Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Justitie en Veiligheid | Staatscourant 2026, 26250 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Justitie en Veiligheid | Staatscourant 2026, 26250 | overige overheidsinformatie |
De Minister van Justitie en Veiligheid deelt mee dat de bovengenoemde richtlijn voor het grootste deel wordt geïmplementeerd met de Cyberbeveiligingswet (hierna: Cbw).1 Voor het overige deel is de richtlijn reeds geïmplementeerd in bestaande wetgeving, te weten de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
Het Cyberbeveiligingsbesluit2 (hierna: Cbb) bevat regels ter uitvoering van de Cbw en regelt dat de Cbw en het Cbb in werking treden met ingang van 15 augustus 2026.
De richtlijn is geïmplementeerd op de wijze als aangegeven in de transponeringstabel die als bijlage bij deze mededeling is opgenomen.
De Minister van Justitie en Veiligheid, namens deze, E.D.G. Kiersch Directeur Wetgeving en Juridische Zaken
|
Bepaling uit de Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (PbEU 2022, L 333) |
Bepaling in implementatieregeling (Stb. 2026, 187) of bestaande regeling |
Omschrijving beleidsruimte |
Toelichting |
|---|---|---|---|
|
Artikel 1, eerste en tweede lid |
– |
– |
Deze bepalingen behoeven geen implementatie in nationale wetgeving, omdat deze een uitleg betreffen van de inhoud van de richtlijn. |
|
Artikel 2, eerste lid |
De artikelen 4 en 8, eerste lid, onderdeel f, en tweede lid, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 2, tweede lid |
De artikelen 8, 9 en 12 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 2, derde lid |
Artikel 8, eerste lid, onderdeel i, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 2, vierde lid |
Artikel 4, vierde lid, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 2, vijfde lid, aanhef en onderdeel a |
Artikel 8, eerste lid, onderdeel h, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 2, vijfde lid, aanhef en onderdeel b |
De artikelen 11 en 13 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 2, zesde lid |
– |
– |
Deze bepaling behoeft geen implementatie in nationale wetgeving, omdat het een uitleg betreft van hetgeen de richtlijn lidstaten nadrukkelijk niet belet. |
|
Artikel 2, zevende lid |
Artikel 5 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 2, achtste lid |
De artikelen 23, 32, 45 en 48 Cbw |
De mogelijkheid om specifieke entiteiten vrij te stellen van bepaalde verplichtingen. |
De genoemde artikelen uit de Cbw voorzien in de bevoegdheid van de Minister die het aangaat tot het ontheffen van bepaalde entiteiten van bepaalde verplichtingen. Die bevoegdheid strekt tot de entiteiten en verplichtingen, bedoeld in artikel 2, achtste lid, NIS2-richtlijn. |
|
Artikel 2, negende lid |
De artikelen 5, tweede lid, 23, tweede lid, 32, tweede lid, 45, tweede lid, en 48, tweede lid, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 2, tiende lid |
Artikel 7 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 2, elfde lid |
Artikel 67 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 2, twaalfde lid |
– |
– |
Deze bepaling behoeft geen implementatie in nationale wetgeving, omdat het ziet op de uitleg dat de richtlijn van toepassing is onverminderd enkele andere genoemde EU-wetgeving. |
|
Artikel 2, dertiende lid |
Artikel 66 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 2, veertiende lid |
Artikel 63 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 3, eerste lid, onderdelen a tot en met f |
De artikelen 8 en 9 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 3, eerste lid, onderdeel g |
Artikel 10 Cbw |
De mogelijkheid om de entiteiten die voor 16 januari 2023 door Nederland zijn aangemerkt als aanbieder van essentiële diensten overeenkomstig de NIS1-richtlijn, te beschouwen als essentiële entiteit. |
Artikel 10 Cbw voorziet in de bevoegdheid om deze aanbieders van essentiële diensten aan te wijzen als essentiële entiteit in de zin van de Cbw. |
|
Artikel 3, tweede lid |
Artikel 12 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 3, derde lid |
Artikel 43 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 3, vierde lid |
Artikel 44 Cbw en artikel 27 Cbb |
De mogelijkheid om te bepalen dat de in artikel 3, derde lid, NIS2-richtlijn bedoelde entiteiten voor het opstellen van de lijst meer informatie moeten aanleveren dan in artikel 3, vierde lid, NIS2-richtlijn worden genoemd. |
In artikel 44, eerste lid, onderdeel f, Cbw is voorzien in de mogelijkheid om voor te schrijven dat entiteiten meer informatie moeten aanleveren dan die in artikel 3, vierde lid, NIS2-richtlijn staan genoemd. Van die mogelijkheid is gebruik gemaakt met artikel 27 Cbb. |
|
Artikel 3, vijfde lid |
– |
– |
Deze bepaling behoeft geen implementatie in nationale wetgeving, omdat het ziet op een feitelijke handeling van de centrale overheid. |
|
Artikel 3, zesde lid |
– |
– |
Deze bepaling ziet op een mogelijkheid van lidstaten en dit behoeft geen implementatie in nationale wetgeving. |
|
Artikel 4, eerste lid |
De artikelen 22, eerste lid, en 31, eerste lid, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 4, tweede lid, onderdeel a |
Artikel 22, tweede lid, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 4, tweede lid, onderdeel b |
Artikel 31, tweede lid, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 4, derde lid |
– |
– |
Deze bepaling behoeft geen implementatie in nationale wetgeving. |
|
Artikel 5 |
– |
De mogelijkheid om nationale bepalingen te treffen of te handhaven om een hoger cyberbeveiligingsniveau te waarborgen. |
Er is geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid. |
|
Artikel 6 |
Artikel 1 Cbw, voor zover de begrippen in de Cbw voorkomen |
– |
– |
|
Artikel 7, eerste lid |
Artikel 19, eerste lid, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 7, tweede lid |
Artikel 19, tweede lid, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 7, derde lid |
– |
– |
Deze bepaling behoeft geen implementatie in nationale wetgeving, omdat het ziet op een feitelijke handeling van de centrale overheid. |
|
Artikel 7, vierde lid |
Artikel 19, derde lid, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 8, eerste en tweede lid |
Artikel 15 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 8, derde en vierde lid |
Artikel 14 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 8, vijfde en zesde lid |
– |
– |
Deze bepalingen behoeven geen implementatie in nationale wetgeving, omdat deze zien op feitelijke handelingen van de centrale overheid. |
|
Artikel 9, eerste lid |
Artikel 18 Cbw |
De mogelijkheid om meer dan één cybercrisisbeheerautoriteiten aan te wijzen of in te stellen. |
– |
|
Artikel 9, tweede lid |
– |
– |
Nederland gaat niet over tot het instellen van meerdere cybercrisisbeheerautoriteiten. |
|
Artikel 9, derde lid |
– |
– |
Deze bepaling behoeft geen implementatie in nationale wetgeving, omdat het ziet op een feitelijke handeling van de centrale overheid. |
|
Artikel 9, vierde lid |
Artikel 20 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 9, vijfde lid |
– |
– |
Deze bepaling behoeft geen implementatie in nationale wetgeving, omdat het ziet op een feitelijke handeling van de centrale overheid. |
|
Artikel 10, eerste lid |
Artikel 16 Cbw en artikel 2, eerste en tweede lid, Cbb |
– |
– |
|
Artikel 10, tweede lid |
– |
– |
Deze bepaling behoeft geen implementatie in nationale wetgeving, omdat het ziet op een feitelijke handeling van de centrale overheid. |
|
Artikel 10, derde lid |
Artikel 16, tweede lid, onderdeel i, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 10, vierde lid |
De artikelen 52 en 52 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 10, vijfde lid |
Artikel 16, tweede lid, onderdeel g, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 10, zesde lid |
Artikel 16, tweede lid, onderdeel f, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 10, zevende lid |
Artikel 54, eerste lid, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 10, achtste lid |
Artikel 54, tweede lid, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 10, negende en tiende lid |
– |
– |
Deze bepalingen behoeven geen implementatie in nationale wetgeving, omdat deze zien op feitelijke handelingen van de centrale overheid. |
|
Artikel 11, eerste lid |
Artikel 16, zevende lid, Cbw en artikel 3 Cbb |
– |
– |
|
Artikel 11, tweede lid |
– |
– |
Deze bepaling behoeft geen implementatie in nationale wetgeving, omdat het ziet op een feitelijke handeling van de centrale overheid. |
|
Artikel 11, derde lid |
Artikel 16, tweede, derde en vierde lid, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 11, vierde lid |
Artikel 16, vijfde lid, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 11, vijfde lid |
Artikel 16, zesde lid, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 12, eerste lid |
De artikelen 17 en 34, derde lid, Cbw en artikel 2, derde lid, Cbb |
– |
– |
|
Artikel 12, tweede lid |
– |
– |
Deze bepaling is gericht aan Enisa1. |
|
Artikel 13, eerste lid |
Artikel 51 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 13, tweede lid |
De artikelen 25 tot en met 29 en 33 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 13, derde lid |
Artikel 39 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 13, vierde lid |
Artikel 51 Cbw en artikel 28 Cbb |
– |
– |
|
Artikel 13, vijfde lid |
De artikelen 56 en 59 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 13, zesde lid |
– |
– |
Deze bepaling behoeft geen implementatie in nationale wetgeving, omdat het ziet op een feitelijke handeling van de centrale overheid. |
|
Artikel 14, eerste lid |
– |
– |
Deze bepaling ziet op de oprichting van de samenwerkingsgroep. |
|
Artikel 14, tweede lid |
– |
– |
Deze bepaling is gericht aan de samenwerkingsgroep. |
|
Artikel 14, derde lid |
– |
– |
Deze bepaling ziet op de samenstelling van de samenwerkingsgroep. |
|
Artikel 14, vierde, zesde, zevende en negende lid |
– |
– |
Deze bepalingen zijn gericht aan de samenwerkingsgroep. |
|
Artikel 14, vijfde lid |
– |
– |
Deze bepaling behoeft geen implementatie in nationale wetgeving, omdat het ziet op een feitelijke handeling van de centrale overheid. |
|
Artikel 14, achtste lid |
– |
– |
Deze bepaling ziet op een bevoegdheid van de Europese Commissie. |
|
Artikel 15, eerste lid |
– |
– |
Deze bepaling ziet op de oprichting van het CSIRT-netwerk2. |
|
Artikel 15, tweede lid |
– |
– |
Deze bepaling is gericht aan het CSIRT-netwerk3, de Europese Commissie en Enisa4. |
|
Artikel 15, derde, vierde en vijfde lid |
– |
– |
Deze bepalingen zijn gericht aan het CSIRT-netwerk5. |
|
Artikel 15, zesde lid |
– |
– |
Deze bepaling is gericht aan het CSIRT-netwerk6 en EU-CyCLONe7. |
|
Artikel 16, eerste lid |
– |
– |
Deze bepaling ziet op de oprichting van EU-CyCLONe8. |
|
Artikel 16, tweede lid |
– |
– |
Deze bepaling is gericht aan EU-CyCLONe9, de Europese Commissie en Enisa10. |
|
Artikel 16, derde, vierde, vijfde en zevende lid |
– |
– |
Deze bepalingen zijn gericht aan EU-CyCLONe11. |
|
Artikel 16, zesde lid |
– |
– |
Deze bepaling is gericht aan EU-CyCLONe12 en het CSIRT-netwerk13. |
|
Artikel 17 |
– |
– |
Deze bepaling is gericht aan de EU. |
|
Artikel 18, eerste, tweede en derde lid |
– |
– |
Deze bepalingen zijn gericht aan Enisa14. |
|
Artikel 19, eerste tot en met vijfde lid en zevende tot en met negende lid |
– |
– |
Deze bepalingen zien met name op de invulling van collegiale toetsingen en behoeven om diverse redenen geen implementatie in nationale wetgeving. Ten aanzien van enkele bepalingen is de reden dat deze enkel gericht zijn aan de samenwerkingsgroep, de Europese Commissie en Enisa15. |
|
Artikel 19, zesde lid |
Artikel 51, derde lid, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 20, eerste en tweede lid |
Artikel 24 Cbw, uitgewerkt in de artikelen 20 tot en met 22 Cbb |
– |
– |
|
Artikel 21, eerste, tweede en derde lid |
Artikel 21 Cbw, uitgewerkt in de artikelen 4 tot en met 19 Cbb, en artikel 31 Cbb |
– |
– |
|
Artikel 21, vierde lid |
De artikelen 70 tot en met 87 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 21, vijfde lid |
– |
– |
Deze bepaling is gericht aan de Europese Commissie. |
|
Artikel 22, eerste lid |
– |
– |
Deze bepaling is gericht aan de samenwerkingsgroep. |
|
Artikel 22, tweede lid |
– |
– |
Deze bepaling is gericht aan de Europese Commissie. |
|
Artikel 23, eerste lid |
De artikelen 25 tot en met 29, 30, eerste lid, en 39, eerste lid, Cbw, voor wat betreft artikel 25, eerste lid, Cbw uitgewerkt in artikel 25 Cbb |
– |
– |
|
Artikel 23, tweede lid |
Artikel 30, tweede lid, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 23, derde lid |
Artikel 25, tweede lid, Cbw en artikel 23 Cbb |
– |
– |
|
Artikel 23, vierde lid |
De artikelen 26 tot en met 29 Cbw, voor wat betreft artikel 26, eerste lid, Cbw uitgewerkt in artikel 24 Cbb |
– |
– |
|
Artikel 23, vijfde lid |
Artikel 36 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 23, zesde lid |
Artikel 39, tweede lid, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 23, zevende lid |
Artikel 37 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 23, achtste lid |
Artikel 39, derde lid, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 23, negende lid |
Artikel 39, vijfde lid, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 23, tiende lid |
Artikel 40 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 23, elfde lid |
– |
– |
Deze bepaling ziet op een bevoegdheid van de Europese Commissie. |
|
Artikel 24, eerste lid |
– |
De mogelijkheid om essentiële entiteiten en belangrijke entiteiten te verplichten bepaalde ICT-producten, -diensten en -processen te gebruiken. |
Er is geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid. |
|
Artikel 24, tweede lid |
– |
– |
Deze bepaling ziet op een bevoegdheid van de Europese Commissie. |
|
Artikel 24, derde lid |
– |
– |
Deze bepaling is gericht aan de Europese Commissie. |
|
Artikel 25, eerste lid |
– |
– |
Deze bepaling ziet op een aanmoediging. |
|
Artikel 25, tweede lid |
– |
– |
Deze bepaling is gericht aan Enisa16. |
|
Artikel 26, eerste en tweede lid |
Artikel 4, eerste tot en met vijfde lid, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 26, derde lid |
Artikel 42 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 26, vierde lid |
– |
– |
Deze bepaling behoeft geen implementatie in nationale wetgeving. |
|
Artikel 26, vijfde lid |
Artikel 60 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 27, eerste lid |
– |
– |
Deze bepaling is gericht aan Enisa17. |
|
Artikel 27, tweede lid |
Artikel 47, eerste tot en met vierde lid, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 27, derde lid |
Artikel 47, vijfde lid, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 27, vierde lid |
– |
– |
Deze bepaling behoeft geen implementatie in nationale wetgeving, omdat het ziet op een feitelijke handeling van de centrale overheid. |
|
Artikel 27, vijfde lid |
Artikel 47, eerste lid, aanhef, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 28, eerste lid |
Artikel 49, eerste lid, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 28, tweede lid |
Artikel 49, tweede lid, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 28, derde lid |
Artikel 49, derde lid, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 28, vierde lid |
Artikel 49, vierde lid, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 28, vijfde lid |
Artikel 50 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 28, zesde lid |
Artikel 49, vijfde lid, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 29, eerste, tweede en derde lid |
Artikel 62 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 29, vierde lid |
Artikel 44, eerste lid, onderdeel e, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 29, vijfde lid |
– |
– |
Deze bepaling is gericht aan Enisa18. |
|
Artikel 30, eerste lid |
Artikel 33, eerste lid, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 30, tweede lid |
De artikelen 33, tweede lid, en 39, eerste lid, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 31, eerste lid |
Hoofdstuk 15 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 31, tweede lid |
– |
– |
Deze bepaling behoeft geen implementatie in nationale wetgeving, omdat het ziet op feitelijke handelingen van de centrale overheid. |
|
Artikel 31, derde lid |
Artikel 58, eerste lid, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 31, vierde lid |
Hoofdstuk 15 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 32, eerste lid |
Hoofdstuk 15 Cbw in samenhang met de titels 5.3 en 5.4 Awb |
– |
– |
|
Artikel 32, tweede lid, aanhef en onderdeel a |
Reeds geïmplementeerd in de artikelen 5:15 en 5:18 Awb |
– |
– |
|
Artikel 32, tweede lid, aanhef en onderdelen b en c |
Artikel 72 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 32, tweede lid, aanhef en onderdeel d |
Artikel 71 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 32, tweede lid, aanhef en onderdeel e |
Reeds geïmplementeerd in de artikelen 5:16 en 5:17 Awb |
– |
– |
|
Artikel 32, tweede lid, aanhef en onderdeel f |
Reeds geïmplementeerd in de artikelen 5:15, 5:16 en 5:17 Awb |
– |
– |
|
Artikel 32, tweede lid, aanhef en onderdeel g |
Reeds geïmplementeerd in de artikelen 5:16 en 5:17 Awb |
– |
– |
|
Artikel 32, tweede lid, tweede volzin |
Artikel 72, tweede lid, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 32, tweede lid, derde volzin |
Artikel 72, eerste lid, onderdeel b, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 32, tweede lid, vierde volzin |
Artikel 72, vierde lid, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 32, derde lid |
Reeds geïmplementeerd in artikel 5:16 Awb, zie toelichting |
– |
Artikel 5:16 Awb verschaft aan toezichthouders een algemene bevoegdheid om inlichtingen te vorderen. De toezichthouder moet zijn vordering motiveren en daarbij de wettelijke grondslag noemen.19 Onderdeel van die motiveringsplicht is dat de toezichthouder motiveert waarom de gevorderde informatie noodzakelijk is voor het uitoefenen van de toezichthoudende taak.20 De vordering van de toezichthouder moet voldoende concreet zijn.21 |
|
Artikel 32, vierde lid, aanhef en onderdeel a |
– |
– |
Het kunnen geven van een waarschuwing behoeft geen opname in wet- of regelgeving. |
|
Artikel 32, vierde lid, aanhef en onderdeel b |
Artikel 74 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 32, vierde lid, aanhef en onderdeel c |
Artikel 75 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 32, vierde lid, aanhef en onderdeel d |
Artikel 74 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 32, vierde lid, aanhef en onderdeel e |
Artikel 38 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 32, vierde lid 4, aanhef en onderdeel f |
Artikel 72, eerste lid, onderdeel c, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 32, vierde lid, aanhef en onderdeel g |
Artikel 70 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 32, vierde lid, aanhef en onderdeel h |
Artikel 73 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 32, vierde lid, aanhef en onderdeel i |
Artikel 80 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 32, vijfde lid |
De artikelen 76 tot en met 79 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 32, zesde lid |
Reeds geïmplementeerd in artikel 5:1 Awb en artikel 2:9 BW |
– |
Zie paragraaf 5.6.7 van de memorie van toelichting voor een toelichting hierop. |
|
Artikel 32, zevende lid |
Artikel 69 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 32, achtste lid |
Reeds geïmplementeerd door middel van bestaand recht, zie toelichting |
– |
Zie paragraaf 5.9 van de memorie van toelichting voor een toelichting hierop. |
|
Artikel 32, negende lid |
Artikel 56, tweede lid, Cbw en artikel 27, vijfde en zesde lid, Wwke |
– |
– |
|
Artikel 32, tiende lid |
Artikel 57 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 33, eerste lid |
Artikel 81 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 33, tweede lid, aanhef en onderdeel a |
Reeds geïmplementeerd in de artikelen 5:15 en 5:18 Awb |
– |
– |
|
Artikel 33, tweede lid, aanhef en onderdeel b |
Artikel 83 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 33, tweede lid, aanhef en onderdeel c |
Artikel 82 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 33, tweede lid, aanhef en onderdeel d |
Reeds geïmplementeerd in de artikelen 5:16 en 5:17 Awb |
– |
– |
|
Artikel 33, tweede lid, aanhef en onderdeel e |
Reeds geïmplementeerd in de artikelen 5:15, 5:16 en 5:17 Awb |
– |
– |
|
Artikel 33, tweede lid, aanhef en onderdeel f |
Reeds geïmplementeerd in de artikelen 5:16 en 5:17 Awb |
– |
– |
|
Artikel 33, derde lid |
Reeds geïmplementeerd in artikel 5:16 Awb, zie toelichting |
– |
Artikel 5:16 Awb verschaft aan toezichthouders een algemene bevoegdheid om inlichtingen te vorderen. De toezichthouder moet zijn vordering motiveren en daarbij de wettelijke grondslag noemen.22 Onderdeel van die motiveringsplicht is dat de toezichthouder motiveert waarom de gevorderde informatie noodzakelijk is voor het uitoefenen van de toezichthoudende taak.23 De vordering van de toezichthouder moet voldoende concreet zijn.24 |
|
Artikel 33, vierde lid, aanhef en onderdeel a |
– |
– |
Het kunnen geven van een waarschuwing behoeft geen opname in wet- of regelgeving. |
|
Artikel 33, vierde lid, aanhef en onderdeel b |
Artikel 85 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 33, vierde lid, aanhef en onderdeel c |
Artikel 86 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 33, vierde lid, aanhef en onderdeel d |
Artikel 85 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 33, vierde lid, aanhef en onderdeel e |
Artikel 38 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 33, vierde lid, aanhef en onderdeel f |
Artikel 83, eerste lid, onderdeel c, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 33, vierde lid, aanhef en onderdeel g |
Artikel 84 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 33, vierde lid, aanhef en onderdeel h |
Artikel 87 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 33, vijfde lid |
Artikel 69 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 33, zesde lid |
Artikel 57 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 34, eerste lid |
De artikelen 80 en 87 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 34, tweede lid |
De artikelen 80, eerste lid, en 87, eerste lid, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 34, derde lid |
Artikel 69 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 34, vierde lid |
Artikel 80, derde lid, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 34, vijfde lid |
Artikel 87, derde lid, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 34, zesde lid |
De artikelen 75 en 86 Cbw jo. artikel 5:32, eerste lid, Awb |
De mogelijkheid om te voorzien in de bevoegdheid tot het opleggen van dwangsommen. |
– |
|
Artikel 34, zevende lid |
Artikel 80 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 34, achtste lid |
– |
– |
Het Nederlands rechtsstelsel voorziet in bestuurlijke boeten. |
|
Artikel 35, eerste lid |
Artikel 58, tweede lid, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 35, tweede lid |
Artikel 58, derde lid, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 35, derde lid |
Artikel 58, vierde lid, Cbw |
– |
– |
|
Artikel 36 |
Hoofdstuk 15 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 37, eerste lid |
De artikelen 60 en 61 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 37, tweede lid |
– |
– |
Voor de bedoelde gecoördineerde aanpak is geen wetgeving nodig. |
|
Artikel 38, eerste en tweede lid |
– |
– |
Deze bepalingen betreffen een bevoegdheid van de Europese Commissie. |
|
Artikel 38, derde lid |
– |
– |
Deze bepaling is gericht aan het Europees Parlement en de Europese Raad. |
|
Artikel 38, vierde en vijfde lid |
– |
– |
Deze bepalingen zijn gericht aan de Europese Commissie. |
|
Artikel 38, zesde lid |
– |
– |
Deze bepaling ziet op de inwerkingtreding van een gedelegeerde handeling. |
|
Artikel 39, eerste, tweede en derde lid |
– |
– |
Deze bepalingen zien op bijstand aan de Europese Commissie door een comité. |
|
Artikel 40 |
– |
– |
Deze bepaling is gericht aan de Europese Commissie. |
|
Artikel 41, eerste lid |
Zie toelichting |
– |
De NIS2-richtlijn wordt geïmplementeerd in de Cbw. |
|
Artikel 41, tweede lid |
– |
– |
Deze bepaling ziet op een feitelijke uitvoering. |
|
Artikel 42 |
– |
– |
Deze bepaling noopt niet tot aanpassing van bestaande wet- en regelgeving. |
|
Artikel 43 |
Artikel 99 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 44 |
Artikel 106 Cbw |
– |
– |
|
Artikel 45 |
– |
– |
Deze bepaling ziet op de inwerkingtreding van de NIS2-richtlijn. |
|
Artikel 46 |
– |
– |
Deze bepaling ziet op de adressaten van de NIS2-richtlijn. |
Zie ook ABRvS 28 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1674, rechtsoverweging 4.2: “Gelet op artikel 5:13 van de Awb maakt een toezichthouder slechts van zijn bevoegdheden gebruik voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is. De inspectie kan dus geen inzage vorderen van andere informatie dan die welke verband houden met de wettelijke voorschriften waarop het toezicht in het concrete geval betrekking heeft. Daarnaast moet zij motiveren waarom de gevraagde informatie noodzakelijk is voor het uitoefenen van het toezicht.”
Zie ook ABRvS 17 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:378, rechtsoverweging 2.5: “Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 2 mei 2012 in zaak nr. 201110374/1/V6), moeten uit het oogpunt van rechtszekerheid hoge eisen worden gesteld aan de kenbaarheid van een vordering tot het verlenen van medewerking.”
Zie ook ABRvS 28 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1674, rechtsoverweging 4.2: “Gelet op artikel 5:13 van de Awb maakt een toezichthouder slechts van zijn bevoegdheden gebruik voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is. De inspectie kan dus geen inzage vorderen van andere informatie dan die welke verband houden met de wettelijke voorschriften waarop het toezicht in het concrete geval betrekking heeft. Daarnaast moet zij motiveren waarom de gevraagde informatie noodzakelijk is voor het uitoefenen van het toezicht.”
Zie ook ABRvS 17 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:378, rechtsoverweging 2.5: “Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 2 mei 2012 in zaak nr. 201110374/1/V6), moeten uit het oogpunt van rechtszekerheid hoge eisen worden gesteld aan de kenbaarheid van een vordering tot het verlenen van medewerking.”
Wet van 8 juli 2026, houdende regels ter implementatie van Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (PbEU 2022, L 333) (Cyberbeveiligingswet) (Stb. 2026, 187).
Besluit van 8 juli 2026, houdende regels ter uitvoering van de Cyberbeveiligingswet en tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Cyberbeveiligingswet (Cyberbeveiligingsbesluit) (Stb. 2026, 189).
Wet van 8 juli 2026, houdende regels ter implementatie van Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (PbEU 2022, L 333) (Cyberbeveiligingswet) (Stb. 2026, 187).
Besluit van 8 juli 2026, houdende regels ter uitvoering van de Cyberbeveiligingswet en tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Cyberbeveiligingswet (Cyberbeveiligingsbesluit) (Stb. 2026, 189).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-26250.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.