Verkeersbesluit instellen inhaalverbod vrachtwagens en maximumsnelheid op rijksweg A9 te Amstelveen

Logo Rijkswaterstaat - Dienst Noord-Holland

RWS2026-17221

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

 

Bevoegdheid:

Op grond van artikel 18, eerste lid, onder a, van de Wegenverkeerswet 1994 is Onze Minister bevoegd dit verkeersbesluit te nemen. Het betreft namelijk verkeer op wegen onder beheer van het Rijk.

 

Overwegingen ten aanzien van het besluit

 

Op grond van artikel 15 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor de plaatsing van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer opgenomen verkeerstekens, evenals voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd.

Inleiding

Maatregel betreft het toepassen van een inhaalverbod voor vrachtverkeer en een maximumsnelheid van 90 km/ uur in de Verdiepte Ligging in de A9 bij Amstelveen in beide richtingen. Hiervoor zijn diverse aanpassingen benodigd. De benodigde verkeersborden voor het inhaalverbod voor vrachtverkeer en de maximum snelheid zijn opgenomen in de faseringsontwerpen/ -tekeningen voor de weekenden 30 en 37 van 2026. In het weekend van week 30 (24 – 27 juli 2026) wordt de A9 HRR omgelegd naar de Verdiepte Ligging. Vanaf maandag 27 juli 05:00 uur geldt op dit traject – voor exacte locatie maatregel zie onderstaande locatie aanduiding – het inhaalverbod voor vrachtverkeer en een maximum snelheid van 90 km/ uur. In het weekend van week 37 (11 – 14 september 2026) wordt de A9 HRL omgelegd naar de Verdiepte Ligging. Vanaf maandag 14 september 05:00 uur geldt ook op dit traject – voor exacte locatie maatregel zie onderstaande locatie aanduiding – het inhaalverbod voor vrachtverkeer en een maximumsnelheid van 90 km/ uur

Toelichting

Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden aan de zuidzijde van de Verdiepte Ligging van de A9 (periode 2026-2028) wordt het verkeer afgewikkeld via een zogenoemde 6-0-fasering in de noordzijde van de Verdiepte Ligging. Hierbij worden beide rijrichtingen tijdelijk ondergebracht binnen een beperkte beschikbare ruimte. Deze ruimte wordt bij het gereedkomen van het project gebruikt voor de nieuwe A9 hoofdrijbaan Rechts. De tijdelijke 6-0-fasering kenmerkt zich door versmalde rijstroken, beperkte uitwijkmogelijkheden en een beperkte afstand tussen het verkeer en de tijdelijke bouwkuipen. In deze situatie kunnen inhaalmanoeuvres door vrachtverkeer leiden tot onwenselijke situaties, waaronder:  een grotere kans op zijdelingse conflicten en aanrijdingen door de beperkte breedte en vetergang;  een verhoogd risico op incidenten met gevolgen voor de bereikbaarheid (van hulpdiensten);  bij file in de tijdelijke situatie van de Verdiepte Ligging is er zonder inhaalverbod geen doorgang voor hulpdiensten o.b.v. branpolance mogelijk vanwege de beperkte breedte van de rijstroken – CROW 90 km/uur voorkeursprofiel;  een grotere belasting van de beschikbare verkeersruimte binnen de tijdelijke situatie. Het instellen van een inhaalverbod voor vrachtverkeer en het verlagen van de maximumsnelheid verkleint risico’s i.r.t. de versmalde tijdelijke wegsituatie en de constructieve veiligheid van de tijdelijke bouwkuipen aan de zuidzijde van de rijbanen. Dit verbetert ook de doorstroming voor hulpdiensten. Om deze redenen wordt het noodzakelijk geacht een inhaalverbod voor vrachtverkeer en een snelheidsverlaging in te stellen ter plaatse van de verdiepte ligging gedurende de periode waarin de 6-0-fasering van kracht is. Het voorkomen van inhaalmanoeuvres door vrachtverkeer zorgt voor een rustiger en beter voorspelbaar verkeersbeeld, waardoor de verkeersveiligheid en de doorstroming worden verbeterd

  • .

Genoemde maatregelen zijn noodzakelijk vanuit het oogpunt van:

1. Het verzekeren van de veiligheid op de weg; 2. Het beschermen van de weggebruikers en passagiers; 3. Het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan; 4. Het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer; 5. Het bieden van een veilige werkomgeving voor de wegwerkers. De belangen van Rijkswaterstaat, te weten het beschermen van het waterstaatswerk en het verzekeren van het doelmatig en veilig gebruik van dat werk, zijn voldoende gewaarborgd. De belangen van derden worden met het instellen van een inhaalverbod en een maximumsnelheid, voor zover bekend, niet geschaad.

 

Zoals is bepaald in artikel 24 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer is er overleg geweest met de korpschef van het betrokken regionale politiekorps namens deze de verkeersadviseurs van de Politie in Noord-Holland.

 

BESLUIT

Gezien voorgaande overwegingen is Onze Minister tot het besluit gekomen om:

Door middel van plaatsing (en verwijdering) van de verkeersborden F3 (inhaalverbod voor vrachtwagens om motorvoertuigen in te halen) en F4 (einde verbod voor vrachtwagens om motorvoertuigen in te halen) van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met ingang van 27 juli 2026 op de rijksweg A9 hoofdrijbaan rechts tussen hm 26.000 en 28.800 en met ingang van 14 september 2026 op de hoofdrijbaan links tussen hm 30.100 en 24.950 een inhaalverbod voor vrachtwagens om motorvoertuigen in te halen, in te stellen.

Door middel van plaatsing (en verwijdering) van de verkeersborden A01-90 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met ingang van 27 juli 2026 op de rijksweg A9 hoofdrijbaan rechts tussen hm 26.000 en 30.050 en met ingang van 14 september 2026 op de hoofdrijbaan links tussen hm 30.100 en 24.950 een maximumsnelheid van 90 km/ uur in te stellen.

Haarlem 16 juli 2026

DE MINISTER VAN INFASRUCTUUR EN WATERSTAAT

Namens deze,

Het hoofd van de afdeling Vergunningverlening van Rijkswaterstaat West-Nederland Noord

Marjan van Giezen

Mededelingen

Bezwaar- of beroepsclausule

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan tegen dit besluit binnen zes weken na dag van bekendmaking bezwaar worden gemaakt. Het bezwaarschrift moet gericht worden aan: de Minister van Infrastructuur en Waterstaat en worden gezonden aan de hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat West-Nederland Noord, Postbus 2232, 3500 GE te Utrecht.

Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en het volgende te bevatten:

  • a.

    naam en adres van de indiener;

  • b.

    de dagtekening;

  • c.

    een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

  • d.

    de gronden van het bezwaar.

Daarnaast kan een verzoek om voorlopige voorziening worden ingediend bij de Voorzieningenrechter van de Arrondissementsrechtbank binnen het rechtsgebied waarin de indiener van het bezwaarschrift zijn woonplaats heeft. Voor het verzoek zal griffierecht worden geheven.

Naar boven