Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Buitenlandse Zaken | Staatscourant 2026, 32996 | advies Raad van State |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Buitenlandse Zaken | Staatscourant 2026, 32996 | advies Raad van State |
Afdeling Verdragen
BZ2629485
’s-Gravenhage, 22 juni 2026
Aan de Koning
Nader Rapport inzake de Overeenkomst tussen de Benelux-Staten en de Kirgizische Republiek inzake de vrijstelling van de visumplicht voor houders van geldige diplomatieke en dienst-/officiële paspoorten; Brussel, 18 juni 2025 (Trb. 2025, 82 heruitgave)
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 22 januari 2026, no.2026000101, machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk haar advies inzake de bovenvermelde overeenkomst rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 4 februari 2026, nr. W02.26.00019/II/K, bied ik U hierbij aan.
De tekst van het advies treft U hieronder aan, voorzien van mijn reactie.
Bij Kabinetsmissive van 22 januari 2026, no.2026000101, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt de overeenkomst tussen de Benelux-Staten en de Kirgizische Republiek inzake de vrijstelling van de visumplicht voor houders van geldige diplomatieke en dienst-/officiële paspoorten; Brussel, 18 juni 2025 (Trb. 2025, 82 heruitgave), met toelichtende nota.
De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk heeft geen opmerkingen over het verdrag.
De Afdeling adviseert het verdrag aan de beide Kamers der Staten-Generaal, de Staten van Aruba, die van Curaçao en die van Sint Maarten over te leggen.
De vice-president van de Raad van State van het Koninkrijk,
Th.C. de Graaf
De overeenkomst geeft de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
Van de gelegenheid is gebruikgemaakt om in de toelichtende nota enkele verduidelijkingen aan te brengen met betrekking tot het gevolg van EU-visummaatregelen voor het Koninkrijk.
Ik verzoek U mij te machtigen gevolg te geven aan mijn voornemen de overeenkomst vergezeld van de gewijzigde toelichtende nota ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen aan de Eerste en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal en tevens over te leggen aan de Staten van Aruba, de Staten van Curaçao en de Staten van Sint Maarten.
De Minister van Buitenlandse Zaken, T.B.W. Berendsen.
No. W02.26.00019/II/K
’s-Gravenhage, 4 februari 2026
Aan de Koning
Bij Kabinetsmissive van 22 januari 2026, no.2026000101, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt de overeenkomst tussen de Benelux-Staten en de Kirgizische Republiek inzake de vrijstelling van de visumplicht voor houders van geldige diplomatieke en dienst-/officiële paspoorten; Brussel, 18 juni 2025 (Trb. 2025, 82 heruitgave), met toelichtende nota.
De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk heeft geen opmerkingen over het verdrag.
De Afdeling adviseert het verdrag aan de beide Kamers der Staten-Generaal, de Staten van Aruba, die van Curaçao en die van Sint Maarten over te leggen.
De vice-president van de Raad van State van het Koninkrijk, Th.C. de Graaf.
De op 18 juni 2025 tot stand gekomen overeenkomst tussen de Benelux-Staten en de Kirgizische Republiek inzake de vrijstelling van de visumplicht voor houders van geldige diplomatieke paspoorten en dienst-/officiële paspoorten1, (hierna te noemen: het Verdrag) heeft als doel om houders van diplomatieke paspoorten en dienst-/ officiële paspoorten van Kirgizië en de Benelux-Staten visumvrij toegang te geven tot elkaars grondgebied voor een verblijf van ten hoogste 90 dagen in een periode van 180 dagen.
Het visumbeleid betreft een gedeelde bevoegdheid van de Europese Unie (EU) en de EU-lidstaten op grond van artikel 4, eerste en tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). De gedeelde bevoegdheid betekent op grond van artikel 2, tweede lid, VWEU dat de Unie en de lidstaten wetgevend kunnen optreden en juridisch bindende handelingen kunnen vaststellen. De lidstaten oefenen hun bevoegdheid uit voor zover de Unie haar bevoegdheid niet heeft uitgeoefend. Voor wat betreft het visumbeleid voeren de Benelux-Staten deze bevoegdheid tezamen uit op grond van de op 11 april 1960 te Brussel tot stand gekomen Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Groothertogdom Luxemburg inzake de verlegging van de personencontrole naar de buitengrenzen van het Beneluxgebied (Trb. 1960, 40).
Welke nationaliteiten een visum nodig hebben om het Schengengebied in te reizen en welke niet, is geregeld in Verordening (EU) nr. 2018/1806 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld (PbEU 2018, L 303).Op basis van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder a, van deze verordening, kunnen de EU-lidstaten hier zelfstandig van afwijken ten aanzien van houders van diplomatieke paspoorten, dienstpaspoorten en andere officiële paspoorten. Als de Europese Commissie van de Europese Raad een mandaat krijgt om met een derde staat te onderhandelen over het vrijstellen van de visumplicht (inclusief houders van diplomatieke of dienstpaspoorten), moeten de Benelux-Staten hun eigen initiatieven die onder artikel 6, eerste lid, aanhef en onder a vallen beëindigen. De Benelux-Staten bepalen in overleg met elkaar met welke landen onderhandelingen worden gestart en welke van de Benelux-Staten daarin het voortouw neemt. De in het Verdrag opgenomen uitzondering op de visumplicht voor houders van diplomatieke paspoorten en dienstpaspoorten/officiële paspoorten wordt binnen vijf werkdagen nadat deze uitzonderingsmaatregelen in werking zijn getreden medegedeeld aan de Europese Commissie op grond van artikel 12 van de Verordening.
De onderhandelingen met Kirgizië over het Verdrag zijn gevoerd door België. De onderhandelingen met Kirgizië over een overeenkomst inzake de terug- en overname van onregelmatig verblijvende personen, die begonnen in 2015, verliepen gelijktijdig met de onderhandelingen over visumvrijstelling voor houders van diplomatieke of dienstpaspoorten. Kirgizië voldoet aan de volgende relevante criteria voor verdragen ter afschaffing van de visumplicht voor houders van diplomatieke paspoorten of dienstpaspoorten:
• ten aanzien van documentveiligheid heeft een technische analyse uitgewezen dat de diplomatieke en dienstpaspoorten van Kirgizië voldoen aan de normen van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie;
• het aantal in omloop zijnde Kirgizische dienstpaspoorten is beperkt te noemen (eind 2021 ca. 630); en
• het afgiftebeleid is duidelijk en neergelegd in paragraaf 9 van de Regulations on diplomatic and service passports of the Kyrgyz Republic, vastgesteld per decreet nr. 384 van de Regering van de Kirgizische Republiek, d.d. 12 juli 2011.
Naar het oordeel van de regering bevat dit Verdrag geen een ieder verbindende bepalingen in de zin van de artikelen 93 en 94 van de Grondwet, die aan een rechtssubject rechtstreeks rechten toekennen of plichten opleggen. Diplomatieke en dienstpaspoorten worden immers door staten uitgegeven aan overheidsfunctionarissen. De vrijstelling is daarmee bedoeld om de internationale betrekkingen te ondersteunen en om de houders van diplomatieke en dienstpaspoorten bij de uitoefening van de functie in de andere staat te faciliteren door visumvrijstelling. De bepalingen van het Verdrag zijn dan ook duidelijk bestemd om alleen de overheid te binden in haar betrekking tot de andere verdragspartij.
Het verdrag is van toepassing op het Europese grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden. Het wordt eveneens wenselijk geacht het Verdrag uit te breiden tot het Caribische deel van Nederland. Op grond van artikel 14 kan het Verdrag worden uitgebreid tot Aruba, Curaçao, Sint Maarten en hetCaribische deel van Nederland (de eilanden Bonaire,Sint Eustatius en Saba). De regeringen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten wensen de medegelding van dit Verdrag. De goedkeuring van het Verdrag wordt derhalve voor het gehele Koninkrijk gevraagd.
Hieronder worden de artikelen uit het Verdrag toegelicht.
Artikel 1 definieert de begrippen ‘Benelux-Staten’ evenals ‘Benelux-gebied’: waarbij wordt aangegeven dat het gaat om het gezamenlijke grondgebied in Europa. Op basis van artikel 14 kan de werking van het Verdrag worden uitgebreid tot het Caribische deel van Nederland en tot de andere landen van het Koninkrijk (zie ook hieronder bij artikel 14).
Dit artikel wijst de bevoegde autoriteiten aan, die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering. Voor het Koninkrijk der Nederlanden is dat het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Kirgizische diplomatieke of dienstpaspoorthouders hebben zonder visum toegang tot de Benelux-Staten en mogen daar maximaal 90 dagen gedurende een periode van 180 dagen verblijven. De periode van maximaal 90 dagen uit 180 dagen is conform relevante EU-verordeningen, waaronder Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) en Verordening (EG) Nr. 810/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot vaststelling van een gemeenschappelijke visumcode.
Anderzijds hebben houders van diplomatieke of dienstpaspoorten van de Benelux-Staten visumvrij toegang tot Kirgizië en mogen zij daar maximaal 90 dagen verblijven.
In geval een houder van een diplomatiek of dienstpaspoort wordt geplaatst op een ambassade of consulaat of bij een internationale organisatie op het grondgebied van de andere partij, zal deze schriftelijk worden aangemeld en gedurende zijn plaatsing visumvrij kunnen binnenkomen, verblijven en vertrekken. Partijen verbinden zich om de bij accreditatie geldende regelingen te respecteren.
Een verdragspartij kan de toegang weigeren aan een persoon van de andere partij als deze als ongewenste vreemdeling wordt beschouwd of als de aanwezigheid van de desbetreffende persoon wordt beschouwd als een bedreiging voor de openbare orde of nationale veiligheid.
Voor zover het niet in het Verdrag is geregeld, blijven alle nationale wetten en regelingen alsmede EU-verordeningen gelden die betrekking hebben op toegang, verblijfsduur, verblijf, tewerkstelling en uitzetting.
In dit artikel wordt de medewerking verzekerd van de respectievelijke autoriteiten voor de terugkeer van onderdanen in het bezit van een diplomatiek of dienstpaspoort die op elkaars grondgebied verblijven.
Indien een van de partijen nieuwe of gewijzigde diplomatieke of dienstpaspoorten in omloop brengt, zal deze de andere partijen tijdig – in beginsel minimaal 60 dagen tevoren – specimina hiervan sturen, evenals de bijbehorende technische specificaties.
De artikelen 9 tot en met 14 bevatten bepalingen over het oplossen van geschillen, de depositaris, de procedure voor wijziging van het Verdrag, inwerkingtreding, opzegging, schorsing en de territoriale toepassing. Op grond van artikel 14 zal de depositaris in kennis worden gebracht van de uitbreiding van het Verdrag tot Caribisch Nederland en Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
Partijen hebben afgesprokenzij de depositaris tegelijkertijd in kennis zullen stellen van de voltooiing van hun interne procedures voor dit Verdrag en de op 18 juni 2025 te Brussel tot stand gekomen Overeenkomst tussen de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden) en de Kirgizische Republiek betreffende de terug- en overname van onregelmatig binnengekomen en/of verblijvende personen (Trb. 2025, 83), teneinde deze verdragen op dezelfde datum in werking te laten treden.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
De gebruikte bewoording hangt af van de vertaling in de taal van de het derde land. In België, Nederland en Luxemburg wordt de term dienstpaspoort gebruikt. Verder in deze nota wordt i.v.m. de leesbaarheid enkel de term dienstpaspoort gebruikt.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-32996.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.