Besluit van de directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit van het Ministerie van Financiën van 21 juli 2026, houdende verlening van ondermandaat, ondermachtiging en ondervolmacht ten behoeve van de handhaving van de Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies

De directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit van het Ministerie van Financiën,

Gelet op artikel 2, derde lid, en artikel 3, derde lid, van het Mandaatbesluit bestuursrechtelijke handhaving Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies;

Besluit:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. de UBO Teams:

Team 1 en Team 2 van de Afdeling UBO & EH van de Dienst Financieel-Economische Integriteit van het Ministerie van Financiën;

b. de wet:

Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies.

Artikel 2

Aan de medewerkers van de UBO Teams wordt ondermandaat en ondermachtiging verleend voor de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 22, 23 en 23a van de wet.

Artikel 3

Aan de medewerkers van de UBO Teams wordt ondermachtiging verleend tot het verkrijgen van de toegang, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, van de wet juncto artikel 6, onderdeel b, van het Implementatiebesluit registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies, alsmede ondervolmacht voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen die verband houden met die toegang.

Artikel 4

Aan de medewerkers van de UBO Teams wordt ondermandaat verleend voor het nemen van besluiten in het kader van de invordering van verbeurde dwangsommen of opgelegde boetes die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 22 en 23 van de wet, met uitzondering van het in rekening brengen van een vergoeding voor een aanmaning.

Artikel 5

Aan de medewerkers van de UBO Teams wordt ondervolmacht verleend voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen die verband houden met de invordering van verbeurde dwangsommen of opgelegde boetes die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 22 en 23 van de wet.

Artikel 6

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 13 juli 2026.

De directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit, C. Kokje-Springvloed

Naar boven