Besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 7 juli 2026, nr. DGED/DE/107033049, houdende de mogelijkheid voor de Autoriteit Consument en Markt tot toekenning van IMSI-nummers ten behoeve van de identificatie van gebruiksrelaties voor bepaalde categorieën besloten netwerken

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat,

Gelet op de artikelen 4.1, eerste lid en 4.2, eerste en zesde lid, van de Telecommunicatiewet;

Besluit:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

besloten elektronisch communicatienetwerk:

elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van het nummerplan;

nummer:

nummer als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het nummerplan.

nummerplan:

Nummerplan voor identiteitsnummers ten behoeve van internationale mobiliteit (IMSI-nummers);

perceelgebonden elektronisch communicatienetwerk:

draadloos elektronisch communicatienetwerk op land voor communicatie binnen een bedrijf of organisatie, of binnen meerdere bedrijven of organisaties die met elkaar samenwerken voor de exploitatie van één gezamenlijk draadloos elektronisch communicatienetwerk, waarbij het beoogde verzorgingsgebied zich beperkt tot de percelen en daarop gevestigde of te vestigen opstallen die het bedrijf, de organisatie of de samenwerkende bedrijven of organisaties in eigendom hebben, of waarop zij anderszins het recht hebben om deze te gebruiken voor functionele doeleinden;

virtueel elektronisch communicatienetwerk:

elektronisch communicatienetwerk:

  • a. met geen of een gedeeltelijk zelfstandig beheer over voorzieningen voor het routeren of het transport van signalen;

  • b. waarbij het routeren of het transport van signalen, voor zover gebruik wordt gemaakt van een ander, niet virtueel, elektronisch communicatienetwerk, in aanzienlijke mate is gescheiden van het routeren of het transport van signalen voor andere toepassingen over dat andere elektronische communicatienetwerk.

Artikel 2

  • 1. De Autoriteit Consument en Markt kan, in aanvulling op de gebruiksdoelen, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van het nummerplan, nummers toekennen uit de reeks 204 92 voor de identificatie van gebruiksrelaties voor:

    • a. een draadloos besloten elektronisch communicatienetwerk met een mogelijke landelijke dekking of al dan niet tijdelijke dekking op vooraf onbepaalde locaties; of

    • b. gelijktijdig één, of meerdere perceelgebonden elektronische communicatienetwerken die onderling verschillende gebruikers kunnen betreffen, in een toepassing die tevens gebruik maakt van een ander elektronisch communicatienetwerk of een virtueel elektronisch communicatienetwerk dat is geïntegreerd met een ander elektronisch communicatienetwerk van de nummerhouder; of

    • c. een virtueel besloten elektronisch communicatienetwerk dat is geïntegreerd met een openbaar draadloos elektronisch communicatienetwerk met een landelijke dekking.

  • 2. De Autoriteit Consument en Markt kan voorts, in aanvulling op de gebruiksdoelen, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van het nummerplan, ten behoeve van netwerkintern gebruik nummers toekennen uit de reeksen 204 981 tot en met 204 985 voor de identificatie van gebruiksrelaties voor een perceelgebonden elektronisch communicatienetwerk. De combinatie van mobiele landencode en mobiele netwerkcode kan aan één of meerdere aanvragers worden toegekend.

  • 3. De lengte van de combinatie van mobiele landencode en mobiele netwerkcode als onderdeel van een nummer bedoeld in het eerste lid, aanhef, en tweede lid, bestaat uit zes cijfers.

Artikel 3

  • 1. Dit besluit vervalt met ingang van de datum van inwerkingtreding van het eerstvolgende besluit tot wijziging van het nummerplan, bedoeld in artikel 4.1, eerste lid van de Telecommunicatiewet, of uiterlijk 24 maanden na de datum van inwerkingtreding van dit besluit.

  • 2. Het vervallen van dit besluit, bedoeld in het eerste lid, heeft geen rechtsgevolg voor een toekenning als bedoeld in artikel 2, eerste lid, tenzij die toekenning in strijd komt met de wijziging van het nummerplan, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, W. Aerdts

Tegen dit besluit kan degene, wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen 6 weken na de dag van dagtekening van deze Staatscourant een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, Directie Wetgeving en Juridische Zaken, Postbus 20101, 2500 EC ’s-Gravenhage.

I. ALGEMENE TOELICHTING

1. Inleiding

Het Nummerplan voor identiteitsnummers ten behoeve van internationale mobiliteit (IMSI-nummers) (hierna: nummerplan) is de nationale uitwerking van aanbeveling E.212 van de Internationale Unie voor Telecommunicatie (hierna ITU). In deze aanbeveling zijn de structuur en het gebruik van zogenoemde identiteitsnummers ten behoeve van internationale mobiliteit (hierna IMSI-nummers) beschreven. IMSI-nummers worden wereldwijd gebruikt voor de identificatie van gebruiksrelaties met abonnees (abonnementen) van een mobiel elektronisch communicatienetwerk (de term elektronisch communicatienetwerk wordt hierna verkort tot: netwerk). Een wereldwijd uniek IMSI-nummer maakt het mogelijk dat mobiele randapparaten of abonnees als bezoekers herkend kunnen worden wanneer zij zich buiten het dekkingsgebied van hun eigen netwerkaanbieder begeven en gebruik maken van het netwerk van een andere aanbieder.

Een IMSI-nummer bestaat volgens de ITU aanbeveling E.212 uit drie componenten: een mobiele landencode (Mobile Country Code, MCC) die wordt uitgegeven door de ITU en die het land waarin het netwerk zich bevindt identificeert; een mobiele netwerkcode (Mobile Network Code, MNC) die het specifieke netwerk identificeert; en een nummer dat het randapparaat of de abonnee identificeert (Mobile Subscription Identity Number, MSIN). De ordening en toedeling van landgebonden MNCs en MSINs vallen onder de verantwoordelijkheid van de nationale overheid.

In het huidige nummerplan worden de specifieke gebruiksmogelijkheden van MNCs vastgelegd. MNCs kunnen door de Autoriteit Consument en Markt (hierna: ACM) worden toegekend. MSINs achter een MNC worden door de nummerhouder van de desbetreffende MNC beheerd. MNCs zijn beschikbaar voor een aantal gebruikssituaties. Dit betreft in hoofdzaak openbare netwerken. Voor situaties met besloten netwerken zijn de huidige gebruiksmogelijkheden beperkt. Met dit besluit wordt de tijdelijke mogelijkheid gecreëerd om bepaalde IMSI-nummers in vier nieuwe gebruikssituaties waarbij besloten netwerken zijn betrokken, toe te kennen. Het betreft:

  • draadloze besloten netwerken met een mogelijk landelijke dekking of al dan niet tijdelijke dekking op vooraf onbepaalde locaties;

  • draadloze perceelgebonden elektronische communicatienetwerken die bedrijfsmatig worden gebruikt (in enkelvoud hierna: PGN) in een toepassing die tevens gebruik maakt van een ander draadloos netwerk of virtueel elektronisch communicatienetwerk dat is geïntegreerd met een ander draadloos elektronisch communicatienetwerk;

  • virtuele besloten netwerken die zijn geïntegreerd met een openbaar draadloos netwerk met een landelijke dekking;

  • individuele PGNs, voor zover het gaat om netwerkintern gebruik binnen deze PGNs.

De wijze waarop met dit besluit ruimte wordt gecreëerd voor deze toepassingen draagt bij aan een efficiënte allocatie van IMSI-nummers, met name door de inzet van een overgang van het gebruik van 2-cijferige MNCs naar 3-cijferige MNCs voor besloten netwerken. Het besluit loopt vooruit op een wijziging van het nummerplan met deze strekking, omdat de beschikbaarheid van adequate MNCs voor meerdere markpartijen reeds op de korte termijn noodzakelijk is om de desbetreffende toepassingen te kunnen starten.

2. Aanleiding

De directe aanleiding van dit besluit vormen casussen met individuele organisaties die op een korte termijn behoefte hebben aan een MNC om deze te kunnen gebruiken voor het identificeren van bepaalde besloten toepassingen waarin het huidige nummerplan niet voorziet. De huidige mogelijkheden voor besloten toepassingen betreffen twee specifieke gebruikssituaties. Ten eerste, mede op grond van artikel 1, onderdeel d, subonderdeel 6, van het nummerplan, een gedeeld gebruik van een MNC voor een (virtueel) besloten netwerk waarbij de MNC niet via radiosignalen wordt uitgezonden en uitsluitend wordt gebruikt voor de selectie door een gebruiker van dat netwerk van een ander netwerk (MCC/MNC 204 90 en 204 91). Ten tweede, een netwerkintern gebruik van een MNC binnen (lokale) besloten draadloze netwerken (MCC/MNC 204 95 t/m 204 97).

De eerste casus betreft het gebruik van een unieke MNC voor communicatietoepassingen voor de Openbare Orde en Veiligheidssector (OOV)-organisaties. Hiertoe wordt thans een platform ontwikkeld in het kader van Voor het programma “Vernieuwing Missiekritische Communicatie” (VMX) waarvoor het Ministerie van Justitie en Veiligheid verantwoordelijk is en initiatiefnemer is. De noodzaak van het gebruik van een unieke MNC is gebaseerd op onder meer het gegeven dat het beoogde platform een onafhankelijke voorziening is ten opzichte van openbare mobiele netwerken, maar wel (als virtueel netwerk) in hoofdzaak gebruik maakt van deze netwerken, en roaming mogelijkheden heeft, in zowel nationaal als in internationaal verband. Het omvat tevens een zelfbeheerd fysiek draadloos netwerk met een landelijke en/of dynamisch lokale dekking. In recent onderzoek (2025) van Rabion Consultancy1 wordt in het geval van VMX de technische noodzaak een unieke MNC te gebruiken, onderschreven. Verwacht wordt dat in dit kader relevante activiteiten van VMX starten in (voorjaar) 2027.

De tweede casus betreft een communicatiedienst van een aanbieder van een bestaand openbaar draadloos netwerk. Deze karakteriseert zich als een type dienstverlening waarbij gebruikers van een perceelgebonden besloten draadloos netwerk voor een bedrijfstoepassing middels een additionele functionaliteit buiten het perceel toegang blijven houden tot die toepassing. Ook deze dienst kan op grond van het bestaande nummerplan niet worden gerealiseerd omdat volgens dit nummerplan een MNC in beginsel alleen gebruikt mag worden voor het identificeren van een openbaar netwerk. Om deze dienst wel te kunnen aanbieden en daarbij te optimaliseren in het kader van het medegebruik van voorzieningen die worden gedeeld met het openbare netwerk van deze aanbieder is volgens deze aanbieder een aparte MNC nodig waarmee de genoemde perceelgebonden besloten draadloze netwerk(en) kunnen worden geïdentificeerd, meer specifiek, door een MNC in combinatie met het IMSI-gebruikersnummer of een deel daarvan.

De derde casus betreft de behoefte aan MNCs in het kader van PGNs bij een aantal bedrijfsmatige gebruikers van percelen op industriële locaties zoals haventerreinen. Het gaat hier niet om een nieuwe gebruikssituatie maar een geïntensiveerde gebruikssituatie op locaties met concentraties van bedrijven, waardoor het huidige aantal van drie daartoe beschikbare MNCs niet langer toereikend is.

In de volgende paragraaf wordt de marktontwikkeling achter deze casussen nader beschreven.

3. Marktontwikkeling en behoefte aan nieuwe MNC gebruiksmogelijkheden

3.1 Algemeen

In 2014 is het nummerplan gewijzigd met het oog op het faciliteren van ontwikkelingen met bepaalde typen besloten netwerken2. Sindsdien hebben ontwikkelingen ten aanzien van het gebruik van besloten draadloze netwerken zich doorgezet. Drijfveren daarachter zijn de technische ontwikkelingen met betrekking tot het virtualiseren van besloten netwerken in al dan niet openbaar zijnde mobiele netwerken, de introductie van 5G communicatietechnologie, de in het kader daarvan laagdrempelige toegang tot gestandaardiseerde apparatuur, en de na 2014 verruimde mogelijkheden voor al dan niet vergunningsvrij spectrumgebruik voor lokale of regionale draadloze besloten netwerken. Met name door het recente toewijzen van spectrumlicenties voor perceelgebonden en installatie-gebonden netwerken zoals in de 3,5 GHz spectrumband ontstaat er sinds kort een sterke groei in het aantal besloten draadloze netwerken. Verwacht wordt dat deze groei zal doorzetten. De toekomstige openstelling van de 3,8-4,2 GHz band en mogelijk ook later de mmWave banden dragen daar aan bij.

Als gevolg van deze ontwikkeling zijn er naast de PGN situatie meerdere nieuwe situaties te onderscheiden die aanvullende gebruiksmogelijkheden van MNCs vereisen ten opzichte van de bestaande gebruiksmogelijkheden op grond van het nummerplan. Hieronder vallen nieuwe vormen van virtuele besloten netwerken in diverse constellaties waaronder virtuele besloten netwerken die zijn geïntegreerd met een openbaar draadloos netwerk, en virtuele besloten netwerken in hybride netwerkarchitecturen. De laatste zijn te karakteriseren als situaties met besloten draadloze netwerken die tevens gebruik maken van andere netwerken, waaronder met behulp van roaming, en die daarbij al dan niet gebruik maken van een virtueel netwerk dat is geïntegreerd met een (ander) draadloos netwerk. Deze situaties worden in de volgende paragrafen nader toegelicht.

3.2 Regionale en landelijke besloten draadloze netwerken

De genoemde ontwikkelingen met 5G en de toegenomen mogelijkheden voor spectrumgebruik faciliteren de groei van regionale en landelijke besloten draadloze netwerken. Het gaat om zowel interpersoonlijke communicatie in bedrijfsomgevingen op perceeloverstijgende locaties, als om M2M communicatie voor infrastructurele toepassingen op gemeentelijke, wijder regionale en landelijke niveaus. Gebruikers van deze netwerken kunnen bestaan uit publieke organisaties, commerciële organisaties of samenwerkingsverbanden hiertussen. Op grond van de gebruikte technologie en bijhorende standaarden en frequentieruimte moeten deze netwerken ook gebruik maken van IMSI-nummers. Het geografische bereik van deze netwerken maakt het in de praktijk niet in alle gevallen mogelijk bijvoorbeeld gebruik te maken van door meerdere van deze netwerken te delen MNCs (zoals bij het gebruik van de MNCS 204 95, 204 06 en 204 97), waardoor in dit gebruikssegment er een behoefte is aan nieuwe gebruiksmogelijkheden van MNCs voor de identificatie van deze netwerken en de gebruikers daarvan.

3.3 Virtuele besloten netwerken

In de context van dit besluit heeft het virtualiseren van een netwerk binnen een bestaand fysiek (basis)netwerk welke laatste voorzieningen heeft voor transport van signalen, betrekking op het opsplitsen van dat netwerk in twee separate logische netwerken: in het kader van dit besluit wordt het al bestaande netwerk, ondanks zijn logische component, gekenmerkt als het (fysieke) basisnetwerk en het “afgesplitste” deel als een virtueel netwerk. Het afgesplitste deel van het basisnetwerk is geïntegreerd met het basisnetwerk, dat wil zeggen dat zij gezamenlijk gebruik maken van bepaalde essentiële voorzieningen, waaronder voorzieningen voor de routering van signalen of voorzieningen (met fysieke of niet-fysieke elementen) voor het transport van signalen. Een virtueel netwerk kan ook zelfstandig zijn opgezet en reeds beschikken over zelfstandig beheerde voorzieningen voor de routering of het transport van signalen, om vervolgens gebruik te gaan maken van een ander, fysiek, netwerk, dat dan in zijn geheel het fysieke (basis)netwerk vormt.

Kenmerkend voor elk virtueel netwerk is dat een dergelijk netwerk beschikt over geen of een slechts gedeeltelijk zelfstandige voorziening voor het routeren van signalen over dat netwerk. De routering wordt dan op een fysiek niveau uitgevoerd of op dat niveau ondersteund door een achterliggend fysiek basisnetwerk. Het kan ook zijn, al dan niet in combinatie met die eerste omstandigheid, dat het netwerk geen of slechts een gedeeltelijk zelfstandig beheer voert over de voorzieningen voor het transport van signalen, die bijvoorbeeld het gebruik van spectrum kunnen betreffen. Voor draadloze communicatie in besloten communicatieomgevingen heeft een algemeen concept van een besloten virtueel netwerk dat is geïntegreerd met een openbaar draadloos netwerk zich inmiddels ingebed in wereldwijde standaarden (“Public Network Integrated Non-Public Network” ofwel PNI-NPN). Dit algemene concept heeft meerdere varianten met elk een specifieke technische architectuur, die van elkaar verschillen onder meer in de mate waarin vanuit het domein van het besloten virtuele netwerk controle wordt uitgeoefend op de voorzieningen voor het transport van signalen. Voorbeelden zijn virtuele netwerken in netwerkarchitecturen zoals een Multi Operator Core Network (MOCN) en een Multi Operator Radio Access Network (MORAN)3. Bij het delen van spectrum, zoals in het geval van MOCN, blijft er voor de controle over het gebruik daarvan wel steeds een afhankelijkheid bestaan van de aanbieder van het basisnetwerk. Een dergelijke afhankelijkheid is er ook in het geval van MORAN, waar het echter slechts gaat om het delen van radioapparatuur. Een ander voorbeeld is een virtueel netwerk dat gebruik maakt van een voor de betreffende toepassing geoptimaliseerde roamingdienst. Hierbij wordt gedoeld op de toepassing van functies voor het inrichten van “mission critical” diensten conform 3GPP-specificaties4, door de beheerder van het (fysieke) draadloze netwerk. Een mission critical dienst, die relevant is voor ook OOV-organisaties, vraagt om een hogere beschikbaarheid (mede door verkeersprioritering) en kwaliteit dan een reguliere draadloze communicatiedienst.

Er is ook een variant van een besloten virtueel draadloos netwerk dat niet is geïntegreerd met een ander netwerk, is opgebouwd met eigen verkeersbeheervoorziening maar zonder eigen radioapparatuur of spectrum, en dat gebruik maakt van een openbaar draadloos netwerk voor spectrumgebruik in de vorm van permanente roaming, op een verder technisch reguliere wijze. De mogelijke controle door de beheerder van het besloten netwerk over het gebruik van spectrum voor toegang tot het besloten netwerk is dan beperkter dan bij andere varianten. Het huidige Nummerplan voorziet reeds tot op zekere hoogte in de mogelijke behoefte aan een MNC voor een dergelijk besloten virtueel netwerk, met toepassing van bijzondere voorwaarden, zoals het moeten kunnen delen van een MNC voor het beschreven gebruik tussen meerdere besloten netwerken van dit type.

Er zijn ook andere bekende varianten van virtuele netwerken, zoals een network slice (3GPP concept), maar die varianten kennen geen technische noodzaak ook unieke MNCs te gebruiken.

3.4 Hybride netwerkarchitecturen

Er bestaan, deels in samenhang met de rol van virtuele netwerken zoals gekarakteriseerd in paragraaf 3.3, bepaalde netwerkarchitecturen die bestaan uit een samenwerking tussen (fysieke) draadloze netwerken die gezamenlijk een enkele gebruikersomgeving creëren. Zo’n architectuur kan technisch zijn gebaseerd op roaming, waarbij gebruikers van een PGN, regionaal of landelijk draadloos netwerk tevens mogelijke gastgebruikers zijn van een ander draadloos, typisch landelijk, netwerk (hierna: faciliterend netwerk). Het kan gaan om een geografisch hybride gebruikersomgeving, zoals in het geval van PGNs waarvan de gebruikers tevens toegang hebben tot de bedrijfstoepassing via een, al dan niet openbaar, faciliterend netwerk wanneer zij zich buiten het bereik van het eerste netwerk bevinden. Het kan ook gaan om een besloten draadloos netwerk waarvan de gebruikers als terugval toegang tot de bedrijfstoepassing kunnen verkrijgen via een faciliterend netwerk wanneer van het eerste netwerk tijdelijk geen gebruik kan worden gemaakt. In al deze gevallen is de mogelijke controle door de beheerder van het besloten netwerk over het gebruik van spectrum voor toegang tot het besloten netwerk, wanneer er geen dekking is van het besloten netwerk zelf, beperkt en ligt deze voornamelijk bij het faciliterende netwerk. De beschreven bedrijfstoepassingen zijn overigens niet perse geïsoleerde toepassingen: er kan al dan niet sprake zijn van een koppeling met openbare netwerken, waardoor als aanvullende gebruiksmogelijkheid communicatie van, naar of via één of meer vaste of draadloze openbare netwerken kan plaatsvinden.

Bij de bedoelde netwerkarchitecturen met meerdere fysieke netwerken kan onderscheid worden gemaakt tussen drie varianten die verschillen in de mate van waarin de betrokken netwerken met elkaar zijn geïntegreerd en de mate waarin sprake is van een zelfstandig beheer van het besloten draadloze netwerk:

  • A. In deze variant is geen sprake van een andersoortige integratie ten opzichte van normale roaming en ligt – naast het mogelijke eigendom – het beheer van het besloten draadloze netwerk bij de gebruiker van dat netwerk zelf. De toegevoegde waarde van de samenwerking met het, in dit geval openbare, faciliterende netwerk is dan beperkt tot roaming wanneer het besloten draadloze netwerk zelf geen dekking biedt.

  • B. Deze variant betreft dezelfde beheersituatie, maar er is sprake van een faciliterend typisch landelijk netwerk, of een typisch landelijk netwerk dat daartoe wordt opgesplitst, waarbij de roamingdienst ten behoeve van verkeersoptimalisatie wordt geleverd door dat faciliterende netwerk, respectievelijk een daartoe afgebakend deel van dat typisch landelijke netwerk (faciliterend virtueel netwerk), uitsluitend aan gebruikers van het besloten draadloze netwerk, of ook aan gebruikers van andere besloten draadloze netwerken.

  • C. In deze variant ligt ook het beheer van het besloten draadloze netwerk bij het andere, landelijke of daarmee geïntegreerde virtuele netwerk, en is er sprake van een verdergaande technische integratie van het verkeer over dat netwerk met ander verkeer in het kader van dezelfde bedrijfstoepassing. Dat doet echter geen afbreuk aan het besloten gebruik van de communicatietoepassing die wordt geleverd door de aanbieder van het landelijke draadloze netwerk of het daarmee geïntegreerde virtuele netwerk. Ook wordt het besloten draadloze netwerk geacht als zodanig te blijven bestaan: de desbetreffende fysieke infrastructuur blijft enkel gebruikt door de besloten gebruikersgroep.

Bij de varianten B en C is sprake van een integratie van het besloten netwerk met het faciliterende netwerk en kan er in technische zin een unieke MNC zijn benodigd om het netwerkverkeer tussen gebruikers van openbare communicatietoepassing(en) en gebruikers van de besloten communicatietoepassing(en), of tussen gebruikers van verschillende besloten communicatietoepassing(en) binnen hetzelfde, gedeelde, netwerk beter van elkaar te kunnen scheiden, en het netwerkverkeer tussen en binnen beide domeinen te optimaliseren. In variant B wordt in deze context een MNC gebruikt voor de identificatie van één of meerdere besloten fysieke draadloze netwerken en de gebruikers daarvan. Het faciliterende (virtuele) netwerk, hier te zien als gastnetwerk, benodigt hiertoe niet (ook) een MNC, maar wel wordt de identificerende functie van de desbetreffende MNC gebruikt om de dienst die wordt geleverd door het faciliterende (virtuele) netwerk technisch te optimaliseren. Dit geldt met nadruk ook als het besloten draadloze netwerk een perceelgebonden netwerk is. In dat geval zal ook een, al dan niet unieke, MNC zijn benodigd om het perceelgebonden netwerk (en de gebruikers daarvan) te identificeren. Een kenmerk van deze identificatie is dat de MNC door basisstations van het besloten draadloze netwerk wordt uitgezonden. In variant C is dit niet wezenlijk anders. Ook dan is het hier bedoelde gebruik van een MNC onlosmakelijk verbonden met de identificatie van één of meerdere besloten draadloze netwerken met het genoemde kenmerk dat de MNC door (enkel) basisstations van zo’n besloten draadloos netwerk wordt uitgezonden.

Met betrekking tot de rol van virtuele netwerken in de hierboven en de in paragraaf 3.3 beschreven situaties kan andersom (vanuit het gebruik van een MNC) worden gesteld dat wanneer blijkt dat het gebruik van een andere, unieke MNC in een bepaalde netwerkarchitectuur technisch noodzakelijk is naast het gebruik in die architectuur van een MNC die in het nummerplan is bestemd voor openbare netwerken waarover mobiele toepassingen worden geleverd, bevestigt dat er sprake is van een afgezonderd, besloten netwerkdomein. Daaronder valt ook de situatie met een gedeeld netwerk waarvan het daartoe voor de besloten toepassing(en) gebruikte deel functioneel gescheiden is van andere communicatietoepassing(en) over dat netwerk. Dit kan ook meer technisch worden benaderd door het gegeven dat een dergelijke situatie zich onder meer manifesteert als de genoemde MNC door een netwerk wordt uitgezonden.

Er zijn tenslotte ook netwerkarchitecturen die bestaan uit meerdere besloten draadloze netwerken, zoals PGNs, die een enkele gebruikersomgeving vormen door deze draadloze netwerken aan elkaar te koppelen via enkel vaste verbindingen. Ook voor een dergelijke netwerkarchitectuur kan in bepaalde gevallen het gebruik van een unieke MNC noodzakelijk zijn.

3.5 Perceelgebonden netwerken zonder roaming

Op grond van een bepaling opgenomen bij het huidige nummerplan kunnen de MCC/MNC combinaties 204 95, 204 96 en 204 97 meervoudig, zonder toekenning, worden gebruikt voor draadloze besloten netwerken, met als oogmerk PGNs. Deze MNCs kunnen niet worden gebruikt voor medegebruik van andere (openbare) netwerken voor communicatie tussen gebruikers van het PGN.5 Het is zoals eerder al aangegeven, gebleken dat het beschikbare aantal van deze MNCs in de praktijk niet langer voldoende is om aan de vraag naar deze MNCs te voldoen voor het recent gestegen aantal PGNs op locaties met meerdere in elkaars nabijheid gelegen percelen waarop van dit type netwerken gebruik wordt gemaakt. Dit speelt onder meer bij percelen op industriële locaties zoals haventerreinen, waar het kunnen gebruiken van meer dan de huidige beschikbare drie MNCs de onderlinge coördinatie sterk kan vereenvoudigen. Er zijn goede alternatieven voor dit gebruik. Daaronder valt met name het gebruik van MNCs onder een door de ITU voor dit type netwerken bestemde MCC (999), welke landonafhankelijk zonder toekenning kan worden gebruikt en juist zijn bedoeld voor de onderhavige toepassingen. Omdat echter het gebruik daarvan in de huidige praktijk niet breed wordt ondersteund door fabrikanten van vooral eindapparatuur (modems) voor deze netwerken, heeft thans op de markt beschikbare apparatuur waarin die MCC is geïmplementeerd een hoger risico op incompatibiliteit. Dit beperkt de apparatuurkeuze verder, die juist voor professionele doeleinden al bepaalde beperkingen kent6. Daarom hebben gebruikers van de onderhavige netwerken behoefte aan het gebruik van MNCs onder de Nederlandse MCC (204). Daarin kan worden voorzien met door meerdere gebruikers te delen (herbruikbare) MNCs uit het nummerplan, conform de huidige MCC/MNC combinaties 204 95 t/m 204 97.

4. Internationaal beleidskader

In de veranderende markt voor elektronische communicatiediensten waar het aanbod in dienstverlening continu in ontwikkeling is, is het van belang dat het nummerbeleid een faciliterende rol vervult door het beschikbaar stellen van nummers, zodat aanbieders of gebruikers van elektronische communicatiediensten hierbij geen onnodige belemmeringen ondervinden. Deze doelstelling moet worden afgezet tegen het feit dat het bij IMSI-nummers gaat om een grotendeels internationaal beheerde nummerruimte.

MNCs zijn schaars. Met 40 toegekende 2-cijferige MNCs is de uitgiftegraad van de Nederlandse MCC 204 hoog te noemen. De nummerruimte voor 2-cijferige MNCs is 50, waarvan nog 10 MNCs beschikbaar zijn7. Met de blijvende snelle groei van besloten draadloze netwerken en de daaruit voortvloeiende behoefte aan MNCs ontstaat een reëel risico op een toekomstig tekort aan voor Nederland beschikbare MNCs. Hierbij is relevant dat als in de toekomst een dergelijke situatie ontstaat, Nederland afhankelijk is van de ITU om deze capaciteit aan te vullen, en daarvoor onder meer moet aantonen dat MNCs efficiënt zijn gealloceerd. Het is dan ook noodzakelijk om voldoende vrije ruimte en flexibiliteit te behouden, en, zonder deze marktontwikkelingen in de weg te staan, efficiënt en terughoudend om te gaan met de uitgifte van MNCs voor besloten netwerken.

De mogelijkheid om MNCs te gebruiken voor de identificatie van bepaalde typen besloten netwerken is in lijn met de ITU aanbeveling E.212 en met de CEPT aanbeveling 17(02)8. Deze aanbevelingen schrijven voor dat 2-cijferige of 3-cijferige MNCs kunnen worden toegekend en gebruikt naast voor de identificatie van openbare netwerken ten behoeve van openbare elektronische communicatiediensten, aan bepaalde typen besloten netwerken, voor zover als alternatief het gebruik van supranationale IMSI-nummers (die door de ITU worden beheerd) niet toereikend zijn. Het BEREC rapport BoR (25) 339 beschrijft voorts dat een aantal Europese landen in hun regelgeving reeds stappen hebben gezet om het gebruik van unieke 2-cijferige of 3-cijferige MNCs voor bepaalde architecturen met besloten netwerken (met eigen spectrum) mogelijk te maken.

5. Capaciteit en lengte van MNCs

De genoemde schaarstesituatie wordt mede veroorzaakt door de lengte van MNCs die in gebruik kunnen worden genomen. Op grond van het Nummerplan zijn bepaalde nummerblokken in varianten met zowel 2-cijferige MNCs als 3-cijferige MNCs beschikbaar voor de huidige in het Nummerplan opgenomen bestemmingen. Tot dusverre zijn in Nederland enkel 2-cijferige MNCs in gebruik genomen. Door ook 3-cijferige MNCs in gebruik te nemen zal een substantieel grotere beschikbaarheid van deze nummers ontstaan. De verwachting is dat de onderhavige nieuwe marktbehoefte tussen de 10 en 20 MNCs bedraagt. Deze behoefte kan in deze omvang, zonder een extra risico op een tekort aan MNCs te creëren, worden geadresseerd met de beschikbaarheid van 3-cijferige MNCs.

Het gemengde gebruik van 2-cijferige MNCs en 3- cijferige MNCs onder dezelfde (Nederlandse) MCC is mogelijk onder relevante 3GPP-specificaties ten aanzien van netwerkselectie10 11. Hoewel deze specificaties omschrijven hoe mobiele toestellen dienen om te gaan met de verschillen in cijferlengte van MNCs (ook onder dezelfde MCC), zijn daarin echter nog enkele bepalingen uit het verleden aanwezig die dit compliceren. In de laatste tien jaar hebben diverse onderzoeken plaatsgevonden naar het genoemde gemengde gebruik van MNCs. Uit onderzoek door Rabion Consultancy in 2014 naar de toepassing van 3-cijferige MNC-codes12 bleek dat mogelijke complicaties zich alleen nog zouden kunnen voordoen met bepaalde oudere apparatuur en simkaarten die nog waren gebaseerd op oudere 3GPP-specificaties. Ook waren geen problemen bekend bij aan Nederlandse netwerken gelieerde netwerken in het buitenland. Sindsdien is het in diverse landen praktijk geworden om MNCs van verschillende lengte toe te passen onder dezelfde MCC, zonder dat dat tot aantoonbare problemen leidt. Naast India, zijn enkele belangrijke voorbeelden Spanje, Frankrijk en Duitsland. Daarnaast wordt bijvoorbeeld in Zweden sinds 2025 een groter deel van de MNC capaciteit nog slechts toegekend in een lengte van 3 cijfers. De daaraan voorafgaande studie13 komt tot vergelijkbare conclusies als eerdere studies waaronder de het eerdergenoemde onderzoek van Rabion Consultancy en een rapport van de ECC uit 201414.

Uit het eerdergenoemde recentere (2025) onderzoek van Rabion Consultancy volgt dat er inmiddels in principe geen complicaties meer bestaan voor besloten netwerken om een 3-cijferige MNC te gebruiken. De belangrijkste reden hiervan is dat in recenter in gebruik genomen besloten netwerken geen oude eindapparaten en simkaarten meer voorkomen die niet aan de relevante 3GPP-specificaties voldoen. Dit is een andere situatie dan bij openbare netwerken in het kader waarvan een vrije markt voor eindapparatuur met keuzevrijheid van de eindgebruiker bestaat. In deze markt kan nog (oudere) apparatuur in omloop zijn die niet volledig voldoet aan die specificaties en daarom technische problemen kan veroorzaken. Gebruikers van besloten netwerken kunnen echter volledige controle uitoefenen over de toelating van eindapparaten die via hun netwerken communiceren, en hebben goede mogelijkheden deze vooraf te testen. In het kader van grensoverschrijdende samenwerking tussen gebruikers van draadloze of daarmee geïntegreerde besloten netwerken in Nederland en daarbuiten geldt dit niet alleen voor eigen gebruikers van besloten netwerken in roamingsituaties buiten Nederland, maar ook voor gebruikers van buitenlandse besloten netwerken als gastgebruikers in roamingsituaties in Nederland. Hierbij zij benadrukt dat wereldwijd in roamingsituaties zowel 2-cijferige als 3-cijferige MNCs al veelvuldig worden toegepast. Zo worden simkaarten met 2-cijferige MNCs gebruikt in netwerken die worden geïdentificeerd met een 3-cijferige MNC, en worden simkaarten met 3-cijferige MNCs gebruikt in netwerken die worden geïdentificeerd met een 2-cijferige MNC. De laatste variant is bijvoorbeeld een standaardsituatie voor gebruikers uit de VS die roamen in Europa. Daarbij zijn geen technische verschillen aan de orde tussen situaties met internationale gebruikers van binnen of buiten de EU. De omstandigheden uit het verleden die tot problemen met netwerkselectie konden leiden, zijn in moderne besloten netwerkomgevingen daarom niet meer te verwachten.

6. Nieuwe toekenningsmogelijkheden IMSI-nummers

Er zijn vanuit de mogelijke beschikbaarheid van MNCs goede redenen om de in paragraaf 3 beschreven situaties te faciliteren. Het desbetreffende marktaanbod kan in de deze situaties beter worden afgestemd op de marktvraag, gegeven nieuwe technische mogelijkheden. Door een integratie met landelijke openbare draadloze netwerken kunnen virtuele draadloze netwerken, draadloze lokale (indoor of outdoor) netwerken, regionale of landelijke netwerken die in een besloten omgeving worden gebruikt en beheerd, gebruik maken van kwaliteitsaspecten van de eerstgenoemde landelijke netwerken, waaronder die op het vlak van dekking, beveiliging en continuïteit. In algemene zin levert dat een betere marktwerking en een reductie van kosten voor eindgebruikers van bedrijfscommunicatietoepassingen. Er kan immers gebruik worden gemaakt van standaarden die worden toegepast in openbare mobiele communicatienetwerken, zoals de 5G standaard, en het is dan mogelijk om in dergelijke netwerken ruimschoots beschikbare randapparatuur (zoals mobiele telefoontoestellen) te gebruiken.

Gelet op het bovenstaande kan de ACM op grond van dit besluit, in aanvulling op de gebruiksdoelen, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van het nummerplan, tijdelijk IMSI-nummers toekennen met een 3-cijferige MNC uit de reeks 204 92 voor een aantal nieuwe gebruikssituaties. Hiermee wordt vooruit gelopen op een conform aan deze toekenningsmogelijkheden beoogde verruiming van de bestemming van IMSI-nummers in het nummerplan.15 Doel is het tijdig faciliteren van de casussen die aanleiding vormen van dit besluit alsmede vergelijkbare toepassingen die op een relatief korte termijn IMSI-nummers met een voor die toepassing unieke MNC benodigen. De in dit besluit opgenomen toekenningsgronden (artikel 2, eerste lid, onderdelen a, b en c) volgen de in paragraaf 3 beschreven karakteristieken. De keuze voor de reeks 204 92 is consistent met het vrijmaken van capaciteit in het nummerplan voor besloten toepassingen (waartoe een deel van de 204 9 reeks reeds is bestemd) ten opzichte van openbare toepassingen. Door het bestemmen van een nieuwe reeks wordt voorts een overlap voorkomen tussen het gebruik van 2-cijferige MNCs en 3-cijferige MNCs. Een dergelijke overlap zou, gelet op de relevante standaard, niet moeten worden toegepast.

Onderdeel a van het eerste lid van artikel 2 betreft de identificatie van een draadloos besloten netwerk met een mogelijke landelijke dekking of al dan niet tijdelijke dekking op vooraf onbepaalde locaties. Met de mogelijkheid van een landelijke dekking wordt gedoeld op het gegeven dat een draadloos netwerk in technische zin en wettelijk, op grond van een vergunning voor spectrumgebruik, landelijke dekking kan bieden. De feitelijke dekking kan zijn beperkt tot bepaalde regio’s. Met de tweede typering wordt gedoeld op toepassingen waarbij op een dynamische wijze gebruik wordt gemaakt van spectrum, met een qua tijd en locatie flexibele inzet van mobiele zendinstallaties. Typische voorbeelden van dergelijke toepassingen zijn communicatiesystemen die een bijzonder maatschappelijk belang dienen, met een nadruk op communicatiesystemen van OOV-organisaties.

Onderdeel b van het eerste lid van artikel 2 ziet op de identificatie van gelijktijdig één of meerdere PGNs die onderling verschillende gebruikers kunnen betreffen, in een toepassing die tevens gebruik maakt van een ander netwerk of een virtueel netwerk dat is geïntegreerd met een ander netwerk van de nummerhouder. De wijze waarop gebruik wordt gemaakt van het andere (virtuele) netwerk kan, in het geval van een draadloos netwerk, bestaan uit een bijzondere vorm van roaming of een verdergaande integratie tussen beide netwerkdomeinen. Met het hierbij betrekken van een virtueel netwerk dient deze toekenningsmogelijkheid onder meer de casus waarin één of meerdere besloten draadloze netwerken gedeeld gebruik maken van de faciliteiten van een bestaand openbaar draadloos netwerk (basisnetwerk). In deze gevallen zal op basis van deze toekenningsmogelijkheid een MNC slechts kunnen worden toegekend aan de aanbieder van het andere (virtuele) netwerk, welke in de hiervoor genoemde casus dezelfde partij zal zijn als de aanbieder van het openbare draadloze netwerk. Immers, het is een vereiste dat de nummerhouder van de MNC de aanbieder is van het andere (virtuele) netwerk; het is ook alleen deze partij die de MNC kan benodigen voor de gelijktijdige identificatie van meerdere PGNs die onderling verschillende gebruikers kunnen betreffen. Tenslotte zij opgemerkt dat het andere (virtuele) netwerk waarvan gebruik wordt gemaakt in de bedoelde toepassing niet noodzakelijkerwijs een draadloos netwerk is. Het kan ook gaan om een geheel van vaste verbindingen waarmee meerdere PGNs worden gefaciliteerd waarvan gebruikers moeten kunnen roamen op (landelijke) openbare draadloze netwerken.

Onderdeel c van het eerste lid van artikel 2 betreft tenslotte een virtueel besloten netwerk dat is geïntegreerd met een openbaar draadloos netwerk met een landelijke dekking. Deze toekenningsmogelijkheid sluit aan op de bestemming van de MNCs 204 90 en 204 91 voor een virtueel netwerk als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, subonderdeel 6, van het nummerplan, op basis waarvan aan gebruikers van het laatstbedoelde virtuele netwerk IMSI-nummers toegekend kunnen worden onder de voorwaarde dat de MNC tevens kan worden toegekend aan andere aanvragers. Het onderhavige nieuwe onderdeel c ziet op een andere categorie virtuele netwerken, die zich daarbij onderscheiden door hun integratie met (fysieke) draadloze netwerken. Voorbeelden van de hier bedoelde virtuele netwerken zijn virtuele netwerken die onderdeel vormen van de eerdergenoemde MOCN of MORAN netwerkarchitecturen. Een ander voorbeeld is een virtueel netwerk dat gebruik maakt van een voor de betreffende toepassing geoptimaliseerde roamingdienst, deels analoog aan een roamingdienst zoals bedoeld in paragraaf 3.4, onderdeel B. In de onderhavige situatie gaat het om de toepassing van functies voor het inrichten van de eerdergenoemde “mission critical” diensten door de beheerder van het (fysieke) draadloze netwerk.

Onderdeel c maakt het mogelijk om aan de gebruiker van een dergelijk virtueel netwerk een unieke MNC toe te kennen. Er zal dan sprake moeten zijn van dusdanige omstandigheden dat het gebruik van een met meerdere aanvragers gedeelde MNC niet adequaat is om de vereiste functionaliteiten van de desbetreffende besloten elektronische communicatiedienst te realiseren, zoals die op het vlak van internationale roaming en de noodzaak tot een zekere mate van controle over het gebruik van spectrum.

De nieuwe toekenningsmogelijkheden geven naar verwachting geen significant extra risico op uitputting van nationaal nog beschikbare 2-cijferige en 3-cijferige MNCs. De verwachte marktvraag op basis van de nieuwe toekenningsmogelijkheden gaat bij het tweede lid, onderdelen a en c naar verwachting om slechts enkele potentiële gevallen. Bij het tweede lid, onderdeel b, gaat het om een wat grotere groep aanbieders die bestaat uit bestaande aanbieders van (landelijke) mobiele netwerken, die al dan niet hun focus hebben op het faciliteren van lokale of regionale besloten draadloze netwerken. Op de kortere termijn (1 tot 2 jaar) is de verwachte marktvraag (onderdeel b) beperkt tot maximaal 10 gevallen. Benadrukt zij dat de toekenning van een unieke MNC in alle gevallen moet zijn gestoeld op een technische noodzaak van het gebruik daarvan, wat per geval, ook binnen de categorieën die onder de nieuwe toekenningsmogelijkheden vallen zal moeten worden beoordeeld.

De beschreven architecturen in de beide casussen die de aanleiding vormen van dit besluit kwalificeren zich op grond van artikel 2 voor toekenning van een 3-cijferige MNC.

Naast de bovenstaande nieuwe toekenningsmogelijkheden wordt, tevens vooruitlopend op de daartoe beoogde nummerplanwijziging, voor de identificatie van PGNs de daarvoor beschikbare capaciteit MNCs uitgebreid. Op basis van artikel 2, tweede lid, kan de ACM ten behoeve van netwerkintern gebruik in deze netwerken nummers toekennen uit de reeksen 204 981 tot en met 204 985. Een combinatie van MCC en MNC kan daarbij aan één of meerdere aanvragers worden toegekend. Hoewel deze (gedeelde) MNCs in tegenstelling tot de MCC/MNC combinaties 204 95, 204 96 en 204 97 moeten worden aangevraagd en toegekend, dienen zij dezelfde toepassing voor zover het om PGNs gaat, en is eenzelfde gebruikskader van toepassing. Het gebruik van deze toe te kennen (gedeelde) MNCs zal door de gebruikers zelf onderling moeten worden gecoördineerd om conflictsituaties tussen dicht bij elkaar gelegen PGNs te voorkomen. De verwachting is dat gegeven het gedeelde karakter vijf MNCs voldoende zijn om deze marktbehoefte op de korte en tevens langere termijn te dekken. Het gaat hier om de inzet van een deel van de nummerruimte van een enkele 2-cijferige MNC, zodat hier geen significant extra risico op een versnelde uitputting van nog beschikbare MNCs uit ontstaat.

Toekenningen van MCC/MNC combinaties uit de reeksen 204 981 tot en met 204 985 op grond van dit besluit vervallen op de vervaldatum van dit besluit. In de beoogde nummerplanwijziging zal worden opgenomen dat deze MNCs verder zonder toekenning kunnen worden gebruikt, zodat ononderbroken gebruik van deze nummers mogelijk zal zijn.

II. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikel 1

Dit artikel beschrijft twee begrippen die niet in het nummerplan zijn opgenomen. Het gaat om algemene concepten die worden gebruikt in het kader van de in artikel 2 beschreven bestemmingen. De begripsomschrijving van een perceelgebonden elektronisch communicatienetwerk (PGN) stemt, licht aangepast in verband met de in dit besluit gebruikte terminologie, inhoudelijk overeen met de begripsomschrijving van een perceelgebonden net in het Nationaal Frequentieplan 2014, Annex 4. Een PGN is, inherent aan deze begripsomschrijving, een besloten elektronisch communicatienetwerk.

Voorts wordt een begripsomschrijving gegeven van een virtueel elektronisch communicatienetwerk. Een virtueel netwerk heeft als mogelijk kenmerk dat deze beschikt over geen of gedeeltelijk zelfstandig beheerde voorzieningen voor de routering van signalen (onderdeel a). Het routeren van signalen vormt een onderdeel van de aansturing van het transport van signalen (dit betreft dus niet het transport van signalen zelf). De betreffende voorzieningen bestaan uit schakel- en routeringsapparatuur waaronder, in het geval waarin het virtuele netwerk gebruik maakt van een draadloos netwerk, bijvoorbeeld een voorziening die equivalent is aan een Home Location Register. Het gaat hierbij om de routering van signalen tussen de gebruikers van de besloten toepassing op een logisch niveau, hetgeen bij niet volledig zelfstandig beheerde voorzieningen tenminste moet worden ondersteund door de routering die op een fysiek niveau plaatsvindt in het achterliggende fysieke netwerk. Het kan voorts zijn (ook in het kader van onderdeel a), al dan niet in combinatie met die laatste omstandigheid, dat het netwerk niet beschikt over volledig zelf beheerde voorzieningen (bestaande uit fysieke of niet-fysieke elementen) waarmee transport van signalen plaatsvindt. Het geheel of een aantal van deze voorzieningen worden gedeeld met ander netwerk, het achterliggende fysieke netwerk, dat niet zelf ook valt onder deze begripsomschrijving. Het virtuele netwerk is daardoor voor het gebruik daarvan, dat onder meer betrekking kan hebben op capaciteitsverdeling en de daarmee verband houdende verkeersprioritering, afhankelijk van dat andere, fysieke, netwerk. Het hier bedoelde transport van signalen en de daarvoor gebruikte voorzieningen hebben betrekking op het over langere, perceeloverstiigende, afstanden transporteren van signalen, met gebruik van fysieke elementen zoals kabels of niet-fysieke elementen zoals radiocommunicatie. Onderdeel b van deze begripsbepaling ziet tenslotte op het routeren en het transport van signalen voor zover dat wordt uitgevoerd door het achterliggende netwerk, en vereist dat dit in aanzienlijke mate is gescheiden van het routeren of het transport van signalen voor andere toepassingen over dat netwerk. Dit houdt in dat de beschikbaarheid en kwaliteit van de voor het virtuele netwerk gebruikte verbindingen een vastgesteld (minimum) niveau hebben in samenhang met het gebruik van verbindingen voor die andere toepassingen.

Voorbeelden van de hier bedoelde virtuele netwerken zijn bepaalde typen netwerken die zijn geïntegreerd met andere draadloze netwerken, zoals in het algemeen deel van de toelichting genoemde virtuele netwerken die onderdeel vormen van MOCN of MORAN netwerkarchitecturen, alsmede toepassingen van mission critical diensten in bestaande fysieke draadloze netwerken. Mission critical diensten voldoen in principe aan onderdeel b omdat daarbij gebruik wordt gemaakt van een separaat op beschikbaarheid en kwaliteit gestuurde roamingdienst in samenhang met andere toepassingen over een fysiek draadloos netwerk.

Artikel 2

Dit artikel geeft de Autoriteit Consument en Markt de mogelijkheid om een 3-cijferige MNC uit de reeks 204 92 toe te kennen (eerste lid), en om een 3-cijferige MNC uit de reeks 204 98 toe te kennen (tweede lid) voor de identificatie van bepaalde besloten elektronische communicatienetwerken. Voor de uitleg van de onder het eerste lid, onderdelen a, b, en c, en tweede lid onderscheiden bestemmingen wordt verwezen naar paragraaf 6 van het algemene deel van de toelichting.

Artikel 3

Dit artikel regelt de vervaldatum en rechtsgevolgen na de vervaldatum van dit besluit. Dit besluit is tijdelijk en vervalt met ingang van de eerstvolgende wijziging van het nummerplan, of als dit later is, maximaal 24 maanden na inwerkingtreding van het onderhavige besluit (eerste lid). Wanneer de ACM op grond van artikel 2, eerste lid, een 3-cijferige MNC heeft toegekend dan blijft deze toekenning rechtsgeldig ook na inwerkingtreding van de eerstvolgende wijziging van het nummerplan. Dit is alleen anders wanneer de toekenning van de ACM, bedoeld in de vorige volzin, in strijd komt met de eerstvolgende wijziging (tweede lid) van het nummerplan. Toekenningen van MNCs op grond van artikel 2, tweede lid, zullen na de vervaldatum van dit besluit echter niet langer rechtsgeldig zijn, zoals toegelicht in paragraaf 6.

Artikel 4

Dit besluit treedt op de kortst mogelijke termijn in werking. Deze snelle inwerkingtreding is in het belang van aanbieders die op grond van dit besluit in aanmerking willen komen voor de toekenning van een 3-cijferige MNC voor de desbetreffende in dit besluit bedoelde toepassingen.

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, W. Aerdts


X Noot
1

Onderzoek MNC-code voor VMX, Rabion Consultancy, oktober 2025.

X Noot
2

Besluit van de Minister van Economische Zaken van 3 maart 2014, nr. ETM/TM/14024019, houdende wijziging van het Nummerplan voor identiteitsnummers ten behoeve van internationale mobiliteit (IMSI-nummers) in verband met het gebruik van IMSI-nummers door besloten netwerken.

X Noot
3

Concepten en terminologie ontleend uit de 3GPP specificaties: 3GPP TS 23.501 (System architecture for the 5G System (5GS)), en 3GPP TS 128.557 (5G; Management and orchestration; Management of Non-Public Networks (NPN); Stage 1 and stage 2).

X Noot
4

Referentiedocument: GSMA, NG.145 Mission Critical Communications Roaming Guidelines, Version 1.0, 27 Jan 2025.

X Noot
5

Dit neemt niet weg dat bij dit type netwerk roamingdiensten kunnen worden afgenomen van een aanbieder van een openbaar (landelijk) draadloos netwerk, door de identificatie van gebruikers van dit netwerk met een tweede MNC. Zie voor deze gebruiksmogelijkheden de toelichting van het in voetnoot 1 genoemde besluit, paragraaf 3.5.

X Noot
6

Dit wordt veroorzaakt door specifieke eisen die worden gesteld aan modems die in een industriële of anderszins veeleisende omgeving moeten worden gebruikt. De markt voor deze apparatuur is beperkt.

X Noot
7

Monitor Nummeruitgifte 2024, ACM, april 2025.

X Noot
8

ECC Recommendation 17(02), Harmonised European Management and Assignment Principles for E.212 Mobile Network Codes (MNCs), CEPT ECC, 28 November 2023.

X Noot
9

BEREC Report on the evolution of private 5G networks and interrelation with public networks in Europe, BoR (25) 33, BEREC, 13 March 2025.

X Noot
10

Non-Access-Stratum (NAS) functions related to Mobile Station (MS) in idle mode; 3GPP, Technical Specification (TS) 23.122.

X Noot
11

Digital cellular telecommunications system (Phase 2+) (GSM); Universal Mobile Telecommunications System (UMTS); LTE; 5G; Numbering, addressing and identification, 3GPP, Technical Specification (TS) 23.003.

X Noot
12

Onderzoek Effecten gebruik driecijferige mobiele netwerkcodes in lokaal private netwerken, Rabion Consultancy, februari 2014.

X Noot
13

Efficient Administration of Swedish E.212 MNCs and Related Demands, AFRY, 13 November 2023.

X Noot
14

ECC Report 212, Evolution in the Use of E.212 Mobile Network Codes, CEPT ECC, 9 April 2014.

X Noot
15

Op grond van artikel 4.2, zesde lid, van de Telecommunicatiewet kan de Autoriteit Consument en Markt gedurende de voorbereiding van een nummerplan, in overeenstemming met door de Minister van Economische Zaken en Klimaat aan te wijzen bestemmingen en de daarbij behorende nummers, nummers toekennen gedurende een bij dat besluit vast te stellen termijn.


X Noot
1

Onderzoek MNC-code voor VMX, Rabion Consultancy, oktober 2025.

X Noot
2

Besluit van de Minister van Economische Zaken van 3 maart 2014, nr. ETM/TM/14024019, houdende wijziging van het Nummerplan voor identiteitsnummers ten behoeve van internationale mobiliteit (IMSI-nummers) in verband met het gebruik van IMSI-nummers door besloten netwerken.

X Noot
3

Concepten en terminologie ontleend uit de 3GPP specificaties: 3GPP TS 23.501 (System architecture for the 5G System (5GS)), en 3GPP TS 128.557 (5G; Management and orchestration; Management of Non-Public Networks (NPN); Stage 1 and stage 2).

X Noot
4

Referentiedocument: GSMA, NG.145 Mission Critical Communications Roaming Guidelines, Version 1.0, 27 Jan 2025.

X Noot
5

Dit neemt niet weg dat bij dit type netwerk roamingdiensten kunnen worden afgenomen van een aanbieder van een openbaar (landelijk) draadloos netwerk, door de identificatie van gebruikers van dit netwerk met een tweede MNC. Zie voor deze gebruiksmogelijkheden de toelichting van het in voetnoot 1 genoemde besluit, paragraaf 3.5.

X Noot
6

Dit wordt veroorzaakt door specifieke eisen die worden gesteld aan modems die in een industriële of anderszins veeleisende omgeving moeten worden gebruikt. De markt voor deze apparatuur is beperkt.

X Noot
7

Monitor Nummeruitgifte 2024, ACM, april 2025.

X Noot
8

ECC Recommendation 17(02), Harmonised European Management and Assignment Principles for E.212 Mobile Network Codes (MNCs), CEPT ECC, 28 November 2023.

X Noot
9

BEREC Report on the evolution of private 5G networks and interrelation with public networks in Europe, BoR (25) 33, BEREC, 13 March 2025.

X Noot
10

Non-Access-Stratum (NAS) functions related to Mobile Station (MS) in idle mode; 3GPP, Technical Specification (TS) 23.122.

X Noot
11

Digital cellular telecommunications system (Phase 2+) (GSM); Universal Mobile Telecommunications System (UMTS); LTE; 5G; Numbering, addressing and identification, 3GPP, Technical Specification (TS) 23.003.

X Noot
12

Onderzoek Effecten gebruik driecijferige mobiele netwerkcodes in lokaal private netwerken, Rabion Consultancy, februari 2014.

X Noot
13

Efficient Administration of Swedish E.212 MNCs and Related Demands, AFRY, 13 November 2023.

X Noot
14

ECC Report 212, Evolution in the Use of E.212 Mobile Network Codes, CEPT ECC, 9 April 2014.

X Noot
15

Op grond van artikel 4.2, zesde lid, van de Telecommunicatiewet kan de Autoriteit Consument en Markt gedurende de voorbereiding van een nummerplan, in overeenstemming met door de Minister van Economische Zaken en Klimaat aan te wijzen bestemmingen en de daarbij behorende nummers, nummers toekennen gedurende een bij dat besluit vast te stellen termijn.

Naar boven