Collectieve beslissing op verzoeken om ambtshalve vermindering en collectieve uitspraak op bezwaar van 17 juli 2026, nr 2026-280569 van de inspecteur inzake het massaal bezwaar plus tegen aanslagen inkomstenbelasting voor de jaren 2017 tot en met 2020 waarbij sprake is van belastbaar inkomen uit sparen en beleggen (box 3)

De inspecteur,

Gelet op artikel 25e van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 9.7 van de Wet inkomstenbelasting 2001,

Besluit:

Aanleiding

Met het oog op een efficiënte en eenduidige afdoening van een groot aantal verzoeken om ambtshalve vermindering van op 24 december 2021 reeds onherroepelijk vaststaande aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (hierna: inkomstenbelasting) over de kalenderjaren 2017 tot en met 2020 waarbij sprake is van belastbaar inkomen uit sparen en beleggen (box 3) en de bezwaarschriften tegen afwijzing hiervan, heeft de Staatssecretaris van Financiën een aanwijzing massaal bezwaar plus gegeven (Besluit van 25 januari 2023, nr. 2023-1194, Stcrt. 2023, 2860; hierna: de aanwijzing massaal bezwaar plus).

Als massaal bezwaar plus in de zin van artikel 9.7 van de Wet inkomstenbelasting 2001 zijn aangewezen verzoeken om ambtshalve vermindering van aanslagen inkomstenbelasting over de kalenderjaren 2017 tot en met 2020 en bezwaarschriften tegen de afwijzing daarvan:

  • waarop ten tijde van de dagtekening van de aanwijzing (25 januari 2023) nog geen beslissing is genomen of uitspraak is gedaan of die tijdig worden ingediend tot en met de dag voorafgaande aan de dag waarop de hier bedoelde collectieve beslissing en collectieve uitspraak wordt gedaan; en

  • die de volgende rechtsvraag bevat:

kunnen degenen wiens aanslag inkomstenbelasting over het kalenderjaar 2017 of 2018 of 2019 of 2020 reeds onherroepelijk vaststond op 24 december 2021 (de niet-bezwaarmakers) wegens strijd met supranationale bepalingen, zoals bijvoorbeeld maar niet uitsluitend artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM of artikel 14 EVRM, of strijd met nationale regelingen of strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals bijvoorbeeld maar niet uitsluitend het evenredigheidsbeginsel of het gelijkheidsbeginsel, een beroep doen op het arrest dat de Hoge Raad op die datum gewezen heeft (ECLI:NL:HR:2021:1963)?

Op 25 juni 2026 heeft de Hoge Raad antwoord gegeven op de in de aanwijzing massaal bezwaar plus vermelde rechtsvragen (Hoge Raad 25 juni 2026, nr. 25/02700, ECLI:NL:HR:2026:907). Naar aanleiding hiervan beslis ik collectief op de verzoeken en doe ik collectief uitspraak op de bezwaren waarvoor de aanwijzing massaal bezwaar plus geldt. Deze beslissing/uitspraak strekt tot afwijzing van de verzoeken en ongegrondverklaring van de bezwaren.

Arrest van de Hoge Raad en beantwoording rechtsvragen massaal bezwaar plus

In het arrest van 25 juni 2026 overweegt de Hoge Raad dat het oordeel van de Rechtbank dat de termijnoverschrijding in de omstandigheden van dit geval niet verschoonbaar is, geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting.

Verder heeft de Hoge Raad onder verwijzing naar het arrest van 20 mei 2022, nr. 21/04407, ECLI:NL:HR:2022:720 overwogen dat het arrest van 24 december 2021 nieuwe jurisprudentie vormde met betrekking tot het forfaitaire stelsel van heffing in box 3 zoals dat met ingang van het jaar 2017 gold. De Hoge Raad ziet geen redenen om van dit arrest terug te komen.

Voorts heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de niet-bezwaarmakers niet in dezelfde positie verkeren als degenen die wel tijdig bezwaar hebben gemaakt. Van gelijke gevallen is geen sprake en daarmee ook niet van discriminatie.

De uitzondering voor nieuwe jurisprudentie is volgens de Hoge Raad niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel als algemeen rechtsbeginsel. Evenmin vormt deze een inbreuk op het evenredigheidsbeginsel als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur. Van een schending van andere beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het vertrouwensbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel, is ook geen sprake.

Hoewel de Hoge Raad heeft geoordeeld in twee van de vier procedures die zijn geselecteerd als proefprocedure in het kader van de procedure massaal bezwaar plus, acht ik met dit arrest van de Hoge Raad de rechtsvragen uit de aanwijzing massaal bezwaar plus door de Hoge Raad onherroepelijk ontkennend beantwoord.

Gelet op het oordeel van de Hoge Raad doe ik hierbij voor alle bovengenoemde als massaal bezwaar plus aangewezen verzoekschriften en bezwaarschriften een collectieve beslissing/collectieve uitspraak.

Beslissing/uitspraak

Ik wijs de verzoeken af en verklaar de bezwaren ongegrond.

De collectieve beslissing is geen voor bezwaar vatbare beschikking. Tegen de collectieve uitspraak kan geen beroep worden ingesteld.

Deze beslissing/uitspraak zal in de Staatscourant worden geplaatst en worden gepubliceerd op www.belastingdienst.nl.

De inspecteur G. Roks Waarnemend Algemeen directeur Belastingdienst/Particulieren

Naar boven