Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur | Staatscourant 2026, 32179 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur | Staatscourant 2026, 32179 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,
Gelet op de artikelen 5, eerste lid, 15, 16 en 19, tweede lid, 44, tweede lid, 50 van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies;
Besluit:
A
In artikel 2.7.3, tweede lid, wordt ‘subsidieontvanger’ vervangen door ‘samenwerkingsverband’.
B
In artikel 2.7.8, vierde lid, onderdeel b, wordt ‘deelnemers’ vervangen door ‘deelnemende agrarische ondernemers’.
C
In artikel 2.7.10, onderdeel a, wordt ‘deelnemers’ vervangen door ‘deelnemende agrarische ondernemers’.
D
Artikel 2.23.1 wordt als volgt gewijzigd:
1. In de begripsbepaling ‘aansluiting’ wordt ‘warmtenet’ vervangen door ‘energie-efficiënt warmtenet’.
2. De begripsbepaling ‘warmtenet’ vervalt.
E
Artikel 2.23.4 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid wordt na ‘per onderdeel van het energie-efficiënte warmtenet’ ingevoegd ‘, met uitzondering van een warmteopslag,’.
2. In het vierde lid vervalt ‘of een warmteopslag’.
3. Het vijfde lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, vervalt, onder vernummering van subonderdeel 3. tot subonderdeel 2° en onder toevoeging van ‘en’ aan het slot van subonderdeel 1°.
F
In bijlage 2.23.1, onderdeel 1, onder Berekeningsmethode, wordt voor ‘Algemene uitgangspunten’ een alinea ingevoegd, luidende:
‘Van de volgende algemene uitgangspunten kan alleen worden afgeweken met een degelijke onderbouwing in het projectplan.’
In de tabel van artikel 1 van de Regeling openstelling EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2026 wordt de rij van titel 2.23 vervangen door de volgende rij:
|
Titel 2.23: Warmte-infrastructuur glastuinbouw |
2.23.2 |
Investeerders in warmte-infrastructuur |
Warmte-infrastructuur glastuinbouw |
02-11-2026 tot 31-03-2027 |
€ 42.000.000 |
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 17 september 2026
De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, S.P.A. Erkens
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen
Deze regeling wijzigt binnen de Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies (hierna: RNES) de subsidiemodule Warmte-infrastructuur glastuinbouw (titel 2.23, hierna: SWiG). Deze wijzigingen zijn mede ingegeven door de inbreng van de doelgroep van deze regeling tijdens de marktconsultatie van 16 april 2026.
Op grond van de SWiG kan subsidie worden verstrekt voor de bouw of uitbreiding van efficiënte warmtenetten met als doel om glastuinbouwondernemingen in staat te stellen hun bedrijfsvoering te verduurzamen. Er zijn drie openstellingen geweest. De laatste openstelling vond plaats van 3 februari 2026 tot en met 31 maart 2026. Er zijn tijdens deze openstelling zeven aanvragen ingediend. Aan drie projecten is subsidie verleend en twee aanvragen zijn nog in behandeling. Om beter tegemoet te komen aan de wensen van de aanvragers om meer tijd te hebben voor het indienen van subsidieaanvragen is ervoor gekozen om de SWiG eind 2026 langer open te stellen.
Daarnaast wijzigt deze regeling titel 2.7 van de RNES. In deze titel is per abuis een verkeerd begrip gebruikt dat gecorrigeerd moet worden. Daarnaast is het nodig om een begrip dat mogelijk verkeerd kan worden geïnterpreteerd te verduidelijken.
De wijzigingen van de SWiG zijn het verruimen van de mogelijkheid voor de subsidiëring van een warmteopslag in het warmtenet en het subsidiabel maken van een warmte afleverset (hierna: WAS). Daarnaast zijn er enkele technische aanpassingen gedaan.
In artikel 2.23.2, tweede lid, is een uitzondering gemaakt voor de warmteopslag. Dit betekent dat de subsidie niet wordt gekort als een deel van de warmteopslag wordt gebruikt voor de gebouwde omgeving. In de praktijk wordt de warmteopslag immers vooral gebruikt voor de glastuinbouw. Zo worden hoge administratieve lasten voorkomen die anders gemaakt zouden moeten worden om aan te tonen welk deel van de warmteopslag voor de glastuinbouw wordt gebruikt.
Eerder werd de subsidie op grond van artikel 2.23.2, vierde lid, voor dit onderdeel met 50 procent gekort als er een klein deel voor de gebouwde omgeving werd gebruikt. Dat is gelet op de praktijk niet proportioneel. Daarom is ervoor gekozen om de warmteopslag niet met 50% te korten en de volledige warmteopslag als onderdeel van het warmtenet subsidiabel te maken. Deze uitzondering is gerechtvaardigd omdat in de praktijk de warmteopslag vooral voor de glastuinbouw wordt gebruikt.
Door deze wijziging wordt het aantrekkelijker voor aanvragers om een warmteopslag te integreren in een warmtenet dat vooral warmte aan de glastuinbouw levert, maar voor een klein deel ook aan de gebouwde omgeving. Dit komt efficiënt gebruik van overheidsmiddelen ten goede.
Eerder waren de kosten voor de WAS niet subsidiabel omdat ervan werd uitgegaan dat de glastuinbouwer als eigenaar van de WAS subsidie kon aanvragen voor dit onderdeel op grond van de EG-regeling (titel 2.3 van de RNES). In de praktijk blijkt echter dat de glastuinbouwer de WAS overdraagt aan een warmtebedrijf nadat deze is aangelegd. Het zou daarom efficiënter zijn als het warmtebedrijf de aanleg of uitbreiding van de WAS al kan meenemen in zijn subsidieaanvraag voor de bouw of uitbreiding van het energie-efficiënte warmtenet. Daarom is ervoor gekozen om de WAS voor subsidie in aanmerking te laten komen door artikel 2.23.4, vijfde lid, onderdeel a, subonderdeel 2° te schrappen.
Door deze wijziging wordt het aanvraagproces eenvoudiger voor aanvragers die een warmtenet ontwikkelen waarbij de aanvrager ook de WAS aanlegt en in eigendom heeft. Bovendien is er minder onzekerheid voor marktpartijen door de afhankelijkheid van verschillende subsidie instrumenten.
Een warmtebedrijf kan geen subsidie aanvragen voor de WAS als deze wel van de glastuinbouwer is. In dat geval is de WAS namelijk uitgesloten van subsidie omdat er onder de EG-subsidie kan worden aangevraagd (artikel 2.23.4, vijfde lid, onderdeel e).
In de definitie van ‘aansluiting’ is een omissie hersteld door ‘warmtenet’ te vervangen door ‘energie-efficiënt warmtenet’. Bij een aansluiting gaat het immers om de aansluiting op een energie-efficiënt warmtenet. Aangezien het begrip ‘warmtenet’ niet meer wordt gebruikt in de SWiG en er al een definitie is van het begrip ‘energie-efficiënt warmtenet’ is de definitie van ‘warmtenet’ vervallen.
Daarnaast is in bijlage 2.23.1, onderdeel 1, onder Berekeningsmethode verduidelijkt dat er kan worden afgeweken van de algemene uitgangspunten die in deze bijlage staan, mits een degelijke onderbouwing wordt gegeven waarom het nodig is om hiervan af te wijken.
In de subsidieregeling Sociaal-Economische Begeleiding (SEB) is in artikel 2.7.3 het begrip ‘subsidieontvanger’ vervangen door ‘samenwerkingsverband. Hier is per abuis het verkeerde begrip gebruikt. Daarnaast is in de artikel 2.7.8 en 2.7.10 verduidelijkt dat de deelnemers deelnemende agrarische ondernemers zijn.
Deze regeling wordt uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Naar verwachting heeft RVO 1,4% van het totale budget nodig voor de uitvoering van de SWiG, zowel voor personele capaciteit als voor ondersteunende diensten. Met deze wijziging zijn de uitvoeringskosten gelijk gebleven. RVO is betrokken geweest bij de totstandkoming van deze regeling. Zij heeft bevestigd dat deze regeling uitvoerbaar is.
De enige wijziging in de SWiG die gevolgen heeft voor de regeldruk is dat de WAS subsidiabel is geworden. De extra tijd voor de aanvraag van de WAS binnen de SWIG wordt door RVO geraamd op maximaal 30 minuten. Daar staat tegenover dat de individuele tuinder geen aanvraag meer hoeft te doen in de EG-regeling. De andere wijzigingen hebben geen effect op de regeldruk. De regeldruk voor deze wijziging was bepaald op 0,09%. Ook na deze wijziging blijft de regeldruk circa 0,09%.
Deze wijzigingen in de SWiG zijn aan de Autoriteit Toetsing Regeldruk (ATR) voorgelegd. De ATR heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het geen omvangrijke gevolgen voor de regeldruk heeft.
Uit onderstaande tabel blijkt dat de regeldruk circa 0,09% blijft. De volgende activiteiten zullen gevraagd worden in het kader van de aanvraag. Hierbij wordt gerekend met een standaardtarief van € 54 per uur.
|
Activiteit tijdens de aanvraag |
Uren |
Regeldrukkosten in € |
|---|---|---|
|
Kennisname |
3,0 |
162 |
|
Aanvraagformulier indienen |
1,8 |
97 |
|
Opstellen projectplan |
20,5 |
1.107 |
|
Invullen model exploitatieberekening |
2,0 |
108 |
|
Aanleveren onderbouwing financiering eigen aandeel in investering |
0,5 |
27 |
|
Totaal regeldrukkosten aanvraagfase per aanvrager |
1.501 |
|
|
Totaal regeldrukkosten aanvraagfase |
45.036 |
|
In de resterende periode tot en met 2028 worden nog ongeveer 30 aanvragen verwacht.
Afgaande op de bekende gemiddelde omvang van investeringsprojecten in warmtenetten en de verhoogde begrenzing van de subsidiebijdrage per project in deze subsidiemodule wordt verwacht dat 10 daarvan een subsidie zullen ontvangen. Tot het moment van de subsidievaststelling worden van deze projecten de volgende activiteiten verwacht.
|
Activiteit tijdens de uitvoering |
Uren |
Regeldrukkosten |
|---|---|---|
|
Kick-off bijeenkomst |
2 |
€ 108 |
|
Voortgangsrapportage (4 uur per jaar; maximale looptijd van een project is 5 jaar) |
28 |
€ 1.512 |
|
Projectbezoek RVO adviseur (max. 2 keer gedurende de looptijd van het project, 2 uur per bezoek) |
4 |
€ 216 |
|
Eindverslag |
20 |
€ 1.080 |
|
(Vrijwillige) deelname aan evaluatie regeling |
2 |
€ 108 |
|
Accountantsverklaring bij vaststelling |
€ 2.500 – € 3.500 |
|
|
Aanleveren documenten o.b.v. de verplichtingen (investeringsbesluit, financieringsbesluit en opdrachtverstrekking) |
0,5 |
€ 27 |
|
Een document waarmee het efficiënte net wordt aangetoond. |
€ 2.000 |
|
|
Totaal regeldrukkosten uitvoeringsfase per project |
€ 7.551 – € 8.551 |
|
|
Totaal regeldrukkosten uitvoeringsfase voor 10 projecten |
€ 75.510 – € 85.510 |
|
Hiermee komen de totale regeldrukkosten van deze subsidiemodule op € 120.546 tot € 130.546. Uitgaande van een totaal resterend subsidiebudget van 140 miljoen euro is het regeldrukpercentage daarmee circa 0,09%.
Op 16 april 2026 heeft een marktconsultatie voor de SWiG-regeling plaatsgevonden. Naast RVO en LVVN waren hierbij vertegenwoordigers van acht marktpartijen aanwezig, waaronder potentiële nieuwe aanvragers.
Uit de consultatie kwam onder meer naar voren dat de meeste aanvragers tevreden zijn over het aanvraagproces en de steunpercentages van de vorige SWiG-openstelling. Daarnaast werd aangegeven dat meerdere openstellingsmomenten per jaar beter aansluiten bij de praktijk en mogelijk een positief effect hebben op zowel het aantal ingediende projecten als de kwaliteit daarvan. Deze uitkomsten ondersteunen het beeld dat de regeling goed aansluit bij de behoeften van de sector en dat een nieuwe openstelling dit jaar met slechts beperkte wijzigingen mogelijk is.
Daarnaast heeft de sector aan de overheid gevraagd om ook de WAS subsidiabel te maken als het warmtebedrijf daarvan eigenaar wordt en blijft. Dit zou het aanvraagproces vereenvoudigen, voorkomt onnodige overdrachten, en geeft meer duidelijkheid voor marktpartijen. Naar aanleiding van deze inbreng is ervoor gekozen om de WAS te schrappen onder punt 2.23.4, vijfde lid.
Ook werd de warmteopslag besproken. Uit de discussie blijkt dat wanneer de opslag in voorkomende gevallen ook een koppeling met de gebouwde omgeving faciliteert dit de gebouwde omgeving nog niet tot de primaire begunstigde van de opslagvoorziening maakt. De functionele noodzaak en inzet van de opslag liggen bij het warmtenet en de warmtevoorziening van de glastuinbouw. Bovendien is de gecombineerde inzet van de warmteopslag voor de gebouwde omgeving en de glastuinbouw effectiever dan het realiseren van een aparte opslag specifiek voor de gebouwde omgeving. Er is daarom gekozen om het onderdeel in de regeling te schrappen waarbij de warmteopslag met 50% gekort werd als deze ook warmte zou leveren aan de gebouwde omgeving.
De consultatie was voornamelijk gericht op het ophalen van verbeterpunten voor een nieuwe openstelling van de SWiG. Vanwege de korte termijn tot de volgende opstelling zijn grote aanpassingen die werden voorgesteld tijdens de consultatie, zoals een andere rekenmethode (op basis van een onrendabele top berekening) voor koppelleidingen en samenvoeging van de warmtenetsubsidies, vooralsnog niet overgenomen.
Deze wijzigingsregeling heeft geen gevolgen voor de conclusie dat er met deze subsidiemodule staatssteun wordt verleend en dat deze steun verenigbaar is met de interne markt in de zin van artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Deze regeling wijzigt onder meer dat ook subsidie worden aangevraagd voor de aanleg of uitbreiding van de WAS. Dit is in overeenstemming met artikel 46 van de AGVV omdat de WAS een onderdeel is van het energie-efficiënte warmtenet. Dit warmtenet moet voldoen aan de voorwaarden die in artikel 46 van de AGVV zijn opgenomen. Daarmee is de steun nog steeds verenigbaar met de interne markt.
Omdat de AGVV wordt herzien, met beoogde inwerkingtreding per 1 januari 2027, is de SWiG ook getoetst aan de consultatieversie van de herziene AGVV. De subsidiemodule is naar verwachting in overeenstemming is met artikel 64 van de herziene AGVV, wat naar verwachting de opvolger is van artikel 46 van de huidige AGVV. Voor zover de herziene AGVV ruimere mogelijkheden biedt om subsidie te verlenen voor investeringssteun voor energie-efficiënte stadsverwarming en/of -koeling is ervoor gekozen om daar vooralsnog geen gebruik van te maken.
Deze regeling treedt in werking op 1 oktober 2026. Daarmee wordt afgeweken van het uitgangspunt dat bekendmaking uiterlijk twee maanden voor inwerkingtreding geschiedt. Dit is op grond van Aanwijzing 4.17, vijfde lid, onderdeel a, gerechtvaardigd omdat uitstel tot aanmerkelijke ongewenste nadelen voor de doelgroep zal leiden. Inwerkingtreding op 1 oktober 2026 maakt het namelijk mogelijk dat de SWiG nog in 2026 kan worden opengesteld, wat bijdraagt aan het behalen van de doelstellingen uit het Convenant Energietransitie Glastuinbouw 2022–2030. Bovendien zijn de gevolgen van deze regeling voor de sector en RVO relatief beperkt en is de sector geïnformeerd over de wijzigingen.
De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, S.P.A. Erkens
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-32179.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.