Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur | Staatscourant 2026, 26770 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur | Staatscourant 2026, 26770 | ander besluit van algemene strekking |
De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,
handelende in overeenstemming met de Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
Gelet op artikel 38 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden en artikel 53 van de Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europese Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen nr. 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (PbEU 2009, L 309);
BESLUIT:
Tijdelijke vrijstelling als bedoeld in artikel 38 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden en artikel 53 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 wordt verleend voor het gebruik van Movento voor de beheersing van groene slaluis (Nasanovia ribisnigri) in de onbedekte teelt van sla.
Aan de vrijstelling bedoeld in artikel 1 zijn de in de bijlage bij dit besluit opgenomen voorschriften en beperkingen verbonden.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, S.P.A. Erkens
Bezwaar
Als u het niet eens bent met deze beslissing, kunt u binnen zes weken na dagtekening van dit besluit digitaal of schriftelijk een bezwaarschrift indienen.
Een digitaal bezwaarschrift kunt u indienen via ‘mijn.rvo.nl’. Om in te loggen heeft u uw gebruikerscode en wachtwoord nodig, voor de ondertekening een TAN-code. Bij een digitaal bezwaarschrift stuurt u een kopie van dit besluit mee als pdf-bestand of u stuurt een kopie per post na.
Als u schriftelijk bezwaar wilt maken, stuurt u het ondertekende bezwaarschrift naar de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, afdeling Juridische Zaken, Postbus 40219, 8004 DE Zwolle. Bij een schriftelijk bezwaar stuurt u een kopie van dit besluit mee met uw bezwaarschrift.
Op mijn.rvo.nl/bezwaar vindt u meer belangrijke informatie over het digitaal en schriftelijk indienen van een bezwaarschrift.
Meer informatie
Heeft u nog vragen over uw bezwaarschrift, kijk dan op de website: mijn.rvo.nl. of bel: 088 042 42 42 (lokaal tarief).
Het middel is uitsluitend toegelaten als insectenbestrijdingsmiddel voor het professionele gebruik in het volgende toepassingsgebied (volgens Definitielijst toepassingsgebieden versie 2.2 Ctgb juni 2019) onder de hierna vermelde toepassingsvoorwaarden.
|
Toepassingsgebied |
Type toepassing |
Te bestrijden organisme |
Dosering middel per toepassing |
Maximale dosering middel per toepassing |
Maximaal aantal toepassingen per 12 maanden |
Maximaal aantal liter middel per ha per 12 maanden |
Minimum interval tussen toepassingen in dagen |
Veiligheidstermijn in dagen |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
Sla, Lactuca spp. (onbedekte teelt) |
Gewasbehandeling |
Bladluis1 |
0,5 L/ha |
0,5 L/ha |
2 |
1 L/ha |
14 |
7 |
De koop van dit middel, voor gebruik in overeenstemming met dit vrijstellingsbesluit, is verboden tenzij deze plaats vindt onder gecontroleerde distributie middels het digitale registratiesysteem van de Stichting Certificatie Distributie in Gewasbeschermingsmiddelen, Stichting CDG.
De koper verstrekt bij de melding:
a) De bij de gecombineerde opgave aangemelde percelen waar hij het product wil toepassen, waarbij het systeem controleert of het perceel aangemeld is om het gewas waarvoor een vrijstelling is afgegeven te telen.
b) Een verklaring dat de te behandelen percelen beschikken over een teeltvrije zone van tenminste
• 125 centimeter bij het gebruik van een techniek uit de klasse DRT97,5;
• 225 centimeter bij het gebruik van een techniek uit de klasse DRT95;
• of 275 centimeter bij het gebruik van een techniek uit de klasse DRT90.
c) Voor de controle door de distributeur dat de koper kan voldoen aan de in dit Wettelijk Gebruiksvoorschrift (WG) gestelde eisen ten aanzien van driftreductie.
1. Het SKL1 keuringsrapport van de te gebruiken spuitapparatuur niet ouder dan 3 jaar of
2. voor spuitapparatuur niet ouder dan 3 jaar het aanschafbewijs.
d) Een verklaring dat hij kennis heeft genomen van, en voldoet aan de voorwaarden in dit besluit.
Het is verboden om dit middel voorhanden te hebben voor gebruik in de teelt van sla of in die teelt te gebruiken zonder aan de eisen te voldoen genoemd onder artikel 1.
Het is verboden dit middel te verkopen voor gebruik in de teelt van sla aan een koper die niet aantoont dat hij voldoet aan de eisen genoemd onder artikel 1. Verkoop vindt plaats volgens het regime van gecontroleerde distributie van de Stichting CDG.
Gevaarlijk voor bijen. Om de bijen en andere bestuivende insecten te beschermen mag u dit product niet gebruiken op in bloei staande gewassen of op niet-bloeiende gewassen wanneer deze actief bezocht worden door bijen en hommels. Gebruik dit product niet in de buurt van in bloei staand onkruid.
Om niet tot de doelsoorten behorende insecten/geleedpotigen, bijen en andere bestuivende insecten te beschermen is toepassing van dit middel uitsluitend toegestaan indien op het gehele perceel gebruik gemaakt wordt van een van de volgende maatregelen:
– een techniek uit tenminste de klasse DRT97,5 in combinatie met een teeltvrije zone van tenminste 125 centimeter (gemeten vanaf het midden van de laatste gewasrij of de laatste plant in de rij tot aan de perceelgrens), of
– een techniek uit tenminste de klasse DRT95 in combinatie met een teeltvrije zone van tenminste 225 centimeter (gemeten vanaf het midden van de laatste gewasrij of de laatste plant in de rij tot aan de perceelgrens), of
– een techniek uit tenminste de klasse DRT90 in combinatie met een teeltvrije zone van tenminste 275 centimeter (gemeten vanaf het midden van de laatste gewasrij of de laatste plant in de rij tot aan de perceelgrens).
In de teelt van sla het middel toepassen vanaf BBCH 30 (rozetgroei bij niet kropvormende sla) of BBCH 40 (kropvorming bij kropsla).
Om niet tot de doelgroep behorende geleedpotigen te beschermen is toepassing niet toegestaan na 1 augustus.
Dit middel bevat de werkzame stof spirotetramat. Spirotetramat behoort tot de acetyl CoA carboxylase remmers. De IRAC code is 23. Bij dit product bestaat er kans op resistentieontwikkeling. In het kader van resistentiemanagement dient u de adviezen die gegeven worden in de voorlichtingsboodschappen, op te volgen.
Artikel 53 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europese Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen nr. 79/117/EEG en nr. 91/414/EEG van de Raad (PbEU 2009, L 309) (hierna: Verordening (EG) nr. 1107/2009) en artikel 38 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb) maken het mogelijk in bijzondere omstandigheden tijdelijke vrijstelling te verlenen van het verbod om een niet toegelaten gewasbeschermingsmiddel binnen Nederland te brengen, op de markt te brengen, voorhanden te hebben of te gebruiken.
Tijdelijke vrijstelling kan worden verleend als een maatregel nodig blijkt voor een gecontroleerd en beperkt gebruik ter beheersing van een noodsituatie die op geen enkele andere redelijke manier te bestrijden is.
De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft een landbouwkundig advies opgesteld bestaande uit (a) een onderbouwing van de noodsituatie op het gebied van gewasbescherming en (b) een advies over de naleefbaarheid en handhaafbaarheid van de door het Ctgb voorgeschreven risico reducerende maatregelen / restrictiezinnen.
Bijzondere omstandigheden
Middelen op basis van de werkzame stof spirotetramat waren tot voor kort beschikbaar voor de beheersing van groene slaluis in de onbedekte productieteelt van sla. De werkzame stof spirotetramat is vanaf 30 april 2024 niet langer goedgekeurd in de Europese Unie. De middelen op basis van spirotetramat hadden in Nederland een opgebruiktermijn tot 30 oktober 2025.
Op 11 november 2022 heeft het Ctgb de intrekking van de toelating van de middelen op basis van spirotetramat bekend gemaakt. Om voor een transitievrijstelling in aanmerking te komen, moet een plan van aanpak zicht bieden op het realiseren van een oplossing binnen vijf jaar na deze datum (november 2027).
Voor 2026 en 2027 heeft de aanvrager voor deze transitievrijstelling een plan van aanpak opgesteld om groene slaluis te beheersen in slateelt. In dit plan worden bouwstenen benoemd om te komen tot een nieuw teeltsysteem. De sector heeft hiervoor verschillende onderzoeksprogramma’s aangedragen. Deze onderzoeken richten zich op resistente rassen, toepassen van afdekking, verstoren en afweren, monitoring van bladluizen, sturen op nitraatgehalte, inzet en/of stimuleren van predatoren en verbetering van de spuittechniek. Verder wordt ingezet op toelatingen van gerichte toepassingen van systemische insecticiden in de bedekte opkweek van sla. Al deze maatregelen moeten bouwstenen vormen voor een geïntegreerde aanpak voor de beheersing van groene slaluis in de onbedekte teelt van sla.
De genoemde alternatieven zijn in lijn zijn met de doelstelling van het Uitvoeringsprogramma Toekomstvisie Gewasbescherming 2030 en dragen bij aan de verduurzaming van het Nederlandse gewasbeschermingsmiddelenpakket. De NVWA constateert dat het plan van aanpak ambitieus is om binnen de gestelde termijn een structurele oplossing te realiseren. Concreet betekent het dat eind 2026 een geïntegreerde aanpak voor de groene sla luis in de onbedekte teelt van sla gereed moet zijn om in 2027 te kunnen toetsen in de praktijk.
Gevaar
In de onbedekte productieteelt van sla zorgt groene slaluis zowel voor kwantitatieve als kwalitatieve schade. De aanwezigheid van luizen in het marktbare deel van verschillende sla soorten leidt tot kwalitatieve schade. Voor marktpartijen en consumenten is aanwezigheid van bladluizen in sla onwenselijk en kan leiden tot afkeuringen. Verder leidt een luisaantasting in sla tot minder opbrengst en meer uitval van planten.
Alternatieven
Maatregelen
Het telen van resistente rassen levert een belangrijke bijdrage aan het beheersen van de groene slaluis. Er zijn slarassen beschikbaar met een resistentie tegen groene slaluis biotype 0. Deze rassen zijn niet resistent tegen biotype 1. Sinds kort zijn er twee ijsbergslarassen beschikbaar met resistentie tegen biotype 0 en biotype 1. In andere slatypen is deze resistentie nog niet beschikbaar. Het is belangrijk om resistente rassen te combineren met andere beheersingsmethoden en middelen in een weerbaar teeltsysteem om de kans op het ontwikkelen van een nieuw virulent biotype te beperken.
Een aangepast bemestingsniveau kan bijdragen aan de verminderde gevoeligheid van sla voor bladluizen. Een praktijkgericht advies is nog niet beschikbaar en vraagt nader onderzoek.
Er wordt gewerkt aan een waarschuwingsmodel om bladluizen in de onbedekte productieteelt van sla te kunnen voorspellen, maar dit is de komende jaren nog niet beschikbaar.
Biologische bestrijders: in de PPS Duurzame gewasbescherming van bladgewassen 2020–2023 is een eerste oriënterende proef gedaan waaruit nog geen goede conclusies kunnen worden getrokken.
Voor sla die bestemd is voor de snijderij biedt het wegspoelen van de aanwezige luis tijdens de bewerking perspectief.
Toegelaten gewasbeschermingsmiddelen en goedgekeurde basisstoffen
Het middel op basis van flupyradifuron is toegelaten in de onbedekte teelt van sla tegen bladluis waaronder de groene slaluis. Het middel mag worden toegepast in de aangevraagde vrijstellingsperiode. Vóór kropvorming van de sla mag dit middel 1 keer per 24 maanden worden toegepast en bij een toepassing na kropvorming geldt 1 toepassing per 12 maanden. Het middel heeft contactwerking, is systemisch en werkt translaminair.
Een middel op basis van pirimicarb is in de onbedekte teelt van sla toegelaten tegen bladluis. De toelating vervalt per 15 maart 2026, met een aflevertermijn tot 15 september en een opgebruiktermijn tot 31 december 2026. Het middel mag worden toegepast in de aangevraagde vrijstellingsperiode, maximaal 2 keer per 12 maanden. Het middel heeft contactwerking, dampwerking en werkt translaminair.
Middelen op basis van vetzuren C8-C18 en C18 onverzadigde en kaliumzouten zijn toegelaten in bladgroenten als gewasbehandeling en de werkzaamheid is getoetst op bladluis (Aphididae) met uitzondering van groene slaluis (Nasonovia ribisnigri). Deze middelen mogen worden toegepast in de aangevraagde vrijstellingsperiode met een frequentie van 5 toepassingen per 12 maanden. Deze middelen hebben alleen contactwerking.
Een middel op basis van maltodextrine is toegelaten de onbedekte teelt van sla tegen spint en wittevlieg. In de onbedekte teelt van sla mag het vijf keer per teeltcyclus worden toegepast. Dit contactmiddel heeft een nevenwerking tegen bladluizen.
Middelen op basis van deltamethrin zijn in de onbedekte teelt van sla toegelaten tegen rupsen. Deze middelen met een nevenwerking op bladluizen en mogen worden toegepast in de aangevraagde vrijstellingsperiode. Het aantal toepassingen is maximaal 2 per 12 maanden. Deze middelen hebben contactwerking.
Het middel op basis van cyantraniliprole is in de onbedekte teelt van sla toegelaten tegen rupsen. Dit middel heeft een nevenwerking op bladluizen en mag worden toegepast in de aangevraagde vrijstellingsperiode. Het mag 1 keer per 2 jaar worden toegepast. Het middel heeft contactwerking en werkt translaminair.
Urtica spp. (brandnetel extract) is goedgekeurd als basisstof tegen bladluizen in sla. Het mag worden toegepast in de aangevraagde vrijstellingsperiode. Bij een frequente toepassing in de teelt van sla blijkt de werking echter onvoldoende werkzaam te zijn op bladluizen.
Het beschikbare maatregelen- en middelenpakket is onvoldoende voor de beheersing van groene slaluis in de onbedekte teelt van sla. De komst van nieuwe resistente rassen van ijsbergsla biedt een oplossing voor een deel van de slateelt. Het aantal toepassingen van systemische middelen tegen de groene slaluis is echter onvoldoende voor meerdere teeltrondes van de diverse sla-soorten op hetzelfde perceel. Daarnaast zijn er contactmiddelen beschikbaar maar de groene slaluis is in het hart van de krop moeilijk te raken.
Conclusie
De NVWA komt tot de volgende conclusies:
• De aanvraag voldoet aan de voorwaarden van bijzondere omstandigheden;
• Groene slaluis vormt een bedreiging voor een landbouwtechnisch doelmatige onbedekte teelt van sla in Nederland;
• Een landbouwtechnisch doelmatige onbedekte teelt van sla is met het beschikbare pakket aan middelen en maatregelen niet mogelijk.
Vrijstelling conform artikel 38 Wgb, van Movento in de onbedekte teelt van sla voldoet aan de criteria voor een noodsituatie op het gebied van gewasbescherming.
Naleefbaarheid
De NVWA toets de naleefbaarheid van de bovengenoemde toepassingsvoorwaarden in de praktijk aan de technische naleefbaarheid, de naleefcijfers (toezicht) en de ingeschatte motivatie voor naleving. De technische naleefbaarheid richt zich op de beschikbaarheid van de juiste apparatuur, het praktisch kunnen voldoen aan aanvullende voorwaarden zoals teeltvrije zones en insectengaas en de mogelijkheid om toepassingsvoorwaarden op de juiste wijze toe te kunnen toepassen.
De aanvrager schat in dat 90% van de telers, en hiermee 90% van het areaal, kan voldoen aan de voorwaarde DRT97,5 met een teeltvrije zone van tenminste 125 cm. Ook schat de aanvrager in dat de overige telers, 10%, kunnen voldoen aan DRT95 met een teeltvrije zone van 225 cm.
Deze inschatting van de aanvrager acht de NVWA een overschatting gezien de beschikbaarheid van de techniek DRT97,5 met een teeltvrije zone van tenminste 125 cm. De voorgestelde risico-reducerende voorwaarde hebben een bredere teeltvrije zone dan de voorwaarden voor Movento in sla die geldig waren tot 30 oktober 2025.
De NVWA voert bedrijfsinspecties en toepassingsinspecties uit. Bij bedrijfsinspecties worden een fysieke en administratieve controle uitgevoerd en wordt een gewasmonster genomen. Toepassingsinspecties worden tijdens het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen uitgevoerd (heterdaad in het veld). In 2023 was bij de bedrijfsinspecties de naleving in sla 70%.
Of een teler de voorgeschreven voorwaarden zal naleven, is naar verwachting afhankelijk van de mate waarin een ziekte, plaag of onkruid beheerst kan worden en de economische schade die het mogelijk tot gevolg heeft. Er zijn diverse aspecten die het gedrag van de teler beïnvloeden, zoals de verwachte omvang van de economische schade, ‘gemak’, werkzaamheid of kosten. Om deze redenen zal een deel van de telers die niet aan de toepassingsvoorwaarden kan voldoen toch het middel inzetten.
De aanvrager geeft aan dat de infectiedruk van groene slaluis het hoogst is in augustus. Het Ctgb heeft de toepassingsperiode beperkt, waardoor het gebruik van Movento in sla na 1 augustus niet is toegestaan. Bij een zware plaagdruk na 1 augustus zal de teler besluiten Movento in te zetten om schade te voorkomen ondanks de beperking van de toepassingsperiode.
De NVWA schat in dat de naleefbaarheid van de voorgestelde toepassingsvoorwaarden door de teler laag is.
Handhaafbaarheid
Het gebruik van Movento is via monstername van het gewas en analyse in een lab vast te stellen. De aanwezigheid/beschikbaarheid van de vereiste spuittechniek bij een teler is vast te stellen, echter het gebruik daarvan is alleen bij heterdaad vast te stellen. De mogelijkheid om de vereiste combinatie van voorwaarden te voldoen kan bij inspectie van het perceel worden vastgesteld.
De voorwaarden voor het toepassen van Movento vanaf BBCH 30 of BBCH 40, kan enkel bij heterdaad tijdens het toepassen op het perceel worden vastgesteld. De voorwaarden voor de toepassingsperiode, niet na 1 augustus, is niet via monstername van het gewas vast te stellen.
De NVWA schat in dat de mogelijkheid voor het uitoefenen van toezicht (handhaafbaarheid) slecht is.
Conclusie
De NVWA concludeert dat de naleefbaarheid en handhaafbaarheid van de toepassingsvoorwaarden slecht is. Het niet naleven van wet- en regelgeving leidt tot risico’s voor mens, dier en milieu.
Advies NVWA
Op basis van de beoordeling van de noodsituatie (bijzondere omstandigheden, gevaar voor de teelt en beschikbare alternatieven voor de teelt) en de verwachte naleefbaarheid en handhaafbaarheid adviseert de NVWA een vrijstelling van het gewasbeschermingsmiddel Movento in de onbedekte teelt van sla niet te verlenen. Indien voor het gewasbeschermingsmiddel Movento een vrijstelling wordt verleend, adviseert NVWA nadrukkelijk om het middel enkel onder gecontroleerde distributie te laten leveren.
Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) heeft een advies opgesteld waarin de vraag wordt beantwoord of er sprake is van aanvaardbare risico’s.
Humane toxiciteit
Voldoet aan de eisen.
Volksgezondheid
Voldoet aan de eisen.
Gedrag in het milieu
Voldoet aan de eisen.
Ecotoxiciteit
Voldoet aan de eisen met inachtneming van de volgende risicoreducerende maatregelen/ restrictiezinnen:
Gevaarlijk voor bijen. Om de bijen en andere bestuivende insecten te beschermen mag u dit product niet gebruiken op in bloei staande gewassen of op niet-bloeiende gewassen wanneer deze actief bezocht worden door bijen en hommels. Gebruik dit product niet in de buurt van in bloei staand onkruid.
Om niet tot de doelsoorten behorende insecten/geleedpotigen, bijen en andere bestuivende insecten te beschermen is toepassing van dit middel uitsluitend toegestaan indien op het gehele perceel gebruik gemaakt wordt van een van de volgende maatregelen:
– een techniek uit tenminste de klasse DRT97,5 in combinatie met een teeltvrije zone van tenminste 125 centimeter (gemeten vanaf het midden van de laatste gewasrij of de laatste plant in de rij tot aan de perceelgrens), of
– een techniek uit tenminste de klasse DRT95 in combinatie met een teeltvrije zone van tenminste 225 centimeter (gemeten vanaf het midden van de laatste gewasrij of de laatste plant in de rij tot aan de perceelgrens), of
– een techniek uit tenminste de klasse DRT90 in combinatie met een teeltvrije zone van tenminste 275 centimeter (gemeten vanaf het midden van de laatste gewasrij of de laatste plant in de rij tot aan de perceelgrens).
In de teelt van sla het middel toepassen vanaf BBCH 30 (rozetgroei bij niet kropvormende sla) of BBCH 40 (kropvorming bij kropsla).
Om niet tot de doelgroep behorende geleedpotigen te beschermen is toepassing niet toegestaan na 1 augustus.
Conclusie
Het College constateert dat na het nemen van risicoreducerende maatregelen / het inachtnemen van restrictiezinnen het risico verbonden aan de vrijstelling acceptabel is.
Advies
Gezien het risico adviseert het College een vrijstelling ex artikel 38 Wgb van het gewasbeschermingsmiddel Movento in de onbedekte teelt van sla te verlenen onder vermelding van bovengenoemde risicoreducerende maatregelen /restrictiezinnen.
Overwegende dat er geen adequate middelen en maatregelen beschikbaar zijn om groene slaluis effectief te beheersen in de onbedekte teelt van sla en de sector inzet op het onderzoeken en beschikbaar krijgen van alternatieve methoden en middelen gedurende de looptijd van de aangevraagde transitievrijstelling.
Dat daarnaast de uitgifte van het middel gecontroleerd kan verlopen middels borging via stichting CDG en dat het Ctgb mij positief heeft geadviseerd over het verlenen van deze vrijstelling.
Heeft mij doen besluiten om deze vrijstelling te verlenen. Hierbij wijs ik de sector met klem op het feit dat ik belang hecht aan een juiste naleving van de vrijstellingsvoorwaarden en dat de duur van de transitievrijstelling de termijn van 5 jaar na het bekend worden van het intrekken van het middel niet zal overschrijden. Hiermee is november 2027 het laatste moment dat een transitievrijstelling voor dit middel kan worden verleend.
In het Wettelijk Gebruiksvoorschrift (zie bijlage bij dit besluit) zijn de risico reducerende maatregelen overgenomen die door het Ctgb zijn voorgesteld.
In afwijking van het advies van de NVWA en het advies van het Ctgb overnemend, heb ik in overeenstemming met de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, besloten om op grond van artikel 38 van de Wgb tijdelijke vrijstelling te verlenen voor het gebruik van het gewasbeschermingsmiddel Movento voor de beheersing van groene slaluis in de onbedekte teelt van sla.
Dit besluit treedt in werking op met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt op 1 augustus 2026.
De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, S.P.A. Erkens
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-26770.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.