Wijziging van de Beleidsregel van De Nederlandsche Bank N.V. van 30 maart 2022 houdende regels met betrekking tot de tijdige indiening van toezichtrapportages (Stcrt. 2022, 11493)

De Nederlandsche Bank N.V. (DNB) heeft besloten het Handhavingsbeleid DNB voor tijdige indiening van toezichtrapportages te wijzigen.

ARTIKEL I

Het Handhavingsbeleid DNB voor tijdige indiening van toezichtrapportages wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 komt te luiden:

Artikel 1 Definities

In dit beleid wordt verstaan onder:

a. basisbedrag:

een bij wet vastgesteld basisbedrag voor boetecategorie 1, 2 en 3;

b. begunstigingstermijn:

de termijn waarbinnen een instelling aan een last onder dwangsom moet voldoen zonder dat dwangsommen worden verbeurd;

c. DNB:

De Nederlandsche Bank N.V.;

d. instelling:

eenieder die bij of krachtens wettelijk voorschrift verplicht is een toezichtrapportage bij DNB in te dienen;

e. maximumbedrag:

een bij wet vastgesteld maximumbedrag voor boetecategorie 1, 2 en 3;

f. minimumbedrag:

een bij wet vastgesteld minimumbedrag voor boetecategorie 1, 2 en 3;

g. recidive:

de omstandigheid dat tijdens het plegen van de overtreding nog geen vijf jaar zijn verlopen sinds het opleggen van een bestuurlijke boete aan de overtreder ter zake van eenzelfde overtreding;

h. toezichtrapportage:

elke wettelijk verplichte rapportage die een instelling periodiek binnen de daartoe vastgestelde termijnen verplicht is in te dienen bij DNB en waarbij DNB de bevoegde autoriteit is, met uitzondering van een statistische rapportage als bedoeld in artikel 1 van het Handhavingsbeleid DNB voor tijdige indiening van statistische rapportages.

B

Artikel 4 komt te luiden:

Artikel 4 Wijze van indiening

Een instelling dient een toezichtrapportage digitaal in bij DNB via een daarvoor door DNB ontwikkeld elektronisch rapportagesysteem, dan wel per post.

C

Artikel 5 komt te luiden:

Artikel 5 Tijdige indiening

  • 1. Een instelling dient een toezichtrapportage tijdig bij DNB in.

  • 2. Een toezichtrapportage wordt als tijdig ingediend beschouwd indien deze uiterlijk op de bij of krachtens wettelijk voorschrift vastgestelde indieningsdatum conform de door DNB bij het elektronisch rapportagesysteem vastgestelde wijze dan wel per post is ingediend.

  • 3. Een elektronisch ingediende toezichtrapportage wordt in beginsel geacht tijdig te zijn ingediend wanneer de toezichtrapportage in het elektronisch rapportagesysteem van DNB de status ‘voldaan’ heeft gekregen. Een per post ingediende toezichtrapportage wordt in beginsel geacht tijdig te zijn ingediend wanneer deze uiterlijk op de laatste dag van de daartoe vastgestelde termijn ter post is bezorgd en de toezichtrapportage niet later dan een week na afloop van de termijn door DNB is ontvangen.

  • 4. Indien een toezichtrapportage niet tijdig bij DNB is ingediend, overweegt DNB of het opleggen van een last onder dwangsom en/of een bestuurlijke boete evenredig is.

D

In artikel 6, tweede lid, wordt na ‘DNB geeft’ ingevoegd ‘in beginsel’.

E

In artikel 7, eerste lid, vervalt ‘binnen een aaneengesloten periode van dertien maanden’.

F

In Bijlage 1, bij omvangtabel II (boetecategorie 3), rij ‘Beleggingsonderneming en -instelling’, wordt in de kolom ‘Boetepercentage tussen 0,6% en 1,2%’ de verwijzing naar ‘x 3 + 3’ vervangen door ‘x 0,6 + 0,6’.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Amsterdam, 22 januari 2026

De Nederlandsche Bank N.V. S.J. Maijoor Directeur

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

De definities uit artikel 1 zijn op alfabetische volgorde gezet. Daarnaast voert DNB thans een separaat handhavingsbeleid voor de tijdige indiening van statistische rapportages. Om deze reden is in artikel 1 bij de definitie van ‘toezichtrapportage’ verduidelijkt dat het Handhavingsbeleid DNB voor tijdige indiening van toezichtrapportages niet van toepassing is op een ‘statistische rapportage’ als bedoeld in artikel 1 van het Handhavingsbeleid DNB voor tijdige indiening van statistische rapportages.

In artikelen 4 en 5 is vastgelegd dat een instelling een rapportage eveneens per post mag indienen bij DNB. Wat betreft de verzending per post wordt aangesloten bij artikel 6:9, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

In artikel 6, tweede lid, zijn de woorden ‘in beginsel’ toegevoegd. Hiermee wordt verduidelijkt dat DNB in bijzondere gevallen af kan wijken van de in de regel gehanteerde begunstigingstermijn van tien werkdagen.

In artikel 7, eerste lid, vervalt de zinsnede ‘binnen een aaneengesloten periode van dertien maanden’ in verband met een herhaling van deze zinsnede in de term van ‘herhaaldelijk’, zoals gedefinieerd in het tweede lid.

In Omvangtabel II stond een onjuiste berekening bij de berekening van de boetehoogte voor een beleggingsonderneming en -instelling. Dit is gecorrigeerd.

Amsterdam, 22 januari 2026

De Nederlandsche Bank N.V. S.J. Maijoor Directeur

Naar boven