Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 10 juli 2026, nr. 61859860, houdende wijziging van de Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2025–2028 in verband met het wijzigen van datums voortgangsrapportages

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 5.11 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluit:

ARTIKEL I

Artikel 1.11 van de Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2025–2028 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel b, wordt ‘31 december 2026’ vervangen door ‘31 juli 2026’.

2. In het tweede lid, onderdeel b, wordt ‘1 oktober 2026’ vervangen door ‘1 augustus 2026’.

3. In het tweede lid, onderdeel c, wordt ‘1 oktober 2026’ vervangen door ‘1 augustus 2026’.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, J.Z.C.M. Tielen

TOELICHTING

Met deze wijzigingsregeling worden twee zaken gewijzigd. Op twee plaatsen in de regeling zijn de genoemde data niet correct en worden daarom gewijzigd.

In de Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2025–2028 (hierna: de subsidieregeling) is vastgelegd dat een penvoerder uiterlijk 1 oktober 2026 een voortgangsrapportage aan de minister moet toesturen over de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 juli 2026, met daarin een beschrijving van de wijze waarop relevante lessen die zijn geleerd in de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2026. Omdat de voortgangsrapportage op 1 oktober 2026 moet zijn ingediend, kan de periode van 1 oktober 2026 tot en met 31 december 2026 niet worden meegenomen, omdat deze maanden in de toekomst liggen. Met deze wijzigingsregeling wordt de periode van rapportage over de geleerde lessen daarom verkort tot 31 juli 2026.

Daarnaast is in de subsidieregeling met het oog op de verantwoording ook voor de tweede termijn een verplichting opgenomen om een voortgangsrapportage en een uitgewerkte begroting in te dienen ten aanzien van de geplande activiteiten. De eerste voortgangsrapportage is over de periode 1 januari 2025 tot en met 31 juli 2026. De tweede voortgangsrapportage is over de periode van 1 oktober 2026 tot en met 31 juli 2028. Ten gevolge van de gehanteerde data is de periode van 1 augustus 2026 tot en met 31 september 2026 per abuis niet meegenomen. Voor de tweede voortgangsrapportage wordt de startperiode van 1 oktober 2026 daarom veranderd naar 1 augustus 2026. Met deze wijziging dient nu ook gerapporteerd te worden over de voortgang van de activiteiten en de begroting hierover in de periode van 1 augustus tot 31 september 2026.

Door deze wijzigingsregeling wordt een feitelijk onuitvoerbare verantwoordingsverplichting weggenomen en een zeer geringe uitbreiding van de periode waarover moet worden verantwoord, toegevoegd.

Administratieve lasten

Deze regeling heeft geen gevolgen voor de administratieve lasten.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, J.Z.C.M. Tielen

Naar boven