Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties | Staatscourant 2026, 27674 | delegatie- of mandaatbesluit |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties | Staatscourant 2026, 27674 | delegatie- of mandaatbesluit |
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Gelet op artikel 68 van de Cyberbeveiligingswet en afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht;
Gelet op de schriftelijke instemming van de Inspecteur-Generaal van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur en de Minister van Economische Zaken en Klimaat
Besluit
In dit besluit wordt verstaan onder:
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
Cyberbeveiligingswet.
Met het toezicht op de naleving, bedoeld in artikel 68, eerste lid, van de Wet, voor zover het entiteiten betreft in de sector overheid, bedoeld in bijlage 1 bij de Wet, met uitzondering van de waterschappen, worden belast de ambtenaren met de functiebenamingen inspecteur, senior inspecteur, coördinerend/specialistisch inspecteur en inspecteur/medewerker toezicht van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.
1. Aan de Inspecteur-Generaal van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur wordt mandaat, onderscheidenlijk machtiging, verleend, voor zover het entiteiten betreft in de sector overheid, bedoeld in bijlage 1 bij de Wet, met uitzondering van de waterschappen, om namens de Staatssecretaris:
a. te besluiten tot het toepassen van het handhavingsinstrumentarium uit paragraaf 15.2 en 15.5 van de Wet en alle daarmee samenhangende bevoegdheden;
b. een besluit te nemen op een bezwaarschrift gericht tegen een besluit als bedoeld in onderdeel a;
c. verweer te voeren ingeval beroep of hoger beroep is ingesteld ter zake van een besluit op bezwaar als bedoeld in onderdeel b;
d. verweer te voeren ingeval een voorlopige voorziening is gevraagd in het kader van een bezwaar, beroep of hoger beroep ter zake van een besluit als bedoeld in onderdeel a of b;
e. hoger beroep in te stellen tegen een uitspraak van een rechtbank over een besluit als bedoeld in onderdeel b;
f. beleidsregels vast te stellen ten aanzien van de toepassing van het handhavingsinstrumentarium uit paragraaf 15.2 en 15.5 van de Wet en alle daarmee samenhangende bevoegdheden;
g. alle handelingen te verrichten die direct samenhangen met de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in de onderdelen a tot en met f.
2. De Inspecteur-Generaal is bevoegd tot het verlenen van ondermandaat, onderscheidenlijk ondermachtiging, aan onder hem ressorterende functionarissen, behoudens voor wat betreft het vaststellen van beleidsregels als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f.
Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, E. van der Burg
Met dit besluit worden de toezichthouders aangewezen die belast zijn met het toezicht op de naleving van de Cyberbeveiligingswet (hierna: de wet) en de daarop gebaseerde regels voor de sector overheid, met uitzondering van de waterschappen. Deze regels zijn gesteld ter implementatie van Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (PbEU 2022, L 333). Tevens wordt met dit besluit mandaat en machtiging verleend ten aanzien van de werkzaamheden die verband houden met de handhaving van de wet.
Gelet op artikel 10:4 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) is dit besluit tot stand gekomen met instemming van de Minister van Economische Zaken en Klimaat, voor zover het strekt tot verlening van mandaat en machtiging aan de onder die Minister ressorterende Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (hierna: RDI), en met instemming van de Inspecteur-Generaal van de RDI.
In artikel 2 van dit besluit worden de ambtenaren van de RDI die een toezichthoudende taak hebben, aangewezen als toezichthouder voor de sector overheid. Meer specifiek betreft het ambtenaren met de functiebenamingen inspecteur, senior inspecteur, coördinerend/specialistisch inspecteur en inspecteur/medewerker toezicht van de RDI. Deze ambtenaren van de RDI zullen toezicht houden op de naleving van de in artikel 68, eerste lid, van de wet bedoelde bepalingen. Voor de sector overheid gaat het hierbij met name om de wet zelf, het Cyberbeveiligingsbesluit en de Cyberbeveiligingsregeling sector overheid. De toezichthouders worden aangewezen op grond van artikel 68 van de wet.
Ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens de wet kunnen verschillende bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten worden ingezet. Deze zijn opgenomen in paragraaf 15.2 en 15.5 van de wet. Ingevolge artikel 79 van de wet kunnen de in artikel 76, 77 en 78 neergelegde bevoegdheden niet worden ingezet bij overheidsinstanties. Met artikel 3 van dit besluit wordt aan de Inspecteur-Generaal van de RDI mandaat, onderscheidenlijk machtiging, verleend om namens de Minister te besluiten tot het toepassen van het handhavingsinstrumentarium uit paragraaf 15.2 en 15.5 van de wet en alle daarmee samenhangende bevoegdheden.
Gelet op artikel 10:9 van de Awb is in het tweede lid van artikel 3 bepaald dat de Inspecteur-Generaal bevoegd is tot het verlenen van ondermandaat aan onder hem ressorterende functionarissen.
Wat betreft rechtsmiddelen die tegen een handhavingsbesluit worden ingesteld, geldt het volgende. Ter zake van handhavingsbesluiten die door de RDI in mandaat zijn genomen, heeft de Inspecteur-Generaal van de RDI op grond van artikel 3, eerste lid, onder b, c en d, van dit besluit mandaat om op bezwaar te beslissen en machtiging om verweer te voeren in (hoger) beroepsprocedures en procedures ter zake van een verzoek om een voorlopige voorziening. Verder mag de Inspecteur-Generaal hoger beroep instellen tegen een uitspraak van een rechtbank over een besluit dat de RDI in mandaat heeft genomen. Ook hier geldt dat ondermandaat, onderscheidenlijk ondermachtiging, kan worden verleend aan ondergeschikte functionarissen.
Ook wordt aan de Inspecteur-Generaal van de RDI mandaat verleend om beleidsregels vast te stellen ten aanzien van de toepassing van het handhavingsinstrumentarium uit paragraaf 15.2 en 15.5 van de wet. Ten aanzien van deze laatste bevoegdheid kan geen ondermandaat verleend worden.
Met artikel 3, eerste lid, onder g, van dit besluit wordt buiten twijfel gesteld dat het mandaat, onderscheidenlijk de machtiging, zich ook uitstrekt tot alle handelingen die direct samenhangen met de uitoefening van de bevoegdheden die in de onderdelen a tot en met f zijn opgesomd. Denk hierbij aan de (feitelijke) handelingen in het kader van de behandeling van bezwaren en bij de voorbereiding, bekendmaking en uitvoering van besluiten.
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, E. van der Burg
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-27674.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.