Verkeersbesluit in verband met geslotenverklaring voor vrachtauto's en autobussen, met uitzondering van lijnbussen A27 Merwedebrug.

Logo Rijkswaterstaat - Dienst Zuid-Holland

 

 

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

OVERWEGINGEN TEN AANZIEN VAN HET BESLUIT

 

Juridisch kader

 

De Wegenverkeerswet 1994, het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV) en het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW).

 

Op grond van artikel 15, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 moet een verkeersbesluit worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het BABW genoemde verkeerstekens, alsmede voor onderborden, voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd.

 

Aangezien het hier een weg betreft die onder beheer is van het Rijk, ben ik ingevolge artikel 18, eerste lid onder a, van de Wegenverkeerswet 1994 bevoegd dit besluit te nemen.

 

Motivering

 

Uit het oogpunt van het verzekeren van de veiligheid op de weg, beschermen van de weggebruikers en passagiers en het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade is het op grond van onderstaande overwegingen noodzakelijk om een tijdelijke verkeersmaatregel te nemen op de Merwedebrug in rijksweg A27.

 

Uit recent onderzoek is gebleken dat het staal in de boogconstructie van de brug op meerdere locaties minder sterk is dan eerder werd aangenomen. Hierdoor kan overbelasting van de boogconstructie ontstaan. Het risico bestaat dat de stalen platen waaruit de boog is opgebouwd onder hoge druk vervormen, hetgeen gevolgen kan hebben voor de constructieve veiligheid van de brug.

 

Er zijn werkzaamheden nodig om de constructieve veiligheid van de brug te waarborgen en daarmee de veiligheid op de weg voor alle weggebruikers te kunnen blijven verzekeren. Dit begint met aanvullend onderzoek, dat vervolgens vertaald zal moeten worden in concrete maatregelen, bijvoorbeeld om de brug te verstevigen.

 

Zolang de werkzaamheden niet zijn afgerond is het noodzakelijk de belasting van de brug te verminderen om zo de veiligheid op de weg voor alle weggebruikers te kunnen blijven verzekeren. Daarom wordt op de Merwedebrug een tijdelijk verbod ingesteld voor zwaar verkeer, bestaande uit vrachtauto's en autobussen.

 

Lijnbussen worden van dit verbod uitgezonderd. Hiermee kan het openbaar vervoer gebruik blijven maken van de Merwedebrug en blijft de bereikbaarheid van de regio met het openbaar vervoer zoveel mogelijk gewaarborgd. Het verbod geldt wel voor overige autobussen, waaronder touringcars.

 

Zodra meer duidelijkheid bestaat over de vervolgstappen, wordt beoordeeld of de verkeersmaatregel kan worden aangepast of beëindigd.

 

Ik ben mij ervan bewust dat de afsluiting van de Merwedebrug ernstige hinder veroorzaakt. Het doel van dit besluit is echter om de veiligheid op de weg te waarborgen en de weg in goede staat te houden, zoals omschreven in artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994. Bovendien is het van belang de bruikbaarheid van de weg zoveel mogelijk te waarborgen, zodat deze veilig en efficiënt kan worden gebruikt door weggebruikers.

 

Procedure

 

Overeenkomstig het bepaalde in artikel 24 aanhef en sub a van het BABW heeft overleg plaatsgevonden met de Politie, eenheid Rotterdam en Eenheid Zeeland – West-Brabant.

 

BESLUIT

 

Op grond van vorenstaande overwegingen besluit ik:

 

  • 1.

    door het plaatsen van bord C7b van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, voorzien van een onderbord met de tekst "uitgezonderd lijnbussen", de Merwedebrug in de A27 – gelegen in de gemeenten Gorinchem en Altena – te sluiten voor vrachtauto's en autobussen, met uitzondering van lijnbussen;

 

  • 2.

    deze borden te plaatsen op de volgende locaties:

 

 

- A27 HRR km 27,600, voorzien van onderbord "4,0 km";

- A27 HRR km 30,700, voorzien van onderbord "1000 m";

- A27 HRR km 31,200, voorzien van onderbord "500 m";

- A27 HRR km 31,675;

- A27 HRR km 31,7b; toerit Werkendam (23)

- A27 HRL km 38,400, voorzien van onderbord "3,0 km";

- A27 HRL km 36,400, voorzien van onderbord "1000 m";

- A27 PRL km 36,400, uitsluitend in de buitenberm, voorzien van onderbord "1000 m";

- A27 HRL km 36,050, voorzien van onderbord "500 m";

- A27 HRL km 35,450;

- A27 HRL km 35,50d; toerit Industrie Avelingen (24);

- A27 HRL km 35,35d; toerit Industrie Avelingen (24),

 

een en ander overeenkomstig de bij dit besluit behorende tekening met kenmerk "Calamiteit Merwedebrug locaties borden V4", d.d. 31 juli 2026,

voor zolang dit verbod uit het oogpunt van de constructieve veiligheid van de brug noodzakelijk is.

 

 

ONDERTEKENING

  •  

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,

 

namens deze,

het hoofd Vergunningverlening Rijkswaterstaat West Nederland Zuid,

mevrouw M. Koubia

MEDEDELINGEN:

Bezwaar

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kunt u tegen dit besluit binnen zes weken na de dag waarop dit is bekendgemaakt een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift moet worden gericht aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat en gezonden aan Rijkswaterstaat Noord-Nederland, t.a.v. de afdeling Werkenpakket, Postbus 2232, 3500 GE te Utrecht.

 

Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en ten minste het volgende te bevatten:

a. naam en adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. vermelding van de datum en het nummer of het kenmerk van het besluit waartegen het bezwaarschrift zich richt;

d. een opgave van de redenen waarom men zich met het besluit niet kan verenigen.

 

Voorlopige voorziening

Indien een bezwaarschrift is ingediend is het mogelijk om daarnaast een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in te dienen. Een dergelijk verzoek dient te worden gericht aan de Voorzieningenrechter van de rechtbank (sector Bestuursrecht) binnen het rechtsgebied waarvan de indiener van het bezwaarschrift zijn woonplaats heeft.

Het verzoek dient te zijn ondertekend en ten minste het volgende te bevatten:

a. de naam en het adres van de verzoeker;

b. de dagtekening;

c. vermelding van het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen en datum en nummer of kenmerk van het besluit;

d. de gronden van het verzoek (motivering).

 

Bij het verzoek dient voorts een afschrift van het bezwaarschrift te worden overlegd. Naar aanleiding van het verzoek kan de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening treffen indien onverwijld spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Voor de behandeling van een verzoek om een voorlopige voorziening wordt een bedrag aan griffierecht geheven. De griffier van de betrokken rechtbank wijst de verzoeker na de indiening van diens verzoek op de verschuldigdheid van het griffierecht en bericht de verzoeker binnen welke termijn en op welke wijze het verschuldigde griffierecht moet worden voldaan.

Als burger kunt u ook digitaal een verzoek om voorlopige voorziening indienen bij de hiervoor vermelde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de hiervoor vermelde internetsite voor de precieze voorwaarden.

 

Naar boven