Besluit van de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 27 juli 2026, nr. BZ2630255, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 in verband met aanvullende middelen voor activiteiten op het gebied van veiligheid voor mensen en gemeenschappen en op het gebied van vredesopbouw en conflictbemiddeling (Aanvullende middelen Subsidieprogramma Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–2031)

Artikel 1

Voor subsidieverlening op grond van de artikelen 2.5 en 2.6, sub d, e, g en h, van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 met het oog op de financiering van activiteiten op het gebied van veiligheid voor mensen en gemeenschappen en op het gebied van vredesopbouw en conflictbemiddeling in het kader van ‘Aanvullende middelen Subsidieprogramma Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–2031’, gelden de als bijlage bij dit besluit gevoegde beleidsregels.

Artikel 2

Voor subsidieverlening in het kader van ‘Aanvullende middelen Subsidieprogramma Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–2031’ geldt voor de periode vanaf de inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 december 2031 een subsidieplafond van € 105 miljoen.

Artikel 3

Voor subsidieverlening in het kader van ‘Aanvullende middelen Subsidieprogramma Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–2031’ komen uitsluitend die organisaties in aanmerking waaraan subsidie is verleend in het kader van het Subsidieprogramma Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–20311, dan wel de hoogst-scorende aanvraag hadden ingediend op het thema Veiligheid voor mensen en gemeenschappen.

Artikel 4

Rekening houdend met een evenwichtige spreiding als bedoeld in artikel 8, derde lid, sub d, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken geldt dat ten hoogste vier subsidies worden verleend voor aanvragen op het gebied van veiligheid voor mensen en gemeenschappen, waarvan ten minste twee aanvragen gericht op bescherming van burgers, en ten hoogste zes subsidies worden verleend voor aanvragen op het gebied van vredesopbouw en conflictbemiddeling, waarvan ten hoogste vier aanvragen gericht op vredesopbouw en ten hoogste twee aanvragen gericht op conflictbemiddeling.

Artikel 5

Aanvragen voor een subsidie in het kader van ‘Aanvullende middelen Subsidieprogramma Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–2031’ worden ingediend vanaf de datum waarop dit besluit in werking treedt tot en met 15 oktober 2026 om 23.59 uur CEST, aan de hand van het daartoe door de minister vastgestelde aanvraagformulier en voorzien van de op het aanvraagformulier gevraagde bescheiden.2

Artikel 6

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2032, met dien verstande dat het van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Artikel 7

Dit besluit wordt aangehaald als: ‘Aanvullende middelen Subsidieprogramma Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–2031’.

Dit besluit zal met de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, namens deze, de Directeur-Generaal Internationale Samenwerking, P. Grotenhuis

BIJLAGE – BELEIDSREGELS ‘AANVULLENDE MIDDELEN SUBSIDIEPROGRAMMA CONTRIBUTING TO PEACEFUL AND SAFE SOCIETIES 2024–2031

1. Achtergrond

Voor context en achtergrond van het Nederlands beleid op het gebied van stabiliteit en veiligheid wordt verwezen naar het Besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 1 november 2023, nr. Min-BuZa.2023.20012-27 tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Subsidieprogramma Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–2031).3

2. Wijziging beleidscontext

Sinds de start van het Contributing to Peaceful and Safe Societies (CPSS) Subsidieprogramma is de beleidscontext waarin het programma wordt uitgevoerd gewijzigd:

  • Op 20 februari 2025 is de Kamerbrief Beleid Ontwikkelingshulp van het kabinet Schoof gepubliceerd.4 Deze Kamerbrief identificeert stabiliteit en veiligheid als één van de kernprioriteiten van de Nederlandse inzet op ontwikkelingshulp, waarbij wordt gesteld dat stabiliteit en veiligheid in de wereld bijdraagt aan stabiliteit en veiligheid in Europa en Nederland. Hierin wordt ook het belang van het voorkomen en oplossen van conflicten voor duurzame veiligheid en stabiliteit benadrukt, wat heeft geleid tot een versterking van de Nederlandse inzet op conflictbemiddeling – zoals vervolgens uitgewerkt in de Kamerbrief over Nederlandse inzet bij conflictbemiddeling d.d. 17 juli 2025.5

  • Op 24 april 2026 is de Beleidsbrief Buitenlandse Zaken van het kabinet Jetten gepubliceerd.6 Deze Beleidsbrief onderstreept dat de veranderende wereldorde om een op waarden gebaseerd en realistisch buitenlandbeleid vraagt, waarbij het gehele instrumentarium van het Nederlandse buitenlandbeleid (diplomatie, handel, ontwikkelingssamenwerking en defensie) meer dan ooit tevoren op een integrale en strategische wijze wordt ingezet (middels de zogenaamde integrale landensturing). Het belang van inzet voor stabiliteit en veiligheid in de wereld als kernprioriteit voor ontwikkelingssamenwerking blijft hierbij onverminderd van kracht.

  • Als gevolg hiervan wordt het bedrag van budgetartikel 4.3 (Veiligheid en democratische rechtsorde) – waaruit ook het CPSS Subsidieprogramma wordt bekostigd – verhoogd in de komende jaren.

  • Daarnaast is de lijst met focuslanden voor inzet van budgetartikel 4.3 (Veiligheid en democratische rechtsorde), als gevolg van het beleid om te komen tot een meer integrale en strategische inzet van ontwikkelingssamenwerking, aangepast van 14 naar 18 focuslanden.

De opzet en insteek van het CPSS Subsidieprogramma sluit nauw aan op de toegenomen nadruk op een integrale en strategische inzet van middelen voor het bevorderen van stabiliteit en veiligheid – met name daar waar het gaat om het versterken van de connectie tussen verschillende soorten thematische activiteiten die bijdragen aan stabiliteit en veiligheid, en het versterken van de connectie tussen deze thematische activiteiten en (internationale) beleidsbeïnvloeding. Het feit dat de lijst met focuslanden voor inzet van budgetartikel 4.3 (Veiligheid en democratische rechtsorde) is uitgebreid betekent daarbij dat de basis voor beleidsbeïnvloeding verbreed kan worden.

Om deze redenen kiest het Ministerie van Buitenlandse Zaken ervoor om aanvullende middelen beschikbaar te stellen om het bestaande CPSS Subsidieprogramma uit te breiden. Het ministerie heeft besloten het subsidieplafond voor het CPSS Subsidieprogramma met € 105 miljoen te verhogen (van € 200 naar € 305 miljoen) middels onderhavig besluit ‘Aanvullende middelen Subsidieprogramma Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–2031’ (hierna: Subsidieprogramma). Dit besluit bevat beleidsregels voor het verstrekken van subsidies in het kader van dit Subsidieprogramma.

3. Thematische verdeling van de beschikbare middelen

Met het oog op een evenwichtige spreiding van de beschikbare middelen over de beleidsdoelen van het Subsidieprogramma geldt dat:

  • ten hoogste vier subsidies worden verleend voor aanvragen op het gebied van Veiligheid voor mensen en gemeenschappen, waarvan ten minste twee aanvragen gericht op bescherming van burgers; en

  • ten hoogste zes subsidies voor aanvragen op het gebied van Vredesopbouw en conflictbemiddeling, waarvan ten hoogste vier aanvragen gericht op vredesopbouw en ten hoogste twee aanvragen voor 100% gericht op conflictbemiddeling.

4. Wie kunnen voor subsidie in aanmerking komen

Tegen de achtergrond van het streven naar een meer integrale en strategische inzet van middelen voor het bevorderen van stabiliteit en veiligheid en ten behoeve van een doelmatige inzet van de extra beschikbaar gekomen middelen kunnen ten hoogste tien organisaties in aanmerking komen voor subsidieverlening in het kader van dit Subsidieprogramma: de negen organisaties waaraan in het kader van het bestaande CPSS Subsidieprogramma subsidie is verleend, plus een tiende organisatie die een aanvraag had ingediend onder het beleidsdoel Veiligheid voor mensen en gemeenschappen, waarvoor geen subsidie is verleend in verband met de hoeveelheid destijds beschikbare middelen en de doelmatige inzet daarvan. Daardoor zijn er tot nu toe drie in plaats van vier subsidies verleend op dit beleidsdoel. Met de extra beschikbaar komende middelen kan het gemis aan een vierde subsidie onder het CPSS Subsidieprogramma voor het beleidsdoel Veiligheid voor mensen en gemeenschappen worden ondervangen gelet op de meerwaarde van een strategische toevoeging aan het Veiligheid en democratische rechtsorde portfolio.

5. Wat komt voor subsidie in aanmerking

5.1 Subsidiabele activiteiten

Voor de subsidiabele activiteiten onder dit Subsidieprogramma gelden dezelfde vereisten als gesteld voor subsidiabele activiteiten in het kader van het CPSS Subsidieprogramma.7

De eis dat minimaal 25% en maximaal 40% van de gevraagde subsidie bestemd is voor empirisch onderbouwde beleidsbeïnvloedingsactiviteiten, en dat minimaal 60% en maximaal 75% van de gevraagde subsidie bestemd is voor adaptieve, lokaal geleide programmering op landenniveau (inclusief institutionele capaciteitsversterking van lokale partners) met betrekking tot Veiligheid voor mensen en gemeenschappen, of met betrekking tot Vredesopbouw en conflictbemiddeling, blijft gelden.

De voorgestelde adaptieve, lokaal geleide programmering activiteiten op landenniveau dienen te worden uitgevoerd in focuslanden (zie paragraaf 5.2). De voorgestelde lokale, nationale en regionale beleidsbeïnvloeding activiteiten dienen eveneens gericht te zijn op de focuslanden (zie paragraaf 5.2). Internationale beleidsbeïnvloeding activiteiten bouwen zoveel als mogelijk voort op inzichten opgedaan in focuslanden.

De gestelde richtlijnen voor activiteiten (inclusiviteit; conflict sensitiviteit; afstemming en coördinatie) blijven onverminderd van kracht.

5.2 Focuslanden

5.2.1 Wijziging focuslanden

Het CPSS Subsidieprogramma was gericht op 14 landen die ten tijde van de publicatie van het CPSS Subsidiebeleidskader golden als de Nederlandse focuslanden voor inzet van budgetartikel 4.3 (Veiligheid en democratische rechtsorde)8: Afghanistan, Burkina Faso, Burundi, Democratische Republiek Congo (Oost-Congo), Irak, Jemen, Mali, Niger, Oeganda, Palestijnse Gebieden, Soedan, Somalië, Tunesië, en Zuid-Soedan. Als gevolg van de veranderende beleidscontext zoals hierboven beschreven in hoofdstuk 2 is de lijst met focuslanden voor inzet van budgetartikel 4.3 (Veiligheid en democratische rechtsorde) uitgebreid van 14 naar 18 focuslanden, waarbij vijf landen van de lijst verwijderd zijn: Afghanistan, Burundi, Democratische Republiek Congo (Oost-Congo), Jemen en Zuid-Soedan.

Aanvragen in het kader van dit subsidieprogramma moeten gericht zijn op de nieuwe lijst van focuslanden; alleen voor aanvragen die voor 100% gericht zijn op Conflictbemiddeling kan dit soms anders zijn, zie daarover paragraaf 5.2.2. Dit betekent dat bestaande CPSS activiteiten in Afghanistan, Burundi, Democratische Republiek Congo (Oost-Congo), Jemen en Zuid-Soedan niet kunnen worden geïntensiveerd.

Tabel 1. Overzicht focuslanden

Landen die in aanmerking komen voor subsidieverlening in het kader van ‘Aanvullende middelen Subsidieprogramma Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–2031’

1

Benin

10

Mali

2

Burkina Faso

11

Niger

3

Ethiopië

12

Oeganda

4

Ghana

13

Palestijnse Gebieden

5

Irak

14

Senegal

6

Ivoorkust

15

Soedan

7

Jordanië

16

Somalië

8

Kenia

17

Syrië

9

Libanon

18

Tunesië

Landen die niet in aanmerking komen voor subsidieverlening in het kader van ‘Aanvullende middelen Subsidieprogramma Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–2031’

1

Afghanistan

4

Jemen

2

Burundi

5

Zuid-Soedan

3

Democratische Republiek Congo (Oost-Congo)

   
5.2.2 Wijziging aantal focuslanden

Veiligheid voor mensen en gemeenschappen, en Vredesopbouw en conflictbemiddeling

Onder het CPSS subsidieprogramma dienen activiteiten gericht op Veiligheid voor mensen en gemeenschappen, en activiteiten gericht op Vredesopbouw en conflictbemiddeling, te worden uitgevoerd in minimaal twee en maximaal vier focuslanden.9 Als gevolg van de wijzigingen in de beleidscontext zoals beschreven in hoofdstuk 2, wordt de eis van uitvoering van activiteiten in maximaal vier focuslanden onder dit Subsidieprogramma aangepast naar maximaal zes focuslanden (oorspronkelijke CPSS en aanvullende activiteiten tezamen). De minimum eis van twee focuslanden blijft gelden.

Conflictbemiddeling (100%)

Voor CPSS subsidieontvangers wier onder het CPSS Subsidieprogramma gehonoreerde aanvragen volledig (i.e., 100% van de aangevraagde subsidie) gericht zijn op activiteiten op het gebied van conflictbemiddeling is geen maximum aantal focuslanden van toepassing (de minimum eis van twee focuslanden geldt wel).10 Deze uitzondering is gemaakt omdat het moeilijk te voorspellen is waar en wanneer behoefte aan conflictbemiddeling zal ontstaan.

Onder dit Subsidieprogramma mogen activiteiten van deze CPSS subsidieontvangers zich in overleg met het ministerie ook richten op niet-focuslanden (als daar behoefte aan conflictbemiddeling bestaat). Deze wijziging is doorgevoerd als gevolg van de versterkte Nederlandse inzet op conflictbemiddeling (zoals beschreven in hoofdstuk 2). De minimumeis van uitvoering van activiteiten in ten minste twee focuslanden blijft gelden.

5.3 Mogelijke insteek subsidieaanvraag

Om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie moeten organisaties hun aanvragen richten op hetzelfde beleidsdoel als het beleidsdoel waarvoor ze in het kader van het CPSS Subsidieprogramma hebben ingeschreven (i.e., Veiligheid voor mensen en gemeenschappen, of Vredesopbouw en conflictbemiddeling).

Om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie in het kader van dit Subsidieprogramma moeten aanvragen worden ingestoken langs twee mogelijke lijnen (een of beide):

  • 1. Intensivering van bestaande CPSS activiteiten zoals neergelegd in de gehonoreerde CPSS subsidieaanvragen (i.e., in de landen en op de beleidsbeïnvloedingsagenda’s waarvoor de subsidie oorspronkelijk is verleend – en dus binnen de geldende CPSS resultaatkaders), met inachtneming van de vereisten zoals beschreven in paragrafen 5.1 en 5.2 van dit Subsidieprogramma (en dus geen intensivering van bestaande activiteiten in Afghanistan, Burundi, Democratische Republiek Congo (Oost-Congo), Jemen en Zuid-Soedan).

  • 2. Toevoegen van focuslanden waarin activiteiten worden uitgevoerd, waarbij de volgende vereisten gelden:

    • a. Activiteiten (oorspronkelijke CPSS en aanvullende activiteiten tezamen) worden uitgevoerd in minimaal twee en maximaal zes focuslanden. Voor aanvragen die volledig (i.e., 100% van de aangevraagde subsidie) gericht zijn op activiteiten op het gebied van conflictbemiddeling geldt dat activiteiten moeten worden uitgevoerd in minimaal twee focuslanden. Voor deze aanvragen geldt geen maximum aantal landen, en geldt eveneens dat activiteiten in overleg met het ministerie ook in niet-focuslanden mogen worden uitgevoerd.

    • b. De aanvrager maakt inzichtelijk dat de subsidie niet wordt ingezet om activiteiten te starten in een land waar de aanvrager nog niet actief is (geweest) en dus vanaf ‘nul’ moet beginnen met het opbouwen van toegang en netwerken. De voorgestelde activiteiten moeten kunnen voortbouwen op bestaande (non-CPSS) programmering en netwerken van de aanvrager in die landen – conform de vereiste van het CPSS Subsidieprogramma.11 Activiteiten in landen waar hiervan geen sprake is, komen niet in aanmerking voor subsidie.

    • c. De voorgestelde activiteiten passen binnen de geldende resultaatkaders van de bestaande CPSS subsidies (i.e., overkoepelende Theory of Change (inclusief probleemanalyse en strategische programmadoelstelling); interventiestrategieën; MEL-strategie en resultatenkaders; visiedocumenten; en risicoanalyse en -strategie).

Een combinatie van deze twee lijnen is mogelijk (i.e. intensivering van bestaande CPSS activiteiten en toevoeging van focuslanden).

6. Looptijd en duur activiteiten

De activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd in het kader van dit Subsidieprogramma hebben een maximale looptijd van 60 maanden. De activiteiten dienen niet eerder te beginnen dan 1 januari 2027, en moeten uiterlijk 31 december 2031 zijn afgerond.

7. Beschikbare middelen voor en omvang van gevraagde subsidie

Voor subsidieverlening in het kader van het CPSS Subsidieprogramma is € 200 miljoen beschikbaar gesteld; dit subsidieplafond is uitgeput na beoordeling en selectie van de onder het CPSS Subsidieprogramma ingediende aanvragen. Voor subsidieverlening in het kader van ‘Aanvullende middelen Subsidieprogramma Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–2031’ wordt € 105 miljoen beschikbaar gesteld. Daarmee is voor de periode 2024–2031 in totaal een subsidieplafond van € 305 miljoen beschikbaar gesteld voor subsidieverlening voor Contributing to Peaceful and Safe Societies.

Rekening houdend met een evenwichtige spreiding van de voor dit Subsidieprogramma beschikbare middelen over de beleidsdoelen van Contributing to Peaceful and Safe Societies is besloten dat de negen eerder toegekende CPSS subsidies verhoogd kunnen worden met maximaal 40% per toegekende subsidie.

Voor de organisatie die een aanvraag kan indienen voor de vierde mogelijke subsidie onder het beleidsdoel Veiligheid voor mensen en gemeenschappen geldt naar analogie dat zij ten hoogste in aanmerking kan komen voor een subsidie ter hoogte van het totaal van:

  • 1. 5/8 van het oorspronkelijk aangevraagde budget (voor de resterende vijf jaren van het CPSS Subsidieprogramma, i.e. 2027–2031); plus

  • 2. 40% berekend over 5/8 van het oorspronkelijk aangevraagde budget.

8. Vereisten subsidieaanvraag

De subsidieaanvragen die zijn ingediend in het kader van het CPSS Subsidieprogramma zijn reeds beoordeeld op:

  • Voor de aanvrager: de statuten, de financiële situatie, en het vereiste track record en showcases.

  • Voor de voorgestelde activiteiten: een overkoepelende Theory of Change (inclusief probleemanalyse en strategische programmadoelstelling), interventiestrategieën, MEL-strategie en resultatenkaders, visiedocumenten, en risicoanalyse en -strategie.

Indien er wijzigingen zijn met betrekking tot de statuten en/of de financiële situatie van de aanvrager – zeker wanneer deze leiden tot een negatieve aanpassing van de risicoanalyse en -strategie – is de aanvrager verplicht deze te melden. Deze wijzigingen zullen dan worden meegenomen in de beoordelingsprocedure, zoals beschreven in hoofdstuk 10). Ter onderbouwing dienen aanvragers hun jaarrekeningen (in beginsel ge-audit) en/of een overzicht van hun financiële situatie van de afgelopen drie jaar (2023, 2024, 2025) bij de aanvraag in te dienen.

Met betrekking tot de voorgestelde activiteiten geldt dat aanvragers in het kader van dit Subsidieprogramma binnen de bestaande kaders, inclusief resultaatkaders, van de CPSS subsidies dienen te werken. Daarom zijn de overige vereisten aan inhoudelijke voorstellen in het kader van dit Subsidieprogramma zo licht mogelijk gehouden.

Voor het indienen van een subsidieaanvraag in het kader van dit Subsidieprogramma moet gebruik worden gemaakt van het door de minister daartoe vastgestelde aanvraagformulier (zie Appendix 1 bij dit Besluit). Het aanvraagformulier dient volledig ingevuld te zijn (in het Engels) en te zijn voorzien van de op het formulier vermelde bescheiden.

Het aanvraagformulier behorende bij de subsidieaanvraag bevat de volgende verplichte bijlagen:

  • i. De jaarrekeningen (in beginsel ge-audit) en/of een overzicht van de financiële situatie van de subsidieaanvrager van de afgelopen drie jaar (2023, 2024, 2025).

  • ii. Een begroting voor de subsidieaanvraag in het kader van ‘Aanvullende middelen Subsidieprogramma Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–2031’, afgezet tegen de oorspronkelijke begroting voor het CPSS Subsidieprogramma. Aanvragers dienen hierbij gebruik te maken van het (Excel) format bij het aanvraagstramien (zie Appendix 2.i bij dit Besluit).12

  • iii. Voor intensivering van bestaande, of het ontwikkelen van nieuwe empirisch onderbouwde beleidsbeïnvloedingsactiviteiten: Een beknopte uiteenzetting van maximaal 1.000 woorden over welk type activiteiten geïntensiveerd dan wel opgestart zal worden (en op welke manier), met uitleg over hoe dit aansluit bij de al goedgekeurde interventiestrategieën en de geldende resultaatkaders. Aanvragers dienen hierbij gebruik te maken van het verplichte Word format bij het aanvraagstramien (zie Appendix 2.iii bij dit Besluit).

  • iv. Voor intensivering van bestaande adaptieve, lokaal geleide programmering op landenniveau (inclusief institutionele capaciteitsversterking van lokale partners): Een beknopte uiteenzetting van maximaal 750 woorden per land over welk type activiteiten geïntensiveerd zal worden (en op welke manier), met uitleg over hoe dit aansluit bij de al goedgekeurde interventiestrategieën en de geldende resultaatkaders. Aanvragers dienen hierbij gebruik te maken van het verplichte Word format bij het aanvraagstramien (zie Appendix 2.iii bij dit Besluit).

  • v. Voor het opstarten van adaptieve, lokaal geleide programmering op landenniveau (inclusief institutionele capaciteitsversterking van lokale partners) in toegevoegde focuslanden:

    • a. Een beknopte contextanalyse van maximaal 1.500 woorden per voorgesteld toegevoegd focusland, waarin wordt uitgelegd (i) welk type activiteiten is voorzien in het voorgestelde land, en hoe dit verband houdt met geïdentificeerde problemen op het gebied van het gekozen beleidsthema in het voorgestelde focusland; (ii) hoe de al goedgekeurde interventiestrategieën in het voorgestelde programma zullen worden toegepast; en (iii) hoe deze toepassing zal bijdragen aan het behalen van resultaten in het voorgestelde focusland, alsmede het behalen van de overeengekomen strategische programmadoelstelling. Gelet op het belang dat Nederland hecht aan het onderwerp geestelijke gezondheid en psychosociale ondersteuning als onderdeel van inzet in fragiele staten en conflictgebieden, is het van belang om ook psychosociale dimensies en dynamiek mee te nemen in het analyseren en begrijpen van de contexten waarin activiteiten plaatsvinden. Aanvragers dienen hierbij gebruik te maken van het verplichte Word format bij het aanvraagstramien (zie Appendix 2.iii bij dit Besluit).

    • b. Een track record per toegevoegd focusland, opgesteld volgens het verplichte format bij het aanvraagstramien, waarin de aanvrager aantoont hoe de voorgestelde activiteiten voortbouwen op bestaande programmering en netwerken van de aanvrager in het betreffende land. Aanvragers dienen hierbij gebruik te maken van het verplichte Word format bij het aanvraagstramien (zie Appendix 2.iii bij dit Besluit).

  • vi. Een update van de risicoanalyse en risicostrategie die aangeleverd is voor het CPSS Subsidieprogramma, met specifieke aandacht voor de vraag:

    • a. Of, en zo ja hoe, toevoeging van de voorgestelde activiteiten in het kader van ‘Aanvullende middelen Subsidieprogramma Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–2031’ leidt tot een aanpassing van de bestaande risicoanalyse en risicostrategie; en

    • b. Of er wijzigingen zijn met betrekking tot de statuten en/of de financiële situatie van de aanvrager die leiden tot een aanpassing van de bestaande risicoanalyse en risicostrategie.

    Aanvragers dienen hierbij gebruik te maken van het verplichte Word format bij het aanvraagstramien (zie Appendix 2.iv bij dit Besluit). De risicostrategie moet logisch voortvloeien uit de gepresenteerde risicoanalyse, probleemanalyse en contextanalyses, en daarnaast passen bij adaptieve, lokaal geleide programmering.

  • vii. Een update van de MEL strategie die is goedgekeurd voor het CPSS Subsidieprogramma, met aandacht voor de vraag of, en zo ja hoe, toevoeging van de voorgestelde activiteiten in het kader van ‘Aanvullende middelen Subsidieprogramma Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–2031’ leidt tot een aanpassing van de bestaande MEL strategie. Hierbij dient ook aandacht te worden besteed aan de rolverdeling met lokale partners, de benodigde (extra) capaciteit om de MEL strategie uit te kunnen voeren en budgettaire consequenties. Tevens dient aandacht te worden besteed aan de vraag hoe de voorgestelde activiteiten worden verwerkt in de CPSS baseline, Mid-Term Review en eindevaluatie – inclusief budgettaire consequenties.

9. Aanvraag procedure

Aanvragen kunnen worden ingediend vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit tot en met 15 oktober 2026 om 23:59 uur CEST. Aanvragen die later dan genoemde datum en tijd worden ingediend, worden afgewezen. Als moment van indiening geldt het moment waarop de aanvraag door het Ministerie van Buitenlandse Zaken is ontvangen (zie ook hierna). De aanvragende organisatie is de enige verantwoordelijke voor een tijdige en volledige indiening van een aanvraag.

In het kader van de aanvraagprocedure wordt met nadruk gewezen op artikel 7, derde lid, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken. Mocht een aanvraag niet voldoen aan de formele vereisten die op grond van deze beleidsregels aan aanvragen worden gesteld, dan kan de minister vragen om een aanvulling. Als datum en tijd van ontvangst van de aanvraag zal vervolgens gelden de datum en tijd waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen. Indien een aanvraag pas in de laatste twee weken voor het verstrijken van de deadline wordt ingediend, loopt de aanvrager het risico dat de minister geen toepassing zal geven aan zijn bevoegdheid om de indiener om een aanvulling te vragen aangezien een dergelijke aanvulling niet meer mogelijk is zonder de deadline te overschrijden. In dat geval zal de aanvraag derhalve niet meer kunnen worden aangevuld, maar zal deze worden beoordeeld zoals hij primair was ingediend.

Aanvragen dienen volledig en zonder voorbehoud te worden ingediend, rechtsgeldig ondertekend door de daartoe namens de aanvragende organisatie bevoegde persoon met vermelding van naam en functie. Het is niet mogelijk om een voorlopige aanvraag in te dienen.

Voor het indienen van een subsidieaanvraag in het kader van dit Subsidieprogramma moet gebruik worden gemaakt van het door de minister daartoe vastgestelde aanvraagformulier (zie Appendix 1 bij dit Besluit) en bijbehorende verplichte bijlagen (zie Appendices 2.i-2.iv bij dit Besluit).

De aanvraag dient te worden opgesteld in de Engelse taal. Bijlagen die zijn opgesteld in een andere taal dienen voorzien te zijn van een vertaling in het Engels. Additionele informatie (zoals USB-sticks of links naar achtergrondinformatie over een organisatie) wordt niet meegenomen in de beoordeling van een aanvraag.

Aanvragen dienen te worden ingediend per e-mail in .pdf formaat door deze te sturen naar het e-mailadres: DSH-CPSS@minbuza.nl van ‘Aanvraag Aanvullende middelen Subsidieprogramma Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–2031’.

Als moment van indiening geldt het tijdstip waarop de e-mail door het systeem voor gegevensverwerking van het Ministerie van Buitenlandse Zaken is ontvangen. Houd er rekening mee dat bestanden groter dan 14MB niet kunnen worden ontvangen. E-mails groter dan 14MB dienen in kleinere e-mails te worden verdeeld. Hierbij geldt dat het moment waarop de gehele aanvraag, inclusief de laatste e-mail, is ontvangen geldt als tijdstip waarop de aanvraag is ingediend. Daarbij dienen de e-mails genummerd te worden in de onderwerp-regel, waarbij duidelijk is hoeveel e-mails de aanvraag in totaal behelst.13

Eventuele (technische) problemen bij verzending komen voor rekening en risico van de aanvrager.

10. Beoordelingsprocedure

10.1 Beoordeling

De bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht, het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 zijn onverkort van toepassing op de beoordeling van aanvragen in het kader van dit Subsidieprogramma. Aanvragen worden beoordeeld met inachtneming van deze regelgeving en overeenkomstig de in deze beleidsregels opgenomen criteria.

De aanvrager en de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, dienen allereerst te voldoen aan de drempelcriteria, zoals genoemd in paragraaf 10.2. Bij het niet voldoen aan één (of meer) van de drempelcriteria wordt de aanvraag afgewezen en niet verder beoordeeld.

Enkel aanvragen die aan de drempelcriteria voldoen, gaan door naar de inhoudelijke beoordeling (zie paragraaf 10.3). Om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie dient een aanvraag van voldoende kwaliteit te zijn – i.e., een score van minimaal 60% behalen.

10.2 Drempelcriteria

10.2.1 Drempelcriteria over de aanvrager

De drempelcriteria over de aanvrager zoals die zijn opgenomen in het CPSS Subsidiebeleidskader14 blijven voor dit Subsidieprogramma onverminderd van kracht. Omdat de organisaties die in aanmerking kunnen komen voor een subsidie in het kader van dit Subsidieprogramma als onderdeel van de beoordelingsprocedure voor het CPSS Subsidieprogramma al positief zijn beoordeeld op het voldoen aan deze drempelcriteria, zullen zij hierop niet opnieuw worden beoordeeld.

Wel zullen de organisaties die in aanmerking kunnen komen voor een subsidie in het kader van dit Subsidieprogramma opnieuw worden beoordeeld op het voldoen aan het vereiste van artikel 4, eerste lid, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken: ‘Voor subsidie komen alleen in aanmerking rechtspersonen die in staat zijn tot een adequaat financieel beheer en die door ervaringsdeskundigheid met betrekking tot de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd een doelgerichte en doelmatige uitvoering van de activiteiten kunnen waarborgen.’ Aanvragers zijn daarom verplicht om wijzigingen met betrekking tot de statuten en/of de financiële situatie van de aanvrager, die leiden tot aanpassingen in het voldoen aan deze vereiste, te melden.

Hiertoe moeten aanvragers een Organisational Risk and Integrity Assessment (ORIA), dan wel een ORIA update form, dan wel een ORIA light form aanleveren als onderdeel van hun subsidieaanvraag. Het ministerie zal in de uitnodiging aan de voor subsidieverlening in aanmerking komende organisaties toelichten welke organisatie welke informatie moet aanleveren.

10.2.2 Drempelcriteria over de activiteiten waar een subsidie voor wordt aangevraagd

De drempelcriteria over de activiteiten waar een subsidie voor wordt aangevraagd zoals die zijn opgenomen in het CPSS Subsidiebeleidskader15 blijven voor dit subsidieprogramma onverminderd van kracht, met uitzondering van de volgende drempelcriteria die voor de beoordeling en selectie van aanvragen in het kader van dit Subsidieprogramma als volgt zijn aangepast:

  • D.10. Het aangevraagde subsidiebedrag is in lijn met de maximum bedragen genoemd in hoofdstuk 7 van deze beleidsregels.

  • D.11. De activiteiten waarvoor een subsidie wordt aangevraagd hebben een maximale looptijd van 60 maanden.

  • D.12. De activiteiten waarvoor een subsidie wordt aangevraagd beginnen niet eerder dan 1 januari 2027, en worden op uiterlijk 31 december 2031 beëindigd.

  • D.13. De begroting is als volgt verdeeld over de in drempelcriterium D9 van het CPSS Subsidiebeleidskader genoemde componenten van activiteiten:16

    • a) Een minimum van 25% en een maximum van 40% van de gevraagde subsidie is gepland voor empirisch onderbouwde beleidsbeïnvloeding (inclusief benodigde capaciteitsversterkende activiteiten, zowel binnen de eigen organisatie van de aanvrager als onder de partners van de aanvrager).

    • b) Een minimum van 60% en een maximum van 75% van de gevraagde subsidie is gepland voor adaptieve, lokaal geleide programmering op landenniveau (inclusief institutionele capaciteitsversterking van lokale partners).

  • D.14. De voorgestelde lokale, nationale en regionale beleidsbeïnvloeding activiteiten zijn gericht op de focuslanden zoals vermeld in paragraaf 5.2.1 van deze beleidsregels.

  • D.15. Het aantal landen waarin de adaptieve, lokaal geleide programmering plaatsvindt is in lijn met de voorschriften zoals vermeld in paragraaf 5.2.2 van deze beleidsregels.

10.3 Inhoudelijke criteria

De inhoudelijke criteria over de subsidieaanvraag zoals die zijn opgenomen in het CPSS Subsidiebeleidskader17 blijven onverminderd van kracht voor dit Subsidieprogramma, met uitzondering van het volgende criterium dat voor de beoordeling en selectie van aanvragen in het kader van dit Subsidieprogramma als volgt is aangepast:

  • Q.11. De mate waarin a) de risico’s van eventuele wijzigingen met betrekking tot de statuten en/of de financiële situatie van de aanvrager voor een gedegen uitvoering van de subsidieaanvraag zijn geïdentificeerd; b) de risico's voor de voorgestelde interventiestrategieën zijn geïdentificeerd; c) de geïdentificeerde risico’s worden beheerst met adequate risicobeperkende maatregelen die passen bij een adaptieve, lokaal geleide ontwikkelingsaanpak; d) er sprake is van een realistische analyse van de mogelijkheden van risicomitigatie; en e) risico’s worden gemitigeerd gegeven de contexten waarin geopereerd zal worden.

Daarnaast wordt voor subsidieverlening in het kader van dit Subsidieprogramma het volgende criterium toegevoegd:

  • Q.13. De mate waarin de voorgestelde activiteiten aansluiten bij de overeengekomen interventiestrategieën en resultaatkaders onder het CPSS Subsidieprogramma.

11. Tijdspad

Uiterlijk op 16 november 2026 zal op de aanvragen worden besloten. Concreet betekent dit het volgende:

Indienen subsidieaanvraag

Vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit

Tot 15 oktober 2026, 23.59 uur CEST

Beslissing op tijdig ingediende subsidieaanvragen

Uiterlijk op 16 november 2026

12. Subsidieverplichtingen en uitbetaling

De subsidieverplichtingen en uitbetaling zoals beschreven in het CPSS Subsidiebeleidskader18 en opgenomen/op te nemen in subsidieverleningsbeschikkingen in het kader van dat Subsidiebeleidskader of dit Subsidieprogramma blijven onverminderd van kracht.

13. Appendices

  • 1. Aanvraagformulier

  • 2. Verplichte formats

    • i. Format voor begroting

    • ii. Handleiding begroting

    • iii. Format programmavoorstel

    • iv. Risicoanalyse en risicostrategie

Deze appendices zullen worden gedeeld met de organisaties die in aanmerking kunnen komen voor subsidie in het kader van dit besluit.


X Noot
2

Het aanvraagformulier en de appendices bij de bijlage bij dit besluit worden gedeeld met de organisaties die voor subsidieverlening in aanmerking kunnen komen.

X Noot
7

Zie hoofdstuk 3 van het CPSS Subsidiebeleidskader – Staatscourant 2023, nr. 30607.

X Noot
8

Zie paragraaf 3.2 van het CPSS Subsidiebeleidskader – Staatscourant 2023, nr. 30607.

X Noot
9

Zie paragraaf 3.2 van het CPSS Subsidiebeleidskader – Staatscourant 2023, nr. 30607.

X Noot
10

Zie paragraaf 3.2 van het CPSS Subsidiebeleidskader – Staatscourant 2023, nr. 30607.

X Noot
11

Zie paragraaf 3.1 van het CPSS Subsidiebeleidskader – Staatscourant 2023, nr. 30607. NB: De aanvraag dient te zijn gericht op activiteiten die niet reeds zijn gestart met financiering van het Ministerie van Buitenlandse Zaken of een andere donor, op het moment waarop de aanvraag wordt ingediend, om dubbele financiering te voorkomen (zie artikel 9 Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken).

X Noot
12

Om vergelijking met de oorspronkelijke begroting voor het CPSS subsidieprogramma mogelijk te maken, maakt het ministerie gebruik van hetzelfde begrotingsformat als gebruikt is voor het CPSS subsidieprogramma.

X Noot
13

Bijvoorbeeld: ‘email 1 van 5’, ‘email 2 van 5’, etc.

X Noot
14

Zie paragraaf 10.2.1 van het CPSS Subsidiebeleidskader – Staatscourant 2023, nr. 30607.

X Noot
15

Zie paragraaf 10.2.2 van het CPSS Subsidiebeleidskader – Staatscourant 2023, nr. 30607.

X Noot
16

Voor de negen bestaande CPSS subsidieontvangers worden deze percentages berekend op basis van de optelsom van de reeds toegekende subsidie en het aangevraagde subsidiebedrag onder dit subsidieprogramma.

X Noot
17

Zie hoofdstuk 12 van het CPSS Subsidiebeleidskader – Staatscourant 2023, nr. 30607.

X Noot
18

Zie paragraaf 10.3 van het CPSS Subsidiebeleidskader – Staatscourant 2023, nr. 30607.


X Noot
2

Het aanvraagformulier en de appendices bij de bijlage bij dit besluit worden gedeeld met de organisaties die voor subsidieverlening in aanmerking kunnen komen.

X Noot
7

Zie hoofdstuk 3 van het CPSS Subsidiebeleidskader – Staatscourant 2023, nr. 30607.

X Noot
8

Zie paragraaf 3.2 van het CPSS Subsidiebeleidskader – Staatscourant 2023, nr. 30607.

X Noot
9

Zie paragraaf 3.2 van het CPSS Subsidiebeleidskader – Staatscourant 2023, nr. 30607.

X Noot
10

Zie paragraaf 3.2 van het CPSS Subsidiebeleidskader – Staatscourant 2023, nr. 30607.

X Noot
11

Zie paragraaf 3.1 van het CPSS Subsidiebeleidskader – Staatscourant 2023, nr. 30607. NB: De aanvraag dient te zijn gericht op activiteiten die niet reeds zijn gestart met financiering van het Ministerie van Buitenlandse Zaken of een andere donor, op het moment waarop de aanvraag wordt ingediend, om dubbele financiering te voorkomen (zie artikel 9 Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken).

X Noot
12

Om vergelijking met de oorspronkelijke begroting voor het CPSS subsidieprogramma mogelijk te maken, maakt het ministerie gebruik van hetzelfde begrotingsformat als gebruikt is voor het CPSS subsidieprogramma.

X Noot
13

Bijvoorbeeld: ‘email 1 van 5’, ‘email 2 van 5’, etc.

X Noot
14

Zie paragraaf 10.2.1 van het CPSS Subsidiebeleidskader – Staatscourant 2023, nr. 30607.

X Noot
15

Zie paragraaf 10.2.2 van het CPSS Subsidiebeleidskader – Staatscourant 2023, nr. 30607.

X Noot
16

Voor de negen bestaande CPSS subsidieontvangers worden deze percentages berekend op basis van de optelsom van de reeds toegekende subsidie en het aangevraagde subsidiebedrag onder dit subsidieprogramma.

X Noot
17

Zie hoofdstuk 12 van het CPSS Subsidiebeleidskader – Staatscourant 2023, nr. 30607.

X Noot
18

Zie paragraaf 10.3 van het CPSS Subsidiebeleidskader – Staatscourant 2023, nr. 30607.

Naar boven