Mededeling implementatie Richtlijn (EU) 2024/1203 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht en tot vervanging van de Richtlijnen 2008/99/EG en 2009/123/EG

Betreft: implementatie van Richtlijn (EU) 2024/1203 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht en tot vervanging van de Richtlijnen 2008/99/EG en 2009/123/EG.

De Minister van Veiligheid en Justitie deelt mede dat Richtlijn (EU) 2024/1203 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht en tot vervanging van de Richtlijnen 2008/99/EG en 2009/123/EG (hierna: de richtlijn) partieel is geïmplementeerd door middel van bestaande regelgeving.

De ter implementatie van de richtlijn noodzakelijke wijzigingen van het Wetboek van Strafrecht en de Wet op de economische delicten zijn opgenomen in het wetsvoorstel Implementatiewet herziene Europese richtlijn milieucriminaliteit (Kamerstukken 36 876). Daarnaast zal het Besluit internationale verplichtingen extraterritoriale rechtsmacht worden aangevuld. Voor het overige werkt de richtlijn door in de Nederlandse rechtsorde door middel van reeds bestaande regelgeving op de wijze als aangegeven in de transponeringstabel die als bijlage bij deze mededeling is opgenomen.

De Minister van Justitie en Veiligheid, namens deze, E.D.G. Kiersch Directeur Wetgeving en Juridische Zaken,

BIJLAGE: TRANSPONERINGSTABEL

Transponeringstabel in verband met de implementatie van de bepalingen van Richtlijn 2024/1203

Sr = Wetboek van Strafrecht

Sv = Wetboek van Strafvordering

WED = Wet op de economische delicten

Bepaling Richtlijn 2024/1203

Bepaling in bestaande regeling

Omschrijving beleidsruimte

Toelichting

Artikel 1

Behoeft naar zijn aard geen implementatie

Artikel 2, eerste lid

Behoeft naar zijn aard geen implementatie

Artikel 2, tweede lid, onder a

Artikel 2:1 e.v. Burgerlijk Wetboek

Artikel 51 Sr

Het begrip rechtspersoon dient in de eerste plaats in de civielrechtelijke betekenis te worden opgevat (artikel 2:1 e.v. BW). Voorts heeft de strafwetgever een uitbreiding gegeven van het begrip rechtspersoon in artikel 51, derde lid, Sr.

Artikel 2, tweede lid, onder b

Bijlage bij artikel 1.1 Omgevingswet, definitie van Natura 2000-gebied

 

Artikel 2, tweede lid, onder c

Artikel I, onderdeel B, van wetsvoorstel 36876

 

Artikel 3, eerste lid

De wijze van strafbaarstelling van de door de richtlijn bestreken milieudelicten wordt hieronder per milieudelict nader weergegeven.

Artikel 3, tweede lid, onder a

Artikelen 161quater, 173a Sr

Artikelen 4.3, eerste lid, onder b en c, en 5.1, eerste lid, onder d, en tweede lid, onder c, Omgevingswet

Artikel 1a WED

Artikel I, onderdelen C tot en met F, van wetsvoorstel 36876

 

Artikel 3, tweede lid, onder b

Artikel I, onderdeel G, van wetsvoorstel 36876

 

Artikel 3, tweede lid, onder c

Artikel 1a WED in samenhang met:

Artikel 9.3.3 Wet milieubeheer (EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen)

Artikel 9.3a.3 Wet milieubeheer (EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels)

Artikelen 2a, 19 tot en met 22, 28, 29, 37, derde lid, 38, derde lid, 39, 71, 73 tot en met 75 en 78, eerste lid, 79 tot en met 81, 87, zesde lid Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Europese verordening gewasbeschermingsmiddelen)

Artikelen 2a, 43, 45, 71 tot en met 78, tweede lid, 79 tot en met 81 en 87, zesde lid Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Europese Biocidenverordening)

Artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer en de Uitvoeringsregeling EU-verordening persistente organische verontreinigende stoffen

 

Artikel 3, tweede lid, onder d

Artikel 9.2.2.1 Wet Milieubeheer, Besluit kwik en kwikhoudende producten, Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen

Artikel 1a WED

 

Artikel 3, tweede lid, onder e

Artikelen 5.1 en 16.43 Omgevingswet

Afdeling 11.2 en Bijlage V van het Omgevingsbesluit

Artikel 1a WED

Artikel II, onderdeel A, van wetsvoorstel 36876

 

Artikel 3, tweede lid, onder f

Artikelen 10.1, 10.2, eerste lid, 10.37, eerste lid, 10.39, eerste lid, 10.45, eerste lid, onderdeel b, 10.47, eerste lid, Wet milieubeheer

Artikelen 4, 5, 10, 19, 26, eerste lid, 27, zesde lid, 28, 29, vierde lid, 47 en 48, tweede lid, Wet vervoer gevaarlijke stoffen

Artikel 1a WED

 

Artikel 3, tweede lid, onder g

Artikel 10.60 van de Wet milieubeheer

Artikel 1a WED

 

Artikel 3, tweede lid, onder h

Artikel 36a Wet voorkoming verontreiniging door schepen, Besluit voorkoming verontreiniging door schepen, Regeling voorkoming verontreiniging door schepen

Artikel 1a, onder 1°, WED

 

Artikel 3, tweede lid, onder i

Artikel 5 Wet voorkoming verontreiniging door schepen, Besluit voorkoming verontreiniging door schepen, Regeling voorkoming verontreiniging door schepen

Artikel 1a, onder 1°, WED

 

Artikel 3, tweede lid, onder j

Artikel 5.1, tweede lid, Omgevingswet

Afdeling 3.3 Besluit activiteiten leefomgeving

Artikelen 8.40 en 9.2.2.1 Wet milieubeheer

Artikel 1a, onder 1°, WED

 

Artikel 3, tweede lid, onder k

Artikel 5.1, tweede lid, Omgevingswet

Artikelen 6, 13, onderdelen f en g, 25, 29, eerste, derde en vierde lid, 31d, eerste lid, 31i, 33, 33a, 34, eerste en derde lid, 36, tweede en derde lid, 39, 44, 44a, eerste en vierde lid, 44c, eerste, tweede en vierde lid, 45, 45b tot en met 45q, 49 van de Mijnbouwwet

Artikelen 6 en 32 Arbeidsomstandighedenwet

Artikelen 1, onder 1°, en 1a, onder 1°, WED

 

Artikel 3, tweede lid, onder l

Artikelen 79 en 80 Kernenergiewet

Artikel 1a, onder 1°, WED

 

Artikel 3, tweede lid, onder m

Artikel 5.1, tweede lid, onder d, Omgevingswet

Artikel 1a, onder 1°, WED

 

Artikel 3, tweede lid, onder n en o

Artikel 5.1, tweede lid, onder g, Omgevingswet

Afdeling 11.2, Besluit activiteiten leefomgeving

Artikel 1a, onder 1°, WED

 

Artikel 3, tweede lid, onder p

Artikel 4.3 Omgevingswet

Artikel 11.132 Besluit activiteiten leefomgeving

Artikel 1a, onder 1°, WED

 

Artikel 3, tweede lid, onder q

Artikel 4.3 Omgevingswet

Afdeling 11.1 Besluit activiteiten leefomgeving

Artikel 1a, onder 1°, WED

 

Artikel 3, tweede lid, onder r

Artikel 4.3 Omgevingswet

Artikelen 11.108 en 11.109 Besluit activiteiten leefomgeving

Artikel 1a, onder 1°, WED

 

Artikel 3, tweede lid, onder s en t

Artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer

Besluit gefluoreerde broeikasgassen en ozonlaagafbrekende stoffen en de Regeling gefluoreerde broeikasgassen en ozonlaagafbrekende stoffen

Artikel 1a, onder 1°, WED

 

Artikel 3, derde, lid

Artikel 1a WED

Artikelen I, onderdelen C, D, E, F en G en II, onderdeel B, van wetsvoorstel 36876

 

Artikel 3, vierde, lid

Artikelen 161quinquies en 173b Sr

Artikel 2, eerste lid, WED

De milieudelicten die zijn opgenomen in artikel 1a van de WED zijn strafbaar gesteld als misdrijf voor zover zij opzettelijk zijn begaan. Indien geen sprake is van opzet, is sprake van een overtreding (artikel 2, eerste lid, WED).

Artikel 3, vijfde, lid

Deze bepaling brengt tot uitdrukking dat het lidstaten vrij staat ook andere overtredingen van milieuwetgeving strafbaar te stellen (beginsel van minimumharmonisatie).

In de WED is overtreding van milieuwetgeving in meer algemene zin strafbaar gesteld.

Artikel 3, zesde tot en met achtste, lid

Deze artikelleden geven een nadere invulling aan bepaalde begrippen. Zie hierover ook de omschrijving van artikel 3, zesde tot en met achtste lid in hoofdstuk 5 van het algemeen deel van deze toelichting.

Artikel 4

Artikelen 45, 47 en 48, Sr

 

Artikel 5, eerste, lid

Behoeft geen implementatie

Deze algemene bepaling is uitgewerkt in de andere leden van artikel 5 van de richtlijn.

Artikel 5, tweede lid, onder a

Artikelen 161quater en 173a Sr

Artikelen I, onderdeel G en II, onderdeel B, van wetsvoorstel 36876

 

Artikel 5, tweede lid, onder b

Artikelen 161quater en 173a Sr

Artikelen I, onderdeel G en II, onderdeel B, van wetsvoorstel 36876

 

Artikel 5, tweede lid, onder c

Artikel 307 Sr

Artikel I, onderdeel H, van wetsvoorstel 36876

 

Artikel 5, tweede lid, onder d en e

Artikel 6, eerste lid, onder 1°, WED

Artikelen 161quater en 173a Sr

Artikel I, onderdeel G, van wetsvoorstel 36876

 

Artikel 5, derde lid, onder a

Artikel 8, onder c, WED

Titel 17.2 en 17.3 van de Wet milieubeheer

Lidstaten kunnen natuurlijke personen onderwerpen aan bijkomende strafrechtelijke of niet strafrechtelijke sancties of maatregelen zoals genoemd in de onderdelen a tot en met g

Zoals bij de omschrijving van artikel 5, derde lid, onder a, in hoofdstuk 5 van het algemeen deel van de toelichting bij het wetsvoorstel Implementatiewet herziene Europese richtlijn milieucriminaliteit (36 876) is toegelicht zijn lidstaten niet verplicht alle opgesomde sancties in het nationale recht beschikbaar te maken. Naar Nederlands recht zijn alle opgesomde sancties evenwel beschikbaar. De sancties zijn deels van strafrechtelijke en deel van niet-strafrechtelijke aard.

Artikel 5, derde lid, onder b

Artikel 9, eerste lid, onder a, sub 4, Sr

Artikel 6, eerste lid, WED

Zie artikel 5, derde lid, onder a

Zie artikel 5, derde lid, onder a

Artikel 5, derde lid, onder c

Artikel 7, onder f, WED

Zie artikel 5, derde lid, onder a

Zie artikel 5, derde lid, onder a

Artikel 5, derde lid, onder d

Artikel 28, eerste lid, onder 5°, Sr

Artikel 7, onder a, WED

Zie artikel 5, derde lid, onder a

Zie artikel 5, derde lid, onder a

Artikel 5, derde lid, onder e

Artikel 7, onder f, WED

Zie artikel 5, derde lid, onder a

Zie artikel 5, derde lid, onder a

In aanvulling daarop wordt opgemerkt dat de grondslag in de WED een tijdelijk verbod tot gebruik van de verleende/te verlenen vergunning of ontheffing betreft van maximaal twee jaar als strafrechtelijke bijkomende straf. Daarnaast is bij diverse vergunningstelsels in specifieke regelgeving geregeld dat het bevoegde bestuursorgaan parallel aan een strafrechtelijke vervolging kan besluiten een vergunning in te trekken.

Artikel 5, derde lid, onder f

Artikel 28, eerste lid, onder 3°, Sr in samenhang met artikel 176c Sr

Zie artikel 5, derde lid, onder a

Zie artikel 5, derde lid, onder a

Artikel 5, derde lid, onder g

Artikel 7, onder G, WED

Zie artikel 5, derde lid, onder a

Zie artikel 5, derde lid, onder a

Artikel 6

Artikel 51 Sr

 

Artikel 7, eerste lid

Artikel 51, tweede lid, Sr

 

Artikel 7, tweede lid, onder a

Artikel 8, onder c, WED

Titel 17.2 en 17.3 van de Wet milieubeheer

Lidstaten kunnen aan rechtspersonen andere strafrechtelijke of niet-strafrechtelijke sancties of maatregelen opleggen dan geldboeten.

De richtlijn verplicht er niet toe om te voorzien in alle in artikel 7, tweede lid, van de richtlijn genoemde sancties.

Op grond van het bestaande Nederlandse recht zijn alle genoemde optionele bijkomende sancties voor rechtspersonen reeds mogelijk(met uitzondering van een permanent verbod op het uitoefenen van bedrijfsactiviteiten). De sancties zijn deels van strafrechtelijke en deel van niet-strafrechtelijke aard.

Artikel 7, tweede lid, onder b en c

Artikel 7, onder f, WED

Zie artikel 7, tweede lid, onder a

 

Artikel 7, tweede lid, onder d

Artikel 7, onder c, WED

Zie artikel 7, tweede lid, onder a

Artikel 7, tweede lid, onder c WED voorziet in de mogelijkheid van tijdelijke stillegging van de onderneming voor een tijd van ten hoogste een jaar.

Artikel 7, tweede lid, onder e

Artikel 7, onder f, WED

Zie artikel 7, tweede lid, onder a

Zie artikel 7, tweede lid, onder a

In aanvulling daarop wordt opgemerkt dat de grondslag in de WED een tijdelijke verbod tot gebruik van de verleende/te verlenen vergunning of ontheffing betreft van maximaal twee jaar als strafrechtelijke bijkomende straf. Daarnaast is bij diverse vergunningstelsels in specifieke regelgeving geregeld dat het bevoegde bestuursorgaan parallel aan een strafrechtelijke vervolging kan besluiten een vergunning in te trekken.

Artikel 7, tweede lid, onder f

Artikel 8, onder b, WED

Zie artikel 7, tweede lid, onder a

Zie artikel 7, tweede lid, onder a

Artikel 7, tweede lid, onder g

Artikel 2:20 e.v. Burgerlijk Wetboek

Zie artikel 7, tweede lid, onder a

Zie artikel 7, tweede lid, onder a

Artikel 7, tweede lid, onder h

Artikel 7, onder h, WED

Zie artikel 7, tweede lid, onder a

Zie artikel 7, tweede lid, onder a

Artikel 7, tweede lid, onder i

Titels 17.2 en 17.3 Wet milieubeheer

Zie artikel 7, tweede lid, onder a

Zie artikel 7, tweede lid, onder a

Artikel 7, tweede lid, onder j

Zie artikel 7, tweede lid, onder a

Zie artikel 7, tweede lid, onder a

Zie artikel 7, tweede lid, onder a

Artikel 7, derde en vierde lid

Artikel 23, zevende en achtste lid, Sr

Artikel 6 WED

Lidstaten kunnen ofwel kiezen voor een maximum in de vorm van een omzetgerelateerde boete ofwel in de vorm van een vast bedrag. Bij een omzetgerelateerde boete kunnen lidstaten uitgaan van de totale wereldwijde omzet van de rechtspersoon in het boekjaar voorafgaand aan het jaar waarin het delict is gepleegd, of in het boekjaar voorafgaand aan dat waarin het besluit tot oplegging van de geldboete is genomen. Lidstaten kunnen regels vaststellen voor gevallen waarin het niet mogelijk is het bedrag van de geldboete te bepalen op basis van de omzet van de rechtspersoon.

In Nederland geldt voor alle opzettelijk gepleegde strafbare feiten die onder de richtlijn vallen een algemeen strafrechtelijk boetemaximum van tien procent van de jaaromzet van de rechtspersoon in het boekjaar voorafgaande aan de uitspraak of beschikking (artikel 23, zevende lid, Sr).

Artikel 8

Artikel 140 Sr (onderdeel b), artikel 225 Sr (onderdeel c), artikel 44 jo. artikel 91 Sr (onderdeel d), artikel 43a (jo. artikel 91 Sr) (onderdeel e) en artikelen 189, 285 en 285a Sr (onderdeel g)

Van de in dit artikel genoemde verzwarende omstandigheden moeten een of meerdere omstandigheden als verzwarend kunnen worden beschouwd.

Binnen de relevante, ruime strafmaxima die naar Nederlands recht gelden voor de verschillende milieudelicten uit de richtlijn kan de rechter bij de strafoplegging rekening houden met alle genoemde verzwarende omstandigheden.

Artikel 9

Van de in dit artikel genoemde verzachtende omstandigheden moeten een of meerdere omstandigheden als verzachtend kunnen worden beschouwd.

Binnen de relevante, ruime strafmaxima die naar Nederlands recht gelden voor de verschillende milieudelicten uit de richtlijn kan de rechter bij de strafoplegging rekening houden met alle genoemde verzachtende omstandigheden.

Artikel 10

Artikelen 33 tot en met 34, 36b tot en met 36e Sr

Artikelen 94 en 94a Sv

 

Artikel 11

Artikelen 70, 72 en 72 Sr

Artikelen 6:1:22 en 6:1:23 Sv

 

Artikel 12, eerste lid

Artikelen 2, 3 en 6 Sr

Besluit internationale verplichtingen extraterritoriale rechtsmacht (BIVR)

Het BIVR zal worden aangepast om te voldoen aan de verplichting uit artikel 12, eerste lid, onder d, van de richtlijn.

Artikel 12, tweede lid

Artikelen 5 en 7, eerste en derde lid, Sr

Deze bepaling bevat geen verplichting tot het vestigen van rechtsmacht. Wel moet de Commissie in kennis worden gesteld wanneer rechtsmacht op grond van een van de hier genoemde gronden gevestigd is.

De Nederlandse wetgeving voorziet in rechtsmacht in de gevallen genoemd in de onderdelen a, b en c van deze bepaling.

Artikel 12, derde lid

Dit artikellid brengt tot uitdrukking dat de uitoefening van rechtsmacht niet mag zijn onderworpen aan de voorwaarde dat alleen tot vervolging kan worden overgegaan na een aangifte van de lidstaat waarin de plaats is gelegen waar het strafrechtelijk delict is gepleegd. Het Nederlandse recht stelt dit vereiste niet.

Artikel 13

Eerste Boek, Titels IV en IVA Sv

 

Artikel 14

Eerste Boek, Titel IIIA Sv

Besluit slachtoffers van strafbare feiten

 

Artikel 15

Artikelen 12 tot en met 13a Sv

Artikelen 161 tot en met 163 Sv

 

Artikelen 16 tot en met 22

Deze artikelen vergen geen aanpassing van nationale wetgeving. In hoofdstuk 5 van het algemeen deel van de toelichting bij het wetsvoorstel Implementatiewet herziene Europese richtlijn milieucriminaliteit (36 876) is beschreven hoe aan deze bepalingen in de praktijk invulling wordt gegeven.

Artikelen 23 tot en met 30

Deze artikelen behoeven naar hun aard geen implementatie.

Naar boven