Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | Staatscourant 2026, 25326 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | Staatscourant 2026, 25326 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
Besluit:
De Subsidieregeling Npuls CTL wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 3, derde lid, wordt ‘in de aanvraagronde, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder c’ vervangen door ‘in de aanvraagrondes, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder c tot en met e’.
B
Aan artikel 5, eerste lid, worden, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door een puntkomma, twee onderdelen toegevoegd, die luiden:
d. van 5 oktober 2026 09:00 uur tot en met 30 oktober 2026 16:00 uur; en
e. van 4 oktober 2027 09:00 uur tot en met 29 oktober 2027 16:00 uur.
C
Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het vierde lid wordt vernummerd tot vijfde lid.
2. Na het derde lid wordt een vierde lid ingevoegd, dat luidt:
4. Voor subsidieverstrekking op aanvragen die zijn ingediend in de aanvraagrondes, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder d en e, is in totaal een bedrag van ten hoogste € 27.000.000 beschikbaar.
D
Artikel 7, derde lid, komt te luiden:
3. Om voor subsidie in aanmerking te komen dient iedere activiteit, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b tot en met e, te voldoen aan de minimumscore die is vastgesteld voor elk beoordelingscriterium van het beoordelingskader:
a. dat als bijlage 1 bij deze regeling is gevoegd, voor aanvragen die worden ingediend in een aanvraagperiode als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder a, b of c;
b. dat als bijlage 2 bij deze regeling is gevoegd, voor aanvragen die worden ingediend in een aanvraagperiode als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder d of e.
E
In artikel 8, tweede lid, wordt ‘in de aanvraagronde, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder c’ vervangen door ‘in de aanvraagrondes, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder c tot en met e’.
F
Artikel 10, tweede lid, komt te luiden:
2. Het CTL-plan dat wordt ingediend:
a. in een aanvraagperiode als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder a, b of c, voldoet aan de voorwaarden, genoemd in de beoordelingscriteria opgenomen in de bijlage 1 bij deze regeling, en wordt gespecificeerd aan de hand van de bij die beoordelingscriteria gegeven deelaspecten.
b. in een aanvraagperiode als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder d of e, voldoet aan de voorwaarden, genoemd in de beoordelingscriteria opgenomen in de bijlage 2 bij deze regeling, en wordt gespecificeerd aan de hand van de bij die beoordelingscriteria gegeven deelaspecten.
G
In artikel 11, derde lid, wordt na ‘begroting’ ingevoegd ‘bij aanvragen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder a, b of c’.
H
Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het derde lid wordt als volgt gewijzigd:
a. Na ‘de aanvragen’ wordt ingevoegd ‘, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder a, b of c’, en ‘de bijlage’ wordt vervangen door ‘bijlage 1’.
b. Er wordt een volzin toegevoegd, die luidt: De beoordelingscommissie beoordeelt de aanvragen, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder d of e, aan de hand van het beoordelingskader dat is opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling.
2. In het vierde lid wordt na ‘Een aanvraag’ ingevoegd ‘als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder a, b of c,’ en ‘de bijlage’ wordt vervangen door ‘bijlage 1’.
3. Het vijfde lid wordt als volgt gewijzigd:
a. Na ‘Aanvragen’ wordt ingevoegd ‘als bedoeld in artikel 5, eerste lid onder a, b of c’.
b. Er wordt twee volzinnen toegevoegd, die luiden: Aanvragen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder d of e, worden ingedeeld in drie categorieën, op basis van het aantal punten dat per aanvraag is toegekend onder toepassing van het beoordelingskader, opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling. De aanvragen worden ingedeeld in de volgende categorieën:
a. vijfenvijftig punten en hoger;
b. ten minste veertig punten, maar niet meer dan vierenvijftig punten; en
c. minder dan veertig punten.
4. In het zesde lid wordt ‘de betreffende ronde’ vervangen door ‘een aanvraagperiode als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder a, b of c’.
5. Er worden twee leden toegevoegd, die luiden:
‘7. Voor aanvragen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder d en e, geldt dat de score voor toekenning als bedoeld in artikel 15a, tweede lid ook kan worden bereikt indien voor maximaal twee van de criteria 1, 2, 3 of 4 uit bijlage 2 de helft van de maximale score niet wordt bereikt terwijl het totaal aantal punten op alle criteria gelijk is aan of groter dan het minimale totaal aantal punten voor toekenning als bedoeld in artikel 15a tweede lid, en tegelijkertijd de maximale score op criterium 5 is bereikt.
8. De aanvragers die een aanvraag hebben ingediend in een aanvraagperiode als bedoeld in artikelen 5, eerste lid, onder d of e, worden na de sluitingsdatum van de betreffende aanvraagperiode uitgenodigd voor een onlinegesprek om de aanvraag aan de beoordelingscommissie te kunnen toelichten.’
I
Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het opschrift komt te luiden: Artikel 15. Besluitvorming minister aanvraagrondes 2023 tot en met 2025
2. In het eerste lid wordt na ‘de aanvragen’ ingevoegd ‘, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, b, of c’.
3. In het tweede lid wordt ‘in iedere ronde’ vervangen door ‘voor een aanvraagperiode als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder a, b of c’.
4. In het derde lid wordt na twee aanvragen ingevoegd ‘die zijn ingediend in een aanvraagperiode als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder a, b of c’.
5. In het vierde lid wordt na ‘de aanvragen’ ingevoegd ‘die zijn ingediend in een aanvraagperiode als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder a, b of c’ en ‘de bijlage’ wordt vervangen door ‘bijlage 1’.
6. In het vijfde lid wordt ‘, genoemd in artikel 5, eerste lid,’ vervangen door ‘als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, b, of c’.
7. In het zesde lid wordt na ‘een aanvraagronde’ ingevoegd ‘als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, b, of c’.
J
Na artikel 15 wordt een artikel ingevoegd, dat luidt:
1. De minister beoordeelt de volledige aanvragen die zijn ingediend in een aanvraagperiode als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder d of e, onder overeenkomstige toepassing van artikel 14, derde lid, tweede volzin, en vijfde lid, tweede en derde volzin. De minister neemt daarbij kennis van het advies van beoordelingscommissie over de beoordeling van de aanvragen en over de indeling van de aanvragen in de in artikel 14, vijfde lid, tweede en derde volzin, genoemde categorieën.
2. De aanvragen die zijn ingediend in een aanvraagperiode als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder d of e, en die door de beoordelingscommissie worden ingedeeld in de categorie, bedoeld in artikel 14, vijfde lid, onder a, kunnen door de minister worden toegewezen. De aanvragen die zijn ingediend in een aanvraagperiode als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder d of e, en die door de beoordelingscommissie worden ingedeeld in een categorie als bedoeld in artikel 14, vijfde lid, onder b of c, kunnen door de minister worden afgewezen.
3. De aanvragers die een aanvraag hebben ingediend die door de beoordelingscommissie is ingedeeld in de categorie, bedoeld in artikel 14, vijfde lid, onderdeel b, en wiens aanvraag op grond van het tweede lid is afgewezen, krijgen na de afwijzing van hun aanvraag de mogelijkheid om een gewijzigde aanvraag in te dienen. Bij deze gewijzigde aanvraag mag het CTL-plan, bedoeld in artikel 10, uitsluitend worden gewijzigd op die criteria van het beoordelingskader, opgenomen in bijlage 2, waar na beoordeling van de minister, de helft van de maximumscore niet wordt bereikt.
4. De gewijzigde aanvraag, bedoeld in het derde lid, wordt ingediend binnen zes weken na dagtekening van de beschikking waarbij de oorspronkelijke aanvraag werd afgewezen.
5. De minister vraagt over de gewijzigde aanvragen advies aan de beoordelingscommissie. De beoordelingscommissie adviseert binnen zes weken over de beoordeling van de gewijzigde aanvragen aan de minister.
6. Ten aanzien van de advisering over de gewijzigde aanvragen en de beoordeling van de gewijzigde aanvragen door de minister zijn artikel 14, derde lid, tweede volzin, vijfde lid, tweede en derde volzin, en zevende lid, alsmede het eerste en tweede lid van dit artikel van overeenkomstige toepassing. Artikel 14, achtste lid, is niet van toepassing.
7. De minister besluit uiterlijk binnen 22 weken na de indiening van een gewijzigde aanvraag op de gewijzigde aanvraag.
8. Voor de subsidieverstrekking op de gewijzigde aanvragen is het bedrag beschikbaar dat resteerde na de toewijzing van de aanvragen onder toepassing van het tweede lid, eerste volzin.
K
In artikel 16 wordt ‘dat in drie gelijke termijnen wordt uitbetaald.’ vervangen door ‘en bepaalt het bevoorschottingsritme in de beschikking’
L
In artikel 17, tweede lid, wordt ‘1 september 2026’ vervangen door ‘1 september 2031’.
M
Het opschrift van de bijlage komt te luiden: Bijlage 1 behorende bij artikel 10, tweede lid, onder a, van de Subsidieregeling Npuls CTL.
N
Na bijlage 1 wordt een bijlage toegevoegd, die luidt:
|
Criterium 1 |
Deelaspecten |
Minimumeisen/Toelichting |
|
1. Visie op docentontwikkeling en onderwijsinnovatie (maximaal 20 punten) |
1.1 De onderwijsinstelling beschrijft de visie met een concretisering naar het beoogde effect op docentontwikkeling en onderwijsinnovatie. |
• Beschrijf vanuit de brede visie van de instelling, hoe deze vertaald wordt naar docentontwikkeling en onderwijsinnovatie |
|
1.2 De onderwijsinstelling beschrijft de stand van zaken op gebied van docentontwikkeling en onderwijsinnovatie en maakt een probleemanalyse |
• Beschrijf de huidige situatie: Welke relevante activiteiten heb je al ondernomen en wat was het effect daarbij? Hoe is het op dit moment gesteld met de bekwaamheid van de docenten om innovaties in de onderwijspraktijk goed te kunnen toepassen? • Maak een analyse van de huidige situatie, trek conclusies en geef aan wat je wilt veranderen of verbeteren. |
|
|
1.3 De onderwijsinstelling beschrijft de toekomstige situatie met succescriteria en geeft een beschrijving van de concrete aspecten die de instelling wil implementeren of verder wil ontwikkelen op het gebied van docentontwikkeling en onderwijsinnovatie. |
• Beschrijf de toekomstige situatie: geef aan wat er straks is bereikt met de onderdelen die je wilt ontwikkelen en implementeren. • Beschrijf wanneer het succesvol is: Welke impact heeft de groei van bekwaamheid van docenten en welke impact heeft de innovatie concreet in de onderwijspraktijk. |
|
|
1.4. De onderwijsinstelling beschrijft de veranderstrategie die ingezet wordt om tot verandering te komen. |
• Geef aan hoe je van de huidige situatie in de toekomstige situatie komt en welke strategie je daarbij inzet. |
|
|
1.5 De onderwijsinstelling beschrijft hoe actieve betrokkenheid van docenten en overig onderwijspersoneel en van bestuur en directie gerealiseerd wordt. |
• Geef aan hoe draagvlak tot stand komt: Wat levert het CTL voor docenten op, wat motiveert hen, wanneer willen ze een bijdrage leveren en wat maakt hen tot ambassadeur? • Geef aan hoe het CTL en de docenten door het bestuur en de directie gefaciliteerd worden. |
|
|
Criterium 2 |
Deelaspecten |
Minimumeisen/Toelichting |
|
2. Plan van aanpak (maximaal 30 punten) |
2.1 De doelen en resultaten van het CTL-project zijn SMART en sluiten aan op de visie. |
• Geef aan welke impact en aantoonbare verandering met de doelen nagestreefd wordt. • Zorg dat de doelen logisch volgen uit de conclusies van de probleemanalyse. |
|
2.2 De activiteiten dragen bij aan het bereiken van de doelen en passen bij de activiteiten genoemd in artikel 7, lid 1, sub a tot en met f. Er zijn activiteiten op alle onderdelen geformuleerd, met duidelijke mijlpalen. |
• Laat zien dat de activiteiten bijdragen aan het bereiken van de doelen in het plan van aanpak. • Beschrijf de activiteiten concreet. • Zorg dat onderzoeksactiviteiten een directe aansluiting hebben op de ontwikkeling van het CTL en de doelen. • Zorg ervoor dat de activiteiten volledig aansluiten op de begroting en vice versa. |
|
|
2.3 In de aanpak is aangegeven wie wat doet op welk moment en vanuit welke rol. |
• Beschrijf de projectorganisatie. Ga in op de verantwoordelijkheidsverdeling en besluitvorming. Geef aan wie bij het project betrokken zijn. • Leg uit hoe de docenten betrokken zijn bij de besluitvorming. • Geef aan hoe overige belanghebbenden betrokken worden en wat hun invloed is op het project. |
|
|
2.4 De onderwijsinstelling beschrijft op welke manier omgegaan wordt met voortschrijdend inzicht gedurende het project en welke instrumenten daarbij worden ingezet. |
• Geef aan hoe het proces van monitoring-, evaluatie- en bijsturing eruitziet en welke instrumenten daarbij gebruikt worden. • Maak een koppeling met de succescriteria en de gekozen doelen. |
|
|
Criterium 3 |
Deelaspecten |
Minimumeisen/Toelichting |
|
3. Samenwerking (maximaal 20 punten) |
3.1 De instelling beschrijft de vormen van samenwerking (intern en/of extern gericht) en de relatie tot het CTL. |
• Geef aan of de samenwerking meer intern of extern gericht is en waarom. • Beschrijf wat je met de samenwerking wilt bereiken en met welke partners. |
|
3.2 De instelling beargumenteert hoe de samenwerking bijdraagt aan het realiseren van de doelen. |
Leg uit hoe de samenwerking bijdraagt aan de doelen die beoogd worden met het CTL. |
|
|
Criterium 4 |
Deelaspecten |
Minimumeisen/Toelichting |
|
4. Verduurzaming (maximaal 20 punten) |
4.1 Er is sprake van een duurzame bestendiging (in organisatorisch, financieel en kwalitatief opzicht) van het CTL binnen de instelling. |
• Geef aan hoe de duurzame bestendiging er kwalitatief, organisatorisch en financieel uitziet. Geef aan hoe het CTL na de projectperiode structureel gefinancierd wordt. • Laat zien dat het eigenaarschap van het CTL ook na de projectperiode goed is belegd. |
|
4.2 Er is sprake van een duurzame bestendiging van docentontwikkeling en onderwijsinnovatie binnen de instelling. |
• Leg uit hoe de kwaliteit blijft bestaan na de projectperiode en wordt ingebed in de cultuur en structuur van de organisatie. |
|
|
Criterium 5 |
Deelaspecten |
Minimumeisen/Toelichting |
|
5. Financiële haalbaarheid (10 punten als is voldaan aan de deelaspecten) |
De begroting is voldoende als aan de eisen van artikel 11 van de regeling is voldaan: 5.1 De begroting is ingevuld in het format van DUS-I. |
• Zorg dat uw begroting voldoet aan de eisen in artikel 11 van de regeling. |
|
5.2 De begroting is doelmatig |
• De omvang van de activiteiten staat in verhouding tot de kosten die daarvoor begroot zijn. |
|
|
5.3 De begroting sluit aan op de activiteiten in het CTL-plan. |
• De begroting, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel b, sluit aan op de activiteiten die zijn beschreven in het CTL-plan. • Zorg ervoor dat de beschreven activiteiten in het activiteitenplan, (één-op-één) herleidbaar zijn in de begroting. • In de begroting worden de kosten per activiteit beschreven in samenhang met het gehele CTL-plan en met het in het CTL-plan gegeven tijdstraject. |
|
|
5.4 De gekozen tarieven zijn marktconform en zijn inclusief een opslag voor overhead en administratie. |
• Opdrachtverlening aan derden voor uitvoering van de activiteiten of een deel daarvan wordt in de begroting opgevoerd, met inachtneming van de aanbestedingswetgeving. |
|
|
5.5 De begroting geeft een onderbouwing van de eigen bijdrage. |
• Ga in de toelichting in op de relatie van de eigen bijdrage ten opzichte van de totale projectkosten. |
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, R.M. Letschert
Met de Subsidieregeling Npuls CTL kunnen publiek bekostigde onderwijsinstellingen uit het middelbaar beroepsonderwijs (mbo), hoger beroepsonderwijs (hbo) en wetenschappelijk onderwijs (wo) een aanvraag doen voor een financiële bijdrage voor het binnen de eigen onderwijsinstelling opzetten of verder ontwikkelen van een Center for Teaching and Learning (CTL).
De subsidie vormt de basis voor de onderwijsinstelling om een duurzame CTL op te zetten of verder te ontwikkelen. Bij een CTL kunnen docenten(teams) en onderwijspersoneel terecht voor advies en training over het vernieuwen van hun onderwijs, op een manier die past bij de eigen context en cultuur van de onderwijsinstelling.
Met de regeling wordt beoogd het leren in een onderwijsinstelling te versterken. CTL’s hebben de functie om kennis over leren en onderwijzen binnen onderwijsinstellingen te verspreiden, versterken en benutten. Daarbij is in het bijzonder aandacht voor de inzet van digitale middelen in en rondom het onderwijs.
Het sectordoel van Npuls is dat 100% van alle instellingen een CTL heeft. De Subsidieregeling Npuls CTL dient als middel om dit doel te behalen. Na het derde aanvraagtijdvak heeft ruim 50 procent van de instellingen een CTL en daarmee is het doel nog niet bereikt. Om het doel te halen is voortzetting van de regeling nodig. Het is wenselijk dat meer aanvragen kunnen worden goedgekeurd, met daarbij het behoud van de kwaliteit van aanvragen. Dit vergt een wijziging van de regeling.
De wijzigingsregeling introduceert een mondeling gesprek met de commissie, de mogelijkheid om na een afwijzing een aanvraag op onderdelen aan te vullen en enkele wijzigingen in het beoordelingskader. Met deze wijzigingen wordt tegemoetgekomen aan de wensen en feedback van onderwijsinstellingen op de regeling en wordt verwacht dat meer aanvragen kunnen worden goedgekeurd. Deze wijzigingen worden nader uitgewerkt in hoofdstuk 3.
De looptijd van de regeling wordt verlengd van 1 september 2026 tot en met 31 augustus 2031. Dit loopt gelijk aan de looptijd van programma Npuls. Ook zorgt dit ervoor dat alle bepalingen in deze regeling binnen de looptijd vallen.
Met deze wijzigingsregeling worden twee aanvraagrondes toegevoegd. Hiermee komt het totaal op vijf aanvraagrondes. De verwachting is dat het overgrote deel van de instellingen in staat zal zijn om een aanvraag te doen. De instellingen die na vijf rondes nog geen goedgekeurde subsidieaanvraag hebben ontvangen, worden via Npuls op een andere wijze ondersteund bij het opzetten van een CTL.
De vierde aanvraagtermijn is vastgesteld in oktober 2026, de vijfde in oktober 2027. Daarmee wordt aangesloten bij de eerdere aanvraagrondes in oktober 2023, 2024 en 2025.
De procedures van aanvraag en toekenning wordt op een aantal punten aangepast. Dit maakt het aantrekkelijker voor instellingen om een subsidieaanvraag te doen en het is de verwachting dat meer instellingen per aanvraagronde een positieve beschikking zullen ontvangen. De wijzigingen zijn in onderstaande tabel op hoofdlijnen weergegeven. Een visuele weergave van het volledige aanvraag- en beoordelingsproces en een nadere uitleg over de wijzigingen, is in paragraaf 3.2 tot en met 3.6 nader uitgewerkt.
|
Thema |
Doel |
Was |
Wordt |
|---|---|---|---|
|
3.2 Mondeling gesprek |
Met een gesprek tussen instelling en commissie, kan de commissie beter tot een oordeel komen en heeft de instelling beter zicht op de afwegingen van de commissie. |
Geen mondeling gesprek. |
Mogelijkheid voor elke instelling om met de commissie in gesprek te gaan. |
|
3.3 Aanvulling aanvraag |
Meer subsidieaanvragen worden toegekend. |
Een instelling die een afwijzing ontvangt, kan pas een jaar later een nieuwe aanvraag indienen. |
Een instelling die een afwijzing ontvangt en ten minste 40 en niet meer dan 54 punten heeft, kan een wijziging doen op de aanvraag. De commissie adviseert vervolgens opnieuw over het gewijzigde CTL-plan, en bepaalt opnieuw het aantal punten. |
|
3.4 Compensatie onvoldoendes bij beoordeling |
Meer subsidieaanvragen worden toegekend. |
Per beoordelingscriterium moet een minimumaantal punten worden behaald, anders leidt dit tot een afwijzing van de hele subsidieaanvraag. |
Als een instelling op maximaal twee van de beoordelingscriteria 1,2,3 of 4 in bijlage 2 een onvoldoende heeft, maar in totaal wel 55 of meer punten heeft, volgt toekenning van de subsidieaanvraag, mits criterium 5 de maximale score heeft bereikt. |
|
3.5 Beoordeling onderdeel begroting |
Aansluiten op huidige praktijk |
Voor de begroting kon maximaal 20 punten en minimaal 10 punten worden behaald. |
De begroting moet voldoen aan de eisen in de regeling. Als hij voldoet, krijgt de instelling altijd 10 punten. Als hij niet voldoet, voldoet de aanvraag niet en wordt de aanvraag afgewezen. |
|
3.6 Verduidelijking beoordelingskader |
Meer duidelijkheid voor de instellingen |
Elk criterium werd in het beoordelingskader beoordeeld op basis van deelaspecten en vragen. In het aanvraagformat van DUS-I werden aanvullende eisen gesteld. |
De belangrijkste eisen aan het plan staan concreet geformuleerd in het beoordelingskader. |
De CTL-regeling kent een inhoudelijke beoordeling door een beoordelingscommissie, om zo de kwaliteit van de aanvragen te waarborgen. Met de wijzigingen in deze regeling wordt beoogd de kwaliteit van de aanvragen hoog te houden, maar door procesmatige veranderingen het gemakkelijker te maken om tot een goede aanvraag te komen en daarmee meer aanvragen goed te kunnen keuren.
In onderstaande processchema is weergegeven uit welke stappen het aanvraag- en beoordelingsproces bestaat. Vervolgens wordt elke wijziging toegelicht.

Instellingen hebben aangegeven dat zij de mogelijkheid van een gesprek missen om hun subsidieaanvraag toe te lichten en vragen van de commissie te beantwoorden. Daarom is aan het beoordelingsproces de mogelijkheid voor alle instellingen toegevoegd om in gesprek te gaan met de beoordelingscommissie. De beoordelingscommissie kan hierdoor doorvragen op thema’s die nog niet volledig duidelijk zijn, of waar inhoudelijk zaken missen.
In de huidige regeling zorgde een afwijzing ervoor dat een instelling pas een jaar later een nieuwe aanvraag kon doen, ook als de aanvraag slechts op één of enkele punten niet voldoende bleek. Met deze wijzigingsregeling wordt het mogelijk dat instellingen die een afwijzing krijgen maar wel tenminste 40 punten scoren, hun aanvraag binnen 6 weken kunnen aanvullen. Hierdoor hoeven zij niet een volledige nieuwe aanvraag te schrijven en niet een jaar te wachten om opnieuw een aanvraag te doen.
In deze wijzigingsregeling worden hiervoor de beoordelingen in drie categorieën verdeeld:
• categorie a: instellingen met 55 punten of meer;
• categorie b: instellingen met ten minste 40 punten, maar niet meer dan 54 punten, en;
• categorie c: instelling met minder dan 40 punten.
Instellingen die een beoordeling van 55 punten of meer hebben gekregen, ontvangen een toekenning (categorie a), mits zij op niet meer dan twee criteria minder dan de helft van de maximumscore hebben behaald en op criteria 5 alle punten hebben behaald. Instellingen die de beoordeling 54 of minder punten hebben gekregen, krijgen een afwijzing van de subsidieaanvraag (categorieën b en c). Alleen instellingen in categorie b, die dus ten minste 40 en niet meer dan 54 punten hebben behaald, kunnen hun subsidieaanvraag aanvullen. De instelling mag alleen de aanvraag wijzigen op de beoordelingscriteria in bijlage 2 die onvoldoende zijn beoordeeld. Dit wordt vastgelegd in de beschikking die DUS-I aan de instelling stuurt. De beoordelingscommissie beoordeelt de gewijzigde onderdelen opnieuw, en kan besluiten de subsidie alsnog toe te kennen.
Er is voor gekozen om instellingen die minder dan 40 punten halen, geen aanvullingsmogelijkheid te bieden. De reden is dat het slechts om aanvullingen op enkele onderdelen kan gaan en niet om een compleet nieuw plan. Het verbeterpotentieel bij deze c-beoordelingen is in het algemeen te gering om binnen de gestelde termijn van zes weken te kunnen leiden tot een subsidietoekenning.
Als een instelling de mogelijkheid krijgt om het plan aan te vullen, dan start, na indiening van de gewijzigde aanvraag, een nieuwe beoordelingstermijn van maximaal 22 weken. Deze 22 weken bestaan uit 6 weken voor de instelling om tot een gewijzigd plan te komen, 6 weken voor de Beoordelingscommissie om dit plan opnieuw te beoordelen en uiterlijk 10 weken voor de Minister om te besluiten. De Minister kan in overleg met DUS-I streven naar inkorting van de maximale beslistermijn van 10 weken.
In de Subsidieregeling Npuls CTL, diende iedere activiteit te voldoen aan de minimumscore die is vastgesteld voor elk beoordelingscriterium. Dit kon ertoe leiden dat een ‘onvoldoende’ op één onderdeel, leidt tot een afwijzing van de hele aanvraag, ook al heeft de instelling op andere onderdelen wel goed gescoord en de kwaliteit in zijn geheel wel afdoende is.
De regeling wordt daarom zo gewijzigd dat bij een totaal van 55 punten of meer, een subsidieaanvraag wordt goedgekeurd, waarbij het mogelijk is dat voor maximaal twee beoordelingscriteria van het beoordelingskader opgenomen in bijlage 2 minder dan de helft van de maximumscore kan worden behaald. Voor het criterium begroting (criterium 5) moet het maximaal te behalen punten worden behaald om een toekenning te krijgen. De begroting moet voldoen aan de eisen in de regeling, omdat er anders sprake zou kunnen zijn van onrechtmatige of ondoelmatige besteding van subsidiegelden.
Zoals gezegd moet het onderdeel begroting voldoen aan de eisen in de regeling. Met deze wijzigingsregeling zijn er nog maar twee opties: als de instelling voldoet aan de eisen in de regeling, krijgt de instelling 10 punten. Als de instelling niet voldoet, wordt de aanvraag afgewezen. In de vorige regeling werd de kwaliteit van de begroting beoordeeld door de beoordelingscommissie, en kon de instelling tot maximaal 20 punten behalen. In de praktijk bleek dit criterium weinig onderscheidend, waardoor de beoordelingscommissie het verschil tussen 10 en 20 punten niet goed kon beoordelen. Het is wenselijk de inhoud van het plan te beoordelen. De 10 te behalen punten voor de begroting, wordt toegevoegd aan het onderdeel ‘verduurzaming, zodat hier maximaal 20 punten behaald kunnen worden.
In het huidige beoordelingskader (bijlage 1 bij de regeling) werd elk beoordelingscriterium beoordeeld op basis van ‘deelaspecten’ en ‘vragen’. In de praktijk bleek dat deze beschrijving instellingen onvoldoende houvast bood in het maken van een goed CTL-plan. Daarom werd in het aanvraagformat van DUS-I nader toegelicht welke aspecten meegenomen moesten worden in het plan. Dit maakte het voor instellingen onduidelijk aan welke eisen zij nu moesten voldoen. Dit leidde tot meer onnodige complexiteit en onduidelijkheid. De toelichting van DUS-I kan ook worden opgevat als eisen die aanvullend zijn op de eisen zoals in de CTL-regeling zijn verwoord. Dit is onwenselijk.
Daarom is het beoordelingskader zo aangepast dat per beoordelingscriterium alleen de essentiële onderdelen zijn opgenomen die een instelling in het plan moet hebben staan. Het gewijzigde beoordelingskader is in bijlage 2 te vinden. In het format waarmee instellingen een aanvraag doen, zal DUS-I de teksten uit het nieuwe beoordelingskader opnemen. Dit zorgt ervoor dat instellingen concreet weten wat er van ze verwacht wordt, en zorgt ervoor dat alle essentiële onderdelen in een CTL-plan terugkomen.
Het subsidieplafond is vastgesteld voor aanvraagrondes 4 en 5 tezamen op € 27.000.000. Dit bedrag volstaat om alle instellingen een subsidie toe te kennen die nog geen subsidie hebben ontvangen in de eerste drie aanvraagrondes. Hierdoor worden alle instellingen in het vervolgonderwijs in staat gesteld om een subsidie voor een CTL aan te vragen, waarmee het doel dat elke instelling een CTL heeft wordt bereikt. Het budget dat niet wordt toegekend in de vierde aanvraagronde, blijft beschikbaar voor de vijfde aanvraagronde.
Instellingen gaven aan dat de koppeling met de HOT-tarieven ingewikkeld was in de uitvoering, omdat de HOT-tarieven niet altijd gelijk zijn aan de intern gehanteerde tarieven voor bepaalde functies. Dit vergde een complexe omrekening van tarieven naar HOT-tarieven. Daarom is de eis geschrapt dat de tarieven volgens de HOT-tarieven moeten zijn.
Deze wijzigingsregeling is aan DUS-I voorgelegd voor een uitvoeringstoets. DUS-I acht de regeling uitvoerbaar.
ATR heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat de gevolgen voor de regeldruk heel beperkt zijn.
Voor de totstandkoming van de wijzigingsregeling is door Npuls input opgehaald bij alle onderwijsinstellingen in het vervolgonderwijs. De feedback van de instellingen is in meerdere bijeenkomsten met Npuls, DUS-I en OCW besproken en aanleiding geweest om drie wijzigingen door te voeren in het beoordelingsproces. Hiermee wordt grotendeels tegemoetgekomen aan de wensen van de onderwijsinstellingen.
Bij de totstandkoming van de wijzigingsregeling is DUS-I intensief betrokken geweest. Hierdoor zijn de wijzigingsvoorstellen vooraf getoetst op uitvoerbaarheid. Een aantal potentiële wijzigingen zijn wel overwogen, maar op basis van juridische haalbaarheid of onuitvoerbaarheid niet doorgevoerd.
Hoewel deze regeling beoogt dat meer instellingen een toekenning ontvangen op hun subsidieaanvraag, leiden twee wijzigingen tot een hogere regeldruk dan in de oorspronkelijke regeling beschreven.
Allereerst wordt de mogelijkheid geboden tot een mondeling gesprek met de beoordelingscommissie, op basis van de ingediende aanvraag. Dit leidt tot een toename van de administratieve lasten van 8 uur per instelling. Op basis van 44 instellingen die een aanvraag doen, met een uurtarief van 54 euro per uur, leidt dit tot € 19.008 extra regeldruk.
Ten tweede kunnen instellingen een aanvulling doen op hun aanvraag als zij tussen de 40 en 55 punten behalen. De verwachting is dat 10 instellingen een aanvulling zullen doen. Per instelling kost dit 24 uur. Op basis van een uurtarief van 54 euro, leidt dit tot € 12.960 extra regeldruk.
De toename van de regeldruk is aanvaardbaar omdat hierdoor de kans op een toekenning aanzienlijk toeneemt, en de instelling dan ruimschoots gecompenseerd wordt voor de extra regeldruk.
Sinds de subsidieronde uit het derde tijdvak (aanvragen oktober 2025) is de mogelijkheid geschapen om een lager subsidiebedrag aan te vragen, namelijk tussen de 125.000 en 249.999,99 euro. Deze mogelijkheid staat ook open in de nieuw ingevoegde tijdsvakken.
Dit artikel introduceert twee nieuwe aanvraagtijdsvakken en specificeert de data waarin nieuwe aanvragen kunnen worden ingediend.
Dit artikel introduceert een subsidieplafond voor de nieuwe aanvraagronde als bedoeld in artikel 5. De hoogte van het bedrag is gelijk aan het totaal aantal subsidiabele instellingen die nog geen positieve beschikking hebben gekregen op basis van deze subsidieregeling maal het maximaal aan te vragen subsidiebedrag. In principe zou elke instelling die nog in aanmerking komt voor subsidie positief kunnen worden beschikt op basis van dit subsidieplafond. Er is dus geen sprake van schaarste bij deze aanvraagronde.
Een verwijzing naar het nieuwe beoordelingskader van Bijlage 2 is ingevoegd in dit artikel.
Voor het aanvragen van een lager subsidiebedrag als bedoeld in artikel 3 is een lager percentage van ten minste vijfendertig procent cofinanciering vereist.
In dit artikel wordt onderscheid gemaakt tussen de verschillende aanvraagrondes zoals bedoeld in artikel 15 en 15a en de verschillende bijlages.
De eis dat de HOT tarieven worden gehanteerd wordt losgelaten voor aanvragen in de nieuw ingevoegde tijdsvakken als bedoeld in artikel 5, eerste lid onder d en e. Instellingen gaven aan dat de koppeling met de HOT-tarieven ingewikkeld was in de uitvoering, omdat de HOT-tarieven niet altijd gelijk zijn aan de intern gehanteerde tarieven voor bepaalde functies. Dit vergde een complexe omrekening van tarieven naar HOT-tarieven. Indien het gaat om inhuur van externen moet een marktconform tarief in rekening worden gebracht. In bijlage 2 is dit onder 5.4 aangegeven. Het begrotingsformat als bedoeld in artikel 11, zesde lid, zal daarop door DUS-I worden aangepast.
In dit artikel wordt verduidelijkt dat er een ander beoordelingskader toepasselijk is op aanvragen gedaan in de tijdvakken oktober 2026 en oktober 2027. Dit nieuwe beoordelingskader is opgenomen als bijlage 2 bij de regeling.
Het behalen van een voldoende op alle criteria van het beoordelingskader geldt alleen voor aanvragen gedaan in eerdere tijdvakken en niet voor de aanvragen gedaan in het tijdvak als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder d of e.
De beoordelingscommissie rangschikt de aanvragen in de tijdsvakken oktober 2026 en oktober 2027 in drie categorieën. Aanvragen die vijfenvijftig punten en meer scoren (a-beoordeling), aanvragen die tussen de veertig en de vierenvijftig punten krijgen (b-beoordeling), en aanvragen die een beoordeling van negenendertig punten en minder krijgen (c-beoordeling).
De beslisregel voor aanvragen met een gelijk aantal punten geldt alleen voor aanvragen gedaan in eerdere tijdvakken en niet voor de aanvragen gedaan in de tijdvakken als bedoeld in artikel 5 eerste lid, onder d of e.
Voor de nieuw ingevoegde tijdvakken als bedoeld in artikel 5 eerste lid, onder d of e is het compenseren van maximaal twee onvoldoendes wél mogelijk. Doel daarvan is om recht te doen aan de autonomie van de instellingen die de aanvraag doen.
Voor de beoordeling geldt voor aanvragen in de nieuwe tijdvakken dat er maximaal twee ‘onvoldoendes’ mogen worden behaald op de criteria 1 tot en met 4, als de totale score op 55 of meer uitkomt. Voor het criterium begroting (criterium 5) mag geen onvoldoende aantal punten worden behaald en daarvoor moeten dus 10 punten worden behaald. Dit omdat er anders mogelijk sprake zou kunnen zijn van onrechtmatige of doelmatige besteding van subsidiegelden.
De aanvragers in de tijdvakken als bedoeld in artikel 5 eerste lid, onder d of e krijgen de mogelijkheid om een online toelichting te geven op de aanvraag. Zo’n gesprek is niet verplicht en is geen voorwaarde voor toekenning van de subsidie. Het gesprek kan niet leiden tot aanpassing van de aanvraag, maar is bedoeld om onduidelijkheden in de aanvraag toe te laten lichten en zo de Beoordelingscommissie CTL te helpen bij de definitieve beoordeling van de aanvraag.
In dit artikel wordt een onderscheid gemaakt tussen de eerdere aanvraagronde (2023–2025) en de nieuwe aanvraagrondes (2026–2027) als bedoeld in artikel 5.
Dit artikel is nieuw en introduceert de mogelijkheid om een gewijzigd CTL-plan in te dienen bij de Beoordelingscommissie, voor aanvragen die tenminste 40 en niet meer dan 54 punten scoren (b-beoordeling). Doel van deze bepaling is om de instellingen een mogelijkheid te bieden om hun aanvraag op basis van het afwijzende besluit op basis van het eerste advies van de Beoordelingscommissie te verbeteren tot een a-beoordeling. Aanvragen met een a-beoordeling hoeven niet te worden verbeterd en krijgen direct een positieve beschikking. Aanvragen met een b-beoordeling en een c-beoordeling kunnen na advies van de Beoordelingscommissie door de Minister worden afgewezen, hierbij krijgen b-beoordelingen de mogelijkheid tot het indienen van een gewijzigd plan. Voor het indienen van het gewijzigde plan geldt een maximale beslistermijn van 22 weken, omdat het ook hier weer een beslistraject betreft waarbij de Beoordelingscommissie een advies geeft aan de minister. Het indienen van een gewijzigd plan is niet verplicht en als geen nieuw plan wordt ingediend zal de oorspronkelijke beoordeling ongewijzigd blijven. Ook zijn de termijnen voor de indiening van de gewijzigde aanvraag en voor de beoordeling van deze aanvraag door de Beoordelingscommissie opgenomen. Aanvragen met een c-beoordeling komen niet in aanmerking voor indiening van een gewijzigd CTL-plan. De aanvragers die een gewijzigde uitwerking indienen hebben niet het recht om op een gesprek met de Beoordelingscommissie zoals dat in de initiële aanvraagronde wel het geval was.
De termijn voor het besluit op het advies van de aanvraag als bedoeld in artikel 15a is in dit artikel opgenomen. Juridisch gezien gaat het om een nieuwe aanvraag, waarvoor op grond van het artikel 4.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS een maximale beslistermijn van 22 weken geldt.
De subsidie wordt in delen uitbetaald. In de subsidiebeschikking wordt vermeld wat de hoogte van het toegekende subsidiebedrag is en het ritme waarin dit toegekende subsidiebedrag wordt uitgekeerd.
De regeling wordt verlengd met vijf jaar ten opzichte van de oorspronkelijke einddatum.
Bijlage zonder nummer krijgt nummer 1 om het onderscheid met artikel 1, onderdeel M (bijlage 2) duidelijk te maken.
Nieuwe bijlage 2 wordt toegevoegd. Inhoudelijk is het beoordelingskader explicieter gemaakt en zijn enkele accenten verschoven.
Hier zijn er verschillende onderdelen explicieter gemaakt. De probleemanalyse, succescriteria en de veranderstrategie zijn in het nieuwe kader concreet benoemd. Daarnaast is draagvlak transparanter gemaakt door het accent te leggen op hoe het draagvlak tot stand komt. Er ligt in het nieuwe kader meer focus op resultaten en effecten.
Het concreet maken van doelen is explicieter gemaakt. Er wordt in het nieuwe kader meer nadruk gelegd op impact en aantoonbare verandering. Daarnaast is de projectorganisatie en monitoring verduidelijkt met meer focus op verantwoordelijkheden en besluitvorming en het koppelen van succescriteria aan monitoring en bijsturing.
Samenwerking wordt in het nieuwe kader expliciet gekoppeld aan de CTL-doelen, waarmee dit onderdeel expliciet als instrument ingezet kan worden.
Bij dit criterium is meer focus gelegd op het verankeren na de projectperiode. Expliciet is gemaakt dat er aandacht moet zijn voor structurele financiering, dat het eigenaarschap goed belegd moet zijn en dat de cultuur- en structuurbenadering meegenomen wordt in de verduurzaming.
Bij dit criterium is de belangrijkste wijziging dat het een knock-out criterium is geworden. Deze keuze is gemaakt op basis van de ervaringen in de praktijk. Het criterium bleek weinig onderscheidend om het verschil in puntenaantal tussen de 10 en 20 punten goed te beoordelen.
In het nieuwe kader kan voor dit criterium 10 punten behaald worden. De extra 10 punten die hier wegvallen zijn toegevoegd aan Criterium 4 Verduurzaming.
De wijzigingen in de twee beoordelingskader zijn in meer detail onderstaand weergegeven.
|
Criterium 1 – Visie |
|||
|---|---|---|---|
|
Onderdeel |
Oud beoordelingskader (N.B. Verwijzing naar deelaspecten uit het oude beoordelingskader) |
Nieuw Beoordelingskader (N.B. Verwijzing naar deelaspecten uit het nieuwe beoordelingskader) |
Duiding (N.B. Verwijzing naar deelaspecten uit het nieuwe beoordelingskader) |
|
Visie |
Geen afzonderlijk deelaspect, impliciet in deelaspect 1.1 en 1.2 verwerkt. |
Expliciet opgenomen in deelaspect 1.1 met een vertaling naar docentontwikkeling en onderwijsinnovatie. |
Explicitering, meer transparantie, verbetering in toetsbaarheid. |
|
Huidige situatie |
Stand van zaken docentontwikkeling en onderwijsinnovatie, inclusief resultaten verwerkt in deelaspect 1.1 en 1.2 |
Concretisering in deelaspect 1.2, huidige situatie met successen en verbeterpunten voor docentontwikkeling en onderwijsinnovatie |
Inhoudelijk gelijk, maar geïntegreerd en aangescherpt waar nadruk ligt. |
|
Probleemanalyse |
Impliciet verwerkt in deelaspect 1.1, 1.2 en 1.3 |
Expliciet verwerkt in deelaspect 1.2 met een analyse van de huidige situatie en benoemen wat moet veranderen |
Nieuwe explicitering, meer transparantie. |
|
Toekomstige situatie |
Opgenomen in deelaspect 1.1 en 1.2, op onderdelen die geïmplementeerd of doorontwikkeld worden. |
Expliciet gemaakt in deelaspect 1.3 gericht op succesvol zijn en aangeven wat bereikt is met welke impact |
Explicitering, duidelijkere scheiding van huidige situatie. |
|
Succescriteria |
Impliciet in deelaspect 1.1 en 1.2 verwerkt |
Expliciet gemaakt in deelaspect 1.3 door te vragen naar wanneer het succesvol is, met welke impact |
Explicitering, verbetering in toetsbaarheid. |
|
Veranderstrategie |
Impliciet af te leiden bij het beschrijven van initiatieven in deelaspect 1.1, 1.2 en 1.3 |
Expliciet verwerkt in deelaspect 1.4 beschrijven hoe de instelling van de huidige naar de toekomstige situatie komt |
Sterker accent op aanpak, minder op beschrijvend. Bestendigen uitvoeringslijn. |
|
CTL bouwt voort op huidige situatie |
Expliciet in deelaspect 1.3 |
Niet meer apart genoemd. |
Logisch ingebed in de nieuwe deelaspecten 1.2, 1.3 en 1.4 |
|
Draagvlak docenten |
Als apart deelaspect 1.4 beschreven en beschreven als constatering |
Verduidelijkt in deelaspect 1.5 ontstaan draagvlak en motivering. |
Actiever en concreter uitgewerkt, accent op mechanisme in plaats van constatering. |
|
Draagvlak bestuur en directie |
Als apart deelaspect 1.5 beschreven |
Geïntegreerd met draagvlak docenten in deelaspect 1.5 |
Actiever en concreter uitgewerkt. |
|
Criterium 2 – Plan van Aanpak |
|||
|---|---|---|---|
|
Onderdeel |
Oud Beoordelingskader |
Nieuw Beoordelingskader |
Duiding |
|
Doelen en Resultaten |
Opgenomen in deelaspect 2.1, doelen en resultaten helder en concreet |
Expliciet verwerkt in deelaspect 2.1, koppeling met visie en aanscherping op impact en aantoonbare verandering (SMART) |
Inhoudelijk gelijk, impact expliciet gemaakt, meer transparantie. |
|
Activiteiten (inhoudelijk) |
Opgenomen in deelaspect 2.2, gekoppeld aan artikel 7 lid a tot en met f, helder omschreven en geprioriteerd |
Verduidelijking in deelaspect 2.2, alle activiteiten benoemen en koppeling met doelen. |
Verduidelijking door activiteiten te koppelen aan doelen. Bestendigen uitvoeringslijn. |
|
Planning en mijlpalen |
Expliciet benoemd in deelaspect 2.3, haalbare planning met mijlpalen |
Expliciet opgenomen in deelaspect 2.2 |
Inhoudelijk gelijk, strakker gestructureerd |
|
Wie, wat, wanneer |
Opgenomen bij de activiteiten in deelaspect 2.3, wie wat doet en licht toe. |
Expliciet verwerkt in deelaspect 2.3 bij projectorganisatie, rollen, verantwoordelijkheden, besluitvorming, rapportage |
Nieuwe explicitering in governance, meer transparantie |
|
Belanghebbenden |
Beschreven in deelaspect 2.5, inzicht en wijze van betrokkenheid |
Verwerkt in projectorganisatie in deelaspect 2.3, explicieter op rol docenten en overige belanghebbenden, invloed, rapportage |
Logisch ingebed in governance. |
|
Voortschrijdend inzicht |
Opgenomen in deelaspect 2.4, hoe omgaan met voortschrijdend inzicht |
Verwerkt in deelaspect 2.4 en gekoppeld aan succescriteria. |
Explicitering, meer transparantie. |
|
Relatie met begroting |
Niet opgenomen, maar vereiste op basis van artikel 11. |
In deelaspect 2.2 is een expliciete koppeling gemaakt over aansluiting activiteiten en begroting |
Explicitering en bestendigen uitvoeringslijn. |
|
Criterium 3 – Samenwerking |
|||
|---|---|---|---|
|
Onderdeel |
Oud Beoordelingskader |
Nieuw Beoordelingskader |
Duiding |
|
Type samenwerking |
Samenwerking met andere instellingen is opgenomen in deelaspect 3.1 |
Verduidelijking in deelaspect 3.1 samenwerking intern en extern gericht. |
Bestendigen uitvoeringslijn, betere aansluiting op nog op te zetten CTL. |
|
Motivatie samenwerking |
Opgenomen in deelaspect 3.1, het waarom aangeven van een gekozen samenwerking. |
Expliciet verwerkt in deelaspect 3.1, relatie tot CTL en doelen |
Explicitering, meer transparantie. |
|
Vormen van samenwerking |
Beschreven in deelaspect 3.2, vormen samenwerking met voorbeelden |
In deelaspect 3.1 is vorm gekoppeld aan relatie tot CTL. |
Verduidelijking door functioneler te duiden. |
|
Bijdrage aan doelen |
Impliciet verwerkt in deelaspect 3.1, uitleg waarom samengewerkt wordt |
Expliciete koppeling aan bijdrage doelen, verwerkt in deelaspect 3.2. |
Inhoudelijk aangescherpt, bestendigen uitvoeringslijn. |
|
Criterium 4 – Verduurzaming |
|||
|---|---|---|---|
|
Onderdeel |
Oud Beoordelingskader |
Nieuw Beoordelingskader |
Duiding |
|
Bestendiging CTL |
Beschreven in deelaspect 4.1 |
Explicieter gemaakt in deelaspect 4.1, met structurele financiering en eigenaarschap |
Explicitering, meer transparantie |
|
Kennisborging |
Beschreven in deelaspect 4.2 |
Explicieter gemaakt in deelaspect 4.2, ingebed in cultuur en structuur |
Explicitering, meer transparantie |
|
Bestendiging docentontwikkeling en onderwijsinnovatie |
Beschreven in deelaspect 4.2 |
Beschreven in deelaspect 4.2 |
Blijft gelijk |
|
Na projectperiode |
Impliciet af te leiden uit deelaspecten 4.1 en 4.2 |
Expliciet gemaakt in deelaspect 4.1 en 4.2 |
Aanscherping, bestendigen uitvoeringslijn |
|
Criterium 5 – Financiële haalbaarheid |
|||
|---|---|---|---|
|
Onderdeel |
Oud Beoordelingskader |
Nieuw Beoordelingskader |
Duiding |
|
Formele juistheid |
Opgenomen als deelaspect 5.1 |
Expliciet gemaakt in deelaspect 5.1, format en artikel 11 |
Blijft gelijk |
|
Doelmatigheid |
Opgenomen met verwijzing naar artikel 11 |
Expliciet gemaakt in deelaspect 5.2, activiteiten in verhouding tot kosten |
Blijft gelijk |
Dit artikel betreft de inwerkingtreding van de wijzigingsregeling.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, R.M. Letschert
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-25326.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.