Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur | Staatscourant 2026, 33728 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur | Staatscourant 2026, 33728 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,
Gelet op artikel 4, eerste en tweede lid, van Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (PbEU 2010, L 20);
Gelet op artikelen 2.44, eerste lid, van de Omgevingswet;
Besluit:
Het besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 27 mei 2016 (Stcrt. 2016, 31360), houdende aanwijzing van het Natura 2000-gebied Friese Front, wordt gewijzigd door de begrenzingen van het Vogelrichtlijngebied Friese Front en het Natura 2000-gebied Friese Front te vervangen door de geometrische begrenzing als aangegeven in de “Bijlage Gebiedsbegrenzingen” en de nota van toelichting te vervangen door de nota van toelichting van de geconsolideerde versie van het aanwijzingsbesluit voor Natura 2000-gebied Friese Front zoals opgenomen in de bijlage “Bijlage bij de artikelen I en II van het wijzigingsbesluit”.
Het aanwijzingsbesluit voor het Vogelrichtlijngebied Friese Front en het Natura 2000-gebied Friese Front zoals gewijzigd door dit wijzigingsbesluit wordt geconsolideerd en de nieuwe tekst vastgesteld zoals weergegeven in de bijlage “Bijlage bij de artikelen I en II van het wijzigingsbesluit”.
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,
Namens deze,
w.g. de directeur Visserij en Grote Wateren, drs. P.P. Mertens
Plaats: ’s-Gravenhage
Datum: 16 september 2026
Tegen dit besluit kan degene wiens belang daarbij rechtstreeks is betrokken, binnen zes weken na de dag waarop dit besluit is gepubliceerd in de Staatscourant een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, t.a.v. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, t.a.v. de afdeling Juridische Zaken, Postbus 40219, 8004 DE, Zwolle.
Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste de volgende elementen bevatten:
a) de naam en het adres van de indiener;
b) de dagtekening;
c) een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar gericht is, en
d) de gronden van bezwaar.
Meer informatie over Natura 2000 en gerelateerde onderwerpen vindt u op de website https://www.rijksoverheid.nl/natura2000. Voor vragen over Natura 2000 kunt u op werkdagen van 8.30 uur tot 16.30 uur contact opnemen met het klantcontactcentrum van RVO, telefoon 088 - 042 42 42 (lokaal tarief).
Als speciale beschermingszone als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (PbEU L 20)1 wordt aangewezen, overeenkomstig de in de bijlage Gebiedsbegrenzingen aangegeven geometrische begrenzing, het Vogelrichtlijngebied Friese Front.
De speciale beschermingszone wordt aangewezen voor de volgende trekkende vogelsoort, welke wordt beschermd op grond van artikel 4, tweede lid, van Richtlijn 2009/147/EG:
Deze aanwijzing gaat vergezeld van een nota van toelichting met bijlagen, die integraal deel uitmaakt van deze aanwijzing.
De in de artikel 1 genoemde speciale beschermingszone vormt het Natura 2000-gebied Friese Front.
Bestaande bebouwing, erven, tuinen, verhardingen en hoofdspoorwegen maken geen deel uit van het aangewezen gebied, tenzij daarvan in paragraaf 3.3 van de nota van toelichting wordt afgeweken. Hiervoor gelden de peildata, genoemd in paragraaf 3.3 van de nota van toelichting.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt verstaan onder:
bebouwing: één of meer gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
bouwwerk: constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal die direct of indirect met de grond is verbonden of direct of indirect steun vindt in of op de grond. Ook mijnbouwinstallaties2, zoals installaties ten behoeve van olie- en gaswinning (inclusief pijpleidingen), vallen onder de definitie van een bouwwerk;
gebouw: bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
erven: onmiddellijk aan een woning of ander gebouw gelegen, daarbij behorende en daarmee in gebruik zijnde terreinen;
tuinen: in de onmiddellijke nabijheid van een woning of ander gebouw gelegen intensief onderhouden terreinen, beplant met siergewassen en gazons, of in gebruik als moestuin, die zich duidelijk onderscheiden van de omgeving en veelal, omheind zijn door middel van een afrastering, schutting, muur of haag of geheel of gedeeltelijk zijn omgeven door een sloot;
verhardingen: kunstmatige verhardingen zoals verharde wegen, pleinen, parkeervoorzieningen, erfverhardingen en steenglooiingen met inbegrip van in wegen liggende bruggen en duikers en de tot wegen behorende paden en bermen of zijkanten;
hoofdspoorweg: op grond van artikel 2 van de spoorwegwet als hoofdspoorweg aangewezen spoorweg. Voor de begrenzing langs hoofdspoorwegen geldt artikel 3.5 van het omgevingsbesluit (beperkingengebied hoofdspoorweginfrastructuur).
De instandhoudingsdoelstellingen voor niet-broedvogels van de soorten, bedoeld in artikel 3.58, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, worden vastgesteld in paragraaf 5.3 van de nota van toelichting.
Het gebied Friese Front is aangewezen als speciale beschermingszone in het kader van de Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (hierna Vogelrichtlijn). Deze speciale beschermingszone vormt het Natura 2000-gebied Friese Front. Het besluit bevat de begrenzing en de instandhoudingsdoelstellingen van het gebied.
Artikel 1 van het besluit regelt de aanwijzing van het gebied onder de Vogelrichtlijn en refereert voor de begrenzing van dit gebied naar de bijlage Gebiedsbegrenzingen. Daarnaast worden de vogelsoorten opgesomd waarvoor het gebied van belang is en waarvoor het wordt geacht te zijn aangewezen.
Artikel 2 van het besluit introduceert de nota van toelichting en benadrukt dat het besluit niet te lezen is zonder de nota van toelichting. Daarnaast wordt in dit deel van het besluit het Natura 2000-gebied Friese Front gevormd uit het Vogelrichtlijngebied.
Artikel 3 van het besluit regelt de uitgezonderde delen van het in artikel 1 aangewezen gebied.
Artikel 4 van het besluit bepaalt dat er voor het gebied instandhoudingsdoelstellingen verwezenlijkt dienen te worden. De doelstelling van artikel 4 heeft betrekking op de in artikel 1 opgesomde vogelsoorten. De soorten waarvoor instandhoudingsdoelstellingen zijn vastgesteld, zijn geselecteerd aan de hand van de criteria beschreven in het Doelendocument mariene Natura 2000-gebieden (2014/2021)3.
In hoofdstuk 2 van deze nota van toelichting wordt de aanwijzing op grond van de Vogelrichtlijn kort toegelicht.
Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een gebiedsbeschrijving gegeven. Tevens wordt in hoofdstuk 3 de bij dit besluit behorende begrenzing toegelicht.
In hoofdstuk 4 wordt een opsomming gegeven van vogelsoorten waaraan het gebied zijn betekenis ontleent.
In hoofdstuk 5 worden de algemene instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd en worden de specifieke instandhoudingsdoelstellingen, genoemd in artikel 4, nader toegelicht. Er wordt aangegeven in welke richting de instandhoudingsdoelstelling zich zal moeten ontwikkelen. Daarvoor worden de termen "behoud", "uitbreiding" of "verbetering" gebruikt. Voor soorten is het leefgebied medebepalend en geldt een verdeling in omvang en kwaliteit van het leefgebied. De aanduiding van de instandhoudingsdoelstelling van een soort is altijd in de vorm van "behoud" of "uitbreiding" van de omvang van het leefgebied en van "behoud" of "verbetering" van de kwaliteit van het leefgebied ten behoeve van "behoud" of "uitbreiding" van de populatie.
Bij de nota van toelichting is een bijlage A gevoegd. Anders dan de andere bijlage bij de toelichting maakt bijlage A geen integraal onderdeel uit van dit besluit. Bijlage B omvat (indien van toepassing) een nadere onderbouwing van de selectie als Vogelrichtlijngebied en van de toewijzing van de instandhoudingsdoelstelling.
Artikel 1 van dit besluit voorziet in de aanwijzing van het gebied Friese Front als speciale beschermingszone onder de Vogelrichtlijn (verder aangeduid als "Vogelrichtlijngebied"). Het gebied kwalificeert als speciale beschermingszone onder de Vogelrichtlijn, omdat het gebied behoort tot één van de vijf belangrijkste gebieden voor de zeekoet in Nederland.
Naast mogelijke grenswijzigingen kan er ook een wijziging plaatsvinden bij de vogelsoorten, waarvoor dit gebied destijds is aangewezen. Deze eventuele wijzigingen worden toegelicht in bijlage B. In dit besluit worden alle vogelsoorten opgesomd waarvoor het gebied wordt geacht te zijn aangewezen.
Dit Vogelrichtlijngebied wordt sinds het Natura 2000-aanwijzingsbesluit van 27 mei 2016 aangeduid als Natura 2000-gebied Friese Front (landelijk gebiedsnummer 166).
Natura 2000 is het samenhangende Europees ecologisch netwerk bestaande uit de gebieden aangewezen onder de Habitatrichtlijn en onder de Vogelrichtlijn. Dit netwerk moet de betrokken natuurlijke habitattypen en leefgebieden van Habitatrichtlijn- en Vogelrichtlijnsoorten in een gunstige staat van instandhouding behouden of, in voorkomend geval, herstellen. De instandhoudingsdoelstellingen (artikel 4 en hoofdstuk 5) en de begrenzing zijn in algemene zin nader toegelicht in het Doelendocument mariene Natura 2000-gebieden (2014)4. Dit document geeft het beleidskader van de geformuleerde instandhoudingsdoelstellingen weer en de daarbij gehanteerde systematiek. De beschrijvingen van habitattypen en (vogel)soorten waarvoor doelen zijn vastgesteld, zijn opgenomen in het Natura 2000 profiel van de betreffende soort (2014)5.
Het Natura 2000-gebied Friese Front behoort tot de Nederlandse exclusieve economische zone6.
Het Friese Front is een zeegebied ten noorden van de Waddeneilanden op een afstand van ongeveer 80 km uit de kust. Het gebied heeft een oppervlak vergelijkbaar met de Nederlandse Waddenzee en vormt een overgangszone tussen de ondiepe zuidelijke en de diepe centrale Noordzee. In deze overgangszone komen verschillende watermassa's samen, wat een front veroorzaakt met een verhoogde biologische productie en een verhoogde biodiversiteit van het bodemleven. Het Friese Front is hierdoor een belangrijk foerageergebied voor vogels.
Het gebied Friese Front wordt aangewezen als Vogelrichtlijngebied vanwege de aanwezigheid van zout water met een overgangszone waar verschillende watermassa's samenkomen, dat als geheel het leefgebied vormt van de in artikel 4 van de richtlijn bedoelde vogelsoort. Het is een watergebied dat fungeert als foerageer-, rui-, en rustgebied in de trekzone van een geregeld voorkomende trekvogel (art. 4.2).
De grenzen van een mariene Vogelrichtlijngebied worden bepaald door het gebruik dat de aanwezige bijlage I-soorten, en/of trekkende watervogels, en/of overige trekkende vogels ervan maken, waarbij wordt uitgegaan van de biotoopeisen van de betrokken vogelsoorten. Kenmerkend voor de kwalificerende vogelsoort zeekoet is het gebruik van het gebied door de ruiende mannetjes met hun jongen omdat het gevaar van predatie er lager is dan dichtbij de kust7,8. Daarnaast zijn de jongen en ruiende adulten kwetsbaar voor bijvoorbeeld olievlekken en kunnen ze minder snel migreren naar andere gebieden9.
In het bijzonder voor mariene gebieden is er van uitgegaan bij het vaststellen van de begrenzing dat rechte lijnen, met goed gedefinieerde hoekpunten, het beste te hanteren zijn voor het toekomstig beleid en het handhaven daarvan10.
De geometrische begrenzing van het Natura 2000-gebied Friese Front is weergegeven in de bij dit besluit behorende bijlage Gebiedsbegrenzingen. Het gebied heeft rechte grenzen die het open water omvatten. De zuidrand van het gebied wordt grofweg afgegrensd door de 30 meter dieptelijn.
Coördinaten Friese Front 11 | ||
Code | Longitude (x-coördinaat) | Latitude (y-coördinaat) |
FF1 | 5,227120 | 53,829740 |
FF2 | 5,023325 | 53,747768 |
FF3 | 4,820317 | 53,665453 |
FF4 | 4,618092 | 53,582796 |
FF5 | 4,416650 | 53,499801 |
FF6 | 4,215990 | 53,416470 |
FF7 | 4,215655 | 53,544266 |
FF8 | 4,215315 | 53,672056 |
FF9 | 4,214970 | 53,799840 |
FF10 | 4,417083 | 53,885218 |
FF11 | 4,620011 | 53,970256 |
FF12 | 4,823757 | 54,054953 |
FF13 | 5,028323 | 54,139305 |
FF14 | 5,233710 | 54,223310 |
FF15 | 5,231500 | 54,092128 |
FF16 | 5,229303 | 53,960938 |
Het Natura 2000-gebied beslaat een oppervlakte van 288.200 hectare12. Dit cijfer betreft de bruto-oppervlakte omdat bij de berekening geen rekening is gehouden met in de geometrische begrenzing, tekstueel uitgesloten delen (zie artikel 3 en hierna).
Voor de begrenzing van Natura 2000-gebieden geldt de volgende exclaveringsformule: Bestaande bebouwing, tuinen, erven, verharding en hoofdspoorwegen maken geen deel uit van het aangewezen gebied, tenzij daarvan in deze paragraaf wordt afgeweken. Voor de gebruikte begrippen gelden de definities (voor zover van toepassing in het onderhavige gebied) zoals die omschreven zijn in artikel 3. Daar waar de geometrische begrenzing en de exclaveringsformule niet overeenstemmen, is de exclaveringsformule doorslaggevend.
Voor de toepassing van de begrenzing en de exclaveringsformule van artikel 3 gelden er peildata:
In artikel 1 is een opsomming gegeven van de waarden waaraan het gebied zijn betekenis als Vogelrichtlijngebied ontleent. Paragraaf 4.2.1 vermeldt de vogelsoort waarvoor het gebied onder de Vogelrichtlijn is aangewezen. Op alle vermelde Natura 2000-waarden is een instandhoudingsdoelstelling van toepassing (zie artikel 4 en hoofdstuk 5). In paragraaf 4.3 wordt beschreven welke selectiecriteria op het Vogelrichtlijngebied van toepassing zijn. Ten slotte beschrijft paragraaf 4.4 de verspreiding van de vogelsoort binnen het gebied, ter onderbouwing van de gevolgde gebiedsbegrenzing.
Het gebied is aangewezen voor de volgende geregeld voorkomende trekvogel waarvoor het gebied van betekenis is als foerageer-, rui-, en rustgebied voor oudervogels en hun juvenielen in hun trekzones (artikel 4.2):
De Zeekoet staat op de lijst van zeevogels en watervogels waarvoor de aanwijzing van speciale beschermingszones (SPA's ) dient te worden overwogen13.
Voor de selectie van een gebied als Vogelrichtlijngebied op zee worden de recente criteria gebruikt van BirdLife International (marine IBA's)14,15. Een voorloper daarvan, de IBA 2000 criteria, zijn voor de Europese Commissie leidend voor het identificeren van de Vogelrichtlijngebieden op zee16. De volgende criteria uit de Marine Important Bird Areas toolkit17 zijn voor de zeekoet aan de orde bij de selectie van een marien gebied als speciale beschermingszone voor de Vogelrichtlijn.
Het gebied dient binnen het kader van de Vogelrichtlijn aan ten minste één van de hierna opgesomde criteria voor mariene IBA's te voldoen:
van het gebied is bekend of de verwachting is dat er in het gebied geregeld een populatie aanwezig is van een soort op de IUCN Red List18 met de status van "globally threatened (wereldwijd bedreigd)" (BirdLife International marine IBA criteria "Category A1-Globally Threatened Species");
in het gebied komt het geregeld voor dat er zich een aantal individuen van minstens 1% van de biogeografische populatie van een watervogelsoort verzamelt voor foerageren, ruien, rusten of andere functies (congregatory species19) (BirdLife International marine IBA criteria "Category A4- Congregations-i");
in het gebied komt het geregeld voor dat er zich een aantal individuen van minstens 1% van de wereldpopulatie van een zeevogelsoort of een landvogelsoort verzamelt voor foerageren, ruien of andere functies (BirdLife International marine IBA criteria "Category A4-Congregations-ii");
in het gebied komt het geregeld voor dat er zich aantallen van minstens 20.000 watervogels of minstens 10.000 paar zeevogels ophouden van één of meerdere soorten (BirdLife International marine IBA criteria "Category A4-Congregations-iii");
in het gebied dat door trekvogels wordt benut bij de geregelde migratie (z.g. bottleneck sites20) worden drempelwaarden overschreden voor deze vogels (BirdLife International marine IBA criteria "Category A4-Congregations-iv").
De volgende BirdLife IBA criteria zijn hier niet overgenomen omdat de mogelijkheden en voordelen nog worden onderzocht door BirdLife International21:
Definitie van het begrip "geregeld"
Voor mariene gebieden wordt onder de term "geregeld" verstaan: Gebieden bezocht door vogels uit meer dan een site of gedurende verschillende perioden (dat wil zeggen: seizoen of jaar)22. Dit criterium is van toepassing op de 20.000-drempel.
Voor Vogelrichtlijngebieden in Nederland is het begrip "geregeld" met betrekking tot de toepassing van de 1%-drempel gedefinieerd als:
het gemiddeld seizoensmaximum berekend over een reeks van minstens drie seizoenen is gelijk aan of overschrijdt de drempelwaarde van de betreffende soort, of
het vereiste aantal vogels is vastgesteld in ten minste twee derde van de seizoenen waarvan voldoende gegevens beschikbaar zijn, het totaal aantal seizoenen bedraagt minstens vijf23.
De mate waarin de gebruikte telgegevens "volledig" zijn
De telgegevens die gebruikt worden om het belang van het gebied vast te stellen voor vogels dienen voldoende tegemoet te komen aan het criterium van "volledigheid" en actueel te zijn. Bij de niet-broedvogels is de volledigheid een combinatie van of het gebied volledig is geteld (teldekking, die telgebieden waar de soort verwacht mag worden) en of er in de relevante maan(den) voor een soort is geteld24. Dit om rekening te houden met de relevante maanden per soort.
Definitie van het begrip "gebied" voor de telgegevens
De telgegevens zijn verzameld binnen de begrenzing voorgesteld door Lindeboom et al. (2005)25. Zie verder de coördinaten in paragraaf 3.3.
De grens is mede bepaald door oceanische processen die de aanleiding zijn voor de aanwezigheid van de vogels. Dit is in overeenstemming met de aanbevelingen van BirdLife International26.
Er worden daarnaast in het algemeen vier typen van mariene IBA's onderscheiden (zie voor de definities BirdLife International 2010)27
Friese Front kwalificeert als speciale beschermingszone onder de Vogelrichtlijn vanwege het voorkomen van drempeloverschrijdende aantallen van de zeekoet met juvenielen die het gebied benutten als foerageergebied, ruigebied en rustgebied (zie ook bijlage B).
De biotoop van deze vogel heeft mede de begrenzing van dit gebied bepaald.
Het Friese Front is aangewezen als speciale beschermingszone onder de Vogelrichtlijn vanwege de aanwezigheid van zout water dat het leefgebied vormt van een in artikel 4 van de richtlijn bedoelde vogelsoort. Het is een watergebied dat fungeert als foerageergebied en ruigebied en rustgebied in de trekzone van trekvogelsoorten (art. 4.2). De begrenzing van de speciale beschermingszone is zo gekozen dat een in vogelkundig opzicht samenhangend geheel is ontstaan dat voorziet in de beschermingsbehoefte met betrekking tot het voortbestaan en/of voortplanten van bedoelde vogelsoort. Het betreft een bijzondere functie van het gebied tijdens een belangrijk deel van de levenscyclus van de populatie: ruiende ouderdieren trekken zwemmend met hun nog niet vliegvlugge jongen van Groot Brittannië naar het Friese Front. Deze jonge vogels zijn bijzonder kwetsbaar28.
Het gebied wordt in juli en augustus gebruikt als foerageergebied voor de zeekoet met haar jongen en als ruigebied.
Het ecologisch netwerk Natura 2000 moet de betrokken natuurlijke habitats en leefgebieden van soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding behouden of in voorkomend geval herstellen. Onder het begrip "instandhouding" wordt een geheel aan maatregelen verstaan die nodig zijn voor het behoud of herstel van natuurlijke habitats en populaties van wilde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding. Ingevolge artikel 4, vierde lid, Habitatrichtlijn worden bij aanwijzing als Habitatrichtlijngebied "tevens de prioriteiten vast[gesteld] gelet op het belang van de gebieden voor het in een gunstige staat van instandhouding behouden of herstellen van een type natuurlijke habitat […] of van een soort […] alsmede voor de coherentie van Natura 2000 en gelet op de voor dat gebied bestaande dreiging van achteruitgang en vernietiging".
Deze bepaling is in artikel 3.58, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) nader uitgewerkt. Op grond van dit artikel bestaat de verplichting om in een aanwijzing doelstellingen ten aanzien van de instandhouding van leefgebieden van vogelsoorten dan wel doelstellingen ten aanzien van de instandhouding van natuurlijke habitats of populaties van de in het wild levende dier- en plantensoorten op te nemen. Om die reden zijn voor elk Natura 2000-gebied instandhoudingsdoelstellingen ontwikkeld, waarbij per habitattype en per (vogel)soort is uitgegaan van landelijke doelen en de bijdrage die een gebied redelijkerwijs kan leveren voor het bereiken van een gunstige staat van instandhouding op landelijk niveau. Voor zover van toepassing is daarbij aangegeven welke habitattypen en/of (vogel)soorten ten koste mogen gaan van andere habitattypen en (vogel)soorten.
In bijlage B.2 van deze nota van toelichting is een overzicht opgenomen van alle gebiedsdoelstellingen per Natura 2000-waarde.
Voor de Natura 2000-gebieden zullen in beheerplannen instandhoudingsmaatregelen worden uitgewerkt die beantwoorden aan de gebiedsspecifieke ecologische vereisten van de betrokken natuurlijke habitats en (vogel)soorten.
Behoud en indien van toepassing herstel van:
de bijdrage van het Natura 2000-gebied aan de ecologische samenhang van Natura 2000 zowel binnen Nederland als binnen de Europese Unie.
de bijdrage van het Natura 2000-gebied aan de biologische diversiteit en aan de gunstige staat van instandhouding van natuurlijke habitats en soorten binnen de Europese Unie, die zijn opgenomen in bijlage I of bijlage II van de Habitatrichtlijn. Dit behelst de benodigde bijdrage van het gebied aan het streven naar een op landelijk niveau gunstige staat van instandhouding voor de habitattypen en de soorten waarvoor het gebied is aangewezen.
de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied, inclusief de samenhang van de structuur en functies van de habitattypen en van de soorten waarvoor het gebied is aangewezen.
de op het gebied van toepassing zijnde ecologische vereisten van de habitattypen en soorten waarvoor het gebied is aangewezen.
A199 | Zeekoet. |
Doel | Behoud omvang en kwaliteit leefgebied voor behoud populatie. |
Toelichting | Het gebied Friese Front heeft een bijzondere functie binnen het verspreidingsgebied van de soort: het gebied wordt door de zeekoet gebuikt om de jongen groot te brengen (foerageer- en rustgebied) en te ruien. Dit vindt vooral plaats gedurende de zomermaanden juli-augustus. Gezien de landelijke gunstige staat van instandhouding is behoud voldoende. Er is geen populatieaantal aan de populatiedoelstelling toegevoegd omdat de data hiervoor nog onvoldoende consistent zijn. |
Nadere onderbouwing van de selectie als Vogelrichtlijngebied en toewijzing van instandhoudingsdoelstellingen.
Het gebied dient aan ten minste één van de mariene IBA criteria te voldoen en dat is het geval; het Friese Front voldoet aan twee criteria, namelijk:
Het Friese Front voldoet aan het criterium dat er zich geregeld29 aantallen van minstens 20.000 watervogels of minstens 10.000 paar zeevogels ophouden van één of meerdere soorten. Watervogels, waaronder de zeekoet, komen regelmatig voor in het gebied met meer dan 20.000 individuen. Het aantal jaren waarvan data beschikbaar zijn en dat voldoet aan de drempelwaarde is minstens drie. Daarmee wordt voldaan aan het criterium dat het gebied gedurende meerdere jaren door watervogels is bezocht. Op grond van scheepstellingen is de drempel overschreden in de jaren 1980-1994 (45.000 vogels), 2006 (91.795 vogels), 2009 (23.074 vogels) en 2012 (39.718 vogels)30.
Één of meerdere soorten watervogels waarvoor het gebied aan de 20.000-drempel voldoet
soort | Jaren | Maanden | Geschat aantal individuen | Informatiebron |
Zeekoet | 1980-1994 | augustus | 45.000 | Skov et al. (1995)31 |
Zeekoet | 2006 | 26-28 juli | 91.795 | van Bemmelen et al. (2013)32 |
Zeekoet | 2009 | 28 juli-6 augustus | 23.074 | van Bemmelen et al. (2013)33 |
Zeekoet/Alk | 2012 | 30 oktober-1 november | 39.718 | van Bemmelen et al. (2013)34 |
Het Friese Front voldoet aan het criterium dat het geregeld35 voorkomt dat zich een aantal individuen van minstens 1% van de biogeografische populatie van een watervogelsoort verzamelt voor foerageren, ruien, rusten of andere functies. Het Friese Front bevat gemiddeld ca. 2 % van de Noordzeepopulatie van de zeekoet in de jaren 2005-2012. Daarnaast zijn er van de vier jaren (seizoenen) waarvan voldoende gegevens beschikbaar zijn, drie jaren die ook afzonderlijk aan de 1%-drempel van 15.620 vogels voldoen: dit zijn de jaren 1980-1994 (45.000), 2006 (91.795), 2009 (23.074).
Trekkende watervogelsoort waarvoor het gebied aan de 1%-drempel voldoet
soort | Art. 4 | Brva | Biogeogr. populatieb | 1 Biopopc | in sbzd | Reeks van seizoenen |
A199 Zeekoet | 2 | nee | Noordzee | 15.620d | 2 (gem) | 2005, 2006, 2009, 2012 |
De kwalificatie betreft in het gebied niet-broedende vogels (indien ingevuld met "nee").
Biogeografische populatie waartoe de op het Nederlands continentaal plat pleisterende exemplaren van deze soort worden gerekend. Biografische populaties en drempelwaarden ontleend aan: Skov, H. et al. (2007). A quantitative method for evaluating the importance of marine area's for conservation of birds. Biological Conservation 136:362-371. Aangehaald door van Bemmelen, R., F. Arts & M. Leopold (2013): Alken en Zeekoeten op het Friese Front. IMARES Wageningen UR, rapportnummer C160/13, pagina 6. Overgenomen door Leopold et al. (2014).
Drempelwaarde zijnde 1% van de betreffende biografische populatie.
Het gemiddelde aantal in het onderhavige gebied van 33.264 individuen is uitgedrukt als percentage van de biogeografische populatie.
Berekend gemiddelde aantal op basis van vier jaren van kwalitatief goede populatieschattingen (scheepstellingen)
soort | Reeks van seizoenen | Maanden | Geschat aantal individuen | Informatiebron |
A199 Zeekoet | 2005 | 4-8 oktober | 5.645 | van Bemmelen et al. (2013)36 |
A199 Zeekoet | 2006 | 26-28 juli | 91.795 | van Bemmelen et al. (2013)37 |
A199 Zeekoet | 2009 | 24-26 augustus | 23.074 | van Bemmelen et al. (2013)38 |
A199 Zeekoet | 2012 | 30 oktober- 1 november | 12.541 | van Bemmelen et al. (2013)39 |
Gemiddelde | 2005-2012 | 33.264 | ||
A199 Zeekoet | 1980-1994 | augustus | 45.000a | Skov et al. (1995) |
Het gemiddelde aantal van 45.000 zeekoeten in de periode 1980-1994 is gebaseerd op kwalitatief minder goede tellingen in het verleden (n.a.v. Leopold et al. (2014), conclusie).
Het Friese Front voldoet aan de beschrijving van een gebiedstype voor pelagische vogels.
Het gaat om een gebied dat ver van een kust is gelegen, en waar door de aanwezigheid van onder andere oceanische processen (een waterfront) veel voedsel aanwezig is40.
Aan de selectiecriteria a, c en d van paragraaf 4.3 is niet voldaan:
In dit onderdeel wordt voor iedere Natura 2000-waarde waarvoor het onderhavige gebied is aangewezen, inzichtelijk gemaakt hoe de landelijke doelstelling43 is uitgewerkt in de Natura 2000-gebieden. De landelijke doelstellingen vormen een kader voor de formulering van instandhoudingsdoelstellingen op gebiedsniveau. De gebiedsdoelen bij elkaar "opgeteld", eventueel tezamen met een opgave buiten het Natura 2000-netwerk, hebben als som het landelijke doel. Onder iedere tabel wordt de landelijke staat van instandhouding van de betreffende Natura 2000-waarde vermeld. Indien de landelijke doelstelling van de betreffende waarde afwijkt van wat kan worden verwacht uit de landelijke staat van instandhouding, is dit hier gemotiveerd.
Gebiedsdoelstellingen die afwijken van de landelijke doelstelling, worden ook zoveel mogelijk gemotiveerd. In gevallen waarin motivering ontbreekt, is aanpassing nog in overweging in het kader van het besluit voor het betreffende gebied. De niet-broedvogelsoorten waarvoor zowel landelijk als in alle gebieden een behoudopgave is gesteld zijn samengevat in één tabel. Bij broedvogels en niet-broedvogels wordt in de kolom "Populatie" tevens aangegeven of er sprake is van herstel dan wel uitbreiding (↑). In een aparte kolom is van elk gebied de relatieve bijdrage vermeld.
In het geval van vogelsoorten betreft de relatieve bijdrage het aandeel van (in dit geval) de Noordzeepopulatie dat (geregeld) in het gebied aanwezig is. Afhankelijk van de soort wordt dit afgemeten aan getelde aantallen, aantal bezette plekken of kilometerhokken.
Er is gebruik gemaakt van de volgende klasse-indeling:
A1 = 15-30%, A2 = 30-50%, A3 = 50-75% en A4 = >75%
B1 = 2-6% en B2 = 6-15%
C = <2%
Niet-broedvogelsoorten Landelijke doelstelling: behoud omvang en behoud kwaliteit leefgebied voor behoud populatie | |||||
Vogelsoort | Aantal gebieden | Landelijke doelstelling | Populatie Friese Front | Relatieve bijdrage* | Besluit |
A199 Zeekoet a | 1 | behoud | behoud b | rufr, - | conform ontwerp |
* Het gebied vervult hoofdzakelijk een foerageer (f)- en rust (r) functie om juvenielen groot te brengen, een ruifunctie (ru), of alle drie (rufr). Relatieve bijdrage is alleen berekend als het landelijke doel en het gebiedsdoel beide zijn gebaseerd op dezelfde waarde (óf seizoensmaximum óf seizoensgemiddelde).
Zeekoet: de staat van instandhouding van de soorten is beoordeeld als "gunstig".
Zeekoet: de draagkrachtdoelstelling van het Friese Front is gesteld op behoud. Op dit moment zijn er nog te grote verschillen in populatieschattingen van scheeps- en vliegtuigtellingen om een goed onderbouwde draagkrachtdoelstelling vast te stellen. Het gaat om verschillen van 8.000-90.000 individuen (van Bemmelen, R. F. Arts & M. Leopold (2013): Alken en Zeekoeten op het Friese Front. IMARES Wageningen UR, rapportnummer C160/13, pagina 36 e.v.). De manier van tellen zal worden aangepast.
LEGENDA: Artikel | Noemer |
Indicatief/exact | |
GIO-id44 | |
1, eerste lid | Vogelrichtlijngebied Friese Front |
Exact | |
/join/id/regdata/mnre1153/2026/N2000_FrieseFront_VR/nld@2026‑06‑30 | |
2, tweede lid | Natura 2000-gebied Friese Front |
Exact | |
/join/id/regdata/mnre1153/2026/N2000_FrieseFront_N2000/nld@2026‑06‑30 |
Dit besluit voorziet in een rectificatie van de genoemde coördinaten en oppervlakte van het Vogelrichtlijngebied Friese Front en het Natura 2000-gebied Friese Front.
Met dit besluit wordt de begrenzing van het Natura 2000-gebied Friese Front volgens het besluit van 27 mei 2016 (kenmerk N&B/2016-166|166 Friese Front) op het volgende punt gerectificeerd:
De oppervlakte is opnieuw berekend in het Europese coördinatenstelsel (ETRS89/LAEA Europe) en wordt op basis van advies van RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) en de Dienst der Hydrografie (Koninklijke Marine) en in aansluiting op andere lidstaten afgerond op 100 hectare (1 km2), omdat dit voldoende nauwkeurig is voor gebieden op zee.
Naast de coördinaten van de hoekpunten van het gebied worden ook tussenpunten op de grens van het gebied opgenomen. Dit is gedaan op basis van advies van het Kadaster en de Dienst der Hydrografie (Koninklijke Marine). Deze extra punten wijzigen niks aan de begrenzing of oppervlakte van het gebied, maar zorgen voor een meer nauwkeurige en eenduidige grens. Bij het tonen van een lange lijn op basis van twee coördinaten op de kaart, ontstaat namelijk een onbedoelde lichte kromming, wat voorkomen wordt door het opnemen van deze tussenpunten.
Dit besluit betreft de vaststelling van een nieuwe tekst van het geldende aanwijzingsbesluit voor het Habitatrichtlijngebied Friese Front en het Natura 2000-gebied Friese Front, maar nu gepubliceerd met behulp van de nieuwe digitale standaard voor officiële publicaties: de Standaard Officiële Publicaties (STOP). De vaststelling van de geconsolideerde tekst is en brengt geen wijziging met enig rechtsgevolg met zich ten opzichte van het oorspronkelijke besluit. De reden voor de vaststelling van deze nieuwe tekst van het geldende aanwijzingsbesluit is, dat in het kader van de Omgevingswet wordt overgegaan op nieuwe digitale standaarden voor de vormgeving van besluiten.
Op de voorbereiding van dit besluit is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht op grond van artikel 16.25a van de Omgevingswet niet van toepassing, omdat de wijzigingen van ondergeschikte aard zijn. Het betreft geen wijzigingen die leiden tot een andere inhoudelijke reikwijdte dan het geldende aanwijzingsbesluit voor dit gebied: de begrenzing sluit naadloos aan op de landsgrenzen, en er is geen sprake van wijzigingen van instandhoudingsdoelstellingen. De tekst betreft een redactionele aanpassing met daarbij een wijziging in de coördinaten.
Eventueel bezwaar kan alleen betrekking hebben op de wijziging van de coördinaten van de begrenzing en niet op de vaststelling van de geconsolideerde tekst, omdat die vaststelling alleen redactionele aanpassingen met zich brengt die geen zelfstandige rechtsgevolgen hebben ten opzichte van het geldende besluit. Belanghebbenden die bezwaar tegen de wijziging van de coördinaten hebben of die van mening zijn dat er bij de vaststelling van de geconsolideerde tekst wel sprake is van relevante wijzigingen en nieuwe rechtsgevolgen, kunnen evenwel met een bezwaarschrift eventuele bedenkingen tegen het besluit naar voren brengen en de beslissing op het bezwaarschrift in een beroepsprocedure door de bestuursrechter laten toetsen.
Dit betreft een geconsolideerde versie van Richtlijn 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979, inclusief wijzigingen die sindsdien op de richtlijn van toepassing zijn. Met uitzondering van de bijlagen en verwijzingen is de tekst van de richtlijn inhoudelijk niet gewijzigd. Terug naar link van noot.
Mijnbouwinstallatie: een mijnbouwwerk dat verankerd is in of aanwezig is boven de bodem van een oppervlaktewater. Wet van 31 oktober 2002, houdende regels met betrekking tot het onderzoek naar en het winnen van delfstoffen en met betrekking tot met de mijnbouw verwante activiteiten (Mijnbouwwet). Terug naar link van noot.
Ministerie van Economische Zaken, 2014/2021. Doelendocument mariene Natura 2000-gebieden, Den Haag. Terug naar link van noot.
Ministerie van Economische Zaken (2016): Doelendocument mariene Natura 2000-gebieden, Den Haag. Terug naar link van noot.
Ministerie van Economische Zaken (2014): Natura 2000 profielendocumenten voor de mariene gebieden. www.rijksoverheid.nl/natura2000. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag. Terug naar link van noot.
Besluit grenzen Nederlandse exclusieve economische zone (Stb.2000,167). Terug naar link van noot.
Van Bemmelen, R.S.A., Arts, F. , Leopold, M.F. (2013). Alken en Zeekoeten op het Friese Front. IMARES Wageningen UR, rapportnummer C160/13. Terug naar link van noot.
Lindeboom, H.J., Geurts van Kessel A.J.M. & Berkenbosch A. (2005): Gebieden met bijzondere ecologische warden op het Nederlands continentaal Plat. Rapport RIKZ /2005.008. Terug naar link van noot.
Lindeboom, H.J., Geurts van Kessel A.J.M. & Berkenbosch A. (2005): Gebieden met bijzondere ecologische warden op het Nederlands continentaal Plat. Rapport RIKZ /2005.008. Terug naar link van noot.
Ministerie van Economische Zaken (2016): Doelendocument mariene Natura 2000-gebieden, Den Haag. Terug naar link van noot.
Voor de coördinaten is het coördinatensysteem in het World Geodetic System WGS84 gehanteerd. Terug naar link van noot.
De berekening van de oppervlakte heeft plaatsgevonden in het Europees Terrestrisch Referentiesysteem ETRS89/LAEA Europe. Terug naar link van noot.
European Committee, 2007. Guidelines for the establishment of the Natura 2000 network in the marine environment. Application of the Habitats-and Birds Directive. Appendix 2, lists of existing marine habitat types and species for different Member States, table 3: seabirds and waterbird species for witch SPAs should be considered. Terug naar link van noot.
IBA: Important Bird Area. Terug naar link van noot.
BirdLife International, 2010. Marine Important Bird Areas toolkit: standardised techniques for identifying priority sites for the conservation of seabirds at sea. BirdLife International, Cambridge UK. Version 1.2: February 2011. Terug naar link van noot.
European Committee, 2007. Guidelines for the establishment of the Natura 2000 network in the marine environment. Application of the Habitats-and Birds Directive. Appendix 4.1, page 9, tabel 18, IBA2000 criteria. Terug naar link van noot.
BirdLife International, 2010. Marine Important Bird Areas toolkit: page 7. Rule Box 1. Terug naar link van noot.
http://www.iucnredlist.org. Terug naar link van noot.
Congregatory species volgens Langhammer et al. (2007): soorten die in significante aantallen samenkomen op specifieke locaties en specifieke tijdstippen in hun levenscyclus voor foerageren, broeden en rusten gedurende de migratie (vertaling). Terug naar link van noot.
Bottleneck sites zijn sites waarvan de geografische positie betekent dat zeevogels erover vliegen over of moeten nemen in de loop van reguliere migratie. Deze sites worden meestal bepaald door topografische kenmerken, zoals landtongen en zeestraten. Terug naar link van noot.
BirdLife International, 2010. Marine Important Bird Areas toolkit: page 7. Rule Box 1. Terug naar link van noot.
BirdLife International, 2010. Marine Important Bird Areas toolkit: page 40, rule box 11. Terug naar link van noot.
LNV (2000). Nota van Antwoord Vogelrichtlijn, bijlage 1 selectie en begrenzing, bijlage 4 begrippen en definities. Terug naar link van noot.
Van Roomen, M.W.J., Boele, A, van der Weide, M.J.T., van Winden, E.A.J. & Zoetebier, D. (2000). Belangrijke vogelgebieden in Nederland, 1993-97. Actueel overzicht van Europese vogelwaarden in aangewezen en aan te wijzen speciale beschermingszones en andere belangrijke gebieden. SOVON- informatierapport 2000/01. SOVON vogelonderzoek Nederland, Beek-Ubbergen: bijlage 3, pagina 97. Terug naar link van noot.
Lindeboom H.J., Geurts van Kessel A.J.M. & Berkenbosch A. (2005). Gebieden met bijzondere ecologische waarden op het Nederlands Continentaal plat. RWS rapport RIKZ/2005.008. Terug naar link van noot.
BirdLife International, 2010. Marine Important Bird Areas toolkit: page 44, defining boundaries, laatste alinea. Terug naar link van noot.
BirdLife International, 2010. Marine Important Bird Areas toolkit: page 8, rule Box 2. Terug naar link van noot.
Lindeboom H.J., Geurts van Kessel A.J.M. & Berkenbosch A. (2005). Gebieden met bijzondere ecologische waarden op het Nederlands Continentaal plat. RWS rapport RIKZ/2005.008, pagina 27. Terug naar link van noot.
Gebieden bezocht door vogels uit meer dan een site of gedurende verschillende perioden (dwz seizoen of jaar). Terug naar link van noot.
Leopold, M.F.L. & R.S.A. van Bemmelen (2014). Voldoen de aantallen zeekoeten aan de drempelwaarden voor kwalificatie van het Friese Front als vogelrichtlijngebied? Rapportnummer C060/14. IMARES Wageningen UR. Terug naar link van noot.
Skov H., Durinck J., Leopold M.F. & Tasker M.L. (1995). Important bird areas in the North Sea, including the Channel and the Kattegat. BirdLife International, Cambridge. Terug naar link van noot.
Van Bemmelen, R.S.A., Arts, F. , Leopold, M.F. (2013). Alken en Zeekoeten op het Friese Front. IMARES Wageningen UR, rapportnummer C160/13. Terug naar link van noot.
Van Bemmelen, R.S.A., Arts, F. , Leopold, M.F. (2013). Alken en Zeekoeten op het Friese Front. IMARES Wageningen UR, rapportnummer C160/13. Terug naar link van noot.
Van Bemmelen, R.S.A., Arts, F. , Leopold, M.F. (2013). Alken en Zeekoeten op het Friese Front. IMARES Wageningen UR, rapportnummer C160/13. Terug naar link van noot.
Het gemiddeld seizoensmaximum berekend over een reeks van minstens drie seizoenen is gelijk aan of overschrijdt de drempelwaarde van de betreffende soort. Terug naar link van noot.
Van Bemmelen, R.S.A., Arts, F. , Leopold, M.F. (2013). Alken en Zeekoeten op het Friese Front. IMARES Wageningen UR, rapportnummer C160/13. Terug naar link van noot.
Van Bemmelen, R.S.A., Arts, F. , Leopold, M.F. (2013). Alken en Zeekoeten op het Friese Front. IMARES Wageningen UR, rapportnummer C160/13. Terug naar link van noot.
Van Bemmelen, R.S.A., Arts, F. , Leopold, M.F. (2013). Alken en Zeekoeten op het Friese Front. IMARES Wageningen UR, rapportnummer C160/13. Terug naar link van noot.
Van Bemmelen, R.S.A., Arts, F. , Leopold, M.F. (2013). Alken en Zeekoeten op het Friese Front. IMARES Wageningen UR, rapportnummer C160/13. Terug naar link van noot.
Leopold, M.F.L. & R.S.A. van Bemmelen (2014). Voldoen de aantallen zeekoeten aan de drempelwaarden voor kwalificatie van het Friese Front als vogelrichtlijngebied? Rapportnummer C060/14, paragraaf 1.1. geschiedenis. IMARES Wageningen UR. Terug naar link van noot.
http://www.iucnredlist.org. Rode lijst categorie 'least concern'. Terug naar link van noot.
Leopold, M.F.L. & R.S.A. van Bemmelen (2014). Voldoen de aantallen zeekoeten aan de drempelwaarden voor kwalificatie van het Friese Front als vogelrichtlijngebied? Rapportnummer C060/14. IMARES Wageningen UR. Terug naar link van noot.
De landelijke doelomschrijving in deze paragraaf beperkt zich in principe tot behoud/uitbreiding oppervlakte (of omvang leefgebied) en behoud/verbetering kwaliteit (leefgebied). Voor de volledige formulering van de landelijke doelen inclusief toelichting wordt verwezen naar het Doelendocument mariene Natura 2000-gebieden (2016). Terug naar link van noot.
Het GML-bestand voor de werkingsgebieden is via Internet raadpleegbaar door de URL https://identifier.officielebekendmakingen.nl voor /join/.. te zetten (bijvoorbeeld https://identifier.officielebekendmakingen.nl/join/id/regdata/mnre1034/2019/or_waterkwaliteit/nld@2019‑11‑01). Terug naar link van noot.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-33728.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.