Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken en Klimaat | Staatscourant 2026, 25703 | advies Raad van State |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken en Klimaat | Staatscourant 2026, 25703 | advies Raad van State |
’s-Gravenhage, 7 juli 2026
WJZ / 107058163
Aan de Koning
Nader rapport inzake het voorstel van wet, ter implementatie van richtlijn (EU) 2024/1799 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 betreffende gemeenschappelijke regels ter bevordering van de reparatie van goederen en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/2394 en de Richtlijnen (EU) 2019/771 en (EU) 2020/1828 (Implementatiewet richtlijn bevordering van reparatie)
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 8 april 2026, no. 2026000751, machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies inzake het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 17 juni 2026, no. W18.26.00091/IV, bied ik U hierbij, in overeenstemming met de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, aan.
De tekst van het advies treft u hieronder cursief aan, voorzien van mijn reactie.
Bij Kabinetsmissive van 8 april 2026, no.2026000751, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Economische Zaken en Klimaat, in overeenstemming met de Staatssecretaris van justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende implementatie van richtlijn (EU) 2024/1799 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 betreffende gemeenschappelijke regels ter bevordering van de reparatie van goederen en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/2394 en de Richtlijnen (EU) 2019/771 en (EU) 2020/1828 (Implementatiewet richtlijn bevordering van reparatie), met memorie van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen bij het voorstel en adviseert het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal in te dienen.
Het voorstel van wet geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om een aantal redactionele en wetstechnische wijzigingen in het voorstel van wet door te voeren.
Ik moge U verzoeken, in overeenstemming met de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Minister van Economische Zaken en Klimaat, H.G. Herbert.
No. W18.26.00091/IV
’s-Gravenhage, 17 juni 2026
Aan de Koning
Bij Kabinetsmissive van 8 april 2026, no.2026000751, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Economische Zaken en Klimaat, in overeenstemming met de Staatssecretaris van justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende implementatie van richtlijn (EU) 2024/1799 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 betreffende gemeenschappelijke regels ter bevordering van de reparatie van goederen en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/2394 en de Richtlijnen (EU) 2019/771 en (EU) 2020/1828 (Implementatiewet richtlijn bevordering van reparatie), met memorie van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen bij het voorstel en adviseert het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal in te dienen.
De vice-president van de Raad van State, Th.C. de Graaf.
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat Richtlijn (EU) 2024/1799 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 betreffende gemeenschappelijke regels ter bevordering van de reparatie van goederen en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/2394 en de Richtlijnen (EU) 2019/771 en (EU) 2020/1828 moet worden omgezet in bepalingen van nationaal recht en dat Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de Wet handhaving consumentbescherming moeten worden gewijzigd;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
een natuurlijke persoon, die handelt voor doeleinden buiten zijn bedrijfs- of beroepsactiviteit;
ieder hulpmiddel dat de consument in staat stelt om persoonlijk aan hem gerichte informatie op te slaan op een wijze die deze informatie toegankelijk maakt voor toekomstig gebruik gedurende een periode die past bij het doel waarvoor de informatie is bestemd, en die een ongewijzigde weergave van de opgeslagen informatie mogelijk maakt;
een natuurlijk persoon of rechtspersoon die activiteiten uitvoert in de upstream activiteiten en processen, binnen de activiteiten en processen die deel uitmaken van de levenscyclus van een product alsook de eventuele herproductie ervan, totdat het product de klant bereikt, die niet kan worden aangemerkt als fabrikant of de importeur, die een product op de markt aanbiedt;
het formulier, opgenomen in bijlage I van de richtlijn 2024/1799;
een natuurlijke persoon of rechtspersoon die een product vervaardigt of laat ontwerpen of vervaardigen en het onder zijn naam of merk verhandelt;
een in de Europees Economische Ruimte gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon die schriftelijk door een fabrikant is gemachtigd om namens de fabrikant specifieke taken te vervullen in verband met de verplichtingen van de fabrikant uit hoofde van deze wet;
een in de Europees Economische Ruimte gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon die een product uit een derde land in de Europees Economische Ruimte voor het eerst in de Europese Economische Ruimte op de markt aanbiedt;
een roerende zaak die in de handel wordt gebracht of in gebruik wordt genomen;
Richtlijn (EU) 2024/1799 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 betreffende gemeenschappelijke regels ter bevordering van de reparatie van goederen en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/2394 en de Richtlijnen (EU) 2019/771 en (EU) 2020/1828;
elke natuurlijke of rechtspersoon die, in verband met zijn of haar handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit, een reparatiedienst verleent, met inbegrip van fabrikanten en verkopers die reparatiediensten verlenen en verleners van reparatiediensten, ongeacht of ze onafhankelijk dan wel verbonden zijn met dergelijke fabrikanten of verkopers;
een of meer handelingen waarbij een gebrekkig product wordt teruggebracht in een staat waarin het geschikt is voor het beoogde gebruik ervan;
vereisten uit hoofde van de EU-rechtshandelingen, genoemd in bijlage II van richtlijn 2024/1799, die het mogelijk maken een product te repareren, waaronder vereisten ter verbetering van het gemak van demontage en vereisten inzake de toegang tot reserveonderdelen, reparatiegerelateerde informatie en gereedschappen die van toepassing zijn op producten of specifieke onderdelen van producten.
1. Indien een consument daarom verzoekt, is een fabrikant verplicht tot reparatie van producten waarvoor repareerbaarheidsvereisten zijn vastgesteld en zulks binnen de grenzen van die vereisten.
2. De fabrikant mag, in afwijking van het eerste lid, de reparatie weigeren te verrichten, indien reparatie van het product onmogelijk is. Onmogelijkheid kan niet worden bewezen enkel door het feit dat het product eerder door een andere reparateur of andere persoon is gerepareerd.
3. De reparatie wordt kosteloos of tegen een redelijke prijs uitgevoerd.
4. De fabrikant is verplicht om binnen een redelijke termijn de reparatie uit te voeren nadat de fabrikant het product in bezit heeft gekregen, het product heeft ontvangen of via de consument toegang tot het product heeft gekregen.
5. De fabrikant kan de reparatie laten uitvoeren door derden.
1. Fabrikanten stellen kosteloos en op een gemakkelijk toegankelijke, duidelijke en begrijpelijke wijze informatie beschikbaar over hun reparatiediensten voor de reparatie van producten, waarvoor de verplichting, bedoeld in artikel 3, eerste lid, geldt.
2. De informatie, bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste de indicatieve prijzen die in rekening kunnen worden gebracht voor de gebruikelijke reparatie van producten. Deze prijzen worden gepubliceerd op een, voor consumenten, vrij toegankelijke online interface.
Indien een fabrikant reserveonderdelen en gereedschappen beschikbaar stelt voor producten waarvoor repareerbaarheidsvereisten gelden, bieden zij deze aan tegen een redelijke prijs die reparatie niet ontmoedigt.
1. Fabrikanten gebruiken geen contractuele bepalingen of hardware- of softwaretechnieken die de reparatie belemmeren van producten, waarvoor repareerbaarheidsvereisten gelden.
2. Van het eerste lid mag worden afgeweken, indien dit wordt gerechtvaardigd door legitieme en objectieve factoren. Hieronder vallen ten minste de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten uit hoofde van Unierecht of nationaal recht.
3. Fabrikanten weerhouden onafhankelijke reparateurs er niet van gebruik te maken van originele of tweedehands reserveonderdelen, compatibele reserveonderdelen en reserveonderdelen gemaakt met 3D-printing, mits deze reserveonderdelen in overeenstemming zijn met de voorschriften uit hoofde van Unierecht of nationaal recht.
Indien de fabrikant niet is gevestigd in de Europese Economische Ruimte, wordt voor de toepassing van de artikelen 3 en 4, eerste en tweede lid, verstaan onder ‘fabrikant’:
a. de gemachtigde vertegenwoordiger van de fabrikant in de Europese Economische Ruimte;
b. de importeur van het betrokken product in de Europese Economische Ruimte, indien er geen gemachtigde vertegenwoordiger is in de Europese Economische Ruimte; of
c. de distribiteur van het betrokken product in de Europese Economische Ruimte, indien er geen gemachtigde vertegenwoordiger en importeur is in de Europese Economische Ruimte.
1. Indien een reparateur gebruik maakt van het Europees reparatie-informatieformulier, neemt hij de volgende voorwaarden in acht:
a. het formulier wordt op een duurzame gegevensdrager verstrekt;
b. de kosten voor het verstrekken van het formulier worden niet aan de consument in rekening gebracht;
c. het formulier wordt verstrekt binnen een redelijke termijn na een verzoek van een consument en voordat de consument gebonden is door een overeenkomst voor de verlening van reparatiediensten;
d. de reparateur wijzigt de in het formulier vermelde reparatievoorwaarden niet voor een periode van dertig kalenderdagen vanaf de datum waarop het aan de consument is verstrekt. Indien de consument binnen deze dertig kalenderdagen de voorwaarden accepteert is de reparateur gebonden hieraan te voldoen. De periode van dertig dagen mag worden verlengd in een overeenkomst met de consument.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, mag de reparateur de kosten van een diagnosedienst, die nodig is om de aard van het defect en het soort reparatie te bepalen en een schatting te maken van de prijs van de reparatie, in rekening brengen bij de consument.
3. Het Europees reparatie-informatieformulier voldoet aan de voorwaarden in artikel 4, vierde lid, van richtlijn 2024/1799.
4. Indien een reparateur een volledig en nauwkeurig Europees reparatie-informatieformulier verstrekt aan de consument, wordt hij geacht te hebben voldaan aan de voorwaarden uit:
a. artikel 15d, lid 1, onderdelen a, b en c, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek;
b. artikel 230b, leden 1, 9 en 10, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek;
c. artikel 230d, lid 1, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek;
d. artikel 230l, onderdelen a, b, c en d, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek; en
e. artikel 230m, onderdelen a, b, c, e en g, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 18 lid 2, onderdeel d, wordt na ‘met betrekking tot duurzaamheid’ ingevoegd ‘, repareerbaarheid’.
B
Aan artikel 23 worden twee leden toegevoegd, luidende:
4. Indien bij een consumentenkoop herstel van de afgeleverde zaak heeft plaatsgevonden op grond van artikel 21 lid 1, onderdeel b, verjaren rechtsvorderingen en verweren, gegrond op feiten die de stelling zouden rechtvaardigen dat de herstelde zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt, in afwijking van lid 2 door verloop van drie jaren na de overeenkomstig het eerste lid gedane kennisgeving.
5. Bij een consumentenkoop informeert de verkoper de koper, na ontvangst van de in het eerste lid gedane kennisgeving, over de verjaringstermijn bedoeld in lid 4 en diens rechten bedoeld in artikel 21 lid 1.
De Wet handhaving consumentbescherming wordt als volgt gewijzigd:
A
Na artikel 8.15 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
1. Een fabrikant als bedoeld in artikel 1 van de Implementatiewet richtlijn bevordering van reparatie neemt de bepalingen van de artikelen 3, 4, 5 en 6 van die wet in acht.
2. Een gemachtigd vertegenwoordiger, importeur of distributeur als bedoeld in artikel 1 van de Implementatiewet richtlijn bevordering van reparatie neemt de bepalingen van de artikelen 3, 4 en 7 van die wet in acht.
3. Een reparateur als bedoeld in artikel 1 van de Implementatiewet richtlijn bevordering van reparatie neemt de bepalingen van artikel 8 van die wet in acht.
B
In onderdeel a van de bijlage wordt een rij toegevoegd, luidende:
|
Richtlijn (EU) 2024/1799 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 betreffende gemeenschappelijke regels ter bevordering van de reparatie van goederen en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/2394 en de Richtlijnen (EU) 2019/771 en (EU) 2020/1828 |
Artikel 8.16 van deze wet |
In de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek wordt na artikel 196a een artikel ingevoegd, luidende:
De wijzigingen in titel 1 van Boek 7 door de Implementatiewet richtlijn bevordering van reparatie (Stb. xx, xx) zijn niet van toepassing op een consumentenkoop die vóór inwerkingtreding van die wet is gesloten. Op deze overeenkomsten blijft de tevoren geldende titel 1 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
De Minister van Economische Zaken en Klimaat,
Dit wetsvoorstel, voorgedragen in overeenstemming met de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, strekt tot implementatie van Richtlijn (EU) 2024/1799 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 betreffende gemeenschappelijke regels ter bevordering van de reparatie van goederen en tot wijziging van Verordening 2017/2394/EU en de Richtlijnen 2019/771/EU en 2020/1828/EU (hierna: richtlijn). Het gaat om regels die het voor consumenten makkelijker maken om voor reparatie te kiezen en een reparateur te vinden. De richtlijn dient uiterlijk op 31 juli 2026 te zijn omgezet in nationale wetgeving. De bepalingen moeten vanaf dan worden toegepast.
Het wetsvoorstel voorziet in de vaststelling van een nieuwe wet (de Implementatiewet richtlijn bevordering van reparatie), waarin ook wijzigingen plaatsvinden van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) en de Wet handhaving consumentenbescherming (hierna: Whc).
Deze toelichting is als volgt opgebouwd. Hoofdstuk 2 beschrijft de inhoud van de richtlijn. Hoofdstuk 3 gaat in op de inhoud van dit wetsvoorstel. Hoofdstuk 4 gaat over de effecten van de nieuwe regels op het bedrijfsleven. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid door de Autoriteit Consument en Markt (hierna: ACM). In hoofdstuk 6 is opgenomen welke adviezen zijn ingewonnen. Daarna volgt het artikelsgewijze deel, waarin de wetsartikelen worden toegelicht. Ten slotte is een transponeringstabel opgenomen.
De richtlijn heeft als doelstelling om duurzamere consumptie, de circulaire economie en de werking van de interne markt in de context van de groene transitie te stimuleren. De richtlijn bevat daartoe regels om reparatie van door consumenten gekochte producten te bevorderen. Het moet voor een consument makkelijker en betaalbaarder zijn om zijn defecte product te (laten) repareren in plaats van te vervangen door een nieuwe. De nieuwe regels moeten een besparing aan afval en van het gebruik van nieuwe grondstoffen bevorderen. Daarnaast kunnen ook consumenten geld besparen door hun producten langer te gebruiken.
De richtlijn maakt onderdeel uit van het derde circulaire economiepakket van de Europese Commissie (hierna: Commissie). Binnen dit pakket publiceerde de Commissie eerder de Richtlijn betere duurzaamheidsinformatie voor consumenten1 en de kaderverordening Ecodesign voor duurzame producten (hierna: Ecodesignverordening)2. Hiermee geeft de Commissie uitvoering aan het Actieplan Circulaire Economie uit 20203. De Ecodesignverordening ziet met name op het verbeteren van duurzaamheid in de productiefase. De Richtlijn betere duurzaamheidsinformatie voor consumenten heeft tot doel de positie van de consument in de groene transitie te versterken, door consumenten tijdens de aankoop van hun producten van betere duurzaamheidsinformatie te voorzien.
In de richtlijn zijn de volgende maatregelen opgenomen om reparatie te bevorderen: een reparatieverplichting voor fabrikanten en verdere eisen om die verplichting te bewerkstelligen, een Europees reparatie-informatieformulier, een online platform ter bevordering van reparatie en de verplichting voor lidstaten om ten minste één maatregel te nemen ter bevordering van reparatie. Deze maatregelen hebben met name betrekking op bevordering van reparatie buiten de wettelijke regeling van non-conformiteit. Tevens wijzigt de richtlijn andere wetgeving van de Europese Unie, waaronder de Richtlijn betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de verkoop van goederen (hierna: Richtlijn verkoop goederen).4 De wijzigingen van de Richtlijn verkoop goederen zien op aanpassingen die de keuze voor herstel als sprake is van non-conformiteit aantrekkelijker moeten maken.
De eerste twee maatregelen (reparatieverplichting voor fabrikanten en een Europees reparatie-informatieformulier) en de wijzigingen van de Richtlijn verkoop goederen worden verder uitgewerkt in hoofdstuk 3. De andere twee maatregelen (een online platform en de verplichting om ten minste één maatregel te nemen ter bevordering van reparatie) en de wijziging van Richtlijn (EU) 2020/18285 en Verordening (EU) 2017/23946 worden reeds hieronder toegelicht, omdat de uitvoering van deze maatregelen niet leidt tot aanpassing van regelgeving.
In de artikelen 7 en 13 van de richtlijn worden twee specifieke verplichtingen aan de lidstaten opgelegd om reparatie verder aan te moedigen: het opzetten van een online platform en het nemen van een maatregel ter bevordering van reparatie. De Commissie zorgt ervoor dat er een Europees onlineplatform wordt opgezet, dat zal bestaan uit nationale secties. Lidstaten kunnen kiezen of ze de nationale sectie gebruiken of een eigen nationaal platform opzetten en dat vervolgens koppelen aan het Europese platform. Het doel van het online platform is het zoeken naar reparatiediensten door consumenten te vergemakkelijken. Daarom moet het platform gebruiksvriendelijke tools bevatten om per lidstaat naar reparateurs te zoeken. Dit kan consumenten helpen bij het beoordelen en vergelijken van de voor- en nadelen van verschillende reparatie-aanbieders. De toegang tot het platform moet voor consumenten gemakkelijk en kosteloos zijn. Nederland heeft een eigen platform in oprichting.
De tweede verplichting aan lidstaten is het nemen van ten minste één maatregel ter bevordering van reparatie. Deze maatregel kan van financiële of niet-financiële aard zijn. Voor Nederland zal nog nader worden vastgesteld welke maatregel dit betreft.
De richtlijn wijzigt bijlage I van de Richtlijn betreffende representatieve vorderingen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten en tot intrekking van Richtlijn 2009/22/EG (2020/1828/EU). Deze wijziging is noodzakelijk om de handhaving van de regels van de richtlijn door middel van representatieve maatregelen mogelijk te maken. Daarnaast wijzigt de richtlijn de bijlage bij de Verordening betreffende samenwerking tussen de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2006/2004 (2017/2394/EU), zodat de door de lidstaten aangewezen bevoegde autoriteiten met elkaar en met de Commissie kunnen samenwerken en acties coördineren met het oog op de handhaving van de regels van de richtlijn.
De richtlijn wordt geïmplementeerd in een nieuwe wet (de Implementatiewet richtlijn bevordering van reparatie), met daarin tevens wijzigingen in Boek 7 BW en de Whc.
Uit de Richtlijn verkoop goederen volgt dat verkopers verplicht zijn om een product te herstellen of te vervangen als dat product niet beantwoordt aan de overeenkomst (nakoming bij non-conformiteit op grond van artikel 21 van Boek 7 BW, wettelijke regeling van non-conformiteit). In het geval dat het gebrek niet aan de verkoper kan worden toegerekend, bijvoorbeeld als de verwachte levensduur voorbij is of als het product defect is geraakt door verkeerd gebruik, is de verkoper niet aan te spreken voor het herstel. In dat geval kan de consument een andere manier zoeken om het product te (laten) repareren, bijvoorbeeld via de fabrikant. Consumenten hebben nu echter geen juridische mogelijkheid om fabrikanten hiertoe te verplichten, omdat er immers geen sprake is van een (eerdere) overeenkomst tussen deze partijen.
Om het voor consumenten makkelijker te maken kapotte producten te laten repareren, verplicht de richtlijn in bepaalde gevallen fabrikanten om op verzoek van de consument producten te repareren en onder meer voor een redelijke prijs reserveonderdelen ter beschikking te stellen (artikel 5 van de richtlijn). Consumenten die bij de fabrikant aankloppen voor een reparatie, staan dan niet meer voor een gesloten deur. Ook zal het voor consumenten zelf of reparateurs haalbaarder zijn om reparaties te verrichten als zij op grond van de richtlijn voor een redelijke prijs toegang hebben tot reserveonderdelen. De richtlijn zorgt er dus voor dat consumenten hun producten voortaan buiten de wettelijke garantie makkelijker kunnen (laten) repareren.
Artikel 3 van dit wetsvoorstel implementeert artikel 5 van de richtlijn, waaruit de verplichting tot reparatie volgt. De verplichting voor bepaalde fabrikanten om te moeten repareren, strekt slechts tot producten waarvoor repareerbaarheidsvereisten gelden. Europese regelgeving waarin repareerbaarheidsvereisten worden gesteld, staat opgenomen in bijlage II van de richtlijn. Zo worden bijvoorbeeld repareerbaarheidsvereisten gesteld in de gedelegeerde handelingen op grond van Verordening 2024/1781/EU7. Als er nieuwe repareerbaarheidsvereisten worden vastgesteld in Europese regelgeving, kan de Commissie deze via gedelegeerde handelingen toevoegen aan bijlage II van de richtlijn. De betreffende afbakening moet ervoor zorgen dat alleen producten, waar in het ontwerp rekening is gehouden met het feit dat die gerepareerd kunnen worden, aan de reparatieverplichting voor fabrikanten zijn onderworpen. Het kan zijn dat repareerbaarheidsvereisten slechts gelden voor één bepaald onderdeel van een product. Het kan bijvoorbeeld zijn dat voor een product alleen voor de motor of het scherm repareerbaarheidsvereisten zijn gesteld. In die betreffende Europese regelgeving wordt ook nader bepaald vanaf welk moment de repareerbaarheidsvereisten gaan gelden. Dat is ook het moment waarop de verplichting tot reparatie van toepassing is.
Fabrikanten die uit hoofde van de richtlijn een verplichting hebben tot repareren, mogen voor die reparatie een vergoeding vragen mits die vergoeding redelijk is. Dat betekent dat de prijs van de reparatie niet zo hoog mag zijn dat consumenten daardoor worden afgeschrikt om daar gebruik van te maken.
Om fabrikanten te stimuleren om duurzame bedrijfsmodellen te voeren met betrekking tot het aanbieden van reparatie, kan er bij de berekende prijs voor de reparatie rekening worden gehouden met onder meer arbeidskosten, kosten voor onderdelen en een normale marge. Onder de prijs wordt de totaalprijs verstaan die de consument aan de fabrikant betaalt voor de reparatie, dus inclusief, bijvoorbeeld, eventuele verzendkosten of voorrijkosten. De reparatie kan ook kosteloos worden gedaan, bijvoorbeeld als het defect wordt gedekt door een commerciële garantie. De reparatie moet worden uitgevoerd binnen een redelijke termijn. Ook hier geldt dat die termijn niet, zonder enige verklaring, dermate lang is waardoor consumenten om die reden van reparatie af zien. Om consumenten zo min mogelijk hinder van de reparatieduur te laten ondervinden, kan de fabrikant gedurende de reparatie een vervangend product uitlenen.
Fabrikanten die op grond van de richtlijn een verplichting hebben tot repareren, zijn van die verplichting vrijgesteld, indien reparatie onmogelijk is. Het gaat dan om een feitelijke of juridische onmogelijkheid om te kunnen repareren.8 Zuiver economische redenen, zoals de kosten van de reserveonderdelen, of enkel het feit dat het product eerder is gerepareerd door een andere reparateur of door de consument, zijn daarom geen geldige gronden voor weigering. Mocht reparatie onmogelijk zijn, kan de fabrikant een ander, refurbished9 product aanbieden.
De fabrikant mag de reparatie uitbesteden aan andere reparateurs. Hij is dus niet verplicht om zelf de reparatie uit te voeren, maar wel verplicht om de reparatie uit te laten voeren. De fabrikant blijft in elk geval aan te spreken op de reparatieverplichting.
In het geval dat een fabrikant producten rechtstreeks aan consumenten verkoopt, geldt dat als het product niet aan de overeenkomst beantwoordt, de consument de fabrikant aanspreekt als verkoper van het product. In dat geval is op grond van de Richtlijn verkoop goederen de fabrikant als verkoper verplicht om het product kosteloos te herstellen of te vervangen.
Uit artikel 6 van de richtlijn volgt dat fabrikanten, die verplicht zijn tot reparatie, op een gemakkelijk toegankelijke, duidelijke en begrijpelijke wijze informatie over hun reparatiediensten beschikbaar moeten stellen. Artikel 6 van de richtlijn wordt geïmplementeerd in artikel 4 van dit wetsvoorstel. De bovenstaande verplichting voor fabrikanten geldt voor ten minste de gehele duur van de reparatieverplichting, waaronder wordt verstaan: vanaf het moment dat het product in de handel werd gebracht tot het verstrijken van de repareerbaarheidsvereisten. Het staat de fabrikant vrij op welke wijze hij de consument informeert. Dit kan onder meer via de website, waarbij dit op een zichtbare en in het oog springende wijze moet gebeuren. Het kan ook gebeuren bij het verkooppunt, als de fabrikant tevens verkoper is, of bijvoorbeeld via het digitaal productpaspoort.10
Daarnaast volgt uit artikel 5, vijfde lid, van de richtlijn dat fabrikanten verplicht zijn om ervoor te zorgen dat consumenten via een vrij toegankelijke website indicatieve prijzen kunnen vinden die in rekening worden gebracht voor de gebruikelijke reparatie van producten die onder de reparatieverplichting vallen om duidelijkheid te bieden over de reparatiekosten. Deze bepaling is geïmplementeerd in het tweede lid van artikel 4 van het wetsvoorstel.
In de Europese regelgeving, waarin repareerbaarheidsvereisten worden gesteld (zie paragraaf 3.1.1), staat voor sommige fabrikanten de verplichting om reserveonderdelen en gereedschappen aan te bieden. Hiermee wordt gewaarborgd dat reparaties niet alleen door de fabrikant zelf kunnen worden uitgevoerd, maar ook door andere reparateurs, of, in voorkomende gevallen, door de consument zelf. Het hangt af van de productgroep en de relevante Europese regelgeving, welke onderdelen of andere reparatie gerelateerde informatie beschikbaar dienen te zijn en voor wie. Onder reserveonderdelen en gereedschappen worden ook reparatie- en onderhoudsinformatie of reparatie gerelateerde softwaretools, firmware of vergelijkbare hulpmiddelen verstaan.
Fabrikanten die op basis van de Europese regelgeving verplichting tot het aanbieden van reserveonderdelen en gereedschappen hebben, dienen de reserveonderdelen en gereedschappen aan te bieden tegen een redelijke prijs, die reparatie niet ontmoedigt. Hierdoor krijgen consumenten een ruimere keuze aan reparateurs, of worden ze, indien van toepassing, in de gelegenheid gesteld hun producten zelf te repareren.
Fabrikanten mogen de verplichting tot reparatie niet verhinderen door het gebruik van contractuele bepalingen, zoals algemene voorwaarden, of hardware- of softwaretechnieken, tenzij daar een rechtvaardiging voor is. Dit kan bijvoorbeeld de bescherming van intellectuele eigendomsrechten zijn.11 Praktijken die consumenten doen geloven dat een product niet gerepareerd kan worden vanwege een eerdere reparatie (door de consument zelf of een andere reparateur), of de onjuiste mededeling dat een dergelijke reparatie veiligheidsrisico’s met zich meebrengt, zouden in sommige gevallen als oneerlijke handelspraktijk12 gekwalificeerd kunnen worden in de zin van afdeling 3A van titel 3 van Boek 6 BW.13
Uit de richtlijn volgt dat de verplichting tot reparatie en de informatieverplichtingen ook van kracht zijn in het geval de fabrikant buiten de Europese Unie is gevestigd. Indien het product in de Unie in de handel is gebracht, wordt een reeks alternatieve marktdeelnemers aangewezen als verantwoordelijke: als eerste, de gemachtigde vertegenwoordiger,14 vervolgens de importeur en als laatste de distributeur. Het streven is dat de reparatie zo dicht mogelijk bij de consument kan worden uitgevoerd, om verzendkosten en emissies te voorkomen. De alternatieve marktdeelnemers zijn ook bevoegd om de verplichting tot reparatie uit te besteden als dat bijvoorbeeld efficiënter is, maar blijven aansprakelijk voor de reparatieverplichting.
Om de keuze van consumenten voor een reparateur te vergemakkelijken en te helpen met vergelijken en kiezen van reparatiediensten, kunnen reparateurs gebruik maken van een gestandaardiseerd Europees reparatie-informatieformulier. Dit formulier is opgenomen in bijlage I van de richtlijn. Het gebruik van dit formulier is vrijwillig, maar als een reparateur, waaronder de fabrikanten met een reparatieverplichting, het gebruikt, zijn er verschillende verplichtingen aan verbonden. Het formulier moet kosteloos en op een duurzame gegevensdrager worden verstrekt, binnen een redelijke termijn na het verzoek tot reparatie. Verder moet een aantal reparatievoorwaarden op een duidelijke en begrijpelijke manier worden vermeld, zoals de tijd die nodig is voor de reparatie en de prijs.
Het reparatieformulier dient kosteloos te worden verstrekt. Reparateurs die gebruik maken van het reparatieformulier, mogen de kosten voor een diagnosedienst wel in rekening brengen. Om te voorkomen dat consumenten ongevraagd met onderzoekskosten voor diagnose van het defect worden geconfronteerd, moet de reparateur de consument over dergelijke kosten vooraf informeren. Consumenten moeten kunnen afzien van de diagnosedienst als de kosten daarvoor naar hun mening te hoog zijn.
Artikel 16 van de richtlijn wijzigt de Richtlijn verkoop goederen15 om het herstel (reparatie) van door consumenten gekochte zaken bij non-conformiteit te bevorderen.16 Deze wijzigingen worden geïmplementeerd in titel 7.1 BW waarin de Richtlijn verkoop goederen al is geïmplementeerd. De Richtlijn verkoop goederen bevat regels over de conformiteit van tastbare goederen (roerende zaken), de rechtsmiddelen bij non-conformiteit van zaken en de wijze waarop deze kunnen worden uitgeoefend. Deze richtlijn heeft betrekking op koopovereenkomsten tussen consumenten en verkopers, waarbij tastbare goederen tegen betaling worden geleverd aan de consument.17 Anders dan de andere bepalingen uit dit wetsvoorstel zien de wijzigingen van titel 7.1 BW enkel op de situatie waarin de verkoper aansprakelijk is voor een conformiteitsgebrek.
In titel 7.1 BW wordt geregeld wat de consument redelijkerwijs mag verwachten van een geleverde zaak en welke rechtsmiddelen tot zijn beschikking staan indien de afgeleverde zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt (non-conform is).18 Indien een afgeleverde zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt, is de verkoper aansprakelijk. Hij draagt de zorg voor een zaak die conform is op het moment dat de consument de zaak geleverd krijgt. Het gebrek aan conformiteit kan zich vlak na de aankoop manifesteren of pas later daarna. Het moet evenwel steeds gaan om een conformiteitsgebrek dat reeds bij aflevering bestond. Het gaat erom of de consument mocht verwachten dat de zaak een bepaalde periode mee zou gaan of dat hij mocht verwachten dat een conformiteitsgebrek zich binnen die periode zou voordoen. De conformiteit heeft een open karakter, in die zin dat de invulling ervan afhangt van de specifieke omstandigheden en de specifieke zaak. De verwachte levensduur van de zaak geldt hierbij als uitgangspunt.
Titel 7.1 BW kent daarmee geen vaste conformiteitstermijn. Wel is een verjaringstermijn opgenomen. Bij een conformiteitsgebrek heeft de consument ingevolge artikel 7:21 BW in beginsel de keuze tussen ‘herstel’ en ‘vervanging’ van een non-conforme zaak. Voor de uitoefening van deze rechten geldt ingevolge artikel 7:23 lid 2 BW een verjaringstermijn van twee jaar. Deze verjaringstermijn is gecombineerd met een klachtplicht (artikel 7:23 lid 1 BW). Een (consument)koper moet tijdig na ontdekking van het conformiteitsgebrek melding doen bij de verkoper indien de gekochte zaak non-conform is. Voor de rechtsvorderingen en verweren op grond van het conformiteitsgebrek geldt vervolgens een verjaringstermijn van twee jaar nadat de koper de melding bij de verkoper heeft gedaan.
Het doel van de wijzigingen van de Richtlijn verkoop goederen is om de consument te stimuleren vaker voor herstel te kiezen in de gevallen dat hij de verkoper kan aanspreken voor non-conformiteit en daarmee het herstel van zaken te bevorderen.19 Zo wijzigt de richtlijn artikel 10 van de Richtlijn verkoop goederen. Het nieuwe lid 2bis bepaalt dat als gekozen wordt voor het rechtsmiddel ‘herstel’ de aansprakelijkheidstermijn (non-conformiteitstermijn) wordt verlengd met een jaar. Het nieuwe lid 5bis biedt een mogelijkheid van lid 2bis af te wijken voor lidstaten – zoals Nederland – die in geval van non-conformiteit geen vaste non-conformiteitstermijn of uitsluitend een verjaringstermijn kennen voor de rechtsvorderingen en verweren die de consument bij non-conformiteit kan instellen jegens de verkoper.Artikel 10 lid 5bis bepaalt dat lidstaten dan de keuze hebben tussen een vaste non-conformiteitstermijn of een verjaringstermijn die ten minste gelijk is aan drie jaar. Verder wordt verduidelijkt dat het bijvoorbeeld mogelijk is de consument gedurende de herstelperiode een vervangende zaak uit te lenen om te voorkomen dat de consument ernstig overlast ervaart van het herstel van zijn gekochte zaak.20
Met de verlenging van de non-conformiteitstermijn respectievelijk de verjaringstermijn voor een herstelde zaak beoogt de Europese wetgever ervoor te zorgen dat herstel ook daadwerkelijk de levensduur van een zaak verlengt. In het huidige Nederlandse stelsel geldt al dat als de verkoper de zaak wegens een conformiteitsgebrek heeft hersteld of vervangen, de verjaringstermijn opnieuw begint te lopen. Dat wil zeggen dat als na herstel of vervanging na verloop van tijd opnieuw sprake is van non-conformiteit, het voor de toepassing van artikelen 7:21 en 7:23 BW niet relevant is of de non-conformiteit zich al eerder heeft voorgedaan. De verjaringstermijn van twee jaar begint ingevolge artikel 7:23 lid 2 weer te lopen vanaf het moment dat de consument de verkoper over dit laatste gebrek heeft geïnformeerd.21 Het Nederlandse stelsel bewerkstelligt hiermee reeds dat door herstel de levensduur die een consument van een zaak mag verwachten wordt verlengd.
Voor de implementatie wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de systematiek van het BW. In titel 7.1 BW is gekozen voor een open stelsel, omdat een vaste non-conformiteitstermijn afbreuk zou doen aan het Nederlandse niveau van consumentenbescherming.22 Er is daarom gekozen om invulling te geven aan de wijzigingen in artikel 10 van de Richtlijn verkoop goederen door de verjaringstermijn te verlengen in het geval herstel heeft plaatsgevonden. Een vaste non-conformiteitstermijn van drie jaar zou een breuk betekenen met het Nederlandse open systeem. Dat is niet gerechtvaardigd, nu de richtlijn daartoe geen verplichting bevat. Ook het doel van richtlijn geeft geen aanleiding de systematiek aan te passen.
Bovendien zijn er veel zaken waarvan een consument mag verwachten dat ze – ook zonder herstel – langer mee gaan dan drie jaar. Een vaste non-conformiteitstermijn van drie jaar zou in die gevallen zorgen voor een minder lange periode waarin de consument een beroep kan doen op non-conformiteit in het geval herstel heeft plaatsgevonden ten opzichte van het geval geen herstel heeft plaatsgevonden, maar bijvoorbeeld vervanging. De volgende situatie kan dat illustreren. Stel, een consument koopt een zaak met een verwachte levensduur van vijf jaar. De zaak blijkt na een jaar een conformiteitsgebrek te vertonen en de consument kiest ervoor de zaak te laten herstellen. Als dan een vaste non-conformiteitstermijn van drie jaar zou gelden, heeft de consument nog maar twee jaar bescherming tegen non-conformiteit. Volgens het Nederlandse open systeem zou hij echter mogen verwachten dat de zaak nog langer meegaat. Ter implementatie van de wijzigingen in artikel 10 van de Richtlijn verkoop goederen wordt daarom gebruikt gemaakt van de mogelijkheid om de verjaringstermijn in het geval de consument gebruik maakt van herstel bij non-conformiteit te verlengen met een jaar, van twee naar drie jaar. Deze verjaringstermijn begint te lopen indien de consument de verkoper tijdig in kennis heeft gesteld van het conformiteitsgebrek dat hij heeft ontdekt nadat de zaak door de verkoper is hersteld.
De richtlijn wijzigt ook artikel 14, eerste lid, van de Richtlijn verkoop goederen. Artikel 14, eerste lid, bepaalt dat het herstel of de vervanging wegens non-conformiteit binnen een redelijke termijn en zonder ernstige overlast voor de consument moet plaatsvinden. Dit is geïmplementeerd in artikel 7:21 lid 3 BW. De termijn waarbinnen de verkoper tot herstel of vervanging dient over te gaan, alsmede de mate van overlast die de koper daarbij moet accepteren, is mede afhankelijk van de aard van de zaak en het gebruik waarvoor de consument het heeft gekocht.
Artikel 14, eerste lid, is op twee punten aangevuld. Deze aanvullingen betreffen ‘kan-bepalingen’ en behoeven daarom geen implementatie. Zij verduidelijken wat een handelaar reeds kan doen ter invulling van zijn verplichting tot herstel of vervanging. Allereerst is toegevoegd dat de verkoper de consument, afhankelijk van de specifieke kenmerken van de desbetreffende categorie goederen, gedurende het herstel een vervangende zaak kan uitlenen. Het gaat hier om de situatie waarin het herstel niet binnen een redelijke termijn of zonder ernstige overlast kan worden voltooid.23 De zaak (die refurbished mag zijn) moet kosteloos aan de consument worden uitgeleend. De gedachte hierachter is dat de consument wordt gestimuleerd de zaak te laten herstellen in plaats van vervangen. De overlast van de consument van herstel kan zo immers worden verkleind, nu hij gebruik kan maken van een vervangende zaak. Door een vervangende zaak uit te lenen, kan de handelaar voldoen aan zijn verplichting van artikel 7:21 BW. Het uitlenen van de zaak mag evenwel geen rechtvaardiging zijn van een onredelijk lange hersteltermijn.24
Ten tweede wordt in artikel 14, eerste lid, van de Richtlijn verkoop goederen bepaald dat de verkoper, indien bij een conformiteitsgebrek wordt gekozen voor vervanging, de consument ook een opgeknapte zaak kan verstrekken indien de consument daar uitdrukkelijk om verzoekt. De huidige regeling van artikel 7:21 BW staat daar niet aan in de weg. De verkoper voldoet ook aan zijn verplichting tot vervanging van de zaak, indien hij op het verzoek van de consument een opgeknapte zaak verstrekt. Het initiatief voor het verzoek om een opgeknapte zaak ligt bij de consument. Het is dus niet voldoende als de verkoper een opgeknapte zaak ter vervanging aanbiedt en de consument daarmee instemt.
In de richtlijn is bepaald dat de lidstaten moeten voorzien in handhaving van de gestelde regels en voorzien in sancties, indien de regels worden overtreden. De ACM is voor het consumentenrecht reeds aangewezen als toezichthouder. Om aan te sluiten op dit bestaande stelsel van toezicht, zal de ACM aangewezen worden als toezichthouder voor de regels die in deze wet worden gesteld. Met aanvulling van de Whc wordt tevens aangesloten bij het bestaande sanctiestelsel.
De regeldruk volgt direct uit de verplichtingen de richtlijn. Het effectbeoordelingsrapport van de Commissie biedt meer inzicht in de kosten die gerelateerd zijn aan de maatregelen, opgenomen in de richtlijn.25 De verplichtingen uit de richtlijn tot het bieden van reparatie zijn enkel van toepassing op fabrikanten van de volgende producten voor huishoudelijk gebruik door consumenten:26
1. Wasmachines en was-droogcombinaties;
2. Afwasmachines;
3. Koelapparaten;
4. Elektronische beeldschermen;
5. Lasapparatuur;
6. Stofzuigers;
7. Servers en gegevensopslagproducten;
8. Mobiele telefoons, draadloze telefoons en slatecomputers;
9. Droogtrommels;
10. Goederen met batterijen voor lichte vervoermiddelen.
Op basis van indicatieve waarden uit Structural business statistics Eurostat en het onderzoek van de Commissie dat de basis vormde voor haar voorstel, zijn er circa 22.000 fabrikanten, 240.000 verkopers en 198.000 reparateurs in de EU.27 Deze aantallen betreffen alle fabrikanten, verkopers en reparateurs, dus ook degenen die niet onder het bereik van de productgroepen uit de richtlijn vallen. Het Nederlandse aandeel is respectievelijk 850 (3,9%), 9.225 (3,8%) en 3.455 (1,7%). De Commissie geeft aan dat de berekende impact ook geldt voor verkopers, producenten en reparateurs die tot het MKB behoren. De aanpassings- en administratieve kosten ten opzichte van de bedrijfsinkomsten zijn voor het MKB onevenredig hoger. Het is niet waarschijnlijk dat de producenten van de productgroepen die binnen het bereik van de richtlijn vallen, tot het MKB behoren.28 Van de reparateurs behoort 99,7% wel tot het MKB.29 Zij zullen juist profiteren van de werking van de richtlijn. Er zijn in Nederland 3.455 bedrijven die zich richten op het repareren van de producten die onder de werking van de richtlijn vallen.30
Onderstaand overzicht geeft de kosten weer die de Commissie verwacht per maatregel31, met daarbij de schatting van wat dit betekent voor Nederlandse bedrijven.32
|
Maatregel |
EU éénmalig (mio €) |
NL éénmalig (mio €) |
EU jaarlijks (mio €) |
NL jaarlijks (mio €) |
Hoofd-kostendrager |
|---|---|---|---|---|---|
|
Reparatieverplichting voor Ecodesign-producten |
8 |
0,3 |
38,8 |
1,5 |
Fabrikanten – voor gereguleerde productgroepen verplichting tot reparatie en bieden van onderdelen voor een redelijke prijs |
|
Reparatie informatie verplichting |
106,6 |
4,2 |
160 |
6,2 |
Fabrikanten – verstrekken van informatie over de verplichting tot repareren |
|
Verlenging garantieperiode met 12 maanden in geval van reparatie |
87,6 |
3,4 |
133 |
3–7 |
Verkopers – aanspreekpunt voor consument in het geval van non-conformiteit |
Bij bovenstaande cijfers kunnen een aantal nuances worden geplaatst. Ten eerste, is bij de berekening van deze kosten uitgegaan van een breder toepassingsgebied op het gebied van repareerbaarheidsvereisten dan op dit moment vereist is op basis van Europese regelgeving. Ten tweede, is de eventuele winstderving voor bedrijven, als gevolg van de keuze voor reparatie in plaats van vervanging, in het bedrag meegerekend. Dit valt normaliter niet onder de categorie regeldrukkosten.33 Ten derde, kan het bedrag (deels) worden gecompenseerd omdat fabrikanten een redelijke vergoeding mogen vragen voor de reparatie, waarbij een normale marge kan worden berekend. Ook kan het voor extra omzet bij reparateurs zorgen als fabrikanten de uitvoering van de reparatie uitbesteden. Het kabinet verwacht dat de reparatieverplichting in Nederland voor ongeveer 850 fabrikanten geldt die producten met voorgaande kenmerken produceren.34
Nederland heeft zich in de onderhandelingen verzet tegen het oorspronkelijke voorstel van de Commissie die verkopers zou verplichten om een product bij non-conformiteit te repareren in plaats van te vervangen, in het geval dat de kosten voor vervanging even duur of hoger zouden zijn. Uitgangspunt is dat een consument in het geval van non-conformiteit een volledig conform product krijgt en dat lukt niet altijd met herstel. Bovendien bleek uit gesprekken met onder meer de reparatiesector dat in de staande praktijk reparatie in veel gevallen al toegepast wordt als die goedkoper is dan vervanging, mits dit niet ten koste gaat van de kwaliteit van (het gebruik) van het product. Uiteindelijk is deze bepaling dan ook niet opgenomen in de richtlijn, wat uitgaande van het effectbeoordelingsrapport resulteert in een besparing van 104,2 miljoen euro aan eenmalige aanpassingskosten en 758,1 miljoen euro aan terugkerende kosten voor bedrijven. Het ontbreken van de reparatieverplichting bij non-conformiteit betekent lagere aanpassings- en operationele kosten; de jaarlijkse verplichtingen dalen met circa 50–75% ten opzichte van het oorspronkelijke voorstel.
Ten aanzien van de bepaling die consumenten ertoe moet aanzetten om bij non-conformiteit te kiezen voor herstel, ging de Commissie ten tijde van de publicatie van het voorstel van de richtlijn uit van (eenmalige) aanpassingskosten van in totaal 87.6 miljoen euro. Jaarlijks zouden deze kosten uitkomen op een totaal van 133 miljoen euro.35 Deze berekeningen zijn gebaseerd op de aanname dat de conformiteitstermijn van twee jaar naar drie jaar wordt verlengd in geval een consument kiest voor herstel. De extra kosten komen voort uit het bieden van aanvullende rechtsmiddelen in de verlengde conformiteitsperiode. De kosten voor deze maatregel zullen in Nederland lager uitvallen, omdat Nederland niet uitgaat van een minimale wettelijke conformiteit van twee jaar, zoals veel andere EU-lidstaten. De conformiteitsperiode in Nederland wordt bepaald door de redelijk te verwachten levensduur van een product. In dit wetsvoorstel wordt gekozen voor de mogelijkheid om de verjaringstermijn voor de remedies bij non-conformiteit te verlengen van twee jaar tot drie jaar in het geval er wordt gekozen voor herstel. De verkoper krijgt dus niet te maken met een langere aansprakelijkheidstermijn, omdat de periode waarin de consument een beroep kan doen op non-conformiteit, gekoppeld blijft aan de te verwachten levensduur. De regel dat de consument de verkoper tijdig in kennis moet stellen van de non-conformiteit, blijft onverkort gehandhaafd. Bovendien kunnen verkopers de betreffende kosten voor de gehele periode van herstel op grond van non-conformiteit verhalen op de leverancier middels het regresrecht, tenzij de verkoper het conformiteitsgebrek kende of dit gebrek pas is ontstaan nadat het product in bezit van de verkoper was.36
Samenvattend, komen de jaarlijkse nalevingskosten voor Nederlandse bedrijven uit op ongeveer 10,7–14,7 miljoen euro. De eenmalige implementatiekosten bedragen ongeveer 8 miljoen euro. Maar de eerdergenoemde kanttekeningen zijn redenen om aan te nemen dat deze kosten in de praktijk lager zullen uitvallen.
Op 6 november 2025 heeft het Adviescollege toetsing regeldruk per brief een positief dictum afgegeven ten aanzien van dit wetsvoorstel.
De ACM is de toezichthouder voor het algemene consumentenrecht buiten de financiële sector. Met de toevoeging van artikel 8.16 aan de Whc wordt de ACM de bevoegde autoriteit voor toezicht op en naleving van deze wet. Het gaat om de verplichting tot reparatie en het aanbieden van reserveonderdelen voor bepaalde fabrikanten, de daaraan verbonden informatieverplichtingen en de verplichtingen verbonden aan het gebruik van het Europees reparatie-informatieformulier. Daarnaast houdt de ACM op grond van artikel 8.4 Whc toezicht op de verplichtingen uit het BW, waarin een aanpassing is gedaan om de keuze voor herstel in het geval van non-conformiteit te bevorderen. Indien de betreffende artikelen worden overtreden, beschikt de ACM over de handhavingsbevoegdheden, zoals het opleggen van een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete.
De ACM heeft een uitvoerings- en handhaafbaarheidstoets (hierna: UHT) uitgevoerd op dit wetsvoorstel. Op verzoek van het Ministerie van Economische Zaken heeft de ACM naar aanleiding van haar UHT aanvullende vragen beantwoord. De ACM komt tot de conclusie dat de genoemde verplichtingen (in beginsel) handhaafbaar zijn, maar geeft voor de uitvoerbaarheid aan daar nog geen oordeel over te kunnen geven omdat een doenvermogentoets37 bij het wetsvoorstel ontbreekt. De ACM stelt dat zij de doenvermogentoets nodig heeft om te kunnen bepalen welke handhavingsstrategie en -prioritering nodig is om zo goed mogelijk bij te dragen aan het beoogde effect van het wetsvoorstel.38
Er is echter geen noodzaak voor het uitvoeren een doenvermogentoets bij dit wetsvoorstel, zoals gesteld door de ACM. De verwachte effecten van deze regelgeving zijn al door de Europese Commissie vastgesteld in haar effectbeoordelingsrapport.39 De inzichten van het effectbeoordelingsrapport zijn reeds meegenomen in de opstelling van de richtlijn en deze toelichting. Het gaat hier bovendien om maximumharmonisatie en er is derhalve geen ruimte om deze regels verder nationaal in te vullen. Een doenvermogentoets zou daarom geen wijziging van dit wetsvoorstel ten gevolg kunnen hebben. Daarnaast richt de doenvermogentoets zich op de uitvoerbaarheid van regelgeving voor bepaalde groepen burgers;40 het onderhavige wetsvoorstel ziet echter op verplichtingen voor bedrijven. De ACM kan het doenvermogen van de door hen beoogde doelgroepen op eigen wijze onderzoeken om een effectieve toezichtstrategie te bepalen.
De ACM stelt in antwoord op de aanvullende vragen naar aanleiding van de UHT dat zij twijfel heeft of de ACM met de bepalingen in dit wetsvoorstel reparatie in Nederland kan bevorderen. De ACM geeft daarom aan dat handhaving van de verplichtingen alleen in haar toezicht past als dat volgens de ACM bijdraagt aan het doel van wet: meer reparatie bewerkstelligen. De ACM ziet er op toe, en handhaaft zo nodig, dat de regelgeving waarvan het doel is dat er meer gerepareerd kan worden, op de juiste manier wordt opgepakt door bedrijven, zodat consumenten mogelijkheden hebben om voor reparatie te kiezen als zij dat wensen. Het wetsvoorstel verplicht consumenten op geen enkele wijze om te moeten repareren, maar laat hen de keuze.41
De (aanvulling op de) UHT bevat een aandachtspunt van ACM met betrekking tot de verlenging van een jaar van de verjaringstermijn in het geval consumenten bij non-conformiteit voor herstel kiezen in plaats van vervanging. De ACM geeft aan dat zij verwacht dat hier in de praktijk weinig gebruik van zal worden gemaakt en dat deze bepaling daarom niet bijdraagt aan het doel van de wet om reparatie te bevorderen. Zoals al in deze toelichting staat beschreven geldt onder het Nederlandse systeem reeds dat indien een gekochte zaak na herstel of vervanging weer een conformiteitsgebrek vertoont, de consument het recht heeft om opnieuw terug te gaan naar de verkoper. De Nederlandse consument kan gedurende de redelijk te verwachten levensduur van een zaak een beroep doen op de rechten die voortvloeien uit non-conformiteit. Dit maakt dat de verlenging van de verjaringstermijn in veel gevallen al wordt opgevangen door de betreffende redelijk te verwachten levensduur. De Nederlandse consument heeft in dit kader dus al vaak de betreffende rechten op dit punt, waarbinnen voor herstel kan worden gekozen.
Bij de implementatie van deze richtlijn heeft geen internetconsultatie plaatsgevonden, omdat de richtlijn geen afwijkingsmogelijkheden of keuzeopties bij de implementatie biedt aan de lidstaten.
De in het voorgestelde artikel 1 opgenomen definities vloeien rechtstreeks voort uit de relevante Europese regelgeving; deze volgen grotendeels uit de richtlijn en daarnaast zijn er enkele definities overgenomen uit de Richtlijn verkoop goederen en de kaderverordening Ecodesign voor duurzame producten.
Met het voorgestelde artikel 2 wordt artikel 14 van de richtlijn geïmplementeerd. Artikel 2 bepaalt dat er bij overeenkomst niet ten nadele van de consument kan worden afgeweken van de wet, tenzij in de wet anders is bepaald.
In dit wetsvoorstel worden verplichtingen gesteld aan fabrikanten jegens de consument en derden. Artikel 2 brengt mee dat hiervan niet mag worden afgeweken ten nadele van de consument, bijvoorbeeld in een overeenkomst. Een overeenkomst die wordt gesloten in strijd met deze wet, is op grond van artikel 3:40 lid 2 BW vernietigbaar. Daarnaast, kunnen de plichten die deze wet oplegt aan de fabrikant en reparateur, niet worden uitgesloten. De plichten die volgen uit de artikelen 5 en 6, zijn niet uitsluitend op de consument gericht en kunnen dus ook worden ingeroepen door andere partijen.
In het voorgestelde artikel 3 worden het eerste, tweede en zevende lid van artikel 5 van de richtlijn geïmplementeerd. Hieruit volgt een verplichting tot reparatie. Fabrikanten zijn, op verzoek van een consument, verplicht om producten waarvoor repareerbaarheidsvereisten zijn gesteld te repareren. Bij deze implementatie is zoveel mogelijk aangesloten bij de bepalingen uit de richtlijn.
Deze verplichting is vastgelegd in het eerste lid van artikel 3. Deze verplichting geldt alleen in het geval er repareerbaarheidsvereisten zijn gesteld voor het product in kwestie. Alle relevante Europese wetgeving waarin repareerbaarheidsvereisten zijn vastgesteld, is opgenomen in bijlage II van de richtlijn. Binnen de Europese regelgeving, genoemd in bijlage II, wordt voor een specifieke categorie producten repareerbaarheidsvereisten gesteld. De repareerbaarheidsvereisten zien op, onder andere, de mogelijkheid om de producten te demonteren of op een verplichting om reserveonderdelen aan te bieden. De verplichting tot reparatie is beperkt tot deze repareerbaarheidsvereisten. Als uit de relevante regelgeving van de Europese Unie niet volgt dat een bepaald onderdeel van het product repareerbaar dient te zijn, kan een fabrikant niet worden verplicht om dat onderdeel, en daarmee het product in kwestie, te repareren op basis van dit wetsvoorstel. Deze bepaling doet er niet aan af dat consumenten te allen tijde reparatie kunnen verzoeken bij een reparateur van hun keuze.
In het tweede lid van artikel 3 wordt de reikwijdte van de verplichting tot reparatie beperkt. Reparatie mag slechts worden geweigerd, indien deze reparatie onmogelijk zou zijn. Onmogelijkheid kan volgen uit feitelijke of juridische omstandigheden. Zuiver economische redenen kunnen in ieder geval niet leiden tot onmogelijkheid, waarbij bijvoorbeeld kan worden gedacht aan de kosten van de reserveonderdelen. Daarnaast wordt in het tweede lid van artikel 3 bepaald dat onmogelijkheid in geen geval kan volgen enkel uit het feit dat het product eerder door een andere reparateur of persoon is gerepareerd. Uitlatingen van de fabrikant dat een product niet kan worden gerepareerd als gevolg van een eerdere reparatie, zouden in voorkomend geval kunnen kwalificeren als oneerlijke handelspraktijk in de zin van titel 3, afdeling 3A, van Boek 6 van het BW. Verder kan de fabrikant, in het geval van onmogelijkheid, de consument een refurbished product aanbieden.
Vervolgens worden de voorwaarden uitgewerkt die verbonden zijn aan de verplichting tot reparatie in het derde en vierde lid van artikel 3. Fabrikanten dienen de reparatie kosteloos of tegen een redelijke prijs uit te voeren. De prijs die fabrikanten vragen voor de reparatie moet redelijk zijn, dat wil zeggen dat die is vastgesteld zonder de intentie om consumenten af te schrikken om gebruik te maken van de reparatieverplichting van de fabrikant. Deze prijs wordt vastgesteld in de overeenkomst tot reparatie tussen de fabrikant en consument. Daarnaast moet de fabrikant de reparatie uitvoeren binnen een redelijke termijn. Reparatie moet niet zo lang duren dat het de consument ervan weerhoudt om zijn product te laten repareren. Deze termijn gaat lopen vanaf het moment waarop de fabrikant het product in bezit heeft, het product heeft ontvangen, of via de consument toegang tot het product heeft gekregen. Een fabrikant kan de consument gedurende de reparatie, kosteloos of, tegen een redelijke vergoeding, een vervangend product uitlenen.
In het vijfde lid is bepaald dat de reparatie mag worden uitgevoerd door een derde. Hoewel de verplichting van het eerste lid bij de fabrikant ligt, is de fabrikant vanuit de richtlijn niet verplicht om deze zelf feitelijk uit te voeren. De fabrikant mag de reparatie daarom laten uitvoeren door een derde partij. Echter, de verplichting tot reparatie blijft rusten bij de fabrikant. De consument zal dus alleen een reparatieovereenkomst sluiten met de fabrikant.
Met het eerste lid van het voorgestelde artikel 4 wordt artikel 6 van de richtlijn geïmplementeerd. In dit lid is bepaald dat fabrikanten informatie over hun reparatiediensten, waartoe zij onder artikel 3, eerste lid, verplicht zijn, op een gemakkelijk toegankelijke, duidelijke en begrijpelijke wijze dienen aan te bieden.
Deze informatieverplichting wordt verder ingevuld door artikel 5, vijfde lid, van de richtlijn. Deze verplichting is uitgewerkt in het tweede lid van artikel 4 van deze wet. Hierin is bepaald dat fabrikanten op een, voor consumenten, vrij toegankelijke website informatie moeten publiceren over de indicatieve prijzen die in rekening worden gebracht voor de reparatie van producten onder de verplichting van artikel 3, eerste lid, van dit wetsvoorstel.
In het voorgestelde artikel 5 wordt artikel 5, vierde lid, van de richtlijn geïmplementeerd. Hierin is bepaald dat fabrikanten die verplicht zijn om reserveonderdelen of gereedschappen aan te bieden, deze tegen een redelijke prijs moeten aanbieden. Een redelijke prijs is een prijs die consumenten niet van reparatie weerhoudt.
In de Europese regelgeving waarnaar wordt verwezen in de begripsbepaling ‘repareerbaarheidsvereisten’ in artikel 2 van de richtlijn, wordt beschreven of fabrikanten verplicht zijn om reserveonderdelen of gereedschappen aan te bieden. In deze regelgeving is ook bepaald voor welke periode en aan wie fabrikanten deze reserveonderdelen of gereedschappen moeten aanbieden. Fabrikanten kunnen, bijvoorbeeld, verplicht zijn om deze onderdelen slechts aan bepaalde professionele reparateurs aan te bieden.42 Deze bepaling moet in dat licht worden gelezen. De prijs die fabrikanten rekenen, geldt daarom niet alleen voor consumenten, maar ook voor andere onafhankelijke reparateurs. Als onafhankelijke reparateurs om reserveonderdelen, dan wel gereedschappen, vragen, is de fabrikant verplicht deze aan te bieden voor een redelijke prijs.
In het voorgestelde artikel 6 wordt artikel 5, zesde lid, van de richtlijn geïmplementeerd. Deze bepaling beoogt te voorkomen dat de verplichting tot reparatie wordt belemmerd door een feitelijke handeling, dan wel een rechtshandeling, van de fabrikant. Deze verplichting heeft de fabrikant niet alleen jegens de consument, maar ook tegen andere partijen.
Deze bepaling kent twee verboden. Ten eerste, er mogen geen contractuele bepalingen worden gebruikt die reparatie zouden verhinderen. Ten tweede, er mogen geen hardware- of softwaretechnieken worden gebruikt die reparatie zouden tegenwerken. In dit kader gelden al de repareerbaarheidsvereisten van de relevante Europese regelgeving, die worden genoemd in bijlage II van de richtlijn. Aan die verplichtingen doet deze bepaling niet af. In die Europese regelgeving is voor deze producten al bepaald dat het product ontworpen moet zijn om gerepareerd te kunnen worden.
Van een schending van artikel 6 is, met name, sprake indien een fabrikant, door middel van een contractuele bepaling, dan wel hardware- of softwaretechniek, een onafhankelijke reparateur ervan weerhoudt om gebruik te maken van originele of tweedehandse reserveonderdelen, compatibele reserveonderdelen, en reserveonderdelen gemaakt met 3D-printing. De verplichting uit artikel 5 van dit wetsvoorstel en de relevante repareerbaarheidsvereisten zien op het aanbieden van de reserveonderdelen; artikel 5 ziet op het gebruik van de reserveonderdelen van de fabrikant door onafhankelijke reparateurs. Deze bepaling doet niet af aan het feit dat de reserveonderdelen die worden gebruikt door een onafhankelijke reparateur, in overeenstemming moeten zijn met de voorschriften uit hoofde van Europees of nationaal recht, zoals de voorschriften met betrekking tot productveiligheid en intellectuele eigendomsrechten.
De bovengenoemde verboden zijn niet onbeperkt. Een schending van deze verboden door de fabrikant kan worden gerechtvaardigd door legitieme en objectieve factoren. Dit is bijvoorbeeld het geval, indien het gaat om de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten uit hoofde van Europees en nationaal recht.
Daarnaast doet dit artikel niet af aan de vereisten die gelden op grond van de relevante Europese regelgeving, genoemd in bijlage II van richtlijn, en de vereisten uit het Europees en nationale recht dat voorziet in de bescherming van intellectuele eigendomsrechten.
Met artikel 7 van deze wet worden de artikelen 5, derde en vijfde lid, en 6 van de richtlijn geïmplementeerd. Deze bepalingen zien op de partij die de fabrikant vervangt in het geval de fabrikant buiten de Europese Economische Ruimte is gevestigd. Er wordt dan een vervanger aangewezen met betrekking tot de verplichtingen uit de artikelen 3 en 4.
Indien er sprake is van een fabrikant die buiten de Europese Economische Ruimte is gevestigd, is als eerste de gemachtigde vertegenwoordiger van de fabrikant in de Europese Economische Ruimte verantwoordelijk.43 Daarbij is inbegrepen de gemachtigde vertegenwoordiger die is gevestigd in Nederland.
Ten tweede, indien er in de Europees Economische Ruimte geen gemachtigde vertegenwoordiger is aangewezen, dan is de importeur van het product in kwestie verantwoordelijk voor het vervullen van de verplichtingen uit de artikelen 3 en 4. Het gaat hierbij om de partij die het product voor het eerst in de Europese Economische Ruimte op de markt aanbiedt. Daarbij is inbegrepen de importeur die het product in Nederland voor het eerst op de markt aanbiedt en ook de importeur die in Nederland is gevestigd.
Als laatste, indien er geen gemachtigde vertegenwoordiger is en ook geen importeur binnen de Europese Economische Ruimte die kan worden aangewezen, dan is de distribiteur van het product verantwoordelijk voor het naleven van de verplichtingen uit de artikelen 3 en 4. Daarbij is inbegrepen de distribiteur van het product in Nederland en de distributeur die in Nederland is gevestigd.
Met het voorgestelde artikel 8 wordt artikel 4 van de richtlijn geïmplementeerd. Dit artikel ziet op het gebruik van het Europees reparatie-informatieformulier. Dit formulier is opgenomen bij de richtlijn in bijlage I. Indien een reparateur ervoor kiest om gebruik te maken van het Europees reparatie-informatieformulier, zijn daar verplichtingen aan verbonden.
In het eerste lid zijn de verschillende verplichtingen opgenomen die verbonden zijn aan het Europees reparatie-informatieformulier. Het formulier wordt op een duurzame gegevensdrager en kosteloos verstrekt en wordt binnen een redelijke termijn verstrekt na het verzoek tot reparatie en voordat een consument gebonden is door een overeenkomst. Verder kan de reparateur, voor een periode van dertig kalenderdagen, niet afwijken van de voorwaarden vermeld in het formulier. Indien een consument binnen die periode het aanbod aanvaardt, is de reparateur aan die voorwaarden gebonden. Indien de consument en reparateur een langere termijn afspreken, valt dit niet onder het verbod van artikel 2 van dit wetsvoorstel.
In het tweede lid is bepaald dat de kosten van een diagnosedienst bij de consument in rekening kunnen worden gebracht, in afwijking van wat is bepaald in onderdeel b van het eerste lid. Onder diagnosedienst wordt een fysiek onderzoek of onderzoek of afstand verstaan. De reparateur moet kunnen aantonen dat deze diagnosedienst nodig is om de aard van het defect en het soort reparatie te bepalen en een schatting te maken van de prijs van de reparatie.
In het derde lid wordt verwezen naar artikel 4, vierde lid, van de richtlijn. Hier staan de inhoudelijke eisen van het Europees reparatie-informatieformulier beschreven. Indien gebruik wordt gemaakt van het Europees reparatie-informatieformulier en dit formulier volledig en nauwkeurig is, wordt de reparateur geacht te hebben voldaan aan de informatieverplichting die volgen uit verschillende richtlijnen.44 In Nederland staan deze informatieverplichtingen in artikel 15d van Boek 3 en de artikelen 230b, 230d, 230l, en 230m van Boek 6 BW. Deze informatieverplichtingen betreffen informatie over de belangrijkste kenmerken van de reparatiedienst, de identiteit en de contactgegevens van de reparateur, de prijs en de uitvoering en tijd die nodig is om de reparatiedienst uit te voeren.
Dit artikel bevat wijzigingen van titel 7.1 BW, waarmee artikel 16 van de richtlijn wordt geïmplementeerd.
De richtlijn wijzigt artikel 7, eerste lid, onderdeel d, van de Richtlijn verkoop goederen. Artikel 7, eerste lid, onderdelen a tot en met d, van de Richtlijn verkoop goederen zijn geïmplementeerd in artikel 7:18 lid 2, onderdelen a tot en met d, BW. Hierin staan de objectieve conformiteitsvereisten waar een zaak bij aflevering aan moet voldoen. Om te beantwoorden aan de overeenkomst, moet een zaak ingevolge onderdeel d de kwaliteiten en kenmerken bezitten die voor hetzelfde type zaken normaal zijn en die de consument redelijkerwijs mag verwachten, gelet op de aard van de zaken en publieke mededelingen die zijn gedaan door of namens de verkoper. Onderdeel d somt een aantal specifieke kenmerken op, zoals duurzaamheid en functionaliteit. Daar wordt nu ‘repareerbaarheid’ aan toegevoegd. Dit betekent dat als een zaak niet te repareren is, terwijl dat voor dat type zaken wel normaal is en een consument dat ook had mogen verwachten, geoordeeld kan worden dat de zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt. Dit sluit aan bij de Richtlijn betere duurzaamheidsinformatie voor consumenten, die beoogt te bewerkstelligen dat consumenten beter worden geïnformeerd over de duurzaamheid en repareerbaarheid van zaken.45 Die richtlijn verbiedt dat zaken worden gepresenteerd als repareerbaar wanneer dat niet het geval is.46
Het zal per zaak verschillen welke mate van repareerbaarheid het moet bezitten. Voor zaken waarvoor overeenkomstig Europese regelgeving repareerbaarheidsvereisten gelden, zal duidelijk zijn dat zij non-conform zijn, indien zij niet aan die vereisten voldoen. Bij andere zaken kan onder andere worden gekeken naar uitlatingen over de repareerbaarheid in reclameboodschappen en op het etiket.
De richtlijn wijzigt artikel 10 van de Richtlijn verkoop goederen. Het nieuwe lid 5bis van artikel 10 bepaalt voor lidstaten – zoals Nederland – die in geval van non-conformiteit geen vaste conformiteitstermijn of uitsluitend een verjaringstermijn kennen voor de rechtsvorderingen en verweren die de consument bij non-conformiteit kan instellen jegens de verkoper, dat lidstaten moeten voorzien in een vaste non-conformiteitstermijn of verjaringstermijn die ten minste gelijk is aan drie jaar.
Artikel 7:23 BW voorziet in een verjaringstermijn, gecombineerd met een klachtplicht. Als een koper de verkoper binnen bekwame tijd na ontdekking informeert dat de gekochte zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt, verjaren zijn rechtsmiddelen op grond daarvan na twee jaar (lid 2). Dat betekent dat hij na zijn klacht twee jaar de tijd heeft om herstel of vervanging te eisen.
Het voorgestelde lid 4 van artikel 7:23 BW introduceert, in afwijking van lid 2 van artikel 7:23 BW, voor de consumentenkoop een verjaringstermijn van drie jaar voor de rechtsmiddelen, indien een conformiteitsgebrek zich manifesteert nadat er reeds herstel op grond van non-conformiteit heeft plaatsgevonden. Ter illustratie dient het volgende voorbeeld. De consument koopt een koelkast, die na drie maanden niet blijkt te functioneren zoals het hoort. De koelkast is non-conform. De consument informeert de verkoper hierover direct conform artikel 7:23 lid 1 BW. Op dat moment begint de verjaringstermijn van artikel 7:23 lid 2 BW te lopen. De consument heeft twee jaren om een vordering tot herstel of vervanging in te stellen. De verkoper herstelt daarop de koelkast. Echter, de herstelde koelkast blijkt opnieuw niet te beantwoorden aan de overeenkomst. Als de consument hierover tijdig klaagt bij de verkoper, begint ingevolge artikel 7:23 lid 4 BW (nieuw) de verjaringstermijn van drie jaren te lopen. De consument heeft dan drie jaren om een vordering in te stellen. Onder het voorstel verschilt deze situatie van de situatie waarin de consument in eerste instantie had gekozen voor vervanging van de koelkast: als de koelkast na vervanging non-conform blijkt en de consument daarover klaagt bij de verkoper, begint ingevolge artikel 7:23 lid 2 BW de reeds geldende verjaringstermijn van twee jaar te lopen. De consument heeft bij vervanging daardoor een jaar korter de tijd om een nieuwe vordering in te stellen.
Het nieuwe artikel 13, lid 2bis, van de Richtlijn verkoop goederen introduceert een verplichting voor de verkoper om de consument te informeren over zijn recht om te kiezen tussen herstel en vervanging. Ter implementatie wordt voorgesteld om in een nieuw lid 5 van artikel 7:23 BW voor deze informatieplicht aan te sluiten bij het moment dat de consument de verkoper overeenkomstig artikel 7:23 lid 1 BW kennis heeft gegeven van het conformiteitsgebrek. Zodra de verkoper de klacht van de consument heeft ontvangen, moet hij de consument informeren over zijn rechten. Het recht op herstel en vervanging zijn geregeld in artikel 7:21 lid 1 BW, alsmede het recht op aflevering van het ontbrekende. Voorgesteld wordt om in het nieuwe artikel 7:23 lid 5 BW de informatieplicht te laten uitstrekken tot de rechten, bedoeld in artikel 7:21 lid 1 BW.
Voorts bepaalt artikel 13, lid 2bis, van de Richtlijn verkoop goederen dat de verkoper de consument ook moet informeren over de mogelijke verlenging van de aansprakelijkheidstermijn, indien hij kiest voor herstel. Zoals hierboven toegelicht, wordt in het Nederlandse systeem geen gebruik gemaakt van een aansprakelijkheidstermijn, maar wordt overeenkomstig artikel 10, lid 5bis, van de Richtlijn verkoop goederen in artikel 7:23 lid 4 BW (nieuw) voorzien in een verlengde verjaringstermijn. Daar verwijst artikel 7:23 lid 5 BW naar.
Met het voorgestelde artikel 10 wordt de Whc gewijzigd. Hiermee wordt invulling gegeven aan de artikelen 11 en 15 van de richtlijn omtrent de handhaving en sancties. De ACM is reeds belast met toezicht en de handhaving op het terrein van consumentenbescherming, en wordt dan ook als toezichthouder aangewezen voor de Implementatiewet richtlijn bevordering van reparatie. In het nieuwe artikel 8.16 van de Whc zijn de algemene verplichtingen opgenomen waaraan een fabrikant en een reparateur jegens consumenten moeten voldoen. Artikel 8.16 van de Whc wordt vervolgens opgenomen in onderdeel a van de bijlage bij de Whc, waarmee wordt aangesloten bij de systematiek van de Whc.
Dit artikel regelt het overgangsrecht wat betreft de wijzigingen in titel 1 van Boek 7 van het BW. De bepalingen ter omzetting van de richtlijn moeten worden toegepast vanaf 31 juli 2026 (artikel 22, tweede lid, van de richtlijn). Artikel 21 bepaalt dat de wijzigingen in de Richtlijn verkoop goederen van toepassing moeten zijn op overeenkomsten die worden gesloten vanaf 31 juli 2026. Het voorgestelde artikel 196b Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek implementeert artikel 21 door te bepalen dat op een consumentenkoop gesloten vóór inwerkingtreding van dit wetsvoorstel de ongewijzigde titel 1 van Boek 7 BW van toepassing blijft.
Deze artikelen betreffen de citeertitel en de inwerkingtreding. De inwerkingtreding van dit wetsvoorstel wordt bij koninklijk besluit geregeld.
Richtlijn (EU) 2024/1799 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 betreffende gemeenschappelijke regels ter bevordering van de reparatie van goederen en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/2394 en de Richtlijnen (EU) 2019/771 en (EU) 2020/1828 (Voor de EER relevante tekst)
|
Bepaling EU-regeling |
Bepaling in implementatie-regeling of bestaande regeling Toelichting indien niet geïmplementeerd of naar zijn aard geen implementatie behoeft |
Omschrijving beleidsruimte |
Toelichting op de keuze(n) bij de invulling van de beleidsruimte |
|---|---|---|---|
|
Artikel 1 (Onderwerp, doel en toepassingsgebied) |
Behoeft geen implementatie |
Geen |
|
|
Artikel 2 (Definities) |
Artikel 1 Implementatiewet richtlijn recht op reparatie |
Geen |
|
|
Artikel 3 (Niveau van harmonisering) |
Behoeft geen implementatie |
Geen |
|
|
Artikel 4, eerste lid, eerste zin (Europees reparatie-informatieformulier) |
Behoeft geen implementatie |
Geen |
|
|
Artikel 4, eerste lid, tweede zin (Europees reparatie-informatieformulier) |
Artikel 8, eerste lid, onderdelen a en c, Implementatiewet richtlijn recht op reparatie |
Geen |
|
|
Artikel 4, tweede lid (Europees reparatie-informatieformulier) |
Artikel 8, eerste lid, onderdeel b, Implementatiewet richtlijn recht op reparatie |
Geen |
|
|
Artikel 4, derde lid (Europees reparatie-informatieformulier) |
Artikel 8, tweede lid, Implementatiewet richtlijn recht op reparatie |
Geen |
|
|
Artikel 4. vierde lid (Europees reparatie-informatieformulier) |
Artikel 8, derde lid, Implementatiewet richtlijn recht op reparatie |
Geen |
|
|
Artikel 4, vijfde lid (Europees reparatie-informatieformulier) |
Artikel 8, eerste lid, onderdeel d, Implementatiewet richtlijn recht op reparatie |
Geen |
|
|
Artikel 4, zesde lid (Europees reparatie-informatieformulier) |
Artikel 8, vierde lid, Implementatiewet richtlijn recht op reparatie |
Geen |
|
|
Artikel 5, eerste lid (Reparatieverplichting) |
Artikel 3, eerste, tweede en vijfde lid, Implementatiewet richtlijn recht op reparatie |
Geen |
|
|
Artikel 5, tweede lid, onderdeel a (Reparatieverplichting) |
Artikel 3, derde lid, Implementatiewet richtlijn recht op reparatie |
Geen |
|
|
Artikel 5t, tweede lid, onderdeel b (Reparatieverplichting) |
Artikel 3, vierde lid, Implementatiewet richtlijn recht op reparatie |
Geen |
|
|
Artikel 5, tweede lid, onderdeel c (Reparatieverplichting) |
Behoeft geen implementatie. |
Geen |
|
|
Artikel 5, tweede lid, onderdeel d (Reparatieverplichting) |
Behoeft geen implementatie. |
Geen |
|
|
Artikel 5, derde lid (Reparatieverplichting) |
Artikel 7 Implementatiewet richtlijn recht op reparatie |
Geen |
|
|
Artikel 5, vierde lid (Reparatieverplichting) |
Artikel 5 Implementatiewet richtlijn recht op reparatie |
Geen |
|
|
Artikel 5, vijfde lid (Reparatieverplichting) |
Artikel 4, tweede lid; artikel 7 Implementatiewet richtlijn recht op reparatie |
Geen |
|
|
Artikel 5, zesde lid, eerste zin (Reparatieverplichting) |
Artikel 6, eerste en tweede lid Implementatiewet richtlijn recht op reparatie |
Geen |
|
|
Artikel 5, zesde lid, tweede zin (Reparatieverplichting) |
Artikel 6, derde lid, Implementatiewet richtlijn recht op reparatie |
Geen |
|
|
Artikel 5, zesde lid, derde zin (Reparatieverplichting) |
Artikel 6, vierde lid, Implementatiewet richtlijn recht op reparatie |
Geen |
|
|
Artikel 5, zevende lid (Reparatieverplichting) |
Artikel 3, tweede lid, Implementatiewet richtlijn recht op reparatie |
Geen |
|
|
Artikel 5, achtste lid (Reparatieverplichting) |
Behoeft geen implementatie |
Geen |
|
|
Artikel 5, negende lid (Reparatieverplichting) |
Behoeft geen implementatie; richt zich tot de Europese Commissie |
Geen |
|
|
Artikel 6 (Informatie over de reparatieverplichting) |
Artikel 4, eerste lid; artikel 7 Implementatiewet richtlijn recht op reparatie |
Geen |
|
|
Artikel 7, eerste lid (Europees onlineplatform voor reparatie) |
Behoeft geen implementatie |
Geen |
|
|
Artikel 7, tweede en zevende lid (Europees onlineplatform voor reparatie) |
Behoeft geen implementatie; richt zich tot de Europese Commissie |
Geen |
|
|
Artikel 7, derde lid (Europees onlineplatform voor reparatie) |
Behoeft geen implementatie; wordt vormgegeven door feitelijk handelen |
Ja |
De lidstaten gebruiken de in het tweede lid bedoelde gemeenschappelijke online-interface voor hun nationale secties. De lidstaten die beschikken over ten minste één nationaal onlineplatform dat zowel publiek als privaat kan zijn, dat hun gehele grondgebied bestrijkt en voldoet aan de bepalingen van het zesde lid, zijn echter niet verplicht een nationale sectie op het Europees onlineplatform op te zetten. In plaats daarvan bevat het Europees onlineplatform links naar dergelijke nationale onlineplatforms. De lidstaten zorgen ervoor dat hun nationale onlineplatforms uiterlijk op 31 juli 2027 operationeel zijn. |
|
Artikel 7, vierde lid (Europees onlineplatform voor reparatie) |
Behoeft geen implementatie; wordt vormgegeven door feitelijk handelen |
Ja |
De lidstaten kunnen het toepassingsgebied van hun nationale sectie op het Europees onlineplatform of, in voorkomend geval, hun nationale onlineplatform uitbreiden zodat niet alleen reparateurs, maar ook verkopers van opgeknapte goederen, kopers van defecte goederen die moeten worden opgeknapt of vanuit de gemeenschap geleide reparatie-initiatieven daaronder vallen. |
|
Artikel 7, vijfde lid (Europees onlineplatform voor reparatie) |
Behoeft geen implementatie; wordt vormgegeven door feitelijk handelen |
Ja |
Het gebruik van nationale secties en nationale onlineplatforms op het Europees onlineplatform is gratis voor consumenten. De registratie is vrijwillig voor reparateurs en, in voorkomend geval, verkopers van opgeknapte goederen en kopers van defecte goederen die moeten worden opgeknapt of vanuit de gemeenschap geleide reparatie-initiatieven. |
|
Artikel 7, zesde lid (Europees onlineplatform voor reparatie) |
Behoeft geen implementatie; wordt vormgegeven door feitelijk handelen |
Geen |
De nationale secties die gebruikmaken van de gemeenschappelijke online-interface en de nationale onlineplatforms voldoen aan de in dit lid genoemde eisen. |
|
Artikel 7, achtste lid (Europees onlineplatform voor reparatie) |
Behoeft geen implementatie; richt zich tot de Europese Commissie en wordt vormgegeven door feitelijk handelen |
Ja |
De lidstaten en de Commissie nemen passende maatregelen om consumenten, relevante marktdeelnemers en verkopers te informeren over de beschikbaarheid van het Europees onlineplatform. |
|
Artikel 8 (Deskundigengroep) |
Behoeft geen implementatie; richt zich tot de Europese Commissie |
Geen |
|
|
Artikel 9, eerste lid (Nationale contactpunten) |
Behoeft geen implementatie; wordt vormgegeven door feitelijk handelen |
Ja |
Uiterlijk op 31 juli 2026 verstrekken de lidstaten de Europese Commissie de volgende gegevens: het nationale contactpunt dat zij voor het Europees onlineplatform hebben aangewezen, of de nationale onlineplatforms die zij overeenkomstig artikel 7, derde lid, hebben opgericht of zullen oprichten. |
|
Artikel 9, tweede en derde lid (Nationale contactpunten) |
Behoeft geen implementatie |
||
|
Artikel 9, vierde lid (Nationale contactpunten) |
Behoeft geen implementatie |
Geen |
|
|
Artikel 10 (Maatregelen voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen) |
Behoeft geen implementatie; richt zich tot de Europese Commissie |
Geen |
|
|
Artikel 11 (Handhaving) |
Artikel 8.15 Wet handhaving consumentenbescherming |
Ja |
|
|
Artikel 12 (Voorlichting van consumenten) |
Behoeft geen implementatie; wordt vormgegeven door feitelijk handelen |
Ja |
De lidstaten nemen de passende maatregelen om informatie over de rechten van consumenten uit hoofde van deze richtlijn, en over hoe die rechten kunnen worden afgedwongen, aan de consument ter beschikking te stellen, onder andere via nationale websites die zijn verbonden met de ene digitale toegangspoort die is opgericht bij Verordening (EU) 2018/1724. |
|
Artikel 13, eerste lid (Maatregelen van de lidstaten ter bevordering van reparatie) |
Behoeft geen implementatie; wordt vormgegeven door feitelijk handelen |
Ja |
De lidstaten nemen ten minste één maatregel ter bevordering van reparatie. |
|
Artikel 13, tweede lid (Maatregelen van de lidstaten ter bevordering van reparatie) |
Behoeft geen implementatie; wordt vormgegeven door feitelijk handelen |
Geen |
Uiterlijk op 31 juli 2029 stellen de lidstaten de Commissie in kennis van een of meer van de uit hoofde van het eerste lid genomen maatregelen. De Europese Commissie maakt informatie over de door de lidstaten gemelde maatregelen openbaar. |
|
Artikel 14 (Dwingend karakter) |
Artikel 2 Implementatiewet richtlijn recht op reparatie |
Geen |
|
|
Artikel 15 (Sancties) |
Artikel 8.15 Wet handhaving consumentenbescherming |
Ja |
|
|
Artikel 16, onderdeel 1 (Wijzigingen van Richtlijn (EU) 2019/771) |
Artikel 7:18 lid 2, onderdeel d, BW |
Geen |
|
|
Artikel 16, onderdeel 2 (Wijzigingen van Richtlijn (EU) 2019/771) |
Artikel 7:23 lid 4 BW |
Geen |
|
|
Artikel 16, onderdeel 3 (Wijzigingen van Richtlijn (EU) 2019/771) |
Artikel 7:23 lid 5 BW |
Geen |
|
|
Artikel 16, onderdeel 4 (Wijzigingen van Richtlijn (EU) 2019/771) |
Behoeft geen implementatie |
Geen |
|
|
Artikel 17 (Wijziging van Richtlijn (EU) 2020/1828) |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie |
Geen |
|
|
Artikel 18 (Wijziging van Verordening (EU) 2017/2394) |
Behoeft geen implementatie |
Geen |
|
|
Artikel 19, eerste tot en met derde en vierde lid, eerste en derde zin (Verslaglegging door de Commissie en evaluatie) |
Behoeft geen implementatie; richt zich tot de Europese Commissie |
Geen |
|
|
Artikel 19, vierde lid, tweede zin (Verslaglegging door de Commissie en evaluatie) |
Behoeft geen implementatie; wordt vormgegeven door feitelijk handelen |
Geen |
De lidstaten verstrekken de Europese Commissie de nodige informatie voor het opstellen van dat verslag. Dat verslag gaat indien passend vergezeld van een wetgevingsvoorstel. |
|
Artikel 19, vijfde lid (Verslaglegging door de Commissie en evaluatie) |
Behoeft geen implementatie |
Geen |
|
|
Artikel 20, eerste, tweede, vierde en vijfde lid (Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie) |
Behoeft geen implementatie; richt zich tot de Europese Commissie |
Geen |
|
|
Artikel 20, derde en zesde lid (Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie) |
Behoeft geen implementatie; richt zich tot de Europese Raad en het Europees Parlement |
Geen |
|
|
Artikel 21 (Overgangsbepalingen) |
Behoeft geen implementatie |
Geen |
|
|
Artikel 22, eerste lid (Omzetting) |
Behoeft geen implementatie |
Geen |
|
|
Artikel 22, tweede lid (Omzetting) |
Behoeft geen implementatie; wordt vormgegeven door feitelijk handelen |
Geen |
De lidstaten delen de Europese Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen. |
|
Artikel 23 (Inwerkingtreding) |
Behoeft geen implementatie |
Geen |
|
|
Artikel 24 (Inwerkingtreding) |
Behoeft geen implementatie |
Geen |
De Minister van Economische Zaken en Klimaat,
Richtlijn (EU) 2024/825 van het Europees Parlement en de Raad van 28 februari 2024 tot wijziging van de Richtlijnen 2005/29/EG en 2011/83/EU wat betreft het versterken van de positie van de consument voor de groene transitie door middel van betere informatie en door middel van bescherming tegen oneerlijke praktijken.
Verordening 2024/1781/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van vereisten inzake ecologisch ontwerp voor duurzame producten, tot wijziging van Richtlijn 2020/1828/EU en Verordening 2023/1542/EU, en tot intrekking van Richtlijn 2009/125/EG.
Mededeling van de Commissie, ‘Een nieuw actieplan voor een circulaire economie – voor een schoner en concurrerender Europa’, https://eur-lex.europa.eu/resource.html?uri=cellar:9903b325-6388-11ea-b735-01aa75ed71a1.0023.02/DOC_1&format=PDF.
Richtlijn 2019/771/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de verkoop van goederen, tot wijziging van Verordening 2017/2394/EU en Richtlijn 2009/22/EG, en tot intrekking van Richtlijn 1999/44/EG.
Richtlijn 2020/1828/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2020 betreffende representatieve vorderingen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten en tot intrekking van Richtlijn 2009/22/EG.
Verordening 2017/2394/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 betreffende samenwerking tussen de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2006/2004.
Verordening 2024/1781/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van vereisten inzake ecologisch ontwerp voor duurzame producten, tot wijziging van Richtlijn 2020/1828/EU en Verordening 2023/1542/EU, en tot intrekking van Richtlijn 2009/125/EG.
Maar zie, bijvoorbeeld. ook rechtshandelingen op grond van Richtlijn 2009/125/EG en de verplichtingen uit Verordening 2023/1542/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2023 inzake batterijen en afgedankte batterijen, tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG en Verordening 2019/1020/EU en tot intrekking van Richtlijn 2006/66/EG.
Bij de uitvoering van Richtlijn 2019/771/EU wordt al gebruik gemaakt van het criterium of reparatie al dan niet onmogelijk is.
Een digitaal document dat informatie bevat over de samenstelling, productie, gebruik en recycling van een product.
Het gaat dan om intellectuele eigendomsrechten uit hoofde van Unie- en nationale rechtshandelingen, zie de Richtlijnen 2001/29/EG, 2004/48/EG en (EU) 2019/790 van het Europees Parlement en de Raad.
In de zin van Richtlijn 2005/29/EG van het Europees parlement en de Raad (Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 84/450/EEG van de Raad, Richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad).
Op basis van artikel 4 van de Markttoezichtverordening (EU) 2019/1020 en artikel 16 van de Algemene Productveiligheidsverordening zijn fabrikanten die niet in de Unie zijn gevestigd verplicht om een gemachtigde vertegenwoordiger in de EU aan te wijzen wanneer zij hun product hier op de markt brengen.
Richtlijn (EU) 2019/771 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de verkoop van goederen.
Commission staff working document, ‘Impact assessment report accompanying the document Proposal for a Directive of the European Parliament and of the Council on common rules promoting the repair of goods and amending Regulation (EU) 2017/2394, Directives (EU) 2019/771 and (EU) 2020/1828’, https://commission.europa.eu/document/download/512cb8de-3dc0-49ca-a711-b2beb768e531_en?filename=SWD_2023_59_1_EN_impact_assessment_part1_v5.pdf.
Bijlage II, richtlijn (EU) 2024/1799 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 betreffende gemeenschappelijke regels ter bevordering van de reparatie van goederen en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/2394 en de Richtlijnen (EU) 2019/771 en (EU) 2020/1828.
European Commission, study to support the Commission’s policy development on promoting repair’, https://commission.europa.eu/publications/study-support-commissions-policy-development-promoting-repair.
Volgens het CBS zijn er in Nederland ten minste 205 bedrijven die zich richten op reparatie van elektronica, 440 bedrijven in reparatie van elektrische apparaten, 1.330 bedrijven die computers repareren, 520 bedrijven die communicatieapparaten repareren, 340 bedrijven die consumentenelektronica repareren en 620 bedrijven die elektrische huishoudapparaten repareren.
Commission staff working document, ‘Impact assessment report accompanying the document Proposal for a Directive of the European Parliament and of the Council on common rules promoting the repair of goods and amending Regulation (EU) 2017/2394, Directives (EU) 2019/771 and (EU) 2020/1828’, https://commission.europa.eu/document/download/512cb8de-3dc0-49ca-a711-b2beb768e531_en?filename=SWD_2023_59_1_EN_impact_assessment_part1_v5.pdf, p. 54.
De bedragen die de Commissie vermeldt voor aanpassingskosten zijn omgerekend naar een bedrag per jaar (was per 15 jaar).
De ATR heeft in dit kader de Commissie gewezen op meerdere onvolkomenheden in dit en andere impact assessments die de grondslag vormen voor Europese wetgeving.
Volgens het CBS zijn er in Nederland ten minste 250 bedrijven in consumentenelektronica industrie, 60 in de accu- en batterijenindustrie, 50 in de elektronische huishoudapparatenindustrie, 310 in de hijs- en hefwerktuigenindustrie en 180 in de fietsenindustrie.
ACM verwijst daarbij naar het geven van voorlichting aan consumenten en het opstellen van guidance in de vorm van richtsnoeren voor bedrijven als onderdeel van de uitvoeringstaak van ACM.
Commission staff working document, ‘Impact assessment report accompanying the document Proposal for a Directive of the European Parliament and of the Council on common rules promoting the repair of goods and amending Regulation (EU) 2017/2394, Directives (EU) 2019/771 and (EU) 2020/1828’, https://commission.europa.eu/document/download/512cb8de-3dc0-49ca-a711-b2beb768e531_en?filename=SWD_2023_59_1_EN_impact_assessment_part1_v5.pdf.
Het betreft burgers die, in termen van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), kwetsbaar zijn om ten prooi te vallen aan een stapeling van stressfactoren, zoals beschreven in de Evaluatie van de Kwaliteitseis Doenvermogen van het Beleidskompas, p. 62, zie: https://www.eerstekamer.nl/overig/20250919/doendenken_evaluatie_van_de/document3/f=/vmr4fa5pebyi_%20opgemaakt.pdf.
In bepaalde gevallen kan reparatie bijvoorbeeld in verhouding dermate duurder dan vervanging zijn, of andere nadelen hebben, waardoor consumenten dan toch voor het laatste zullen kiezen en van hun mogelijkheid tot reparatie afzien.
Indien van toepassing, wordt het begrip professionele reparateurs gedefinieerd in de relevante EU-rechtshandeling, zie als voorbeeld bijlage 1 van Verordening (EU) 2019/2021 van de Commissie van 1 oktober 2019 tot vaststelling van eisen inzake ecologisch ontwerp voor elektronische beeldschermen overeenkomstig Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1275/2008 van de Commissie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 642/2009 van de Commissie.
Op basis van artikel 4 van de Markttoezichtverordening (EU) 2019/1020 en artikel 16 van de Algemene Productveiligheidsverordening zijn fabrikanten die niet in de Unie zijn gevestigd, verplicht om een gemachtigde vertegenwoordiger in de Europese Unie aan te wijzen, wanneer zij hun product hier op de markt brengen.
Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt, Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt en Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten, tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad en van Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 85/577/EEG en van Richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad.
Richtlijn (EU) 2024/825 van het Europees Parlement en de Raad van 28 februari 2024 tot wijziging van de Richtlijnen 2005/29/EG en 2011/83/EU wat betreft het versterken van de positie van de consument voor de groene transitie door middel van betere informatie en door middel van bescherming tegen oneerlijke praktijken.
Bijlage bij de Richtlijn Betere duurzaamheidsinformatie voor consumenten, onderdeel 23nonies.
Richtlijn (EU) 2024/825 van het Europees Parlement en de Raad van 28 februari 2024 tot wijziging van de Richtlijnen 2005/29/EG en 2011/83/EU wat betreft het versterken van de positie van de consument voor de groene transitie door middel van betere informatie en door middel van bescherming tegen oneerlijke praktijken.
Verordening 2024/1781/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van vereisten inzake ecologisch ontwerp voor duurzame producten, tot wijziging van Richtlijn 2020/1828/EU en Verordening 2023/1542/EU, en tot intrekking van Richtlijn 2009/125/EG.
Mededeling van de Commissie, ‘Een nieuw actieplan voor een circulaire economie – voor een schoner en concurrerender Europa’, https://eur-lex.europa.eu/resource.html?uri=cellar:9903b325-6388-11ea-b735-01aa75ed71a1.0023.02/DOC_1&format=PDF.
Richtlijn 2019/771/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de verkoop van goederen, tot wijziging van Verordening 2017/2394/EU en Richtlijn 2009/22/EG, en tot intrekking van Richtlijn 1999/44/EG.
Richtlijn 2020/1828/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2020 betreffende representatieve vorderingen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten en tot intrekking van Richtlijn 2009/22/EG.
Verordening 2017/2394/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 betreffende samenwerking tussen de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2006/2004.
Verordening 2024/1781/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van vereisten inzake ecologisch ontwerp voor duurzame producten, tot wijziging van Richtlijn 2020/1828/EU en Verordening 2023/1542/EU, en tot intrekking van Richtlijn 2009/125/EG.
Maar zie, bijvoorbeeld. ook rechtshandelingen op grond van Richtlijn 2009/125/EG en de verplichtingen uit Verordening 2023/1542/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2023 inzake batterijen en afgedankte batterijen, tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG en Verordening 2019/1020/EU en tot intrekking van Richtlijn 2006/66/EG.
Bij de uitvoering van Richtlijn 2019/771/EU wordt al gebruik gemaakt van het criterium of reparatie al dan niet onmogelijk is.
Een digitaal document dat informatie bevat over de samenstelling, productie, gebruik en recycling van een product.
Het gaat dan om intellectuele eigendomsrechten uit hoofde van Unie- en nationale rechtshandelingen, zie de Richtlijnen 2001/29/EG, 2004/48/EG en (EU) 2019/790 van het Europees Parlement en de Raad.
In de zin van Richtlijn 2005/29/EG van het Europees parlement en de Raad (Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 84/450/EEG van de Raad, Richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad).
Op basis van artikel 4 van de Markttoezichtverordening (EU) 2019/1020 en artikel 16 van de Algemene Productveiligheidsverordening zijn fabrikanten die niet in de Unie zijn gevestigd verplicht om een gemachtigde vertegenwoordiger in de EU aan te wijzen wanneer zij hun product hier op de markt brengen.
Richtlijn (EU) 2019/771 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de verkoop van goederen.
Commission staff working document, ‘Impact assessment report accompanying the document Proposal for a Directive of the European Parliament and of the Council on common rules promoting the repair of goods and amending Regulation (EU) 2017/2394, Directives (EU) 2019/771 and (EU) 2020/1828’, https://commission.europa.eu/document/download/512cb8de-3dc0-49ca-a711-b2beb768e531_en?filename=SWD_2023_59_1_EN_impact_assessment_part1_v5.pdf.
Bijlage II, richtlijn (EU) 2024/1799 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 betreffende gemeenschappelijke regels ter bevordering van de reparatie van goederen en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/2394 en de Richtlijnen (EU) 2019/771 en (EU) 2020/1828.
European Commission, study to support the Commission’s policy development on promoting repair’, https://commission.europa.eu/publications/study-support-commissions-policy-development-promoting-repair.
Volgens het CBS zijn er in Nederland ten minste 205 bedrijven die zich richten op reparatie van elektronica, 440 bedrijven in reparatie van elektrische apparaten, 1.330 bedrijven die computers repareren, 520 bedrijven die communicatieapparaten repareren, 340 bedrijven die consumentenelektronica repareren en 620 bedrijven die elektrische huishoudapparaten repareren.
Commission staff working document, ‘Impact assessment report accompanying the document Proposal for a Directive of the European Parliament and of the Council on common rules promoting the repair of goods and amending Regulation (EU) 2017/2394, Directives (EU) 2019/771 and (EU) 2020/1828’, https://commission.europa.eu/document/download/512cb8de-3dc0-49ca-a711-b2beb768e531_en?filename=SWD_2023_59_1_EN_impact_assessment_part1_v5.pdf, p. 54.
De bedragen die de Commissie vermeldt voor aanpassingskosten zijn omgerekend naar een bedrag per jaar (was per 15 jaar).
De ATR heeft in dit kader de Commissie gewezen op meerdere onvolkomenheden in dit en andere impact assessments die de grondslag vormen voor Europese wetgeving.
Volgens het CBS zijn er in Nederland ten minste 250 bedrijven in consumentenelektronica industrie, 60 in de accu- en batterijenindustrie, 50 in de elektronische huishoudapparatenindustrie, 310 in de hijs- en hefwerktuigenindustrie en 180 in de fietsenindustrie.
ACM verwijst daarbij naar het geven van voorlichting aan consumenten en het opstellen van guidance in de vorm van richtsnoeren voor bedrijven als onderdeel van de uitvoeringstaak van ACM.
Commission staff working document, ‘Impact assessment report accompanying the document Proposal for a Directive of the European Parliament and of the Council on common rules promoting the repair of goods and amending Regulation (EU) 2017/2394, Directives (EU) 2019/771 and (EU) 2020/1828’, https://commission.europa.eu/document/download/512cb8de-3dc0-49ca-a711-b2beb768e531_en?filename=SWD_2023_59_1_EN_impact_assessment_part1_v5.pdf.
Het betreft burgers die, in termen van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), kwetsbaar zijn om ten prooi te vallen aan een stapeling van stressfactoren, zoals beschreven in de Evaluatie van de Kwaliteitseis Doenvermogen van het Beleidskompas, p. 62, zie: https://www.eerstekamer.nl/overig/20250919/doendenken_evaluatie_van_de/document3/f=/vmr4fa5pebyi_%20opgemaakt.pdf.
In bepaalde gevallen kan reparatie bijvoorbeeld in verhouding dermate duurder dan vervanging zijn, of andere nadelen hebben, waardoor consumenten dan toch voor het laatste zullen kiezen en van hun mogelijkheid tot reparatie afzien.
Indien van toepassing, wordt het begrip professionele reparateurs gedefinieerd in de relevante EU-rechtshandeling, zie als voorbeeld bijlage 1 van Verordening (EU) 2019/2021 van de Commissie van 1 oktober 2019 tot vaststelling van eisen inzake ecologisch ontwerp voor elektronische beeldschermen overeenkomstig Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1275/2008 van de Commissie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 642/2009 van de Commissie.
Op basis van artikel 4 van de Markttoezichtverordening (EU) 2019/1020 en artikel 16 van de Algemene Productveiligheidsverordening zijn fabrikanten die niet in de Unie zijn gevestigd, verplicht om een gemachtigde vertegenwoordiger in de Europese Unie aan te wijzen, wanneer zij hun product hier op de markt brengen.
Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt, Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt en Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten, tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad en van Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 85/577/EEG en van Richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad.
Richtlijn (EU) 2024/825 van het Europees Parlement en de Raad van 28 februari 2024 tot wijziging van de Richtlijnen 2005/29/EG en 2011/83/EU wat betreft het versterken van de positie van de consument voor de groene transitie door middel van betere informatie en door middel van bescherming tegen oneerlijke praktijken.
Bijlage bij de Richtlijn Betere duurzaamheidsinformatie voor consumenten, onderdeel 23nonies.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-25703.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.