Mededeling over de implementatie van de Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (PbEU 2022, L 333), van het Ministerie van Justitie en Veiligheid

De Minister van Justitie en Veiligheid deelt mee dat de bovengenoemde richtlijn voor het grootste deel wordt geïmplementeerd met de Cyberbeveiligingswet (hierna: Cbw).1 Voor het overige deel is de richtlijn reeds geïmplementeerd in bestaande wetgeving, te weten de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).

Het Cyberbeveiligingsbesluit2 (hierna: Cbb) bevat regels ter uitvoering van de Cbw en regelt dat de Cbw en het Cbb in werking treden met ingang van 15 augustus 2026.

De richtlijn is geïmplementeerd op de wijze als aangegeven in de transponeringstabel die als bijlage bij deze mededeling is opgenomen.

De Minister van Justitie en Veiligheid, namens deze, E.D.G. Kiersch Directeur Wetgeving en Juridische Zaken

BIJLAGE: TRANSPONERINGSTABEL

Bepaling uit de Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (PbEU 2022, L 333)

Bepaling in implementatieregeling (Stb. 2026, 187) of bestaande regeling

Omschrijving beleidsruimte

Toelichting

Artikel 1, eerste en tweede lid

Deze bepalingen behoeven geen implementatie in nationale wetgeving, omdat deze een uitleg betreffen van de inhoud van de richtlijn.

Artikel 2, eerste lid

De artikelen 4 en 8, eerste lid, onderdeel f, en tweede lid, Cbw

Artikel 2, tweede lid

De artikelen 8, 9 en 12 Cbw

Artikel 2, derde lid

Artikel 8, eerste lid, onderdeel i, Cbw

Artikel 2, vierde lid

Artikel 4, vierde lid, Cbw

Artikel 2, vijfde lid, aanhef en onderdeel a

Artikel 8, eerste lid, onderdeel h, Cbw

Artikel 2, vijfde lid, aanhef en onderdeel b

De artikelen 11 en 13 Cbw

Artikel 2, zesde lid

Deze bepaling behoeft geen implementatie in nationale wetgeving, omdat het een uitleg betreft van hetgeen de richtlijn lidstaten nadrukkelijk niet belet.

Artikel 2, zevende lid

Artikel 5 Cbw

Artikel 2, achtste lid

De artikelen 23, 32, 45 en 48 Cbw

De mogelijkheid om specifieke entiteiten vrij te stellen van bepaalde verplichtingen.

De genoemde artikelen uit de Cbw voorzien in de bevoegdheid van de Minister die het aangaat tot het ontheffen van bepaalde entiteiten van bepaalde verplichtingen. Die bevoegdheid strekt tot de entiteiten en verplichtingen, bedoeld in artikel 2, achtste lid, NIS2-richtlijn.

Artikel 2, negende lid

De artikelen 5, tweede lid, 23, tweede lid, 32, tweede lid, 45, tweede lid, en 48, tweede lid, Cbw

Artikel 2, tiende lid

Artikel 7 Cbw

Artikel 2, elfde lid

Artikel 67 Cbw

Artikel 2, twaalfde lid

Deze bepaling behoeft geen implementatie in nationale wetgeving, omdat het ziet op de uitleg dat de richtlijn van toepassing is onverminderd enkele andere genoemde EU-wetgeving.

Artikel 2, dertiende lid

Artikel 66 Cbw

Artikel 2, veertiende lid

Artikel 63 Cbw

Artikel 3, eerste lid, onderdelen a tot en met f

De artikelen 8 en 9 Cbw

Artikel 3, eerste lid, onderdeel g

Artikel 10 Cbw

De mogelijkheid om de entiteiten die voor 16 januari 2023 door Nederland zijn aangemerkt als aanbieder van essentiële diensten overeenkomstig de NIS1-richtlijn, te beschouwen als essentiële entiteit.

Artikel 10 Cbw voorziet in de bevoegdheid om deze aanbieders van essentiële diensten aan te wijzen als essentiële entiteit in de zin van de Cbw.

Artikel 3, tweede lid

Artikel 12 Cbw

Artikel 3, derde lid

Artikel 43 Cbw

Artikel 3, vierde lid

Artikel 44 Cbw en artikel 27 Cbb

De mogelijkheid om te bepalen dat de in artikel 3, derde lid, NIS2-richtlijn bedoelde entiteiten voor het opstellen van de lijst meer informatie moeten aanleveren dan in artikel 3, vierde lid, NIS2-richtlijn worden genoemd.

In artikel 44, eerste lid, onderdeel f, Cbw is voorzien in de mogelijkheid om voor te schrijven dat entiteiten meer informatie moeten aanleveren dan die in artikel 3, vierde lid, NIS2-richtlijn staan genoemd. Van die mogelijkheid is gebruik gemaakt met artikel 27 Cbb.

Artikel 3, vijfde lid

Deze bepaling behoeft geen implementatie in nationale wetgeving, omdat het ziet op een feitelijke handeling van de centrale overheid.

Artikel 3, zesde lid

Deze bepaling ziet op een mogelijkheid van lidstaten en dit behoeft geen implementatie in nationale wetgeving.

Artikel 4, eerste lid

De artikelen 22, eerste lid, en 31, eerste lid, Cbw

Artikel 4, tweede lid, onderdeel a

Artikel 22, tweede lid, Cbw

Artikel 4, tweede lid, onderdeel b

Artikel 31, tweede lid, Cbw

Artikel 4, derde lid

Deze bepaling behoeft geen implementatie in nationale wetgeving.

Artikel 5

De mogelijkheid om nationale bepalingen te treffen of te handhaven om een hoger cyberbeveiligingsniveau te waarborgen.

Er is geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid.

Artikel 6

Artikel 1 Cbw, voor zover de begrippen in de Cbw voorkomen

Artikel 7, eerste lid

Artikel 19, eerste lid, Cbw

Artikel 7, tweede lid

Artikel 19, tweede lid, Cbw

Artikel 7, derde lid

Deze bepaling behoeft geen implementatie in nationale wetgeving, omdat het ziet op een feitelijke handeling van de centrale overheid.

Artikel 7, vierde lid

Artikel 19, derde lid, Cbw

Artikel 8, eerste en tweede lid

Artikel 15 Cbw

Artikel 8, derde en vierde lid

Artikel 14 Cbw

Artikel 8, vijfde en zesde lid

Deze bepalingen behoeven geen implementatie in nationale wetgeving, omdat deze zien op feitelijke handelingen van de centrale overheid.

Artikel 9, eerste lid

Artikel 18 Cbw

De mogelijkheid om meer dan één cybercrisisbeheerautoriteiten aan te wijzen of in te stellen.

Artikel 9, tweede lid

Nederland gaat niet over tot het instellen van meerdere cybercrisisbeheerautoriteiten.

Artikel 9, derde lid

Deze bepaling behoeft geen implementatie in nationale wetgeving, omdat het ziet op een feitelijke handeling van de centrale overheid.

Artikel 9, vierde lid

Artikel 20 Cbw

Artikel 9, vijfde lid

Deze bepaling behoeft geen implementatie in nationale wetgeving, omdat het ziet op een feitelijke handeling van de centrale overheid.

Artikel 10, eerste lid

Artikel 16 Cbw en artikel 2, eerste en tweede lid, Cbb

Artikel 10, tweede lid

Deze bepaling behoeft geen implementatie in nationale wetgeving, omdat het ziet op een feitelijke handeling van de centrale overheid.

Artikel 10, derde lid

Artikel 16, tweede lid, onderdeel i, Cbw

Artikel 10, vierde lid

De artikelen 52 en 52 Cbw

Artikel 10, vijfde lid

Artikel 16, tweede lid, onderdeel g, Cbw

Artikel 10, zesde lid

Artikel 16, tweede lid, onderdeel f, Cbw

Artikel 10, zevende lid

Artikel 54, eerste lid, Cbw

Artikel 10, achtste lid

Artikel 54, tweede lid, Cbw

Artikel 10, negende en tiende lid

Deze bepalingen behoeven geen implementatie in nationale wetgeving, omdat deze zien op feitelijke handelingen van de centrale overheid.

Artikel 11, eerste lid

Artikel 16, zevende lid, Cbw en artikel 3 Cbb

Artikel 11, tweede lid

Deze bepaling behoeft geen implementatie in nationale wetgeving, omdat het ziet op een feitelijke handeling van de centrale overheid.

Artikel 11, derde lid

Artikel 16, tweede, derde en vierde lid, Cbw

Artikel 11, vierde lid

Artikel 16, vijfde lid, Cbw

Artikel 11, vijfde lid

Artikel 16, zesde lid, Cbw

Artikel 12, eerste lid

De artikelen 17 en 34, derde lid, Cbw en artikel 2, derde lid, Cbb

Artikel 12, tweede lid

Deze bepaling is gericht aan Enisa1.

Artikel 13, eerste lid

Artikel 51 Cbw

Artikel 13, tweede lid

De artikelen 25 tot en met 29 en 33 Cbw

Artikel 13, derde lid

Artikel 39 Cbw

Artikel 13, vierde lid

Artikel 51 Cbw en artikel 28 Cbb

Artikel 13, vijfde lid

De artikelen 56 en 59 Cbw

Artikel 13, zesde lid

Deze bepaling behoeft geen implementatie in nationale wetgeving, omdat het ziet op een feitelijke handeling van de centrale overheid.

Artikel 14, eerste lid

Deze bepaling ziet op de oprichting van de samenwerkingsgroep.

Artikel 14, tweede lid

Deze bepaling is gericht aan de samenwerkingsgroep.

Artikel 14, derde lid

Deze bepaling ziet op de samenstelling van de samenwerkingsgroep.

Artikel 14, vierde, zesde, zevende en negende lid

Deze bepalingen zijn gericht aan de samenwerkingsgroep.

Artikel 14, vijfde lid

Deze bepaling behoeft geen implementatie in nationale wetgeving, omdat het ziet op een feitelijke handeling van de centrale overheid.

Artikel 14, achtste lid

Deze bepaling ziet op een bevoegdheid van de Europese Commissie.

Artikel 15, eerste lid

Deze bepaling ziet op de oprichting van het CSIRT-netwerk2.

Artikel 15, tweede lid

Deze bepaling is gericht aan het CSIRT-netwerk3, de Europese Commissie en Enisa4.

Artikel 15, derde, vierde en vijfde lid

Deze bepalingen zijn gericht aan het CSIRT-netwerk5.

Artikel 15, zesde lid

Deze bepaling is gericht aan het CSIRT-netwerk6 en EU-CyCLONe7.

Artikel 16, eerste lid

Deze bepaling ziet op de oprichting van EU-CyCLONe8.

Artikel 16, tweede lid

Deze bepaling is gericht aan EU-CyCLONe9, de Europese Commissie en Enisa10.

Artikel 16, derde, vierde, vijfde en zevende lid

Deze bepalingen zijn gericht aan EU-CyCLONe11.

Artikel 16, zesde lid

Deze bepaling is gericht aan EU-CyCLONe12 en het CSIRT-netwerk13.

Artikel 17

Deze bepaling is gericht aan de EU.

Artikel 18, eerste, tweede en derde lid

Deze bepalingen zijn gericht aan Enisa14.

Artikel 19, eerste tot en met vijfde lid en zevende tot en met negende lid

Deze bepalingen zien met name op de invulling van collegiale toetsingen en behoeven om diverse redenen geen implementatie in nationale wetgeving. Ten aanzien van enkele bepalingen is de reden dat deze enkel gericht zijn aan de samenwerkingsgroep, de Europese Commissie en Enisa15.

Artikel 19, zesde lid

Artikel 51, derde lid, Cbw

Artikel 20, eerste en tweede lid

Artikel 24 Cbw, uitgewerkt in de artikelen 20 tot en met 22 Cbb

Artikel 21, eerste, tweede en derde lid

Artikel 21 Cbw, uitgewerkt in de artikelen 4 tot en met 19 Cbb, en artikel 31 Cbb

Artikel 21, vierde lid

De artikelen 70 tot en met 87 Cbw

Artikel 21, vijfde lid

Deze bepaling is gericht aan de Europese Commissie.

Artikel 22, eerste lid

Deze bepaling is gericht aan de samenwerkingsgroep.

Artikel 22, tweede lid

Deze bepaling is gericht aan de Europese Commissie.

Artikel 23, eerste lid

De artikelen 25 tot en met 29, 30, eerste lid, en 39, eerste lid, Cbw, voor wat betreft artikel 25, eerste lid, Cbw uitgewerkt in artikel 25 Cbb

Artikel 23, tweede lid

Artikel 30, tweede lid, Cbw

Artikel 23, derde lid

Artikel 25, tweede lid, Cbw en artikel 23 Cbb

Artikel 23, vierde lid

De artikelen 26 tot en met 29 Cbw, voor wat betreft artikel 26, eerste lid, Cbw uitgewerkt in artikel 24 Cbb

Artikel 23, vijfde lid

Artikel 36 Cbw

Artikel 23, zesde lid

Artikel 39, tweede lid, Cbw

Artikel 23, zevende lid

Artikel 37 Cbw

Artikel 23, achtste lid

Artikel 39, derde lid, Cbw

Artikel 23, negende lid

Artikel 39, vijfde lid, Cbw

Artikel 23, tiende lid

Artikel 40 Cbw

Artikel 23, elfde lid

Deze bepaling ziet op een bevoegdheid van de Europese Commissie.

Artikel 24, eerste lid

De mogelijkheid om essentiële entiteiten en belangrijke entiteiten te verplichten bepaalde ICT-producten, -diensten en -processen te gebruiken.

Er is geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid.

Artikel 24, tweede lid

Deze bepaling ziet op een bevoegdheid van de Europese Commissie.

Artikel 24, derde lid

Deze bepaling is gericht aan de Europese Commissie.

Artikel 25, eerste lid

Deze bepaling ziet op een aanmoediging.

Artikel 25, tweede lid

Deze bepaling is gericht aan Enisa16.

Artikel 26, eerste en tweede lid

Artikel 4, eerste tot en met vijfde lid, Cbw

Artikel 26, derde lid

Artikel 42 Cbw

Artikel 26, vierde lid

Deze bepaling behoeft geen implementatie in nationale wetgeving.

Artikel 26, vijfde lid

Artikel 60 Cbw

Artikel 27, eerste lid

Deze bepaling is gericht aan Enisa17.

Artikel 27, tweede lid

Artikel 47, eerste tot en met vierde lid, Cbw

Artikel 27, derde lid

Artikel 47, vijfde lid, Cbw

Artikel 27, vierde lid

Deze bepaling behoeft geen implementatie in nationale wetgeving, omdat het ziet op een feitelijke handeling van de centrale overheid.

Artikel 27, vijfde lid

Artikel 47, eerste lid, aanhef, Cbw

Artikel 28, eerste lid

Artikel 49, eerste lid, Cbw

Artikel 28, tweede lid

Artikel 49, tweede lid, Cbw

Artikel 28, derde lid

Artikel 49, derde lid, Cbw

Artikel 28, vierde lid

Artikel 49, vierde lid, Cbw

Artikel 28, vijfde lid

Artikel 50 Cbw

Artikel 28, zesde lid

Artikel 49, vijfde lid, Cbw

Artikel 29, eerste, tweede en derde lid

Artikel 62 Cbw

Artikel 29, vierde lid

Artikel 44, eerste lid, onderdeel e, Cbw

Artikel 29, vijfde lid

Deze bepaling is gericht aan Enisa18.

Artikel 30, eerste lid

Artikel 33, eerste lid, Cbw

Artikel 30, tweede lid

De artikelen 33, tweede lid, en 39, eerste lid, Cbw

Artikel 31, eerste lid

Hoofdstuk 15 Cbw

Artikel 31, tweede lid

Deze bepaling behoeft geen implementatie in nationale wetgeving, omdat het ziet op feitelijke handelingen van de centrale overheid.

Artikel 31, derde lid

Artikel 58, eerste lid, Cbw

Artikel 31, vierde lid

Hoofdstuk 15 Cbw

Artikel 32, eerste lid

Hoofdstuk 15 Cbw in samenhang met de titels 5.3 en 5.4 Awb

Artikel 32, tweede lid, aanhef en onderdeel a

Reeds geïmplementeerd in de artikelen 5:15 en 5:18 Awb

Artikel 32, tweede lid, aanhef en onderdelen b en c

Artikel 72 Cbw

Artikel 32, tweede lid, aanhef en onderdeel d

Artikel 71 Cbw

Artikel 32, tweede lid, aanhef en onderdeel e

Reeds geïmplementeerd in de artikelen 5:16 en 5:17 Awb

Artikel 32, tweede lid, aanhef en onderdeel f

Reeds geïmplementeerd in de artikelen 5:15, 5:16 en 5:17 Awb

Artikel 32, tweede lid, aanhef en onderdeel g

Reeds geïmplementeerd in de artikelen 5:16 en 5:17 Awb

Artikel 32, tweede lid, tweede volzin

Artikel 72, tweede lid, Cbw

Artikel 32, tweede lid, derde volzin

Artikel 72, eerste lid, onderdeel b, Cbw

Artikel 32, tweede lid, vierde volzin

Artikel 72, vierde lid, Cbw

Artikel 32, derde lid

Reeds geïmplementeerd in artikel 5:16 Awb, zie toelichting

Artikel 5:16 Awb verschaft aan toezichthouders een algemene bevoegdheid om inlichtingen te vorderen. De toezichthouder moet zijn vordering motiveren en daarbij de wettelijke grondslag noemen.19 Onderdeel van die motiveringsplicht is dat de toezichthouder motiveert waarom de gevorderde informatie noodzakelijk is voor het uitoefenen van de toezichthoudende taak.20 De vordering van de toezichthouder moet voldoende concreet zijn.21

Artikel 32, vierde lid, aanhef en onderdeel a

Het kunnen geven van een waarschuwing behoeft geen opname in wet- of regelgeving.

Artikel 32, vierde lid, aanhef en onderdeel b

Artikel 74 Cbw

Artikel 32, vierde lid, aanhef en onderdeel c

Artikel 75 Cbw

Artikel 32, vierde lid, aanhef en onderdeel d

Artikel 74 Cbw

Artikel 32, vierde lid, aanhef en onderdeel e

Artikel 38 Cbw

Artikel 32, vierde lid 4, aanhef en onderdeel f

Artikel 72, eerste lid, onderdeel c, Cbw

Artikel 32, vierde lid, aanhef en onderdeel g

Artikel 70 Cbw

Artikel 32, vierde lid, aanhef en onderdeel h

Artikel 73 Cbw

Artikel 32, vierde lid, aanhef en onderdeel i

Artikel 80 Cbw

Artikel 32, vijfde lid

De artikelen 76 tot en met 79 Cbw

Artikel 32, zesde lid

Reeds geïmplementeerd in artikel 5:1 Awb en artikel 2:9 BW

Zie paragraaf 5.6.7 van de memorie van toelichting voor een toelichting hierop.

Artikel 32, zevende lid

Artikel 69 Cbw

Artikel 32, achtste lid

Reeds geïmplementeerd door middel van bestaand recht, zie toelichting

Zie paragraaf 5.9 van de memorie van toelichting voor een toelichting hierop.

Artikel 32, negende lid

Artikel 56, tweede lid, Cbw en artikel 27, vijfde en zesde lid, Wwke

Artikel 32, tiende lid

Artikel 57 Cbw

Artikel 33, eerste lid

Artikel 81 Cbw

Artikel 33, tweede lid, aanhef en onderdeel a

Reeds geïmplementeerd in de artikelen 5:15 en 5:18 Awb

Artikel 33, tweede lid, aanhef en onderdeel b

Artikel 83 Cbw

Artikel 33, tweede lid, aanhef en onderdeel c

Artikel 82 Cbw

Artikel 33, tweede lid, aanhef en onderdeel d

Reeds geïmplementeerd in de artikelen 5:16 en 5:17 Awb

Artikel 33, tweede lid, aanhef en onderdeel e

Reeds geïmplementeerd in de artikelen 5:15, 5:16 en 5:17 Awb

Artikel 33, tweede lid, aanhef en onderdeel f

Reeds geïmplementeerd in de artikelen 5:16 en 5:17 Awb

Artikel 33, derde lid

Reeds geïmplementeerd in artikel 5:16 Awb, zie toelichting

Artikel 5:16 Awb verschaft aan toezichthouders een algemene bevoegdheid om inlichtingen te vorderen. De toezichthouder moet zijn vordering motiveren en daarbij de wettelijke grondslag noemen.22 Onderdeel van die motiveringsplicht is dat de toezichthouder motiveert waarom de gevorderde informatie noodzakelijk is voor het uitoefenen van de toezichthoudende taak.23 De vordering van de toezichthouder moet voldoende concreet zijn.24

Artikel 33, vierde lid, aanhef en onderdeel a

Het kunnen geven van een waarschuwing behoeft geen opname in wet- of regelgeving.

Artikel 33, vierde lid, aanhef en onderdeel b

Artikel 85 Cbw

Artikel 33, vierde lid, aanhef en onderdeel c

Artikel 86 Cbw

Artikel 33, vierde lid, aanhef en onderdeel d

Artikel 85 Cbw

Artikel 33, vierde lid, aanhef en onderdeel e

Artikel 38 Cbw

Artikel 33, vierde lid, aanhef en onderdeel f

Artikel 83, eerste lid, onderdeel c, Cbw

Artikel 33, vierde lid, aanhef en onderdeel g

Artikel 84 Cbw

Artikel 33, vierde lid, aanhef en onderdeel h

Artikel 87 Cbw

Artikel 33, vijfde lid

Artikel 69 Cbw

Artikel 33, zesde lid

Artikel 57 Cbw

Artikel 34, eerste lid

De artikelen 80 en 87 Cbw

Artikel 34, tweede lid

De artikelen 80, eerste lid, en 87, eerste lid, Cbw

Artikel 34, derde lid

Artikel 69 Cbw

Artikel 34, vierde lid

Artikel 80, derde lid, Cbw

Artikel 34, vijfde lid

Artikel 87, derde lid, Cbw

Artikel 34, zesde lid

De artikelen 75 en 86 Cbw jo. artikel 5:32, eerste lid, Awb

De mogelijkheid om te voorzien in de bevoegdheid tot het opleggen van dwangsommen.

Artikel 34, zevende lid

Artikel 80 Cbw

Artikel 34, achtste lid

Het Nederlands rechtsstelsel voorziet in bestuurlijke boeten.

Artikel 35, eerste lid

Artikel 58, tweede lid, Cbw

Artikel 35, tweede lid

Artikel 58, derde lid, Cbw

Artikel 35, derde lid

Artikel 58, vierde lid, Cbw

Artikel 36

Hoofdstuk 15 Cbw

Artikel 37, eerste lid

De artikelen 60 en 61 Cbw

Artikel 37, tweede lid

Voor de bedoelde gecoördineerde aanpak is geen wetgeving nodig.

Artikel 38, eerste en tweede lid

Deze bepalingen betreffen een bevoegdheid van de Europese Commissie.

Artikel 38, derde lid

Deze bepaling is gericht aan het Europees Parlement en de Europese Raad.

Artikel 38, vierde en vijfde lid

Deze bepalingen zijn gericht aan de Europese Commissie.

Artikel 38, zesde lid

Deze bepaling ziet op de inwerkingtreding van een gedelegeerde handeling.

Artikel 39, eerste, tweede en derde lid

Deze bepalingen zien op bijstand aan de Europese Commissie door een comité.

Artikel 40

Deze bepaling is gericht aan de Europese Commissie.

Artikel 41, eerste lid

Zie toelichting

De NIS2-richtlijn wordt geïmplementeerd in de Cbw.

Artikel 41, tweede lid

Deze bepaling ziet op een feitelijke uitvoering.

Artikel 42

Deze bepaling noopt niet tot aanpassing van bestaande wet- en regelgeving.

Artikel 43

Artikel 99 Cbw

Artikel 44

Artikel 106 Cbw

Artikel 45

Deze bepaling ziet op de inwerkingtreding van de NIS2-richtlijn.

Artikel 46

Deze bepaling ziet op de adressaten van de NIS2-richtlijn.

X Noot
1

Het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging.

X Noot
2

CSIRT staat voor: computer security incident response team.

X Noot
3

CSIRT staat voor: computer security incident response team.

X Noot
4

Het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging.

X Noot
5

CSIRT staat voor: computer security incident response team.

X Noot
6

CSIRT staat voor: computer security incident response team.

X Noot
7

Het EU-netwerk van verbindingsorganisaties voor cybercrises.

X Noot
8

Het EU-netwerk van verbindingsorganisaties voor cybercrises.

X Noot
9

Het EU-netwerk van verbindingsorganisaties voor cybercrises.

X Noot
10

Het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging.

X Noot
11

Het EU-netwerk van verbindingsorganisaties voor cybercrises.

X Noot
12

Het EU-netwerk van verbindingsorganisaties voor cybercrises.

X Noot
13

CSIRT staat voor: computer security incident response team.

X Noot
14

Het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging.

X Noot
15

Het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging.

X Noot
16

Het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging.

X Noot
17

Het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging.

X Noot
18

Het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging.

X Noot
19

Kamerstukken II 2004/05, 29 708, nr. 7, p. 11.

X Noot
20

Zie ook ABRvS 28 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1674, rechtsoverweging 4.2: “Gelet op artikel 5:13 van de Awb maakt een toezichthouder slechts van zijn bevoegdheden gebruik voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is. De inspectie kan dus geen inzage vorderen van andere informatie dan die welke verband houden met de wettelijke voorschriften waarop het toezicht in het concrete geval betrekking heeft. Daarnaast moet zij motiveren waarom de gevraagde informatie noodzakelijk is voor het uitoefenen van het toezicht.”

X Noot
21

Zie ook ABRvS 17 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:378, rechtsoverweging 2.5: “Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 2 mei 2012 in zaak nr. 201110374/1/V6), moeten uit het oogpunt van rechtszekerheid hoge eisen worden gesteld aan de kenbaarheid van een vordering tot het verlenen van medewerking.”

X Noot
22

Kamerstukken II 2004/05, 29 708, nr. 7, p. 11.

X Noot
23

Zie ook ABRvS 28 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1674, rechtsoverweging 4.2: “Gelet op artikel 5:13 van de Awb maakt een toezichthouder slechts van zijn bevoegdheden gebruik voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is. De inspectie kan dus geen inzage vorderen van andere informatie dan die welke verband houden met de wettelijke voorschriften waarop het toezicht in het concrete geval betrekking heeft. Daarnaast moet zij motiveren waarom de gevraagde informatie noodzakelijk is voor het uitoefenen van het toezicht.”

X Noot
24

Zie ook ABRvS 17 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:378, rechtsoverweging 2.5: “Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 2 mei 2012 in zaak nr. 201110374/1/V6), moeten uit het oogpunt van rechtszekerheid hoge eisen worden gesteld aan de kenbaarheid van een vordering tot het verlenen van medewerking.”


X Noot
1

Wet van 8 juli 2026, houdende regels ter implementatie van Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (PbEU 2022, L 333) (Cyberbeveiligingswet) (Stb. 2026, 187).

X Noot
2

Besluit van 8 juli 2026, houdende regels ter uitvoering van de Cyberbeveiligingswet en tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Cyberbeveiligingswet (Cyberbeveiligingsbesluit) (Stb. 2026, 189).


X Noot
1

Wet van 8 juli 2026, houdende regels ter implementatie van Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (PbEU 2022, L 333) (Cyberbeveiligingswet) (Stb. 2026, 187).

X Noot
2

Besluit van 8 juli 2026, houdende regels ter uitvoering van de Cyberbeveiligingswet en tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Cyberbeveiligingswet (Cyberbeveiligingsbesluit) (Stb. 2026, 189).

Naar boven