PharmaNL Shared Development Infrastructure 2026, ZonMw

Datum: 1 september 2026

Deadline: 23 november 2026, 14.00 uur.

Plaats: Den Haag

Inhoud

1. Samenvatting

2. Doel subsidieoproep

3. Voorwaarden en verplichtingen

3.1. Voorwaarden

3.1.1. Wie kunnen er aanspraak maken op subsidie?

3.1.2. Staatssteun voorkomen

3.1.3. Indirecte staatsteun voorkomen

3.1.4. Samenwerking en bijdrage van derden

3.1.5. Welk bedrag kunt u aanvragen?

3.1.6. Praktische voorwaarden

3.2. Verplichtingen

4. Beoordeling en prioriteitstelling

4.1. Beoordelingsprocedure

4.2. Relevantiecriteria

4.3. Kwaliteitscriteria

4.4. Prioriteitstelling

5. Indienen

5.1. Indiening via Mijn ZonMw

5.2. Tips

5.3. Verklaring akkoord indienen uitgewerkte subsidieaanvraag

5.4. Inhoudelijke vragen

5.5. Technische vragen

5.6. Downloads en links

6. Bijlagen

6.1. Bijlage 1 – Staatssteun – AGVV

6.2. Bijlage 2 – Staatssteun – Daadwerkelijke Samenwerking

6.3. Bijlage 3 – Thema’s Investeringsagenda SDI 2026

1. Samenvatting

Wie

PharmaNL is een landelijk publiek-privaat consortium dat in 2022 een toekenning heeft gekregen uit het Nationaal Groeifonds (NGF). PharmaNL beoogt onder andere te investeren in gedeelde infrastructuur voor geneesmiddelenontwikkeling en -productie voor gebruik door farmaceutische start ups, scale-ups en academische onderzoeksgroepen.

In Nederland gevestigde publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersonen kunnen subsidie aanvragen. Deze subsidieoproep richt zich op Nederlandse bedrijven, onderzoeks- en kennisinstellingen die een gedeelde farmaceutische infrastructuur willen inrichten en/of upgraden.

Waarvoor

De PharmaNL Shared Development Infrastructure (SDI)-programmalijn heeft als doel het bouwen en/of upgraden van infrastructuurvoorzieningen voor de ontwikkeling, opschaling en productie van (innovatieve) geneesmiddelen in Nederland. Subsidieaanvragen dienen invulling te geven aan de geprioriteerde thema’s uit de herijkte SDI-investeringsagenda (zie deel III) van PharmaNL.

Als voorwaarde geldt dat de infrastructuurvoorzieningen voor minimaal 50% van de beschikbare tijd tegen een marktconforme prijs worden opengesteld voor gedeeld gebruik door start-ups, scale-ups en academische onderzoeksgroepen.

Wat

Het totale beschikbare subsidiebudget voor deze ronde bedraagt € 23,3 miljoen. Per aanvraag kan er maximaal 5 miljoen euro aan subsidie worden aangevraagd met een maximale looptijd tot eind juni 2030. Er is een verplichte cofinanciering van 50% van de totale projectkosten van toepassing. Lees voor meer informatie sectie 3.1.5 ‘Welk bedrag kunt u aanvragen’.

Wanneer

Projectideefase

 

Online informatiebijeenkomst projectidee (registreren via deze link, zie ook sectie 5.4)

Donderdag 1 oktober 2026, 16.00 uur

Deadline indienen projectidee1

Maandag 23 november 2026, 14.00 uur

Deadline hersteltijd projectidee

(indien aanvraag incompleet)

Uiterlijk donderdag 26 november 2026

Ontvangst advies commissie

Uiterlijk 9 februari 2027

Uitgewerkte aanvraagfase

 

Online informatiebijeenkomst uitgewerkte aanvraag (opname na afloop beschikbaar)

Nader te bepalen

Deadline indienen uitgewerkte subsidieaanvraag1

Dinsdag 20 april 2027, 14.00 uur

Deadline hersteltijd uitgewerkte aanvraag

(indien aanvraag incompleet)

Uiterlijk donderdag 22 april 2027

Ontvangst commentaar referenten

Dinsdag 18 mei 2027

Deadline indienen wederhoor

Dinsdag 1 juni 2027, 12.00 uur

Commissievergadering (met interview2)

Eind juni – begin juli 2027

Besluit

Eind augustus – begin september 2027

Uiterlijke startdatum

Zo snel mogelijk, maar uiterlijk 2 maanden na honorering

X Noot
1

We verzoeken u om op de dag van de deadline en de dagen daarna (telefonisch) bereikbaar te zijn voor het secretariaat van ZonMw. Na de indieningsdeadline controleert ZonMw of uw aanvraag compleet is. Als uw aanvraag niet compleet is, ontvangt de hoofdaanvrager bericht en krijgt u maximaal 48 uur de tijd om deze compleet te maken.

X Noot
2

Een interview kan onderdeel uitmaken van het beoordelingstraject van uw subsidieaanvraag. U ontvangt hiervoor te zijner tijd een uitnodiging. De planning van de besluitvergadering is afhankelijk van de beschikbaarheid van de commissieleden. Van het interview wordt een geluidsopname gemaakt. Na afloop van de beoordelingsprocedure wordt de geluidsopname vernietigd.

2. Doel subsidieoproep

Deze oproep maakt onderdeel uit van de PharmaNL Shared Development Infrastructure (SD) programmalijn, die zich richt op het bouwen en/of upgraden van infrastructuurvoorzieningen voor de ontwikkeling, opschaling en productie van (innovatieve) geneesmiddelen in Nederland. Projecten geven invulling aan de geprioriteerde thema’s uit de herijkte SDI investeringsagenda 2026 (zie deel III) van PharmaNL.

Aanleiding

PharmaNL is een landelijk publiek-privaat consortium van Leiden University, Campus Groningen en Pivot Park, in nauwe samenwerking met het Centre for Future Affordable Sustainable Therapy Development (FAST). Het voorstel van PharmaNL heeft in 2022 een toekenning ontvangen uit het Nationaal Groeifonds (NGF). Het doel van PharmaNL is om een duurzame impuls te geven aan de gehele Nederlandse waardeketen voor geneesmiddelenontwikkeling en -productie.

Op dit moment wordt het economische en maatschappelijke potentieel van deze waardeketen nog onvoldoende benut, onder andere vanwege een aantal geïdentificeerde uitdagingen in het traject om geneesmiddelen van laboratorium naar de patiënt te krijgen. ZonMw heeft via het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de opdracht gekregen om de subsidiemiddelen van het PharmaNL voorstel uit te zetten.

PharmaNL programmalijnen

Het PharmaNL programma adresseert deze uitdagingen aan de hand van 2 nationaal gecoördineerde programmalijnen:

  • – De Human Capital Growth (HCG)-programmalijn, heeft als doel het tot stand brengen van een coherent, versterkt, en hybride life long learning farmaceutisch opleidingsaanbod op post‑mbo, post‑hbo en postacademisch niveau.

  • – De Shared Development Infrastructure (SDI)-programmalijn, richt zich op het realiseren van gedeelde infrastructuren voor de ontwikkeling, opschaling en productie van (innovatieve) geneesmiddelen.

De PharmaNL SDI-programmalijn richt zich, conform het PharmaNL voorstel, op de ontwikkeling van geavanceerde faciliteiten die essentieel zijn voor de ontwikkeling, opschaling en productie van (innovatieve) geneesmiddelen in Nederland. Een belangrijke voorwaarde binnen dit programma is dat de infrastructuurvoorzieningen minimaal 50% van de beschikbare tijd toegankelijk zijn voor gedeeld gebruik door farmaceutische start-ups, scale-ups en academische groepen. Het versterken en uitbreiden van de beschikbare infrastructuur voor gedeeld gebruik kan leiden tot lagere kosten voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie. Dit draagt bij aan efficiëntere processen voor de ontwikkeling en productie van geneesmiddelen en verkort de doorlooptijd van lab naar patiënt.

Het PharmaNL programma streeft naar (toekomstige) samenhang tussen de 2 programmalijnen. Het beschikbaar komen van infrastructuur biedt mogelijkheden om praktijkgericht onderwijs te verzorgen. Door deelnemers bijvoorbeeld al tijdens hun opleiding ervaring te laten opdoen met geavanceerde apparatuur en processen, kunnen zij bij bedrijven sneller worden ingewerkt en eerder bijdragen aan de ontwikkeling en productie van geneesmiddelen.

Herijking investeringsagenda PharmaNL

PharmaNL heeft de investeringsbehoeften binnen de farmaceutische sector in kaart gebracht bij relevante partijen, waaronder (bio)scienceparken, bedrijven en kennisinstellingen die betrokken zijn bij de ontwikkeling en productie van (innovatieve) geneesmiddelen. Op basis van een gap-analyse en een expertsessie is een investeringsagenda opgesteld waarin de belangrijkste uitdagingen en kansen zijn geïdentificeerd voor onder andere de uitbreiding en versterking van de infrastructuur voor farmaceutische ontwikkeling en productie in Nederland.

De Investeringsagenda Shared Development Infrastructure 2026 (zie deel III) is een herijking van de eerder gedefinieerde investeringsagenda uit 2024. Deze herijking is gebaseerd op de resultaten van de gap-analyse zoals opgeleverd in het eerste kwartaal van 2026 en de expertsessie van 1 april 2026.

De volgende thema’s, zoals beschreven in de Investeringsagenda Shared Development Infrastructure 2026, komen in aanmerking voor financiering:

  • 1. Molecular Diagnostics and Imaging

  • 2. Early Discovery Infrastructure

  • 3. Pharmaceutical Manufacturing

    • a. Small scale (shared) manufacturing facilities

    • b. Sustainable manufacturing

    • c. Bioprocessing1 and fermentation

De investeringsagenda 2026 beschrijft ook aanvullende aandachtsgebieden die breed toepasbaar zijn binnen de 3 geïdentificeerde thema’s. Voor deze aanvullende aandachtsgebieden is geen apart budget gereserveerd. Indien van toepassing kan de beoogde infrastructuur bijdragen aan het invullen van 1 of meer van deze aanvullende aandachtsgebieden binnen het gekozen thema:

  • • Artificial Intelligence & Data Analysis

  • • Advanced & Emerging Therapies

  • • Drug Delivery

  • • Automation & Robotics

De inhoudelijke beschrijving van de thema’s en aanvullende aandachtsgebieden met verdere detaillering en eventuele aanvullende voorwaarden per thema zijn terug te vinden in Bijlage 3 – Thema’s Investeringsagenda SDI 2026.

3. Voorwaarden en verplichtingen

Bij het aanvragen van subsidie bij ZonMw zijn er rechten, voorwaarden en verplichtingen om rekening mee te houden. Deze volgen uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Titel 4.2 van de Awb bevat specifieke bepalingen die van toepassing zijn op subsidies van ZonMw. Daarnaast zijn de Algemene subsidiebepalingen ZonMw van toepassing.

3.1. Voorwaarden

Deze subsidieronde bestaat uit een projectideefase en een subsidieaanvraagfase. Het indienen van een projectidee gaat vooraf aan het indienen van een subsidieaanvraag. Uw projectidee en subsidieaanvraag moet aan onderstaande voorwaarden voldoen om in behandeling te kunnen worden genomen.

U kunt alleen een uitgewerkte subsidieaanvraag indienen als uw eerder ingediende projectidee in deze subsidieronde een positief advies tot uitwerken heeft gekregen. Overweegt u ondanks dit negatieve advies toch een uitgewerkte subsidieaanvraag in te dienen? Dan verzoeken wij u vriendelijk hierover zo spoedig mogelijk contact, maar uiterlijk binnen 4 weken na ontvangst van het advies, op te nemen via pharmanl@zonmw.nl.

3.1.1. Wie kunnen er aanspraak maken op subsidie?

In Nederland gevestigde publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersonen kunnen subsidie aanvragen. Deze oproep richt zich op Nederlandse bedrijven, onderzoeks- en kennisinstellingen die een gedeelde farmaceutische infrastructuur willen inrichten en/of upgraden.

3.1.2. Staatssteun voorkomen

ZonMw verstrekt geen subsidie als dit leidt of kan leiden tot het verlenen van onrechtmatige staatssteun2. Er kan sprake zijn van staatssteun als er subsidie wordt verleend aan een onderneming. Doorslaggevend voor de kwalificatie als onderneming is de vraag of de organisatie een economische activiteit uitvoert, ongeacht haar rechtsvorm en wijze van financiering.

Om rechtmatig staatssteun te kunnen verlenen aan ondernemingen wordt in deze subsidieronde de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (hierna te noemen ‘AGVV’) toegepast. Indien u vragen heeft over de toepassing van de AGVV, raadt ZonMw aan om juridische ondersteuning in te schakelen.

Algemene groepsvrijstellingsverordening

In deze subsidieronde wordt gebruikgemaakt van de AGVV, waardoor er bij subsidieverlening op basis van deze subsidieoproep sprake is van een geoorloofde vorm van staatssteun. Dat betekent dat er financieringsvoorwaarden en regels voor de begroting zijn. Daarnaast bent u verplicht om over bepaalde gegevens te verklaren. In Bijlage 1 –Staatssteun – AGVV vindt u meer informatie over de AGVV, evenals de vereisten van de AGVV waaraan moet worden voldaan.

Als er sprake is van samenwerking, waarbij meerdere ondernemingen3 begunstigde van staatssteun kunnen zijn, dan moeten alle op subsidie aanspraak makende ondernemingen voldoen aan de voorwaarden van de AGVV. Dit betekent dat alle voorwaarden en verplichtingen die voortvloeien uit de AGVV eveneens in volle omvang van toepassing zijn op alle op subsidie aanspraak makende ondernemingen in het samenwerkingsverband. ZonMw stelt de Europese Commissie middels een kennisgeving zoals bedoeld in artikel 11 van de AGVV op de hoogte van deze subsidieoproep.

Artikel 27 AGVV – Steun voor innovatieclusters

Wanneer er sprake is van een aanvraag vanuit een innovatiecluster, wordt artikel 27 AGVV toegepast. In de AGVV wordt de volgende definitie gehanteerd voor innovatieclusters4:

‘structuren of georganiseerde groeperingen van onafhankelijke partijen (zoals innovatieve starters, kleine, middelgrote en grote ondernemingen, maar ook organisaties voor onderzoek en kennisverspreiding, niet-commerciële organisaties en andere verwante economische spelers) die tot doel hebben innovatieve activiteiten te stimuleren door het delen van faciliteiten en de uitwisseling van kennis en deskundigheid te bevorderen, en door daadwerkelijk bij te dragen aan technologieoverdracht, netwerking, informatieverspreiding en samenwerking tussen de ondernemingen en andere organisaties binnen het cluster.’

Binnen een innovatiecluster kan investeringssteun en exploitatiesteun worden toegekend. Investeringssteun kan alleen worden toegekend aan de eigenaar van het innovatiecluster. Exploitatiesteun kan daarentegen ook worden toegekend aan de exploitant van het innovatiecluster. De exploitant, indien verschillend van de eigenaar, kan een rechtspersoon zijn of een consortium van ondernemingen zonder afzonderlijke rechtspersoonlijkheid, die verantwoordelijk is voor het beheren of exploiteren van het innovatiecluster. Het betreft hier een exploitant van het innovatiecluster en niet een in het project genoemde faciliteit. Indien een consortium van ondernemingen aanspraak wil maken op exploitatiesteun is het verplicht om in samenwerkingsovereenkomst vast te leggen dat het consortium als geheel exploitant is van het innovatiecluster. Daarnaast moet elke onderneming een afzonderlijke boekhouding voeren voor de kosten en opbrengsten van elke activiteit (eigendom, exploitatie en gebruik van het cluster) volgens de toepasselijke boekhoudkundige normen.

In sectie 3.1.5. ‘Welk bedrag kunt u aanvragen?’ vindt u welke kosten met betrekking tot investeringen en exploitatie van een innovatiecluster in aanmerking komen voor subsidie.

Artikel 26 AGVV – Investeringssteun voor onderzoeksinfrastructuur

Indien er geen sprake is van een innovatiecluster kan artikel 26 AGVV worden toegepast. Onder artikel 26 AGVV komen alleen de kosten van de investeringen in immateriële en materiële activa met betrekking tot de bouw en/of upgrade van de infrastructuur in aanmerking voor subsidie. Kosten die betrekking hebben op de exploitatie van de infrastructuur komen niet in aanmerking voor subsidie.

In sectie 3.1.5. ‘Welk bedrag kunt u aanvragen?’ vindt u welke kosten in aanmerking komen voor subsidie volgens artikel 26 AGVV.

Onderzoeksorganisaties

De primaire activiteiten van onderzoeksorganisaties hebben doorgaans geen economisch karakter en vallen daarmee buiten het bereik van het staatssteunrecht. Let wel: indien sprake is van economische activiteiten, zoals de verhuur van een laboratorium, geldt mogelijk wel dat er sprake is van het staatssteunrecht, ook voor onderzoeksorganisaties. Bij twijfel raadt ZonMw aan om juridische ondersteuning in te schakelen.

Verplichte bijlage voorkomen staatssteun

Partijen die subsidie willen aanvragen zijn verplicht om bij een uitgewerkte aanvraag de bijlage ‘toepassing staatssteunrechtelijk kader’ toe te voegen. In deze bijlage dient het volgende verklaard te worden:

  • − Indien een aanvrager als onderzoeksorganisatie subsidie wil aanvragen, dient er door een bevoegde vertegenwoordiger van die organisatie verklaard te worden dat er wordt voldaan aan de definitie van een onderzoeksorganisatie volgens de Europese Commissie.

  • − Ondernemingen die aanspraak willen maken op subsidie dienen te verklaren dat aan de voorwaarden en verplichtingen die volgen uit de toepasselijke artikelen van de AGVV wordt voldaan.

In Bijlage 1 – Staatssteun – AGVV kunt u een overzicht vinden van de specifieke vereisten en gemeenschappelijke belangen die volgen uit de AGVV.

3.1.3. Indirecte staatsteun voorkomen

Wanneer ondernemingen en onderzoeksorganisaties samenwerken aan een project, bestaat het risico dat er indirecte staatssteun aan ondernemingen wordt gegeven. Hier kan sprake van zijn als deze ondernemingen een voordeel verkrijgen door met publiek gefinancierde onderzoeksorganisaties samen te werken, bijvoorbeeld beschikking krijgen over kennis die ontwikkeld wordt door de onderzoeksorganisatie zonder daarvoor een marktconforme vergoeding te betalen. Volgens paragraaf 2.2.2 Kaderregeling O&O&I5 kan indirecte staatssteun aan deelnemende ondernemingen worden voorkomen wanneer aan de voorwaarden voor daadwerkelijke samenwerking wordt voldaan. Let wel, dit heeft geen effect op directe staatssteun. Voor verstrekking van directe subsidie aan ondernemingen gelden nog steeds de voorwaarden van de AGVV. De voorwaarden voor daadwerkelijke samenwerking moeten worden opgenomen in een samenwerkingsovereenkomst die na honorering van het project aangeleverd moet worden bij ZonMw. Figuur 1 toont een stroomschema dat als hulpmiddel gebruikt kan worden om te bepalen of er sprake is van indirecte staatssteun. Zie voor de voorwaarden en toelichting Bijlage 2 – Staatssteun – Daadwerkelijke Samenwerking.

Bij het opstellen van een samenwerkingsovereenkomst waarbij de voorwaarden voor daadwerkelijke samenwerking van toepassing zijn, dient rekening gehouden te worden dat de projectactiviteiten pas kunnen starten nadat de samenwerkingsovereenkomst door alle betrokken samenwerkingspartners is ondertekend. Een eerdere start van de projectactiviteiten is niet toegestaan.

Figuur 1. Stroomschema voorkomen indirecte staatssteun door toepassing staatssteuninstrument daadwerkelijke samenwerking

Figuur 1. Stroomschema voorkomen indirecte staatssteun door toepassing staatssteuninstrument daadwerkelijke samenwerking

Meer informatie over staatssteun vindt u op de ZonMw-webpagina Vrijstellingverordeningen staatssteun.

3.1.4. Samenwerking en bijdrage van derden

ZonMw stimuleert samenwerking tussen en deelname van partijen. Daarbij geldt wel dat geen subsidie wordt verstrekt als afspraken voor samenwerking leiden of kunnen leiden tot het verlenen van onrechtmatige staatssteun of als daardoor niet aan de Algemene subsidiebepalingen ZonMw of voorwaarden van de subsidieoproep kan worden voldaan.

Indien er sprake is van samenwerking tussen verschillende partijen, dient er uit de subsidieaanvraag en begroting duidelijk naar voren te komen:

  • − Met welke partijen samengewerkt wordt. Beschrijf per partij op welke manier deze actief bijdraagt aan het project. Hieronder vallen in ieder geval de partijen die op de begroting zijn opgenomen en aanspraak wensen te maken op een deel van de subsidie. Ook partijen die voor eigen rekening en risico actief bijdragen aan het project maken onderdeel uit van de samenwerking.

  • − Met welke partij(en) een sponsorovereenkomst zal worden aangegaan en wat de aard (in-natura of geldelijk) en omvang van de bijdrage is.

  • − Welke partijen worden ingehuurd. Indien dit nog niet bekend is, dient te worden aangegeven voor welke activiteiten wordt voorzien dat deze door derden zullen worden uitgevoerd en welke kosten daaraan verbonden zijn (inclusief btw). Zie voor meer informatie en de voorwaarden voor inhuur/opdracht de ZonMw-webpagina Subsidies en samenwerking, bijdragen van derden.

Samenwerking en sponsoring moeten definitief geregeld zijn bij het indienen van de uitgewerkte subsidieaanvraag.

Letter of Commitment

Omdat ZonMw zeker wil weten dat samenwerkende partijen/sponsors van een project zich juridisch hebben verplicht tot de toegezegde bijdrage, is een Letter of Commitment per samenwerkende partij/sponsor bij het indienen van de uitgewerkte subsidieaanvraag verplicht. Gebruik hiervoor het voorbeeld op de ZonMw-webpagina Subsidies en samenwerking, bijdragen van derden. De volgende inhoud en voorwaarden zijn van toepassing:

  • − De brief bevat een omschrijving van de bijdrage in geld of natura (waaronder de werkzaamheden) en de hoedanigheid (samenwerkende partij of sponsor).

  • − Elke samenwerkende en sponsorende organisatie levert een exemplaar aan, behalve de organisatie waaraan de hoofdaanvrager is verbonden.

  • − De Letter of Commitment is geadresseerd aan de organisatie waaraan hoofdaanvrager is verbonden.

  • − De Letter of Commitment is ondertekend door de persoon die daartoe gerechtigd is.

  • − De Letter of Commitment bevat geen andere opschortende voorwaarden, anders dan dat de toezegging alléén geldt als ZonMw de subsidieaanvraag honoreert.

Samenwerkings- en sponsorovereenkomst

Op de ZonMw-webpagina Subsidies en samenwerking, bijdragen van derden vindt u meer informatie over de verschillende vormen van samenwerken en bijdragen (sponsoring/opdracht) met voorbeeldovereenkomsten als hulpmiddel bij het opstellen van de betreffende overeenkomst en de voorwaarden waaraan de overeenkomst moet voldoen in de daarbij horende uitleg. De op deze webpagina en in de uitleg genoemde voorwaarden maken integraal onderdeel uit van deze subsidieoproep. Indien ZonMw concept samenwerkings- en/of sponsorovereenkomst(en) opvraagt, verleent zij de subsidie op voorwaarde dat de overeenkomst(en) door haar geaccepteerd wordt/worden. De conceptversie dient uiterlijk 1 maand na honorering te worden gedeeld met ZonMw.

3.1.5. Welk bedrag kunt u aanvragen?
  • − Het totale beschikbare subsidiebudget bedraagt € 23,3 miljoen. Indien aanvullende subsidiegelden beschikbaar worden gesteld zal het totaal beschikbare subsidiebudget worden gepubliceerd op de website van ZonMw (www.zonmw.nl) en de Staatscourant.

  • − Per project kan maximaal 5 miljoen euro worden aangevraagd met een maximale looptijd tot eind juni 2030.

    • ○ Let op: Kosten kunnen uitsluitend worden opgevoerd binnen de looptijd van het project. De looptijd wordt gedefinieerd als de fase tussen de start- en einddatum van het project waarin de gesubsidieerde activiteiten daadwerkelijk worden uitgevoerd. De startdatum van het project ligt na de datum van versturen van de beschikking.

  • − Het totaal aangevraagde subsidiebedrag van de uitgewerkte aanvraag mag niet meer dan 30% afwijken van het projectidee, met inachtneming van het maximale budget van 5 miljoen euro per project. Afwijkingen hierop zijn alleen toegestaan met toestemming van ZonMw.

  • − Het is verplicht om bij een uitgewerkte aanvraag een gespecificeerde begroting toe te voegen volgens een verplicht format. Klik hier voor het verplichte begrotingsformat.

  • − Het budget dient realistisch onderbouwd te zijn. Neem hierin mee hoe de voorgenomen projectactiviteiten in verhouding staan tot het aangevraagde budget.

Verplichte eigen bijdrage

  • − Een eigen bijdrage van tenminste 50% van de totale projectkosten is verplicht. Dit geldt voor zowel onderzoeksorganisaties als ondernemingen. Deze bijdrage mag in cash, in kind (bijvoorbeeld door inbreng van apparatuur of uren) of een combinatie van beiden zijn. Bij indiening van de uitgewerkte aanvraag dient u aan te geven welke partijen een eigen bijdrage leveren aan het project en hoe de eigen bijdrage is opgebouwd (verplicht format).

    • ○ Omdat ZonMw zeker wil weten dat samenwerkende partijen/sponsors van een project zich juridisch hebben verplicht tot de toegezegde bijdrage, is een Letter of Commitment per samenwerkende partij/sponsor bij het indienen van de uitgewerkte subsidieaanvraag verplicht. U kunt hiervoor het voorbeeld op de ZonMw-webpagina Subsidies en Samenwerking/bijdragen van derden gebruiken.

  • − Indien de aanvraag binnen het bereik van het staatssteunrecht valt, kunnen middelen die verkregen zijn uit een andere subsidie of uit een bijdrage van een publieke rechtspersoon (zogenaamde publieke middelen) niet opgevoerd worden als eigen bijdrage, aangezien de eigen bijdrage afkomstig dient te zijn uit private middelen.

    • ○ Let op: Dit betekent ook dat de niet-subsidiabele kosten volledig voor rekening van de onderneming komen en niet onder deze eigen bijdrage kunnen worden gerekend.

  • − Voor onderzoeksorganisaties mag de eigen bijdrage afkomstig zijn uit publieke middelen, mits de gevraagde subsidie buiten het bereik van het staatssteunrecht valt.

  • − Houd er bij de inbreng van eigen middelen rekening mee dat:

    • ○ Onderzoeksorganisaties worden beschouwd als overheidsorganisaties, waarbij hun financiële middelen als toerekenbaar aan de staat worden gezien. Om deze reden worden de middelen van onderzoeksorganisaties aangemerkt als publiek gefinancierd.

    • ○ Ondernemingen waarbij de overheid overwegende invloed heeft, worden aangemerkt als staatsbedrijf. De financiële middelen van staatsbedrijven worden daarom beschouwd als toerekenbaar aan de staat. Om deze reden worden de middelen van staatsbedrijven aangemerkt als publiek gefinancierd.

Subsidiabele kosten

De volgende kosten komen in aanmerking voor subsidie, afhankelijk van het toepasselijke AGVV artikel:

  • − Op basis van artikel 26 en 27 AGVV:

    Kosten voor investeringen met betrekking tot de bouw en/of upgrade van de infrastructuur

    • ○ Materiële vaste activa: bestaande uit gronden, gebouwen en installaties, machines en uitrusting (afschrijvingskosten van toepassing).

    • ○ Immateriële vaste activa: fysiek of financieel niet-tastbare activa, zoals octrooien, licenties, knowhow of andere intellectuele-eigendomsrechten.

  • − Op basis van artikel 27 AGVV:

    Kosten voor exploitatie zijnde personeelskosten en administratieve kosten (met inbegrip van de algemene kosten) die betrekking hebben op de realisatie, ingebruikname en aanpassingen van de infrastructuur (mits in overeenstemming met het staatssteunrecht):

    • ○ Het aansturen van de infrastructuur ter bevordering, samenwerking, informatiedeling en het verschaffen of toeleiden van gespecialiseerde en op maat gemaakte zakelijke ondersteuningsdiensten.

    • ○ De marketing van de infrastructuur om nieuwe ondernemingen of organisaties aan te trekken en de zichtbaarheid te verhogen.

    • ○ Het beheer van de faciliteiten van de infrastructuur, de organisatie van opleidingsprogramma’s, workshops, conferenties ter ondersteuning van kennisdeling, netwerking en transnationale samenwerking.

  • − De algemene afschrijvingsregels zijn van toepassing. Investeringen in apparatuur alsmede in infrastructuur dienen goed gemotiveerd te worden. Alleen kosten die specifiek voor het project worden gemaakt, zijn subsidiabel; interestkosten worden niet vergoed. De kosten van investeringen (afschrijvingen) kunnen in de projectkosten worden opgenomen naar rato van het gebruik hiervan. Indien van apparatuur de volledige aanschafwaarde wordt gefinancierd, dient rekening gehouden te worden met de restwaarde van deze apparatuur. Voor afschrijvingen en het bepalen van de restwaarde wordt uitgegaan van de volgende percentages:

    • ○ Computerapparatuur: 40% in jaar 1, 30% in jaar 2, 20% in jaar 3, 10% in jaar 4.

    • ○ Overige apparatuur: lineaire afschrijving in 5 jaar (20% per jaar).

  • − Accountantskosten zijn alleen subsidiabel als de subsidie buiten het staatssteunrecht valt of bij toepassing van artikel 27 AGVV (onder administratieve kosten). Voor projecten met een projectbudget > € 500.000,– worden de subsidiabele accountantskosten voor de verplichte accountantsverklaring vergoed tot maximaal € 7.500,–. Bij projecten van € 125.000,– t/m € 500.000,– mag een maximum van € 5.000,– voor accountantskosten worden opgenomen. Accountantskosten zijn subsidiabel, mits in overeenstemming met het staatssteunrecht, omdat het na afronding van een project verplicht is om een controleverklaring van een accountant aan te leveren bij de financiële eindverantwoording. Universiteiten en universitair medische centra mogen accountantskosten niet opnemen in de begroting. Met deze instellingen zijn aparte afspraken gemaakt over de vereiste accountantsverklaring.

  • − Voor de personeelskosten van wetenschappelijke instellingen worden de VSNU (o.a. universiteiten) en NFU (o.a. UMC’s) salaristabellen gebruikt. Indien deze niet toereikend zijn, dient u per functie de salarisschaal, het inschalingsniveau en de werktijdfactor, en 12 maal het bruto maandsalaris te berekenen. Er wordt een maximum uurtarief gehanteerd op basis van schaal 16 van de Handleiding Overheidstarieven 2026. Daarnaast dient u te motiveren waarom de tarieven uit de VSNU- en/of NFU tabellen niet toereikend zijn.

  • − Indien het staatssteunrecht niet van toepassing is mag u kosten voor Open Access publicaties opnemen in de projectbegroting als u volgens de volledig gouden Open Access route publiceert. Dit kan tot een maximumbedrag van € 5.000,–. In de begroting neemt u ‘Open Access’ als aparte budgetregel op. Zie voor meer informatie over Open Access hoofdstuk 3.2 en de ZonMw-webpagina Open Access.

Aanvullende financiering

ZonMw kan op een later moment besluiten om voor toegekende projecten van deze subsidieoproep een aanvullende subsidieoproep open te stellen, waarmee bijvoorbeeld een impuls kan worden gegeven aan de praktijktoepassing van de resultaten.

3.1.6. Praktische voorwaarden

Projectidee

  • − Schrijf uw projectidee in het Engels.

  • − Vul het aanvraagformulier in via Mijn ZonMw. Zie voor meer informatie over het indienen van het aanvraagformulier sectie 5.1 ‘Indienen’ van deze subsidieoproep.

  • − Per project kan maximaal 5 miljoen euro worden aangevraagd met een maximale looptijd tot eind juni 2030.

  • − De volgende bijlagen voegt u toe aan het projectidee:

    • • Bijlage 1. Figuren en tabellen

      • ■ Optioneel / Geen format / Max. 1 A4 / PDF

    • • Bijlage 2. Ingevuld formulier over thema subsidieaanvraag

      Motiveer aan de hand van het format in welk thema van de investeringsagenda uw aanvraag zich bevindt en beschrijf hoe uw aanvraag bijdraagt aan de specifieke criteria van het desbetreffende thema. Indien uw aanvraag binnen meerdere thema’s past, kiest u één hoofdthema.

    • • Bijlage 3. Planning

      Maak de planning van het project inzichtelijk met behulp van een Gantt-grafiek, inclusief de belangrijkste activiteiten en mijlpalen.

      • ■ Verplicht / Geen format / Max. 1 A4 / PDF

Uitgewerkte aanvraag

  • − Schrijf uw aanvraag in het Engels.

  • − Vul het aanvraagformulier in via Mijn ZonMw. Zie sectie 5.1 ‘Indienen’ voor informatie over het indienen van het aanvraagformulier.

    • • Let op: in het aanvraagformulier zitten beperkingen aan het aantal karakters dat u mag gebruiken. Spaties tellen ook als een karakter. Houd hier rekening mee bij de voorbereiding van uw aanvraag.

  • − Per project kan maximaal 5 miljoen euro worden aangevraagd met een maximale looptijd tot eind juni 2030.

  • − Het is verplicht om bij een uitgewerkte aanvraag een begroting toe te voegen. Klik hier voor het verplichte begrotingsformat.

    • • Het totaal aangevraagde subsidiebedrag van de uitgewerkte aanvraag mag niet meer dan 30% afwijken van het projectidee, met inachtneming van het maximale budget van 5 miljoen euro per project. Afwijkingen hierop zijn alleen toegestaan met toestemming van ZonMw.

    • • Indien u overheadkosten in de begroting opneemt, dient u in bijlage 6 te specificeren uit welke kosten de overhead is opgebouwd en dit te onderbouwen met een berekening.

  • − Maak aannemelijk dat de beoogde infrastructuur haalbaar is met de beschikbare expertise, menskracht, faciliteiten en middelen. Onderbouw dit in het aanvraagformulier en de bijlagen, waaronder een businessplan. Onderdeel van het businessplan zijn een marktanalyse, risicoanalyse en financieel plan.

  • − In de uitgewerkte aanvraag geeft u een publiekssamenvatting en een technische samenvatting (verplicht format) van uw project. De publiekssamenvatting moet begrijpelijk zijn voor leken, terwijl de technische samenvatting gericht is op gelijken in het veld. Beide samenvattingen worden, in geval van honorering, op de website van ZonMw geplaatst.

  • − Beschrijf of er binnen uw aanvraag mogelijkheden zijn, en zo ja welke, om samenhang te creëren met de Human Capital Growth-programmalijn van PharmaNL. Dit is geen beoordelingscriterium, maar wordt uitgevraagd om inzichtelijk te maken in hoeverre er mogelijkheden zijn om samenhang te faciliteren tussen de programmalijnen.

  • − De volgende bijlagen voegt u toe aan de uitgewerkte aanvraag:

    • • Bijlage 1. Figuren en tabellen

      • ■ Optioneel / Geen format / Max. 2 A4 / PDF

    • • Bijlage 2. Ingevuld formulier over thema subsidieaanvraag

      Motiveer aan de hand van het format in welk thema van de investeringsagenda uw aanvraag zich bevindt en beschrijf hoe uw aanvraag bijdraagt aan de specifieke criteria van het desbetreffende thema. Let op: Afwijken van het gekozen hoofdthema uit de projectideefase is niet toegestaan, tenzij de beoordelingscommissie anders heeft geoordeeld.

    • • Bijlage 3. Planning

      Maak de planning van het project inzichtelijk met behulp van een Gantt-grafiek, inclusief de belangrijkste activiteiten en mijlpalen.

      • ■ Verplicht / Geen format / Max. 1 A4 / PDF

    • • Bijlage 4. Businessplan

      Stel aan de hand van het format een businessplan op. Onderdeel van het businessplan is een marktanalyse, risicoanalyse en financieel plan voor de continuering van de infrastructuur na afloop van de subsidie.

    • • Bijlage 5. Exploitatiebegroting

      Maak per jaar de verwachte omzet en kosten inzichtelijk. Doe dit voor de volledige duur van het project + de eerste 2 jaar na afloop van de subsidie.

      • ■ Verplicht / Geen format / PDF

    • • Bijlage 6. Onderbouwing overheadkosten

      Verplicht indien er overheadkosten worden opgevoerd. Specificeer uit welke kosten de overhead is opgebouwd en onderbouw deze met een berekening. Deze toelichting is voor intern gebruik en wordt niet gedeeld met beoordelaars

      • ■ Indien van toepassing / Geen format / Excel / Niet gedeeld met beoordelaars

    • • Bijlage 7. Letter of Commitment

      Verplicht wanneer er sprake is van samenwerking en/of sponsoring (geldelijk en/of in natura). Elke samenwerkende en sponsorende organisatie moet een exemplaar aanleveren, behalve de organisatie waaraan de hoofdaanvrager is verbonden.

      • ■ Indien van toepassing / Format / PDF

    • • Bijlage 8. Letter of Support

      Om aan te geven dat een partij de aanvraag steunt, maar geen financiële bijdrage levert. De Letter of Support moet ondertekend worden door de persoon die daartoe gerechtigd is.

      • ■ Optioneel / Geen format / PDF

    • • Bijlage 9. Financiering eigen bijdrage

      Onderbouw per deelnemende partij die een eigen bijdrage levert aan het project hoe de financiering van de eigen bijdrage eruitziet.

    • • Bijlage 10. Toepassing staatssteunrechtelijk kader

      Voor alle subsidie ontvangende onderzoeksorganisaties en ondernemingen: een ingevulde en ondertekende verklaring.

    • • Bijlage 11. AGVV-verklaring ZonMw

      Verplichte bijlage indien artikel 26 of 27 van de AGVV toegepast wordt. Voor alle subsidie ontvangende ondernemingen dient de verklaring in één samengesteld PDF te worden toegevoegd.

      • ■ Indien van toepassing / Verplicht format / PDF / Niet gedeeld met beoordelaars

    • • Bijlage 12. Technische samenvatting SDI

      Naast een publiekssamenvatting voor leken wordt ook een technische samenvatting van uw project gevraagd gericht op gelijken in het veld. Deze samenvattingen worden, in geval van honorering, op de website van ZonMw geplaatst.

Let op: Het is niet toegestaan om andere bijlagen aan uw projectidee of subsidieaanvraag toe te voegen. Wanneer een bijlage wordt toegevoegd die niet is opgenomen in bovenstaande lijst, wordt deze bijlage niet meegenomen bij de beoordeling van uw aanvraag.

3.2. Verplichtingen

Verplichtingen zijn van toepassing wanneer u een subsidie krijgt toegekend. Hiervoor volgt ZonMw de Algemene subsidiebepalingen ZonMw. Daarnaast zijn ook de volgende verplichtingen van toepassing:

  • – Gescheiden boekhouding

    Wanneer er zowel economische als niet-economische activiteiten worden uitgeoefend met behulp van de infrastructuur dient er met betrekking tot de financiering van, de kosten van en de inkomsten uit die economische activiteiten een gescheiden boekhouding te worden gevoerd op basis van consequent toegepaste en objectief te rechtvaardigen beginselen van kostprijsadministratie (artikel 26 AGVV)

  • – Rapportage ten behoeve van het Nationaal Groeifonds

    Er is een rapportageverplichting vanuit ZonMw, PharmaNL en het Ministerie van VWS aan het NGF. Hiervoor bent u verplicht ieder jaar een rapportage in te vullen. ZonMw zal u tijdig informeren over verdere details.

  • – Open Access

    Alle publicaties die voortkomen uit (wetenschappelijk) onderzoek dat geheel of gedeeltelijk door ZonMw gefinancierd is, moeten Open Access beschikbaar gesteld worden (conform ZonMw Open Access beleid). ZonMw accepteert verschillende Open Access routes. Naast artikelen, moedigt ZonMw ook aan om andere type (wetenschappelijke) publicaties Open Access beschikbaar te stellen (zoals monographs, boeken, conference proceedings en grey literature), maar ook onderzoeksdata en kennisproducten van praktijkgericht onderzoek (zoals modellen, protocollen, prototypen, digitale tools, demonstraties).

    Voor meer informatie over het ZonMw Open Access beleid, de volledige voorwaarden en mogelijkheden, verwijzen we u naar onze website.

  • – Toegang tot data

    ZonMw stimuleert optimaal gebruik van data. Beschrijf indien van toepassing in uw aanvraag hoe u gebruik maakt van bestaande databestanden en/of onderbouw de noodzaak van nieuwe dataverzameling. Geef ook aan hoe u van plan bent toekomstige data/resultaten FAIR te delen. Houd bij de planning en begroting van uw project rekening met de kansen en vereisten met betrekking tot FAIR data en datamanagement.

  • – Voorwaarden voor valorisatie

    ZonMw streeft naar brede toegankelijkheid van door haar gesubsidieerde projecten, daarom, dienen de tien principes voor Maatschappelijk Verantwoord Licentiëren (MVL) te worden toegepast bij licentiëring van resultaten. Beschrijf indien van toepassing hoe aanspraak op intellectueel eigendom is geregeld met samenwerkende partijen en eventueel derden. Geef ook aan hoe deze partijen de tien principes zullen naleven.

  • – Transitie naar proefdiervrije innovaties

    Conform het beleid van het kabinet om de transitie naar proefdiervrije innovaties te stimuleren is er een uitsluiting van infrastructuurprojecten die inzetten op proefdiergebruik zonder daarmee bij te dragen aan de transitie naar proefdiervrije innovaties, tenzij het gebruik van proefdieren noodzakelijk is en er geen passend alternatief beschikbaar is.

4. Beoordeling en prioriteitstelling

4.1. Beoordelingsprocedure

Deze subsidieronde bestaat uit een projectideefase en subsidieaanvraagfase. Tijdens de projectideefase heeft de programmacommissie de projectideeën beoordeeld op relevantie en globaal op kwaliteit. De commissie selecteert de projecten die het beste passen bij de relevantiecriteria van deze subsidieoproep (zie sectie 4.2 ‘Relevantiecriteria’). Deze krijgen een positief advies om het projectidee uit te werken tot een volledige subsidieaanvraag. Het indienen van een subsidieaanvraag bij negatief advies is mogelijk. Wij verzoeken u vriendelijk hierover zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen 4 weken na ontvangst van het advies, contact op te nemen met het programmateam via PharmaNL@zonmw.nl (zie sectie 3.1. Voorwaarden).

De volledig uitgewerkte subsidieaanvraag wordt eerst door externe, onafhankelijke deskundigen (referenten) beoordeeld op basis van de kwaliteitscriteria uit de subsidieoproep (zie sectie 4.3 ‘Kwaliteitscriteria’). De hoofdaanvrager ontvangt de geanonimiseerde referentenrapporten en heeft vervolgens de gelegenheid om een wederhoor te formuleren. Hierna worden de subsidieaanvraag, referentenrapporten en het wederhoor ter beoordeling voorgelegd aan de beoordelingscommissie. De beoordeling door commissieleden is het startpunt voor de bespreking van de aanvragen tijdens de commissievergadering. Indien een interview onderdeel uitmaakt van het beoordelingsproces, worden aanvragers uitgenodigd om tijdens de commissievergadering vragen van de commissie te beantwoorden. Uiteindelijk stelt de commissie op basis van de aanvraag, referentenrapporten, het wederhoor en interview een advies op over de relevantie, kwaliteit, aandachtspunten en prioritering van de aanvragen zoals beschreven in sectie 4.4. ‘Prioriteitstelling’. Tot slot neemt het bestuur van ZonMw op basis van het advies van de commissie een besluit over toekenning of afwijzing van de aanvragen.

Voor de procedures voor de beoordeling van subsidieaanvragen verwijzen we u naar de infographic ‘Subsidie aanvragen in 10 stappen’ en naar de procedurebrochure aanvragers.

4.2. Relevantiecriteria

  • − Aansluiting bij de visie van PharmaNL en de doelstellingen van de PharmaNL SDI programmalijn.

    Motiveer hoe de aanvraag bijdraagt aan:

    • • Het realiseren van een hoogwaardige infrastructuur voor de ontwikkeling, opschaling en productie van (innovatieve) geneesmiddelen in Nederland.

    • • Het ontwikkelen van (innovatieve) farmaceutische product- en productietechnologieën voor medicijnontwikkeling en -productie op Nederlandse bodem.

    • • Het toegankelijk maken van deze infrastructuren voor start-ups, scale-ups en academische groepen.

    • • Het versterken van de positie en aantrekkelijkheid van Nederland als vestigingslocatie voor farmaceutische onderzoek, ondernemerschap en productie.

  • − Aansluiting bij de thema’s van de investeringsagenda

    De aanvraag sluit aan bij één van de drie geïdentificeerde thema’s uit de investeringsagenda, zoals beschreven in sectie 2 ‘Doel subsidieoproep’.

    • • Geef aan in welke thema uw subsidieaanvraag zich bevindt. Indien uw aanvraag binnen meerdere thema’s past, kiest u één hoofdthema.

    • • Onderbouw hoe de beoogde infrastructuur aansluit bij en past binnen de beschrijving van het gekozen thema, zoals beschreven in Bijlage 3 – Thema’s Investeringsagenda SDI 2026 van deze subsidieoproep.

    • • Beschrijf de beoogde infrastructuurvoorziening en onderbouw de behoefte aan deze infrastructuur binnen het gekozen thema.

  • − Bijdrage aan de Key Performance Indicator (KPI)

    De aanvraag geeft inzicht in de verwachte bijdrage aan de KPI van PharmaNL om tijdens de looptijd van het programma ten minste 100 farmaceutische innovatieprojecten te bedienen die gebruik zullen maken van een door PharmaNL gefinancierde infrastructuur.

    • • Motiveer in welke mate de beoogde infrastructuur verwacht bij te dragen aan de KPI en licht toe op welke aannames deze verwachting is gebaseerd.

  • − Noodzaak tot publieke financiering

    De aanvraag maakt inzichtelijk waarom publieke financiering noodzakelijk is voor het realiseren van de beoogde infrastructuur.

    • • Onderbouw waarom de beoogde infrastructuur niet (volledig) via reguliere markt- of sectorfinanciering tot stand kan komen.

    • • Beschrijf in hoeverre de beoogde infrastructuur zich onderscheidt van bestaande infrastructuurvoorzieningen in Nederland en van projecten die reeds binnen het PharmaNL Shared Development Infrastructuur-programma zijn gefinancierd. Licht eventuele raakvlakken of overlap toe en onderbouw de aanvullende waarde van de beoogde infrastructuur. Lees hier over lopende projecten binnen de PharmaNL SDI programmalijn.

4.3. Kwaliteitscriteria

  • − Doelstelling en resultaten

    De aanvraag beschrijft helder en concreet de doelstelling(en) en beoogde resultaten. De aanvraag bevat onder andere een concrete omschrijving van de voorgestelde infrastructuur en een duidelijke beschrijving van de doelgroep(en) die gebruik zullen maken van de infrastructuur.

  • − Plan van aanpak

    Het plan van aanpak is concreet en helder omschreven en sluit logisch aan op de doelstelling(en) en beoogde resultaten.

    • • Beschrijf de projectactiviteiten aan de hand van een stappenplan met concrete milestones en/of deliverables.

    • • Beschrijf hoe taken en verantwoordelijkheden binnen de projectgroep zijn verdeeld. Benoem hierbij ook eventuele samenwerkingspartners en betrokken partijen.

  • − Haalbaarheid en bestendiging

    De aanvraag maakt aannemelijk dat de voorgestelde infrastructuurvoorziening binnen de opgegeven looptijd en het beschikbare budget kan worden gerealiseerd.

    • • Beschrijf hoe de beoogde infrastructuur gerealiseerd wordt binnen de opgegeven tijd en het budget met de beschikbare expertise, menskracht, faciliteiten en middelen. Geef hierbij aan hoe er wordt omgegaan met tijds- en budgetoverschrijdingen.

    • • Onderbouw hoe de begrote kosten in redelijke verhouding staan tot de beschreven activiteiten.

    • • Voeg een Gantt-grafiek van de planning met belangrijke mijlpalen en activiteiten toe als verplichte bijlage.

    De aanvraag maakt aannemelijk dat de beoogde infrastructuur voortgezet kan worden na afloop van de subsidieperiode.

    • • Onderbouw met behulp van een businessplan hoe de beoogde infrastructuur na afloop van de subsidie zelfvoorzienend kan zijn. Onderdeel van het businessplan zijn een marktanalyse, risicoanalyse en financieel plan. Beschrijf daarin onder andere de marktvraag, draagvlak vanuit de sector en de financiële en organisatorische randvoorwaarden.

  • − Expertise en ervaring

    De aanvraag maakt aannemelijk dat de aanvrager(s) beschikken over passende expertise en ervaring om de beoogde infrastructuur binnen de gestelde projectperiode te realiseren en te exploiteren.

    • • Beschrijf de samenstelling van de projectgroep en geef aan welke rollen de verschillende personen/partijen hebben bij de uitvoering van het project.

    • • Beschrijf de relevante kennis en ervaring van de personen of partijen op het gebied van plannen, opzetten en exploiteren van farmaceutische infrastructuur.

    • • Beschrijf de relevante kennis en ervaring van de trekker(s) van de projectgroep op het gebied van benodigde samenwerking en leiderschap.

  • − Organisatie- en besluitvormingsstructuur

    De aanvraag beschrijft hoe de organisatie- en besluitvormingsstructuur van de beoogde infrastructuur wordt ingericht, inclusief deelnemers, rollen, taken en bevoegdheden.

    • • Beschrijf hoe verantwoordelijkheden zijn verdeeld en welke afspraken zijn gemaakt of nog moeten worden gemaakt.

    • • Beschrijf hoe de continuïteit van het leiderschap gedurende de looptijd van het project wordt geborgd.

    • • Beschrijf hoe de voortgang van het project wordt gemonitord en hoe bijsturing plaatsvindt. Geef ook aan hoe wordt omgegaan met conflicten en risicobeheersing.

  • − Borging open karakter en non-discriminatoire toegangsbeleid infrastructuur

    De aanvraag maakt inzichtelijk op welke wijze het open karakter van de infrastructuur en een transparant en non-discriminatoir toegangsbeleid worden geborgd.

    • • Geef aan voor welk percentage van de beschikbare tijd de infrastructuur wordt opengesteld voor interne gebruikers (aanvragende instellingen) en externe gebruikers (andere partijen). Openstelling van de infrastructuur voor minimaal 50% van de beschikbare tijd voor start-ups, scale-ups en academische onderzoeksgroepen is verplicht.

    • • Beschrijf het transparante en niet-discriminatoire toegangsbeleid. Toegang tot de infrastructuur dient open te staan voor meerdere gebruikers en op transparante en niet-discriminerende basis te worden verleend. Maak hierbij inzichtelijk onder welke voorwaarden toegang tot de infrastructuur wordt verleend, hoe verzoeken voor toegang tot de infrastructuur worden beoordeeld en op welke wijze gelijke behandeling van gebruikers wordt geborgd.

  • − Gebruik infrastructuur

    De aanvraag maakt inzichtelijk op welke wijze de infrastructuur wordt geëxploiteerd en gebruikt, en welke ondersteuning aan gebruikers wordt geboden.

    • • Geef een inschatting van de tarieven of kosten voor toegang tot de infrastructuur voor zowel interne als externe gebruikers. Onderbouw dat deze tarieven of kosten overeenkomen met de marktprijs of de kosten ervan weerspiegelen.

    • • Beschrijf welke services beschikbaar worden gesteld aan gebruikers. Licht toe hoe gebruikers ondersteund worden bij experimenten, metingen en ander gebruik van de faciliteit.

Meer informatie over deze criteria vindt u in de procedurebrochure.

4.4. Prioriteitstelling

De onderlinge weging van relevantie en kwaliteit gebeurt aan de hand van de volgende prioriteringsmatrix (tabel 1). De commissie beoordeelt iedere aanvraag op de relevantie- en kwaliteitscriteria uit de subsidieoproep (zie sectie 4.2 ‘Relevantiecriteria’ en sectie 4.3 ‘Kwaliteitscriteria’).

Zoals weergegeven in tabel 1 heeft de commissie voor kwaliteit de keuze uit de scores: zeer goed, goed, voldoende, matig of onvoldoende. Voor relevantie zijn de volgende scores van toepassing: zeer relevant, relevant, laag relevant of niet relevant. Op basis van tabel 1 wordt de score voor relevantie en kwaliteit omgezet naar een numerieke score (zie score tussen haakjes, bijv. ‘zeer goed = 1’). De score voor relevantie en kwaliteit wegen hierbij even zwaar. Voor relevantie is de hoogste score ‘1’ en de laagste score ‘4’, en bij kwaliteit is de hoogste score ‘1’ en de laagste score ‘5’. Op basis hiervan komt de prioritering tot stand. Volgens deze prioritering worden aanvragen met een lage score hoger geprioriteerd dan aanvragen met een hoge score. Om in aanmerking te komen voor subsidie (i.e. honoreerbaar te zijn) moet een aanvraag minimaal ‘goed’ scoren op kwaliteit en minimaal ‘relevant’ op relevantie.

Tabel 1: Prioriteringsmatrix

Prioriteringsmatrix

Relevantie (bijbehorende score)

Zeer relevant (=1)

Relevant (=2)

Laag relevant (=3)

Niet relevant (=4)

Kwaliteit (bijbehorende score)

Zeer goed (=1)

1

2

afwijzen

afwijzen

Goed (=2)

2

3

afwijzen

afwijzen

Voldoende (=3)

afwijzen1

afwijzen1

afwijzen

afwijzen

Matig (=4)

afwijzen

afwijzen

afwijzen

afwijzen

Onvoldoende (=5)

afwijzen

afwijzen

afwijzen

afwijzen

X Noot
1

Aanvragen die zeer relevant of relevant zijn met een voldoende kwaliteit kunnen uitsluitend worden gefinancierd na bijstelling op kwaliteit middels een aanvullend wederhoor (indien er voldoende budget beschikbaar is).

Thema’s

Elke aanvraag dient aan te geven binnen welk thema vanuit de investeringsagenda de aanvraag het beste past. De commissie toetst of de aanvraag past binnen dit thema. In de investeringsagenda is er een indicatieve verdeling gemaakt van het budget per thema, zie tabel 2.

Tabel 2: Budgetverdeling over de thema's

Thema

Indicatief budget

Molecular Diagnostics & Imaging

5 miljoen euro

Early Discovery Infrastructure

5 miljoen euro

Pharmaceutical Manufacturing

Subthema’s

• Small Scale (shared) Manufacturing

• Sustainable Manufacturing

• Bioprocessing & Fermentation

13,3 miljoen euro

Allereerst wordt op basis van de prioriteringsmatrix het aantal honoreerbare aanvragen vastgesteld.

De optelsom van de scores voor relevantie en kwaliteit resulteert in een rangorde voor prioritering van lage naar hoge scores. Wanneer na toepassing van de prioritering het aantal honoreerbare aanvragen het beschikbare budget overstijgt, dan zal de commissie achtereenvolgens de volgende aanvullende afwegingsgronden hanteren:

  • • De commissie streeft ernaar om binnen ieder thema 1 of 2 aanvragen te honoreren. Eventueel resterend budget wordt vervolgens ingezet voor de nog niet gehonoreerde, hoogst geprioriteerde aanvragen, met inachtneming van het indicatieve budget per thema.

  • • Indien een thema niet (volledig) kan worden ingevuld, kan de commissie besluiten het resterende budget van dat thema toe te wijzen aan een ander thema.

  • • De commissie kan besluiten om de eerstvolgende aanvraag te honoreren die binnen het beschikbare budget past, ook als dit ten koste gaat van een hoger geprioriteerde aanvraag die het budget overschrijdt.

  • • Aangezien dit de laatste subsidieronde is binnen de SDI-programmalijn van het PharmaNL programma, kan de commissie besluiten om een subsidie gedeeltelijk toe te kennen aan een andere honoreerbare aanvraag, te beginnen bij de hoogst geprioriteerde aanvraag die niet volledig binnen het resterende budget past.

5. Indienen

5.1. Indiening via Mijn ZonMw

Projectideeën/ subsidieaanvragen kunnen uitsluitend door de hoofdaanvrager ingediend worden via het online-indiensysteem van ZonMw (Mijn ZonMw). Om een projectidee in te dienen zoekt u de oproep op in het overzicht van openstaande oproepen in Mijn ZonMw. Als u nog niet eerder met Mijn ZonMw heeft gewerkt moet u zich eerst registreren als 'Nieuwe gebruiker'. Zie voor meer informatie de Handleiding Mijn ZonMw.

De sluitingsdatum voor het indienen van een projectidee is maandag 23 november 2026, om 14.00 uur.

De sluitingsdatum voor het indienen van een uitgewerkte aanvraag is dinsdag 20 april 2027, om 14.00 uur.

We verzoeken u om op de dag van de deadline en de dagen daarna (telefonisch) bereikbaar te zijn voor het secretariaat van ZonMw. Na de indieningsdeadline controleert ZonMw of uw aanvraag compleet is. Als uw aanvraag niet compleet is, ontvangt de hoofdaanvrager bericht en krijgt u maximaal 48 uur de tijd om deze compleet te maken. Volgens het gelijkheidsbeginsel moet ZonMw alle partijen op een gelijke, niet-discriminerende wijze behandelen. ZonMw kan daarom besluiten een aanvraag niet verder in behandeling te nemen als deze na de maximale hersteltijd van 48 uur niet aan de voorwaarden voldoet.

Het gehele tijdpad voor deze subsidieronde kunt u hier zien.

5.2. Tips

  • − Beperk u tot de gevraagde bijlagen en documenten. Aanvullende stukken worden niet meegenomen in de beoordeling.

    • ○ Let op! Zorg dat de documenten die u uploadt niet beveiligd zijn. Begrotingen of andere bestanden die digitaal zijn ondertekend (bijvoorbeeld met ValidSign) bevatten vaak automatisch een beveiliging. Verwijder deze voordat u het bestand uploadt, anders kan het systeem het bestand niet goed verwerken.

    • ○ U kunt controleren of uw PDF beveiligd is door deze te openen in Adobe Acrobat (via Documenteigenschappen > Beveiliging) of door de PDF in een browser te openen; bij beveiliging verschijnt doorgaans een melding in beeld.

  • − Voorkom herhaling tussen antwoorden: zorg dat elk antwoord een duidelijke meerwaarde biedt ten opzichte van eerdere antwoorden.

  • − Let op de maximale woord- of tekenlimiet per vraag in het aanvraagformulier.

  • − Beweringen en cijfers kunnen met bronnen onderbouwd worden, die worden opgenomen in de literatuurlijst aan het einde van sectie 4 van het aanvraagformulier.

  • − Wij raden u aan om, voordat u uw aanvraag digitaal indient, een Word-versie van uw aanvraag te printen (via Mijn ZonMw) en na te lopen op onregelmatigheden. Vooral als u uw aanvraag eerst in Word heeft opgesteld en vervolgens naar Mijn ZonMw heeft gekopieerd, kan het voorkomen dat sommige tekens (zoals aanhalingstekens) niet goed worden omgezet. U kunt dit in Mijn ZonMw zelf corrigeren.

5.3. Verklaring akkoord indienen uitgewerkte subsidieaanvraag

De ‘Verklaring akkoord indienen uitgewerkte subsidieaanvraag’ moet ondertekend worden door de bestuurlijk verantwoordelijke en de hoofdaanvrager. De ondertekende verklaring kan toegevoegd worden aan de aanvraag in Mijn ZonMw of uiterlijk één week na indiening per mail gestuurd worden naar PharmaNL@zonmw.nl.

5.4. Inhoudelijke vragen

Neem voor inhoudelijke vragen contact op via e-mail (PharmaNL@zonmw.nl), of telefonisch via 070 349 54 67. Afhankelijk van beschikbaarheid wordt u doorverbonden met het programmateam (Larissa Wijnberg, Tessa Vreeman of Marianne Swart).

Voor deze oproep wordt een online informatiebijeenkomst georganiseerd. De informatiebijeenkomst voor de projectideefase vindt plaats op donderdag 1 oktober om 16.00 uur. Meld u aan voor de online informatiebijeenkomst via deze link. Voor de uitgewerkte aanvraag wordt eveneens een informatiebijeenkomst georganiseerd, hierover volgt later informatie. Een opname is op verzoek beschikbaar via PharmaNL@zonmw.nl.

Bekijk ook de Q&A-pagina voor veelgestelde vragen en antwoorden.

5.5. Technische vragen

Neem voor technische vragen over het gebruik van het online indiensysteem van ZonMw contact op met de servicedesk: maandag t/m vrijdag van 8.00 tot 17.00 uur, 070 349 51 76, servicedesk@zonmw.nl. Vermeld in uw e-mail uw telefoonnummer, zodat wij indien nodig contact met u kunnen opnemen.

6. Bijlagen

6.1. Bijlage 1 – Staatssteun – AGVV

Om in aanmerking te komen voor subsidie onder de AGVV moet, behalve aan de inhoudelijke criteria van de subsidieoproep, ook worden voldaan aan de specifieke vereisten die volgen uit de toepasselijke AGVV artikelen. Daarnaast volgen er uit de AGVV enkele gemeenschappelijke bepalingen Hieronder vindt u de specifieke vereisten en gemeenschappelijke bepalingen:

Specifieke vereisten artikel 27 AGVV – Steun voor innovatieclusters

  • 1. Steun voor innovatieclusters is verenigbaar met de interne markt in de zin van artikel 107, lid 3, van het Verdrag en is van de aanmeldingsverplichting van artikel 108, lid 3, van het Verdrag vrijgesteld, mits de in dit artikel en in hoofdstuk I vastgestelde voorwaarden zijn vervuld.

  • 2. Steun voor innovatieclusters wordt uitsluitend verleend aan de rechtspersoon die het innovatiecluster opereert (de clusterorganisatie).

  • 3. Toegang tot de panden, faciliteiten en activiteiten van het cluster staat open voor meerdere gebruikers en wordt op transparante en niet-discriminerende basis verleend. Ondernemingen die ten minste 10% van de investeringskosten van het innovatiecluster hebben gefinancierd, kunnen preferente toegang krijgen op gunstigere voorwaarden. Om overcompensatie te vermijden, is deze toegang evenredig aan de bijdrage van de onderneming in de investeringskosten en worden deze voorwaarden publiek beschikbaar gesteld.

  • 4. De vergoedingen die voor het gebruik van de faciliteiten van het cluster en voor deelname aan de activiteiten van het cluster worden berekend, stemmen overeen met de marktprijs of weerspiegelen de kosten ervan.

  • 5. Voor de bouw of het upgraden van innovatieclusters mag investeringssteun worden verleend. De in aanmerking komende kosten zijn de kosten van de investeringen in immateriële en materiële activa.

  • 6. De steunintensiteit van investeringssteun voor innovatieclusters bedraagt ten hoogste 50% van de in aanmerking komende kosten. De steunintensiteit kan worden verhoogd met 15 procentpunten voor innovatieclusters in steungebieden die aan de voorwaarden van artikel 107, lid 3, onder a), van het Verdrag voldoen, en met 5 procentpunten voor innovatieclusters in steungebieden die aan de voorwaarden van artikel 107, lid 3, onder c), van het Verdrag voldoen.

  • 7. Voor de exploitatie van innovatieclusters mag exploitatiesteun worden verleend. De steun mag ten hoogste tien jaar lopen.

  • 8. De voor exploitatiesteun ten behoeve van innovatieclusters in aanmerking komende kosten zijn de personeelskosten en administratieve kosten (met inbegrip van de algemene kosten) met betrekking tot:

    • a. het aansturen van het cluster ter bevordering van samenwerking, informatiedeling en het verschaffen of toeleiden van gespecialiseerde en op maat gemaakte zakelijke ondersteuningsdiensten;

    • b. de marketing van het cluster om nieuwe ondernemingen of organisaties aan te trekken en de zichtbaarheid te verhogen;

    • c. het beheer van de faciliteiten van het cluster, de organisatie van opleidingsprogramma's, workshops en conferenties ter ondersteuning van kennisdeling, netwerking en transnationale samenwerking.

  • 9. De steunintensiteit van exploitatiesteun voor innovatieclusters bedraagt ten hoogste 50% van de totale in aanmerking komende kosten over de periode waarvoor steun wordt toegekend.

Specifieke vereisten artikel 26 AGVV – Investeringssteun voor onderzoeksinfrastructuur

  • 1. Steun voor de bouw of het upgraden van onderzoeksinfrastructuur waarmee economische activiteiten worden verricht, is verenigbaar met de interne markt in de zin van artikel 107, lid 3, van het Verdrag en is van de aanmeldingsverplichting van artikel 108, lid 3, van het Verdrag vrijgesteld, mits de in dit artikel en in hoofdstuk I vastgestelde voorwaarden zijn vervuld.

  • 2. Wanneer met onderzoeksinfrastructuur zowel economische als niet-economische activiteiten worden verricht, wordt voor de financiering, kosten en inkomsten van elk soort activiteit een gescheiden boekhouding gevoerd, op basis van consequent toegepaste en objectief te rechtvaardigen beginselen van kostprijsadministratie.

  • 3. De prijs die voor de exploitatie of het gebruik van de infrastructuur wordt berekend, stemt overeen met een marktprijs.

  • 4. Toegang tot de infrastructuur staat open voor meerdere gebruikers en wordt op transparante en niet-discriminerende basis verleend. Ondernemingen die ten minste 10% van de investeringskosten van de infrastructuur hebben gefinancierd, kunnen preferente toegang krijgen op gunstigere voorwaarden. Om overcompensatie te vermijden, is deze toegang evenredig aan de bijdrage van de onderneming in de investeringskosten en worden deze voorwaarden publiek beschikbaar gesteld.

  • 5. De in aanmerking komende kosten zijn de kosten van de investeringen in immateriële en materiële activa.

  • 6. De steunintensiteit bedraagt ten hoogste 50% van de in aanmerking komende kosten.

  • 7. Wanneer onderzoeksinfrastructuur overheidsfinanciering ontvangt voor zowel economische als niet-economische activiteiten, werken lidstaten een monitoring- en terugvorderingsmechanisme uit om te garanderen dat de toepasselijke steunintensiteit niet wordt overschreden door een toename van het aandeel economische activiteiten ten opzichte van de situatie waarmee op het tijdstip van de toekenning van de steun werd gerekend.

Gemeenschappelijke bepalingen AGVV

  • – ZonMw verleent geen subsidie als het onvoldoende aannemelijk is dat uw aanvraag aan alle definities en voorwaarden van de AGVV voldoet, of als subsidieverstrekking naar het oordeel van ZonMw leidt tot het verlenen van ongeoorloofde staatssteun in de zin van artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.6

  • – ZonMw verleent geen subsidie als de datum van aanvang van de werkzaamheden aan het project of van aanvang van de activiteiten eerder is dan de datum van indiening van de subsidieaanvraag.7

  • – ZonMw verleent geen subsidie aan ondernemingen waartegen een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerder besluit van de Europese Commissie waarbij door Nederland toegekende steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard.8

  • – ZonMw verleent geen subsidie aan ondernemingen in moeilijkheden.9

  • – Cumulering van subsidies (of andere vormen van staatssteun) voor dezelfde – geheel of gedeeltelijk overlappende – in aanmerking komende kosten, mag er niet toe leiden dat de maximale steunintensiteit wordt overschreden. Indien reeds door een bestuursorgaan of door de Europese Commissie subsidie is verstrekt voor dezelfde – geheel of gedeeltelijk overlappende – in aanmerking komende kosten, dan zal ZonMw slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekken dat het totale bedrag aan subsidie niet meer bedraagt dan het bedrag dat op basis van de AGVV mag worden verleend.10

  • – Voeg bij het indienen van de subsidieaanvraag de AGVV-verklaring ZonMw ingevuld en ondertekend toe. Hiermee verklaart u dat uw organisatie voldoet aan bovenstaande AGVV-vereisten.

6.2. Bijlage 2 – Staatssteun – Daadwerkelijke Samenwerking

Daadwerkelijke samenwerking moet tot uiting komen in een vastgelegde inhoudelijke betrokkenheid bij de samenwerking. Deelnemers dienen daadwerkelijk deel te nemen aan de samenwerking door invloed te hebben op het ontwerp en de uitvoer van de samenwerking, de financiële risico’s te delen, op afstand van elkaar te staan (onafhankelijkheid) en actief bij te dragen aan het management van de samenwerking. Contractonderzoek en het verrichten van onderzoeksdiensten – en uitbesteding – kwalificeren naar hun aard niet als daadwerkelijke samenwerking.

Daadwerkelijke samenwerkingsvereisten paragraaf 2.2.2 Kaderregeling O&O&I:

  • 1. Het betreft een samenwerking tussen

    • a. ten minste twee onafhankelijke partijen;

    • b. waarvan ten minste één partij die voldoet aan de definitie van onderzoeksorganisatie11 en één partij die kwalificeert als onderneming, die

    • c. op basis van een in het projectvoorstel beschreven taakverdeling (project governance) een gemeenschappelijke doelstelling nastreven en

    • d. samen de omvang van het samenwerkingsproject bepalen en bijdragen aan de tenuitvoerlegging ervan en

    • e. de daaraan verbonden financiële, technologische, wetenschappelijke en andere risico’s delen en

    • f. duidelijke omschrijving van de activiteiten per projectpartij in werkpakketten en een bijbehorende duidelijke begroting, waarin duidelijk wordt welk deel van de subsidie op welk deel van de activiteiten en werkpakketten betrekking heeft, en

    • g. de projectresultaten delen, en

    • h. waarbij de activiteiten vallen binnen de primaire activiteiten van een onderzoeksorganisatie, zijnde:

      • i. opleiding

      • ii. onafhankelijk onderzoek of ontwikkeling.

  • 2. Een of meer partijen kunnen de volledige kosten van het project dragen (mede middels verkrijging van subsidie) en zodoende de andere partijen bevrijden van de aan het project verbonden financiële risico’s.

  • 3. De beoogde activiteiten vallen binnen de categorieën fundamenteel, industrieel onderzoek en/of experimentele ontwikkeling.12

  • 4. De hierboven genoemde onderdelen moeten voor aanvang van het project zijn vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst die aan bovenstaande voorwaarden voldoet.

  • 5. Hiervan uitgesloten zijn definitieve overeenkomsten over de marktwaarde van de ontstane intellectuele-eigendomsrechten en de waarde van bijdragen aan het project.

  • 6. Contractonderzoek en het verrichten van onderzoeksdiensten worden niet geacht vormen van samenwerking te zijn.

Voorwaarden Subsidieaanvraag

In uw subsidieaanvraag dienen de volgende aspecten duidelijk omschreven te worden. Geef duidelijk aan welke partijen deelnemen in de daadwerkelijke samenwerking en welke partijen in dit verband voor haar activiteiten subsidie aanvragen.

Omschrijf per samenwerkende partij:

  • – of dit een onderzoeksorganisatie of onderneming (niet-onderzoeksorganisatie) betreft

  • – welke rollen en taken de partij heeft binnen de samenwerking

  • – welke activiteiten door partij zullen worden uitgevoerd

  • – welk deel van de subsidie beoogd is voor welke partij (begroting)

    EN

  • – Op welke manier de (hoofd-)activiteit voldoet aan de criteria van fundamenteel of industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling.

  • – in een verklaring dat partijen financieel en juridisch onafhankelijk van elkaar zijn

Voorwaarden samenwerkingsovereenkomst

Om aan de voorwaarden van daadwerkelijke samenwerking te kunnen voldoen, kunnen de projectactiviteiten alleen dan starten nadat de samenwerkingsovereenkomst geaccepteerd is door ZonMw en ondertekend is door alle betrokken samenwerkingspartijen.

Op de ZonMw website kunt u meer informatie vinden over de voorwaarden en een voorbeeld overeenkomst vinden. U wordt dringend geadviseerd gebruik te maken van het voorbeeld, dit is opgesteld in lijn met de vereisten voor daadwerkelijke samenwerking. Zie voor meer informatie en voorwaarden de ZonMw website.

In de samenwerkingsovereenkomst moet onder andere een bepaling inzake intellectuele eigendomsrechten opgenomen worden. Deze bepaling regelt dat:

  • − de resultaten van de samenwerking die geen intellectuele eigendomsrechten opleveren breed verspreid worden;

  • − de uit het samenwerkingsproject ontstane intellectuele-eigendomsrechten aan de verschillende samenwerkende partijen worden toegekend op een wijze die een passende afspiegeling is van de werkzaamheden. Het uitgangspunt daarbij is ‘uitvinder is eigenaar’;

  • − de onderzoeksorganisatie(s) een vergoeding ontvangt bij overdracht of licensering van haar (gedeelde-) intellectuele-eigendomsrechten aan de onderneming(en) die gelijkwaardig is aan de marktprijs. Bepaling van een marktconforme prijs kan niet op voorhand worden vastgesteld en dient op arm’s length-voorwaarden plaats te vinden.

U moet tijdig een definitieve maar nog niet ondertekende versie van de samenwerkingsovereenkomst aanleveren die voldoet aan genoemde voorwaarden voor beoordeling door ZonMw.

Uitvoering Project

Het gehele project moet worden uitgevoerd met inachtneming van de vereisten voor daadwerkelijke samenwerking. Als niet of niet langer (deels) aan die vereisten wordt voldaan, bestaat het risico op verstrekking van onrechtmatige staatssteun aan betrokken ondernemingen en zal (dat deel van) de subsidie niet verstrekt of ingetrokken kunnen worden.

Let op dat het niet mogelijk is om na de ondertekende samenwerkingsovereenkomst nieuwe organisatie(s) toe te (laten) voegen.

6.3. Bijlage 3 – Thema’s Investeringsagenda SDI 2026

De inhoudelijke beschrijving van de thema’s en de aanvullende aandachtsgebieden zoals opgenomen in de Investeringsagenda Shared Development Infrastructure 2026 (zie deel III).

Thema 1: Molecular Diagnostics and Imaging

Dit thema omvat voornamelijk de twee farmaceutische R&D domeinen “Target Pharmacology & Biomarker development” en “Clinical Research & development”, domeinen B en E van de 4DMap.

Om de ontwikkeling en toepassing van ‘molecular (companion) diagnostics and imaging’ te versnellen, nodigt PharmaNL partijen uit om projecten aan te vragen voor gedeelde R&D-infrastructuren op dit gebied. Deze investeringen zijn bedoeld om onderzoekers en bedrijven in staat te stellen toegang te krijgen tot geavanceerde faciliteiten en expertise.

PharmaNL richt zich op het ontsluiten van cruciale mogelijkheden binnen de moleculaire diagnostiek en beeldvorming, dit kan het volgende omvatten, maar is niet beperkt tot:

  • • Geavanceerde ‘optical tracing’ technologieën (zoals MRI, PET, en high-resolution microscopie).

  • • Faciliteiten voor moleculaire analyse ten behoeve van biomarker identificatie en validatie (inclusief multi-omics technologieën, next-generation sequencing, qPCR, en multiplex assays).

  • • Geautomatiseerde (robotica- gestuurde) high-throughput systemen voor sample processing, screening en/ of beeldvorming.

  • • Door AI en machine-learning (ML) ondersteunde beeld-, en data-, analyse faciliteiten.

  • • Geïntegreerde standaardisatie- en kwaliteitsborgingsplatforms voor assays, imaging en dataverwerking, gericht op reproduceerbare workflows, dataintegratie en interoperabiliteit conform de FAIR-principes.

  • • Toegang tot geïntegreerde platforms voor multimodale in-vitro beeldvorming, screening en diagnostiek.

Door deze infrastructuren beschikbaar te stellen, ondersteunt PharmaNL de ontwikkeling van nieuwe diagnostische methoden en beeldvormingstechnieken die de precisie en effectiviteit van farmacotherapeutische interventies aanzienlijk kunnen verbeteren. Dit zal niet alleen de weg vrijmaken voor gepersonaliseerde geneeskunde, maar ook de algehele kwaliteit van zorg en behandelingsresultaten verbeteren

Thema 2: Early Drug Discovery

Dit thema omvat met name de farmaceutische R&D domeinen “Target pharmacology”, “Lead identification” en “Lead optimization”, domeinen B, C en D van de 4DMap.

Om Nederlandse therapeutische innovaties sneller door de pre-klinische ontwikkelfase te begeleiden, nodigt PharmaNL het farmaceutische veld uit om binnen het thema ‘Early Discovery infrastructure’ aanvragen te doen. Met het toegang krijgen tot deze gedeelde infrastructuren en technologieën kunnen onderzoekers en bedrijven effectiever en efficiënter nieuwe therapeutische oplossingen ontwikkelen, met als doel om innovaties sneller en succesvoller naar de klinische fase te brengen.

PharmaNL richt zich op het ontsluiten van essentiële infrastructuren welke het volgende kunnen omvatten, maar niet beperkt zijn tot:

  • • Platforms voor AI/ML-gedreven drug discovery.

  • • Geavanceerde fysisch-chemische karakterisering (zoals NMR, LC-HR-MSn, en X-ray).

  • • Target discovery en validatie platforms (CRISPR, RNAi, multi-omics, single cell sequencing).

  • • Biologische karakteriseringstechnieken (inclusief target engagement, organ-on-a-chip technologie, ADME-Tox en in-vitro/in-vivo correlatiestudies).

  • • Ondersteuning en expertise op het gebied van medicinale chemie.

  • • High-throughput en high-content screening, inclusief geautomatiseerde robotische systemen en geavanceerde pre-klinische beeldvormingstechnologieën

Thema 3: Pharmaceutical Manufacturing

Dit thema valt voornamelijk binnen de farmaceutische R&D domeinen “commercial manufacturing and distribution” en “scale up for manufacturing of small molecules and biologics, cell-based therapy and therapeutic vaccines”, respectievelijk domeinen I en D op de 4DMap.

PharmaNL beoogt binnen de volgende subthema’s de infrastructurele capaciteit te versterken om nieuwe therapieën efficiënt, veilig en duurzaam te produceren:

– Small scale (shared) manufacturing facilities

Om de competitieve positie van de Nederlandse farmaceutische sector te versterken en innovatie binnen productieprocessen van (bio)farmaceutica te stimuleren, nodigt PharmaNL partijen uit om projectaanvragen in te dienen binnen het thema ‘Small scale (shared) manufacturing facilities’. Door toegang te faciliteren tot kleinschalige, geautomatiseerde productiefaciliteiten kunnen onderzoekers en bedrijven sneller en efficiënter nieuwe producten en productiemethoden ontwikkelen, wat bijdraagt aan het versneld markt klaar maken van nieuwe producten.

PharmaNL richt zich op het ontsluiten van essentiële productiefaciliteiten en bijbehorende expertise waaronder, maar niet beperkt tot:

  • • Flexibele en modulaire productiesystemen en productiefaciliteiten met een hoge mate van automatisering, geschikt voor kleinschalige productie met minimale menselijke tussenkomst.

  • • Small-scale pilot productiefaciliteiten voor procesontwikkeling en optimalisatie, waarbij gerobotiseerde systemen herhaalbaarheid en precisie garanderen als opstap naar opschaling.

  • • Geautomatiseerde en robotica-gestuurde productielijnen met AI-gestuurde procescontrole en kwaliteitsbewaking, gericht op het verminderen van menselijke handelingen en het verhogen van consistentie en veiligheid.

– Sustainable manufacturing

PharmaNL investeert in de verduurzaming van de farmaceutische sector om bij te dragen aan een toekomstbestendige sector en Nederlandse innovaties beter te laten profiteren van de economische toegevoegde waarde daarvan. Investeringen binnen dit thema richten zich op de adoptie van duurzame methoden in de ontwikkeling en productie van huidige en toekomstige producten, met als doel de ecologische voetafdruk aanzienlijk te verkleinen, onder meer door bestaande R&D- en productie- infrastructuren te verduurzamen.

Duurzame productie draagt tevens bij aan de strategische autonomie van de ontwikkelketen. Investeren in lokale productiecapaciteit en robuuste toeleveringsketens vermindert de afhankelijkheid van kwetsbare internationale ketens en versterkt de weerbaarheid bij verstoringen zoals grondstoftekorten of geopolitieke onzekerheden. Tegelijkertijd versterken autonomie en verduurzaming elkaar: lokale productie verkort transportketens, reduceert emissies en maakt snellere aanpassing aan duurzaamheidsnormen mogelijk.

Met deze investeringen wil PharmaNL garanderen dat infrastructuren voor duurzame productie beter toegankelijk worden voor innovators uit zowel de academische niet beperkt tot: wereld als het MKB, en dat aanbieders van duurzame productietechnologieën de mogelijkheid hebben bestaande infrastructuren te vernieuwen of innoveren.

PharmaNL richt zich op het ontsluiten van cruciale mogelijkheden binnen duurzame productieprocessen van (bio)farmaceutica, dit kan het volgende omvatten, maar is niet beperkt tot:

  • • Geavanceerde faciliteiten en continue productieplatforms die efficiënter gebruik maken van grondstoffen en energie, inclusief gedeelde faciliteiten voor afvalwaterbehandeling en recycling van chemische reagentia.

  • • Technologieën voor groene chemie en duurzame syntheseprocessen, gericht op het verminderen van afval, oplosmiddelengebruik en emissies.

  • • Ontwikkeling van lokale productiecapaciteit voor essentiële grondstoffen en API's waarbij momenteel een sterke afhankelijk is van niet-Europese toeleveringsketens.

  • • Integratie van AI en machine learning voor procesoptimalisatie en kwaliteitsborging, met versterkt inzicht en controle over de gehele productieketen.

  • • Gedeelde, duurzame pilotfaciliteiten die Nederlandse producenten en kennisinstellingen in staat stellen productieprocessen voor strategisch belangrijke geneesmiddelen te ontwikkelen en op te schalen met optimaal gebruik van materialen en energie en een geminimaliseerde ecologische voetafdruk

– Bioprocessing and fermentation

Om de vooruitgang en toepassing ‘Bioprocessing and fermentation’ te versnellen, biedt PharmaNL investeringen aan in gedeelde R&D-infrastructuren binnen dit thema.

Met dit thema beoogt PharmaNL geavanceerde infrastructuren binnen bioprocessing en fermentatie te versterken en ontsluiten, met als doel de ontwikkeling, opschaling en productie van innovatieve geneesmiddelen te versnellen. Het betreft technologieën en faciliteiten die de volledige keten ondersteunen, van upstream bioprocess development tot downstream processing en integratie van digitale en data-gedreven procescontrole.

PharmaNL richt zich op het ontsluiten van cruciale mogelijkheden binnen het thema ‘bioprocessing and fermentation’, dit kan het volgende omvatten, maar is niet beperkt tot:

  • • Geavanceerde fermentatiefaciliteiten voor de productie van biofarmaceutische producten, inclusief optimalisatie van micro-organismen en celculturen.

  • • Farmaceutische biotechnologie ontwikkel- en productiefaciliteiten, variërend van formuleringsontwikkeling tot geavanceerde toedieningssystemen voor biologics zoals antilichamen, nucleïnezuurtherapieën, therapeutische vaccins en recombinante eiwitten.

  • • Technologieën voor schaalvergroting en procesintensivering, die de efficiëntie en consistentie van productieprocessen verbeteren.

  • • Toegang tot innovatieve infrastructuur gericht op geavanceerde zuivering en isolatie van biofarmaceutische producten.

  • • Integratie van digitale tools en procesmonitoring via AI en machine learning om de precisie en controle in bioprocessing te verbeteren.

Aanvullende aandachtsgebieden

De hieronder benoemde aanvullende aandachtsgebieden zijn breed toepasbaar binnen bovenstaande 3 thema’s en kunnen, waar relevant, een aanvraag verder versterken en/of specialiseren. Voor deze aandachtsgebieden is geen apart budget gereserveerd.

Artificial Intelligence and Data analysis: De toepassing van AI-technologie wordt in snel tempo steeds belangrijker over de gehele breedte van de farmaceutische waardeketen, in alle domeinen van A tot en met I van de 4DMap. Dit vereist de beschikbaarheid van hoogwaardige, FAIR (Findable, Accessible, Interoperable, Reusable) en AI-ready data. PharmaNL ziet het belang van dit onderwerp binnen alle hoofdthema's en wil de inzet van AI en FAIR data-gedreven analyse binnen bestaande en nieuwe infrastructuren stimuleren.

AI-gedreven infrastructuren en platformen kunnen worden toegepast in R&D-infrastructuren gericht op bijvoorbeeld target finding, syntheseroute-ontwikkeling, integratie van experimentele en computationele data en predictive modelling. Daarnaast ondersteunt PharmaNL investeringen in infrastructuur gericht op AI-gestuurde procesoptimalisatie binnen productie- en distributieomgevingen, zoals geautomatiseerde kwaliteitscontrole, procesmonitoring en batch-optimalisatie.

Advanced & Emerging Therapies: Naast de gevestigde therapeutische platforms zoals kleine moleculen en biologicals ontstaat er een snelgroeiend landschap van geavanceerde en vaak patiënt-specifieke therapieën, afkomstig uit academische centra, biotech- en farmaceutische bedrijven, verspreid over de domeinen A tot en met I van de 4DMap. De technologische diversiteit binnen dit thema – waaronder antisense-therapieën, gen- en celtherapie (CAR-T, iPSCs), RNA-technologieën, nucleaire geneeskunde, regeneratieve geneeskunde en nanomedicijnen – vraagt om gespecialiseerde R&D-infrastructuren, (GMP) productiefaciliteiten, vectorproductie en opschalingsinfrastructuur voor zowel centrale als decentrale productieomgevingen. Binnen de verschillende hoofdthema's kan de ontwikkeling en/of productie van ‘Advanced & Emerging Therapies’ als relevant toepassingsgebied worden geadresseerd.

Drug Delivery: Dit thema valt voornamelijk binnen het farmaceutisch R&D-domein D1-4 van de 4DMap. De toenemende vraag naar therapieën op maat gaat hand in hand met een groeiende behoefte aan infrastructuur voor de ontwikkeling van complexe en innovatieve toedieningsvormen. PharmaNL ziet binnen dit onderwerp het belang van in toegankelijke faciliteiten voor formuleringstechnologieën voor gerichte afgifte (zoals nanoparticles, liposomen en hydrogels), platformen voor mucosale, transdermale of inhaleerbare toediening, en testinfrastructuren voor in-vitro/in-vivo evaluatie van drug delivery-systemen.

Automatisering & Robotisering: Automatisering en robotisering spelen een toenemende rol in diagnostics, discovery en de optimalisatie van farmaceutische ontwikkelings- en productieprocessen. Het onderwerp bestrijkt daarom ook de volle breedte van de 4DMap. De integratie van robotische systemen met AI-gestuurde procescontrole biedt kansen voor "closed loop processes" waarbij consistentie, veiligheid en reproduceerbaarheid worden vergroot. Dit subthema is breed toepasbaar binnen de verschillende hoofdthema's van de SDI-programmalijn. PharmaNL stimuleert het ontsluiten van geautomatiseerde screenings- en synthese platformen, robotische systemen voor kleinschalige productie en kwaliteitscontrole, en geïntegreerde digitale monitoringsinfrastructuur, met als doel de efficiëntie en schaalbaarheid van het Nederlandse farmaceutische R&D-ecosysteem te versterken.

  • * In deze investeringsagenda wordt onder “Bioprocessing” het volgende verstaan: Het gebruik van intacte, levende cellen, of componenten daarvan, voor het genereren of bewerken van farmaceutisch actieve ingrediënten.

  • ** In deze investeringsagenda vallen radiofarmaca, bacteriofagen, cel- & gen therapie, nanomedicines, geavanceerde vaccins, nadrukkelijk onder het thema “Advanced & emerging therapies”.


X Noot
1

Onder bioprocessing wordt het gebruik van intacte, levende cellen, of componenten daarvan, voor het genereren of bewerken van farmaceutisch relevante producten verstaan.

X Noot
2

Artikel 107 VWEU.

X Noot
3

Een onderneming in de zin van het EU staatssteunrecht betreft elke eenheid die een economische activiteit uitvoert, ongeacht rechtsvorm of wijze van financiering.

X Noot
6

Artikel 1 lid 5 AGVV

X Noot
7

Artikel 6 AGVV

X Noot
8

Artikel 1, lid 4, sub a AGVV

X Noot
9

Artikel 1, lid 4, sub c AGVV. Financiële moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, lid 18 van de AGVV

X Noot
10

Artikel 8 AGVV

X Noot
11

Par. 1.3 onder ee) Kaderreling O&O&I

X Noot
12

Par. 1.3 onder j), m) en q) Kaderreling O&O&I

Naar boven