Besluit van de Minister van Werk en Participatie van 7 juli 2026, nr. 2026-0000001425, tot wijziging van het Instellingsbesluit Adviescommissie Lijst beroepsziekten in verband met het wijzigen van het aantal leden

De Minister van Werk en Participatie,

Gelet op artikel 2, eerste lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies;

Besluit:

ARTIKEL I

Het Instellingsbesluit Adviescommissie Lijst beroepsziekten wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. De adviescommissie bestaat uit maximaal negen leden, waaronder een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter.

2. In het tweede lid wordt ‘, de leden en de plaatsvervangend leden’ vervangen door ‘en de leden’.

3. In het vierde lid vervalt ‘of plaatsvervangend lid’.

4. In het zesde lid wordt ‘, een van leden of een van de plaatsvervangend leden’ vervangen door ‘ of een van de leden’.

5. In het zevende lid wordt ‘, de leden en de plaatsvervangend leden’ vervangen door ‘en de leden’.

B

Artikel 5 komt als volgt te luiden:

Artikel 5. Vergoeding leden adviescommissie

  • 1. Leden van de adviescommissie komen, indien zij daar gebruik van wensen te maken, in aanmerking voor een vergoeding per vergadering en reiskostenvergoeding.

  • 2. De vergoeding wordt vastgesteld met inachtneming van het bij of krachtens de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies bepaalde en bedraagt per vergadering voor:

    • a. een lid: 3% van het maximum van salarisschaal 18 zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst die is gesloten voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn; en

    • b. de voorzitter: 130% van de hoogte van de vergoeding per vergadering die aan een lid kan worden toegekend.

  • 3. In afwijking van het eerste lid wordt geen vergoeding toegekend aan leden die:

    • a. vallen onder de uitzondering van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies; of

    • b. door het RIVM zijn voorgedragen.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Werk en Participatie, A.A. Aartsen

TOELICHTING

De Adviescommissie Lijst beroepsziekten (hierna: de stoffencommissie) adviseert de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid welke stoffengerelateerde beroepsziekten kunnen worden opgenomen in de Regeling tegemoetkoming stoffengerelateerde beroepsziekten (TSB). De commissie werkt aan de hand van een in de Staatscourant gepubliceerd afwegingskader1. De commissie bekijkt welke beroepsziekten zich volgens het afwegingskader lenen voor toevoeging aan de TSB. Vervolgens adviseert zij de Minister over een protocol waarmee aanvragen kunnen worden beoordeeld. De commissie heeft een semi-permanent karakter. In de eerstvolgende jaren heeft zij relatief veel werk omdat bij de start van de TSB de geïnventariseerde beroepsziekten moeten worden voorzien van protocollen. Daarna zal de inzet waarschijnlijk veranderen. De commissie zorgt dan voor het periodiek bijstellen van protocollen en zal daarnaast afwegen of wetenschappelijke ontwikkelingen moeten leiden tot opname van nieuwe beroepsziekten in de TSB-protocollen. In die fase kan het aantal leden van de commissie worden teruggebracht.

De commissie constateert in een eigen evaluatie of en hoe haar bestuur en werkwijze efficiënter kan worden ingericht. De commissie kan zeker in de beginfase slagvaardiger en efficiënter werken met vier extra leden dan met plaatsvervangende leden. Om die reden past dit besluit het Instellingsbesluit Adviescommissie Lijst beroepsziekten aan.

In artikel 5 zijn de voorwaarden en vaststelling van de toe te kennen vergoeding opgenomen. In ieder afzonderlijk benoemingsbesluit werd standaard een bepaling omtrent vergoeding opgenomen. Nu dit altijd op dezelfde wijze gebeurt, rechtvaardigt rechtszekerheid en transparantie dat deze wordt opgenomen in het Instellingsbesluit zelf.

De aanpassingen zijn budgetneutraal door de gelijktijdige opheffing van een groep deskundigen die de commissie tot nu toe heeft ondersteund. De taken van deze groep neemt de commissie voortaan zelf op zich. Hierdoor vervalt een schakel in de werkzaamheden van de commissie, waardoor tijdwinst wordt verwacht.

Inwerkingtreding

De wijziging treedt in werking op de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Hiermee kan de Adviescommissie na inwerkingtreding direct haar werkzaamheden in de nieuwe samenstelling verrichten, hetgeen in het belang van betrokken burgers is.

De Minister van Werk en Participatie, A.A. Aartsen

Naar boven