Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur | Staatscourant 2026, 27289 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur | Staatscourant 2026, 27289 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,
Gelet op artikel 4, eerste en tweede lid, van Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (PbEU 2010, L 20);
Gelet op artikelen 2.44, eerste lid, van de Omgevingswet;
Besluit:
Het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 24 november 2021 (Stcrt. 2022, 17463), houdende aanwijzing van het Natura 2000-gebied Bruine Bank, wordt gewijzigd door de begrenzingen van het Vogelrichtlijngebied Bruine Bank en het Natura 2000-gebied Bruine Bank te vervangen door de geometrische begrenzing als aangegeven in de “Bijlage Gebiedsbegrenzingen” en de nota van toelichting te vervangen door de nota van toelichting van de geconsolideerde versie van het aanwijzingsbesluit voor Natura 2000-gebied Bruine Bank zoals opgenomen in de bijlage “Bijlage bij de artikelen I en II van het wijzigingsbesluit”.
Het aanwijzingsbesluit voor het Vogelrichtlijngebied Bruine Bank en het Natura 2000-gebied Bruine Bank zoals gewijzigd door dit wijzigingsbesluit wordt geconsolideerd en de nieuwe tekst vastgesteld zoals weergegeven in de bijlage “Bijlage bij de artikelen I en II van het wijzigingsbesluit”.
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,
Namens deze,
De directeur Visserij en Grote Wateren, drs. P.P. Mertens
Plaats: ’s-Gravenhage
Datum:
Tegen dit besluit kan degene wiens belang daarbij rechtstreeks is betrokken, binnen zes weken na de dag waarop dit besluit is gepubliceerd in de Staatscourant een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, t.a.v. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, t.a.v. de afdeling Juridische Zaken, Postbus 40219, 8004 DE, Zwolle.
Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste de volgende elementen bevatten:
a) de naam en het adres van de indiener;
b) de dagtekening;
c) een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar gericht is, en
d) de gronden van bezwaar.
Meer informatie over Natura 2000 en gerelateerde onderwerpen vindt u op de website https://www.rijksoverheid.nl/natura2000. Voor vragen over Natura 2000 kunt u op werkdagen van 8.30 uur tot 16.30 uur contact opnemen met het klantcontactcentrum van RVO, telefoon 088 - 042 42 42 (lokaal tarief).
Als speciale beschermingszone als bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, van Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (PbEU L 20)1 wordt aangewezen, overeenkomstig de in de bijlage Gebiedsbegrenzingen bij dit besluit aangegeven geometrische begrenzing, het Vogelrichtlijngebied Bruine Bank..
De speciale beschermingszone wordt aangewezen voor de volgende vogelsoort, welke wordt beschermd op grond van artikel 4, eerste lid, van Richtlijn 2009/147/EG:
De speciale beschermingszone wordt aangewezen voor de volgende trekkende vogelsoorten, welke worden beschermd op grond van artikel 4, tweede lid, van Richtlijn 2009/147/EG:
Deze aanwijzing gaat vergezeld van een nota van toelichting met bijlagen, die integraal onderdeel uitmaakt van deze aanwijzing.
De in artikel 1 genoemde speciale beschermingszone vormt het Natura 2000-gebied Bruine Bank.
Bestaande bebouwing, erven, tuinen, verhardingen en hoofdspoorwegen maken geen deel uit van het aangewezen gebied, tenzij daarvan in paragraaf 3.3 van de nota van toelichting wordt afgeweken. Hiervoor gelden de peildata, genoemd in paragraaf 3.3 van de nota van toelichting.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt verstaan onder:
bebouwing: één of meer gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
bouwwerk: constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal die direct of indirect met de grond is verbonden of direct of indirect steun vindt in of op de grond. Ook mijnbouwinstallaties2, zoals installaties ten behoeve van olie- en gaswinning (inclusief pijpleidingen), vallen onder de definitie van een bouwwerk;
gebouw: bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
erven: onmiddellijk aan een woning of ander gebouw gelegen, daarbij behorende en daarmee in gebruik zijnde terreinen;
tuinen: in de onmiddellijke nabijheid van een woning of ander gebouw gelegen intensief onderhouden terreinen, beplant met siergewassen en gazons, of in gebruik als moestuin, die zich duidelijk onderscheiden van de omgeving en veelal, omheind zijn door middel van een afrastering, schutting, muur of haag of geheel of gedeeltelijk zijn omgeven door een sloot;
verhardingen: kunstmatige verhardingen zoals verharde wegen, pleinen, parkeervoorzieningen, erfverhardingen en steenglooiingen met inbegrip van in wegen liggende bruggen en duikers en de tot wegen behorende paden en bermen of zijkanten;
hoofdspoorweg: op grond van artikel 2 van de spoorwegwet als hoofdspoorweg aangewezen spoorweg. Voor de begrenzing langs hoofdspoorwegen geldt artikel 3.5 van het omgevingsbesluit (beperkingengebied hoofdspoorweginfrastructuur).
De instandhoudingsdoelstellingen voor niet-broedvogels van de soorten, bedoeld in artikel 3.58, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, worden vastgesteld in paragraaf 5.3 van de nota van toelichting.
Het gebied Bruine Bank is aangewezen als speciale beschermingszone in het kader van de Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (hierna Vogelrichtlijn). Deze speciale beschermingszone vormt het Natura 2000-gebied Bruine Bank. Het besluit bevat de begrenzing en de instandhoudingsdoelstellingen van het gebied.
Artikel 1 van het besluit regelt de aanwijzing van het gebied onder de Vogelrichtlijn en refereert voor de begrenzing van dit gebied naar de bijlage Gebiedsbegrenzingen. Daarnaast worden de vogelsoorten opgesomd waarvoor het gebied van belang is en waarvoor het wordt geacht te zijn aangewezen.
Artikel 2 van het besluit introduceert de nota van toelichting en benadrukt dat het besluit niet te lezen is zonder de nota van toelichting. Daarnaast wordt in dit deel van het besluit het Natura 2000-gebied Bruine Bank gevormd uit het Vogelrichtlijngebied.
Artikel 3 van het besluit regelt de uitgezonderde delen van het in artikel 1 aangewezen gebied.
Artikel 4 van het besluit bepaalt dat er voor het gebied instandhoudingsdoelstellingen verwezenlijkt dienen te worden. De doelstelling van artikel 4 heeft betrekking op de in artikel 1 opgesomde vogelsoorten. De vogels waarvoor instandhoudingsdoelstellingen zijn vastgesteld, zijn geselecteerd aan de hand van de criteria beschreven in het Doelendocument mariene Natura 2000-gebieden (2014/2021)3.
In hoofdstuk 2 van deze nota van toelichting wordt de aanwijzing op grond van de Vogelrichtlijn kort toegelicht.
Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een gebiedsbeschrijving gegeven en wordt ingegaan op eventuele grenswijzigingen die zijn doorgevoerd nadat het gebied als Vogelrichtlijngebied is aangewezen. Tevens wordt in hoofdstuk 3 de bij dit besluit behorende begrenzing toegelicht.
In hoofdstuk 4 wordt een opsomming gegeven van de vogelsoorten waaraan het gebied zijn betekenis ontleent.
In hoofdstuk 5 worden de algemene instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd en worden de specifieke instandhoudingsdoelstellingen, genoemd in artikel 4, nader toegelicht. Er wordt aangegeven in welke richting de instandhoudingsdoelstelling zich zal moeten ontwikkelen.
Bij de nota van toelichting is een bijlage A gevoegd met illustraties van grenswijzigingen indien van toepassing; die illustraties laten zien welke terreindelen na de eerste aanwijzing zijn vervallen of zijn toegevoegd als onderdeel van de speciale beschermingszone in de zin van de Vogelrichtlijn. Anders dan de andere bijlage bij de toelichting maakt bijlage A geen integraal onderdeel uit van dit besluit, aangezien er sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet enkel nog rechten worden verleend aan de geometrische begrenzing.
Bijlage B omvat (indien van toepassing) de nadere onderbouwing van wijzigingen in Natura 2000-waarden waarvoor het gebied is aangewezen en toewijzing van en wijzigingen in de instandhoudingsdoelstellingen.
Artikel 1 van dit besluit voorziet in de aanwijzing van het gebied Bruine Bank als speciale beschermingszone onder de Vogelrichtlijn (verder aangeduid als "Vogelrichtlijngebied"). Het gebied kwalificeert als speciale beschermingszone onder de Vogelrichtlijn, omdat het gebied behoort tot één van de vijf belangrijkste gebieden voor de alk en zeekoet in Nederland. Het gebied is op 24 november 2021 aangewezen. Bij de Europese Commissie is dit gebied bekend onder nummer NL2021168.
Naast mogelijke grenswijzigingen kan er ook een wijziging plaatsvinden bij de vogelsoorten, waarvoor dit gebied destijds is aangewezen. Deze eventuele wijzigingen worden toegelicht in hoofdstuk 4 en bijlage B. In dit besluit worden alle vogelsoorten opgesomd waarvoor het gebied wordt geacht te zijn aangewezen.
Dit Vogelrichtlijngebied wordt sinds het Natura 2000-aanwijzingsbesluit van 24 november 2021 aangeduid als Natura 2000-gebied Bruine Bank (landelijk gebiedsnummer 168).
Natura 2000 is het samenhangende Europees ecologisch netwerk bestaande uit de gebieden aangewezen onder de Habitatrichtlijn en onder de Vogelrichtlijn. Dit netwerk moet de betrokken natuurlijke habitattypen, habitats van soorten en de leefgebieden van vogels in een gunstige staat van instandhouding behouden of, in voorkomend geval, herstellen. De instandhoudingsdoelstellingen (artikel 4 en hoofdstuk 5) en de begrenzing zijn in algemene zin nader toegelicht in het Doelendocument mariene Natura 2000-gebieden (2014/2021)4. Dit document geeft het beleidskader van de geformuleerde instandhoudingsdoelstellingen weer en de daarbij gehanteerde systematiek. Beschrijving van habitattypen en (vogel)soorten waarvoor doelen zijn vastgesteld, zijn opgenomen in het Natura 2000 profiel van de betreffende soort (2014/2015/2021)5.
Het Natura 2000-gebied Bruine Bank behoort tot de Nederlandse exclusieve economische zone6.
De Bruine Bank is een zeegebied dat ligt aan de westrand van het Nederlands Continentaal Plat (NCP), ter hoogte van IJmuiden. Het gebied is genoemd naar de ter plekke aanwezige zandbank. Het zeegebied heeft een oppervlak vergelijkbaar met het landoppervlak van de provincie Utrecht. Voor vogels is de Bruine Bank in de winter een belangrijk foerageergebied en in het najaar een belangrijk migratiegebied.
Het gebied Bruine Bank wordt aangewezen als Vogelrichtlijngebied vanwege de aanwezigheid van leefgebied van de in artikel 4 van de Vogelrichtlijn bedoelde vogelsoorten. Het is een watergebied dat het leefgebied vormt van soorten van Bijlage I van de Vogelrichtlijn (art. 4, eerste lid) en fungeert als foerageer-, rui- en rustgebied in de trekzone van de geregeld voorkomende trekvogels (art. 4, tweede lid).
De grenzen van een marien Vogelrichtlijngebied worden bepaald door het gebruik dat de aanwezige bijlage I-soorten, en/of trekkende watervogels, en/of overige trekkende vogels ervan maken, waarbij wordt uitgegaan van landschapsecologische eenheden en de biotoopeisen van de betrokken vogelsoorten.
De gebiedsspecifieke grenzen zijn vastgesteld nadat een wetenschappelijke analyse van meerdere varianten is uitgevoerd7. De verschillende varianten blijken op basis van de in de Vogelrichtlijn genoemde ornithologische criteria niet onderscheidend te zijn, waardoor er ruimte is om een afweging te maken ten aanzien van de exacte begrenzing. Hierbij is overwogen dat het gebruik van de Noordzee zich efficiënt en duurzaam moet ontwikkelen8. Gezien het intensieve gebruik, mede als gevolg van het toenemend aantal gebruiksfuncties op de Noordzee, is daarom gekozen voor een variant met een beperkt ruimtebeslag.
Daarnaast is er in het bijzonder bij het vaststellen van de begrenzing voor mariene gebieden van uitgegaan dat rechte lijnen, met goed gedefinieerde hoekpunten, het beste te hanteren zijn voor het toekomstig beleid en het handhaven daarvan9.
De geometrische begrenzing van het Natura 2000-gebied Bruine Bank is weergegeven in de bij dit besluit behorende bijlage Gebiedsbegrenzingen. Het Vogelrichtlijngebied heeft rechte grenzen die het open water omvatten. De westrand van het gebied wordt afgegrensd door de landsgrens met het Verenigd Koninkrijk.
Coördinaten Bruine Bank10 | ||
Code | Longitude (x-coördinaat) | Latitude (y-coördinaat) |
BB1 | 3,303305 | 52,782330 |
BB2 | 3,501890 | 52,743481 |
BB3 | 3,500211 | 52,595820 |
BB4 | 3,498536 | 52,448154 |
BB5 | 3,496867 | 52,300484 |
BB6 | 3,220479 | 52,301324 |
BB7 | 2,944095 | 52,301517 |
BB8 | 2,974640 | 52,332529 |
BB9 | 2,998640 | 52,356858 |
BB10 | 3,056944 | 52,415833 |
BB11 | 3,090297 | 52,470732 |
BB12 | 3,107628 | 52,499201 |
BB13 | 3,158499 | 52,582539 |
BB14 | 3,181944 | 52,620833 |
BB15 | 3,187964 | 52,665875 |
BB16 | 3,199136 | 52,749211 |
BB17 | 3,202194 | 52,771965 |
BB18 | 3,203611 | 52,782500 |
BB19 | 3,203598 | 52,782543 |
Het Natura 2000-gebied Bruine Bank beslaat een oppervlakte van 136.700 ha11.
Dit cijfer betreft de bruto-oppervlakte, omdat bij de berekening geen rekening is gehouden met in de geometrische begrenzing, tekstueel uitgesloten delen (zie artikel 3 en hierna).
Voor de begrenzing van Natura 2000-gebieden geldt de volgende exclaveringsformule: Bestaande bebouwing, tuinen, erven, verharding en hoofdspoorwegen maken geen deel uit van het aangewezen gebied, tenzij daarvan in deze paragraaf wordt afgeweken. Voor de gebruikte begrippen gelden de definities (voor zover van toepassing in het onderhavige gebied) zoals die omschreven zijn in artikel 3. Daar waar de geometrische begrenzing en de exclaveringsformule niet overeenstemmen, is de exclaveringsformule doorslaggevend.
Voor de toepassing van de begrenzing en de exclaveringsformule van artikel 3 gelden er peildata:
In artikel 1 is een opsomming gegeven van de waarden waaraan het gebied zijn betekenis als Vogelrichtlijngebied ontleent. Paragraaf 4.2.1 vermeldt de vogelsoorten waarvoor het gebied onder de Vogelrichtlijn is aangewezen. Op alle vermelde Natura 2000-waarden is een instandhoudingsdoelstelling van toepassing (zie artikel 4 en hoofdstuk 5). In paragraaf 4.3 wordt beschreven welke selectiecriteria op het Vogelrichtlijngebied van toepassing zijn. Ten slotte beschrijven paragraaf 4.4 en 4.5 de verspreiding van de vogelsoorten binnen het gebied, ter onderbouwing van de gevolgde gebiedsbegrenzing van het Vogelrichtlijngebied.
Het gebied is aangewezen voor de volgende soorten opgenomen in Bijlage I van de Vogelrichtlijn:
Verder is het gebied aangewezen voor de volgende andere geregeld voorkomende trekvogels waarvoor het gebied van betekenis is als foerageergebied in hun trekzones (artikel 4.2):
De dwergmeeuw en de jan-van-gent, grote jager, grote mantelmeeuw, zeekoet en alk staan op de lijst van zeevogels en watervogels waarvoor de aanwijzing van speciale beschermingszones (SPA’s) dient te worden overwogen12. De selectiecriteria voor mariene vogelrichtlijngebieden staan aangegeven in het Doelendocument mariene Natura 2000-gebieden (Ministerie van Economische Zaken, 2014). Een gebied wordt geselecteerd als het voldoet aan ten minsten één van de volgende criteria:
van het gebied is bekend of de verwachting is dat er in het gebied geregeld een populatie aanwezig is van een soort op de IUCN Red List13 met de status van “globally threatened (wereldwijd bedreigd)” (BirdLife International marine IBA criteria “Category A1-Globally Threatened Species”);
in het gebied komt het geregeld voor dat er zich een aantal individuen van minstens 1% van de biogeografische populatie van een watervogelsoort verzamelt voor foerageren, ruien, rusten of andere functies (congregatory species14) (BirdLife International marine IBA criteria “Category A4-Congregations-i”);
in het gebied komt het geregeld voor dat er zich een aantal individuen van minstens 1% van de wereldpopulatie van een zeevogelsoort of een landvogelsoort verzamelt voor foerageren, ruien of andere functies (BirdLife International marine IBA criteria “Category A4-Congregations-ii”);
in het gebied komt het geregeld voor dat er zich aantallen van minstens 20.000 watervogels of minstens 10.000 paar zeevogels ophouden van één of meerdere soorten (BirdLife International marine IBA criteria “Category A4-Congregations-iii”);
in het gebied dat door trekvogels wordt benut bij de geregelde migratie (zogenoemde bottleneck sites15) worden drempelwaarden overschreden voor deze vogels (BirdLife International marine IBA criteria “Category A4-Congregations-iv”).
Definitie van het begrip “geregeld”
Voor mariene gebieden wordt onder de term “geregeld” verstaan: gebieden bezocht door vogels uit meer dan één site of gedurende verschillende perioden (dat wil zeggen: seizoen of jaar)16. Dit criterium is van toepassing op de 20.000-drempel.
Voor Vogelrichtlijngebieden in Nederland is het begrip “geregeld” met betrekking tot de toepassing van de 1%-drempel gedefinieerd als:
het gemiddeld seizoensmaximum berekend over een reeks van minstens drie seizoenen is gelijk aan of overschrijdt de drempelwaarde van de betreffende soort, of
het vereiste aantal vogels is vastgesteld in ten minste twee derde van de seizoenen waarvan voldoende gegevens beschikbaar zijn; het totaal aantal seizoenen bedraagt minstens vijf17.
Definitie van het begrip “gebied” voor de telgegevens
De telgegevens zijn verzameld binnen de begrenzing voorgesteld door Fijn & de Jong (2019)18. Zie verder de coördinaten in paragraaf 3.4.
Bruine Bank kwalificeert als Vogelrichtlijngebied vanwege het regelmatig voorkomen van piekaantallen van meerdere soorten zeevogels tegelijk. Daarnaast kwalificeert het gebied voor alk en zeekoet vanwege het voorkomen van drempeloverschrijdende aantallen. Ook levert het gebied een wezenlijke bijdrage aan de instandhouding van de dwergmeeuw, grote jager, grote mantelmeeuw en jan-van-gent. Deze soorten kwalificeren niet voor selectie maar komen wel regelmatig in behoorlijke aantallen voor. De genoemde soorten benutten het gebied tijdens de najaars- en winterperiode als foerageergebied en migratiegebied (zie ook bijlage B).
De grenzen van een speciale beschermingszone worden bepaald door het gebruik dat de aanwezige bijlage I-soorten en/of trekkende watervogels en/of overige trekkende vogels ervan maken. Hierbij wordt uitgegaan van landschapsecologische eenheden en de biotoopeisen van de betreffende vogelsoorten. Voor de begrenzing van de mariene Vogelrichtlijngebieden zijn de volgende beperkingen gebruikt:
Voor trekkende watervogels geldt dat geregeld ten minste 0,1% van de biogeografische populatie in het gebied aanwezig moet zijn.
In het bijzonder voor mariene gebieden is er bij het vaststellen van de begrenzing van uitgegaan dat rechte lijnen, met goed gedefinieerde hoekpunten, het beste te hanteren zijn voor het toekomstig beleid en het handhaven daarvan.
De in 4.3.1 genoemde vogelsoorten bepalen dus de begrenzing.
De Bruine Bank is aangewezen als Vogelrichtlijngebied vanwege de aanwezigheid van de in artikel 4 van de Vogelrichtlijn bedoelde vogelsoorten. Het is een watergebied dat het leefgebied vormt van een soort van Bijlage I van de Vogelrichtlijn (art. 4.1) en fungeert als foerageergebied in de trekzone van geregeld voorkomende trekvogels (art. 4.2).
De begrenzing van de speciale beschermingszone is zo gekozen dat een in vogelkundig opzicht samenhangend geheel is ontstaan dat voorziet in de beschermingsbehoefte met betrekking tot het voortbestaan van de bedoelde vogelsoorten. De begrenzing is met name gebaseerd op de geregelde aanwezigheid van alk en zeekoet in het beschermde gebied. Het gebied heeft voor deze soorten een bijzondere functie als foerageergebied tijdens de najaarstrek en winterperiode. Modelsimulaties laten zien dat vogels die in het gebied verblijven, zich actief moeten verplaatsen om in het gebied te blijven. Ze moeten actief compenseren voor stromingen en wind om niet uit het gebied weg te drijven. Dit zou erop kunnen duiden dat het gebied een zekere aantrekkingskracht op de vogels uitoefent. Potentiële prooivissen zijn in het gehele gebied aanwezig, vooral in de bovenste meters van de waterkolom, zodat ze relatief goed beschikbaar zijn. De zeekoeten zijn waarschijnlijk afkomstig uit kolonies van de Schotse oostkust; alken kunnen uit een groter gebied afkomstig zijn19. De grootste aantallen dwergmeeuwen, grote jagers en jan-van-genten komen voor tijdens de najaarstrek; grote mantelmeeuwen zijn het meest talrijk in de winterperiode20.
Het ecologisch netwerk Natura 2000 moet de betrokken natuurlijke habitats en leefgebieden van soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding behouden of in voorkomend geval herstellen. Onder het begrip “instandhouding” wordt een geheel aan maatregelen verstaan die nodig zijn voor het behoud of herstel van natuurlijke habitats en populaties van wilde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding. Ingevolge artikel 4, vierde lid, Habitatrichtlijn worden bij aanwijzing als Habitatrichtlijngebied “tevens de prioriteiten vast[gesteld] gelet op het belang van de gebieden voor het in een gunstige staat van instandhouding behouden of herstellen van een type natuurlijke habitat […] of van een soort […] alsmede voor de coherentie van Natura 2000 en gelet op de voor dat gebied bestaande dreiging van achteruitgang en vernietiging”.
Deze bepaling is in artikel 3.58, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) nader uitgewerkt. Op grond van dit artikel bestaat de verplichting om in een aanwijzing doelstellingen ten aanzien van de instandhouding van leefgebieden van vogelsoorten dan wel doelstellingen ten aanzien van de instandhouding van natuurlijke habitats of populaties van de in het wild levende dier- en plantensoorten op te nemen. Om die reden zijn voor elk Natura 2000-gebied instandhoudingsdoelstellingen ontwikkeld, waarbij per habitattype en per (vogel)soort is uitgegaan van landelijke doelen en de bijdrage die een gebied daaraan redelijkerwijs kan leveren voor het bereiken van een gunstige staat van instandhouding op landelijk niveau. Voor zover van toepassing is daarbij aangegeven welke habitattypen en/of (vogel)soorten ten koste mogen gaan van andere habitattypen en (vogel)soorten.
Niet alle instandhoudingsdoelstellingen zijn in dit aanwijzingsbesluit gekwantificeerd (daarvoor moet een habitatkaart of beheerplan worden geraadpleegd). In die gevallen is het voor het bepalen van wat in de instandhoudingsdoelstellingen onder “behoud' dan wel “uitbreiding” of “verbetering” moet worden verstaan belangrijk te weten wat de referentiesituatie (of “nulsituatie”) is waarmee deze termen moeten worden vergeleken. Dat is eveneens van belang voor het handhaven van het verslechteringsverbod. De situatie ten tijde van het publiceren van een Natura 2000-aanwijzingsbesluit is bepalend voor wat onder “behoud” moet worden verstaan en vanaf welk niveau “uitbreiding” en “verbetering” nagestreefd moet worden. De instandhoudingsdoelstellingen die niet geconcretiseerd zijn moeten dus zó begrepen worden, dat het behoudsniveau van de soorten betrekking heeft op omvang en kwaliteit leefgebied en omvang populatie, zoals aanwezig op de datum van aanwijzen als Natura 2000-gebied. Dit is tevens het niveau van waaraf “uitbreiding” en “verbetering” nagestreefd moet worden.
Voor soorten is het leefgebied medebepalend en geldt een verdeling in omvang en kwaliteit van het leefgebied21. De aanduiding van de instandhoudingsdoelstelling van een soort, waarvan het populatiedoel niet is geconcretiseerd met een getal, is altijd in de vorm van “behoud” of “uitbreiding” van de omvang van het leefgebied en van “behoud” of “verbetering” van de kwaliteit van het leefgebied voor “behoud” of “uitbreiding” van de populatie. De aanduiding van de instandhoudingsdoelstelling van een vogelrichtlijnsoort waarbij het populatiedoel is geconcretiseerd met een getal is het doel in de vorm van “behoud” of “uitbreiding” van de omvang van het leefgebied en van “behoud” of “verbetering” van de kwaliteit van het leefgebied met een draagkracht voor een geconcretiseerde populatieomvang22. In deze formulering wordt er met de woorden “voor” of “met een draagkracht voor” een koppeling aangebracht tussen de doelcomponent leefgebied en de doelcomponent populatie. Dat heeft zijn oorzaak in het feit dat maatregelen in de regel aangrijpen op het leefgebied van de soort en niet op de soort zelf (het directe effect op het leefgebied werkt via het leefgebied indirect door op de soort). Dat laat echter onverlet dat ook de populatieomvang tot de instandhoudingsdoelstelling behoort en niet slechts van ondergeschikt of indicatief belang is.23
Het is in de aanwijzingsbesluiten gebruikelijk dat de instandhoudingsdoelstellingen voor vogels worden gekwantificeerd. Daarbij komt het behoudsniveau overeen met de gemiddelde actuele populatieomvang. Bij een eventueel uitbreidingsdoel wordt rekening gehouden met de historische ontwikkeling. De monitoringsmethode verschilt voor en na 2014 zodanig dat de historische ontwikkeling niet kan worden beoordeeld. De tellingen vanaf 2014 laten voorts grote verschillen zien tussen de jaren, zo blijkt uit de tabellen in bijlage B.1 en B.2. Omdat de tellingen slechts voor drie jaren beschikbaar zijn, is onzeker of de berekende gemiddelde seizoensmaxima representatief zijn voor een langere reeks van jaren. Daarom zijn deze gemiddelden niet overgenomen als kwantitatief doel voor de populatieomvang in de instandhoudingsdoelstellingen. Omdat het voor bepaalde toepassingen noodzakelijk is om de instandhoudingsdoelen kwantitatief te duiden, kunnen vooralsnog de gemiddelden uit bijlage B.1 en B.2 worden gehanteerd als referentie voor de behoudsdoelstellingen, totdat hiervoor nadere kennisgeving komt.
In bijlage B.3 van deze nota van toelichting is een overzicht opgenomen van alle gebiedsdoelstellingen per Natura 2000-waarde.
Voor de Natura 2000-gebieden zullen in beheerplannen instandhoudingsmaatregelen worden uitgewerkt die beantwoorden aan de gebiedsspecifieke ecologische vereisten van de betrokken natuurlijke habitats en (vogel)soorten.
Behoud en indien van toepassing herstel van:
de bijdrage van het Natura 2000-gebied aan de ecologische samenhang van Natura 2000 zowel binnen Nederland als binnen de Europese Unie.
de bijdrage van het Natura 2000-gebied aan de biologische diversiteit en aan de gunstige staat van instandhouding van natuurlijke habitats en soorten binnen de Europese Unie, die zijn opgenomen in bijlage I of bijlage II van de Habitatrichtlijn. Dit behelst de benodigde bijdrage van het gebied aan het streven naar een op landelijk niveau gunstige staat van instandhouding voor de habitattypen en de soorten waarvoor het gebied is aangewezen.
de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied, inclusief de samenhang van de structuur en functies van de habitattypen en van de soorten waarvoor het gebied is aangewezen.
de op het gebied van toepassing zijnde ecologische vereisten van de habitattypen en soorten waarvoor het gebied is aangewezen.
A016 | Jan-van-gent |
Doel | Behoud omvang en kwaliteit leefgebied voor behoud populatie. |
Toelichting | Het gebied Bruine Bank heeft een bijzondere functie binnen het verspreidingsgebied van de soort: het gebied wordt door de jan-van-gent gebuikt om in te foerageren tijdens de najaarstrek en de winter. De grootste aantallen zijn aanwezig gedurende de maanden augustus en november-januari. De instandhoudingsdoelstelling voor dit gebied volgt uit de landelijke doelstelling. |
A175 | Grote jager |
Doel | Behoud omvang en kwaliteit leefgebied voor behoud populatie. |
Toelichting | Het gebied Bruine Bank heeft een bijzondere functie binnen het verspreidingsgebied van de soort: het gebied wordt door de grote jager gebuikt om in te foerageren en te ruien tijdens de najaarstrek. De grootste aantallen zijn aanwezig in augustus. De instandhoudingsdoelstelling voor dit gebied volgt uit de landelijke doelstelling. |
A177 | Dwergmeeuw |
Doel | Behoud omvang en kwaliteit leefgebied voor behoud populatie. |
Toelichting | Het gebied Bruine Bank heeft een bijzondere functie binnen het verspreidingsgebied van de soort: het gebied wordt door de dwergmeeuw gebuikt om in te foerageren tijdens de najaarstrek. De grootste aantallen zijn aanwezig gedurende de maanden oktober-november. De instandhoudingsdoelstelling voor dit gebied volgt uit de landelijke doelstelling. |
A187 | Grote mantelmeeuw |
Doel | Behoud omvang en kwaliteit leefgebied voor behoud populatie. |
Toelichting | Het gebied Bruine Bank heeft een bijzondere functie binnen het verspreidingsgebied van de soort: het gebied wordt door de grote mantelmeeuw gebuikt om in te foerageren tijdens de najaarstrek en gedurende de wintermaanden. De grootste aantallen zijn aanwezig gedurende de maanden november-januari. De instandhoudingsdoelstelling voor dit gebied volgt uit de landelijke doelstelling. |
A199 | Zeekoet |
Doel | Behoud omvang en kwaliteit leefgebied voor behoud populatie. |
Toelichting | Het gebied Bruine Bank heeft een bijzondere functie binnen het verspreidingsgebied van de soort: het gebied wordt door de zeekoet gebuikt om in te foerageren. De grootste aantallen zijn aanwezig gedurende de wintermaanden november-februari. De instandhoudingsdoelstelling voor dit gebied volgt uit de landelijke doelstelling. |
A200 | Alk |
Doel | Behoud omvang en kwaliteit leefgebied voor behoud populatie. |
Toelichting | Het gebied Bruine Bank heeft een bijzondere functie binnen het verspreidingsgebied van de soort: het gebied wordt door de alk gebuikt om in te foerageren. De grootste aantallen zijn aanwezig gedurende de wintermaanden januari-maart. De instandhoudingsdoelstelling voor dit gebied volgt uit de landelijke doelstelling. |
Nadere onderbouwing van de selectie als Vogelrichtlijngebied en van de toewijzing van instandhoudingsdoelstellingen.
Het gebied dient aan ten minste één van de mariene IBA-criteria te voldoen en dat is het geval: de Bruine Bank voldoet aan twee criteria.
Het begrensde gebied24 van de Bruine Bank voldoet ten eerste aan het criterium dat er zich geregeld25 aantallen van minstens 20.000 watervogels of minstens 10.000 paar zeevogels ophouden van één of meerdere soorten; het betreft piekaantallen van gelijktijdig aanwezige zeevogels in de najaars- en winterperiode26.
Het begrensde gebied van de Bruine Bank voldoet ten tweede aan het criterium dat het geregeld27 voorkomt dat zich een aantal individuen van minstens 1% van de biogeografische populatie van een watervogelsoort verzamelt voor foerageren, ruien, rusten of andere functies. Het begrensde gebied bevat gemiddeld ca. 1 % van de Noordzeepopulatie van de alk en de zeekoet in de jaren 2014 tot 2017. Dit betekent dat het begrensde deelgebied alleen voor deze soorten kwalificeert voor het 1%-criterium.
Trekkende watervogelsoorten waarvoor het gebied aan de 1%-drempel voldoet
Soort | Art. 4 | Brva | Biogeogr. populatieb | 1% Biopopc | % in sbzd | Reeks van seizoenen |
A199 Zeekoet | 2 | nee | Noordzee | 15.620 | 1 | 2014-2015, 2015-2016, 2016-2017 |
A200 Alk | 2 | nee | Noordzee | 3.240 | 1 | 2014-2015, 2015-2016, 2016-2017 |
De kwalificatie betreft in het gebied niet-broedende vogels (indien ingevuld met "nee").
Biogeografische populatie waartoe de op het Nederlands continentaal plat pleisterende exemplaren van deze soort worden gerekend. Biogeografische populaties en drempelwaarden ontleend aan: Fijn, R.C. & J.W. de Jong, 2019. Vogelwaarden van een mogelijk Natura 2000-gebied Bruine Bank. Populatieschattingen van kwalificerende, begrenzende en niet-kwalificerende soorten binnen drie mogelijke gebiedsbegrenzingen. Bureau Waardenburg Rapportnr. 19-042. Bureau Waardenburg, Culemborg.
Drempelwaarde zijnde 1% van de betreffende biogeografische populatie.
Het gemiddelde aantal in het onderhavige gebied is uitgedrukt als percentage van de biogeografische populatie.
Berekend gemiddeld aantal op basis van drie seizoenen
Soort | Reeks van seizoenen | Geschat aantal individuen (seizoensmaximum) | Informatiebron |
A199 Zeekoet | 2014-2015 | 6.058 | Fijn, R.C. & J.W. de Jong 201928 |
A199 Zeekoet | 2015-2016 | 9.040 | Fijn, R.C. & J.W. de Jong 2019 |
A199 Zeekoet | 2016-2017 | 31.765 | Fijn, R.C. & J.W. de Jong 2019 |
Gemiddeld seizoensmaximum | 2014-2017 | 15.621 | |
Soort | Reeks van seizoenen | Geschat aantal individuen (seizoensmaximum) | Informatiebron |
A200 Alk | 2014-2015 | 2.913 | Fijn, R.C. & J.W. de Jong 2019)29 |
A200 Alk | 2015-2016 | 6.334 | Fijn, R.C. & J.W. de Jong 2019 |
A200 Alk | 2016-2017 | 3.672 | Fijn, R.C. & J.W. de Jong 2019 |
Gemiddeld seizoensmaximum | 2014-2017 | 4.306 |
Aan de selectiecriteria a, c en e van paragraaf 4.3 is niet voldaan:
alk en zeekoet zijn niet wereldwijd bedreigd30;
het gaat niet om een globale populatie, maar om een biogeografisch begrensde populatie: de Noordoost-Atlantische vogels en daarbinnen de Noordzeepopulatie31;
er zijn geen topografische kenmerken aanwezig die wijzen op een zogenaamde “bottleneck site”.
Bij de aanwijzing van een gebied wordt rekening gehouden met het voorkomen van niet-kwalificerende, maar wel in behoorlijke aantallen voorkomende andere trekvogelsoorten (tenminste 0,1% van de biogeografische populatie). De bescherming van de onder de Vogelrichtlijn aangewezen gebieden levert daarom ook een wezenlijke bijdrage aan de instandhouding van deze onder de werking van artikel 4, tweede lid, vallende trekvogels.
Soorten van Bijlage 1 Vogelrichtlijn en trekkende watervogelsoorten die in behoorlijke aantallen voorkomen
Soort | Art. 4 | Biogeogr. Populatiea | 1% Biopopa | 2014-2015b | 2015-2016 b | 2016-2017 b | Gem.b | % in sbzc | Bd |
A016 Jan-van-gent | 2 | Noordzee | 4.183 | 909 | 900 | 1.111 | 976 | 0,23 | X |
A175 Grote jager | 2 | Noordzee | 272 | 61 | 61 | 61 | 61 | 0,22 | X |
A177 Dwergmeeuw | 1 | West-Europese | 1.100 | 266 | 133 | 441 | 280 | 0,25 | X |
A187 Grote mantelmeeuw | 2 | West-Europese | 4.200 | 350 | 350 | 1.191 | 630 | 0,15 | X |
Biogeografische populatie waartoe de op het Nederlands continentaal plat pleisterende exemplaren van deze soort worden gerekend. Biogeografische populaties en drempelwaarde (1% van de biogeografische populatie) ontleend aan: Fijn, R.C. & J.W. de Jong, 2019. Vogelwaarden van een mogelijk Natura 2000-gebied Bruine Bank. Populatieschattingen van kwalificerende, begrenzende en niet-kwalificerende soorten binnen drie mogelijke gebiedsbegrenzingen. Bureau Waardenburg Rapportnr. 19-042. Bureau Waardenburg, Culemborg.
Seizoensmaximum tussen augustus en februari, uitgedrukt als aantal individuen. Ontleend aan Fijn & De Jong (2019).
Percentage van de biogeografische populatie.
B= of de soort in het gebied kwalificeert voor begrenzing. Het gemiddelde haalt de ondergrens voor begrenzing. De ondergrens is 0,1% van de biogeografische populatie.
In dit onderdeel wordt voor iedere Natura 2000-waarde waarvoor het onderhavige gebied is aangewezen, inzichtelijk gemaakt hoe de landelijke doelstelling32 is uitgewerkt in de Natura 2000-gebieden.
De landelijke doelstellingen vormen een kader voor de formulering van instandhoudingsdoelstellingen op gebiedsniveau. De gebiedsdoelen bij elkaar “opgeteld”, eventueel tezamen met een opgave buiten het Natura 2000-netwerk, hebben als som het landelijke doel. Gebiedsdoelstellingen die afwijken van de landelijke doelstelling, worden ook zoveel mogelijk gemotiveerd. In gevallen waarin motivering ontbreekt, is aanpassing nog in overweging in het kader van het besluit voor het betreffende gebied. De niet-broedvogelsoorten waarvoor zowel landelijk als in alle gebieden een behoudsopgave is gesteld, zijn samengevat in één tabel. In een aparte kolom is van elk gebied de relatieve bijdrage vermeld. Dit is de bijdrage van het gebied aan de landelijke instandhoudingsdoelstelling voor de soort. Het betreft het aandeel van de landelijke populatie dat (geregeld) in het gebied aanwezig is. Afhankelijk van de soort wordt dit afgemeten aan getelde aantallen (vogels, grote zoogdieren, sommige planten) of aantal bezette plekken of kilometerhokken. Bij broedvogels en niet-broedvogels wordt in de kolom “Populatie” tevens aangegeven of er sprake is van herstel dan wel uitbreiding (↑). In een aparte kolom is van elk gebied de relatieve bijdrage vermeld.
In het geval van vogelsoorten betreft de relatieve bijdrage het aandeel van (in dit geval) de Noordzee- of West-Europese populatie dat (geregeld) in het gebied aanwezig is. Afhankelijk van de soort wordt dit afgemeten aan getelde aantallen, aantal bezette plekken of kilometerhokken.
Er is gebruik gemaakt van de volgende klasse-indeling:
A1 = 15-30%, A2 = 30-50%, A3 = 50-75% en A4 = >75%
B1 = 2-6% en B2 = 6-15%
C = <2%
Landelijke doelstelling: behoud omvang en behoud kwaliteit leefgebied voor behoud populatie | |||||
Vogelsoort | Aantal gebieden | Landelijke doelstelling | Populatie Bruine Bank | Relatieve bijdrage* | Besluit |
A016 Jan-van-gent | 1 | behoud | behoud a | f, C | Conform ontwerp |
A175 Grote jager | 1 | behoud | behoud a | f, ru, C | Conform ontwerp |
A177 Dwergmeeuw | 5 | behoud | behoud a | f, C | Conform ontwerp |
A187 Grote mantelmeeuw | 1 | behoud | behoud a | f, C | Conform ontwerp |
A199 Zeekoet | 2 | behoud | behoud a | rufr, C | Conform ontwerp |
A200 Alk | 1 | behoud | behoud a | f, C | Conform ontwerp |
* Het gebied vervult hoofdzakelijk een foerageerfunctie (f), een rustfunctie (r), een ruifunctie (ru), of alle drie (rufr). Relatieve bijdrage is alleen berekend als het landelijke doel en het gebiedsdoel beide zijn gebaseerd op dezelfde waarde (óf seizoensmaximum óf seizoensgemiddelde).
LEGENDA: Artikel | Noemer |
Indicatief/exact | |
GIO-id33 | |
1, eerste lid | Vogelrichtlijngebied Bruine Bank |
Exact | |
/join/id/regdata/mnre1153/2026/N2000_BruineBank_VR/nld@2026‑06‑30 | |
2, tweede lid | Natura 2000-gebied Bruine Bank |
Exact | |
/join/id/regdata/mnre1153/2026/N2000_BruineBank_N2000/nld@2026‑06‑30 |
Dit besluit voorziet in een rectificatie van de genoemde coördinaten en oppervlakte van het Vogelrichtlijngebied Bruine Bank en het Natura 2000-gebied Bruine Bank.
Met dit besluit wordt de begrenzing van het Natura 2000-gebied Bruine Bank volgens het besluit van 24 november 2021 (kenmerk DGNVLG-M/2021-168|168 Bruine Bank) op de volgende punten gerectificeerd:
De westelijke begrenzing van het Natura 2000-gebied Bruine Bank sluit naadloos aan op de landsgrens met het Verenigd Koninkrijk, zoals in het aanwijzingsbesluit staat en ook op de kaart is te zien. De oorspronkelijke coördinaten vertoonden een kleine afwijking, waardoor er onbedoeld ruimte tussen of overlap met de landsgrens ontstond. Om dit te herstellen, worden de weergegeven coördinaten aangepast.
De oppervlakte is opnieuw berekend in het Europese coördinatenstelsel (ETRS89/LAEA Europe) en wordt op basis van advies van RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) en de Dienst der Hydrografie (Koninklijke Marine) en in aansluiting op andere lidstaten afgerond op 100 hectare (1 km2), omdat dit voldoende nauwkeurig is voor gebieden op zee.
Daarnaast zijn, naast de coördinaten van de hoekpunten van het gebied, ook tussenpunten op de grens van het gebied opgenomen. Dit is gedaan op basis van advies van het Kadaster en de Dienst der Hydrografie (Koninklijke Marine). Deze extra punten wijzigen niets aan de begrenzing of oppervlakte van het gebied, maar zorgen voor een meer nauwkeurige en eenduidige grens. Bij het tonen van een lange lijn op basis van twee coördinaten op de kaart, ontstaat namelijk een onbedoelde lichte kromming, wat voorkomen wordt door het opnemen van deze tussenpunten.
Dit besluit betreft de vaststelling van een nieuwe tekst van het geldende aanwijzingsbesluit voor het Habitatrichtlijngebied Bruine Bank en het Natura 2000-gebied Bruine Bank, maar nu gepubliceerd met behulp van de nieuwe digitale standaard voor officiële publicaties: de Standaard Officiële Publicaties (STOP). De vaststelling van de geconsolideerde tekst is enkel een redactionele aanpassing en brengt geen wijziging met enig rechtsgevolg met zich ten opzichte van het oorspronkelijke besluit. De reden voor de vaststelling van deze nieuwe tekst van het geldende aanwijzingsbesluit is, dat in het kader van de Omgevingswet wordt overgegaan op nieuwe digitale standaarden voor de vormgeving van besluiten.
Op de voorbereiding van dit besluit is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht op grond van artikel 16.25a van de Omgevingswet niet van toepassing, omdat de wijzigingen van ondergeschikte aard zijn. Het betreft geen wijzigingen die leiden tot een andere inhoudelijke reikwijdte dan het geldende aanwijzingsbesluit voor dit gebied: de begrenzing sluit naadloos aan op de landsgrenzen, en er is geen sprake van wijzigingen van instandhoudingsdoelstellingen. De tekst betreft een redactionele aanpassing met daarbij een wijziging in de coördinaten.
Het bezwaar kan alleen betrekking hebben op de wijziging van de coördinaten van de begrenzing en niet op de vaststelling van de geconsolideerde tekst, omdat die vaststelling alleen redactionele aanpassingen met zich brengt die geen zelfstandige rechtsgevolgen hebben ten opzichte van het geldende besluit. Belanghebbenden die bezwaar tegen de wijziging van de coördinaten hebben of die van mening zijn dat er bij de vaststelling van de geconsolideerde tekst wel sprake is van relevante wijzigingen en nieuwe rechtsgevolgen, kunnen evenwel met een bezwaarschrift eventuele bedenkingen tegen het besluit naar voren brengen en de beslissing op het bezwaarschrift in een beroepsprocedure door de bestuursrechter laten toetsen.
Dit betreft een geconsolideerde versie van Richtlijn 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979, inclusief wijzigingen die sindsdien op de richtlijn van toepassing zijn. Met uitzondering van de bijlagen en verwijzingen is de tekst van de richtlijn inhoudelijk niet gewijzigd. Terug naar link van noot.
Mijnbouwinstallatie: een mijnbouwwerk dat verankerd is in of aanwezig is boven de bodem van een oppervlaktewater. Wet van 31 oktober 2002, houdende regels met betrekking tot het onderzoek naar en het winnen van delfstoffen en met betrekking tot met de mijnbouw verwante activiteiten (Mijnbouwwet). Terug naar link van noot.
Ministerie van Economische Zaken, 2014/2021. Doelendocument mariene Natura 2000-gebieden, Den Haag. Terug naar link van noot.
Ministerie van Economische Zaken, 2014/2021. Doelendocument mariene Natura 2000-gebieden, Den Haag. Terug naar link van noot.
Ministerie van Economische Zaken, 2014/2015/2021. Natura 2000 profielendocumenten voor de mariene gebieden. www.rijksoverheid.nl/natura2000. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag. Terug naar link van noot.
Besluit grenzen Nederlandse exclusieve economische zone (Stb.2000,167). Terug naar link van noot.
Fijn, R.C. & J.W. de Jong, 2019. Vogelwaarden van een mogelijk Natura 2000-gebied Bruine Bank. Populatieschattingen van kwalificerende, begrenzende en niet-kwalificerende soorten binnen drie mogelijke gebiedsbegrenzingen. Bureau Waardenburg Rapportnr. 19-042. Bureau Waardenburg, Culemborg. Terug naar link van noot.
Anoniem, 2015. Nationaal waterplan 2016-2021. Ministerie van I&M & Ministerie van EZ, Den Haag. Terug naar link van noot.
Ministerie van Economische Zaken, 2014/2021. Doelendocument mariene Natura 2000-gebieden, Den Haag. Terug naar link van noot.
Voor de coördinaten is het coördinatensysteem in het World Geodetic System WGS84 gehanteerd. Terug naar link van noot.
De berekening van de oppervlakte heeft plaatsgevonden in het Europees Terrestrisch Referentiesysteem ETRS89/LAEA Europe. Terug naar link van noot.
European Committee, 2007. Guidelines for the establishment of the Natura 2000 network in the marine environment. Application of the Habitats-and Birds Directive. Appendix 2, lists of existing marine habitat types and species for different Member States, table 3: seabirds and waterbird species for witch SPAs should be considered. Terug naar link van noot.
http://www.iucnredlist.org. Terug naar link van noot.
Congregatory species volgens Langhammer er al (2007): soorten die in significante aantallen samenkomen op specifieke locaties en specifieke tijdstippen in hun levenscyclus voor foerageren, broeden en rusten gedurende de migratie (vertaling). Terug naar link van noot.
Bottleneck sites zijn sites waarvan de geografische positie betekent dat zeevogels erover vliegen over of moeten nemen in de loop van
reguliere migratie. Deze sites worden meestal bepaald door topografische kenmerken, zoals landtongen en zeestraten. Terug naar link van noot.
BirdLife International, 2010. Marine Important Bird Areas toolkit: page 40, rule box 11. Terug naar link van noot.
LNV, 2000. Nota van Antwoord Vogelrichtlijn, bijlage 1 selectie en begrenzing, bijlage 4 begrippen en definities. Terug naar link van noot.
Fijn, R.C. & J.W. de Jong, 2019. Vogelwaarden van een mogelijk Natura 2000-gebied Bruine Bank. Populatieschattingen van kwalificerende, begrenzende en niet-kwalificerende soorten binnen drie mogelijke gebiedsbegrenzingen. Bureau Waardenburg Rapportnr. 19-042. Bureau Waardenburg, Culemborg. Terug naar link van noot.
Geelhoed, S.C.V., O.G. Bos, D. Burggraaf, A.S. Couperus & S. Lagerveld, 2014. Verklarende factoren voor de verspreiding van alken en zeekoeten op de Bruine Bank - Project Aanvullende Beschermde Gebieden Noordzee. IMARES Rapport C133.14, hoofdstuk 7 conclusies, pagina 37. Terug naar link van noot.
Fijn, R.C. & J.W. de Jong, 2019. Vogelwaarden van een mogelijk Natura 2000-gebied Bruine Bank. Populatieschattingen van kwalificerende, begrenzende en niet-kwalificerende soorten binnen drie mogelijke gebiedsbegrenzingen. Bureau Waardenburg Rapportnr. 19-042. Bureau Waardenburg, Culemborg. Terug naar link van noot.
Bij niet-broedvogels wordt daarbij (voor zover bekend) onderscheid gemaakt tussen het leefgebied voor een foeragerende populatie en voor een slapende populatie, omdat de aantallen van die populaties verschillend zijn en omdat het leefgebied voor foerageren en slapen verschillend kan zijn. Terug naar link van noot.
Voor het vaststellen van de instandhoudingsdoelstellingen voor vogels is de volgende afrondingssystematiek gebruikt: 1-20 = niet afronden, 21-100 = afronden op vijftallen, 100-1.000 = afronden op tientallen, >1.000 = afronden op honderdtallen. Terug naar link van noot.
Uit jurisprudentie blijkt dat hierover misverstanden zijn gerezen. Aanleiding hiervoor was kennelijk de toelichting op pagina 63 van het Natura 2000 doelendocument (Ministerie van LNV, 2006), over de betekenis van de aantallen die voor vogels worden genoemd. Die toelichting wekte kennelijk (ten onrechte) de indruk dat de populatieomvang niet tot de instandhoudingsdoelstelling behoort. Terug naar link van noot.
Zie voor de gekozen begrenzing de paragrafen 3.3 en 3.4. Terug naar link van noot.
Gebieden bezocht door vogels uit meer dan een site of gedurende verschillende perioden (dat wil zeggen seizoen of jaar). Terug naar link van noot.
Fijn, R.C. & J.W. de Jong 2019. Vogelwaarden van een mogelijk Natura 2000-gebied Bruine Bank. Populatieschattingen van kwalificerende, begrenzende en niet-kwalificerende soorten binnen drie mogelijke gebiedsbegrenzingen. Bureau Waardenburg Rapportnr. 19-042. Bureau Waardenburg, Culemborg. Terug naar link van noot.
Het gemiddeld seizoensmaximum berekend over een reeks van minstens drie seizoenen is gelijk aan of overschrijdt de drempelwaarde van de betreffende soort. Terug naar link van noot.
Fijn, R.C. & J.W. de Jong 2019. Vogelwaarden van een mogelijk Natura 2000-gebied Bruine Bank. Populatieschattingen van kwalificerende, begrenzende en niet-kwalificerende soorten binnen drie mogelijke gebiedsbegrenzingen. Bureau Waardenburg Rapportnr. 19-042. Bureau Waardenburg, Culemborg. Terug naar link van noot.
Fijn, R.C. & J.W. de Jong 2019. Vogelwaarden van een mogelijk Natura 2000-gebied Bruine Bank. Populatieschattingen van kwalificerende, begrenzende en niet-kwalificerende soorten binnen drie mogelijke gebiedsbegrenzingen. Bureau Waardenburg Rapportnr. 19-042. Bureau Waardenburg, Culemborg. Terug naar link van noot.
http://www.iucnredlist.org. Rode-Lijstcategorie ‘least concern’. Terug naar link van noot.
Fijn, R.C. & J.W. de Jong 2019. Vogelwaarden van een mogelijk Natura 2000-gebied Bruine Bank. Populatieschattingen van kwalificerende, begrenzende en niet-kwalificerende soorten binnen drie mogelijke gebiedsbegrenzingen. Bureau Waardenburg Rapportnr. 19-042. Bureau Waardenburg, Culemborg. Terug naar link van noot.
De landelijke doelomschrijving in deze paragraaf beperkt zich in principe tot behoud/uitbreiding oppervlakte (of omvang leefgebied) en behoud/verbetering kwaliteit (leefgebied). Voor de volledige formulering van de landelijke doelen inclusief toelichting wordt verwezen naar het Doelendocument mariene Natura 2000-gebieden (2014/2021). Terug naar link van noot.
Het GML-bestand voor de werkingsgebieden is via Internet raadpleegbaar door de URL https://identifier.officielebekendmakingen.nl voor /join/.. te zetten (bijvoorbeeld https://identifier.officielebekendmakingen.nl/join/id/regdata/mnre1034/2019/or_waterkwaliteit/nld@2019‑11‑01). Terug naar link van noot.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-27289.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.