Het bestuur van het Fonds voor Cultuurparticipatie,
gelet op de artikelen 4:25 en 4:26 Algemene wet bestuursrecht,
gelet op artikel 1.4 Projectregeling cultuureducatie in het mbo 2025–2028 waarin is
bepaald dat subsidieplafonds en indieningstermijnen kunnen worden vastgesteld,
besluit het volgende besluit vast te stellen:
TOELICHTING
Met dit besluit stelt het Fonds het voor de subsidieplafond(s) en indieningstermijn(en)
vast voor Paragraaf 2: Projecten van de Projectregeling cultuureducatie in het mbo
2025–2028.
In artikel 1 staat dat het subsidiedeelplafond voor paragraaf 2: Projecten van de
Projectregeling cultuureducatie in het mbo 2025–2028 wordt verhoogd met het bedrag
van € 931.926. In december 2025 is dit subsidiedeelplafond al opgehoogd tot € 1.826.957.
Met de verhoging in dit besluit bedraagt het subsidiedeelplafond voor paragraaf 2:
Projecten in totaal € 2.758.883 voor de volledige indieningstermijn van 17 februari
2025 13.00u tot en met 29 maart 2028 13.00u.
In artikel 2 staat wat de indieningstermijn is voor aanvragen die betrekking hebben
op paragraaf 2: Projecten van de Projectregeling cultuureducatie in het mbo 2025–2028.
In artikel 3 staat dat het Fonds een indieningstermijn voortijdig kan sluiten voor
een of meer subsidiedeelplafonds. Dat kan als het totaalbedrag van de ingediende aanvragen
binnen een subsidiedeelplafond het beschikbare bedrag voor dat subsidiedeelplafond
ruimschoots overschrijdt. De achtergrond van deze bepaling is gelegen in het belang
van een doelmatige en zorgvuldige uitvoering van de subsidieregeling. Als al vroeg
duidelijk is dat het beschikbare bedrag binnen een subsidiedeelplafond ruimschoots
wordt overschreden, heeft het geen redelijk doel om de indieningstermijn voor dat
subsidiedeelplafond open te houden. Aanvragen die na dat moment worden ingediend,
zouden op grond van artikel 4:25, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht verplicht
moeten worden afgewezen, omdat subsidieverlening zou leiden tot overschrijding van
het subsidiedeelplafond. Door de indieningstermijn voortijdig te sluiten, voorkomt
het Fonds dat aanvragers onnodige moeite stoppen in en kosten maken voor het indienen
van aanvragen waarvan bij voorbaat vaststaat dat deze niet voor subsidieverlening
in aanmerking komen. Het Fonds past een voortijdige sluiting alleen toe op het subsidiedeelplafond
waarop de ruime overschrijding betrekking heeft. Andere subsidiedeelplafonds kunnen
openblijven zolang daarvoor nog budget beschikbaar is.
In artikel 4 staat via welke verdeelmethode het beschikbare subsidiebudget wordt verdeeld.
In artikel 5 staat dat het Fonds kan besluiten om budget dat na afloop van een indieningstermijn
binnen een subsidiedeelplafond overblijft, geheel of gedeeltelijk beschikbaar te stellen
in een volgende indientermijn. Met deze bepaling geeft het Fonds beleidsruimte om,
afhankelijk van de mate van benutting, de verwachte belangstelling en eventuele gewijzigde
omstandigheden, te besluiten om resterende middelen opnieuw in te zetten binnen hetzelfde
subsidiedeelplafond.