Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Justitie en Veiligheid | Staatscourant 2026, 25682 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Justitie en Veiligheid | Staatscourant 2026, 25682 | overige overheidsinformatie |
Betreft: implementatie van Richtlijn (EU) 2024/1203 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht en tot vervanging van de Richtlijnen 2008/99/EG en 2009/123/EG.
De Minister van Veiligheid en Justitie deelt mede dat Richtlijn (EU) 2024/1203 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht en tot vervanging van de Richtlijnen 2008/99/EG en 2009/123/EG (hierna: de richtlijn) partieel is geïmplementeerd door middel van bestaande regelgeving.
De ter implementatie van de richtlijn noodzakelijke wijzigingen van het Wetboek van Strafrecht en de Wet op de economische delicten zijn opgenomen in het wetsvoorstel Implementatiewet herziene Europese richtlijn milieucriminaliteit (Kamerstukken 36 876). Daarnaast zal het Besluit internationale verplichtingen extraterritoriale rechtsmacht worden aangevuld. Voor het overige werkt de richtlijn door in de Nederlandse rechtsorde door middel van reeds bestaande regelgeving op de wijze als aangegeven in de transponeringstabel die als bijlage bij deze mededeling is opgenomen.
De Minister van Justitie en Veiligheid, namens deze, E.D.G. Kiersch Directeur Wetgeving en Juridische Zaken,
Sr = Wetboek van Strafrecht
Sv = Wetboek van Strafvordering
WED = Wet op de economische delicten
|
Bepaling Richtlijn 2024/1203 |
Bepaling in bestaande regeling |
Omschrijving beleidsruimte |
Toelichting |
|---|---|---|---|
|
Artikel 1 |
– |
– |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie |
|
Artikel 2, eerste lid |
– |
– |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie |
|
Artikel 2, tweede lid, onder a |
Artikel 2:1 e.v. Burgerlijk Wetboek Artikel 51 Sr |
– |
Het begrip rechtspersoon dient in de eerste plaats in de civielrechtelijke betekenis te worden opgevat (artikel 2:1 e.v. BW). Voorts heeft de strafwetgever een uitbreiding gegeven van het begrip rechtspersoon in artikel 51, derde lid, Sr. |
|
Artikel 2, tweede lid, onder b |
Bijlage bij artikel 1.1 Omgevingswet, definitie van Natura 2000-gebied |
– |
|
|
Artikel 2, tweede lid, onder c |
Artikel I, onderdeel B, van wetsvoorstel 36876 |
– |
|
|
Artikel 3, eerste lid |
– |
– |
De wijze van strafbaarstelling van de door de richtlijn bestreken milieudelicten wordt hieronder per milieudelict nader weergegeven. |
|
Artikel 3, tweede lid, onder a |
Artikelen 161quater, 173a Sr Artikelen 4.3, eerste lid, onder b en c, en 5.1, eerste lid, onder d, en tweede lid, onder c, Omgevingswet Artikel 1a WED Artikel I, onderdelen C tot en met F, van wetsvoorstel 36876 |
– |
|
|
Artikel 3, tweede lid, onder b |
Artikel I, onderdeel G, van wetsvoorstel 36876 |
– |
|
|
Artikel 3, tweede lid, onder c |
Artikel 1a WED in samenhang met: Artikel 9.3.3 Wet milieubeheer (EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen) Artikel 9.3a.3 Wet milieubeheer (EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels) Artikelen 2a, 19 tot en met 22, 28, 29, 37, derde lid, 38, derde lid, 39, 71, 73 tot en met 75 en 78, eerste lid, 79 tot en met 81, 87, zesde lid Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Europese verordening gewasbeschermingsmiddelen) Artikelen 2a, 43, 45, 71 tot en met 78, tweede lid, 79 tot en met 81 en 87, zesde lid Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Europese Biocidenverordening) Artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer en de Uitvoeringsregeling EU-verordening persistente organische verontreinigende stoffen |
– |
|
|
Artikel 3, tweede lid, onder d |
Artikel 9.2.2.1 Wet Milieubeheer, Besluit kwik en kwikhoudende producten, Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen Artikel 1a WED |
– |
|
|
Artikel 3, tweede lid, onder e |
Artikelen 5.1 en 16.43 Omgevingswet Afdeling 11.2 en Bijlage V van het Omgevingsbesluit Artikel 1a WED Artikel II, onderdeel A, van wetsvoorstel 36876 |
– |
|
|
Artikel 3, tweede lid, onder f |
Artikelen 10.1, 10.2, eerste lid, 10.37, eerste lid, 10.39, eerste lid, 10.45, eerste lid, onderdeel b, 10.47, eerste lid, Wet milieubeheer Artikelen 4, 5, 10, 19, 26, eerste lid, 27, zesde lid, 28, 29, vierde lid, 47 en 48, tweede lid, Wet vervoer gevaarlijke stoffen Artikel 1a WED |
– |
|
|
Artikel 3, tweede lid, onder g |
Artikel 10.60 van de Wet milieubeheer Artikel 1a WED |
– |
|
|
Artikel 3, tweede lid, onder h |
Artikel 36a Wet voorkoming verontreiniging door schepen, Besluit voorkoming verontreiniging door schepen, Regeling voorkoming verontreiniging door schepen Artikel 1a, onder 1°, WED |
– |
|
|
Artikel 3, tweede lid, onder i |
Artikel 5 Wet voorkoming verontreiniging door schepen, Besluit voorkoming verontreiniging door schepen, Regeling voorkoming verontreiniging door schepen Artikel 1a, onder 1°, WED |
– |
|
|
Artikel 3, tweede lid, onder j |
Artikel 5.1, tweede lid, Omgevingswet Afdeling 3.3 Besluit activiteiten leefomgeving Artikelen 8.40 en 9.2.2.1 Wet milieubeheer Artikel 1a, onder 1°, WED |
– |
|
|
Artikel 3, tweede lid, onder k |
Artikel 5.1, tweede lid, Omgevingswet Artikelen 6, 13, onderdelen f en g, 25, 29, eerste, derde en vierde lid, 31d, eerste lid, 31i, 33, 33a, 34, eerste en derde lid, 36, tweede en derde lid, 39, 44, 44a, eerste en vierde lid, 44c, eerste, tweede en vierde lid, 45, 45b tot en met 45q, 49 van de Mijnbouwwet Artikelen 6 en 32 Arbeidsomstandighedenwet Artikelen 1, onder 1°, en 1a, onder 1°, WED |
– |
|
|
Artikel 3, tweede lid, onder l |
Artikelen 79 en 80 Kernenergiewet Artikel 1a, onder 1°, WED |
– |
|
|
Artikel 3, tweede lid, onder m |
Artikel 5.1, tweede lid, onder d, Omgevingswet Artikel 1a, onder 1°, WED |
– |
|
|
Artikel 3, tweede lid, onder n en o |
Artikel 5.1, tweede lid, onder g, Omgevingswet Afdeling 11.2, Besluit activiteiten leefomgeving Artikel 1a, onder 1°, WED |
– |
|
|
Artikel 3, tweede lid, onder p |
Artikel 4.3 Omgevingswet Artikel 11.132 Besluit activiteiten leefomgeving Artikel 1a, onder 1°, WED |
– |
|
|
Artikel 3, tweede lid, onder q |
Artikel 4.3 Omgevingswet Afdeling 11.1 Besluit activiteiten leefomgeving Artikel 1a, onder 1°, WED |
– |
|
|
Artikel 3, tweede lid, onder r |
Artikel 4.3 Omgevingswet Artikelen 11.108 en 11.109 Besluit activiteiten leefomgeving Artikel 1a, onder 1°, WED |
– |
|
|
Artikel 3, tweede lid, onder s en t |
Artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer Besluit gefluoreerde broeikasgassen en ozonlaagafbrekende stoffen en de Regeling gefluoreerde broeikasgassen en ozonlaagafbrekende stoffen Artikel 1a, onder 1°, WED |
– |
|
|
Artikel 3, derde, lid |
Artikel 1a WED Artikelen I, onderdelen C, D, E, F en G en II, onderdeel B, van wetsvoorstel 36876 |
– |
|
|
Artikel 3, vierde, lid |
Artikelen 161quinquies en 173b Sr Artikel 2, eerste lid, WED |
– |
De milieudelicten die zijn opgenomen in artikel 1a van de WED zijn strafbaar gesteld als misdrijf voor zover zij opzettelijk zijn begaan. Indien geen sprake is van opzet, is sprake van een overtreding (artikel 2, eerste lid, WED). |
|
Artikel 3, vijfde, lid |
– |
Deze bepaling brengt tot uitdrukking dat het lidstaten vrij staat ook andere overtredingen van milieuwetgeving strafbaar te stellen (beginsel van minimumharmonisatie). |
In de WED is overtreding van milieuwetgeving in meer algemene zin strafbaar gesteld. |
|
Artikel 3, zesde tot en met achtste, lid |
– |
– |
Deze artikelleden geven een nadere invulling aan bepaalde begrippen. Zie hierover ook de omschrijving van artikel 3, zesde tot en met achtste lid in hoofdstuk 5 van het algemeen deel van deze toelichting. |
|
Artikel 4 |
Artikelen 45, 47 en 48, Sr |
– |
|
|
Artikel 5, eerste, lid |
Behoeft geen implementatie |
– |
Deze algemene bepaling is uitgewerkt in de andere leden van artikel 5 van de richtlijn. |
|
Artikel 5, tweede lid, onder a |
Artikelen 161quater en 173a Sr Artikelen I, onderdeel G en II, onderdeel B, van wetsvoorstel 36876 |
– |
|
|
Artikel 5, tweede lid, onder b |
Artikelen 161quater en 173a Sr Artikelen I, onderdeel G en II, onderdeel B, van wetsvoorstel 36876 |
– |
|
|
Artikel 5, tweede lid, onder c |
Artikel 307 Sr Artikel I, onderdeel H, van wetsvoorstel 36876 |
– |
|
|
Artikel 5, tweede lid, onder d en e |
Artikel 6, eerste lid, onder 1°, WED Artikelen 161quater en 173a Sr Artikel I, onderdeel G, van wetsvoorstel 36876 |
– |
|
|
Artikel 5, derde lid, onder a |
Artikel 8, onder c, WED Titel 17.2 en 17.3 van de Wet milieubeheer |
Lidstaten kunnen natuurlijke personen onderwerpen aan bijkomende strafrechtelijke of niet strafrechtelijke sancties of maatregelen zoals genoemd in de onderdelen a tot en met g |
Zoals bij de omschrijving van artikel 5, derde lid, onder a, in hoofdstuk 5 van het algemeen deel van de toelichting bij het wetsvoorstel Implementatiewet herziene Europese richtlijn milieucriminaliteit (36 876) is toegelicht zijn lidstaten niet verplicht alle opgesomde sancties in het nationale recht beschikbaar te maken. Naar Nederlands recht zijn alle opgesomde sancties evenwel beschikbaar. De sancties zijn deels van strafrechtelijke en deel van niet-strafrechtelijke aard. |
|
Artikel 5, derde lid, onder b |
Artikel 9, eerste lid, onder a, sub 4, Sr Artikel 6, eerste lid, WED |
Zie artikel 5, derde lid, onder a |
Zie artikel 5, derde lid, onder a |
|
Artikel 5, derde lid, onder c |
Artikel 7, onder f, WED |
Zie artikel 5, derde lid, onder a |
Zie artikel 5, derde lid, onder a |
|
Artikel 5, derde lid, onder d |
Artikel 28, eerste lid, onder 5°, Sr Artikel 7, onder a, WED |
Zie artikel 5, derde lid, onder a |
Zie artikel 5, derde lid, onder a |
|
Artikel 5, derde lid, onder e |
Artikel 7, onder f, WED |
Zie artikel 5, derde lid, onder a |
Zie artikel 5, derde lid, onder a In aanvulling daarop wordt opgemerkt dat de grondslag in de WED een tijdelijk verbod tot gebruik van de verleende/te verlenen vergunning of ontheffing betreft van maximaal twee jaar als strafrechtelijke bijkomende straf. Daarnaast is bij diverse vergunningstelsels in specifieke regelgeving geregeld dat het bevoegde bestuursorgaan parallel aan een strafrechtelijke vervolging kan besluiten een vergunning in te trekken. |
|
Artikel 5, derde lid, onder f |
Artikel 28, eerste lid, onder 3°, Sr in samenhang met artikel 176c Sr |
Zie artikel 5, derde lid, onder a |
Zie artikel 5, derde lid, onder a |
|
Artikel 5, derde lid, onder g |
Artikel 7, onder G, WED |
Zie artikel 5, derde lid, onder a |
Zie artikel 5, derde lid, onder a |
|
Artikel 6 |
Artikel 51 Sr |
– |
|
|
Artikel 7, eerste lid |
Artikel 51, tweede lid, Sr |
– |
|
|
Artikel 7, tweede lid, onder a |
Artikel 8, onder c, WED Titel 17.2 en 17.3 van de Wet milieubeheer |
Lidstaten kunnen aan rechtspersonen andere strafrechtelijke of niet-strafrechtelijke sancties of maatregelen opleggen dan geldboeten. De richtlijn verplicht er niet toe om te voorzien in alle in artikel 7, tweede lid, van de richtlijn genoemde sancties. |
Op grond van het bestaande Nederlandse recht zijn alle genoemde optionele bijkomende sancties voor rechtspersonen reeds mogelijk(met uitzondering van een permanent verbod op het uitoefenen van bedrijfsactiviteiten). De sancties zijn deels van strafrechtelijke en deel van niet-strafrechtelijke aard. |
|
Artikel 7, tweede lid, onder b en c |
Artikel 7, onder f, WED |
Zie artikel 7, tweede lid, onder a |
|
|
Artikel 7, tweede lid, onder d |
Artikel 7, onder c, WED |
Zie artikel 7, tweede lid, onder a |
Artikel 7, tweede lid, onder c WED voorziet in de mogelijkheid van tijdelijke stillegging van de onderneming voor een tijd van ten hoogste een jaar. |
|
Artikel 7, tweede lid, onder e |
Artikel 7, onder f, WED |
Zie artikel 7, tweede lid, onder a |
Zie artikel 7, tweede lid, onder a In aanvulling daarop wordt opgemerkt dat de grondslag in de WED een tijdelijke verbod tot gebruik van de verleende/te verlenen vergunning of ontheffing betreft van maximaal twee jaar als strafrechtelijke bijkomende straf. Daarnaast is bij diverse vergunningstelsels in specifieke regelgeving geregeld dat het bevoegde bestuursorgaan parallel aan een strafrechtelijke vervolging kan besluiten een vergunning in te trekken. |
|
Artikel 7, tweede lid, onder f |
Artikel 8, onder b, WED |
Zie artikel 7, tweede lid, onder a |
Zie artikel 7, tweede lid, onder a |
|
Artikel 7, tweede lid, onder g |
Artikel 2:20 e.v. Burgerlijk Wetboek |
Zie artikel 7, tweede lid, onder a |
Zie artikel 7, tweede lid, onder a |
|
Artikel 7, tweede lid, onder h |
Artikel 7, onder h, WED |
Zie artikel 7, tweede lid, onder a |
Zie artikel 7, tweede lid, onder a |
|
Artikel 7, tweede lid, onder i |
Titels 17.2 en 17.3 Wet milieubeheer |
Zie artikel 7, tweede lid, onder a |
Zie artikel 7, tweede lid, onder a |
|
Artikel 7, tweede lid, onder j |
Zie artikel 7, tweede lid, onder a |
Zie artikel 7, tweede lid, onder a |
Zie artikel 7, tweede lid, onder a |
|
Artikel 7, derde en vierde lid |
Artikel 23, zevende en achtste lid, Sr Artikel 6 WED |
Lidstaten kunnen ofwel kiezen voor een maximum in de vorm van een omzetgerelateerde boete ofwel in de vorm van een vast bedrag. Bij een omzetgerelateerde boete kunnen lidstaten uitgaan van de totale wereldwijde omzet van de rechtspersoon in het boekjaar voorafgaand aan het jaar waarin het delict is gepleegd, of in het boekjaar voorafgaand aan dat waarin het besluit tot oplegging van de geldboete is genomen. Lidstaten kunnen regels vaststellen voor gevallen waarin het niet mogelijk is het bedrag van de geldboete te bepalen op basis van de omzet van de rechtspersoon. |
In Nederland geldt voor alle opzettelijk gepleegde strafbare feiten die onder de richtlijn vallen een algemeen strafrechtelijk boetemaximum van tien procent van de jaaromzet van de rechtspersoon in het boekjaar voorafgaande aan de uitspraak of beschikking (artikel 23, zevende lid, Sr). |
|
Artikel 8 |
Artikel 140 Sr (onderdeel b), artikel 225 Sr (onderdeel c), artikel 44 jo. artikel 91 Sr (onderdeel d), artikel 43a (jo. artikel 91 Sr) (onderdeel e) en artikelen 189, 285 en 285a Sr (onderdeel g) |
Van de in dit artikel genoemde verzwarende omstandigheden moeten een of meerdere omstandigheden als verzwarend kunnen worden beschouwd. |
Binnen de relevante, ruime strafmaxima die naar Nederlands recht gelden voor de verschillende milieudelicten uit de richtlijn kan de rechter bij de strafoplegging rekening houden met alle genoemde verzwarende omstandigheden. |
|
Artikel 9 |
– |
Van de in dit artikel genoemde verzachtende omstandigheden moeten een of meerdere omstandigheden als verzachtend kunnen worden beschouwd. |
Binnen de relevante, ruime strafmaxima die naar Nederlands recht gelden voor de verschillende milieudelicten uit de richtlijn kan de rechter bij de strafoplegging rekening houden met alle genoemde verzachtende omstandigheden. |
|
Artikel 10 |
Artikelen 33 tot en met 34, 36b tot en met 36e Sr Artikelen 94 en 94a Sv |
– |
|
|
Artikel 11 |
Artikelen 70, 72 en 72 Sr Artikelen 6:1:22 en 6:1:23 Sv |
– |
|
|
Artikel 12, eerste lid |
Artikelen 2, 3 en 6 Sr Besluit internationale verplichtingen extraterritoriale rechtsmacht (BIVR) |
– |
Het BIVR zal worden aangepast om te voldoen aan de verplichting uit artikel 12, eerste lid, onder d, van de richtlijn. |
|
Artikel 12, tweede lid |
Artikelen 5 en 7, eerste en derde lid, Sr |
Deze bepaling bevat geen verplichting tot het vestigen van rechtsmacht. Wel moet de Commissie in kennis worden gesteld wanneer rechtsmacht op grond van een van de hier genoemde gronden gevestigd is. |
De Nederlandse wetgeving voorziet in rechtsmacht in de gevallen genoemd in de onderdelen a, b en c van deze bepaling. |
|
Artikel 12, derde lid |
– |
– |
Dit artikellid brengt tot uitdrukking dat de uitoefening van rechtsmacht niet mag zijn onderworpen aan de voorwaarde dat alleen tot vervolging kan worden overgegaan na een aangifte van de lidstaat waarin de plaats is gelegen waar het strafrechtelijk delict is gepleegd. Het Nederlandse recht stelt dit vereiste niet. |
|
Artikel 13 |
Eerste Boek, Titels IV en IVA Sv |
– |
|
|
Artikel 14 |
Eerste Boek, Titel IIIA Sv Besluit slachtoffers van strafbare feiten |
– |
|
|
Artikel 15 |
Artikelen 12 tot en met 13a Sv Artikelen 161 tot en met 163 Sv |
– |
|
|
Artikelen 16 tot en met 22 |
– |
– |
Deze artikelen vergen geen aanpassing van nationale wetgeving. In hoofdstuk 5 van het algemeen deel van de toelichting bij het wetsvoorstel Implementatiewet herziene Europese richtlijn milieucriminaliteit (36 876) is beschreven hoe aan deze bepalingen in de praktijk invulling wordt gegeven. |
|
Artikelen 23 tot en met 30 |
– |
– |
Deze artikelen behoeven naar hun aard geen implementatie. |
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-25682.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.