Overlaten besluitvorming over verplaatsen hoogspanningsmast 116 in hoogspanningsverbinding VVL – EOS, Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

DE STAATSSECRETARIS VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI,

overwegende:

  • dat TenneT TSO B.V. (hierna: TenneT) het voornemen heeft om vier hoogspanningsmasten (met mastnummer 116, 117, 118, en 119) in de hoogspanningsverbinding Vierverlaten – Eemshaven Oudeschip (VVL – EOS) te verplaatsen zodat het hoogspanningsstation Oostpolderweg 380/110 kV ingelust kan worden op eerdergenoemde verbinding.

  • dat het Rijk voor de besluitvorming inzake het verplaatsen van deze hoogspanningsmasten op grond van artikel 6.1, eerste lid, onder g van de Energiewet de projectprocedure volgt, als bedoeld in afdeling 5.2 van de Omgevingswet;

  • dat de projectprocedure, voor zover hier van belang, gelet op artikel 6.1, eerste lid, onder g, van de Energiewet, met zich brengt dat voor het hiervoor bedoelde project een projectbesluit kan worden vastgesteld door de Minister van Klimaat en Groene Groei (hierna: KGG)1 in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (hierna: VRO);

  • dat de Minister van KGG, in afwijking van het voorgaande, op grond van artikel 6.1, derde lid, Energiewet kan besluiten geen projectbesluit vast te stellen als naar zijn oordeel besluitvorming door een bestuursorgaan van de provincie of gemeente het project kan versnellen of daaraan anderszins aanmerkelijke voordelen zijn verbonden, en het college van gedeputeerde staten van de betreffende provincie respectievelijk het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente daarmee instemmen;

  • dat deze situatie zich bij dit project voordoet, wanneer het bevoegd gezag voor het verplaatsen van hoogspanningsmast met mastnummer 116 niet bij de gemeente zou liggen. Omdat dit betekent dat het meer tijd kost om de planologische procedures te doorlopen, waardoor pas later kan worden overgegaan tot het verplaatsen van de hoogspanningsmasten en dus het inlussen van het hoogspanningsstation, hetgeen negatieve gevolgen heeft voor de capaciteit van TenneT;

  • dat er ook geen bijzondere belemmeringen zijn die in de weg staan aan een voorspoedig verloop van de benodigde besluitvorming voor het verplaatsen van hoogspanningsmast met mastnummer 116, zonder dat de projectprocedure door het Rijk wordt toegepast;

  • dat, gelet op het voorgaande, TenneT bij mail van 26 mei 2026 de Staatssecretaris van KGG heeft verzocht af te zien van het vaststellen van een Rijksprojectbesluit;

  • dat ter voorbereiding van het besluit om af te zien van het vaststellen van een Rijksprojectbesluit, de gemeente Het Hogeland en de provincie Groningen zijn gehoord over dit voornemen;

  • dat de provincie Groningen heeft aangegeven te kunnen instemmen met het voornemen om de projectprocedure buiten toepassing te verklaren waardoor de gemeente Het Hogeland de verplaatsing van hoogspanningsmast met mastnummer 116 ruimtelijk kan inpassen;

  • dat de gemeente Het Hogeland bij brief van 2 juli 2026 heeft aangegeven te kunnen instemmen met het voornemen en heeft aangegeven zich te zullen inspannen om de verplaatsing van hoogspanningsmast met mastnummer 116 planologisch mogelijk te maken.

Gelet op:

Artikel 6.1, derde lid, van de Energiewet

Besluit:

Artikel 1

Inzake de verplaatsing van hoogspanningsmast met mastnummer 116 van de hoogspanningsverbinding VVL – EOS gelegen in de gemeente Het Hogeland wordt geen Rijksprojectbesluit vastgesteld. Tevens is op de besluitvorming door de gemeente Het Hogeland over de ruimtelijke inpassing van hoogspanningsmast met mastnummer 116, artikel 16.2 van de planregels uit Rijksinpassingsplan Noord-West 380 kV EOS- VVL niet van toepassing.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na die waarop het bekend is gemaakt. Dit besluit wordt bekendgemaakt door plaatsing in de Staatscourant.

Tevens wordt van dit besluit mededeling gedaan door toezending aan de initiatiefnemer en door toezending aan het bestuursorgaan waaraan besluitvorming wordt overgelaten.

De Staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei, namens deze: T.W.G.M.M. Albers, MT-lid directie Realisatie Energietransitie

Tegen dit besluit staat geen bezwaar of beroep open (artikel 8.5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met artikel 1 van hoofdstuk 1 van bijlage 2 bij deze zelfde wet).


X Noot
1

Op grond van artikel 1, onder a, van het en Groene Groei 2026 (Staatscourant 2026, nr. 11297) wordt deze bevoegdheid uitgeoefend door de Staassecretaris van Klimaat en Groene Groei


X Noot
1

Op grond van artikel 1, onder a, van het en Groene Groei 2026 (Staatscourant 2026, nr. 11297) wordt deze bevoegdheid uitgeoefend door de Staassecretaris van Klimaat en Groene Groei

Naar boven