Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Justitie en Veiligheid | Staatscourant 2026, 3063 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Justitie en Veiligheid | Staatscourant 2026, 3063 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
De Minister van Justitie en Veiligheid,
Gelet op artikel 37o, vijfde lid, van de Luchtvaartwet en de artikelen 15, derde lid, en 22, zesde lid, van het Besluit beveiliging burgerluchtvaart;
Besluit:
De Regeling uitvoering beveiliging burgerluchtvaart 2021 wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 9 komt te luiden:
De aanvraag voor een erkenning van een entiteit als bedoeld in artikel 37o, eerste lid, van de wet geschiedt langs elektronische weg door middel van een door de commandant van de Koninklijke marechaussee ter beschikking gesteld aanmeldformulier en een vastgesteld gestandaardiseerd model voor het beveiligingsprogramma.
B
Na artikel 9 worden twee nieuwe artikelen ingevoegd, luidende:
Een erkenning als erkend agent wordt slechts verleend, indien de aanvrager:
a. een zending fysiek aanvaardt voor het uitvoeren van de verplichte beveiligingscontroles, waaronder het onderzoeken van de buitenzijde van de zending op tekenen van manipulatie door onbevoegden, sabotage of enige afwijkingen die aanleiding kunnen geven tot verdenking van manipulatie;
b. wanneer hij de beveiligingscontroles uitbesteedt aan een andere erkende agent of goedgekeurde entiteit, de beveiligingscontroles laat uitvoeren op de eigen goedgekeurde locatie, uitbestede beveiligingscontroles opneemt in het beveiligingsprogramma en volledige verantwoordelijkheid behoudt voor de uitvoering, vereisten en uitkomsten van de controles;
c. de operationele locatie die overeenkomstig de erkenning wordt goedgekeurd, overeenkomt met de locatie waar zendingen fysiek worden opgeslagen of aan beveiligingscontroles worden onderworpen;
d. het beveiligingsprogramma, bedoeld in artikel 37abc, eerste lid, van de wet opeen gestandaardiseerd modelformulier heeft beschreven en wat de Minister van Justitie en Veiligheid positief heeft beoordeeld.
De aanvraag voor een erkenning als erkend agent kan worden afgewezen, indien na onderzoek naar de betrouwbaarheid van personen werkzaam voor de aanvrager van een erkenning, als bedoeld in artikel 37q van de wet, uit omstandigheden of feiten redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de veiligheid en de betrouwbaarheid niet is geborgd.
C
Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt in de aanhef na ‘Het opleidingsprogramma bevat’ ingevoegd ‘voor zover het geen opleiding betreft ten aanzien van taken die op grond van EU-verordening 2015/1998 slechts mogen worden uitgevoerd door gecertificeerd personeel’;
2. In het tweede lid wordt ‘certificaat’ vervangen door ‘diploma’.
D
Artikel 16 komt te luiden:
1. De procedure om de bekwaamheid van personen als bedoeld in artikel 37rd van de wet vast te stellen, omvat in ieder geval een door de Minister van Justitie en Veiligheid vastgestelde:
a. theoretische test om te beoordelen of de persoon over de theoretische kennis beschikt die nodig is om de toegewezen taken uit te voeren,
b. praktijktest om te beoordelen of de persoon over de vaardigheden beschikt die nodig zijn om de toegewezen taken uit te voeren, en
c. beeldinterpretatietest, voor personen die röntgen- of EDS-apparatuur bedienen.
2. De kandidaat die met goed gevolg de in het eerste lid bedoelde procedure heeft doorlopen, ontvangt als bewijs daarvan een certificaat.
E
Artikel 20, eerste lid, onderdeel d, vervalt, onder verlettering van de onderdelen e en f tot d en e.
F
Na artikel 20 wordt voor paragraaf 7 een nieuw artikel ingevoegd, luidende:
De Minister van Justitie en Veiligheid verleent mandaat en machtiging voor het erkennen van personeel, bedoeld in artikel 37rd, van de wet en het verrichten van daarbij behorende overige handelingen aan de instelling die in het kader van de certificering een door de Minister van Justitie en Veiligheid goedgekeurde theorie-, praktijk- of beeldinterpretatie-examen uitvoert.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, met uitzondering van:
a. het in artikel I, onderdeel B, opgenomen artikel 9a, dat in werking treedt met ingang van 1 januari 2027;
b. de onderdelen C tot en met F van artikel I, die in werking treden met ingang van 1 april 2026.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Justitie en Veiligheid, F. van Oosten
Het dreigings- en risicobeeld binnen de beveiliging van de burgerluchtvaart is voortdurend aan veranderingen onderhevig: nieuwe dreigingen kunnen aanleiding geven tot het treffen van aanvullende maatregelen.
In de zomer van 2024 heeft zich in Europa een aantal incidenten voorgedaan met luchtvrachtpakketten die bewust tot ontbranding zijn gebracht. Deze incidenten hebben er mede toe geleid dat de Europese Commissie verscherpte maatregelen heeft genomen ter versterking van de beveiliging van de veilige luchtvrachtketen in ‘Uitvoeringsverordening (EU) 2025/920’ en het daarmee verbonden ‘Uitvoeringsbesluit C(2025)3014’. De maatregelen opgenomen in het Uitvoeringsbesluit C(2025)3014 zijn niet openbaar en worden alleen aan partijen verstrekt indien dit noodzakelijk is voor de uitvoering van hun werkzaamheden.
Daarnaast zijn in Uitvoeringsverordening (EU) 2025/920 een aantal aanvullende bepalingen opgenomen over het proces van certificering en goedkeuring van gecertificeerd personeel. Dit zijn bijvoorbeeld personen die röntgen- of EDS-apparatuur bedienen. De maatregelen in onderhavige regeling zijn in lijn met de wijzigingen van de Europese regelgeving hierop aangepast.
Dit artikel actualiseert het aanvraagproces voor erkende en bekende entiteiten via de commandant van de Koninklijke marechaussee: aanvragen die op een andere wijze worden ingediend, kunnen niet in behandeling worden genomen.
De entiteiten zijn in algemenere bewoording aangehaald. Dit artikel heeft geen betrekking op bekende leveranciers van vlucht- of luchthavenbenodigdheden, die respectievelijk door erkende leveranciers van vluchtbenodigdheden en de luchthavenexploitant aangewezen worden.
Teneinde nadere uitvoering te geven aan de Europese maatregelen en de beveiligingsrisico’s voor de vrachtketen verder te mitigeren, is een verscherping en verduidelijking van de regelgeving binnen de veilige luchtvrachtketen noodzakelijk.
Zo vereisen de gewijzigde Europese regels dat alle erkende agenten aanvullende beveiligingscontroles uitvoeren op de zendingen die zij ontvangen, behandelen of afwijzen, om te voorkomen of detecteren dat zendingen verboden of een gevaarlijke inhoud bevatten. Eén van deze controles bestaat uit de verplichting dat wanneer een erkende agent een zending aanvaardt, hij de buitenkant van de ontvangen zending onderzoekt op tekenen van manipulatie of sabotage of enige andere afwijkingen die verdenkingen kunnen opleveren. Het fysiek aanvaarden van een zending is dan ook essentieel om een goede afweging te kunnen maken of een pakket als verdacht aangemerkt moet worden en is in het eerste lid opgenomen. Mocht dit het geval zijn, dan moet de zending op een aangepaste wijze behandeld worden voordat deze het vliegtuig ingeladen mag worden. Uit eerdere inspecties bij erkende agenten is gebleken dat niet alle erkende agenten fysiek in contact komen met de zendingen die zij ontvangen, behandelen of veilig verklaren. Deze worden bijvoorbeeld digitaal op afstand, met of zonder tussenkomst van een andere partij, van een veilige beveiligingsstatus voorzien.
De bepaling in het tweede lid van de regeling verduidelijkt dat de erkende agent die de mogelijkheid heeft tot het afgegeven van een veilige status aan een zending, ook in het geval van uitbesteding zelf volledig verantwoordelijk blijft voor alle beveiligingscontroles die op zijn locatie onder zijn unieke alfanumerieke identificatiecode (hierna: ‘UAI’) worden afgegeven. Uitbesteding vindt bijvoorbeeld regelmatig plaats door het beveiligingsonderzoek met explosievenspeurhonden of röntgenapparatuur uit te besteden aan andere partijen. Ook kan er sprake zijn van uitbesteding door inzet van flexibele- of uitzendkrachten. Door uitbesteding van verschillende beveiligingscontroles op verschillende locaties kan er onduidelijkheid bestaan wie verantwoordelijk is voor de uitvoering van een bepaalde beveiligingscontrole. Niet alle uitgevoerde beveiligingscontroles worden immers opgenomen in de begeleidende luchtvrachtbrief of afzonderlijke verklaring (consignment security declaration, ‘CSD’). Wanneer een zending bijvoorbeeld wegens operationele problemen niet op de eigen locatie kan worden afgehandeld, dan zal de zending moeten worden overgedragen aan een andere erkende agent. Op deze wijze is het zonder meer duidelijk welke partij op welk moment verantwoordelijkheid draagt voor een zending.
De uitbestede controles kunnen dan ook enkel op de eigen goedgekeurde locatie plaatsvinden en worden opgenomen in het eigen beveiligingsprogramma. Tevens is de uitbestedende partij er verantwoordelijk voor dat de partij die ingeleend wordt, voldoet aan alle vereisten voor het uitvoeren van een beveiligingscontrole, zoals de betreffende opleidingsvereisten en het achtergrondonderzoek. Beveiligingscontroles kunnen alleen uitbesteed worden aan andere erkende agenten of door of namens de Minister van Justitie en Veiligheid gecertificeerde, goedgekeurde of op een lijst geplaatste entiteiten; hieronder wordt bijvoorbeeld ook verstaan gecertificeerde explosievenspeurhonden of bedieners van röntgen- of EDS apparatuur.
Het derde lid verduidelijkt dat de locatie die wordt goedgekeurd volgens het beveiligingsprogramma, ook de operationele locatie moet zijn waar de zendingen zich fysiek bevinden. Per locatie wordt een aparte erkenning en UAI toegekend. Op de betreffende locatie wordt immers als onderdeel van het goedkeuringsproces gecontroleerd of de erkende agent voldoende fysieke beschermingsmaatregelen heeft genomen om de zendingen naar behoren te beschermen. Indien een erkende agent een zending veilig verklaart die afkomstig is van een bekende afzender, dan wordt de locatie opgegeven waar de zending bij fysieke aanname door de erkende agent de verplichte beveiligingscontroles ondergaat. De locatie kan bijvoorbeeld gelijk zijn aan de locatie van de bekende afzender als de zending daar wordt aanvaard door de erkende agent. Indien de betreffende erkende agent daarnaast ook een loods heeft voor het opslaan van zendingen, dan zal voor deze loods een aparte erkenning met UAI-code moeten worden aangevraagd.
Beveiligingsprogramma’s van erkende agenten worden goedgekeurd aan de hand van een vastgesteld gestandaardiseerd model voor het beveiligingsprogramma. Een aantal onderdelen van het beveiligingsprogramma zijn verplichte onderdelen. In het vierde lid is opgenomen dat wanneer een verplicht onderdeel niet of onvoldoende volledig ingevuld worden, dit ervoor zorgt dat de aanvraag tot goedkeuring moet worden afgewezen.
Dit artikel volgt op de mogelijkheid van artikel 37q van de wet dat er onderzoek gedaan kan worden naar de betrouwbaarheid van (rechts)personen werkzaam voor de aanvrager van een erkenning of op het gebied van luchtvracht. Luchtvracht die via een erkende agent wordt verzonden kan worden vrijgesteld van stelselmatige controles en onderzoek naar gevaarlijke of verboden voorwerpen in de zending. De inschrijving van een erkenning dient geweigerd te worden indien niet is voldaan, of in onvoldoende mate blijkt dat is voldaan aan de eisen van veiligheid en betrouwbaarheid van de door hen aangeboden vracht.
Wanneer personen overeenkomstig de eisen van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1998 een certificeringsprocedure moeten doorlopen, dan moet worden vastgesteld dat de persoon in kwestie over de nodige vaardigheden beschikt om de toegewezen taken op een aanvaardbaar niveau uit te voeren. De opleidingen die deze personen voor de uitvoering van hun taak moeten volgen worden dan niet geëxamineerd door de opleidingsinstelling zelf, maar door een onafhankelijke instelling die namens de Minister van Justitie en Veiligheid door middel van verschillende testen bepaalt of een persoon over de vereiste bekwaamheden beschikt. Het opleidingsprogramma van deze specifieke opleidingen hoeft dus geen examenreglement meer te bevatten.
Om het onderscheid tussen een opleiding die moet worden geëxamineerd door de opleidingsinstelling en een opleiding die moet worden gecertificeerd door of namens de Minister van Justitie en Veiligheid te verduidelijken, wordt de term ‘certificaat’ gewijzigd in ‘diploma’.
In artikel 16 is in lijn met Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1998 beschreven op welke wijze de bekwaamheid van personen die een certificeringsprocedure moeten doorlopen, wordt vastgesteld. De procedure bestaat uit een theoretische test, een praktijktest en, voor personen die röntgen- of EDS-apparatuur bedienen, een beeldinterpretatietest. De inhoud van de testen wordt vastgesteld of goedgekeurd door de Minister van Justitie en Veiligheid. Op die manier worden eenduidige testen gerealiseerd en wordt de hoge kwaliteit van certificering gewaarborgd.
Voorheen werd het erkennen van personeel zoals bedoeld in artikel 37rd, eerste lid van de wet gemandateerd aan de commandant van de Koninklijke marechaussee. Certificering en goedkeuring wordt overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) 2025/920 uitgevoerd door een instelling die de theorie-, praktijk- of beeldinterpretatie-examens afneemt, die door de Minister van Justitie en Veiligheid goedgekeurd zijn. Hieruit volgt aansluitend dat diezelfde instelling gemandateerd wordt voor het erkennen van het personeel zoals bedoeld in artikel 37rd van de wet.
De Minister van Justitie en Veiligheid, F. van Oosten
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-3063.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.