeteren van het functioneren en terugkeer naar huis. Voor andere groepen ligt de focus op het behouden van vaardigheden en/of het voorkomen van achteruitgang, vastlopen of verergering van problemen. Binnen het programma Beter Thuis 2 zijn fictieve cliëntreizen ontwikkeld. Deze laten zien welke vraagstukken cliënten, naasten en professionals in de praktijk ervaren2. Hieronder volgt een korte beschrijving van enkele situaties uit de cliëntreizen die relevant zijn voor deze subsidieoproep.
De cliëntreis van mevrouw Bosman laat zien welke vraagstukken er spelen bij de inzet van GZSP voor mensen met een verstandelijke beperking. Wanneer veranderingen in haar gedrag en dagelijks functioneren aanleiding geven voor een GZSP-traject, kijken verschillende betrokken professionals naar zowel medische als psychosociale factoren. Vanuit verschillende disciplines wordt gekeken naar mogelijke oorzaken van de veranderingen in haar functioneren en naar passende ondersteuning. Doordat veel verschillende professionals betrokken zijn en de ondersteuning plaatsvindt in diverse contexten, is het voor de naaste van mevrouw Bosman lastig om het overzicht te houden en te snappen waarom iets wel of niet werkt. Wat maakt nu echt het verschil voor mevrouw Bosman?
De cliëntreis van mevrouw Van Leeuwen laat zien dat de keuze voor intramurale revalidatie wordt gemaakt op basis van bestaande werkwijzen en routines, beperkt zicht op alternatieven en een gebrek aan kennis over wat in deze situatie het meest passend kan zijn. Na een heupfractuur is er tijdens haar ziekenhuisopname onzekerheid over de meest passende herstelroute, mede door beginnende cognitieve problemen. Er is beperkt inzicht in de effectiviteit van verschillende herstelopties voor cliënten met een vergelijkbaar profiel. Er wordt gekozen voor intramurale GRZ. Dit wordt gezien als de veiligste optie. Tegelijkertijd voelt het voor mevrouw alsof anderen over haar praten, terwijl zij probeert te volgen wat er gezegd wordt. Ook tijdens het herstel en bij de voorbereiding op ontslag blijven er vragen leven. Welke behandelintensiteit is nodig? Hoe kan de mantelzorger van mevrouw ondersteund worden? Wat zijn de mogelijkheden van verder herstel in de thuissituatie? En hoe organiseer je passende ondersteuning vanuit zorg en welzijn? Deze cliëntreis maakt zichtbaar dat cliënten, naasten en professionals behoefte hebben aan betere onderbouwing, meer samenhang in het aanbod en meer inzicht in welke zorg op welk moment het beste aansluit bij de behoeften van deze cliënt.
In de cliëntreis van meneer Ahmed wordt zichtbaar welke vraagstukken er spelen rondom herstel, verblijfsduur en terugkeer naar huis na een opname in het ELV. Het herstel van meneer Ahmed vordert voldoende om ontslag te overwegen. Het is echter niet duidelijk welke factoren bepalend zijn voor een succesvolle terugkeer naar huis en welke ondersteuning thuis nodig is om herstel, zelfredzaamheid en kwaliteit van leven te behouden. Ook is het onduidelijk wat het ontslag concreet betekent voor zijn functioneren thuis en voor de draagkracht van zijn partner. Daarnaast maakt deze cliëntreis zichtbaar dat cliënten en naasten regelmatig te maken hebben met overgangen tussen verschillende zorgvormen, organisaties, professionals en locaties. Juist tijdens deze overgangen ontbreekt vaak de aansluiting tussen betrokken zorgverleners en voorzieningen. Hierdoor moeten cliënten en naasten vaak zelf het overzicht bewaren, informatie delen en de verbinding leggen tussen betrokken professionals. Dit brengt extra belasting met zich mee en kan het herstel en functioneren beïnvloeden.
De cliëntreizen illustreren dat er kennis ontbreekt. Daardoor is het voor cliënten, naasten, professionals en organisaties lastig om samen onderbouwde keuzes te maken over de inrichting, organisatie en uitvoering van kortdurende herstelgerichte zorg. Zo is er in de praktijk vaak onzekerheid over wat ‘passende zorg’ concreet inhoudt voor de verschillende cliëntgroepen binnen de kortdurende herstelgerichte zorg. Dat geldt met name voor de complexe, heterogene cliëntgroepen, zoals kwetsbare ouderen met multimorbiditeit, mensen met een verstandelijke beperking en psychische- en/of gedragsproblematiek of ouderen met beginnende cognitieve problematiek. Zorgprofessionals en organisaties staan voor de uitdaging om passende zorg te bieden aan deze uiteenlopende cliëntgroepen.
In de praktijk is veel ervaring opgedaan met het geven van kortdurende herstelgerichte zorg. Toch is de wetenschappelijke onderbouwing van de effectiviteit ervan nog beperkt. Zo ontbreekt inzicht in verschillen tussen cliëntgroepen en in de factoren en omstandigheden die bepalend zijn voor succesvolle uitkomsten. Bovendien is nog onvoldoende duidelijk wanneer herstel, behoud van functioneren, stabilisatie of het voorkomen van achteruitgang als succesvol kan worden beschouwd. Ook is er geen duidelijkheid over welke uitkomstmaten het meest geschikt zijn om de effectiviteit van kortdurende herstelgerichte zorg te meten. Relevante uitkomsten, zoals kwaliteit van leven, participatie en zelfredzaamheid, worden nog niet altijd op een consistente en uniforme wijze gemeten. Ook de ervaringen van cliënten, naasten en professionals worden niet altijd onderzocht. Hierdoor is het moeilijk om resultaten tussen initiatieven te vergelijken, van elkaars ervaringen te leren en onderbouwde keuzes te maken over de inrichting en inzet van kortdurende herstelgerichte zorg. Daarnaast zijn de zorgvormen voortdurend in ontwikkeling en bestaat er behoefte aan meer samenhang in de inrichting en uitvoering ervan.
Het doel van deze subsidieoproep is kennis ontwikkelen over de effectiviteit van zorg- en organisatietrajecten binnen de kortdurende herstelgerichte zorg. Het onderzoek moet inzicht bieden in wat werkt, voor welke cliënten en onder welke omstandigheden. Centraal staat hierin de vraag in hoeverre het onderzochte zorg- of organisatietraject bijdraagt aan uitkomsten die voor cliënten belangrijk zijn. In de huidige praktijk ligt de focus nog vaak op indicatoren zoals ligduur en kosten. Deze indicatoren bieden slechts beperkt zicht op de uitkomsten die voor cliënten daadwerkelijk van belang zijn. Relevante cliëntuitkomsten zijn bijvoorbeeld kwaliteit van leven, welbevinden, acceptatie, participatie, zelfredzaamheid, ervaren kwaliteit van zorg, eigen regie, doelrealisatie, persoonlijke ontwikkeling en herstel of behoud van functioneren. Aanvragers worden uitgenodigd uitkomstmaten te kiezen die aansluiten bij het onderzochte zorg- of organisatietraject en de betreffende cliëntgroep(en)3.
Naast onderzoek naar cliëntuitkomsten worden aanvragers aangemoedigd om eventueel ook onderzoek te doen naar andere resultaten en factoren. Dit kunnen kenmerken van de cliëntgroep(en), aspecten van de uitvoering van het traject of organisatorische en economische factoren zijn. Denk bijvoorbeeld aan de zorgzwaarte van cliënten, de inzet van personeel, middelen en materialen, de professionele autonomie van zorgprofessionals, administratieve lasten, werkplezier en werkdruk, organisatiemodellen, bekostigingsvormen, kosteneffectiviteit of uitstel van zorg vanuit de Wlz.
Daarnaast is er aandacht voor de ervaringen van cliënten, naasten en professionals met het traject.
De opgedane kennis moet bijdragen aan passende zorg voor cliënten binnen de kortdurende herstelgerichte zorg. De resultaten moeten worden vertaald naar praktische handvatten, tools en/of aanbevelingen voor cliënten, naasten, zorgaanbieders, professionals, verzekeraars en/of beleidsmakers. Hiermee wordt beoogd de inrichting, organisatie en/of uitvoering van de kortdurende herstelgerichte zorg verder te versterken.
Onder ‘zorg- en organisatietrajecten’ vallen zowel vormen van zorgverlening als manieren om zorg te organiseren. Het gaat om trajecten die reeds in de praktijk worden toegepast of waarvan de implementatie, pilotuitvoering of praktijktoetsing aantoonbaar plaatsvindt binnen de looptijd van het project. Het kan bijvoorbeeld gaan om bestaande klinische interventies, behandel- en begeleidingsmethoden, trajecten voor het op- en afschalen van zorg en multidisciplinaire zorgprogramma's. Ter illustratie zijn hieronder voorbeelden opgenomen van zorg- en organisatietrajecten die binnen de reikwijdte van deze subsidieoproep vallen. Deze lijst is niet limitatief, ook andere zorg- en organisatietrajecten die passen binnen de doelstelling en scope van deze subsidieoproep komen in aanmerking.
• (Direct) ambulante GRZ.
• ELV laag en/of hoogcomplex.
• GZSP-trajecten voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel of chronische neurologische aandoeningen.
• GZSP-trajecten voor mensen met een verstandelijke beperking en gedragsproblematiek.
• Modulaire bekostigingsvormen als organisatorisch model ter ondersteuning van herstelgerichte zorg.
• Stepped care als model om zorg naar behoefte op en af te schalen.
• Organisatie van meer samenhang tussen de verschillende zorgvormen.
• Regionale ELV-coördinatiepunten.
• Regionale ouderenklinieken.
• Observatie- en diagnostiekbedden gericht op herstel of het voorkomen van functieverlies.
Het onderzochte zorg- of organisatietraject moet primair gericht zijn op kortdurende herstelgerichte zorg die geboden wordt vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw). Het gaat daarbij om zorg die gedurende een afgebakende periode wordt ingezet en gericht is op herstel, functionele verbetering, stabilisatie en/of het voorkomen van verdere achteruitgang. Deze subsidieoproep richt zich nadrukkelijk op zowel de ouderenzorg als de gehandicaptenzorg, maar niet op zorg tijdens een palliatief traject.
Bij de beweging naar passende zorg staan de behoeften van de cliënt centraal staan. De grenzen tussen zorgvormen moeten minder bepalend worden voor de ondersteuning die nodig. Samenwerking en samenhang tussen de verschillende zorgvormen, zoals GRZ, ELV en GZSP wordt daardoor steeds belangrijker. Daarom is er binnen deze subsidieronde ook ruimte voor onderzoek naar zorg- en organisatietrajecten die de verbinding leggen tussen verschillende zorgvormen, evenals de overgang tussen zorgvormen of wettelijke domeinen. Ook Wet langdurige zorg (Wlz)-cliënten mogen onderdeel zijn van het onderzoek, mits het gaat om kortdurende herstelgerichte zorgtrajecten (zoals VV9b). Reguliere langdurige zorg vanuit de Wlz valt buiten de scope van deze subsidieoproep.
Om de relevantie en toepasbaarheid van het onderzoek te waarborgen, is het verplicht om een klankborgroep in te richten gedurende de gehele looptijd van het project. De klankbordgroep vervult een adviserende en reflecterende rol en draagt eraan bij dat het onderzoek aansluit bij de behoeften, ervaringen en uitvoeringspraktijk van betrokken partijen.
De klankbordgroep bestaat ten minste uit:
• (Vertegenwoordigers van) cliënten en/of naasten;
• Relevante zorgprofessionals;
• 1 of meerdere zorgverzekeraars;
• Lid van directie / bestuur van 1 of meerdere aanbieders van zorg en/of ondersteuning.
De klankbordgroep denkt tijdens het hele project mee. De groep kijkt bijvoorbeeld naar de relevantie en uitvoerbaarheid van het onderzoek, de interpretatie van de resultaten en de wijze waarop opgedane kennis kan worden verspreid en benut. Zo worden verschillende perspectieven structureel meegenomen in het onderzoek. Zorgverzekeraars kunnen bijvoorbeeld een bijdrage leveren vanuit hun kennis van bekostiging, contractering en mogelijkheden voor borging en opschaling van succesvolle trajecten.
Afhankelijk van het onderwerp kunnen daarnaast relevante systeempartijen, zoals de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), en beroeps- of brancheverenigingen worden betrokken. Zij kunnen bijdragen aan de duiding en toepassing van de onderzoeksresultaten vanuit stelsel-, organisatie- en beroepsperspectief.
In dit hoofdstuk zijn de voorwaarden en verplichtingen waar uw aanvraag aan dient te voldoen beschreven. In paragraaf 3.1 is toegelicht wie aanspraak kan maken op subsidie en wat het beschikbare subsidiebudget is. Daarnaast is beschreven hoe u onrechtmatige staatssteun kunt voorkomen. Vervolgens is beschreven aan welke voorwaarden u moet voldoen wat betreft samenwerking. Aan het einde van paragraaf 3.1 is op een rij gezet aan welke voorwaarden u moet voldoen en welke bijlagen u moet indienen bij uw subsidieaanvraag. In paragraaf 3.2 zijn de verplichtingen beschreven waaraan u dient te voldoen wanneer u een subsidie krijgt toegekend.
Bij het aanvragen van subsidie bij ZonMw zijn er rechten, voorwaarden en verplichtingen om rekening mee te houden. Deze volgen uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Titel 4.2 van de Awb bevat specifieke bepalingen die van toepassing zijn op subsidies van ZonMw. Daarnaast zijn de Algemene subsidiebepalingen ZonMw van toepassing.
In Nederland gevestigde publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersonen kunnen subsidie aanvragen. 1 partij is de hoofdaanvrager.
Samenwerking tussen ten minste de volgende organisaties is een vereiste:
• 1 of meerdere kennisinstellingen, zoals een universiteit, hogeschool, universitair medisch centrum of kennisinstituut.
• 1 of meerdere organisaties die ten minste kortdurende herstelgerichte zorg bieden vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw)4.
Naast de projectgroep wordt een klankbordgroep gevormd met ten minste: (vertegenwoordigers van) cliënten en/of naasten, relevante zorgprofessionals, 1 of meerdere zorgverzekeraars en een lid van directie / bestuur van 1 of meerdere aanbieders van kortdurende herstelgerichte zorg en/of ondersteuning. Waar passend worden ook systeempartijen en beroeps- en/of brancheverenigingen betrokken.
Het totale beschikbare subsidiebudget in deze subsidieronde bedraagt 2 miljoen euro.
Per project:
• Kan er maximaal € 500.000,– worden aangevraagd, voor een looptijd van maximaal 36 maanden.
• Kunnen accountantskosten tot een maximum van € 5.000,– opgenomen worden in de begroting. Universiteiten en universitaire medische centra mogen accountantskosten niet opnemen in de begroting en realisatie. Met deze instellingen zijn aparte afspraken gemaakt over de vereiste accountantsverklaring. Neem hiervoor contact op met uw financiële afdeling.
• Kunnen kosten voor Open Access publicaties opgenomen worden in de begroting, als u volgens de volledig gouden Open Access route publiceert. Dit kan tot een maximumbedrag van € 5.000,–. In de begroting neemt u ‘Open Access’ als aparte budgetregel op. Zie voor meer informatie hoofdstuk 3.1 en de ZonMw-webpagina Open Access. Het opnemen van kosten voor Open Access publiceren is niet toegestaan voor subsidie uitgezet onder de AGVV.
Opvolgende financiering
ZonMw kan besluiten om voor toegekende projecten van deze subsidieoproep een aanvullende subsidieoproep open te stellen. Bijvoorbeeld om een impuls te geven aan de praktijktoepassing van de resultaten.
ZonMw verstrekt geen subsidie als dit leidt of kan leiden tot het verlenen van onrechtmatige staatssteun5. Door het inzetten van een staatssteuninstrument kan onrechtmatige staatssteun worden voorkomen. De activiteiten binnen deze subsidieronde vallen in de categorie onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten, onder industrieel onderzoek. Voor industrieel onderzoek zijn er voor verschillende type aanvragers verschillende aandachtspunten met betrekking tot staatssteun. Hieronder worden deze type aanvragers benoemd en de aandachtspunten toegelicht.
Onderzoeksorganisaties
Wanneer onderzoeksactiviteiten worden verricht door een onderzoeksorganisatie6 hebben de onderzoeksactiviteiten geen economisch karakter (zie nummer 19 onder a van de Kaderregeling O&O&I)7. Dit betekent dat er geen sprake is van staatssteun. Deze activiteiten kunnen voor 100% worden gefinancierd binnen de kaders van deze subsidieoproep. Let wel: als sprake is van economische activiteiten, zoals de verhuur van een laboratorium door onderzoeksorganisaties, geldt mogelijk wel dat er sprake is van staatssteun.
Let op: Om in aanmerking te komen voor subsidie als 'onderzoeksorganisatie' onder het Europese O&O&I-kader, moet de juridische status van de organisatie vooraf door ZonMw worden vastgesteld om te voorkomen dat er onrechtmatige staatssteun wordt verleend. Indien uw organisatie nog geen status als onderzoeksorganisatie heeft bij ZonMw dan dient u uiterlijk 19 oktober 2026 voor 14.00 uur de stukken aangeleverd te hebben. Meer informatie hierover vindt u in bijlage 1 – Kwalificatie als onderzoeksorganisatie.
Hbo-instellingen vanuit wettelijke taak
Indien een hbo-instelling subsidie aanvraagt voor het verrichten van industrieel onderzoek in het kader van haar wettelijke taak op grond van artikel 1.3 WHW, worden deze activiteiten aangemerkt als niet-economische onderzoeksactiviteiten. Het betreft in dat geval het verrichten van onderzoek gericht op de beroepspraktijk. Voor zover sprake is van dergelijke niet-economische activiteiten, is er geen sprake van staatssteun.
Indien een hbo-instelling binnen het project ook economische activiteiten verricht, kunnen de staatssteunregels daarop van toepassing zijn. Deze activiteiten moeten duidelijk worden onderscheiden van de niet-economische activiteiten. Subsidie die zonder toepassing van een staatssteunmaatregel wordt verstrekt voor niet-economische activiteiten, mag onder geen beding worden ingezet voor andere of aanvullende economische activiteiten.
Overige aanvragers
Wanneer de onderzoeksactiviteiten worden uitgevoerd door een onderneming8, is er sprake van staatssteun. Om deze steun rechtmatig te kunnen verlenen, maakt ZonMw binnen deze subsidieronde gebruik van de staatssteuninstrumenten de-minimisverordening en de algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV).
In beginsel wordt subsidie aan ondernemingen verleend op grond van de de-minimisverordening. Indien een onderneming niet voldoet aan de voorwaarden van de de-minimisverordening, bijvoorbeeld omdat er onvoldoende de-minimisruimte beschikbaar is, kan subsidie worden verleend op grond van de AGVV. De onderneming dient in dat geval te voldoen aan de voorwaarden die gelden voor de AGVV.
Meer informatie over de voorwaarden van de de-minimisverordening en de AGVV vindt u in bijlage 2 – De-minimisverordening en algemene groepsvrijstellingsverordening.
ZonMw stimuleert samenwerking tussen en deelname van partijen. Daarbij geldt dat geen subsidie wordt verstrekt als afspraken leiden of kunnen leiden tot het verlenen van onrechtmatige staatssteun of als daardoor niet aan de Algemene subsidiebepalingen ZonMw of voorwaarden van de subsidieoproep kan worden voldaan.
De samenwerking tussen ten minste 1 of meerdere kennisinstellingen en 1 of meerdere organisaties die ten minste kortdurende herstelgerichte zorg bieden vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw) is een vereiste. Daarnaast is er een klankbordgroep ingericht.
Uit de subsidieaanvraag en begroting moet duidelijk naar voren komen:
• Met welke partijen samengewerkt wordt. Beschrijf per partij op welke manier deze actief bijdraagt aan het project; dit zijn in elk geval partijen die op de begroting voorkomen als een partij die aanspraak wenst te maken op een deel van de subsidie. Ook partijen die voor eigen rekening en risico actief bijdragen maken onderdeel uit van de samenwerking.
• Met welke partij(en) een sponsorovereenkomst zal worden aangegaan en wat de in-natura of geldelijke bijdrage is.
• Welke partijen worden ingehuurd of indien dit nog niet bekend is, voor welke activiteiten wordt voorzien dat dit door derden zal worden uitgevoerd en de daarvoor te maken kosten (inclusief btw). Zie voor meer informatie en de voorwaarden voor inhuur/opdracht de ZonMw-webpagina Subsidies en samenwerking, bijdragen van derden.
Samenwerking en sponsoring moeten uiterlijk op 10 december 2026, bij indiening van de uitgewerkte subsidieaanvraag, definitief zijn vastgelegd.
Letter of Commitment
Omdat ZonMw zeker wil weten dat samenwerkende partijen/sponsors van een project zich juridisch hebben verplicht tot de toegezegde bijdrage, is een Letter of Commitment per samenwerkende partij/sponsor bij het indienen van de uitgewerkte subsidieaanvraag verplicht. In een Letter of Commitment verplichten de projectpartijen en/of sponsors, behalve de hoofdaanvrager, zich tot de toegezegde bijdrage aan het voorgestelde project. Gebruik hiervoor het voorbeeld op de ZonMw-webpagina Subsidies en samenwerking, bijdragen van derden.
Samenwerkings- en sponsorovereenkomst
Op de ZonMw-webpagina Subsidies en samenwerking, bijdragen van derden vindt u meer informatie over de verschillende vormen van samenwerken en bijdragen (sponsoring/opdracht) met voorbeeldovereenkomsten als hulpmiddel bij het opstellen van de betreffende overeenkomst en de voorwaarden waaraan de overeenkomst moet voldoen in de daarbij horende uitleg. De op deze webpagina en in de uitleg genoemde voorwaarden maken integraal onderdeel uit van deze subsidieoproep. Indien ZonMw concept samenwerkings- en/of sponsorovereenkomst(en) opvraagt, verleent zij de subsidie op voorwaarde dat de overeenkomst(en) door haar geaccepteerd wordt/worden.
Uw subsidieaanvraag moet aan onderstaande voorwaarden voldoen om in behandeling te kunnen worden genomen:
• Het onderzoek richt zich op een bestaand zorg- of organisatietraject binnen de kortdurende herstelgerichte zorg.
• De subsidieaanvraag is in het Nederlands geschreven.
• De subsidieaanvraag is uiterlijk donderdag 10 december 2026, 14.00 uur ingediend.
• De subsidie is aangevraagd door 1 hoofdaanvrager.
• Er is sprake van samenwerking tussen 1 of meerdere kennisinstellingen en 1 of meerdere organisaties die ten minste kortdurende herstelgerichte zorg bieden vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw)9.
• Er is een klankborgroep ingericht met ten minste (vertegenwoordigers van) cliënten en/of naasten, relevante zorgprofessionals, 1 of meerdere zorgverzekeraars en een lid van directie / bestuur van 1 of meerdere aanbieders van kortdurende herstelgerichte zorg en/of ondersteuning.
• De uiterlijke startdatum van het project is 1 juli 2027.
• Het project heeft een looptijd van maximaal 36 maanden.
• U kunt geen subsidie aanvragen voor onderzoeken die al zijn gestart. Een project mag pas starten nadat een positief subsidiebesluit is genomen en aan alle gestelde voorwaarden is voldaan.
• Bij een subsidieaanvraag moeten in ieder geval de verplichte bijlagen 1, 2 en 3 worden bijgevoegd, zoals hieronder beschreven. Let op: niet alle onderdelen van bijlage 3 zijn voor iedere projectgroep van toepassing.
• Bijlage 4 – ‘Letter of Commitment’ is alleen verplicht wanneer deze voor uw aanvraag van toepassing is.
• Het is toegestaan om 1 optionele bijlage met figuren en/of tabellen van max. 3 A4 toe te voegen.
Bijlage 1. Begroting
• De begroting moet worden opgesteld en gespecificeerd voor het hele project, niet alleen voor het deel waarvoor bij ZonMw subsidie wordt aangevraagd (dus inclusief alle cofinanciering/eigen bijdrage).
• De begroting dient ondertekend te zijn en compleet zijn ingevuld in het verplichte AGVV-format. Dit geldt zowel voor aanvragen die onder de AGVV vallen als voor aanvragen waarvoor de-minimissteun wordt aangevraagd.
• In het verplichte begrotingsformat vult u per deelnemende organisatie een apart tabblad in. Bij bepaalde opties/keuzes (bijvoorbeeld over de grootte van uw onderneming) dient u een verklaring in te vullen waaruit dit blijkt. Begin daarom op tijd met het invullen van het format.
• Specificeer in de begroting alle posten onder ‘Personeel’, ‘Materieel’, ‘Apparatuur’, ‘Communicatie- en Implementatiekosten’ en ‘Overige kosten’.
• De personele kosten in de begroting moeten gespecificeerd worden, zodat de activiteiten die gerelateerd zijn aan het aantal opgevoerde fte transparant zijn.
• Een post met onvoorziene kosten is toegestaan tot maximaal 5% van het aan te vragen subsidiebedrag.
• Houd in de begroting rekening met de tijdsinzet van (vertegenwoordigers van) cliënten en naasten. Hierbij gaat het niet alleen om deelname aan bijeenkomsten, maar ook om voorbereiding, afstemming, het doornemen van stukken en eventuele terugkoppeling.
• Verdere instructies en andere aandachtspunten:
■ Het tabblad ‘Toelichting’ bevat instructies voor het invullen van het begrotingsformat.
■ Start uw begroting door het tabblad ‘Basisgegevens’ in te vullen. Hier selecteert u per deelnemer de juiste informatie (‘Type organisatie’, ‘Omvang organisatie’ en ‘Type steun’).
■ Vervolgens vult u voor elke aanvragende organisatie een eigen tabblad in (‘Dln 1’, ‘Dln 2’ etc.). Indien van toepassing dient u per post aan te geven of het gaat om economische of niet-economische taak.
■ Alleen de organisatie van de hoofdaanvrager dient de begroting te ondertekenen.
■ U levert de begroting in als 1 PDF document, waarin alle door u ingevulde tabbladen zichtbaar zijn. Let daarbij op dat de inhoud goed leesbaar is.
Bijlage 2. Ingevulde participatiematrix
• Via deze link kunt u de verplichte bijlage participatiemix met bijbehorende handleiding en voorbeelden opvragen. Hiervoor dient u een aanvraagformulier op de website van UMC Utrecht in te vullen. Vraag deze tijdig aan.
• Deze bijlage mag max. 2 A4 zijn.
Bijlage 3. Verklaringen per projectpartner indien van toepassing (niet alle onderdelen van deze bijlage zijn voor iedere projectgroep van toepassing)
• Bevestiging status onderzoeksorganisatie van UMC’s: Verklaring UMC’s
• Bevestiging eerdere kwalificatie als onderzoeksorganisatie: Versnelde procedure
• Staatssteun (de-minimis): ingevulde en ondertekende Verklaring de-minimissteun.
• Staatssteun (AGVV): ingevulde en ondertekende AGVV-verklaring ZonMw.
• Vaststelling kleine of middelgrote onderneming: EU SME Self Assessment Wizard. Dit formulier mag maximaal 14 dagen vóór indiening van de aanvraag zijn gegenereerd.
Lever de voor uw projectgroep van toepassing zijnde verklaringen gezamenlijk aan als 1 PDF bij uw subsidieaanvraag.
Let op: Voor overige kennisinstellingen die als onderzoeksorganisatie een subsidie willen aanvragen geldt dat zij uiterlijk 19 oktober 2026 voor 14.00 uur via kwalificatieOO@zonmw.nl en met beterthuis@zonmw.nl in cc de vereiste stukken dienen aan te leveren.
Voor meer informatie zie: paragraaf 3.1.3 – Staatssteun voorkomen, bijlage 1 – Kwalificatie als onderzoeksorganisatie en bijlage 2 – De-minimisverordening en algemene groepsvrijstellingsverordening.
Bijlage 4. Letter of Commitment per projectpartner indien van toepassing
• Verplicht wanneer er sprake is van samenwerking en/of sponsorering in de vorm van cofinanciering (in kind of in cash).
• Het moet duidelijk zijn voor welke posten op de begroting de cofinanciering wordt ingezet.
• Alle cofinanciers dienen een eigen ondertekende Letter of Commitment in, behalve de hoofdaanvrager. Deze worden als 1 PDF aangeleverd.
• Zie de pagina Subsidies en samenwerking voor een model Letter of Commitment.
Alleen verplichte bijlagen worden meegenomen in de beoordeling van uw aanvraag. Uitzondering hierop is de optionele bijlage van max. 3 A4 met figuren en/of tabellen. Deze optionele bijlage wordt wel onderdeel van de beoordeling.
Als u een subsidie krijgt toegekend, zijn er verplichtingen van toepassing. U vindt deze verplichtingen in de Algemene subsidiebepalingen ZonMw.
Daarnaast zijn ook de volgende verplichtingen van toepassing:
• Open Access
Alle publicaties die voortkomen uit (wetenschappelijk) onderzoek dat geheel of gedeeltelijk door ZonMw gefinancierd is, moeten Open Access beschikbaar gesteld worden (conform ZonMw Open Access beleid). ZonMw accepteert verschillende Open Access routes. Naast artikelen, moedigt ZonMw ook aan om andere type (wetenschappelijke) publicaties Open Access beschikbaar te stellen (zoals monographs, boeken, conference proceedings en grey literature), maar ook onderzoeksdata en kennisproducten van praktijkgericht onderzoek (zoals modellen, protocollen, prototypen, digitale tools, demonstraties).
Voor meer informatie over het ZonMw Open Access beleid, de volledige voorwaarden en mogelijkheden, verwijzen we u naar onze website.
• Voorwaarden voor valorisatie
ZonMw streeft naar brede toegankelijkheid van door haar gesubsidieerde projecten, daarom, dienen de tien principes voor Maatschappelijk Verantwoord Licentiëren (MVL) te worden toegepast bij licentiëring van resultaten. Beschrijf indien van toepassing hoe aanspraak op intellectueel eigendom is geregeld met samenwerkende partijen en eventueel derden. Geef ook aan hoe deze partijen de 10 principes zullen naleven.
• Publicaties
ZonMw vereist dat de opgedane kennis uit het project breed wordt verspreid. In dat kader dient u minimaal 1 van de publicaties voortkomend uit uw onderzoek in het Nederlands te publiceren.
• Deelname aan bijeenkomsten en overkoepelend onderzoek
Binnen Beter Thuis 2 wordt ingezet op het versterken van kennisuitwisseling en het verbinden van bestaande en nieuwe initiatieven in de kortdurende herstelgerichte zorg. Daarom worden gedurende de looptijd van het programma voor projectleiders van gehonoreerde projecten bijeenkomsten en activiteiten georganiseerd die onderdeel zijn van de programmabrede kennisinfrastructuur. Deze bijeenkomsten bieden ruimte voor het delen van ervaringen, het bespreken van voortgang en resultaten, het uitwisselen van kennis en het gezamenlijk agenderen van vraagstukken en knelpunten. Zo kan het bijvoorbeeld gaan over het gezamenlijk bepalen van welke uitkomstmaten het meest relevant en bruikbaar zijn voor het meten van de effectiviteit.
Deelname aan deze bijeenkomsten en activiteiten die bijdragen aan de programmabrede kennisontwikkeling en een overkoepelende kennissynthese is verplicht. Het is toegestaan om hiervoor middelen te reserveren in de begroting. Denk hierbij aan ongeveer 2 bijeenkomsten per jaar, waarbij minimaal de projectleider aanwezig moet zijn.
In dit hoofdstuk is toegelicht hoe uw subsidieaanvraag beoordeeld wordt. In paragraaf 4.1 zijn de stappen van de procedure op een rij gezet. In de paragrafen 4.2 en 4.3 zijn de criteria opgesomd die gebruikt worden om uw aanvraag te beoordelen. Tot slot is in paragraaf 4.4 beschreven hoe de verschillende subsidieaanvragen worden geprioriteerd.
De stappen van de beoordelingsprocedure zijn als volgt:
1. Subsidieaanvraag indienen. U dient uw subsidieaanvraag in via Mijn ZonMw. Dit doet u vóór de deadline van donderdag 10 december 2026, 14.00 uur.
2. Ontvangstcheck. Na het indienen van uw subsidieaanvraag controleert ZonMw of uw subsidieaanvraag compleet is en voldoet aan de voorwaarden zoals vermeld in paragraaf 3.1 Voorwaarden. Alleen als uw aanvraag compleet en ontvankelijk is (voldoet aan alle voorwaarden) wordt deze beoordeeld.
3. Mogelijkheid tot aanvulling. Wanneer uw aanvraag niet compleet is, ontvangt u binnen 1 week na de deadline bericht van ZonMw. U krijgt dan maximaal 48 uur de tijd om uw aanvraag opnieuw en volledig in te dienen. Hierbij mag de aanvraag nooit inhoudelijk aangepast worden.
4. Beoordeling referenten. De subsidieaanvraag wordt beoordeeld door minimaal 3 externe referenten. Zij beoordelen de kwaliteit van uw aanvraag op basis van de kwaliteitscriteria zoals beschreven in paragraaf 4.3.
5. Gelegenheid tot hoor en wederhoor. De bevindingen en vragen van de referenten over uw subsidieaanvraag worden schriftelijk aan u voorgelegd (hoor), waarna u in de gelegenheid wordt gesteld hierop schriftelijk te reageren (wederhoor).
6. Beoordeling programmacommissie. De programmacommissie geeft een eindoordeel over uw subsidieaanvraag. Het oordelen over de relevantie (paragraaf 4.2) en kwaliteit (paragraaf 4.3) doet de commissie op basis van de hieronder genoemde criteria. Daarbij kijkt de programmacommissie naar uw subsidieaanvraag en het hoor en wederhoor. Vervolgens prioriteert de programmacommissie de aanvragen aan de hand van de prioriteringsmatrix (paragraaf 4.4).
7. Besluit. ZonMw neemt een besluit over het honoreren of afwijzen van uw subsidieaanvraag.
Voor aanvullende informatie over de procedures voor de beoordeling van subsidieaanvragen verwijzen we u naar de infographic ‘Subsidie aanvragen in 10 stappen’ en naar de procedurebrochure aanvragers.
Voor deze subsidieronde zijn de volgende specifieke relevantiecriteria van toepassing.
Aansluiting bij de doelstelling van de subsidieoproep
• In de subsidieaanvraag is aannemelijk gemaakt dat het project aansluit bij het doel van de subsidieoproep: kennisontwikkeling over de effectiviteit van zorg- en organisatietrajecten binnen de kortdurende herstelgerichte zorg. Het onderzoek zorgt daarmee voor inzicht in wat werkt, voor welke cliënten en onder welke omstandigheden.
• De keuze voor het te onderzoeken zorg- of organisatietraject is onderbouwd. Daarbij wordt inzichtelijk gemaakt wat reeds bekend is over de effectiviteit van het traject en waarom aanvullend onderzoek nodig is.
• De gekozen uitkomstmaten sluiten aan bij het zorg- of organisatietraject en de cliëntgroep(en).
Samenwerking projectgroep en klankbordgroep
• Het is aannemelijk gemaakt dat de invulling en rol van de projectgroep aansluit bij de doelstelling, onderzoeksvragen en beoogde resultaten van het project.
• Het is aannemelijk gemaakt dat de invulling en rol van de klankbordgroep aansluit bij de doelstelling, onderzoeksvragen en beoogde resultaten van het project.
Participatie van (vertegenwoordiging van) cliënten en/of hun naasten
• De mate van participatie van (vertegenwoordiging van) cliënten en/of hun naasten sluit aantoonbaar aan bij de doelstelling, onderzoeksvragen en beoogde resultaten van het project.
• De mate van participatie van (vertegenwoordiging van) cliënten en/of hun naasten sluit aantoonbaar aan bij hun mogelijkheden, belastbaarheid en wensen, zodat de betrokkenheid passend en realistisch is.
Impact
• In de subsidieaanvraag is aannemelijk gemaakt dat het project gaat bijdragen aan passende zorg voor cliënten.
Overige (ZonMw)-brede relevantiecriteria
Naast de specifieke relevantiecriteria zijn er ook 2 ZonMw-brede criteria van toepassing.
Diversiteit
• Beschrijf hoe er aandacht wordt besteed aan diversiteit en differentiatie van de cliëntgroep(en) naar kenmerken zoals sekse en gender, leeftijd, sociaaleconomische situatie, opleidingsniveau, migratie- en culturele achtergrond en seksuele diversiteit, waar relevant voor de thematiek van het project.
Toegang tot data
• ZonMw stimuleert optimaal gebruik van data. Beschrijf in uw uitgewerkte subsidieaanvraag hoe u gebruik maakt van bestaande databestanden en/of onderbouw de noodzaak van nieuwe dataverzameling. Geef ook aan hoe u van plan bent toekomstige data/resultaten FAIR te delen. Houd bij de planning en begroting van uw project rekening met de kansen en vereisten met betrekking tot FAIR-datamanagement. Indien u geen data verzamelt, vermeld dit dan in uw subsidieaanvraag.
Voor deze subsidieronde zijn de volgende kwaliteitscriteria van toepassing.
Doelstelling en onderzoeksvragen
• De doelstelling van het project is concreet en afgebakend geformuleerd.
• De onderzoeksvragen zijn duidelijk geformuleerd en sluiten aan bij de doelstelling van het project.
Plan van aanpak
• De gekozen methoden en analyses passen bij de onderzoeksvragen en zijn duidelijk beschreven.
• Er is duidelijk beschreven welke uitkomstmaten onderzocht worden en hoe deze worden gemeten.
• De onderzoeksopzet maakt het mogelijk om inzicht te verkrijgen in de effecten van het zorg- of organisatietraject op cliëntuitkomsten.
Haalbaarheid
• Het is aannemelijk gemaakt dat het doel van de subsidieaanvraag binnen de gestelde tijd wordt bereikt met de beschikbare expertise, menskracht, faciliteiten en middelen.
• Er is een realistische tijdsplanning van de activiteiten toegevoegd.
• Er is duidelijk beschreven welke bevorderende en belemmerende factoren (afbreukrisico’s) er zijn en hoe deze worden ondervangen.
Samenwerking projectgroep en klankbordgroep
• In de subsidieaanvraag wordt duidelijk beschreven met welke partijen in de projectgroep wordt samengewerkt en wat de rol- en taakverdeling is.
• In de subsidieaanvraag is de samenstelling en rol van de klankbordgroep duidelijk beschreven en onderbouwd.
Participatie van (vertegenwoordiging van) cliënten en/of hun naasten
• Er is duidelijk beschreven hoe (vertegenwoordiging van) cliënten en/of hun naasten worden betrokken. Met ‘worden betrokken’ bedoelen we concreet het raadplegen, advies inwinnen, samenwerken en/of laten (mee)beslissen van betrokkenen bij het opstellen van de subsidieaanvraag en het uitvoeren van het project. Er is o.a. beschreven wat hun rol is, hoe zij de informatie ontvangen die nodig is om hun rol te vervullen, welke invloed zij hebben op zowel ontwikkeling als uitvoering van het project, welke tijdsinvestering van hen wordt gevraagd en welke vergoeding daar tegenover staat.
Impact
• Er is duidelijk beschreven hoe de resultaten bijdragen aan het versterken van de inrichting, organisatie en/of uitvoering van de kortdurende herstelgerichte zorg.
• Er is duidelijk beschreven hoe de resultaten vertaald worden in praktische handvatten, tools en/of aanbevelingen voor cliënten, naasten, zorgaanbieders, professionals, verzekeraars en/of beleidsmakers.
Begroting
• De begroting sluit aan bij het plan van aanpak.
• Er is een passende vergoeding opgenomen voor de deelnemers van de klankbordgroep. Daarbij is aandacht besteed aan de wijze van vergoeding, zodat deelname voor cliënten en/of naasten geen onbedoelde financiële belemmeringen oplevert.
Meer informatie over de beoordelingscriteria vindt u in de procedurebrochure.
Zoals beschreven worden subsidieaanvragen zowel op relevantie voor het programma als op wetenschappelijke kwaliteit beoordeeld. Externe referenten beoordelen de kwaliteit. De programmacommissie geeft een eindoordeel over zowel de kwaliteit als de relevantie. De programmacommissie prioriteert de subsidieaanvragen met behulp van de volgende matrix. In de matrix weegt relevantie zwaarder dan kwaliteit.
|
Relevantie / Kwaliteit |
Zeer relevant |
Relevant |
Onvoldoende relevant |
|---|---|---|---|
|
Zeer goed |
1 |
3 |
Niet honoreerbaar |
|
Goed |
2 |
4 |
Niet honoreerbaar |
|
Voldoende |
5 |
6 |
Niet honoreerbaar |
|
Matig |
Niet honoreerbaar |
Niet honoreerbaar |
Niet honoreerbaar |
|
Onvoldoende |
Niet honoreerbaar |
Niet honoreerbaar |
Niet honoreerbaar |
Een aanvraag dient minimaal relevant te zijn en minimaal van voldoende kwaliteit te zijn om in aanmerking te komen voor honorering. Indien er meer aanvragen zijn die minimaal relevant en van tenminste voldoende kwaliteit zijn dan dat er budget beschikbaar is, vindt er prioritering plaats conform tabel 1. Bij de prioritering hanteert de programmacommissie de volgende aanvullende afwegingsgronden:
1. Verdeling over sectoren
Het uitgangspunt is een spreiding van de gehonoreerde projecten over de sectoren ouderenzorg en gehandicaptenzorg en over de verschillende doelgroepen binnen deze sectoren.
2. Betrokkenheid van cliënten
Actieve betrokkenheid van cliënten en/of hun vertegenwoordigers vergroot de relevantie, kwaliteit en toepasbaarheid van de onderzoeksresultaten. Bij de prioritering wordt aan de hand van de participatiematrix meegewogen hoe actief cliënten zijn betrokken bij de ontwikkeling, uitvoering en benutting van het onderzoek en hoe deze betrokkenheid is geborgd binnen het project.
Subsidieaanvragen kunnen uitsluitend door de hoofdaanvrager ingediend worden via het online indiensysteem van ZonMw (Mijn ZonMw). Sluitingsdatum voor het indienen van een uitgewerkte subsidieaanvraag is 10 december 2026, 14.00 uur. Het gehele tijdpad voor deze subsidieronde kunt u vinden in de samenvatting van dit document.
Hieronder volgen enkele tips voor het indienen van uw subsidieaanvraag:
• ZonMw is overgestapt naar een ander online indiensysteem. Als u nog niet eerder met Mijn ZonMw heeft gewerkt, moet u zich eerst registreren als 'Nieuwe gebruiker'.
• Zie voor meer informatie de Handleiding Mijn ZonMw.
• Wij raden u aan om, voordat u uw aanvraag digitaal indient, een Word-versie van uw aanvraag te printen (via Mijn ZonMw) en na te lopen op onregelmatigheden. Vooral als u uw aanvraag eerst in Word heeft opgesteld en vervolgens naar Mijn ZonMw heeft gekopieerd, kan het voorkomen dat sommige tekens (zoals aanhalingstekens) niet goed worden omgezet. U kunt dit in Mijn ZonMw zelf corrigeren.
Let op!
Zorg dat de documenten die u uploadt niet beveiligd zijn. Begrotingen of andere bestanden die ondertekend zijn (bijvoorbeeld met ValidSign) hebben vaak automatisch een beveiliging. Zorg dat u deze eraf haalt vóór u het bestand uploadt, anders kan het systeem het bestand niet goed verwerken. U kunt controleren of uw pdf een beveiliging heeft door het te openen in Adobe Acrobat, op de rechtermuisknop te klikken, naar documenteigenschappen te gaan en dan naar het tabblad beveiliging te gaan. Daar kunt u zien of en hoe uw bestand beveiligd is. U kunt de pdf ook in een browser openen. Als uw bestand beveiligd is, dan komt dit in een balkje bovenin te staan.
De ‘Verklaring akkoord indienenuitgewerkte subsidieaanvraag’ moet ondertekend worden door de bestuurlijk verantwoordelijke en de hoofdaanvrager. De ondertekende verklaring kan toegevoegd worden aan de aanvraag in Mijn ZonMw of per mail gestuurd worden naar ZonMw, ter attentie van beterthuis@zonmw.nl. De verklaring moet uiterlijk 1 week na indiening binnen zijn.
Neem voor inhoudelijke vragen contact op met: Daniek Korver of Vicky de Boer via 070 349 54 72 of beterthuis@zonmw.nl.
Neem voor technische vragen over het gebruik van het online indiensysteem van ZonMw contact op met de servicedesk: maandag t/m vrijdag van 8.00 tot 17.00 uur, 070 349 51 76, servicedesk@zonmw.nl. Vermeld in uw e-mail uw telefoonnummer, zodat wij indien nodig contact met u kunnen opnemen.
Op de ZonMw website leest u meer over:
• Wat dien ik in?
• Instructies over FAIR-datamanagement voor subsidieaanvragers
Om te kunnen beoordelen of een organisatie kwalificeert als onderzoeksorganisatie in de zin van het O&O&I-kader, stelt ZonMw vooraf de status van de organisatie vast. Hiermee wordt geborgd dat de subsidie wordt verstrekt conform de toepasselijke staatssteunregels.
Dit verloopt via 2 routes:
Route 1: Directe instroom (universiteiten en UMC’s)
Deze organisaties doorlopen geen kwalificatietoets en kunnen direct een subsidieaanvraag indienen:
• Universiteiten vallen binnen de definitie van onderzoeksorganisatie en zoals bedoeld in de Kaderregeling O&O&I. De status van universiteiten hoeft niet afzonderlijk te worden getoetst. Zij worden door ZonMw ambtshalve als onderzoeksorganisatie erkend.
• UMC’s bevestigen hun status als onderzoeksorganisatie met eenverklaring toegevoegd als bijlage bij de subsidieaanvraag. Deze verklaring moet zijn afgegeven door of namens een persoon die volgens het handelsregister (KvK) tekenbevoegd is.
Route 2: Kwalificatietoets (overige organisaties)
Overige kennisinstellingen die als onderzoeksorganisatie een subsidie willen aanvragen dienen uiterlijk 19 oktober 2026 voor 14.00 uur via kwalificatieOO@zonmw.nl en met beterthuis@zonmw.nl in cc onder vermelding van de titel van deze subsidieoproep de volgende stukken in:
1. Een volledig ingevulde 'Vragenlijst Kwalificatie Onderzoeksorganisatie' (beschikbaar op de website van ZonMw);
2. Een uittreksel uit het Handelsregister (KvK) – digitaal gewaarmerkt (maximaal 3 maanden oud);
3. De oprichtingsakte en/of actuele statuten;
4. De meest recente jaarrekening met controleverklaring (indien wettelijk verplicht).
Daarnaast is het mogelijk om aanvullende documenten mee te sturen die relevant zijn voor de beoordeling als onderzoeksorganisatie.
ZonMw vraagt mogelijk aanvullende informatie op als de aangeleverde informatie onvoldoende duidelijkheid geeft.
U ontvangt binnen 2 weken na ontvangst van de stukken de uitkomst van de kwalificatietoets.
NB. Gebruik kwalificatieOO@zonmw.nl alleen voor het insturen van de gevraagde documenten en vragen over de kwalificatietoets. Met overige vragen kunt u terecht bij beterthuis@zonmw.nl.
Versnelde procedure
Is uw organisatie in de afgelopen 12 maanden al door ZonMw aangemerkt als onderzoeksorganisatie (in de zin van het O&O&I kader) en zijn uw statuten en activiteiten sindsdien ongewijzigd? Dan kunt u gebruik maken van de versnelde procedure door met een ingevulde verklaring aan te geven dat uw statuten en activiteiten niet zijn gewijzigd. Deze verklaring voegt u toe als bijlage aan de subsidieaanvraag. Het is dan niet nodig om opnieuw documenten aan te leveren voor de kwalificatietoets. Is de periode van 12 maanden verstreken? Dan moet uw organisatie opnieuw een kwalificatietoets doorlopen.
Gevolgen bij het niet kunnen vaststellen van de status
Als de documenten niet tijdig zijn aangeleverd, of als ZonMw de status van onderzoeksorganisatie niet positief kan vaststellen, kan de organisatie niet als onderzoeksorganisatie aanvragen. Aanvragen is dan uitsluitend nog mogelijk als onderneming, onder de daarbij behorende staatssteunkaders en lagere financieringspercentages.
Meer informatie over de kwalificatie als onderzoeksorganisatie is te vinden op de website van ZonMw.
De-minimisverordening10
Wanneer ondernemingen11 binnen deze subsidieronde aanspraak maken op subsidie, kan ZonMw subsidie verstrekken op grond van de de-minimisverordening. Hiervoor gelden specifieke voorwaarden en vereisten. Daarnaast dient de onderneming bepaalde gegevens te verstrekken en verklaringen hierover af te leggen.
Binnen deze subsidieoproep kan subsidie op grond van de de-minimisverordening worden verstrekt tot maximaal 100% van de subsidiabele kosten, voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden van de de-minimisverordening.
Specifieke vereisten in de-minimisverordening
Om in aanmerking te komen voor subsidie onder de de-minimisverordening moet, behalve aan de inhoudelijke criteria van de subsidieoproep, ook worden voldaan aan enkele specifieke vereisten die volgen uit de de-minimisverordening. Deze vindt u hieronder.
Op grond van de de-minimisverordening kan een onderneming van verschillende overheidsinstellingen maximaal € 300.000,– aan subsidie ontvangen over een periode van 3 jaar zonder dat dit ongeoorloofde staatssteun oplevert. Het gaat hierbij dus om alle steun die de onderneming heeft ontvangen van de overheid onder de de-minimisverordening en niet alleen om subsidie van ZonMw. Bij het indienen van de uitgewerkte subsidieaanvraag dient u een Verklaring de-minimissteun in waarin u alle de-minimissteun opgeeft die u over de 2 voorgaande belastingjaren en in het lopende belastingjaar heeft ontvangen. Als in het (recente) verleden subsidie is verstrekt als de-minimissteun, zou dat in de betreffende subsidiebeschikking of andere documentatie uitdrukkelijk moeten zijn aangegeven.
Als er sprake is van samenwerking, waarbij meerdere ondernemingen begunstigde van staatssteun kunnen zijn, dan moeten alle ondernemingen voldoen aan de voorwaarden van de de-minimisverordening. Dit betekent dat alle ondernemingen die binnen het project subsidie ontvangen een eigen de-minimisverklaring moeten aanleveren.
Het is belangrijk om zorgvuldig na te gaan of de de-minimisdrempel niet wordt overschreden. Handelen in strijd met de Europese staatssteunregels kan leiden tot terugvordering van de verleende steun, vermeerderd met wettelijke rente.
Het de-minimisplafond geldt voor 1 onderneming. Artikel 2 lid 2 van de de-minimisverordening (nr. 1407/2013) geeft aan wanneer sprake is van 1 onderneming. Het kan namelijk voorkomen dat 2 (of meer) ondernemingen een bepaalde band met elkaar onderhouden en onder deze verordening als 1 onderneming worden gezien. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het hebben van de meerderheid van de stemrechten van de aandeelhouders van een andere onderneming, het recht om onder meer bestuursleden van een andere onderneming te benoemen/ontslaan en het recht een overheersende invloed op een andere onderneming uit te oefenen.
Uw aanvraag voor subsidie wordt afgewezen als:
a. 1 van de situaties bedoeld in artikel 1 van de de-minimisverordening zich voordoet waarbij toepassing van de de-minimisverordening is uitgesloten;
of
b. door toekenning van de gevraagde subsidie het de-minimisplafond zou worden overschreden;
of
c. uw aanvraag anderszins niet voldoet aan de voorwaarden van de de-minimisverordening.
Algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV)
In deze subsidieronde wordt gebruikgemaakt van de AGVV, waardoor er bij subsidieverlening op basis van deze subsidieoproep sprake is van een geoorloofde vorm van staatssteun. Dat betekent dat er specifieke financieringsvoorwaarden en regels voor de begroting zijn. Vanwege deze specifieke begrotingsregels gebruikt u het verplichte AGVV-begrotingsformat. Daarnaast bent u verplicht om over bepaalde gegevens te verklaren. In deze bijlage vindt u meer informatie over de AGVV, evenals de vereisten van de AGVV waaraan moet worden voldaan.
Als er sprake is van samenwerking, waarbij meerdere ondernemingen begunstigde van staatssteun kunnen zijn, dan moeten alle op subsidie aanspraak makende ondernemingen voldoen aan de voorwaarden van de AGVV. Dit betekent dat alle voorwaarden en verplichtingen die voortvloeien uit de AGVV eveneens in volle omvang van toepassing zijn op alle op subsidie aanspraak makende ondernemingen in het samenwerkingsverband. ZonMw stelt de Europese Commissie middels een kennisgeving zoals bedoeld in artikel 11 van de AGVV op de hoogte van deze subsidieoproep.
AGVV Artikel 25, lid 2 onder b – Industrieel onderzoek12
Binnen deze subsidieoproep worden projecten gefinancierd die vallen onder de categorie industrieel onderzoek. De maximale steunintensiteit voor industrieel onderzoek bedraagt 50% van de in aanmerking komende kosten.
In aanmerking komende kosten zijn enkel kosten die rechtstreeks gerelateerd zijn aan de uitvoering van het onderzoek. Daarbij gaat het om:
• Personeelskosten.
• Kosten van apparatuur en uitrusting.
• Kosten van gebouwen en gronden.
• Kosten van contractonderzoek kennis en octrooien die op arm’s length-voorwaarden worden gekocht bij of waarvoor een licentie wordt verleend door externe bronnen.
• Kosten voor consultancy en gelijkwaardige diensten die uitsluitend voor het project worden gebruikt.
• Bijkomende algemene kosten en andere operationele uitgaven, waaronder die voor materiaal, leveranties en dergelijke producten, die rechtstreeks uit het project voortvloeien.
De steunintensiteit van de in aanmerking komende kosten bedraagt per onderneming maximaal 50%. Cofinanciering is dus verplicht. Deze cofinanciering kan in cash en/of in kind zijn. U vermeldt in de projectbegroting de volledige kosten van het totale project en geeft aan welke kosten gedekt worden met het aangevraagde subsidiebedrag en welke kosten met cofinanciering (in cash of in kind) worden gefinancierd.
De steunintensiteit kan onder voorwaarden worden verhoogd van 50% (‘basis’) tot een maximale steunintensiteit van 80% van de in aanmerking komende kosten (zie ook onderstaande tabel):
• Opslag van 20% voor kleine ondernemingen en 10% voor middelgrote ondernemingen13.
• Opslag van 15% indien er licenties met IE-rechten beschikbaar worden gesteld tegen een marktprijs of als de projectresultaten ruim worden verspreid via conferenties, open access opslagplaatsen of gratis of opensource software (zie voorwaarden genoemd onder artikel 25 lid 6 AGVV).
|
Kleine onderneming |
Middelgrote onderneming |
Grote onderneming |
|
|---|---|---|---|
|
Basis steunintensiteit |
50% |
50% |
50% |
|
Verhoging steunintensiteit type onderneming |
20% |
10% |
Geen |
|
i. Licenties met IE-rechten worden tegen een marktprijs beschikbaar gesteld; of ii. Ruime verspreiding van projectresultaten |
10% |
15% |
15% |
|
Maximale steunintensiteit |
80% |
75% |
65% |
|
Cofinanciering |
20% |
25% |
35% |
Om vast te stellen of er sprake is van een kleine of middelgrote onderneming dient u bij indiening van de subsidieaanvraag de EU SME Self Assessment Wizard in te vullen. Het formulier mag maximaal 14 dagen vóór indiening van de aanvraag zijn gegenereerd. Het formulier (of een screenshot) levert u aan als bijlage.
Bij de berekening van de steunintensiteit en de in aanmerking komende kosten zijn alle bedragen die worden gebruikt de bedragen vóór aftrek van belastingen of andere heffingen. De in aanmerking komende kosten moeten worden gestaafd met bewijsstukken die duidelijk, gespecificeerd en actueel zijn. Deze bewijsstukken kunnen, na honorering, op elk moment worden opgevraagd en dienen vervolgens binnen afzienbare tijd te worden aangeleverd aan ZonMw.
Specifieke vereisten AGVV
Om in aanmerking te komen voor subsidie onder de AGVV moet, behalve aan de inhoudelijke criteria van de subsidieoproep, ook worden voldaan aan enkele specifieke vereisten die volgen uit de AGVV.
Deze vindt u hieronder.
• ZonMw verleent geen subsidie als het onvoldoende aannemelijk is dat uw aanvraag aan alle definities en voorwaarden van de AGVV voldoet, of als subsidieverstrekking naar het oordeel van ZonMw leidt tot het verlenen van ongeoorloofde staatssteun in de zin van artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.14
• ZonMw verleent geen subsidie als de datum van aanvang van de werkzaamheden aan het project of van aanvang van de activiteiten eerder is dan de datum van indiening van de subsidieaanvraag.15
• ZonMw verleent geen subsidie aan ondernemingen waartegen een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerder besluit van de Europese Commissie waarbij door Nederland toegekende steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard.16
• ZonMw verleent geen subsidie aan ondernemingen in moeilijkheden.17
• Cumulering van subsidies (of andere vormen van staatssteun) voor dezelfde – geheel of gedeeltelijk overlappende – in aanmerking komende kosten, mag er niet toe leiden dat de maximale steunintensiteit wordt overschreden. Indien reeds door een bestuursorgaan of door de Europese Commissie subsidie is verstrekt voor dezelfde – geheel of gedeeltelijk overlappende – in aanmerking komende kosten, dan zal ZonMw slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekken dat het totale bedrag aan subsidie niet meer bedraagt dan het bedrag dat op basis van de AGVV mag worden verleend.18
Voeg bij het indienen van de subsidieaanvraag de AGVV-verklaring ZonMw ingevuld en ondertekend toe als bijlage. Hiermee verklaart u dat uw organisatie voldoet aan bovenstaande AGVV-vereisten.
Meer informatie over staatssteun vindt u op de ZonMw-webpagina Vrijstellingsverordeningen staatssteun.
Indien u vragen heeft over de toepassing van de AGVV en/of de-minimisverordening raden wij u aan om advies in te winnen bij juristen binnen uw organisatie.
Onder ‘zorg- en organisatietrajecten’ vallen zowel vormen van zorgverlening als manieren om zorg te organiseren. Ter illustratie zijn op pagina 5 onder scope voorbeelden opgenomen van zorg- en organisatietrajecten die binnen de reikwijdte van deze subsidieoproep vallen.
Voor aanbevelingen van cliënten en naasten voor zorgverleners kunt u ook de Factsheet ‘Aan de slag met kortdurende herstelgerichte zorg’ of het onderzoeksrapport ‘Varen op ervaringen van zorgvragers, mantelzorgers en zorgverleners’ bekijken.
Ter inspiratie kunnen bestaande handreikingen en overzichten van cliëntervaringsinstrumenten worden geraadpleegd, zie bijvoorbeeld de ‘Handreiking kwetsbare ouderen thuis’ en de ‘VGN waaier cliëntervaringsinstrumenten’.
Definitie onderzoeksorganisatie: Volgens onderdeel 16 sub ff) van de Kaderregeling is de definitie van een ‘onderzoeksorganisatie’ als volgt: ‘een entiteit (zoals universiteiten of onderzoeksinstellingen, agentschappen voor technologieoverdracht, innovatie-intermediairs, entiteiten voor fysieke of virtuele onderzoeksgerichte samenwerking), ongeacht haar rechtsvorm (publiek- of privaatrechtelijke organisatie) of financieringswijze, die zich in hoofdzaak bezighoudt met het onafhankelijk verrichten van fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling, of met het breed verspreiden van de resultaten van die activiteiten door middel van onderwijs, publicaties of kennisoverdracht. Wanneer dit soort entiteit ook economische activiteiten uitoefent, moet met betrekking tot de financiering van, de kosten van en de inkomsten uit die economische activiteiten een gescheiden boekhouding worden gevoerd. Ondernemingen die een beslissende invloed op dit soort entiteit kunnen uitoefenen in hun hoedanigheid van bijvoorbeeld aandeelhouder of lid van de organisatie, mogen geen preferente toegang tot de door deze entiteit verkregen onderzoeksresultaten genieten;’
U kunt zelf toetsen of uw organisatie een onderzoeksorganisatie is volgens de definitie uit onderdeel 15 sub ee van de Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie. Zie bijlage 1 voor meer informatie. Wanneer u als begunstigde voldoet aan de criteria van onderzoeksorganisatie in de zin van het EU staatsteunrecht dan geldt geen staatssteunmaatregel. Uiteraard behoudt ZonMw zich het recht voor de aanvraag en de aanvrager hieraan te toetsen.
Een onderneming in de zin van het EU staatssteunrecht betreft elke eenheid die een economische activiteit uitvoert, ongeacht rechtsvorm of wijze van financiering.
Verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 VWEU op de-minimissteun.
Een onderneming in de zin van het EU staatssteunrecht betreft elke eenheid die een economische activiteit uitvoert, ongeacht rechtsvorm of wijze van financiering.
Een kleine onderneming is een onderneming waar minder dan 50 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet of het jaarlijks balanstotaal 10 miljoen euro niet overschrijdt. Een middelgrote onderneming is een onderneming waar minder dan 250 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet 50 miljoen euro en/of het jaarlijks balanstotaal 43 miljoen euro niet overschrijdt.
Artikel 1, lid 4, sub c AGVV. Financiële moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, lid 18 van de AGVV
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-33893.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.