Samenwerkingsovereenkomst Aanpak Veluwe

Partijen,

1. De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, de heer Jaimi van Essen, handelend als bestuursorgaan en vertegenwoordiger van de Staat der Nederlanden hierna te noemen: het Rijk;

2. Het college van Gedeputeerde Staten van de Provincie Gelderland, handelend in de hoedanigheid van bestuursorgaan en de provincie Gelderland handelend in de hoedanigheid als publiek rechtspersoon namens deze: de heer drs. P. Drenth, hierna te noemen: ‘provincie Gelderland’

3. De colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten, handelend in de hoedanigheid als bestuursorgaan en gemeenten, handelend in de hoedanigheid als publiek rechtspersoon, zoals opgenomen in de bijlage bij deze overeenkomst.

4. Het dagelijks bestuur van het Waterschap Vallei en Veluwe, handelend in de hoedanigheid van bestuursorgaan, en het Waterschap Vallei en Veluwe handelend in de hoedanigheid als publiek rechtspersoon namens deze: mevrouw Looman hierna te noemen: ‘Waterschap Vallei en Veluwe’

5. Het dagelijks bestuur van het Waterschap Rijn en IJssel, handelend in de hoedanigheid van bestuursorgaan, en vertegenwoordiger van het Waterschap Rijn en IJssel als publiek rechtspersoon namens deze de heer E.W.J. den Hertog, hierna te noemen: ‘Waterschap Rijn en IJssel’

Hierna allen gezamenlijk te noemen ‘Partijen’ of ieder voor zich ‘Partij’,

Overwegen het volgende:

  • De Veluwe is met circa 82.000 hectare het grootste stikstofgevoelige Natura 2000-gebied op land in Nederland. De natuurkwaliteit staat onder druk door een samenloop van te hoge stikstofdepositie, verdroging, versnippering en recreatiedruk. Ondernemers en overheden ervaren dat de vergunningverlening in een impasse zit: zonder aantoonbare emissiereductie en geborgd natuurherstel is er onvoldoende juridische basis om nieuwe ontwikkelingen (landbouw, woningbouw, infrastructuur, recreatie, economie en andere maatschappelijke opgaven) verantwoord mogelijk te maken.

  • Partijen willen dat het landelijk gebied rond de Veluwe een plek blijft waar mensen goed kunnen wonen, werken en ondernemen. Waar agrarische bedrijven perspectief hebben, waar ondernemers durven investeren, en waar dorpen vitaal blijven met voorzieningen, verenigingen en sociale verbanden. Tegelijkertijd willen Partijen dat stikstofgevoelige habitattypen en soorten op de Veluwe niet verder achteruitgaan, dat de kwaliteit en de omvang van leefgebieden verbeteren en dat natuurgebieden beter met elkaar en met het omliggende landschap zijn verbonden.

  • Partijen slaan de handen ineen om in een ‘Aanpak Veluwe’ samen te werken aan twee onlosmakelijk met elkaar verbonden ambities:

  • Een vitaal landelijk gebied: waar perspectief is voor landbouw, wonen, werken en recreatie, en waar dorpen en gemeenschappen veerkrachtig zijn.

  • Een robuuste natuur: waarin de achteruitgang van kwetsbare soorten en habitattypen op de Veluwe wordt gestopt, de natuurkwaliteit aantoonbaar verbetert en het water- en bodemsysteem wordt versterkt.

  • Met deze ambities geven zij antwoord op de complexe en urgente opgave in het gebied: kwetsbare Natura 2000-habitats en watersystemen vragen om gerichte natuur- en beekdalherstelmaatregelen, terwijl tegelijkertijd ruimte nodig is voor de genoemde vitaliteit, een toekomstbestendige landbouw en verantwoorde vergunningverlening.

  • Deze gecombineerde opgave vereist een integrale, gebiedsgerichte en langdurige samenwerking tussen de overheden die elk vanuit hun eigen verantwoordelijkheid en bevoegdheden moeten handelen en bijdragen aan realisatie van die opgaven. Deze overeenkomst bevat de afspraken voor de intensieve en gelijkwaardige samenwerking tussen de Minister van Landbouw, Voedselzekerheid, Visserij en Natuur, de provincie Gelderland, de 21 omliggende gemeenten en de 2 waterschappen.

  • Partijen bundelen hun krachten en opereren zoveel mogelijk als één overheid, als collectief van belanghebbenden. Ze nemen hun verantwoordelijkheid en trekken samen op, met heldere en uitlegbare keuzes, geborgde maatregelen en concrete afspraken in de uitvoering. Ze kiezen voor langjarige samenwerking, voor respect voor ieders rol en voor vertrouwen als fundament. Ze organiseren deze gelijkwaardige samenwerking zo dat er zowel publieke regie is maar tegelijk ook co‑sturing vanuit het gebied, zodat de uitvoering van maatregelen en het bereiken van resultaten primair in en vanuit het gebied plaatsvindt. Dit doen zij in nauwe afstemming met terreinbeherende organisaties, landbouw en andere betrokken maatschappelijke en private partijen.

  • Het Uitvoeringsplan Aanpak Veluwe is geen project louter van bovenaf door het Rijk geïnitieerd. Het is een beweging van bovenaf én van onderop. Het is daarmee een gezamenlijke opdracht, waarin we als overheden aangeven wat de kaders zijn en co-sturing zoeken vanuit de energie en kracht van de regionale partners en mensen in de regio. Ideeën, initiatieven en projecten vanuit de bewoners en ondernemers zijn essentieel en we nodigen hiertoe uit. Door samen te werken, met gebiedskennis, met betrokkenheid, en met respect voor het verleden en oog voor de toekomst, bouwen we – overheden, ondernemers en bewoners – aan een veerkrachtige Veluwe.

  • In de Aanpak Veluwe ontwikkelen Partijen daartoe een programmatische en gebiedsgerichte aanpak, gericht op het realiseren van de opgaven. Sinds zomer 2025 werken zij aan het Uitvoeringsplan Aanpak Veluwe. Het bevat de contouren van hoe de Partijen de opgaven willen gaan realiseren, waarin ze de koers, rollen en taken van de Aanpak Veluwe vormgeven.

  • Het kabinetsbeleid voor landbouw, natuur en stikstof is in ontwikkeling: de Ministeriële Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof zal later dit jaar besluiten over de kaders voor dat beleid.

  • Omdat Partijen erkennen dat de samenwerking belangrijk is voor het realiseren van de opgaven en zij willen starten met het gezamenlijk aanpakken van de opgaven, stellen Partijen bij het aangaan van deze overeenkomst nu eerst een Eerste tranche van het Uitvoeringsplan vast.

  • Deze Eerste tranche van het Uitvoeringsplan strekt niet verder dan de maatregelen die Partijen willen treffen met de door de Ministeriële Commissie Economie en Natuurherstel (MCEN) beschikbaar gestelde middelen (€ 300 miljoen).

  • Het is geen programma in de zin van de Omgevingswet. Het gebruik van de instrumenten van de Omgevingswet, zoals een programma, behoort echter wel uitdrukkelijk tot de mogelijkheden.

  • Parallel kunnen de provincie, waterschappen en gemeenten ervoor kiezen om onderling ook een verder uitgewerkte versie van het Uitvoeringsplan Aanpak Veluwe bestuurlijk vast te stellen. Dat doen zij met de volgende redenen: Deze verder uitgewerkte versie van het Uitvoeringsplan Aanpak Veluwe geldt als basis voor hun besluitvorming en als grondslag waarop de provincie de middelen, die zij reeds beschikbaar heeft gesteld en die zij dit jaar nog ter beschikking wil stellen, kan besteden.

  • Alle partijen streven ernaar om de Eerste tranche van het Uitvoeringsplan en het genoemde kabinetsbeleid zo snel mogelijk na het besluit van de ministerraad over dit kabinetsbeleid en het Uitvoeringsplan Veluwe, bij elkaar te brengen om een voorstel tot wijziging van het de Eerste tranche van het Uitvoeringsplan op te stellen en voor te leggen aan het Bestuurlijk Overleg, bedoeld in deze overeenkomst.

  • Ruimtelijke vraagstukken zoals woningbouw, infrastructuur en economische ontwikkeling (zoals bedrijvigheid) vallen buiten de reikwijdte van de aanpak. Deze onderwerpen worden, voor zover de vier overheden hierin samenwerken, opgepakt met de NOVEX-gebieden, waar de bredere ruimtelijke afwegingen worden gemaakt. Daar waar ruimtelijke afwegingen de doelstellingen van de aanpak raken, zal dit besproken moeten worden binnen de samenwerking. Het plan richt zich ook niet op herverdeling van stikstofruimte binnen de sectoren, maar op het instrumentarium en de mogelijkheden voor herverdeling. Het brede thema klimaatadaptatie is ook geen hoofddoel van dit programma, maar wordt meegenomen in samenhang met het herstel van natuur op de Veluwe en via de KRW-opgave Waterbeschikbaarheid dat voor zowel de natuur als de KRW-opgave een belangrijke sleutel tot herstel is. Ook maken regionale programma’s zoals Vitale Vakantieparken en Regiodeal Veluwe in Balans geen onderdeel uit van de Aanpak Veluwe. Ook hier geldt dat, waar relevant, deze programma’s wel een aanvullende of versterkende bijdrage kunnen leveren aan de realisatie van de doelen van de Aanpak Veluwe.

  • De effectiviteit van de samenwerking en het plan hangt sterk samen met de beslissings- en uitvoeringskracht die in het gebied kan worden georganiseerd. Partijen overwegen in het kader van de samenwerking de noodzaak van een gezamenlijke uitvoeringsorganisatie. Een besluit over de instelling daarvan ligt nog in de toekomst.

  • Ook erkennen Partijen dat zij in de nabije toekomst veel beleid zullen maken en besluiten zullen nemen die rechtstreekse invloed hebben op de samenwerking en het plan. Te denken valt aan de prioriteiten vastgelegd in het Regeerakkoord van 30 januari 2026. Zij spreken af om elkaar daar tijdig en volledig over te informeren, de gevolgen te bespreken en zich in te zetten voor een goede uitwerking daarvan in de uitvoering van de Eerste tranche van het Uitvoeringsplan. Door in onderling vertrouwen en integer, doelmatig, doeltreffend, rechtmatig, transparant en solidair te werken, bewaken zij de samenhang tussen de uitvoeringsactiviteiten van de Eerste tranche van het Uitvoeringsplan en de activiteiten van flankerende programma's, projecten en initiatieven. Op die manier fungeert deze samenwerking als vliegwiel voor intensivering van de samenwerking tussen alle betrokkenen op de Veluwe.

  • Partijen spreken af dat nadere afspraken over de inzet, voorwaardelijke toekenning en doorwerking van rijksmiddelen – waaronder middelen uit het MCEN-kader en op basis van relevante besluitvorming – in bijlagen bij de Eerste tranche Uitvoeringsplan worden vastgelegd. De toekenning van rijksmiddelen gebeurt conform de daartoe geldende besluitvormingsprocedures; deze SOK legt de bestuurlijke uitgangspunten en samenwerking vast en wekt geen automatische uitkeringsverplichting buiten formele besluiten.

  • Partijen willen dat de uitvoering, monitoring en bijsturing zodanig worden ingericht dat doelrealisatie aantoonbaar en juridisch houdbaar is: met vooraf bepaalde tussendoelen, transparante data- en rapportagelijnen en vooraf omschreven bijsturingsscenario’s. Dit, het beoogde instrumentarium en de governance werken Partijen uit in het Uitvoeringsplan Aanpak Veluwe.

Komen overeen:

Paragraaf Algemeen

Artikel 1 Doel Overeenkomst

  • 1.1 Het doel van deze Overeenkomst is om de afspraken tussen Partijen vast te leggen over hun samenwerking in de Aanpak Veluwe.

  • 1.2 De samenwerking stelt de Partijen in staat om gezamenlijk en in onderlinge afstemming te sturen op integratie van hun aanpakken door de coördinatie van opgaven in het gebied en het voorleggen aan elkaar van keuzes met als oogmerk om te komen tot een effectieve integratie of synergie bij de uitvoering of realisatie van bestaande en eventueel nieuwe plannen en ambities.

  • 1.3 De samenwerking heeft als werkgebied het grondgebied van de gemeenten die Partij zijn bij deze Overeenkomst.

Artikel 2 Ambities en Kernopgaven van de Aanpak Veluwe

  • 2.1 Partijen leggen met deze overeenkomst vast dat de samenwerking in de Aanpak Veluwe is gericht op het realiseren van twee onlosmakelijk met elkaar verbonden ambities:

    • a. Een vitaal landelijk gebied: Een leefbaar en economisch duurzaam gebied met perspectief voor landbouw, wonen, werken en recreatie, en met aandacht voor sterke gemeenschappen en een hoge omgevingskwaliteit.

    • b. Een robuuste natuur: Een veerkrachtig natuur- en landschapssysteem op en rond de Veluwe, waar de achteruitgang van natuurkwaliteit is gestopt en herstel richting de wettelijke instandhoudingsdoelen is ingezet.

  • 2.2 Om deze ambities te verwezenlijken, richten Partijen zich in de samenwerking primair op drie concrete en samenhangende kernopgaven:

    • a. Stikstofreductie: Het realiseren van een structurele en juridisch geborgde reductie van stikstofemissies, om de depositie op de Veluwe en omliggende Natura 2000-gebieden te verlagen.

    • b. Natuurherstel: Het versneld uitvoeren van maatregelen in en rond Natura 2000-gebieden om verslechtering te stoppen, natuurkwaliteit te verbeteren en de basiskwaliteit natuur in het omliggende landelijk gebied te versterken.

    • c. Beekdalherstel: Het herstellen van het bodem- en watersysteem in de beekdalen en natte flanken rond de Veluwe, ter realisatie van de doelen uit de Kaderrichtlijn Water (KRW) en de daaraan verbonden natuurdoelen.

Artikel 3 Uitvoeringsplan Aanpak Veluwe

  • 3.1 Partijen werken de programmatische en gebiedsgerichte aanpak nader uit in een Uitvoeringsplan Aanpak Veluwe.

  • 3.2 Het Uitvoeringsplan Aanpak Veluwe vertaalt de ambities en kernopgaven, genoemd in Artikel 2, naar een strategie, een werkwijze en een uitvoeringsfilosofie. Daarnaast is het Uitvoeringsplan Aanpak Veluwe een vertaling naar concrete acties en maatregelen voor het eerste jaar (2026) en geeft het een doorkijk tot en met 2035. Het Uitvoeringsplan beschrijft wie wat doet, met welke middelen en binnen welke planning.

  • 3.3 Partijen erkennen dat de Aanpak Veluwe niet op zichzelf staat en dat Partijen gezamenlijk of ieder voor zich activiteiten initiëren, ondersteunen of uitvoeren die nevengeschikt, aanpalend of ondersteunend zijn aan de ambities en kernopgaven zoals genoemd in Artikel 2. Partijen informeren elkaar en spannen zich in om deze nevengeschikte of aanpalende activiteiten in deze samenwerking te bespreken.

  • 3.4 Partijen spreken af dat zij bij het aangaan van deze overeenkomst de Eerste tranche van het Uitvoeringsplan vaststellen als de eerste versie van het Uitvoeringsplan Aanpak Veluwe. Voor zover daarin de rijksbijdrage van het Rijk is opgenomen komt die ten laste van de LVVN-begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd. Hieraan wordt dan ook in ieder geval de opschortende voorwaarde verbonden dat deze bijdrage parlementair nog zal moeten worden goedgekeurd. Het Rijk brengt de overige Partijen binnen twee weken op de hoogte van deze goedkeuring. Deze Eerste tranche van het Uitvoeringsplan wordt in de Staatscourant gepubliceerd.1 Het Bestuurlijk Overleg neemt op basis van Artikel 6, zevende lid, onderdeel b, een besluit over de wijze waarop actualisaties en wijzigingen van het Uitvoeringsplan bekend worden gemaakt.

Artikel 4 Algemene afspraken

  • 4.1 Partijen informeren elkaar doorlopend, gevraagd en ongevraagd, volledig en tijdig over alle ontwikkelingen ter zake van de samenwerking en uitvoering van de Aanpak Veluwe en spannen zich maximaal in om alles te doen respectievelijk na te laten, dat de samenwerking in het kader van deze Overeenkomst bevordert of belemmert. Op reguliere basis vindt deze onderlinge informatie-uitwisseling plaats in de vergaderingen, bedoeld in Artikel 6 van deze Overeenkomst.

  • 4.2 Het bepaalde in deze Overeenkomst laat de uitoefening van alle publiekrechtelijke bevoegdheden van de betrokken bestuursorganen, onder meer met betrekking tot het verlenen van vergunningen, planologische en andere publiekrechtelijke procedures en aangelegenheden onverlet.

  • 4.3 Partijen spreken af om, als door enige oorzaak de samenwerking wordt vertraagd of verhinderd of de dreiging daartoe aanwezig is, onverwijld met elkaar in overleg te treden teneinde gezamenlijk te bezien of en zo ja, op welke wijze alsnog aan het doel van de Overeenkomst kan worden tegemoetgekomen.

  • 4.4 Partijen hebben, omwille van de voortgang van de uitvoering van het Uitvoeringsplan, een gezamenlijke verantwoordelijkheid om tot oplossingen te komen wanneer risico’s zich in de uitvoering daarvan voordoen.

  • 4.5 In het geval een risico zich voordoet treden Partijen in overleg en zetten zij zich in om oplossingen te vinden om de negatieve gevolgen hiervan te beperken.

Paragraaf Governance en overlegstructuur

Artikel 5

Partijen richten een governance- en overlegstructuur in voor hun onderlinge contact, overleg en informatie-uitwisseling en voor het nemen van hierna omschreven besluiten. De structuur bestaat uit verschillende niveaus, met daarbij per niveau een samenstelling, bepaalde taken en een frequentie voor overleg.

Artikel 6 Interbestuurlijk Overleg

  • 6.1 Er is een Interbestuurlijk Overleg, bestaande uit bestuurlijke vertegenwoordigers van LVVN, Provincie Gelderland, Waterschappen en Gemeenten. Partijen kunnen ervoor kiezen om zich te laten vertegenwoordigen door eenzelfde bestuurslaag.

  • 6.2 Het Interbestuurlijk Overleg wordt voorgezeten door de vertegenwoordiger van de provincie Gelderland. De voorzitter wordt ambtelijk bijgestaan door de Directeur Aanpak Veluwe als secretaris.

  • 6.3 Het Interbestuurlijk Overleg vergadert 2 keer per jaar of zo vaak als de voorzitter of tenminste 15 leden dit nodig vinden.

  • 6.4 Besluiten kunnen worden genomen wanneer een meerderheid van de bestuurslagen aanwezig is. Besluiten worden met meerderheid van de geldig uitgebrachte voor- en tegenstemmen (de helft + 1) genomen, waarbij wordt gestreefd naar unanieme besluitvorming. Het Rijk, de gemeenten gezamenlijk, de waterschappen gezamenlijk en de provincie hebben ieder één stem in de vergadering.

  • 6.5 Als van een besluit van het Interbestuurlijk Overleg blijkt dat het op grond van het bepaalde in Artikel 4.2 en 11.4 niet kan worden uitgevoerd, wordt het Interbestuurlijk Overleg daar zo spoedig mogelijk van in kennis gesteld door de betreffende partij.

  • 6.6 Het Interbestuurlijk Overleg zorgt voor en heeft als belangrijkste taak het vervullen van een kaderstellende, initiërende, signalerende en op doelstellingen bijsturende rol in de realisatie van de ambities en kernopgaven uit Artikel 2.

  • 6.7 Tot de besluiten en taken van het Interbestuurlijk overleg behoren:

    • a. het vaststellen van de jaarlijkse voortgangsrapportage als bedoeld in Artikel 13.2

    • b. het vaststellen van wijzigingen van en aanvullingen op het Uitvoeringsplan, inclusief de voorstellen, bedoeld in Artikel 11.3 en 11.4.

    • c. besluiten over het tussentijds bijsturen van de uitvoering van het Uitvoeringsplan.

    • d. de verdeling van de beschikbare middelen over het programma- of deelgebied zoals benoemd in de Eerste tranche van het Uitvoeringsplan.

    • e. het beoordelen van voorstellen voor het Uitvoeringsplan op haalbaarheid, uitvoerbaarheid en financiering in relatie tot de volledige opgave voor de Veluwe.

  • 6.8 Het Interbestuurlijk Overleg kan besluiten om een uitvoeringsorganisatie in te stellen die als doel zal hebben om als één overheid, als één contactpersoon naar buiten te fungeren.

  • 6.9 Het Interbestuurlijk Overleg kan besluiten om één of meerdere gebiedscommissies in te stellen.

Artikel 7 Stuurgroep

  • 7.1 Het Interbestuurlijk Overleg stelt een Stuurgroep in, bestaande uit een representatieve selectie van ambtelijke vertegenwoordigers op directieniveau van de deelnemende Partijen. De Directeur Aanpak Veluwe is voorzitter.

  • 7.2 De Stuurgroep vergadert ten minste viermaal per jaar. Besluitvorming vindt plaats met een meerderheid van stemmen, waarbij wordt gestreefd naar consensus. Leden kunnen de voorzitter verzoeken een minderheidsstandpunt aan het Interbestuurlijk Overleg voor te leggen.

  • 7.3 De Stuurgroep heeft een voorbereidende, coördinerende en aansturende rol. De Stuurgroep is belast met:

    • a. De voorbereiding voor besluitvorming in het Interbestuurlijk Overleg;

    • b. De programmatische aansturing van de Uitvoeringsorganisatie en de Gebiedscommissies, handelend in opdracht en binnen de kaders van het Interbestuurlijk Overleg;

    • c. Het bewaken van de samenhang tussen de verschillende onderdelen van het Uitvoeringsplan en met aanpalende programma's;

    • d. Het voorbereiden van de jaarlijkse integrale voortgangsrapportage ter besluitvorming in het Interbestuurlijk Overleg;

    • e. Het doen van voorstellen aan het Interbestuurlijk Overleg om het Uitvoeringsplan en de uitvoeringslijnen bij te stellen.

  • 7.4 Een voorstel voor een uitwerking, een wijziging van of aanvulling op het Uitvoeringsplan omvat ten minste:

    • a. De methodiek of maatregelen om één of meerdere doelen uit het Uitvoeringsplan te realiseren, en wanneer het gaat om het aanwenden van gevraagde middelen, ook een omschrijving van de juridische grondslag op grond waarvan de gevraagde middelen kunnen worden aangewend.

    • b. Een begroting van zowel de maatregelen als de VAT-kosten.

    • c. Het deel aan BTW dat kan worden teruggevorderd uit het BTW compensatiefonds.

    • d. De publiekrechtelijke rechtspersoon die optreedt als financieel verantwoordelijke.

    • e. De wijze van verantwoording en monitoring van de methodiek en de effecten.

    • f. De wijze waarop de maatregelen passen binnen de aanbestedingsrichtlijnen of staatssteunregelgeving.

Artikel 8 Gebiedscommissie

  • 8.1 Het Interbestuurlijk Overleg kan, op voorstel van de Stuurgroep, voor specifieke deelgebieden één of meerdere Gebiedscommissies instellen.

  • 8.2 Een Gebiedscommissie bestaat uit vertegenwoordigers van de aan de Overeenkomst deelnemende overheden, de landbouwsector, natuur- en terreinbeherende organisaties en andere voor het betreffende gebied relevante sectoren, zoals recreatie. De exacte samenstelling wordt bij instelling door het Interbestuurlijk Overleg vastgesteld.

  • 8.3 Een gebiedscommissie adviseert over de uitwerkingsstrategie en de gebiedsopgaven.

Artikel 9 Directeur Aanpak Veluwe

  • 9.1 Partijen komen overeen dat de dagelijkse leiding van de stuurgroep komt te liggen bij een Directeur Aanpak Veluwe.

  • 9.2 De Directeur Aanpak Veluwe wordt benoemd door het Ministerie van LVVN.

  • 9.3 De Directeur Aanpak Veluwe heeft de volgende taken:

    • a. Het fungeren als secretaris van het Interbestuurlijk Overleg;

    • b. Het voorzitten van de Stuurgroep;

    • c. De dagelijkse aansturing van het Ambtelijk Ondersteuningsteam;

    • d. Het fungeren als boegbeeld van de Aanpak Veluwe en het onderhouden van de verbinding met de gebieden en belanghebbenden;

    • e. Het jaarlijks meten van de voortgang van de uitvoering van het Uitvoeringsplan.

Artikel 10 Ambtelijk Ondersteuningsteam

  • 10.1 Het Ambtelijk ondersteuningsteam bestaat uit ambtenaren in dienst van de Partijen. Het Ambtelijk ondersteuningsteam beslist, in overleg met de Directeur Aanpak Veluwe, zelf over de samenstelling van het team, in afweging nemend wat zij noodzakelijk acht voor de uitvoering van de taken.

  • 10.2 Het Ambtelijk ondersteuningsteam levert de secretaris voor de Stuurgroep.

  • 10.3 Het Ambtelijk ondersteuningsteam komt ten minste een maal per zes weken, maar zo vaak als noodzakelijk wordt geacht bijeen.

  • 10.4 Leden van het Ambtelijk ondersteuningsteam blijven onderdeel van hun eigen organisatie en werken op basis van netwerksamenwerking.

  • 10.5 Taken van het Ambtelijk ondersteuningsteam zijn:

    • a. Ondersteuning van de Directeur Aanpak Veluwe bij de voorbereiding van de voorstellen en besluit in de stuurgroep;

    • b. Signaleren van deze samenwerking overstijgende tendensen, meekoppelkansen, samenhang in uitvoering van het Uitvoeringsplan met bestaande structuren, kansen en bedreigingen in de uitvoering van het Uitvoeringsplan;

    • c. In samenspraak met de betreffende Gebiedscommissie kansen en oplossingen voor bedreigingen verder uitwerken;

    • d. Ontwikkelen van een gezamenlijk communicatiestrategie over de aanpak Veluwe en het naar buiten toe communiceren en het geven van voorlichting over de Aanpak Veluwe;

    • e. het opstellen van een jaarlijkse integrale voortgangsrapportage.

Paragraaf Financiën

Artikel 11 Bijdragen

  • 11.1. Partijen beogen een gecoördineerde beleidsmatige inzet van hun gezamenlijke financiële middelen op basis van de afspraken in deze Overeenkomst.

  • 11.2. Als een Partij financiële middelen beschikbaar stelt voor de financiering van de activiteiten uit het Uitvoeringsplan, dan mag die Partij doelen en voorwaarden verbinden aan de besteding van die financiële middelen.

  • 11.3. Het Interbestuurlijk Overleg neemt een besluit in de zin van Artikel 6.7, onder b, over een voorstel van een Partij om financiële middelen beschikbaar te stellen, en over de daaraan verbonden doelen en voorwaarden. Na een positief besluit worden de financiële middelen, de verstrekker en de overeengekomen doelen en voorwaarden vermeld in een bijlage bij het Uitvoeringsplan.

  • 11.4. In afwijking van Artikel 6.4 kan het Interbestuurlijk Overleg voorstellen om beschikbare middelen anders in te zetten dan de bij die financiële middelen in het Uitvoeringsplan genoemde doelen of voorwaarden alleen aannemen, indien de Partij die de middelen beschikbaar heeft gesteld met het voorstel kan instemmen.

  • 11.5. Voor Partijen geldt als uitgangspunt bij het zich voordoen en beheersen van risico’s dat de financiële gevolgen daarvan moeten worden opgevangen met de beschikbaar gestelde financiële middelen. Partijen trekken zo veel mogelijk samen op bij het beheersen van risico’s en de aanpak van de financiële gevolgen als risico’s zich voordoen bij de uitvoering.

  • 11.6. Voorstellen, bedoeld in Artikel 11.3, stuurt de betreffende Partij schriftelijk aan de Directeur Aanpak Veluwe.

  • 11.7. De voorgenomen budgetten betreffen geen financiële toezeggingen of verplichtingen en geven evenmin een aanspraak op financiële middelen.

  • 11.8. Partijen zullen op grond van hun eigen verantwoordelijkheden en bevoegdheden en in overeenstemming met de Unierechtelijke en nationale wettelijke kaders en procedures beslissen over het beschikbaar stellen van financiële middelen.

Artikel 12. Regiokassier

  • 12.1. Partijen spreken af dat in het kader van de besteding van de financiële middelen, genoemd in de bijlage van het Uitvoeringsplan, bedoeld in Artikel 11.3, de provincie Gelderland de rol zal vervullen van regiokassier.

  • 12.2. De regiokassier coördineert het ontvangen van financiële middelen, uitgezonderd het Rijk, in overeenstemming met het Uitvoeringsplan en de besluiten van het Interbestuurlijk Overleg.

  • 12.3. Partijen spreken af dat de provinciale vertegenwoordiging in de Stuurgroep in haar rol als regiokassier zorgdraagt voor de toets op doelmatige en doeltreffende besteding van de financiële middelen, waar het voorstellen betreft voor wijziging of aanvulling van het Uitvoeringsplan en de daaronder voorgestelde voorstellen als bedoeld in Artikel 7.4, onder b.

Paragraaf monitoring, voortgangsrapportage, evaluatie en gegevensuitwisseling

Artikel 13 Monitoring

  • 13.1. Gedurende de looptijd van de Overeenkomst heeft de Directeur Aanpak Veluwe de taak om de voortgang van de uitvoering van het Uitvoeringsplan te laten meten. De wijze waarop de metingen plaatsvinden, is opgenomen in het Uitvoeringsplan.

  • 13.2. Eenmaal per jaar stelt het Ambtelijk Ondersteuningsteam een jaarlijkse integrale voortgangsrapportage op. Deze rapportage wordt vóór 1 april aangeboden aan de Stuurgroep.

  • 13.3. . De voortgangsrapportage bevat in ieder geval de informatie over:

    de voortgang van de initiatieven en projecten;

    in hoeverre Partijen op schema liggen om de beoogde ambities en kernopgaven, bedoeld in Artikel 2, te behalen.

  • 13.4. . De voortgangsrapportage wordt in concept vóór 15 juni van ieder jaar voorgelegd aan het Interbestuurlijk Overleg in overeenstemming met Artikel 7.

  • 13.5. . Nadat het Interbestuurlijk Overleg heeft ingestemd met het vaststellen van de voortgangsrapportage, maakt de Directeur Aanpak Veluwe de voortgangsrapportage openbaar.

Artikel 14 Evaluatie Overeenkomst

  • 14.1. Partijen zullen de uitvoering en werking van de Overeenkomst tussentijds evalueren.

  • 14.2. De Directeur Aanpak Veluwe stelt binnen 4 jaar na ondertekening van de Overeenkomst een voorstel op voor de opdracht van de evaluatie. De Stuurgroep neemt op voorstel van de Directeur een besluit over de formulering van de opdracht en over de onafhankelijke deskundigen die de evaluatie verrichten en een verslag daarvan uitbrengen.

  • 14.3. Het Bestuurlijk Overleg neemt een besluit over de verdeling van de kosten van de evaluatie onder de Partijen.

Artikel 15 Gegevensuitwisseling

  • 15.1. Partijen onderschrijven het belang van een goede gegevensuitwisseling, mede met het oog op de verantwoording over de resultaten.

  • 15.2. Voor het uitwisselen van persoonsgegevens of andere gegevens in het kader van deze overeenkomst, zoals bedrijfsgegevens en concurrentiegevoelige informatie, en de verwerking daarvan maken Partijen na een nadere inventarisatie separaat afspraken met elkaar en met andere samenwerkingspartners, zodat wordt voldaan aan de eisen van Europese en nationale wet- en regelgeving, zoals de Algemene Verordening Gegevensbescherming en de Wet open overheid.

  • 15.3. De gegevensuitwisseling mag niet leiden tot uitwisseling van concurrentiegevoelige informatie tussen Partijen en met andere samenwerkingspartners, rechtstreeks of indirect door tussenkomst van de overlegstructuur zoals beschreven in deze overeenkomst.

Paragraaf toetreden en opzeggen

Artikel 16 Toetreden nieuwe Partij

  • 16.1. Partijen spreken af dat gedurende de looptijd van het convenant nieuwe Partijen kunnen toetreden. Een toetredende Partij dient de verplichtingen die voor haar uit de Overeenkomst voortvloeien, schriftelijk te aanvaarden.

  • 16.2. Een toetredende Partij maakt haar verzoek tot toetreding schriftelijk bekend aan de Directeur Aanpak Veluwe. Het verzoek tot toetreding bevat een motivering van de concrete bijdrage die de Partij aan de samenwerking en de uitvoering van het Uitvoeringsplan wil leveren.

  • 16.3. De Directeur Aanpak Veluwe stuurt het verzoek onverwijld naar alle Partijen en legt het voor aan de Stuurgroep. De Directeur Aanpak Veluwe organiseert binnen zes weken na ontvangst een overleg van de Stuurgroep om het verzoek te bespreken.

  • 16.4. De Stuurgroep legt het verzoek binnen 12 weken na ontvangst door de voorzitter, met een advies, voor aan het Interbestuurlijk Overleg. Indien zij dat nodig acht, stelt de Stuurgroep een voorstel tot wijziging van het Uitvoeringsplan op met het oog op de toetreding en legt dit voorstel voor aan het Interbestuurlijk Overleg.

  • 16.5. Zodra alle Partijen schriftelijk hebben ingestemd met het verzoek tot toetreding, ontvangt de toetredende Partij de status van Partij bij de Overeenkomst en gelden voor die Partij de voor haar uit deze Overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen.

  • 16.6. Het verzoek tot toetreding en de verklaringen tot instemming worden als Addendum aan de Overeenkomst gehecht. Dit Addendum wordt door de toetredende Partij ondertekend.

Artikel 17 Opzeggen

  • 17.1. Elke Partij kan de Overeenkomst met inachtneming van een opzegtermijn van 3 maanden schriftelijk opzeggen, indien een zodanige verandering van omstandigheden is opgetreden dat deelname aan deze Overeenkomst billijkheidshalve op korte termijn dient te eindigen. De opzegging moet gemotiveerd de verandering in omstandigheden vermelden.

  • 17.2. Wanneer een Partij deze Overeenkomst opzegt, blijft de Overeenkomst voor de overige Partijen in stand voor zover de inhoud en de strekking ervan zich daartegen niet verzetten.

  • 17.3. Ingeval van beëindiging van de Overeenkomst krachtens opzegging is geen van de Partijen jegens een andere Partij schadeplichtig.

Paragraaf Wijzigen of beëindigen Overeenkomst

Artikel 18 Wijzigen Overeenkomst

  • 18.1. Elke Partij kan de andere Partijen verzoeken de Overeenkomst te wijzigen of te beëindigen. Het verzoek wordt schriftelijk en met motivering ingediend bij de Directeur Aanpak Veluwe. De wijziging behoeft de schriftelijke instemming van alle Partijen.

  • 18.2. De Directeur Aanpak Veluwe stuurt het verzoek onverwijld naar de Partijen en naar de Stuurgroep. De Directeur Aanpak Veluwe organiseert binnen zes weken na ontvangst een overleg van de Stuurgroep om het verzoek te bespreken.

  • 18.3. De Stuurgroep legt het verzoek binnen 12 weken na ontvangst door de Directeur Aanpak Veluwe, met een advies voor aan het Interbestuurlijk Overleg.

  • 18.4. De wijziging en de verklaringen tot instemming worden in afschrift als bijlage aan de Overeenkomst gehecht.

  • 18.5. De wijziging van de Overeenkomst wordt gepubliceerd in de Staatscourant.

Artikel 19 Nakoming

De Overeenkomst is niet in rechte afdwingbaar. Partijen kunnen elkaar aanspreken op tekortkomingen in de nakoming van de Overeenkomst in het Bestuurlijk Overleg.

Artikel 20 Looptijd

  • 20.1. Deze Overeenkomst treedt in werking na ondertekening door alle Partijen.

  • 20.2. De Overeenkomst eindigt op 1 januari 2036. Uiterlijk 1 januari 2035 treden Partijen in overleg over voortzetting van deze Overeenkomst of verlenging van de looptijd van de Overeenkomst.

  • 20.3. Deze overeenkomst en het Uitvoeringsplan, bedoeld in Artikel 3, vijfde lid, worden 6 weken na de inwerkingtreding in de Staatscourant gepubliceerd. Het Rijk zal voor deze publicatie zorgdragen.

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur J. van Essen

17 juni 2026

Provincie Gelderland voor deze: P. Drenth

17 juni 2026

Gemeente Apeldoorn voor deze: J. van der Zande

17 juni 2026

Gemeente Arnhem voor deze: A. Marcouch

23 juni 2026

Gemeente Barneveld voor deze: W. Oosterwijk

17 juni 2026

Gemeente Brummen voor deze: J.-H. Scholten

17 juni 2026

Gemeente Ede voor deze: J.P. van der Schans

17 juni 2026

Gemeente Elburg voor deze: L. Polinder

17 juni 2026

Gemeente Epe voor deze: A. van Loon

17 juni 2026

Gemeente Ermelo voor deze: H. R. van Veen

17 juni 2026

Gemeente Harderwijk voor deze: E. Enklaar

17 juni 2026

Gemeente Hattem voor deze: E. Kleinpenning

17 juni 2026

Gemeente Heerde voor deze: S. Nienhuis

17 juni 2026

Gemeente Nijkerk voor deze: E. Heutink-Wenderich

17 juni 2026

Gemeente Putten voor deze: E. ’t Jong

17 juni 2026

Gemeente Renkum voor deze: M. Fränzel

29 juni 2026

Gemeente Rheden voor deze: P. Hofman

17 juni 2026

Gemeente Rozendaal voor deze: I. Timmer

22 juni 2026

Gemeente Scherpenzeel voor deze: M. Teunissen

17 juni 2026

Gemeente Wageningen voor deze: J. Daenen

17 juni 2026

Waterschap Vallei en Veluwe voor deze: E. W. J. den Hartog

17 juni 2026

Waterschap Rijn en IJssel voor deze: A. Looman

17 juni 2026

BIJLAGE BIJ SAMENWERKINGSOVEREENKOMST AANPAK VELUWE

  • 1. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn, handelend in de hoedanigheid als bestuursorgaan en gemeente Apeldoorn handelend in de hoedanigheid als publiek rechtspersoon, namens deze: [NAAM], hierna te noemen: ‘gemeente Apeldoorn’

  • 2. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem, handelend in de hoedanigheid als bestuursorgaan en gemeente Arnhem handelend in de hoedanigheid als publiek rechtspersoon, namens deze: [NAAM], hierna te noemen: ‘gemeente Arnhem’

  • 3. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld, handelend in de hoedanigheid als bestuursorgaan en gemeente Barneveld handelend in de hoedanigheid als publiek rechtspersoon, namens deze: [NAAM], hierna te noemen: ‘gemeente Barneveld’

  • 4. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Brummen, handelend in de hoedanigheid als bestuursorgaan en gemeente Brummen handelend in de hoedanigheid als publiek rechtspersoon, namens deze: [NAAM], hierna te noemen: ‘gemeente Brummen’

  • 5. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede, handelend in de hoedanigheid als bestuursorgaan en gemeente Ede handelend in de hoedanigheid als publiek rechtspersoon, namens deze: [NAAM], hierna te noemen: ‘gemeente Ede’

  • 6. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Elburg, handelend in de hoedanigheid als bestuursorgaan en gemeente Elburg handelend in de hoedanigheid als publiek rechtspersoon, namens deze: [NAAM], hierna te noemen: ‘gemeente Elburg’

  • 7. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Epe, handelend in de hoedanigheid als bestuursorgaan en gemeente Epe handelend in de hoedanigheid als publiek rechtspersoon, namens deze: [NAAM], hierna te noemen: ‘gemeente Epe’

  • 8. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ermelo, handelend in de hoedanigheid als bestuursorgaan en gemeente Ermelo handelend in de hoedanigheid als publiek rechtspersoon, namens deze: [NAAM], hierna te noemen: ‘gemeente Ermelo’

  • 9. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Harderwijk, handelend in de hoedanigheid als bestuursorgaan en gemeente Harderwijk handelend in de hoedanigheid als publiek rechtspersoon, namens deze: [NAAM], hierna te noemen: ‘gemeente Harderwijk’

  • 10. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hattem, handelend in de hoedanigheid als bestuursorgaan en gemeente Hattem handelend in de hoedanigheid als publiek rechtspersoon, namens deze: [NAAM], hierna te noemen: ‘gemeente Hattem’

  • 11. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerde, handelend in de hoedanigheid als bestuursorgaan en gemeente Heerde handelend in de hoedanigheid als publiek rechtspersoon, namens deze: [NAAM], hierna te noemen: ‘gemeente Heerde’

  • 12. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijkerk, handelend in de hoedanigheid als bestuursorgaan en gemeente Nijkerk handelend in de hoedanigheid als publiek rechtspersoon, namens deze: [NAAM], hierna te noemen: ‘gemeente Nijkerk’

  • 13. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Putten, handelend in de hoedanigheid als bestuursorgaan en gemeente Putten handelend in de hoedanigheid als publiek rechtspersoon, namens deze: [NAAM], hierna te noemen: ‘gemeente Putten’

  • 14. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Renkum, handelend in de hoedanigheid als bestuursorgaan en gemeente Renkum handelend in de hoedanigheid als publiek rechtspersoon, namens deze: [NAAM], hierna te noemen: ‘gemeente Renkum’

  • 15. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rheden, handelend in de hoedanigheid als bestuursorgaan en gemeente Rheden handelend in de hoedanigheid als publiek rechtspersoon, namens deze: [NAAM], hierna te noemen: ‘gemeente Rheden’

  • 16. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rozendaal, handelend in de hoedanigheid als bestuursorgaan en gemeente Rozendaal handelend in de hoedanigheid als publiek rechtspersoon, namens deze: [NAAM], hierna te noemen: ‘gemeente Rozendaal’

  • 17. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Scherpenzeel, handelend in de hoedanigheid als bestuursorgaan en gemeente Scherpenzeel handelend in de hoedanigheid als publiek rechtspersoon, namens deze: [NAAM], hierna te noemen: ‘gemeente Scherpenzeel’

  • 28. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wageningen, handelend in de hoedanigheid als bestuursorgaan en gemeente Wageningen handelend in de hoedanigheid als publiek rechtspersoon, namens deze: [NAAM], hierna te noemen: ‘gemeente Wageningen’


X Noot
1

De Eerste Tranche Uitvoeringsplan Aanpak Veluwe is gepubliceerd op https://gelderland.stateninformatie.nl/modules/19/Statenstukken/1176260.


X Noot
1

De Eerste Tranche Uitvoeringsplan Aanpak Veluwe is gepubliceerd op https://gelderland.stateninformatie.nl/modules/19/Statenstukken/1176260.

Naar boven