Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | Staatscourant 2026, 2842 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | Staatscourant 2026, 2842 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
Besluit:
De Subsidieregeling sociale veiligheid in hoger onderwijs en wetenschap wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 1 wordt in de begripsomschrijvingen van promovendi-organisatie, studentenorganisatie en werknemersorganisatie ‘of de minister’ telkens vervangen door ‘, de minister of een gemeente’.
B
Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid vervalt ‘laatste’.
2. Het derde lid vervalt.
C
Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:
2. Het tweede en derde lid vervallen alsmede de aanduiding ‘1’ voor het eerste lid.
D
Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid, onderdelen a tot en met f, wordt ‘het hoogste puntentotaal’ telkens vervangen door ‘de hoogste score’.
2. In het derde lid wordt ‘gelijk puntentotaal’ vervangen door ‘gelijke score’.
E
Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:
1. De onderdelen b en c van het tweede lid komen te luiden:
b. van 16 maart 2026 09.00 uur tot en met 16 april 2026 13.00 uur;
c. van 12 januari 2027 09.00 uur tot en met 12 februari 2027 13.00 uur.
2. Onder vernummering van het vierde tot het derde lid, vervalt het derde lid.
F
In artikel 9, derde lid, onderdeel a, wordt ‘of de minister’ vervangen door ‘, de minister of een gemeente’.
G
Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het opschrift wordt ‘Activiteitenplan’ vervangen door ‘Activiteitenplan en begroting’.
2. In het eerste lid wordt ‘de doelen en resultaten’ vervangen door ‘het doel of een realisatiedoelstelling’.
3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
3. Voor het overzicht van de geraamde kosten in de begroting, bedoeld in artikel 3.5 van de kaderregeling, kan voor zover het de personeelskosten betreft worden gekozen uit vier functies met een vast integraal uurtarief inclusief opslag voor overhead en administratie, maar exclusief de belasting over de toegevoegde waarde:
a. secretarieel of administratief medewerker € 70;
b. projectmedewerker € 95;
c. projectleider, docent of onderzoeker € 120;
d. (associate) practor, lector, of hoogleraar € 141.
H
In artikel 13 vervalt het eerste lid alsmede de aanduiding ‘2.’ voor het tweede lid.
I
De bijlage komt te luiden:
Beoordelingscriteria
De inhoudelijke beoordeling van een subsidieaanvraag als bedoeld in de Subsidieregeling sociale veiligheid in hoger onderwijs en wetenschap (hierna: subsidieregeling) en activiteiten geschiedt aan de hand van de criteria in onderstaande tabel.
|
(Deel)criterium |
Score (5-1) |
Wegingsfactor in percentage1 |
|
|---|---|---|---|
|
1. |
Ambitie (ten hoogste 800 woorden) |
Totaal 20 |
|
|
1.1 |
De aanleiding en noodzaak tot verbetering van de sociale veiligheid in de organisatie(s) en of voor de beoogde doelgroep(en).2 Toelichting: De aanleiding waarom deze subsidieaanvraag nodig is om sociale veiligheid te bevorderen is duidelijk beschreven. De noodzaak van de subsidieaanvraag is duidelijk beschreven en onderbouwd. |
5 |
|
|
1.2 |
Emancipatie van gemarginaliseerde groep(en) (zoals vrouwelijke academici, jonge onderzoekers, promovendi en postdocs), mensen uit de LHBTIQ+ groep, mensen met een migratieachtergrond en/of met een beperking, mensen die te maken hebben met discriminatie waaronder antisemitisme. Toelichting: De wijze waarop de subsidieaanvraag zich richt op de emancipatie van gemarginaliseerde groep(en) is duidelijk beschreven en onderbouwd. |
5 |
|
|
1.3 |
De ambitie ten aanzien van sociale veiligheid en haalbaarheid van de ambitie. Toelichting: De doelen in het activiteitenplan passen bij de doelen, bedoeld in artikel 3, van de subsidieregeling, en zijn ambitieus, helder en concreet geformuleerd. Ook zijn de doelen realistisch en haalbaar. |
10 |
|
|
Sub-totaalscore criterium 1: |
|||
|
2. |
Omschrijving activiteit(en) (per activiteit ten hoogste 400 woorden) |
Totaal 40 |
|
|
2.1 |
Per activiteit: – doel; – effectieve aanpak; – planning; – (indien van toepassing) samenwerking. Toelichting: Per activiteit is het doel duidelijk en concreet beschreven. Er is vertrouwen dat de aanvrager met deze activiteiten haar doel (grotendeels) kan realiseren (haalbaarheid) en dat het aansluit bij de doelen, bedoeld in artikel 3, van de subsidieregeling. De planning van de activiteit(en) is realistisch en de uitvoering is uiterlijk voor 31 december 2027 afgerond. In geval van een samenwerkingsverband wordt duidelijk welke partij welke rol op zich neemt in de activiteit(en). |
30 |
|
|
2.2 |
De monitoring van de voortgang. Toelichting: De beschrijving van hoe de subsidieontvanger: – de voortgang van de activiteiten gaat bewaken; – de uitvoering van de activiteiten systematisch evalueert. |
10 |
|
|
Sub-totaalscore criterium 2: |
|||
|
3. |
Impact (ten hoogste 800 woorden) |
Totaal 10 |
|
|
3.1 |
Drie pijler(s) van cultuurverandering (omgangscultuur, systeem, structuur) ten aanzien van sociale veiligheid. Toelichting: De beoogde impact van het activiteitenplan op een of meer van de pijler(s) van cultuurverandering binnen de betrokken organisatie(s) of de beoogde doelgroep(en). |
5 |
|
|
3.2 |
Het doel of een realisatiedoelstelling uit het programmaplan van de regiegroep.2 Toelichting: De beoogde impact van het activiteitenplan op het doel of een realisatiedoelstelling uit het programmaplan van de regiegroep, is duidelijk geformuleerd en onderbouwd. |
5 |
|
|
Sub-totaalscore criterium 3: |
|||
|
4. |
Verankering (ten hoogste 800 woorden) |
Totaal 10 |
|
|
4.1 |
Duurzame verankering en zichtbaarheid van opgedane kennis en inzichten binnen de eigen organisatie(s).2 Toelichting: De duurzame verankering van de resultaten van de subsidieaanvraag binnen de eigen organisatie(s) en de wijze waarop de opgedane kennis en inzichten zichtbaar zijn gemaakt is duidelijk omschreven. Onderbouwd is waarom voor deze vorm is gekozen. |
5 |
|
|
4.2 |
Zichtbaarheid van opgedane kennis en inzichten voor andere organisatie(s). Toelichting: De wijze waarop kennisdeling gefaciliteerd wordt is duidelijk uiteengezet waardoor werkwijzen, kennis en inzichten gebruikt kunnen worden door andere organisatie(s) na afloop van de activiteit(en). Zie ook realisatiedoelstelling 2 van het programmaplan. |
5 |
|
|
Sub-totaalscore criterium 4: |
|||
|
5. |
Begroting per activiteit(en) |
Totaal 20 |
|
|
5.1 |
Een realistische begroting van de activiteit(en). Beoordeeld wordt of: – de kosten in verhouding staan tot de beoogde resultaten (doelmatigheid); – de begroting sluitend is; – de tarieven, bedoeld in de artikelen 10, derde lid (interne doorberekening), en 14, zesde lid (externe inhuur), van de subsidieregeling zijn gehanteerd. Toelichting: Per activiteit(en) is in de begroting concreet en duidelijk opgenomen welke kosten door wie worden gemaakt. Uit de begroting moet per activiteit duidelijk blijken welke kosten daaraan verbonden zijn. Bij inhuur van externen dient de belasting over de toegevoegde waarde meegenomen te worden. |
20 |
|
|
Sub-totaalscore criterium 5: |
|||
|
Totaalscore critera 1 t/m 5: |
Alleen de totale wegingsfactoren per criterium zijn van toepassing op de aanvragen van de regiegroep. De wegingsfactoren per deelcriterium zijn dus niet van toepassing op de aanvragen van de regiegroep.
Berekening van de scores
Per criterium kan er maximaal 5 punten worden toegekend. Indien er sprake is van deelcriteria wordt als score het gemiddelde genomen. De totaalscore is een gewogen gemiddelde van de criteria, eventueel met twee decimalen.
De scores zijn beschreven in onderstaand tabel.
|
Scorebereik en beschrijving van de scores |
||
|---|---|---|
|
Boven verwachting/excellent, goed uitgewerkt en/of onderbouwd en/of vernieuwend |
5,0 |
Goed |
|
Voldoende, plus wat beter uitgewerkt en/of onderbouwd |
4,0 |
Ruim voldoende |
|
Voldoet aan de minimale eisen van de subsidieregeling |
3,0 |
Voldoende |
|
Voldoet niet helemaal aan de eisen van de subsidieregeling |
2,0 |
Onvoldoende |
|
Voldoet niet aan de eisen van de subsidieregeling, grote tekortkomingen |
1,0 |
Ruim onvoldoende |
Alle criteria moeten als voldoende worden beoordeeld
In de subsidieregeling is opgenomen dat aanvragers uitsluitend in een aanvraagperiode aanvragen kunnen indienen (artikel 8). Om de kwaliteit van een aanvraag vast te stellen, beslist de minister op de subsidieaanvraag aan de hand van bovengenoemde beoordelingscriteria. Voor het aantonen van de kwaliteit van een subsidieaanvraag, moet de subsidieaanvraag op elk (deel)criterium (1 tot en met 5) ten minste met een voldoende worden beoordeeld.
Dit betekent dat de subsidieaanvragen kwalitatief beoordeeld worden. Voor (deel)criterium 1 tot en met 5 geldt dat een subsidieaanvraag op elk criterium ten minste met 3 punten (een voldoende) moet worden beoordeeld om voor subsidie in aanmerking te komen. De bedoeling is dat een ambitie wordt nagestreefd, impact wordt beoogd en verankering wordt verwezenlijkt en dat dit overeenkomt met het doel of een realisatiedoelstelling uit het programmaplan.
Het budget is toereikend
Als het beschikbare budget in een aanvraagperiode toereikend is voor alle als voldoende beoordeelde subsidieaanvragen wordt subsidie verleend voor die subsidieaanvragen. Subsidieaanvragen die niet ten minste met een voldoende worden beoordeeld op alle onderdelen (1 tot en met 5) komen niet voor subsidie in aanmerking.
Het budget voor organisaties en samenwerkingsverbanden is niet toereikend
Als het beschikbare budget in een aanvraagperiode niet toereikend is voor alle als voldoende beoordeelde subsidieaanvragen, wordt het budget als volgt verdeeld:
Stap 1: De subsidieaanvragen worden gerangschikt op score, van hoog naar laag.
Stap 2: De subsidieaanvragen die voor subsidie in aanmerking komen, worden als volgt geselecteerd, totdat het budget ontoereikend is:
a. de hoogst scorende subsidieaanvraag van een samenwerkingsverband van organisaties;
b. de hoogst scorende subsidieaanvraag van een studentenorganisatie;
c. de hoogst scorende subsidieaanvraag van een promovendi-organisatie;
d. de hoogst scorende subsidieaanvraag van een werknemersorganisatie;
e. de hoogst scorende subsidieaanvraag van een hoger onderwijsinstelling;
f. de hoogst scorende resterende subsidieaanvragen ongeacht het soort organisatie.
Stap 3: In het geval van meerdere subsidieaanvragen met een gelijke score in een categorie als bedoeld onder punt a tot en met f, worden die subsidieaanvragen gerangschikt op volgorde van binnenkomst van de volledige aanvragen.
Doel kwalitatieve beoordeling
Het doel van het beoordelingskader is de kwalitatieve beoordeling van subsidieaanvragen in goede banen te leiden en zo transparant mogelijk te maken. Het beoordelingskader en de beoordelingsprocedure gelden zowel ten aanzien van de subsidieaanvragen van een organisatie of van de penvoerder van een samenwerkingsverband als voor de subsidieaanvragen van de (penvoerder van de) regiegroep. Waar in het beoordelingskader in criterium 1 tot en met 5 wordt gesproken over ‘subsidieaanvraag’, kan ‘activiteiten’ worden gelezen, voor zover het de beoordeling van subsidieaanvragen van de regiegroep betreft.
Elk activiteitenplan wordt inhoudelijk beoordeeld op de volgende criteria:
– ambitie;
– beschrijving activiteit(en);
– impact;
– verankering;
– begroting.
Bij elk (deel)criterium zijn in de tabel beoordelingscriteria geformuleerd met daarbij horende beoordelingsaspecten. Hiermee is aangegeven aan de hand van welke aspecten wordt beoordeeld en wat de achterliggende gedachte daarvan is. De onderdelen en beoordelingscriteria zijn gerelateerd aan het doel of een realisatiedoelstelling uit het programmaplan van de regiegroep en de definitie van sociale veiligheid zoals gehanteerd in dat programmaplan (zie ook artikel 10 van de subsidieregeling).
De subsidieaanvraag wordt inhoudelijk beoordeeld op de (deel)criteria ambitie, activiteiten, impact, verankering en begroting. Bij de beoordeling van deze criteria wordt een score van 1 tot en met 5 toegekend aan elk onderdeel. De totaalscore betreft het gewogen gemiddelde van de score op die criteria.
Beoordeling aanvragen
1. Aanvragen regiegroep:
De penvoerder van de regiegroep kan subsidie aanvragen voor activiteiten die zij opneemt in haar activiteitenplan. De activiteiten worden beoordeeld aan de hand van bovenstaande criteria met uitzondering van de deelcriteria 1.1, 3.2 en 4.1. De aanvraag wordt beoordeeld door de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (DUS-I), waarna de minister beslist.
2. Aanvragen organisaties of penvoerders van samenwerkingsverbanden:
Een organisatie kan een subsidieaanvraag doen voor de uitvoering van activiteiten. Dit kan een enkele activiteit zijn maar een subsidieaanvraag kan ook bestaan uit meerdere activiteiten. De subsidieaanvraag waarvoor subsidie wordt aangevraagd door organisaties, wordt inhoudelijk beoordeeld door de regiegroep, waarna de minister beslist. De regiegroep bereidt de besluitvorming van de minister voor.
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, G. Moes
De Subsidieregeling sociale veiligheid in hoger onderwijs en wetenschap (hierna: subsidieregeling) heeft als doel een sociaal veilige leer- en werkomgeving voor studenten en werknemers in het hoger onderwijs en de wetenschap te bevorderen door het faciliteren van initiatieven waarbij de sector samenwerkt en samen leert op activiteiten- en beleidsniveau, voor de periode 2025 tot en met 2027.
Vanuit de organisaties die in aanmerking kunnen komen voor subsidie is veel belangstelling gebleken. Bij de eerste aanvraagronde voor organisaties die op 3 augustus 2025 sloot, zijn 50 aanvragen binnengekomen. Het subsidiebudget dat jaarlijks beschikbaar is voor activiteiten ter verbetering van sociale veiligheid, is echter beperkt. Om die reden is in de subsidieregeling een tendersysteem opgenomen op basis van een kwaliteitsbeoordeling. Op grond van artikel 7 van de subsidieregeling wordt er een rangschikking gemaakt van hoog naar laag op basis van de score die wordt toegekend aan de subsidieaanvraag. Het beoordelingskader hiervoor is in de bijlage bij de subsidieregeling opgenomen. Dit beoordelingskader is ook van toepassing op de aanvraag van de regiegroep.
Naar aanleiding van het beoordelingsproces van de aanvragen, hebben de Regiegroep Sociale Veiligheid in Hoger Onderwijs en Wetenschap (hierna: regiegroep) en de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (hierna: DUS-I) aangegeven dat een aantal aanpassingen van het beoordelingskader het beoordelingsproces zou verbeteren. Volgens hen dienen de criteria die zien op de activiteiten en begroting (4a en 4b van het oude beoordelingskader) meer gewicht te krijgen in de inhoudelijke kwaliteitsbeoordeling. Deze criteria zijn belangrijk voor het beoordelen van de kansrijkheid van projectvoorstellen. In het verlengde hiervan is het daarnaast wenselijk om net als bij de andere criteria ook voor de activiteiten en voor de begroting te werken met een expliciete puntenscore in plaats van enkel het oordeel voldoende of onvoldoende. Op deze manier gaan deze belangrijke criteria ook meetellen als een rangschikking van de aanvragen nodig is, omdat het beschikbare budget niet toereikend is gebleken voor alle als voldoende beoordeelde subsidieaanvragen. Ter verbetering van het beoordelingsproces en het gegeven dat de activiteiten in een activiteitenplan hetzelfde doel hebben, zullen deze activiteiten voortaan integraal worden beoordeeld. Onderhavige wijzigingsregeling strekt ertoe dit te regelen. Verder wijzigt onderhavige regeling de definities van ‘studentenorganisatie’, ‘promovendi-organisatie’ en ‘werknemersorganisatie’, de tarieven die bij de subsidieaanvraag voor personeelskosten gehanteerd moeten worden, de beslistermijn en de aanvraagperiode in kalenderjaar 2026. Tot slot zal er in dat jaar slechts één aanvraagronde zijn.
In het oude beoordelingskader waren de volgende criteria opgenomen:
1. ambitie;
2. impact;
3. verankering;
4a. beschrijving activiteit(en);
4b. begroting.
Aanvragen die op de oude criteria 1 tot en met 3 op basis van een puntenscore ten minste met een voldoende waren beoordeeld, werden vervolgens op activiteitniveau beoordeeld op de criteria 4a en 4b. Aan de criteria 4a en 4b werden geen beoordelingspunten gekoppeld, maar de waardering voldoende of onvoldoende. Hierdoor had de inhoud van de activiteit geen direct effect op de plek in de ranking, terwijl deze criteria een belangrijk onderdeel van de subsidieaanvraag zijn.
Naar aanleiding van de ervaringen die zijn opgedaan bij het beoordelen van de aanvragen in de eerste aanvraagronde, geven zowel de regiegroep als DUS-I aan dat het wenselijk is om het beoordelingskader aan te passen. Allereerst door een wegingsfactor op te nemen bij de verschillende criteria, waardoor de belangrijke criteria voor activiteiten en begroting meer gewicht krijgen in het kader van de ranking (criteria 4a en 4b oud; 2 en 5 nieuw). Daarnaast is ook bij deze criteria een puntenscore opgenomen.
Integrale afweging van activiteiten
Bij de beoordeling van de subsidieaanvragen van de eerste ronde is gebleken dat een beoordeling per activiteit geen toegevoegde waarde heeft ten opzichte van een integrale afweging van alle activiteiten uit een activiteitenplan. Een afzonderlijke beoordeling neemt onnodig meer tijd in beslag van regiegroep of DUS-I; dat is niet praktisch. Bovendien is het gebruikelijk om een activiteitenplan integraal te beoordelen. In deze regeling is daarom de afzonderlijke beoordeling van activiteiten losgelaten.
De keuze voor een integrale afweging maakt een ranking van de activiteiten in de aanvraag van de regiegroep lastig. Deze ranking zag op de mogelijkheid dat het budget in een jaar zou kunnen worden opgehoogd als er sprake zou zijn van onderuitputting van het budget voor organisaties en samenwerkingsverbanden. Bij de eerste ronde is echter gebleken dat er behoorlijke overvraag is van het budget voor organisaties en samenwerkingsverbanden en tegelijkertijd onderuitputting van het budget van de regiegroep. De verwachting is dat dit ook voor de komende aanvraagronden het geval zal zijn. Gelet hierop en de keuze voor een integrale afweging, is ervoor gekozen de overhevelingsmogelijkheid van het budget van organisaties en samenwerkingsverbanden naar het budget van de regiegroep te schrappen (artikel I, onderdeel B, onder 2; artikel 5, derde lid, van de subsidieregeling).
Definities studentenorganisatie, promovendi-organisatie en werknemersorganisatie
Een van de vereisten om op grond van de subsidieregeling te worden aangemerkt als studentenorganisatie, promovendi-organisatie of een werknemersorganisatie, is dat deze organisatie voor ten minste drie jaar financiële middelen ontvangt van een hoger onderwijsinstelling of de minister. Bij de eerste aanvraagronde is gebleken dat sommige studentenorganisaties geen financiering ontvangen van een minister of hoger onderwijsinstelling, maar van een gemeente. Ook voor deze organisaties is het wenselijk dat zij voor subsidie in aanmerking kunnen komen. De artikelen 1 en 9, derde lid, van de subsidieregeling zijn in lijn hiermee aangepast (artikel I, onderdelen A en F).
Tarieven
Bij de beoordeling van aanvragen werd op basis van het oude beoordelingskader bezien of de HOT-tarieven waren gehanteerd. Gelet op de vele aanvragen in de eerste ronde heeft DUS-I geadviseerd om in lijn met de Subsidieregeling LLO-Katalysator (LLO-professionalisering opleiders 2023–2026) te werken met vaste tarieven die op de HOT-tarieven zijn gebaseerd. In artikel I, onderdeel G, van de wijzigingsregeling is deze vereenvoudiging geregeld (artikel 10, derde lid van de subsidieregeling). Tevens is van de gelegenheid gebruik gemaakt om de verplichting te expliciteren om bij externe inhuur markconforme tarieven te gebruiken (artikel I, onderdeel H; artikel 14 van de subsidieregeling). Ook dit is naar voorbeeld van de Subsidieregeling LLO-Katalysator (artikel 13).
Aanpassing aanvraagperioden en beslistermijn
De interesse voor een subsidie op basis van deze subsidieregeling is groot. In de eerste ronde van het kalenderjaar 2025 bleek dat voorgestelde bedragen uit de aanvragen het budget voor dat jaar ruimschoots overschreden. De regiegroep heeft van verschillende hoger onderwijsinstellingen en organisaties begrepen dat zij eerst de beslissing op de aanvraag uit die aanvraagronde afwachten, voordat zij beslissen om in het kalenderjaar 2026 een aanvraag in te dienen. Een aanvraagronde in januari 2026 komt volgens hen dan te vroeg. Gelet hierop dringt de regiegroep erop aan de eerste aanvraagperiode van 2026 te verplaatsen naar 16 maart tot en met 16 april 2026. Bovendien vervalt de tweede aanvraagronde van 2026. In artikel I, onderdelen B, onder 1, en E (de artikelen 5 en 8 van de subsidieregeling) is dit geregeld.
De wijziging van de aanvraagperiode in 2026 heeft tot gevolg dat in de beoordelingsperiode het zogenoemde meireces en het zomerreces vallen. Tijdens deze recessen is het vanwege een verminderde aanwezigheid van regiegroepleden en personeel bij DUS-I, maar ook bij hoger onderwijsinstellingen niet haalbaar om de aanvragen binnen 18 weken te behandelen. Soms worden aan aanvragers vragen gesteld, omdat bijvoorbeeld een aanvraag nog niet compleet is. Daarnaast is gebleken dat er veel belangstelling is voor de subsidie op grond van de subsidieregeling. Om de beoordeling beter uitvoerbaar te maken, is ervoor gekozen om in de kalenderjaren 2026 en 2027 de reguliere beoordelingstermijn van 22 weken te hanteren (zie artikel 4.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS). Dit betekent dat het eerste lid van artikel 13 van de subsidieregeling vervalt (zie artikel I, onderdeel H).
Door het wijzigen van de aanvraagperiode is tevens de uitvoering van een tweede aanvraagronde in 2026 niet meer haalbaar. Gelet hierop en het gegeven dat naar verwachting het subsidiebudget in de eerste ronde al is uitgeput, is er één aanvraagronde in 2026.
DUS-I acht de regeling uitvoerbaar.
Verantwoording niet-onderwijsinstellingen
De verantwoording van niet-onderwijsinstellingen was niet expliciet opgenomen in de toelichting bij de subsidieregeling. DUS-I heeft verzocht dit wel te doen voor duidelijkheid richting het veld. Voor penvoerders die geen onderwijsinstelling zijn, geldt dat de verantwoording via model B van het accountantsprotocol bij de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS gaat (zie ook artikel 9.2, tweede lid, van deze kaderregeling).
Regeldruk
De wijziging van de subsidieregeling betekent allereerst een meer werkbaar beoordelingsproces voor de regiegroep en DUS-I en heeft geen consequenties voor de regeldruk. Ook de andere wijzigingen hebben geen consequenties voor de regeldruk. Het Adviescollege ter toetsing regeldruk, het ATR, heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het geen omvangrijke gevolgen voor de regeldruk heeft.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, G. Moes
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-2842.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.